Programmabegroting 2017 - 2020
Download
Report
Transcript Programmabegroting 2017 - 2020
Programmabegroting 2017 - 2020
Programmabegroting 2017-2020
Gemeente Weststellingwerf
Bezoekadres: Griffioenpark 1
8471 KR Wolvega
Postadres:
Postbus 60
8470 AB Wolvega
Telefoon:
14 0561
[email protected]
Email:
Internet:
www.weststellingwerf.nl
Meerjarenbegroting 2017-2020
1
Meerjarenbegroting 2017-2020
2
Inhoudsopgave
Voorwoord ............................................................................................................................................... 5
Leeswijzer ................................................................................................................................................ 6
Begrotingsindeling ................................................................................................................................... 8
Begroting op hoofdlijnen ........................................................................................................................ 10
Begroting 2017 in één oogopslag .......................................................................................................... 15
Kerngegevens ....................................................................................................................................... 16
PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................................. 17
Programma 0. Bestuur en Ondersteuning............................................................................................. 18
Programma 1. Veiligheid ....................................................................................................................... 24
Programma 2. Verkeer, Vervoer en Waterstaat .................................................................................... 29
Programma 3. Economie ....................................................................................................................... 33
Programma 4. Onderwijs ....................................................................................................................... 36
Programma 5. Sport, Cultuur en Recreatie ........................................................................................... 43
Programma 6. Sociaal domein .............................................................................................................. 47
Programma 7. Volksgezondheid en Milieu ............................................................................................ 53
Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing.............................. 58
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................ 62
Overzicht kosten overhead .................................................................................................................... 66
Vennootschapsbelasting ....................................................................................................................... 67
Onvoorziene uitgaven............................................................................................................................ 67
PARAGRAFEN ...................................................................................................................................... 68
Paragraaf Lokale heffingen ................................................................................................................... 69
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ......................................................................... 74
Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen .............................................................................................. 81
Paragraaf Financiering .......................................................................................................................... 84
Paragraaf Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 88
Paragraaf OWO-samenwerking ............................................................................................................ 90
Paragraaf Verbonden Partijen ............................................................................................................... 93
Paragraaf Grondbeleid ........................................................................................................................ 101
Paragraaf het “Hek” binnen het Sociaal domein ................................................................................. 104
Paragraaf Streekagenda ..................................................................................................................... 107
Overzicht van baten en lasten ............................................................................................................. 109
Overzicht van incidentele baten en lasten 2017-2020 ........................................................................ 110
UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE ............................................................................ 112
Geprognosticeerde balans 2017-2020 ................................................................................................ 113
Reserves en Voorzieningen ................................................................................................................ 114
Meerjareninvesteringsplan 2017-2020 ................................................................................................ 117
BIJLAGEN ........................................................................................................................................... 119
Bijlage I: Programma’s was-wordt ..................................................................................................... 120
Bijlage II: Van producten naar taakvelden.......................................................................................... 123
Bijlage III: Subsidieplafonds 2017 ....................................................................................................... 126
Bijlage IV: Lijst met afkortingen ........................................................................................................... 128
Meerjarenbegroting 2017-2020
3
Meerjarenbegroting 2017-2020
4
Voorwoord
Op koers: waarbij we onze ambities verwezenlijken!
De realisatie van het Coalitieakkoord en het Collegeprogramma liggen halfweg deze bestuursperiode
op koers. Deze begroting is een weerspiegeling van de balans tussen de drie hoofddoelstellingen:
stabiele woonlasten voor onze inwoners, het verbeteren van onze schuldpositie en het realiseren van
ambities. Daar slagen we tot op heden gezamenlijk in! Opvallend in deze begroting is toch wel dat we
de onroerende-zaakbelastingen niet laten stijgen. Ook zien we een verdere daling van onze schulden
van € 75 miljoen eind 2014 naar € 62 miljoen eind 2017. En… de ambities van het coalitieakkoord en
het collegeprogramma zijn verwerkt. De programmabegroting laat dan ook, over de 4-jaars periode
bekeken, een evenwichtig beeld zien. Wel zullen we het eerste jaar een incidenteel beroep moeten
doen op onze algemene reserve. Deze uitname wordt grotendeels weer goed gemaakt in de latere jaren. De voornaamste reden van deze eenmalige uitname is, dat we onze ambities ook op korte termijn willen starten en realiseren. We noemen er een aantal.
•
•
•
•
•
•
•
•
Daar waar in de programmabegroting 2016-2019 nog uit werd gegaan van een index van 2,5% op
de onroerend-zaakbelastingen, is nu het besluit om deze belastingen niet te verhogen, verwerkt;
Het project Noordwolde heeft een looptijd van 14 jaar tot en met 2024. Met het oog op uitkomsten
van tweemeeting van het project worden inspanningen in Bestemming Noordwolde de komende
jaren vooral ingezet op participatie, inkomen en de sociale agenda;
Voor bermen langs wegen met een beperkte breedte wordt een uitvoeringsplan gemaakt voor het
aanbrengen van aanvullende verhardingsmaatregelen zoals grasbetonstenen;
We stimuleren een maximale deelname aan sport en beweegactiviteiten om de gezondheid te bevorderen. Dit doen we bijvoorbeeld door de inzet van het Buurtsportwerk Weststellingwerf;
We steken veel energie in het blijven aanbieden van kwalitatief en goed passend onderwijs, ook
voor peuters via programma’s van voor- en vroegschoolse educatie. Hierbij wordt rekening gehouden met een dalend aantal leerlingen in onze gemeente;
Aanvullende formatie zal worden aangetrokken om de werkzaamheden die voortvloeien uit het
realiseren van extra inzet voor vluchtelingenhuisvesting te kunnen realiseren;
Samen met de Landinrichtingscommissie Beekdal-Linde streven we naar verfraaiing van het recreatieve fietspad langs De Linde. Het bekende Lendepattien, dat in de top 10 staat van de meest
aantrekkelijke E-bikeroutes in Friesland, krijgt de kwaliteit die het in dit prachtige gebied verdient;
De provincie ziet snel internet als een basisvoorziening voor de gehele gemeenschap. Samen met
de provincie streeft het merendeel van de Friese gemeenten, waaronder Weststellingwerf, ernaar
eind 2019 het grootste deel van de glasvezel aangelegd te hebben. Onze gemeente wil daarin
één van de koplopers zijn.
Intussen mogen we niet vergeten dat de financiële stromen binnen de transitie van het Sociaal domein
(Jeugdwet, Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Participatiewet) nog steeds omgeven worden met (te) veel onzekerheden op provinciaal en landelijk niveau. Om deze onzekerheden als gemeente het hoofd te kunnen bieden, hebben we een “Hek” gezet om de activiteiten vanuit deze taken.
Dit betekent dat wij als gemeente vinden dat de gelden die hiervoor worden ontvangen, ook moeten
worden besteed aan de individuele inwoner. Echter, voornamelijk als gevolg van het achterblijven van
de nodige informatie vanuit landelijke en provinciale instellingen als de Sociale Verzekeringsbank en
Samenwerkingsverband Sociaal Domein Friesland, kan tot op heden maar tot op zekere hoogte een
inschatting worden gemaakt over de financiële afwikkeling van dit “Hek”. Wij sturen er op dat de gebrekkige informatie uitwisseling in 2016 voor een groot deel is opgelost. Maar… garanties blijven
vooralsnog uit. Daarom zijn we er voor deze begrotingsperiode vanuit gegaan dat er geen sprake is
van incidentele resultaten (zowel positief als negatief) in dit kader. Wij hebben ook te maken met de
aanscherping van de regels rondom de waardering van grondexploitaties, die de komende jaren haar
effect zal kennen. Een effectieve beheersing van risico’s en “voldoende vlees op de botten’’ is en blijft
daarom van essentieel belang om ons huidige weerstandsvermogen gezond te houden. We zijn ons
hiervan terdege bewust. Kortom: we gaan samen met u en onze medewerkers vol vertrouwen de uitdaging aan om de tweede helft van deze bestuursperiode invulling te geven aan datgene wat we met
elkaar hebben afgesproken: Samenwerken aan een vitaal en verbindend Weststellingwerf. Iedereen
telt mee!!
Burgemeester en Wethouders van Weststellingwerf.
Meerjarenbegroting 2017-2020
5
Leeswijzer
De leeswijzer vertelt hoe het document is opgebouwd. We hebben met ingang van deze programmabegroting te maken met een wijziging van de begrotingsvoorschriften. Dit heeft geleid tot een nieuwe
begrotingsindeling. Na deze leeswijzer volgt in het kort een overzicht van de gewijzigde begrotingsvoorschriften en geven we weer hoe we ze - met ingang van deze programmabegroting - hebben
toegepast. Daarna volgt het hoofdstuk “Begroting op hoofdlijnen” waarin we het totaalbeeld van deze
begroting weergeven.
Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit een programmaplan en uit paragrafen.
Programmaplan
Programma’s
De indeling van de programma’s is als volgt:
• Taakvelden
Per programma geven we de bijbehorende taakvelden weer.
• Beleidsnota’s
Per programma staan de relevante beleidsdocumenten.
• Actuele ontwikkelingen en nieuw beleid
Per programma geven we de belangrijkste ontwikkelingen aan.
• Doelstellingen
In deze programmabegroting staan de doelstellingen centraal. Per doelstelling zijn er twee Wvragen uitgewerkt. De twee W-vragen luiden: “Wat willen we bereiken” (gewenste maatschappelijke ambities en effecten) en “Wat doen we daarvoor”..
• Beleidsindicatoren
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste - voorgeschreven - set beleidsindicatoren. Facultatief zijn er bij sommige programma’s een aantal beleidsindicatoren aan
toegevoegd.
• Wat mag het kosten?
Per programma wordt de omvang van de middelen weergegeven om de doelstellingen in de programma’s te kunnen realiseren. Er vindt een onderverdeling plaats tussen de lasten en baten per
taakveld.
Er onder wordt een financiële analyse gegeven van de cijfers. In deze toelichting wordt per jaarschijf (dus van 2017, 2018 en 2019) een vergelijking gemaakt tussen de ramingen uit de vorige
meerjarenbegroting 2016-2019 en die van deze meerjarenbegroting 2017-2020. De verschillen
bestaan uit mutaties uit de kadernota 2017, mutaties die nu voor het eerst zijn opgenomen in deze
begroting en/of verschuivingen (van taken) tussen de programma’s onderling als gevolg van de
nieuwe voorschriften.
Anders dan in voorgaande begrotingen maken we in de programma’s nu geen vergelijk tussen de
geraamde bedragen uit jaar t (2017) met de geraamde bedragen uit het jaar daarvoor (jaar t-1) en
met de laatst vastgestelde werkelijke cijfers (jaar t-2). De reden daarvan is dat we met ingang van
2017 voor het eerst met taakvelden werken. Voorheen waren dat de producten en die komen 1 op
1 niet overeen met de nu voorgeschreven taakvelden. Het zou een soort van appels-met-peren
vergelijking worden.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de bestedingen in de programma’s
0 tot en met 8. Hier staan de taakvelden die betrekking hebben op de gemeentefondsuitkering, de
gemeentelijke belastingen en het renteresultaat.
Andere overzichten
Deze zijn nieuw als gevolg van de gewijzigde voorschriften. Er is een afzonderlijk overzicht van de
kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces
Meerjarenbegroting 2017-2020
6
(de zogenaamde overheadkosten), de (eventueel) verschuldigde vennootschapsbelasting en de stelpost voor niet-voorziene uitgaven.
Paragrafen
Doel van de paragrafen is dat belangrijke reguliere gemeentelijke taken met betrekking tot de financiele positie worden gebundeld, waarmee de raad inzicht krijgt in de door hem gestelde kaders voor deze onderwerpen. De paragrafen zijn een dwarsdoorsnede van de begroting. Met de genoemde onderwerpen is een groot financieel belang gediend. De paragrafen geven daardoor extra informatie
voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn. De paragraaf Rechtmatigheid is vervallen. Dit onderdeel is nu opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.
Financiële begroting
De financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten en een uiteenzetting van de financiële positie.
Overzicht van baten en lasten
Dit geeft een totaalbeeld van de raming van baten en lasten per programma. Verder staat hier het
overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, de
vennootschapsbelasting en de raming voor onvoorzien. Het geraamde saldo daaruit en de beoogde
toevoegingen en onttrekkingen aan reserves daarmee verrekend, leiden uiteindelijk tot het geraamde
resultaat.
Het totaalbeeld wordt toegelicht aan de hand van een overzicht van geraamde incidentele baten en
lasten per programma.
De uiteenzetting van de financiële positie
Voor het eerst dit jaar bevat dit onderdeel een meerjarig geprognosticeerde balans. Dit is met ingang
van dit begrotingsjaar voorgeschreven. Verder betreft het een meerjarig beeld van de reserves en
voorzieningen en de investeringen.
Bijlagen
Er zijn vier bijlagen toegevoegd. Bijlage I (programma’s was-wordt) en bijlage II (van producten naar
taakvelden) zijn het gevolg van de gewijzigde begrotingsvoorschriften. Het geeft de “oude” en de
nieuwe programmaindeling weer en de omzetting van producten in taakvelden. Bijlage III geeft een
overzicht van de subsidies voor het begrotingsjaar 2017. Bijlage IV is de lijst van afkortingen die in deze begroting voorkomen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
7
Begrotingsindeling
Deze programmabegroting is opgesteld conform de rijksvoorschriften volgens Het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De regels hieromtrent zijn met name met ingang van
het begrotingsjaar 2017 gewijzigd. Sommige aanpassingen zijn al voor het jaar 2016 van toepassing
(denk aan de voorschriften bij grondexploitaties en de invoering van de vennootschapsbelasting) en
sommige worden niet verplicht gesteld maar zijn aanbevolen. We voldoen in deze programmabegroting aan de nieuwe BBV en hebben ook de aanbevelingen van de commissie BBV grotendeels meegenomen.
Doel
De wijzigingen hebben als rode draad een versterking van de horizontale sturing door de raad. Het
doel is meer transparantie van het besluitvormingsproces rond begroting en verantwoording en daarmee een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. Een betere
vergelijkbaarheid van kosten en beleidsresultaten en daarnaast een versterkt inzicht in de financiële
positie van de gemeente - nu en op termijn - staan centraal in de vernieuwing van het BBV.
Wat is er veranderd
Invoering van taakvelden
In de herziening van het BBV staat dat de ramingen en realisatiecijfers die geleverd moeten worden
voor de begrotingsuitvoering, ingedeeld worden aan de hand van uniforme eenheden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. Er zijn daartoe 53 taakvelden ingesteld bij
ministeriële regeling. Uitgangspunten daarbij zijn herkenbaarheid, aansluiting op de gemeentelijke
praktijk en relevantie voor de beleidssturing. In deze begroting zijn de 53 taakvelden ingedeeld naar
de programma’s van de raad zoals vastgelegd bij de kadernota 2017-2020. De producten zijn vervallen.
Basisset van indicatoren
Naast de uniforme taakvelden, wordt in het herziene BBV voorgeschreven dat gemeenten een basisset van beleidsindicatoren hanteren voor de begroting. Er zijn in totaliteit 39 beleidsindicatoren verplicht ingevoerd, relevant voor een nadere onderbouwing van het beleid. Bron voor de ingevulde aantallen is de website www.waarstaatjegemeente.nl., we hebben daarachter het peiljaar vermeld. We
hebben er voor gekozen om in programma 1 en 4 eigen indicatoren, toegesneden op de lokale situatie, toe te voegen.
Kengetallen meerjarig
Nieuw is de opname van een geprognosticeerde balans in de meerjarenbegroting. Zo krijgt de raad
meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte. Door het opnemen van de geprognosticeerde balans bevat
de begroting ook voldoende informatie om de ontwikkeling van de kengetallen voor het begrotingsjaar
en de drie daarop volgende jaren te berekenen. Het meerjarig opnemen van kengetallen is ook nieuw
ten opzichte van de vorige programmabegroting.
Technische aanpassingen BBV
Overheadkosten
Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire
proces (de overheadkosten) worden centraal geraamd en verantwoord op een afzonderlijk overzicht.
Dat overzicht komt niet in de programma’s maar is een apart hoofdstuk in het programmaplan. Overhead mag nog wel worden toegerekend aan grondexploitaties, investeringen en andere (subsidie)projecten. Ook mag het meegenomen worden in de berekening van de 100% kostendekkende tarieven. De berekening van de kostendekkendheid van een heffing is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen. Dat is ook nieuw ten opzichte van de vorige programmabegroting.
Meerjarenbegroting 2017-2020
8
Rente
Op het taakveld treasury staan alle rentelasten en rentebaten en de verdeling daarvan. De toerekening van rentelasten aan de overige taakvelden gebeurt via een renteomslag. Voor onze gemeente is
die wijze van rentetoerekening niet nieuw maar het wordt nu op grond van het BBV verplicht gesteld.
Het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen rente is
verantwoord op het taakveld treasury (in de paragraaf financiering is - conform de aanbeveling van de
commissie BBV - een renteschema opgenomen). Verder adviseert de Commissie BBV vanwege het
verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie, om geen rente meer over het eigen vermogen te berekenen (de zogenaamde bespaarde rente). We hebben in deze begroting de aanbeveling opgevolgd,
daarom is op het taakveld treasury de bespaarde rente achterwege gelaten.
Overige aanpassingen
Grondexploitatie
Een aanpassing van de voorschriften met ingang van het begrotingsjaar 2016 die financiële onzekerheden met zich meebrengt. De wijziging houdt in dat gemeenten niet in exploitatie genomen gronden
op de balans moeten herrubriceren van de voorraden naar terreinen en gronden bij de materiele vaste
activa. Materiële vaste activa hebben als waarderingsgrondslag verkrijgingsprijs of duurzaam lagere
marktwaarde. Deze omzetting heeft gevolgen voor de waardering van deze gronden op de balans. Er
is wel een overgangsbepaling: wordt een duurzame waardevermindering vastgesteld, dan moet dat uiterlijk 31 december 2019 leiden tot een afwaardering van de gronden. Mede door de invoering van de
vennootschapsbelasting per 1 januari 2016 is ook bepaald - volgens een vastgestelde berekening welk rentepercentage moet worden toegerekend aan de grondexploitatie.
Verbonden partijen
Om te voorkomen dat dezelfde informatie in de verschillende beleidsstukken rond begroting en verantwoording moet worden opgenomen, zijn de voorschriften met betrekking tot de paragraaf Verbonden partijen in het nieuwe BBV vereenvoudigd. De betekenis van deze paragraaf is mede afhankelijk
van de vraag of er een nota verbonden partijen aanwezig is, waarin een kaderstellend overzicht is opgenomen. De paragraaf Verbonden partijen kan zich dan beperken tot het geven van een totaalbeeld
van participaties in verbonden partijen en de financiële aspecten ervan. In deze programmabegroting
is deze paragraaf nog op de “oude” manier ingestoken.
Meerjarenbegroting 2017-2020
9
Begroting op hoofdlijnen
Inleiding
In dit hoofdstuk treft u het financiële meerjarenbeeld aan. Eerst wordt een actualisatie van het
meerjarenbeeld gegeven, waarbij de cijfers uit de programmabegroting 2016-2019 het uitgangspunt
zijn. Hierna volgen de mutaties uit de kadernota 2017-2020. Daarna wordt ingegaan op de ontwikkelingen uit de mei-circulaire 2016 om te komen tot het vertrekpunt voor deze programmabegroting.
Vertrekpunt
bedragen x € 1.000
Omschrijving
Eindstand programmabegroting 2016-2019
Actualisatie gemeentefondsuitkering
Renteresultaat met name door herstructurering leningen
Vertrekpunt kadernota 2017-2020
Mutaties kadernota 2017-2020
Onontkoombaar
Loonontwikkelingen op basis van bestaande CAO afspraken
Verwachte loonontwikkelingen na 1 mei 2017
Verhoging bijdrage Veiligheidsregio Fryslân
Onkruidbestrijding
Aanvragen voorzieningen onderwijshuisvesting
Opstellen omgevingsvisie
Aanpassing op basis van realisatiecijfers 2015
Materiële instandhoudingsvergoeding groot onderhoud mfc's
Aanpassing op basis van voorjaarsnota 2016
Correctie personeelslasten in verband met OWO-samenwerking
Kapitaallasten nieuwe investeringen uit de voorjaarsnota
Onderhoudsbudget openbare ruimte
Huurinkomsten sporthallen
Onderhoud sportvelden
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
8
300
250
558
300
250
550
338
300
250
888
377
300
250
927
- 290
- 150
- 54
- 50
- 290
- 225
- 54
- 50
- 13
- 290
- 225
- 54
- 50
- 13
- 290
- 225
- 75
- 50
- 13
80
80
80
80
182
- 15
- 135
- 16
- 32
182
- 15
- 135
- 16
- 32
182
- 15
- 135
- 16
- 32
182
- 15
- 135
- 16
- 32
- 108
- 13
- 20
-5
- 162
- 13
- 20
-5
-8
- 20
-8
- 10
- 108
- 54
- 13
- 20
-5
- 66
-8
- 20
- 25
- 56
- 108
- 20
- 10
- 108
- 56
- 93
- 20
- 10
- 108
- 93
- 20
- 10
- 108
- 406
- 531
- 141
- 101
- 314
- 26
- 224
97
- 720
- 557
- 365
-4
- 50
Nieuw beleid waarvoor dekking
Diverse investeringen binnen het Sociaal domein
Overig
Kwaliteit bermen langs wegen
Exploitatie passantenhaven Driewegsluis
Vervangen brug over de Tjonger bij Langelille
Aanvragen voorzieningen onderwijshuisvesting
Breedte sport impuls (€ 138.000 - bijdrage derden)
Vervangingsbudget toestellen gymzaal
Bijdrage voor projecten dorp, landschap en biodiversiteit
Toeristisch investeringsfonds
Bestemming Noordwolde fase 4 (extra gemeentelijk aandeel)
Inzet vluchtelingenhuisvesting/statushouders
Ontwikkeling Unesco
Procesgeld streekagenda
Aframen verhoging onroerende-zaakbelastingen
Saldi kadernota 2017-2020
Mutaties gemeentefonds mei-circulaire 2016
Vertrekpunt programmabegroting 2017-2020
Meerjarenbegroting 2017-2020
- 13
- 66
-8
- 20
- 25
- 56
- 128
10
Herijking exploitatie
Binnen de kaders stellen wij voor om een aantal zaken te wijzigen in de exploitatie.
Omschrijving
bedragen x € 1.000
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
42
36
31
- 96
31
- 160
189
360
259
171
175
175
175
175
406
571
369
217
Mutaties exploitatie
a. Politieke wensen
1. Schrappen en/of faseren in het wensenlijstje zoals die nu
in de kadernota zijn gehonoreerd
2. Fietspad langs De Linde
b. Technische aanpassingen
Financieel technische aanpassingen/actualisatie
waar mogelijk nodig
c. Sociaal domein het “ Hek"
Schuiven met de beschikbare budgetten binnen het ”Hek” en/of
toerekenen kosten aan de producten van het Sociaal domein
Totaal mutaties
a. Politieke wensen
1. Inzet ten behoeve van statushouders
De werkzaamheden die voortvloeien uit het realiseren van de verhoogde reguliere taakstelling statushouders en de extra inzet die de gemeente hierin op zich heeft genomen (onder andere Bornego),
alsmede de mogelijk aanstaande ontwikkelingen, kunnen niet binnen de bestaande formatie worden
uitgevoerd. Echter, aangezien de toestroom van statushouders achterblijft bij de eerste ramingen, kan
de formatie met 1/3 worden verlaagd.
2. Fietspad langs De Linde
Bij behandeling van de kadernota heeft u uw ambitie uitgesproken om het fietspad langs
De Linde weer op een goed kwaliteitsniveau te brengen en om een ontbrekende schakel in ons toeristische fietspadennetwerk Kontermansbrug - IJkenverlaatpad aan te leggen. Deze ambitie is nu financieel vertaald in deze programmabegroting 2017-2020. Het plan behelst concreet het vervangen van
het bestaande smalle fietspad met asfalt verharding door een betonnen fietspad met een breedte van
2,5 meter.
Vooralsnog hebben we het benodigde krediet van totaal € 2,5 miljoen voor de drie fases in zijn geheel
opgenomen in deze meerjarenraming gefaseerd over de jaren 2017-2020 (zie het investeringsplan
achterin dit boekwerk). Aan derden zal een bijdrage worden gevraagd van minimaal 50%. Hierover
zijn we onder andere in overleg met de landinrichtingscommissie. Met subsidie is nu in de meerjarenbegroting geen rekening gehouden.
Onze ambitie ten aanzien van dit onderwerp bestaat uit 3 fases:
1. Upgrading gedeelte Gapenburg - Stroomkantpad
2. Upgrading Lindepad
3. Nieuwe aanleg Kontermansbrug - IJkenverlaatpad
Fase 1: Gapenburg - Stroomkantpad
De geraamde kosten voor dit gedeelte bedragen totaal € 1,2 miljoen waarvan € 500.000 in 2017 en
€ 700.000 in 2018 benodigd. We verwachten dat deze fase eind 2018 in zijn geheel gereed zal zijn
vandaar dat we met ingang van het begrotingsjaar 2019 de jaarlijkse lasten opnemen.
Fase 2: Upgrading Lindepad
De geraamde kosten voor dit gedeelte bedragen totaal € 814.000 waarvan € 407.000 in 2018 en
€ 407.000 in 2019. Met ingang van het begrotingsjaar 2020 zijn de jaarlijkse lasten opgenomen.
Dit gedeelte is onderdeel van het landinrichtingsproject Beekdal-Linde. In dat verband wordt gewerkt
aan plannen om te komen tot een hermeandering van de loop van De Linde. De vervanging van bruggen en gedeelten van het fietspad maken daar onderdeel van uit. Onze insteek is dat wij met de kwalitatieve upgrading van het fietspad langs dit gedeelte van De Linde aanhaken bij de uitvoering van de
Landinrichting.
Meerjarenbegroting 2017-2020
11
Fase 3: Nieuwe aanleg Kontermansbrug - IJkenverlaatpad
De geraamde kosten voor dit gedeelte bedragen totaal € 490.000 waarvan € 245.000 is opgenomen in
2019 en € 245.000 in 2020. De jaarlijkse lasten nemen we mee met ingang van het begrotingsjaar
2021.
b.Technische aanpassingen
Een specificatie van de technische aanpassingen staan hieronder:
bedragen x € 1.000
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Technische aanpassingen
Personeelslasten
Lokale heffingen 1%
Stelpost voorschoolse voorziening opvang peuters
Actualisatie toerekenen lasten exploitatie reiniging
Diversen
138
23
- 36
68
-4
179
23
- 55
79
134
179
23
- 73
84
46
179
23
- 91
87
- 27
Totaal technische aanpassingen
189
360
259
171
Omschrijving
Toelichting op de tabel:
Personeelslasten
De eerder geraamde kosten voor boventallige personeelsleden vallen mee aangezien een aantal medewerkers elders een baan heeft gevonden.
Lokale heffingen 1%
Het algemene stijgingspercentage dat is gehanteerd voor de inkomsten van de leges, tarieven en overige heffingen bedraagt voor 2017 1% met uitzondering van de kostendekkende tarieven en de onroerende-zaakbelastingen (OZB).
Stelpost voorschoolse voorziening opvang peuters
Per 2016 heeft het rijk extra geld beschikbaar gesteld via het gemeentefonds met de doelstelling om
alle peuters een voorschoolse voorziening te kunnen bieden ter voorbereiding van de start op de basisschool. Voor de te verwachten lasten is een stelpost opgenomen.
Actualisatie toerekenen lasten exploitatie reiniging
De toerekening van de lasten aan de exploitatie van reiniging zijn geactualiseerd. Hierbij bleek dat niet
alle lasten met betrekking tot de btw werden toegerekend.
c. Sociaal domein het “Hek”
Voorgaand jaar is een eerste inschatting gemaakt van de backoffice lasten die toegerekend konden
worden aan het “Hek”. Op basis van ervaring uit het eerste jaar en actualisatie van de inkomsten en
uitgaven binnen het “Hek” wordt vanaf 2017 een bedrag van € 175.000 meer toegerekend.
Meerjarenbegroting 2017-2020
12
Eindstand
bedragen x € 1.000
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Beginsaldo programmabegroting 2017-2020
Totaal mutaties
- 720
406
- 557
571
- 365
369
-4
217
Eindsaldo programmabegroting 2017-2020
- 314
14
4
213
Omschrijving
Het eerste jaar laat een tekort zien van € 314.000 waarvoor we een beroep doen op de algemene reserve. Voor de jaren daarna slaat het tekort om in een overschot. De saldi voldoen aan de eisen die
de toezichthouder heeft gesteld om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Dat wil zeggen
dat het eerste begrotingsjaar structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Als dat niet het geval is dan
moet de meerjarenraming aannemelijk maken dat dit evenwicht uiterlijk in 2020 tot stand komt. Aan de
laatste voorwaarde voldoet onze meerjarenbegroting.
Investeringen
Voor de komende vier jaren hebben we voor bijna € 15 miljoen aan investeringen gepland. We noemen een aantal.
Kwaliteit bermen langs wegen
We willen voor bermen langs wegen met een beperkte breedte aanvullende verhardingsmaatregelen
aanbrengen zoals grasbetonstenen. De gefaseerde uitvoering start in 2017 en beloopt een periode
van vier jaar. De totale investering bedraagt € 2,7 miljoen (per jaar € 675.000).
Vervangen brug over de Tjonger bij Langelille
Van de brug over de Tjonger bij Langelille moet de betonconstructie worden vervangen. De kosten
worden geraamd op € 0,5 miljoen. De helft daarvan wordt betaald door de gemeente De Fryske Marren (gezamenlijk eigendom).
Project bestemming Noordwolde fase 4
De komende drie jaren is er € 465.000 beschikbaar dat vooral wordt ingezet op participatie, inkomen
en de sociale agenda. Uitgangspunt is dat de provincie ook voor de helft meebetaalt.
Riolering
We investeringen de komende vier jaar ruim € 2,5 miljoen aan met name de vervanging van het rioolstelsel dan wel het vervangen van de rioolgemalen. De investeringen zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) dat uw raad op 7 maart 2016 heeft vastgesteld.
Informatisering en Automatisering
Voor deze begrotingsperiode is rekening gehouden met een jaarlijks budget van € 450.000 voor alle
drie OWO-gemeenten, in te zetten voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening.
Daarnaast is er voor 2017-2020 budget voor vervangingen op het gebied van automatisering van in
totaliteit € 2,7 miljoen voor de drie gemeenten.
Fietspad langs De Linde
Nieuw in deze programmabegroting is de opname van financiële middelen voor het fietspad (€ 2,5 miljoen; zie eerder).
Breedband internet
De verbindingen voor internetgebruik zijn in ons buitengebied beperkt en van matige kwaliteit. Wij zien
een adequate snelle internetverbinding als een basisvoorziening. Daarom streven wij ernaar dat het
gehele grondgebied van onze gemeente wordt voorzien van een glasvezelverbinding waarmee snel
internet wordt aangeboden. In de zomervakantie zijn wij gestart met het peilen van de belangstelling
onder onze inwoners in de zogenaamde “witte gebieden”.
Wij weten dat de provincie Fryslân momenteel overleg voert met een netwerkbedrijf om te komen tot
dekkende internetverbinding voor de “witte gebieden” in de gehele provincie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
13
In het najaar van 2016 zal duidelijk worden welke afspraken de provincie Fryslân maakt met het netwerkbedrijf. Mogelijk wordt aan deelnemende gemeenten gevraagd om te participeren. Met de kennis
van nu, is participatie geen voorwaarde voor het netwerkbedrijf om de glasvezelkabel in onze gemeente aan te leggen. Belangrijker is de behoefte en bereidheid van onze inwoners om aan te sluiten
en de aangeboden diensten af te nemen.
Na de besluitvorming in provinciale staten van Fryslân zal uw raad - via een zienswijze procedure zich kunnen uitspreken over participatie in het netwerkbedrijf samen met de provincie Fryslân. Onze
aandacht richt zich nu vooral op het informeren van onze inwoners zodat zij zich als afnemer melden
bij het netwerkbedrijf.
Woonlasten
Ook voor het komende begrotingsjaar is het gelukt om de woonlasten voor onze inwoners onder het
landelijk gemiddelde van € 723 (peiljaar 2016) te houden. Het tarief voor de rioolheffing is verhoogd
met € 7,45, voor de OZB en de afvalstoffenheffing is geen stijging doorgevoerd.
Schuldpositie
In onze geprognosticeerde meerjarenbalans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”) gaan
we uit van een verdere afbouw van onze schulden. Dit is met name gebaseerd op het gunstige exploitatieresultaat over 2015, de verwachting - op basis van de najaarsnota - is dat het 2016 positief afsluit
en er sprake zal zijn van een afname van verstrekte leningen.
Risico’s en weerstandsvermogen
Het goed in beeld hebben van de risico’s wordt steeds belangrijker. De komende jaren willen we ons
risicomanagementsysteem verder uitbouwen. De kengetallen die in deze begroting meerjarig zijn opgenomen (zie de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing) hebben een signalerende
functie ten aanzien van de financiële positie van onze gemeente.
Meerjarenbegroting 2017-2020
14
Begroting 2017 in één oogopslag
bedragen x € 1.000
Inkomsten begroting 2017
Lokale heffingen
Gemeentefonds
Overdrachten
Overige baten
Totaal
Bedrag
In %
11.588
25.047
21.819
12.629
71.083
16%
35%
31%
18%
100%
bedragen x € 1.000
Uitgaven begroting 2017
Overdrachten
Subsidies
Leveringen en diensten
Salarissen (inclusief bestuur)
Overige lasten
Totaal
Meerjarenbegroting 2017-2020
Bedrag
In %
19.520
2.076
24.595
15.436
10.332
71.912
27%
3%
34%
21%
14%
100%
15
Kerngegevens
Kerngegevens
Sociale structuur
Begroting Prognose Prognose Prognose
2017
2018
2019
2020
1-1-2017
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
1.250
1.255
1.258
1.263
4.400
14.500
5.418
4.410
14.505
5.427
4.425
14.510
5.438
4.431
14.525
5.442
25.568
25.597
25.631
25.661
33
33
33
33
Inw oners
van 0-4 jaar
van 5-19 jaar
van 20-64 jaar
vanaf 65 jaar
Totaal inw oners
Uitkeringsgerechtigden:
IOAW
IOAZ
4
4
4
4
WWB
510
510
510
510
547
547
547
547
392
392
392
392
22.052
22.052
22.052
22.052
22.444
22.444
22.444
22.444
7.376
3.542
119
11.037
7.376
3.542
119
11.037
7.376
3.542
119
11.037
7.376
3.542
119
11.037
Woonw agens
16
16
16
16
Woonschepen
1
1
1
1
116.430
284.600
401.030
116.430
284.600
401.030
116.430
284.600
401.030
116.430
284.600
401.030
84.825
84.825
84.825
84.825
1.038.261
1.038.261
1.038.261
1.038.261
Totaal uitkeringsgerechtigden
Fysieke structuur
Oppervlakte gem eente in hectare
binnenw ater
overig
Totaal oppervlakte
Woonruim ten
Koopw oningen (excl.recreatie)
Huurw oningen
Recreatiew oningen
Totaal w oonruim ten
Lengte van de w egen in m eters
Binnen de bebouw de kom
Buiten de bebouw de kom
Totaal lengte van de w egen
Lengte van de fietspaden in m eters
Aantal m 2 openbare groen
Meerjarenbegroting 2017-2020
16
PROGRAMMAPLAN
Meerjarenbegroting 2017-2020
17
Programma 0. Bestuur en Ondersteuning
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Van Klaveren, Jongebloed
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Het programma Bestuur en Ondersteuning omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Bestuur
Burgerzaken
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
Kadernota intergemeentelijke samenwerking
Kwaliteitshandvest dienstverlening
Raadsnotitie Overheidsparticipatie
Vastgesteld
2012
2016
2013
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
De ontwikkelingen over de OWO-samenwerking worden in de afzonderlijke paragraaf vermeld.
Op het gebied van communicatie is er de afgelopen jaren veel veranderd: nieuws verspreidt zich
steeds sneller, dienstverlening verloopt vaker online en we communiceren ook steeds meer digitaal.
De druk om goed en snel te communiceren is er. Aan de ene kant doordat (digitale) ontwikkelingen en
nieuws elkaar in een hoog tempo opvolgen. Aan de andere kant omdat de samenleving verandert.
Het is tijd voor een update van ons communicatiebeleid. Naar verwachting zullen wij deze update met
u delen in het voorjaar van 2017. In deze meerjarenbegroting volstaan wij met het weergeven van
doelen en activiteiten die hier sowieso onderdeel van zullen uitmaken. Daarnaast is de OWOsamenwerking en de in- en externe communicatie daarover aan de orde van de dag.
DOELSTELLINGEN
Een actieve en effectieve gemeenteraad.
De notitie ‘Zo doet de raad het in Weststellingwerf’ bevat doelstellingen en voorstellen voor een meer
effectieve vergaderorde met grotere betrokkenheid van inwoners.
Betrokkenheid inwoners.
Wat willen we bereiken
• Betrokkenheid van inwoners bij de gemeentelijke politiek.
• Activering van inwoners om mee te denken met de gemeentelijke politiek.
• Betrokkenheid van de raad(sleden) bij initiatieven van inwoners.
Wat doen we ervoor
• Gastlessen raadsleden op scholen.
• Bezoek scholen voortgezet onderwijs aan het gemeentehuis en kennismaking met de gemeente
en gemeentelijke politiek.
• Ontwikkelen van voorstellen om burger- en overheidsparticipatie te bevorderen (Werkgroep Overheidsparticipatie).
• Er is voor 2017, net als voor 2016, een incidenteel bedrag van € 10.000 beschikbaar, ter uitvoering van voorstellen van de Werkgroep Overheidsparticipatie.
• Ontwikkelen van voorstellen om door middel van bestuurlijke veranderingen efficiënter te vergaderen met meer betrokkenheid van inwoners door onder andere inloopspreekuur (Werkgroep Bestuurlijke Veranderingen).
• Uitvoering van twee experimenten op het gebied van overheids- en burgerparticipatie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
18
Positie verstevigen.
Wat willen we bereiken
• Verstevigen van de positie van de gemeenteraad in het duale bestel
• Versterking van de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rollen van de
raad.
Wat doen we ervoor
• Besluitvorming en uitvoering van nadere voorstellen van de werkgroepen Bestuurlijke Verandering
en Overheidsparticipatie.
Een actief communicatie/dorpenbeleid.
Communicatie.
Wat willen wij bereiken
1. De website, geheel vernieuwd in 2016, is ons belangrijkste communicatiemiddel en is toegankelijk, gebruiksvriendelijk en altijd actueel als informatiekanaal.
2. De website als belangrijk dienstverleningskanaal.
3. Een actieve openbaarmaking en openheid over besluitvormingsprocessen.
4. Vergroten van het bereik van sociale media.
5. Strategische advisering bij projecten om de gemeente Weststellingwerf te positioneren bij
inwoners, ondernemers en bezoekers.
6. Inzetten en indien nodig bijstellen van de interne en externe communicatiemix.
7. De communicatie gericht op de samenwerking in OWO-verband krijgt blijvende aandacht.
Wat doen wij ervoor
1. De website, ons belangrijkste communicatiemiddel is een toegankelijk, gebruiksvriendelijk en altijd actueel informatiekanaal.
Inwoners hebben recht op informatie. We zorgen ervoor dat de informatie van onze gemeente tijdig gegeven wordt en toegankelijk, compleet en te begrijpen is.
Onlangs is hiertoe de website www.weststellingwerf.nl vernieuwd. De nieuwe website is gebruiksvriendelijker geworden en nu ook geschikt voor smartphone, tablet en computer.
• Continue monitoring op toptaken: We gaan continue monitoren voor welke producten of diensten bezoekers naar de website komen. Die onderwerpen noemen we toptaken en krijgen de
meeste aandacht op de homepage, zodat bezoekers in één oogopslag zien waar ze moeten
zijn.
• Actuele informatie en nieuwsberichten: Daarnaast werken we aan het actueel houden van de
website door korte lijnen te onderhouden met (de contentmanagers van) de afdelingen, die
voor de inhoud verantwoordelijk zijn. Nieuwsberichten plaatsen we tijdig op de website, maar
pas nadat direct betrokkenen (door de afdelingen) zijn geïnformeerd.
• Begrijpelijke en complete teksten: we zorgen ervoor dat de teksten begrijpelijk zijn door waar
mogelijk eenvoudig Nederlands te gebruiken en juridisch correcte tekst waar het echt moet.
• We stemmen regelmatig met het publiekscentrum af welke vragen vaak gesteld worden en of
de antwoorden goed vindbaar zijn op de website.
2.
De website is een belangrijk dienstverleningskanaal
De website krijgt als dienstverleningskanaal een steeds grotere rol. Inwoners en bedrijven moeten zoveel mogelijk zaken digitaal kunnen regelen. In samenwerking met het publiekscentrum
kunnen onze inwoners en ondernemers in het najaar van 2016 de aangifte van geboorte, overlijden en het plannen van een huwelijk digitaal doen. De komende jaren komen hier mogelijk nog
meer producten bij.
• Promoten van en sturen op de mogelijkheden van de website: in samenwerking met het publiekscentrum gaan we de website promoten en meten hoe de website voor deze producten
en diensten als dienstverleningskanaal wordt gebruikt ten opzichte van andere dienstverleningskanalen. Hierbij gaan we sturen op het digitale kanaal als voorkeurskanaal.
3.
We werken aan actieve openbaarmaking en openheid over besluitvormingsprocessen
De gemeente Weststellingwerf werkt aan een transparant lokaal bestuur. Door digitalisering en
social media is veel van wat we doen zichtbaar. Daarnaast moeten inwoners er wat van kunnen
vinden. Werken aan openheid staat dus niet op zichzelf: het is van belang dat inwoners het beleid
van de gemeente betrouwbaar, geloofwaardig en rechtvaardig vinden.
Meerjarenbegroting 2017-2020
19
•
•
•
•
Actieve openbaarmaking: We gaan vorm en inhoud geven aan het principe van actieve openbaarmaking door te zorgen voor tijdige openbaarmaking/publicatie van besluiten in begrijpelijke taal.
Heldere besluitvormingsprocessen: We zorgen voor helderheid over processen en aanpak
van gemeentelijke besluitvorming en de mate waarin inwoners (kunnen) worden betrokken.
Intern bewustzijn openbaarheid vergroten: doordat een collegebesluit openbaar is heeft dat
consequenties voor de inhoud van het collegevoorstel. Daarom willen we werken aan het versterken van het interne bewustzijn over openbaarmaking en openbaarheid.
Een actief persbeleid: de pers optimaal benutten als een belangrijke intermediair in openbaarmaking.
4.
Vergroten van het bereik van social media
Social media zijn in deze tijd niet meer weg te denken. Ze bieden kansen om inwoners snel te informeren en te betrekken, waarbij interactie ontstaat. De gemeente Weststellingwerf maakt gebruik van Twitter, Facebook en wil het gebruik van social media als klantcontact kanaal versterken.
• Social media plan: We werken aan een social media plan, waarin het vergroten van het aantal volgers, de juiste tone-of-voice, het gebruik van beeldmateriaal en de organisatie van monitoring en interactie (vraag en antwoord) een plek zullen krijgen.
5.
Strategische advisering bij projecten om de gemeente Weststellingwerf te positioneren bij inwoners, ondernemers en bezoekers.
Door communicatie in een vroeg stadium te betrekken bij beleidsvorming, wordt er gericht ingespeeld op de trends in de samenleving en ontstaat er meer draagvlak voor dat beleid.
Verder pakken we alle kansen om de gemeente Weststellingwerf te promoten, zeker als het gaat
over mooie projecten, zoals die uit de investeringsagenda, het project Culturele Hoofdstad 2018
en de nominatie van de Koloniën van Weldadigheid door UNESCO als werelderfgoed.
• We zorgen voor korte lijnen met de afdelingen om zicht te krijgen op (komende) projecten en
beleid, zodat wij in een vroeg stadium kunnen meedenken en adviseren.
• We gaan proactief en planmatig werken aan projecten.
6.
Inzetten en indien nodig bijstellen van de interne en externe communicatiemix
Natuurlijk zijn de komende jaren ook tijd en middelen nodig voor de inzet van reguliere communicatiemiddelen. Vanwege de actuele ontwikkelingen en trends kan het nodig zijn de communicatiemix bij te stellen of afzonderlijke middelen verder te ontwikkelen.
•
•
•
7.
Inzetten van externe communicatiemiddelen: persberichten, Westwijzer, bekendmakingen,
avond voor nieuwe inwoners, nieuwjaarsbijeenkomst en de digitale nieuwsbrief.
Inzetten van interne communicatiemiddelen: In4lunchbijeenkomsten, Journaaltje en intranet.
Heroverwegen en doorontwikkelen van (middelen uit) de interne en externe communicatiemix.
De communicatie gericht op de samenwerking in OWO-verband krijgt blijvende aandacht.
Door de samenwerking in OWO-verband is de ambtelijke organisatie vergroot. Om ervoor te zorgen dat collega's elkaar kennen en weten bij wie ze waarvoor moeten zijn, zal de komende jaren
speciale aandacht uitgaan naar de (interne) communicatie in OWO-verband.
• De drie teams communicatie van de OWO-gemeenten hebben regelmatig overleg in de vorm
van een expertteam communicatie.
• Jaarlijks wordt een OWO-activiteiten dag georganiseerd.
• Er is afstemming tussen de OWO-directie en het expertteam communicatie.
Dorpenbeleid
Wat willen we bereiken
De afgelopen jaren hebben we een verschuiving gezien in de thema’s die prioriteit hebben in onze
dorpen. Daar waar in het verleden de nadruk lag op de fysieke infrastructuur zien wij dat het sociale
aspect een steeds belangrijke component of zelfs uitgangspunt wordt in de samenwerking met onze
dorpen en wijken, daarbij inspelend op de ontwikkeling die dorpsgemeenschappen zelf doormaken, in
gang zetten of daartoe worden gestimuleerd door de overheid. Wensen, vragen, plannen, ook als het
de fysieke infrastructurele aspecten betreft, hebben vaak betrekking op of komen voort uit wensen op
het terrein van sociale cohesie, gezondheid en actief bezig zijn.
Meerjarenbegroting 2017-2020
20
Samen met deze waarneming blijft de brugfunctie van de dorpencoördinator en daarbij de taken en
werkzaamheden onveranderd een belangrijke rol spelen. Door te verbinden, te informeren en in een
vroeg stadium in te spelen op actuele ontwikkelingen. We consolideren en daar waar nodig versterken
we de bestaande samenwerkingsstructuur die als basis dient voor de goede contacten en korte lijnen
tussen gemeente en dorpen. De samenwerking met de dorpen visa versa dragen bij aan een efficiënte aanpak van én reactie op signalen uit de dorpen.
We zien dat naast de meer traditionele samenwerkingsvormen (bijv. plaatselijk belangen), vanuit een
individueel belang de samenwerking wordt gezocht met medebewoners/dorpsgenoten om de leefbaarheid in de eigen omgeving te vergroten/te behouden. Daarnaast wordt steeds meer de bovenlokale samenwerking gezocht. De dorpen zien een gezamenlijk belang en zoeken elkaar actief op. In de
praktijk vraagt die verschuiving van de gemeentelijke organisatie om daar adequaat op in te spelen.
Voor die nieuwe samenwerkingsvormen, in de verbinding met de actieve al dan niet georganiseerde
bewoners in onze dorpen, overheids- en burgerparticipatie, vormt het vertrouwen over en weer een
belangrijke basis voor succes. Daarin speelt de dorpencoördinator een rol van betekenis en vormt deze een belangrijke voorwaarde om goed in te kunnen blijven spelen op nieuwe ontwikkelingen.
Wat gaan we ervoor doen
Het beleid ten aanzien van de dorpen is gericht op heldere communicatie tussen gemeente en
vertegenwoordigende instanties in de dorpen en een pragmatische aanpak.
•
•
•
•
•
•
•
•
De structurele contacten met dorps- en wijkvertegenwoordigers, op zowel project- als bestuurlijk
niveau, vormen een belangrijke basis voor ons dorpenbeleid.
Het combineren van nieuwe initiatieven met bestaande/geplande werkzaamheden (werk-metwerk- maken) blijft een belangrijk uitgangspunt in de samenwerking met de dorpen. Daar waar
mogelijk proberen we mee te liften, gebruik te maken van subsidies en fondsen en bestaande
netwerken om initiatieven van onder op te faciliteren en zo inhoud te geven aan overheidsparticipatie. Dit geldt voor zowel initiatieven in de fysieke als sociale infrastructuur.
Het dorpenfonds speelt in 2017 en 2018 in op de verschuivende prioriteiten in onze dorpen en
wijken en fungeert als duwtje in de rug om projecten die bijdragen aan het versterken van de sociale infrastructuur, van de grond te krijgen.
Het reguliere dorpenbudget is een belangrijk hulpmiddel in de faciliterende rol van de dorpencoördinator. Het wordt ingezet als Haarlemmerolie om haperende processen vlot te trekken. Als
goede ideeën tussen de wal en het schip dreigen te geraken, kunnen we met de inzet van het
dorpenbudget alsnog tot een snelle oplossing komen.
De ervaringen en het netwerk van de dorpencoördinator worden ingezet ten behoeve van projecten in Noordwolde en Wolvega. Voor zowel de vakafdelingen als externe partners vervult de
dorpencoördinator een laagdrempelige klankbordfunctie voor nieuw beleid- en/of vraagstukken.
In 2017 zal de dorpencoördinator als aanspreekpunt fungeren voor het Iepen Mienskipsfûns van
de provincie Fryslân, zodat wij zicht houden op de aanvragen, deze eventueel van advies kunnen
voorzien of op andere wijze er op in kunnen spelen.
Ook in 2017 zal het project om te komen tot gemeente dekkend snel internet een item zijn in het
overleg tussen het gemeentebestuur en de dorpen.
Door de intensievere samenwerking tussen de dorpen, zal de Vereniging Kleine Dorpen (VKD)
een belangrijke rol blijven spelen in het stroomlijnen van de contacten tussen gemeente en samenwerkingsverbanden. De bestaande korte lijnen met en ondersteuning van de VKD vinden we
belangrijk en zullen we voortzetten.
Modernisering dienstverlening.
Ontwikkelingen
• Rapportage rekenkamercommissie Weststellingwerf 2016 “Beloofd is Beloofd”.
U hebt zich op 13 juni 2016 per amendement uitgesproken over de aanbevelingen die de commissie had aangereikt. Uw opdracht aan u zelf en aan ons college was drieledig:
1. Onderzoek of het nakomen van toezeggingen” onderdeel kan zijn/worden van de bestaande
klanttevredenheidsonderzoeken. Wij hebben u daarover gerapporteerd en in het onderzoek
naar klanttevredenheid in 2017 zal dit punt specifiek in het onderzoek worden meegenomen.
2. Beleidsindicatoren over dienstverlening bepalen en vaststellen in de programmabegroting
2017. De beleidsindicatoren die gehanteerd mogen worden zijn wettelijk verplicht voorgeschreven. Daaraan voldoet onze programmabegroting 2017.
Meerjarenbegroting 2017-2020
21
3. Monitoren op de resultaten van de beleidsindicatoren en daarover de voortgang en de verantwoording te rapporteren in de jaarrekening. Uiteraard zal hieraan worden voldaan.
•
Overheidsprogramma Digitalisering.
Hierin wordt gesproken over een compacte, efficiënte overheid met hoogwaardige dienstverlening.
Digitaal 2017 richt zich op verhoging van de kwaliteit van de overheidsdienstverlening voor inwoners en bedrijven. Digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet.
Wat willen wij bereiken
In 2017 een bevestiging van de hoge tevredenheid van onze inwoners en bedrijven over de dienstverlening. Daarnaast het vergroten van het gebruik van de digitale diensten door onze inwoners. Om dit
doel te realiseren is verdere digitalisering een vereiste en zal het digitale kanaal uitgroeien tot het
voorkeurskanaal.
Wat doen wij ervoor
Wij doen mee aan een landelijke benchmark voor de dienstverlening. Aan de hand van managementrapportages en de resultaten van de benchmark voor de dienstverlening zal gekeken worden naar de
kwaliteit en het behandelproces. Indien nodig zal deze worden aangepast. Kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) worden opnieuw vastgesteld. Wij houden nieuwe ontwikkelingen bij en onderhouden nauwe contacten in verband met implementatie en beheer van Informatie- en Communicatie Technologie
(ICT). Digitaliseren van formulieren, welke door de inwoners en bedrijven gebruikt kunnen worden.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Aantal
Peiljaar
Formatie
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
9,24
2017
Fte per 1.000 inwoners
10,2
2016
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
707
2017
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
1,4
€ 200.000
2017
12
2017
Overhead
Bron: eigen gegevens
% van totale lasten
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Bestuur
Burgerzaken
Totaal Lasten
1.251
880
2.131
1.187
876
2.063
1.181
933
2.114
1.181
941
2.122
Baten
Bestuur
Burgerzaken
Totaal Baten
51
321
372
321
321
321
321
321
321
- 1.759
- 1.742
- 1.793
- 1.801
Mutatie reserves
Onttrekkingen
10
-
-
-
Totaal van Lasten en Baten
10
-
-
-
- 1.749
- 1.742
- 1.793
- 1.801
0 Bestuur en ondersteuning
Totaal van Lasten en Baten
Resultaat
Meerjarenbegroting 2017-2020
22
Algemeen
Toelichting
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
onder het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Bestuur
Een verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan dit taakveld
(€ 123.000). Verder zijn de vergoedingen voor het college en de raad op grond van wettelijke voorschriften per saldo met € 65.000 toegenomen.
Burgerzaken
Een verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan dit taakveld
(€ 668.000).
Baten
Voor de baten zijn er geen verschillen ten opzichte van vorige begroting.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
Bestuur
Voor de OWO-rekenkamer is voor de jaren 2015-2017 extra budget beschikbaar. Vanaf 2018 is er
geen extra budget opgenomen.
Burgerzaken
Nagenoeg geen verschillen.
Baten
Bestuur
De bijdrage van de gemeenten Ooststellingwerf en Opsterland voor de gezamenlijke rekenkamer
loopt tot 2018.
Mutaties reserves
De onttrekking betreft een bijdrage uit de algemene reserve voor overheidsparticipatie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
23
Programma 1. Veiligheid
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Van Klaveren
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Het programma Veiligheid omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
Regionaal risicoprofiel
Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing
Nota Integraal Veiligheidsbeleid Weststellingwerf
Nota Regionaal beleidsplan veiligheid Noord Nederland
Beleidsplan brandweerzorg
Beleidsplan preventie en handhaving Drank- en Horecawet
Vastgesteld
2015
2015
2012
2015
2015
2014
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Onze gemeente zet in op het betrekken van inwoners bij de uitvoering van veiligheidsbeleid. De gemeente neemt hierin vooral een stimulerende en faciliterende rol in richting de inwoners, met daarbij
aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Binnen dit kader blijven wij inzetten op
het behoud van het veiligheidsniveau in de gemeente. De prioriteiten voor het product Integrale Veiligheid zijn door de raad bepaald via de Nota Integraal Veiligheidsbeleid 2012-2015 en worden door
de raad bijgesteld tot 2018. Vanaf 2018 sluiten we aan bij de cyclus van onze buurgemeenten alsook
bij het vaststellen van het beleidsplan Integrale Veiligheid Noord Nederland. In dit plan staan de gezamenlijke speerpunten van alle noordelijke gemeenten, het openbaar ministerie en de politie.
Ontwikkelingen 2017
• In 2017 wordt verder ingezet op de ketensamenwerking met gemeentelijke gebiedsteams en het
sociaal team.
• Uitvoering van het nog bij te stellen jaarplan Nota Integraal Veiligheidsbeleid 2016-2018.
• De brandweer zet in op het optimaliseren van de repressieve slagkracht en paraatheid in Fryslân
en het verhogen van het brandveiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in de Friese samenleving.
• De gemeentelijke crisisbeheersing is kwalitatief en kwantitatief op orde; in 2017 wordt de samenwerking in ons cluster Zuidoost, waar ook Heerenveen en Ooststellingwerf deel van uitmaken,
verder ingedikt waardoor we de efficiëntie en de kwaliteit kunnen verhogen.
DOELSTELLING
De gemeente Weststellingwerf is een veilige samenleving.
Integrale veiligheid en andere maatregelen Openbare Orde en Veiligheid.
Speerpunt 1: Sociale kwaliteit woon- en leefomgeving
Wat willen wij bereiken
Een vermindering van de casuïstiek in het sociaal team ten opzichte van 2013 en een vermindering
van het aantal meldingen burengerucht ook ten opzichte van 2013.
Meerjarenbegroting 2017-2020
24
Wat doen wij ervoor
• Regierol pakken bij complexe en risicovolle (zorg)casuïstiek en zorgen voor een goed geëquipeerd sociaal team.
• Samenwerking met het veiligheidshuis.
• Zelfredzaamheid en burgerparticipatie projecten met burenruzies, verkeer en woninginbraak in de
eigen woon- en leefomgeving voortzetten.
• Inzetten van mediation bij ernstige burenruzies.
BELEIDSINDICATOREN
Lokale beleidsindicator
Eenheid
2013
2014
Burenruzies voorgelegd aan mediator
Aantal
4
2
-
Geregistreerde meldingen over burengerucht
Aantal
97
129
106
Meldingen van overspannen/gestoorde personen
Aantal
109
154
232
Behandelde casussen door sociaal Team
Nazorg ex-gedetineerden trajecten
Aantal
Aantal
171
25
195
23
203
30
Aantal
2
4
4
Aantal
310
420
459
waarvan begeleiding door sociaal Team exgedetineerden
Incidenten overlast
2015
Speerpunt 2: Objectieve veiligheid/veelvoorkomende criminaliteit
Wat willen wij bereiken
Het aantal aangiften uit 2013 voor de misdrijven met grote impact (high impact crimes) stabiliseren
voor woninginbraak, geweldsdelicten en bedreiging.
Wat doen wij ervoor
• Jaarlijkse bewustwording, campagnes met ketenpartners om de bewustwording van risico’s en eigen verantwoordelijkheid voor voorkoming van onder andere woninginbraken te stimuleren.
• Aansluiten bij (landelijke) campagnes tegen geweldsmisdrijven.
• Toepassen maatregelen uit de Wet tijdelijk Huisverbod.
• Continueren buurt-/wijk appgroepen.
• Implementeren van het eind 2016 opgezette Digitaal Opkopers Register om de afzetmarkt voor
helers van woninginbraken te verminderen.
BELEIDSINDICATOREN
Lokale beleidsindicator
Eenheid
2013
2014
2015
Aangiftes woninginbraken
Aantal
104
69
72
Aangiftes inbraken in schuren/bijgebouwen
Aantal
58
34
43
Aangiftes mishandelingen
Aantal
51
46
44
Opgelegde huisverboden
Aantal
7
5
7
Incidenten vernieling cq. Zaakbeschadiging
Aantal
147
137
159
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Aantal
Peiljaar
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare
ruimte)
Aantal per 1.000 inwoners
6,3
2015
Diefstallen uit woning
Aantal per 1.000 inwoners
2,9
2015
Geweldsmisdrijven
Aantal per 1.000 inwoners
3,7
2015
Winkeldiefstallen
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Aantal per 1.000 inwoners
0,8
2015
Speerpunt 3: Criminele jeugd/individuele probleemjongeren
Wat willen wij bereiken
Het voorkomen en het aanpakken van hinderlijke-, overlastgevende- en criminele jeugdgroepen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
25
Wat doen wij ervoor
• Toepassen leidraad jongerenoverlast.
• Samen met de politie en jongerenwerk monitoren we de jeugdgroepen
• Aanpak sociaal team / jongeren op straat (JOS).
• Uitvoering geven aan het calamiteiten protocol jeugd 2016
BELEIDSINDICATOREN
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Verwijzigingen Halt
Aantal per 10.000 inwoners
Aantal
73,8
Peiljaar
2014
Harde kern jongeren
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Aantal per 10.000 inwoners
0,5
2014
Speerpunt 4: Verkeersveiligheid
Wat willen wij bereiken
Bewustwording bij verkeersdeelnemers verhogen van het te hard rijden en alcohol- en drugsgebruik in
het verkeer.
Wat doen wij ervoor
• Uitvoering geven aan het Manifest Verkeersveiligheid Fryslân dat betrekking heeft op het veld van
integrale veiligheid.
• Ondersteunen digitale buurttafels en verkeerswerkgroepen in samenwerking met Veilig Verkeer
Nederland.
BELEIDSINDICATOREN
Lokale beleidsindicator
Eenheid
Manifest Verkeersveiligheid*
VVN vrijwilligers acties op scholen ism scholen en
plaatselijke belangen/ verkeerswerkgroepen politie
Aantal
2013
2014
2015
12
11
15
* Zie ook programma 2.
Brandweer.
Speerpunt 5: Brandveiligheid
Wat willen wij bereiken
Door de Wet op de Veiligheidsregio’s worden de brandweertaken uitgevoerd door de Veiligheidsregio
Fryslân (VRF). Via het algemeen bestuur willen we invloed uitoefenen op de kwaliteit en de kosten
van brandweerzorg in onze gemeente. Verder steken we in op bewustwording van risico’s en eigen
verantwoordelijk bij brand.
Wat doen wij ervoor
Wij volgen de ontwikkelingen vanuit de Veiligheidsregio nauwlettend en brengen onze prioriteiten in.
In het kader van bewustwording voor onze inwoners doen wij aan informatieverstrekking en brandpreventie acties. Bijeenkomsten organiseren we samen met de brandweer.
Meerjarenbegroting 2017-2020
26
BELEIDSINDICATOREN
Lokale beleidsindicator
Eenheid
Controles op brandveiligheid bedrijven
Aantal
141
52
Voorlichtingen op scholen
Aantal
9
18
Oefeningen in de wijk
Aantal
Voorlichtingen na brand
Aantal
2013
2014
2015
2
Rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Wat willen wij bereiken
De gemeente heeft de planvorming geactualiseerd en het team bevolkingszorg is goed opgeleid en
beoefend. De samenwerking in het cluster (Heerenveen, Ooststellingwerf en Opsterland) wordt verder
ingedikt waardoor we de efficiëntie en kwaliteit van het team bevolkingszorg verder kunnen verhogen.
De gemeentelijke inzet richt zich op het vergroten van de bewustwording van risico’s op brand en de
eigen verantwoordelijkheid van inwoners voor preventie.
Wat doen wij ervoor
• Participeren en volgen van opleidingen, trainingen en oefeningen.
• De gemeente geeft invulling aan de regionale afspraken over de expertteams ten behoeve van de
crisisbeheersing (regionaal, sublokaal en lokaal) en voldoet aan de wettelijke opkomsttijden.
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
Totaal Lasten
1.256
201
1.457
1.274
201
1.476
1.288
201
1.489
1.302
201
1.503
Baten
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
Totaal Baten
1
70
71
1
70
71
1
70
71
1
70
71
Totaal Exploitatie
- 1.386
- 1.405
- 1.419
- 1.433
Resultaat
- 1.386
- 1.405
- 1.419
- 1.433
1 Veiligheid
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
onder het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Meerjarenbegroting 2017-2020
27
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Crisisbeheersing en brandweer
De bijdrage voor de Veiligheidsregio Friesland (VRF) neemt toe (€ 54.000). Een ander verschil betreft
de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan dit taakveld (€ 15.000).
Openbare orde en veiligheid
Het verschil ten opzichte van het vorige begrotingsjaar wordt veroorzaakt door de directe bedrijfsvoeringskosten (€ 135.000) die aan dit taakveld worden toegerekend.
Baten
Crisisbeheersing en brandweer
Niet van toepassing.
Openbare orde en veiligheid
Er is een verschil van € 36.500 in verband met een lagere raming van de legesopbrengst op grond
van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op basis van historische gegevens is gebleken dat
het geraamde bedrag niet haalbaar is.
Meerjarenbegroting 2017-2020
28
Programma 2. Verkeer, Vervoer en Waterstaat
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Jongebloed
Ruimte
Het programma Verkeer, Vervoer en Waterstaat omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Openbaar vervoer
Economische havens en waterwegen
Openbaar groen en (openlucht) recreatie (in de openbare ruimte)
Verkeer en vervoer
Recreatieve havens
Parkeren (geen lasten en baten)
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
Beleidsplan kwaliteitsambitie openbare ruimte 2012-2016
Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP 2000) inclusief de uitgevoerde evaluatie (2007)
Nota openbare verlichting
Landschapsbeleidsplan
Beleidsvisie versterking kernwinkelapparaat (MKB REVA rapport)
Ontwikkelagenda Versterking Economische Structuur
Structuurplan 2000-2015
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Verbetering aansluiting A32/Stellingenweg/Om den Noort
In de set aan afspraken die wij in het kader van het project Onderdoorgang met de provincie hebben
gemaakt is ook de realisatie van een bypass op de aansluiting Stellingenweg - Om den Noort en het
autoluw maken van de Lycklamaweg een onderdeel geweest. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving is er in 2016 financiering gevonden voor de uitvoering en is de opgave samen met de provincie
verder uitgewerkt. In dit kader is ook de gewenste uitbreiding van de carpoolplaats inclusief de realisatie van camperplaatsen meegenomen. Naar verwachting zal dit project in 2017 tot uitvoering komen.
Verbetering verkeersveiligheid en bereikbaarheid stationsomgeving Wolvega
In 2015 is door de provincie Fryslân een beschikking in het kader van de Brede Doeluitkering (BDU)
afgegeven. Hiermee worden de geplande werkzaamheden zoals het treffen van verkeersmaatregelen
bij de stationsomgeving en de spoorwegovergang Lycklamaweg uitgevoerd. In 2016 zijn de voorbereidingen gestart en de werkzaamheden zullen naar verwachting in 2017 worden afgerond.
Kwaliteit openbare ruimte
Zoals bekend staat er druk op de relatie tussen het door u vastgestelde kwaliteit/ambitie niveau openbare ruimte (onder andere bermen en sloten) en het hiervoor beschikbare budget. In 2017 komen wij
met nieuwe voorstellen betreffende de kwaliteitsambities openbare ruimte.
DOELSTELLINGEN
In 2017 zullen wij opnieuw de met u afgesproken onderhoudsniveaus voor de openbare ruimte
halen.
Wat willen wij bereiken
De kwaliteit van de openbare ruimte voldoet aan de met de raad afgesproken doelstellingen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
29
Wat doen wij ervoor
• Op basis van het vastgestelde beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte wordt de technische kwaliteit van de wegen vastgesteld door middel van inspecties. Op basis van deze inspectie
worden de onderhoudsprogramma’s vastgesteld.
• De technische staat (inrichting) van het groen zal middels renovatie- en herinrichtingprojecten op
de vastgestelde kwaliteit worden gebracht .
• Op basis van het vastgestelde beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte worden eens in de
vijf jaar de bruggen geïnspecteerd. Hierdoor is inzichtelijk wanneer welke bruggen onderhoud nodig hebben.
De weggebruikers moeten op een veilige manier hun bestemming kunnen bereiken en aan het
verkeer kunnen deelnemen.
Wat willen wij bereiken
Het bijdragen aan bewustwording van de weggebruikers met als resultaat een veilige deelname aan
het verkeer.
Wat doen wij ervoor
Het werkplan Permanente Verkeerseducatie Weststellingwerf wordt jaarlijks opgesteld om uitvoering
te geven aan het Manifest Verkeersveiligheid Fryslân. Voor de periode 2016-2020 ontvangen we
daartoe een bijdrage van de provincie Fryslân.
Een verbetering van de doorstroming op de ontsluitingsstructuur van Wolvega.
Wat willen wij bereiken
De doorstroming op de ontsluitingsstructuur van Wolvega moet in 2017 verbeterd zijn ten opzichte van
het peiljaar 2008 en de vervolgmeting in 2012. Dit laat zich zien door meer verkeer op de hoofdontsluitingsstructuur.
Wat doen wij ervoor
De stationsomgeving en de entrée van Wolvega via de Lycklamaweg wordt aangepakt. Dit om het
verkeer te stimuleren gebruik te maken van de hoofdstructuur.
Het herstellen en versterken van groenstructuren ter behoud van de herkenbaarheid van de
identiteit van het huidige kleinschalige landschap in Zuidoost Friesland.
Wat willen wij bereiken
Een groenstructuur die passend is bij de landschapskenmerken van onze gemeente.
Wat doen wij ervoor
Door het uitvoeren van het project: dorpen, landschap en biodiversiteit wordt het oorspronkelijk project
“dorpen in het groen” uitgevoerd. In de periode 2017- 2018 wordt het projectonderdeel ‘Oosterstreek
en deels buitengebied Noordwolde’ uitgevoerd.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig
Aantal
Peiljaar
%
6
2014
Overige vervoersongevallen met een gewonde fietser %
9
2014
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Meerjarenbegroting 2017-2020
30
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Openbaar vervoer
Economische havens en waterwegen
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Verkeer en vervoer
Recreatieve havens
Totaal Lasten
22
2
1.320
3.897
33
5.274
22
2
1.320
3.959
33
5.337
22
2
1.320
3.994
33
5.372
22
2
1.270
4.094
33
5.422
Baten
Openbaar vervoer
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Verkeer en vervoer
Totaal Baten
6
39
11
56
6
39
11
56
6
39
11
56
6
9
11
26
- 5.218
- 5.281
- 5.316
- 5.396
Mutatie reserves
Onttrekkingen
-
-
-
-
Totaal Mutatie reserves
-
-
-
-
- 5.218
- 5.281
- 5.316
- 5.396
2 Verkeer, vervoer en waterstaat
Totaal Exploitatie
Resultaat
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
onder het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Het belangrijkste verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan de taakvelden, in totaal € 1,6 miljoen. Voor onkruidbestrijding is € 50.000 structureel begroot op Verkeer en
Vervoer.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
Openbaar groen en openluchtrecreatie
In 2017 tot en met 2019 wordt een drietal projecten (dorpen, landschap en biodiversiteit) uitgevoerd.
De kosten hiervan bedragen € 50.000 per jaar.
Verkeer en vervoer
e
Vanaf 2019 zijn de lasten voor de 1 fase van het fietspad langs De Linde meegenomen (€ 96.000). Er
e
vanuit gaande dat deze fase eind 2018 gereed is. Met ingang van 2020 zijn de lasten van de 2 fase
e
geraamd (€ 64.000). De verwachting is dat de 2 fase eind 2019 is gerealiseerd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
31
Baten
Openbaar groen en openluchtrecreatie
In 2017 tot en met 2019 wordt een drietal projecten (dorpen, landschap en biodiversiteit) uitgevoerd.
Voor deze jaren wordt een jaarlijkse bijdrage van € 30.000 geraamd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
32
Programma 3. Economie
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Van Klaveren, Jongebloed, Kloosterman
Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Het programma Economie omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Economische ontwikkeling
Economische promotie
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Werfboek
Ontwikkelagenda Versterking Economische Structuur
Nota Grondbeleid
Structuurplan 2000-2015
Beleidsvisie versterking kernwinkelapparaat (MKB REVA rapport)
Plan van Aanpak Bestemming Noordwolde
Notitie verblijfsrecreatie
Evenementenbeleid
Coalitieakkoord 2014-2018 “samen werken aan Weststellingwerf”
Klimaatbeleidsplan 2010-2020
Zendmastenbeleid 2014
Wandel- en ruiterpadenplan 2014
Streekplan Fryslân ‘om de kwaliteit fan de romte’ en de provinciale Verordening ‘Romte’
Subsidieregeling Ondernemersfonds Weststellingwerf 2016
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Detailhandelvisie
Het centrum van Wolvega heeft meegedraaid in de pilot “de nieuwe winkelstraat” van de plaatselijke
bank. Vervolgens zijn er keukentafelgesprekken georganiseerd onder leiding van een aantal lokale
(oud)ondernemers. De uitkomsten moeten zoveel mogelijk worden omgezet in resultaten. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol. We handhaven ons beleid om het vestigen van winkels buiten het centrum zoveel mogelijk te beperken. Dit om leegstand in het centrum te voorkomen/beperken. Wij hebben regelmatig overleg met het bestuur van de WOW waarbij ook het functioneren van het winkelcentrum aan de orde komt.
Economische structuurversterking
Met de afronding van de herinrichting van de Grindweg en de onderdoorgang Om den Noort te Wolvega en het Manauplein en de Hoofdstraat-Oost te Noordwolde concluderen wij dat de fysieke infrastructuur “bij de tijd” is. De onderdoorgang heeft een positieve effect op de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen en het centrum van Wolvega.
Grondexploitatie bedrijventerreinen
De provincie Fryslân doet in samenwerking met andere gemeenten een onderzoek naar de behoefteraming van bedrijventerreinen in Friesland. De laatste vraagprognoses voor de bedrijventerreinen laten zien dat er na 2025 een afnemende behoefte is aan uitgeefbaar industrieterrein. Tevens is uit deze prognoses gebleken dat er kwantitatief feitelijk geen behoefte meer is aan nieuwe industrieterreinen. Per gemeente kan hierin wel verschil zitten. Ook de kwalitatieve vraag kan nog aanleiding geven
tot een uitbreiding van het aanbod van industrieterrein.
De grondexploitatie voor De Plantage heeft een looptijd tot 2025 en de grondexploitatie voor Uitbreiding Schipsloot heeft een looptijd tot 2030 en een verdere uitbreiding is door ons niet voorzien. Er is
Meerjarenbegroting 2017-2020
33
weer een aantrekkende economie merkbaar en dit blijkt uit de plannen van bedrijven voor nieuwbouw
of uitbreiding.
Ondernemersfonds
Per 1 januari 2016 is een Ondernemersfonds Weststellingwerf ingesteld. Dit fonds wordt gevoed op
basis van een gemeentelijke reclameverordening. Vanuit het fonds worden door de ondernemers verschillende activiteiten georganiseerd in het dorp en op het industrieterrein.
Markten
Na onderzoek is besloten om geen verdere stappen te ondernemen tot een privatisering van de markten. In overleg met de marktkooplieden is afgesproken te bezien in hoeverre de tariefstelling kan worden aangepast waarbij wordt toegewerkt naar een kostendekkende situatie.
DOELSTELLINGEN
Versterken van de economische structuur.
Wat willen we bereiken
De basis voor economische ontwikkelingen verbeteren. Meer mogelijkheden bieden tot het ontplooien
van economische activiteiten en het creëren van werkgelegenheid.
Wat doen we daarvoor
• Via het platform recreatie en toerisme in overleg met de sector onderzoeken waar mogelijkheden
liggen tot verbreding en/of economische structuurversterking van bestaande toeristische activiteiten.
• Nieuwe ontwikkelingen oppakken door middel van een ruimtelijk beleid dat mogelijkheden biedt
om snel in te spelen op nieuwe kansen.
Contacten met het bedrijfsleven.
Wat willen we bereiken
Een laagdrempelige bereikbaarheid voor een goede service aan het bedrijfsleven.
Wat doen we daarvoor
• Voor enkele specifieke bedrijven een gemeentelijk accounthouder aanwijzen;
• Regelmatig bedrijfsbezoeken afleggen;
• Netwerkbijeenkomsten bezoeken;
• Initiatief nemen tot en/of meedraaien in projecten waarbij de onderlinge band met het bedrijfsleven
wordt versterkt, zoals bijvoorbeeld het koplopers project.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Aantal
Peiljaar
Functiemenging
%
43,4
2015
Bruto Gemeentelijk Product
Verhouding tussen verwacht en gemeten
product
93,0
2013
Vestigingen (van bedrijven)
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van
15 t/m 64 jaar
159,8
2015
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Meerjarenbegroting 2017-2020
34
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Economische ontwikkeling
Economische promotie
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Totaal Lasten
55
59
51
509
673
55
58
51
311
476
55
58
51
231
396
55
58
51
318
482
Baten
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Totaal Baten
18
509
526
18
311
329
18
231
249
18
318
336
Totaal Exploitatie
- 147
- 147
- 147
- 147
Resultaat
- 147
- 147
- 147
- 147
3 Economie
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Een verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan de taakvelden (in totaal
€ 146.000).
Voor de grondexploitaties zijn met ingang van dit begrotingsjaar twee taakvelden ingesteld. De kosten
van de grondexploitatie van bedrijventerreinen (vallend onder het taakveld fysieke bedrijfsinfrastructuur) staan met ingang van 2017 verantwoord op programma 3 (in plaats van programma 8).
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten en baten
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Bij de jaarrekening 2015 zijn de grondexploitaties van de bedrijventerreinen geactualiseerd. Deze actuele cijfers zijn meegenomen in deze programmabegroting. De mutaties op de grondexploitaties worden verrekend met de boekwaarden.
Meerjarenbegroting 2017-2020
35
Programma 4. Onderwijs
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Kloosterman
Sociaal domein
Het programma onderwijs omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Onderwijshuisvesting
Openbaar basisonderwijs
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
Notitie Brede Schoolontwikkeling
Integraal Huisvesting Plan (IHP)
Nota Visie Toekomt Basisonderwijs Weststellingwerf
OWO-visie op de drie decentralisaties
Verordening leerlingenvervoer
Verordening Voorziening huisvesting Onderwijs
Beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs
Vastgesteld
maart 2005
2012
2013
2013
juni 2014
2015
2015
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Integrale basisvoorziening voor kinderen van 0-12 jaar
Het kabinet heeft in het Regeerakkoord het voornemen geformuleerd om de onderlinge afstemming,
de doorgaande lijn en het pedagogisch aanbod van onderwijs, peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en
voor- en vroegschoolse educatie te optimaliseren. In het kader hiervan zijn door de ministeries Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) al verschillende
maatregelen genomen en zijn enkele wetsartikelen aangepast.
Verbeteren kwaliteit voorschoolse voorzieningen
Eén van de maatregelen om te komen tot integrale basisvoorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar is
het verstevigen van de kwaliteit van peuterspeelzalen. Het peuterspeelzaalwerk is tot nu toe afhankelijk van de gemeentelijke subsidie en de ouderbijdragen. Met ingang van 2016 (bron: meicirculaire
2016) ontvangen gemeenten een decentralisatie-uitkering voorschoolse voorziening van het rijk. Deze
structurele uitkering draagt bij aan de mogelijkheid voor peuters om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Gemeenten dienen zich actief in te zetten om voldoende kwalitatief aanbod te realiseren
voor peuters.
Voor Weststellingwerf is het noodzakelijk om naast de structurele subsidie peuterspeelzaalwerk de
decentralisatie-uitkering structureel en volledig in te zetten voor het kwalitatief verbeteren van peuterspeelzaalwerk. Dit is noodzakelijk om vanaf 2018 te voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang en Kwaliteit Peuterspeelzalen. De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen
loopt vanaf 2016 per jaar op. In 2019 moet dan ook op basis van een evaluatie worden bepaald of de
subsidie peuterspeelzaalwerk inclusief decentralisatie-uitkering bijgesteld moet worden.
Het rijk is voornemens voorwaarden te stellen aan de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen met
een Voor- en Vroegschools Educatief (VVE) aanbod. Een van de voorwaarden betreft de eis dat de
pedagogisch medewerkers taalniveau 3F (Havo of MBO 4) hebben. In 2017 ontvangen gemeenten
extra middelen om de pedagogisch medewerkers van VVE-locaties te scholen en toetsen. In overleg
met de voorschoolse voorzieningen zal in 2017 een plan van aanpak worden opgesteld en uitgevoerd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
36
Harmonisatie voorschoolse voorzieningen
Eind 2015 werd duidelijk dat de harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang stapsgewijs
wordt ingevoerd en uiterlijk op 1 januari 2018 dan wel in 2018 gerealiseerd zal zijn. Er zal dan sprake
zijn van een open markt waarbij ouders kunnen kiezen uit verschillende vormen van opvang. De peuterspeelzaal zoals we die nu nog kennen is dan, qua aanbod, een vorm van kinderopvang. Niet alleen
Doomijn zal een aanbod peuterspeelzaalwerk bieden, ook andere (kinderopvang-)organisaties mogen
dit met ingang van 2018 bieden. Om organisaties de kans te geven zich goed voor te bereiden en ouders te laten wennen aan deze nieuwe situatie is al in 2016 gestart. In 2017 zal dit verder worden uitgebreid en zullen de subsidieregels peuterspeelzaalwerk worden aangepast aan de beoogde situatie
ingaande 2018.
Taalnetwerk
Vanuit verschillende beleidsvelden is de aandacht voor beheersing van de Nederlandse taal de laatste jaren flink toegenomen. Taal is de sleutel naar het leven, naar zelfontplooiing, participatie en werk.
Het is bepalend voor gezondheid, welbevinden en welzijn. Omdat er zoveel organisaties (formeel en
informeel) actief zijn op het gebied van het aanbieden van Nederlandse taal is het wenselijk om in
2017 de gemeentelijke regierol te versterken en een taalnetwerk te ontplooien.
Onderwijsachterstandenbeleid (OAB)
De indicatoren voor het bepalen van de specifieke uitkering OAB dateren uit 2009. Het rijk heeft aangekondigd de indicatoren te willen wijzigen zodat er een evenredige verdeling ontstaat van de specifieke uitkering. Het CBS onderzoekt de invloed van de verschillende indicatoren die nu worden gebruikt. In 2017 worden nieuwe indicatoren vastgesteld die vanaf 2018 worden toegepast. In afwachting van deze wijziging, en het feit dat er in 2017 minder leerlingen zijn dan in 2009, is er in 2017 een
ramingsbijstelling van 2,8% voor alle gemeenten. Voor Weststellingwerf betekent dit een geringe verlaging. Vanaf 2018 zullen de nieuwe indicatoren bepalend zijn voor de specifieke uitkering OAB.
Voor leerlingen basisonderwijs in Weststellingwerf is het budget onderwijsbegeleiding beschikbaar. Dit
budget wordt in principe in gezet voor specialistisch onderzoek van leerlingen met een zorgbehoefte.
Met de komst van passend onderwijs is dit anders georganiseerd. In 2016 is het budget nog ingezet
voor de taalklas Primair Onderwijs (onderwijsbegeleiding anderstalige basisschoolleerlingen). Het is
noodzakelijk om het budget onderwijsbegeleiding toe te voegen aan onderwijsachterstandenbeleid en
in te zetten voor doeleinden waarin het rijk niet voorziet maar die lokaal wel noodzakelijk zijn.
Uitwerking Visie Toekomst basisonderwijs Weststellingwerf
In 2015 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van de uitwerkingsnotitie Toekomst basisonderwijs
van de Stichting openbaar basisonderwijs Comperio. In 2017 zal een aantal concrete situaties rondom
het fuseren en opheffen van kleine basisscholen aan de orde zijn. In eerste instantie is dit een schoolbestuurlijke verantwoordelijkheid. Gezien de gevolgen voor het onderwijsaanbod en vrijkomende gebouwen voert de gemeente regelmatig overleg met Comprix (de Stichting Comperio en de Stichting
PRIMO zijn gefuseerd tot de Stichting Comprix).
DOELSTELLINGEN
Goede schoolloopbaan voor iedereen: zoveel mogelijk leerlingen en cursisten hebben een
doorlopende schoolloopbaan.
Wat willen wij bereiken
• We vinden het belangrijk dat iedere Weststellingwerfse leerling in en rondom het onderwijs optimale kansen heeft om zijn talenten te ontwikkelen.
• Alle Weststellingwerfse leerlingen beschikken over een startkwalificatie (naar vermogen) zodat ze
zijn toegerust voor vervolgonderwijs en/of de arbeidsmarkt.
• Kwalitatief goed onderwijs.
• Alle inwoners van Weststellingwerf beheersen de Nederlandse taal, hebben een startkwalificatie
en zijn goed (naar vermogen) opgeleid.
• Goede bereikbaarheid van onderwijsvoorzieningen buiten de gemeente als leerlingen hier door
persoonlijke omstandigheden op aangewezen zijn.
Onderwijs en werk vormen de basis voor alle inwoners van Weststellingwerf om zich te ontwikkelen
en naar vermogen deel te nemen aan de samenleving. Dit begint thuis, op voorschoolse voorzieninMeerjarenbegroting 2017-2020
37
gen en op school. Voorschoolse voorzieningen en de scholen spelen een belangrijke rol in de verbetering van kansen voor iedereen om talenten te ontwikkelen.
Wat doen wij ervoor
Aan inwoners van Weststellingwerf worden kwalitatief goede onderwijsprogramma’s geboden
Vanuit verschillende beleidsvelden is de aandacht voor beheersing van de Nederlandse taal de laatste
jaren flink toegenomen. Taal is de sleutel naar het leven, naar zelfontplooiing, participatie en werk. Het
is bepalend voor gezondheid, welbevinden en welzijn.
Voorschoolse voorzieningen
Om het taalniveau van onze inwoners te verrijken is het wenselijk dat alle peuters een voorschoolse
voorziening bezoeken. Dit draagt niet alleen bij aan de taalontwikkeling maar aan de algehele ontwikkeling, de schoolloopbaan en uiteindelijke participatie (samenleving en arbeid). In 2017 wordt daarom
extra ingezet op de toeleiding naar voorschoolse voorzieningen.
Vanuit Onderwijsachterstandenbeleid is er een Voor- en Vroegschools Educatief (VVE) aanbod voor
peuters met een taalachterstand. In Weststellingwerf is er op alle voorschoolse voorzieningen een rijk
taalaanbod volgens het pedagogisch programma Piramide. Op drie peuterspeelzalen kunnen peuters
met een VVE-indicatie 4 dagdelen naar de peuterspeelzaal. In 2017 zal in overleg met de voorschoolse voorzieningen worden bekeken of het mogelijk is op alle voorschoolse locaties een VVE-aanbod te
realiseren dat voldoet aan de Wet OAB.
Taalklas Primair Onderwijs
Voor anderstalige basisschoolleerlingen is er sinds 2016 een Taalklas. In de taalklas krijgen leerlingen
met een grote taalachterstand een jaar lang intensief taalonderwijs. Daarna vervolgen ze hun schoolcarrière op de basisschool naar keuze. De taalklas betreft een samenwerking tussen verschillende
schoolbesturen in Weststellingwerf en is ontstaan om een specifieke doelgroep kwalitatief en efficiënter te kunnen bedienen. Door het aantal anderstalige leerlingen kwamen basisscholen niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging. Het rijk wil toe naar maatwerk en onderzoekt mogelijkheden die in
2017 wellicht gunstig uitpakken voor basisscholen in Weststellingwerf.
Schakelklas Voortgezet Onderwijs
Voor leerlingen van het Voortgezet Onderwijs is al enige jaren sprake van een Internationale Schakelklas. Leerlingen vanuit Weststellingwerf kunnen hiervoor naar Drachten of Leeuwarden.
Volwasseneneducatie, onderdeel van de Wet Participatie, biedt een aanbod voor Nederlandse geletterdheid: luisteren, spreken, lezen, schrijven, ‘gecijferdheid’ en het gebruik van alledaagse informatie
en communicatietechnologie (ICT). Educatie is vooral bedoeld voor anderstaligen (niet-verplichte inburgeraars), analfabeten, laaggeletterden of inwoners die hun taalniveau willen verbeteren.
Leeuwarden is sinds 2015 contactgemeente voor alle Friese gemeenten. Daarnaast is er sprake van
een gedwongen winkelnering bij ROC Friesland College die stapsgewijs wordt afgebouwd. Door samen te werken met de andere Friese gemeenten wordt getracht een breder aanbod en meer mogelijkheden te creëren. Dit heeft soms tot gevolg dat inwoners van Weststellingwerf moeten reizen naar
bijvoorbeeld Heerenveen of Drachten.
In 2017 zal vanuit het rijk een landelijke evaluatie plaatsvinden met betrekking tot de uitvoering van
educatie. De resultaten van dit onderzoek kunnen leiden tot het anders positioneren en organiseren
van educatie. In 2017 zullen de gemeente, onderwijs, bibliotheek, welzijnsorganisaties/vrijwilligers
verder werken aan het verstevigen van het (Nederlands) taalaanbod. Kwaliteit, efficiency en huisnabij
zijn daarbij de kernpunten. Ook voor verplichte inburgeraars is sinds 2016 een Nederlands taalaanbod
in Weststellingwerf. Inburgeraars mogen zelf bepalen bij welke organisatie zij het taaltraject inkopen.
Het Friesland College en Vluchtelingenwerk hebben een aanbod in Weststellingwerf.
Toerusten van leerlingen in hun schoolloopbaan en ontwikkeling van hun talenten in en om de school
We richten onze inzet op het versterken van kwaliteit van scholen, goede zorg en een breed ontwikkelingsaanbod. We dringen het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters terug door een combinatie van
maatregelen gericht op de aanpak van schoolverzuim, het versterken van de zorgstructuur in/rond basisonderwijs, het Voortgezet Onderwijs (VO) en het Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) en het bevorderen van effectieve loopbaanoriëntatie van leerlingen in het VO en MBO. We stimuleren de samenwerking tussen scholen, voorschoolse voorzieningen en preventieve zorgaanbieders. Deze saMeerjarenbegroting 2017-2020
38
menwerking vormt de basis voor de zorg in en om de scholen en in sommige wijken/dorpen de basis
voor de brede school.
Onderwijsbegeleiding
Voor leerlingen basisonderwijs in Weststellingwerf is het budget onderwijsbegeleiding beschikbaar.
Tot 2015 werd het budget ingezet voor consultatie en diagnostiek waarmee zorgleerlingen sneller de
juiste onderwijs- en/of zorgroute kon worden geboden. In 2016 is het budget ingezet voor de taalklas
waardoor anderstalige leerlingen sneller de Nederlandse taal beheersen en regulier onderwijsaanbod
konden volgen.
Leerlingenvervoer
Het recht op leerlingenvervoer is in de wet vastgelegd. In 2014 is de verordening leerlingenvervoer
herzien en vastgesteld door de raad. De wijzigingen zijn een gevolg van de wet Passend Onderwijs.
Daarnaast is getracht de verordening te vereenvoudigen. Op basis van de verordening kunnen ouders
van leerlingen die vanwege een zorgbehoefte een speciale school bezoeken, eventueel aanspraak
maken op een voorziening leerlingenvervoer. Uitgangspunt is dat leerlingen zo zelfstandig mogelijk
reizen, daar waar het kan maken ze gebruik van openbaar vervoer.
In 2016 is gestart met een nieuwe werkwijze voor aangepast leerlingenvervoer. Niet de gemeente regelt het aangepast vervoer maar ouders kunnen, op basis van een budget (reisafstand en bepalingen
verordening), zelf een keuze maken uit taxivervoerders die voldoen aan het TXkeurmerk. Deze werkwijze wordt ook in Opsterland en Ooststellingwerf toegepast. In het derde kwartaal van 2017 worden
de eerste (financiële) resultaten zichtbaar.
Wetgeving die van toepassing is op de genoemde activiteiten:
• Leerplichtwet.
• Wet leerlingenvervoer.
• Wet kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen.
• Wet onderwijsachterstandenbeleid.
• Wet OKE.
• Wet Primair Onderwijs.
• Wet Voortgezet Onderwijs.
• Wet Participatiebudget/Educatie.
Verzameltabel gegevens voorschoolse voorzieningen en onderwijs
Omschrijving
Eenheid
2012
werkelijk
2013
werkelijk
2014
werkelijk
2015
2016
2017
werkelijk prognose prognose
32
32
32
32
32
32
250
Kindplaatsen Voor-en Vroegschoolse
Educatie
Deelnemers peuterspeelzalen
Aantal
261
292
257
250
250
Deelnemers kinderdagverblijven
Aantal
332
267
275
250
250
250
Leerlingen basisonderwijs
Aantal
2.317
2.223
2.197
2.150
2.032
2.020
Leerlingen voortgezet onderwijs
Aantal
1.591
1.693
1.675
1.655
1.640
1.620
Deelnemers Educatietrajecten
Aantal
65
50
50
50
50
50
Aantal
Kinderopvang
Aantal
8
9
10
10
10
10
Peuterspeelzalen
Aantal
10
10
10
10
10
10
Scholen Primair Onderwijs
Aantal
24
24
23
22
22
22
Scholen Voortgezet Onderwijs
Aantal
2
2
2
2
2
2
Brede scholen
Aantal
7
7
7
6
6
6
Meerjarenbegroting 2017-2020
39
Kwalitatief goed en gevarieerd aanbod onderwijshuisvesting.
Wat willen wij bereiken
• Kwalitatief verantwoord scholenbestand en een evenwichtige spreiding over de gemeente.
• Keuzevrijheid voor ouders uit diverse denominaties en onderwijsconcepten, daarnaast is er een
passend aanbod voor iedere leerling.
Sinds 1 januari 2015 is de Wet op het Primair Onderwijs gewijzigd en daarmee ook de Verordening
Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de vergoedingen die de gemeente krijgt
van de schoolbesturen waarvan basisscholen gehuisvest zijn in brede scholen en multifunctionele accommodaties. De budgetten zijn hier al eerder (kadernota 2016) op aangepast.
Sinds 1 januari 2015 kunnen schoolbesturen alleen voor nieuwbouw, uitbreiding en aanpassingen ten
gevolge van constructiefouten aanvragen indienen bij de gemeente op basis van de Verordening
Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Voor groot buitenonderhoud aan een gymzaal, waarvan het
schoolbestuur eigenaar is, kan het schoolbestuur een aanvraag indienen op basis van de Beleidsregel
bekostiging lokalen bewegingsonderwijs.
Voor 2017 zijn de volgende aanvragen ingediend:
Schoolbestuur
Comprix
School
OBS de Heidepolle
Comprix
Bisschop Möller Stichting
Stichting Matthijsje
OBS de Heidepolle
RKBS Franciscus
Matthijsje
Aanvraag
Permanente uitbreiding in verband met stijgend leerlingenaantallen
1e inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
1e inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
Vervangen kozijnen gymzaal
Bovenstaande aanvragen zijn beoordeeld op noodzaak en de benodigde middelen zijn in deze begroting opgenomen.
Gymonderwijs wordt gegeven in gymnastiekzalen en sporthallen. De gymnastiekzalen en sporthallen
zijn in gemeentelijk beheer, met uitzondering van gymzaal Matthijsje te Oosterstreek en sporthal de
Schakel te Munnekeburen. De gemeente draagt zorg voor deugdelijke en veilige gymnastiekmaterialen ten behoeve van schoolgym in de gemeentelijke gymnastiekzalen en sporthallen. De gymnastiekzalen zijn allemaal eind zeventiger-jaren gebouwd. Het groot gymmateriaal zoals ringen en
klimtouwen zijn toen ook aangebracht en zijn in de komende jaren gefaseerd aan vervanging toe.
We hebben een beperkte invloed op de, vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijke, subdoelstelling
om keuzevrijheid van onderwijs na te streven voor ouders. Hierin zijn de schoolbesturen vrij in handelen, zij hebben de regie en het initiatief. Wij bewaken en signaleren.
Voor het basisonderwijs vinden we het belangrijk dat er keuze is in openbaar en bijzonder onderwijs
en in de onderwijssoort. Ook voor het voortgezet onderwijs kijken we naar variatie en breedte van het
aanbod in de gemeente. Doel is een passend aanbod voor iedere leerling binnen Weststellingwerf dan
wel in de regio van Weststellingwerf. Door de inzet van leerlingenvervoer zijn kinderen in staat het onderwijs van hun keuze en/of met het juiste niveau te volgen binnen Weststellingwerf dan wel in de regio van Weststellingwerf.
Wat doen wij ervoor
Versterken van de educatieve infrastructuur waarbij sprake is van een evenwichtige spreiding over de
gemeente
Wij geven uitvoering aan de verordening ‘Voorziening Huisvesting Onderwijs’ via de jaarlijkse vaststelling van programma en overzicht van aangevraagde voorzieningen onderwijshuisvesting. We voeren regie op de uitvoering van de jaarlijks te realiseren concrete huisvestingsvoorzieningen. Daarnaast
hebben we gestructureerd op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met schoolbesturen. Regelmatig hebben we overleg met gebruikers van brede scholen en multifunctionele centra.
Brede scholen, Multifunctionele accommodaties en Integrale Kindcentra
In Weststellingwerf kennen we brede scholen. Dit is een gebouw waarin een school is gehuisvest samen met andere kindvoorzieningen zoals kinderopvang en peuterspeelzaal. In de brede school wordt
Meerjarenbegroting 2017-2020
40
op basis van één pedagogisch beleidsplan samengewerkt. Er zijn ook Multifunctionele Accommodaties. Dit betreft een gebouw waarbij een basisschool is gehuisvest met andere voorzieningen (niet
zijnde kindvoorzieningen) en waar geen sprake is van één pedagogisch uitgangspunt.
Landelijk gezien is er een trend waarneembaar waarbij brede scholen doorontwikkelen naar een integraal kindcentrum. In deze situatie heeft één van de besturen de dagelijkse leiding over alle kindvoorzieningen en het aanbod in het gebouw. Dit principe wordt in 2017 door enkele schoolbesturen in
het Primair Onderwijs in Weststellingwerf verder uitgewerkt.
Enkele basisscholen hebben te maken met leegstand als gevolg van een dalend aantal leerlingen. Als
het toekomstperspectief van de school het toelaat is het wenselijk om in de leegstaande lokalen voorschoolse voorzieningen te huisvesten. Dit clusteren van voorzieningen geeft invulling aan rijksbeleid,
namelijk de ontwikkeling van integrale basisvoorzieningen voor 0-12 jaar. Deze voorzieningen hebben
een regiofunctie en bedienen meerdere dorpen/wijken.
Het huisvesten van voorschoolse voorzieningen in een schoolgebouw vraagt echter wel om een investering om in- en uitpandige aanpassingen aan gebouw en of terrein te kunnen bekostigen.
Verzorgen van leerlingenvervoer naar scholen
Het recht op leerlingenvervoer is in de wet vastgelegd. Binnen het kader van de wet en de (gemeentelijke) verordening Leerlingenvervoer wordt het leerlingenvervoer uitgevoerd.
Tabel “deelnemers aangepast leerlingenvervoer”.
Omschrijving
Eenheid
Leerlingen
Aantal
2012
werkelijk
2013
werkelijk
2014
werkelijk
120
120
120
2015
2016
2017
werkelijk prognose prognose
109
105
100
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
-
2014
Relatief verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
19,0
2014
% deelnemers aan het VO en MBO-onderwijs
2,8
2012
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie
(vsv-ers)
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Meerjarenbegroting 2017-2020
Aantal
Peiljaar
41
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Onderwijshuisvesting
Totaal Lasten
1.057
2.757
3.814
1.077
2.815
3.892
1.095
2.829
3.924
1.113
2.847
3.960
Baten
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Onderwijshuisvesting
Totaal Baten
233
516
749
233
516
749
233
516
749
233
516
749
- 3.065
- 3.143
- 3.176
- 3.211
Mutatie reserves
Onttrekkingen
-
-
-
-
Totaal Mutatie reserves
-
-
-
-
- 3.065
- 3.143
- 3.176
- 3.211
4 Onderwijs
Totaal Exploitatie
Resultaat
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
De directe bedrijfsvoeringskosten die aan dit taakveld worden toegerekend bedragen € 118.000.
Nieuw zijn ook de lasten voor voorschoolse opvang € 37.000 in 2017. De doelstelling van het rijk is alle peuters naar een voorschoolse voorziening ter voorbereiding op de basisschool.
Onderwijshuisvesting
De directe bedrijfsvoeringskosten die aan dit taakveld worden toegerekend bedragen € 157.000.
Baten
Voor groot onderhoud van de brede scholen/multifunctioneel accommodaties ontvangen we een hogere vergoeding van het rijk (€ 79.000)
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
De lasten voor de voorschoolse voorziening voor opvang peuters is opgenomen conform de bijdrage
die we daarvoor uit het gemeentefonds krijgen, van € 37.000 in 2017 tot oplopend € 91.000 in 2020.
In de begroting 2016 is een aanvullend budget voor gebouwenonderhoud beschikbaar gesteld.
Baten
Niet van toepassing.
Meerjarenbegroting 2017-2020
42
Programma 5. Sport, Cultuur en Recreatie
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Kloosterman, Jongebloed, Trompetter, Van Klaveren
Sociaal domein, Ruimte
Het programma sport, cultuur en recreatie omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Cultureel erfgoed
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
Media
Musea
Sportaccommodaties
Sportbeleid en activering
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
Projectplan Buurt Sportwerk Weststellingwerf 2013-2016
Nota Kunst en Cultuur
Beleidskader Rottige Meente
Vastgesteld
2013
2009
2010
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
•
•
•
•
In 2017 wordt de nota kunst en cultuur geactualiseerd.
In 2017 richt het hernieuwde Nationaal Vlechtmuseum zich vooral op het genereren van voldoende bezoekers in aansluiting op alle inzet die afgelopen periode is gedaan ten behoeve van het
museum.
De verdere ontwikkeling van de bibliotheek binnen de kaders ‘van collectie naar connectie’.
Het realiseren van het uitvoeringsprogramma voor Culturele Hoofdstad 2018.
DOELSTELLINGEN
Het bevorderen van sport en bewegen.
Wat willen wij bereiken
Vanuit de nieuwe visienota is er aandacht voor de sportstimulering; het bevorderen van bewegen. Van
belang daarvoor blijft het ondersteunen van de lokale sportorganisaties. Sport en bewegen kan een
positieve invloed hebben op andere beleidsterreinen zoals onderwijs, gezondheid en het brede sociale
domein (Wmo, jeugdzorg en participatie). We willen dan ook de komende jaren een integraal sport- en
beweegbeleid uitvoeren.
Wat doen wij ervoor
Op maatschappelijk niveau draagt sport en bewegen bij aan de leefbaarheid in een dorp of buurt.
Sport en bewegen verbindt inwoners en draagt er toe bij dat kwetsbare doelgroepen participeren in de
samenleving. We ondersteunen de sportvoorzieningen financieel via subsidies. Met het in stand houden van de gemeentelijke sporthallen en zwembaden, met maatschappelijke toegangs- en huurprijzen, zorgen we voor een laagdrempelig sportaanbod en voldoende gevarieerde bewegelijkheden.
Daarnaast verzorgt de gemeente het maaiwerk bij verschillende sportverenigingen.
Op individueel niveau draagt sport en bewegen bij aan een actieve en gezonde leefstijl. Sport en bewegen op jonge leeftijd draagt bovendien bij aan sociale vaardigheden en de weerbaarheid. Jongeren
die op jonge leeftijd sporten zijn bovendien vaker op latere leeftijd actief. We hebben de uitvoering van
het buursportwerk geëvalueerd en de bevindingen zijn positief. Het project wordt dan ook voortgezet.
Meerjarenbegroting 2017-2020
43
Vanuit dit project Buurtsportwerk Weststellingwerf, wat in ieder geval de komende twee jaar wordt
voortgezet, zijn de scholen een belangrijk partner.
Duidelijk is de gezonde en preventieve werking van meer bewegen. Echter we willen ook dat sport en
bewegen vaker ingezet wordt om eenzaamheid tegen te gaan, mensen bij elkaar te brengen en te activeren naast het versterken van de sociale cohesie in een dorp, wijk of buurt. Binnen het uitvoeringsplan van het Buurtsportwerk Weststellingwerf is aandacht voor deze thema’s. De veranderde taken
vragen meer van sport- en beweegaanbieders. Een aantal aanbieders is al actief in de samenwerking
en zoekt verbinding met niet-sport gerelateerde partijen. Het is een mooie beweging vanwege de versterking van de sociale infrastructuur, maar het legt wel extra druk op het organiserend vermogen.
Het bieden van een aantrekkelijke infrastructuur van recreatieve voorzieningen.
Wat willen we bereiken
Het vanuit de samenwerking met de gemeentelijke recreatiesector versterken van de kwantiteit en
kwaliteit van het recreatieve en toeristische aanbod van voorzieningen in de gemeente. Meer initiatieven vanuit de gemeentelijke recreatiesector ter versterking van het aanbod.
Wat doen we ervoor
• In samenwerking met het platform recreatie en toerisme uitvoering geven aan het gemeentelijke
uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme.
• Het via overleg versterken van de samenwerking van de recreatieve sector binnen het gemeentelijke platform recreatie en toerisme.
• Het vanuit het toeristisch ondernemersfonds stimuleren van initiatieven vanuit de sector.
• Meewerken aan een nieuwsbrief vanuit de sector.
• Het kwalitatief upgraden van de toeristische voorzieningen.
• Het participeren in het UNESCO dossier “Kolonie van Weldadigheid” op weg naar Werelderfgoed
2018.
• Bijdrage aan recreatieschap De Marrekrite voor het beheer en onderhoud van recreatieve voorzieningen.
• Zorgen voor een regionaal dekkend wandel- en fietsknooppunten netwerk.
• Opnemen van recreatieve wandelpaden in het project “Zicht op de Lende”
• Herinrichting beplanting en paden en baggeren vijver in Roodbaardpark “De Nieuwe Aanleg”
• Het upgraden van de kwaliteit van het fietspad langs De Linde.
• Verbeteren van de parkeervoorzieningen ter ontsluiting van Natuurpark Rottige Meente
Het bieden, versterken en stimuleren van culturele activiteiten en voorzieningen.
Wat willen wij bereiken
Kunst en cultuur hebben een bindende functie voor de inwoners van de gemeenschap. Zij geven een
versterking van de sociale binding en sociale structuur en hebben invloed op de identiteit van de bevolking. Wij zien kunst en cultuur in al haar verschijningsvormen als een onlosmakelijk deel van ons
leven. Deze zijn om meerdere redenen van belang voor de Weststellingwerfse samenleving. Cultuurbevordering, het versterken en het stimuleren van culturele activiteiten zijn daarbij een belangrijk instrument voor onze gemeente om uitvoering te geven aan deze doelstelling.
Culturele activiteiten en het culturele klimaat in de gemeente worden versterkt voor zowel de beoefenaar als de bezoeker. Specifieke aandacht is er voor de deelname aan amateurkunst van jeugd en
jongeren tot en met 23 jaar binnen het muziekonderwijs via een doorlopende leerlijn. De Weststellingwerfse culturele structuur en culturele identiteit worden gepresenteerd binnen het programma Culturele Hoofdstad 2018.
Vergrijzing en ontgroening heeft invloed op de bevolkingssamenstelling van de dorpen en heeft een
effect naar de maatschappelijke voorzieningen. De gemeente wordt op verschillende manieren geconfronteerd met vraagstukken omtrent financiering en behoud van maatschappelijke voorzieningen.
Wat doen wij ervoor
Het bevorderen, stimuleren, subsidiëren en faciliteren van culturele activiteiten in de gemeente. Zorg
dragen voor een adequaat en volwaardig pakket van culturele activiteiten. Specifieke aandacht voor
Meerjarenbegroting 2017-2020
44
publieksgerichte culturele activiteiten en podiumkunsten zoals binnen het programma Culturele
Hoofdstad 2018. Met budgetinstellingen prestatieafspraken maken die zich specifiek richten op vraag,
bereik en belangen van de inwoners. Het versterken van een samenhang en, zo mogelijk, samenwerking zoals bij het culturele cluster in het Vlechtwerk Noordwolde, cultuureducatie en culturele netwerken.
Afspraken met culturele instellingen inzetten om te komen tot nieuwe culturele initiatieven. Kijken naar
de meerwaarde van kunst en cultuur, aandacht geven aan andere aspecten zoals op het terrein van
participatie en economie, toerisme en recreatie bij culturele activiteiten die een bijzondere uitstraling
hebben. Ook binnen regionaal verband wordt samenwerking gestimuleerd. Uiteraard speelt hierbij het
programma Culturele Hoofdstad 2018 een belangrijke rol.
Op aangeven van de raad wordt een proces opgestart om samen met de dorpen en haar inwoners te
komen tot een beleidskader over maatschappelijke voorzieningen. Hierin is opgenomen hoe de verantwoordelijkheid omtrent bestaande en nieuwe voorzieningen is verdeeld, en hoe om te gaan met
wijzigingen (sluiten of open houden) van deze maatschappelijke voorzieningen.
Dit traject zal uitmonden in een in 2017 op te leveren beleidskader; de effecten ervan worden dan
meegenomen in de meerjarenplannen vanaf 2018.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Niet sporters
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
%
Aantal
Peiljaar
57
2014
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
168
113
376
442
76
1.287
551
3.014
169
115
375
442
76
1.322
557
3.057
145
110
350
442
76
1.350
414
2.888
146
118
350
442
76
1.027
414
2.573
30
445
72
548
30
445
72
548
30
445
476
30
445
476
Totaal Exploitatie
- 2.466
- 2.509
- 2.412
- 2.097
Mutatie reserves
Toevoegingen
100
-
-
-
Onttrekkingen
-
100
-
-
- 100
100
-
-
- 2.566
- 2.409
- 2.412
- 2.097
5 Sport, cultuur en recreatie
Exploitatie
Lasten
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Cultureel erfgoed
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
Media
Musea
Sportaccommodaties
Sportbeleid en activering
Totaal Lasten
Baten
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Sportaccommodaties
Sportbeleid en activering
Totaal Baten
Totaal Mutatie reserves
Resultaat
Meerjarenbegroting 2017-2020
45
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
De directe bedrijfsvoeringskosten op dit programma bedragen € 743.000. Voor de Breedtesportimpuls
(buurtsportwerk) is voor 2017 € 138.000 beschikbaar. Voor het toeristisch investeringsfonds is voor
2017 € 25.000 beschikbaar.
Baten
Voor de Breedtesportimpuls hebben we in 2017 een bijdrage van het rijk en van derden (totaal €
72.000) geraamd.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
Voor de Breedtesportimpuls is voor 2018 € 138.000 beschikbaar. Voor het toeristisch investeringsfonds is voor 2018 € 25.000 beschikbaar.
Baten
Voor de Breedtesportimpuls hebben we in 2018 een bijdrage van het rijk en van derden (totaal €
72.000) geraamd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
46
Programma 6. Sociaal domein
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Trompetter, Kloosterman
Sociaal domein
Het programma maatschappelijke en sociale voorzieningen omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Samenkracht en burgerparticipatie
Arbeidsparticipatie
Begeleide participatie
Geëscaleerde zorg 18+
Inkomensregelingen
Maatwerkdienstverlening 18+
Maatwerkdienstverlening 18Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Wijkteams
Geëscaleerde zorg 18BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Maatregelverordening Weststellingwerf 2013
OWO-visie op de drie decentralisaties
Kadernota armoedebeleid 2013 – 2016
Beleidsnotitie Schulden. Gekantelde schuldhulpverlening
Visienota Tegenprestatie
Uitvoeringsnota armoedebeleid 2014 e.v.
Werkgeversbenadering OWO
Beleidsplan nieuwe Wmo
Beleidsplan Hart voor de Jeugd
Verordening Individuele Inkomenstoeslag
Verordening Individuele Studietoeslag
Beleidsnota Re-integratie en Participatie Oost- en
Weststellingwerf 2015-2018
Re-integratieverordening
Verfijning beleidsplan Re-integratie en Participatie Oost- en
Weststellingwerf 2015/2018
Vastgesteld
maart 2013
mei 2013
september 2013
december 2013
september 2014
september 2014
oktober 2014
oktober 2014
oktober 2014
1 december 2014
1 december 2014
1 december 2014
22 juni 2015
22 juni 2015
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Bestemming Noordwolde
De tweemetingsgegevens van het project worden in het najaar 2016 bekend gemaakt en geven voeding aan de programmakeuzes van Bestemming Noordwolde voor de komende jaren. Er is voor gekozen om voor het tweede deel van het project (2017-2024) de nadruk te leggen op activiteiten in het
Sociaal domein die ten dienste staan aan de projectdoelen (participatie, inkomen en werkloosheidscijfers). De uitkomsten van de tweemeting en de participatie-enquête van Partoer zijn grondstoffen voor
de activiteiten vanaf 2017. Bij het ter perse gaan van de begroting waren deze activiteiten nog niet uitgewerkt. De middelen tot en met 2019 zijn aangevraagd bij de kadernota 2017.
Wmo
2015 zou voor de Wmo een overgangsjaar zijn, met meer duidelijkheid in 2016. Helaas is deze duidelijkheid ook in 2017 nog niet over de gehele linie zichtbaar. De overdracht van de cliënten naar de Wet
langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft vertraging opgelopen. De daarvoor benodigde aanbestedingen zijn door die partijen nog niet afgerond. Deze cliënten vallen dus nog steeds
onder de Wmo.
Meerjarenbegroting 2017-2020
47
DOELSTELLINGEN
Wmo
Wat willen we bereiken
Het beleid van de gemeente is er op gericht dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving
kunnen blijven. Bij problemen is het de bedoeling dat inwoners zoveel mogelijk zelf en met hun familie, vrienden en/of buren een oplossing zoeken. In eigen kracht wordt dat genoemd. Dat kan niet altijd
en dan zorgt de gemeente ervoor dat er hulp is. De gemeente zet daarin ook sterk in op preventie. Het
tijdig ondersteunen en adviseren van mensen kan vaak erger voorkomen.
Wat doen wij ervoor
De OWO-gemeenten hebben gezamenlijk de inkoop voor Wmo en Jeugd gedaan via een proces van
bestuurlijk aanbesteden. Zowel bij aanbieders als gemeenten als de afvaardiging vanuit de Wmoraden/platforms is er grote tevredenheid over dit proces. De inkoop voor het onderdeel Beschermd
Wonen was in 2016 op provinciaal niveau. Voor 2017 lijkt het rijk er op aan te sturen dit zo te blijven
doen, om het beleid op dit vlak niet te zeer te versnipperen. De financiering hiervan is echter nog onduidelijk. Budgetten worden/zijn overgedragen naar de individuele gemeenten.
Voor 2017 is, net als in 2016, het doel om administratieve lasten en daarmee de overhead verder terug te brengen. Ook zal er gewerkt worden aan de presentatie van de aanbieders in een etalage waar
inwoners, gebiedsteammedewerkers en professionals snel kunnen zien wie wat aanbiedt.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) regelt de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten
(PGB’s) zoals deze door de gemeente worden toegekend. In 2015 is hier geen afdoende controle op
geweest, waardoor de SVB een afkeurende accountantsverklaring heeft ontvangen. De staatssecretaris heeft aangekondigd dat controles op de PGB’s vanaf 2016 wel worden uitgevoerd. Dit blijft uitgangspunt voor 2017.
In de meicirculaire 2016 is aangegeven dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bestuurlijk zijn overeen gekomen dat gemeenten overschrijdingen, naar aanleiding van onrechtmatige PGB-betalingen, niet gaat vorderen op
de SVB of VWS. Onduidelijk is of dit een eenmalige of structurele beleidslijn is.
Sociale samenhang en leefbaarheid (fysieke en sociale voorzieningen) in de dorpen.
Wat willen wij bereiken
Het beleid van de gemeente is er op gericht dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving
kunnen blijven. Bij problemen is het de bedoeling dat inwoners zoveel mogelijk zelf en met hun familie, vrienden en/of buren een oplossing zoeken. In onze dorpen bestaan al veel informele en formele
sociaal-culturele structuren en netwerken die de basis zijn van sociale samenhang en leefbaarheid in
de dorpen. Wij willen de sociale samenhang nog verder versterken, omdat dit de basis vormt van de
nieuwe visie op het uitvoeren van de Wmo, Jeugdwet en participatiewet. Deze preventieve ondersteuning zal in 2017 verder worden uitgewerkt door de gebiedsteams.
Wat doen wij ervoor
Ter vergroting van de sociale samenhang heeft de gemeente Weststellingwerf gebiedsteams ingericht. De medewerkers van het gebiedsteam kennen en begrijpen de sociale structuur van de dorpen
en buurten in het gebied. Deze kennis en dit begrip komen tot stand vanuit een ondernemende houding. Ze gaan waar nodig de straat op en proberen de ondersteuning van inwoners zoveel mogelijk
binnen de lokale gemeenschap te organiseren. Naarmate de ervaring van de gebiedsteams groeit,
zijn zij steeds beter in staat om preventief op te treden.
Vrijwilligerswerk levert een belangrijke bijdrage aan de versterking van sociale netwerken. De vrijwilligersvacaturebank draait en wordt verder uitgebouwd. Het Vrijwilligersbureau en het Mantelzorgsteunpunt zijn actief. Mantelzorgondersteuning is een essentieel onderdeel van de Wmo.
Meerjarenbegroting 2017-2020
48
Via een blijverslening willen we er voor zorgen dat onze inwoners langer thuis kunnen blijven wonen.
De blijverslening is bedoeld voor aanpassingen aan woningen. Mensen die niet in aanmerking komen
voor een banklening, voornamelijk vanwege hun leeftijd, kunnen tegen een lage rente deze lening
verkrijgen en zo hun woning levensloop bestendig maken, voordat zij problemen ondervinden of als
deze voorzienbaar waren en dus niet gedekt worden door de Wmo.
Via een ombuiging binnen het Sociaal domein wordt het budget voor mantelzorg en vrijwilligerswerk
verhoogd naar € 55.000. Het grootste deel van de mantelzorgondersteuning zit in het reguliere Wmo
budget (zoals respijtzorg, logeren, huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, trainingen). Deze € 55.000 is er
voor de waardering van mantelzorg en coördinatie van vrijwilligerswerk.
Om de resultaten van de gebiedsteams te kunnen meten worden nieuwe (kwaliteit)meetinstrumenten
ontwikkeld. Hiervoor worden nog nader landelijk eisen gesteld.
Participatie van inwoners, met een nadruk op zelfredzaamheid en economische participatie van
kwetsbare groepen.
Wat willen wij bereiken
Faciliteren van de (economische) zelfredzaamheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De Participatiewet beoogt een optimale deelname aan het maatschappelijk en economisch verkeer
van inwoners. Regulier werk staat voorop, waarbij werk ook onbetaald kan zijn, bijvoorbeeld in de
vorm van een tegenprestatie of vrijwilligerswerk. Onze missie is “Samenwerken aan werk”.
Inkomensregelingen: De verwachting is dat de uitkeringslasten voor de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) in 2017 licht zullen stijgen. Deze stijging wordt onder andere
veroorzaakt door de conjunctuur en de hogere taakstelling voor huisvesting van vergunninghouders.
Beschut werken: De OWO-gemeenten realiseren eind 2018 gezamenlijk 18 banen in het kader van de
regeling Beschut Werken. De kosten ervan zijn opgenomen in de meerjarenraming (Buig en integratei-uitkering Sociaal domein). De doelstelling van de gemeente Weststellingwerf zelf is uiteindelijk 10
banen te hebben gerealiseerd ultimo 2019.
Sociale werkvoorziening (SW): Wij maken werk van de herstructurering van Caparis NV. We maken
gebruik van de mogelijkheid die vanaf medio 2015 is ontstaan om het werkgeverschap van SWwerknemers over te nemen van de GR SW Fryslân. Het gat tussen de loonkosten SW en de te ontvangen gemeentelijke bijdrage in het kader van de SW blijft onverminderd aanwezig. Wij willen bereiken dat de kosten die wij maken voor de uitvoering van de Sociale werkvoorziening op langere termijn
een investering blijken in de leefbaarheid en kwaliteit van onze lokale openbare ruimte. Dit vergt innovatie op dit deeldomein. Daar waar nodig komen er aanvullende voorstellen met een daarbij behorende begrotingswijziging waarin dit verder wordt uitgewerkt.
Integratie van vluchtelingen: Nieuwkomers in onze gemeente integreren snel, goed en duurzaam in
onze lokale samenleving. Onze insteek is dat autochtoon en allochtoon elkaar halverwege tegemoetkomen. Onze ambitie hierin is de goede omgang met diversiteit in onze samenleving te bevorderen
door het faciliteren van ontmoeting, samen leren en samen werken.
Proactieve aanpak voor Participatie: De verbindingen op wijk- en buurtniveau verstevigen wij met de
inzet van drie Vlechterwerkers uit onze gebiedsteams. Zij hebben als specialisme het aandachtsgebied Opbouwwerk/samenlevingsopbouw.
Wat doen wij ervoor
Arbeidsparticipatie: Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. De uitvoering van het Bbz is neergelegd
bij Bureau Zelfstandigen Fryslân, mede om een meer integrale aanpak en een goed ondernemersklimaat te realiseren. De verwachting is dat deze meer integrale aanpak leidt tot een lichte stijging in de
uitgaven Bbz.
Maatwerkdienstverlening 18+: Schuldhulpverlening. Landelijk is een lichte daling van het aantal aanvragen schuldhulpverlening waar te nemen. Tegelijkertijd stijgt het gemiddelde bedrag aan schulden
van de mensen die een aanvraag doen. Sinds maart 2016 zetten wij een preventiespecialist in. We
Meerjarenbegroting 2017-2020
49
beogen het aantal personen dat een aanvraag schuldhulpverlening doet omlaag te brengen. Daarnaast willen we in samenwerking met Kredietbank Nederland (KBNL) inzetten op preventie onder jongeren. Hiertoe kopen we extra producten in bij KBNL.
Beschut werken: Sinds 2015 hebben gemeenten in het kader van de Participatiewet de verplichting
banen te realiseren voor mensen met een zeer lage loonwaarde vanwege beperkingen. In OWOverband zijn beleidsmatige voorbereidingen getroffen. Optimalisering van het beleid zal plaatsvinden
gedurende de uitvoeringsfase.
SW: Vanaf begin 2017 willen wij circa 30 SW-werknemers in eigen dienst (met behoud van SW-cao)
inzetten voor het onderhoud van openbaar groen in onze gemeente. Dit wordt zichtbaar via een uitbreiding van Groen in bedrijf.
Integratie van vluchtelingen: Bestuurlijk ligt er de ambitie om vijf jaar lang via GZZA/GVA-locatie Bornego huisvesting te bieden aan vluchtelinggezinnen, hen tijdig te laten doorstromen naar een reguliere
woning in onze gemeente èn hen duurzaam te laten integreren. Deze ambitie betekent een verzwaring van een aantal regie- en uitvoeringstaken.
In het uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielstroom is overeen gekomen dat gemeenten middelen ontvangen vanwege de extra kosten voor vergunninghouders op de gebieden werk en integratie, onderwijs en zorg. Het rijk hanteert hierbij het uitgangspunt ‘geld volgt vergunninghouder.’ Gemeenten ontvangen een bedrag per in die gemeente geplaatste vergunninghouder (bron: meicirculaire 2016).
De effecten van de bestuurlijke ambitie en het uitwerkingsakkoord worden nog nader in beeld gebracht. Aan de hand hier van doen we prioriteringsvoorstellen. Ook het reeds vastgestelde Armoedebeleid en het actieplan in dat kader bevatten mogelijkheden en worden hierbij betrokken.
Proactieve aanpak voor Participatie: De Vlechtwerkers-samenlevingsopbouw vertrekken vanuit de individuele bewoner of een groep bewoners, en begeleiden en faciliteren de verbinding met andere personen en (maatschappelijke) organisaties. Zo worden sociale netwerken verstevigd, de cohesie op
buurt- en wijkniveau bevorderd en de zelfwerkzaamheid en samenredzaamheid aangejaagd.
Een sluitende aanpak jeugd- en kindzorg.
Wat willen wij bereiken
Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op in Weststellingwerf. Het liefst in de eigen leefomgeving. Dit vraagt waar nodig om tijdige en passende hulp, waarbij naast het kind ook gekeken wordt
naar wat het gezin mogelijk nodig heeft. Wij willen zo vroeg mogelijk betrokken zijn, zodat we preventief kunnen werken en er minder of minder dure hulp nodig is. Daarentegen willen we snel gerichte
hulp bieden indien nodig. De gebiedsteams vervullen hierin een belangrijke rol. Door het opbouwen
van goede netwerken met het voorliggende veld en goede samenwerking met de huisartsen kan een
belangrijke stap gezet worden in het preventief werken. De gebiedsteams bieden ook zelf hulp of ze
verwijzen door naar een gespecialiseerde aanbieder.
In de totale populatie aan jongeren die jeugdhulp nodig zijn verwachten we niet direct een afname. De
eerste slag die we willen maken is om waar mogelijk meer hulp dichtbij huis in te zetten. Dit is een
e
e
verschuiving van de 2 naar de 1 lijn. Door meer preventief te werken verwachten wij een lager beroep op zwaardere vormen van jeugdhulp.
Wat doen wij ervoor
In de afgelopen periode is gewerkt aan de vormgeving van de gebiedsteams, het inrichten van de organisatie en de herindicaties. Het opbouwen van netwerken en samenwerking met het voorliggende
veld is in volle gang. Ook de samenwerking met huisartsen en praktijkondersteuners krijgt de komende tijd meer aandacht.
Een deel van de jeugdhulp is lokaal in OWO-verband ingekocht. In overleg met (een delegatie van de)
aanbieders wordt concreet gewerkt aan innovatie. Ook vinden relatiegesprekken en –onderzoeken
plaats waarmee zicht wordt verkregen op de kwaliteit. De contracten voor de provinciaal ingekochte
jeugdhulp worden verlengd tot 2018 via een specifiek traject. In de komende periode wordt de nieuwe
Meerjarenbegroting 2017-2020
50
inkoop voor jeugdhulp verder voorbereid waarbij specifiek aandacht is voor innovatie in de jeugdhulp
zelf, maar ook in bijkomende processen zoals bekostigingssystematiek.
De Friese gemeenten hebben de Jeugdbescherming (JB) en Jeugdreclassering (JR) op provinciaal
niveau georganiseerd. De taken worden uitgevoerd door drie gecertificeerde instellingen. De uitvoering van JB en JR vraagt om expertise van de betrokken medewerkers voor het bieden van goede
kwaliteit. Ook hier is ruimte om preventiever te gaan werken en innovatie toe te passen. Zo worden de
gecertificeerde instellingen gevraagd, bij de contractafspraken voor het jaar 2017, om waar mogelijk
de maatregelen die in dit kader nodig zijn, korter op te leggen en daarnaast te investeren in kennisoverdracht en onderhoud van expertise van de gebiedsteams. Deze beweging levert dan niet zozeer
een bezuiniging op, maar de focus komt meer op hulp in het vrijwillig kader (gebiedsteams) te liggen,
dan in het gedwongen kader (na uitspraak van een rechter, door gecertificeerde instellingen).
Investeren in de verbetering van de leefbaarheid van Noordwolde.
Wat willen wij bereiken
De tweemetingsgegevens van het project worden in het najaar 2016 bekend gemaakt en geven voeding aan de programmakeuzes van Bestemming Noordwolde voor de komende jaren.
Wat doen wij ervoor
Er is voor gekozen om voor het tweede deel van het project (2017-2024) de nadruk te leggen op activiteiten in het Sociaal domein die expliciet ten dienste staan van de projectdoelen (participatie, inkomen en werkloosheidscijfers). De uitkomsten van de tweemeting en de participatie-enquête van Partoer zijn grondstoffen voor de activiteiten vanaf 2017.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Aantal
Peiljaar
Banen
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64
jaar
553,3
2015
Jongeren met een delict voor de rechter
% 12 tot en met 21 jarigen
1,62
2012
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
3,61
2012
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking ten
opzichte van de beroepsbevolking
64,4
2015
Achterstandsleerlingen
% 4 t/m 12 jarigen
9,01
2012
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
1,55
2012
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 10.000 inwoners
298,1
2015
Lopende re-integratievoorzieningen
Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
397,0
2015
Jongeren met jeugdhulp
% van alle jongeren tot 18 jaar
10,2
2015
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren tot 18 jaar
1,2
2015
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
-
2015
Clienten met een maatwerkarrangement WMO
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Aantal per 10.000 inwoners
575
2015
Meerjarenbegroting 2017-2020
51
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Samenkracht en burgerparticipatie
Arbeidsparticipatie
Begeleide participatie
Geëscaleerde zorg 18+
Inkomensregelingen
Maatwerkdienstverlening 18+
Maatwerkdienstverlening 18Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Wijkteams
Geëscaleerde zorg 18Totaal Lasten
1.750
980
6.220
640
8.478
5.226
3.726
850
1.239
253
29.362
1.686
984
5.942
617
8.698
5.139
3.661
705
1.217
256
28.903
1.649
984
5.905
592
8.714
5.028
3.506
705
1.189
256
28.527
1.513
984
5.914
567
8.716
4.934
3.378
705
1.189
256
28.154
Baten
Samenkracht en burgerparticipatie
Arbeidsparticipatie
Inkomensregelingen
Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Totaal Baten
356
23
7.118
470
7.966
291
23
7.118
470
7.901
291
23
7.118
470
7.901
213
23
7.118
470
7.824
Totaal Exploitatie
- 21.396
- 21.002
- 20.626
- 20.330
Resultaat
- 21.396
- 21.002
- 20.626
- 20.330
6 Sociaal Domein
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
De directe bedrijfsvoeringskosten op dit programma bedragen € 4.036.000. De aanvragen uit de kadernota voor herstructurering van de Sociale Werkvoorziening, de doorontwikkeling van het Sociaal
domein en de pilot papierwinkel zijn budgettair neutraal verwerkt binnen het “Hek”. Ook het project
Bestemming Noordwolde fase 4 en de personele inzet statushouders uit de kadernota zijn verwerkt.
Een bedrag van € 175.000 is uit het ‘Hek” gehaald als bijdrage voor hogere bedrijfsvoeringskosten.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
De pilot papierwinkel is opgenomen voor 2017 en 2018. Voor Bestemming Noordwolde fase 4 is in
2017-2019 € 155.000 per jaar geraamd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
52
Programma 7. Volksgezondheid en Milieu
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Kloosterman, Jongebloed, Trompetter en Van Klaveren
Ruimte, Sociaal domein, Publiekscentrum, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie (DBO)
Het programma Volksgezondheid en Milieu omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Riolering
Volksgezondheid
Milieubeheer
Afval
Begraafplaatsen en crematoria
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Notitie mestvergisting
Notitie beleidskaders nieuwe Wet geluidhinder
Implementatieplan Activiteitenbesluit Milieubeheer
Klimaatbeleidsplan 2010-2020
Notitie Geurbeleid
Integraal vergunningenplan
Integraal toezicht- en handhavingsplan
Gebiedsvisie Wet geurhinder en Veehouderij
Geurverordening Weststellingwerf
Evenementenbeleid
Visie op de drie decentralisatie (kadernota Wmo/gezondheidsbeleid
Bodembeheerplan (geactualiseerde bodemkwaliteitskaart)
Uitvoeringsprogramma Lokaal gezondheidsbeleid
Preventie- en handhavingsplan Drank- en Horecawet
Gemeentelijk Afvalstoffen Plan (GAP 2015-2018)
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2016-2020)
Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving
Vastgesteld
2007
2008
2008
2010
2010
2010
2010
2011
2012
2012
2013
2014
2014
2014
2015
2016
2016
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Klimaat en Duurzaamheid
Ook voor de periode 2017-2020 richten wij ons op zich aandienende mogelijkheden met positieve terugverdieneffecten en quick wins. Het Klimaatbeleidsplan 2010-2020 is het algemeen kader.
Pilot Regionale Energiestrategie Fryslân
Deze pilot wordt geïnitieerd door de VNG in samenwerking met het Interprovinciaal overleg (IPO) en
Unie van Waterschappen. Naast de 24 Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip
Fryslân worden ook maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven in Fryslân aangehaakt.
Doel van deze pilot:
• Het vergroten van het gevoel van urgentie voor energiebesparing en CO2-reductie bij bewoners,
bedrijven, en overheden;
• De bewustwording van de effecten van de energietransitie op landschap en de leefomgeving en
inzicht in de kansen voor economische ontwikkeling;
• Een Friese regionale energiestrategie voor de korte termijn (tot 2023) met bijbehorende concrete
acties gekoppeld aan een lange termijn doelstelling voor 2050, uitmondend in een gezamenlijke
opgave voor Fryslân.
In de tweede helft van 2017 worden de resultaten van de pilot opgeleverd en is naar verwachting duidelijk welke inspanning nodig is om uitvoering de geven aan deze regionale Energiestrategie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
53
Afval en circulaire economie
De sleutelbegrippen binnen het vakgebied afval zijn het realiseren van circulaire economie en de transitie van afval naar grondstof. Zoals bekend moeten gemeenten per 2020 voldoen aan de nieuwe landelijke doelstelling voor het verminderen van huishoudelijk restafval (van afval naar grondstof), zijnde
100 kg restafval per inwoner. Om hier aan te kunnen voldoen is in 2016 besluitvorming voorbereid.
Het gaat dan voornamelijk om aanpassingen in de ledigingsfrequentie en mogelijkheden tot containerdifferentiatie. Ook worden in 2017 op diverse locaties ondergrondse afvalcontainers geplaatst.
Gezond in de Stad-gelden (GIDS)
Aanpak voor het verminderen van gezondheidsachterstanden is, net als daling overgewicht en alcoholgebruik, complex en vraagt om een lange adem. Ook bij het rijk lijkt hiervoor aandacht te zijn. De
verdeling van de GIDS-gelden voor 2018 en verder is nog niet bekend. Besluitvorming hierover vindt
in het voorjaar 2017 plaats.
Rijksvaccinatieprogramma
e
De 3 tranche van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) - die na verwachting per 1 januari 2018 in
werking treedt - betreft de verandering van de financiering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP).
Voor de uitvoering van het bewuste programma heeft de wetswijziging geen enkel gevolg. Uitsluitend
de geldstroom wijzigt doordat deze nu via de gemeenten gaat lopen (voorheen rechtstreeks van rijk
naar de Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). Per 1 januari 2018 zal de uitvoering door de GGD
ten laste komen van de deelnemende gemeenten. GGD Fryslân zal hiervoor een rekenmodel ontwikkelen dat aan de gemeenten wordt voorgelegd. De gemeenten worden daarvoor gecompenseerd via
het gemeentefonds.
DOELSTELLINGEN
Duurzame ontwikkeling.
Wat willen wij bereiken
Met een duurzame ontwikkeling voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder daarbij
voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook hierin te kunnen voorzien.
Wat doen wij ervoor
Binnen de zich aandienende mogelijkheden uitvoering geven aan het klimaat- en duurzaamheidbeleid
binnen de kaders van het vastgestelde klimaatbeleidsplan 2010-2020 (vanuit de sporen bedrijven, inwoners en gemeente).
Duurzaamheid integreren in gemeentelijke beleidsterreinen, als bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstelling (reductie uitstoot broeikasgassen, energiebesparing en toepassen van duurzame
energie).
Goede milieukwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Wat willen wij bereiken
• Wat schoon is, moet schoon blijven. Daar waar mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd.
• Een efficiënte afvalinzameling en -verwerking om in 2020 te kunnen voldoen aan de landelijke
doelstelling van 100 kg restafval per inwoner.
Wat doen wij ervoor
• Adequaat uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2017 (inclusief het operationeel houden van het hierbij ondersteunende informatiesysteem SquitXO). Het opstellen van
een jaarverslag 2016. Programmeren wettelijke taakveld milieukwaliteit vanuit het integraal vergunningenplan en integraal toezicht-/handhavingsplan. Te vertalen in het op te stellen Uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2018.
• Implementatie Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020. Naast het beheer en onderhoud staat
daarin ook aangegeven hoe wij onze zorgplicht rondom afvalwater, hemelwater en grondwater invullen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
54
•
•
•
•
•
Voortzetting van het beleid dat er is gericht op het terugdringen van vrijkomende afvalstoffen en
een efficiënte inzameling en/of verwijdering van afval. Dit doen wij onder andere door uitvoering te
geven aan het Gemeentelijk Afvalstoffen Plan 2015-2018.
Uitvoering geven aan het Besluit bodemkwaliteit en het daaraan gerelateerde gemeentelijk Bodembeheersplan (beoordelen bodemonderzoeken, toezicht en handhaving). Uitvoering geven aan
een adequaat bodeminformatiesysteem (jaarlijks invoeren bodemgegevens en borgen van een
adequate uitwisseling van bodeminformatie met andere gemeentelijke beleidsterreinen en externe
partijen).
Verlenen van omgevingsvergunningen milieu voor het oprichten of veranderen van inrichtingen
(bedrijven) ingevolge de Wet milieubeheer, het behandelen van Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB)-meldingen en het behandelen van overige zaken, zoals ambtshalve aanpassingen,
Milieueffectrapportage (m.e.r.)-beoordeling, intrekkingen en maatwerkvoorschriften, conform het
uitvoeringsprogramma Fysieke Leefomgeving 2017.
Uitvoeren van integrale milieucontroles bij bedrijven, opleveringscontroles, thematisch toezicht,
klachtenafhandeling en vrije-veld-controles, conform het uitvoeringprogramma Fysieke Leefomgeving 2017.
Adequaat toezicht en handhaving op de naleving milieuregelgeving op basis van wettelijke kwaliteitscriteria en gericht op verhoging van het naleefgedrag en aanvaardbare risico’s.
Gezondheidsbescherming en -bevordering van inwoners.
Wat willen wij bereiken
• Voorkomen en bestrijden infectieziekten en algemene gezondheidspreventie van onze inwoners.
• Het verbeteren van de gezondheid van inwoners met een gezondheidsachterstand.
• Bevorderen gezond gewicht en gezonde leefstijl op het gebied van voeding en beweging door
kinderen/jongeren in relatie tot hun omgeving.
• Het tegengaan van alcoholgebruik door jongeren tot en met 17 jaar en stimuleren verantwoord alcoholgebruik door jongeren van 18 tot en met 23 jaar.
Wat doen wij ervoor
• Uitvoeren van de wettelijke taken vanuit de Wet publieke gezondheid. Binnen de gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Fryslân maken wij hierover afspraken met
GGD/Jeugdgezondheidszorg Fryslân.
• Integraal beleid en omgeving: leefstijlinterventies blijken onvoldoende effect te hebben op het aanleren van een gezonde levenswijze. Via integrale aanpakken investeren we continu in factoren die
op gezondheid en gedrag van invloed zijn, zoals werk, participatie, fysieke en sociale leefomgeving. In 2017 blijven we de verbinding zoeken met het werk van de gebiedsteams en de drie decentralisaties. De Omgevingswet en nieuwe omgevingsvisie komen hier bij.
• In 2017 verschijnt een nieuwe nota lokaal gezondheidsbeleid. In de nota wordt onze ambitie verwerkt ten aanzien van de huidige speerpunten van ons beleid: gezondheidsachterstanden, gezond gewicht en alcoholpreventie.
• Actieplan Gezond Gewicht: in 2017 verlengen wij de uitvoering van het uitvoeringsprogramma lokaal gezondheidsbeleid. Prioriteit hebben de speerpunten Gezonde zwangerschap en Gezonde
school. Deze laatste wordt uitgebreid met de Gezonde kinderopvang en Gezonde sportkantine.
• Gezondheidsachterstanden (GIDS): wij voeren “Samen Gezond in Weststellingwerf “ uit, het plan
van aanpak voor het stimuleringsprogramma vanuit de bijbehorende GIDS-gelden. In een procesmatige aanpak starten wij deze wijkaanpak in de Meulepolle in Wolvega.
• De aanpak Gezonde Wijk verbinden wij met aan onze aanpak Jongeren op Gezond Gewicht
(JOGG) Weststellingwerf.
• Wij continueren de uitvoering van ons plan van aanpak JOGG. Onder de paraplu van de gemeente werkt iedereen (zorg, onderwijs, bedrijfsleven, etc.) samen om gezond eten en bewegen gemakkelijker en aantrekkelijker te maken.
• In het bijzonder focussen wij ons in 2017 op een sluitende ketenaanpak preventiezorg en het betrekken bij bedrijven bij de aanpak.
• Buurtsportwerk: in de uitvoering van de activiteiten geven de buurtsportcoaches ook uitvoering
aan de speerpunten vanuit GIDS en JOGG.
• Alcoholpreventie: wij voeren het laatste jaar van het Preventie-en Handhavingsplan Drank- en Horecawet (PHP DHW) uit door een integrale aanpak vanuit de gemeente in samenwerking met onder andere lokale ondernemers, onderwijs, sport, dorpshuizen, politie en jongerenwerk. In 2017
Meerjarenbegroting 2017-2020
55
•
ligt vanuit de gemeente de focus op ondersteuning van verstrekkers, het gericht inzetten van toezicht en handhaving, bereiken van ouders en het continu communiceren/uitdragen van de boodschap NIX18 in (social) media en persoonlijke contacten.
Wij evalueren de resultaten van het PHP DHW en vermelden het vervolg, volgens de Wet publieke gezondheid, in de nieuwe nota lokaal gezondheidsbeleid.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Aantal
Peiljaar
Omvang huishoudelijke restafval
Aantal Kg per inwoner
214
2014
Hernieuwbare elektriciteit
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
%
2,2
2014
Toelichting
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Riolering
Volksgezondheid
Milieubeheer
Afval
Begraafplaatsen en crematoria
Totaal Lasten
2.116
1.184
635
2.375
229
6.540
2.165
1.019
635
2.422
230
6.471
2.192
1.026
635
2.413
229
6.495
2.240
1.033
635
2.408
230
6.545
Baten
Riolering
Afval
Begraafplaatsen en crematoria
Totaal Baten
1.778
2.687
136
4.601
1.867
2.657
136
4.660
1.960
2.657
136
4.753
2.058
2.657
136
4.851
- 1.939
- 1.811
- 1.742
- 1.694
Mutatie reserves
Toevoegingen
132
221
314
434
Onttrekkingen
736
784
807
874
604
563
493
440
- 1.335
- 1.248
- 1.249
- 1.254
7 Volksgezondheid en Milieu
Totaal Exploitatie
Totaal Mutatie reserves
Resultaat
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Meerjarenbegroting 2017-2020
56
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Het belangrijkste verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die toegerekend zijn aan de taakvelden (in totaal € 546.000). Vanwege de nieuwe programma-indeling worden de jaarlijkse kosten van
bestrijding van plantenziekten en ongedierte (€ 30.000) met ingang van 2017 verantwoord op dit programma (voorheen op programma 2). De uitvoering van GIDS is deels doorgeschoven naar 2017
(€ 60.000).
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
Volksgezondheid
In 2017 is een eenmalig bedrag geraamd voor GIDS-gelden (€ 60.000). Vanaf 2018 is daarvoor geen
budget opgenomen.
Baten
Exploitatie riolering
In maart 2016 is het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld door de raad. Hierin is
met ingang van 2017 een jaarlijkse tariefsverhoging voorzien. Dit is meegenomen in de geraamde opbrengst voor de rioolheffing.
Mutaties reserves
Toevoegingen
De toevoeging aan de reserves betreft de ontvangen afkoopsommen voor onderhoud van graven en
de jaarlijkse verhoging van de opbrengst rioolheffing..
Onttrekkingen
De onttrekkingen uit de reserves betreffen de exploitatiesaldi van afvalinzameling en riolering.
Daarnaast wordt een bedrag onttrokken voor het onderhoud aan de graven.
Exploitatie afvalinzameling
Uitgangspunt is een 100% kostendekkende exploitatie. Wij stellen voor het tarief van de afvalstoffenheffing gelijk te houden aan dat van 2016. Dit leidt tot een jaarlijks exploitatietekort waarvoor we een
beroep moeten doen op de egalisatiereserve afvalstoffenverwijdering (zie reserves en voorzieningen).
Nieuw in de paragraaf Lokale heffingen is de onderbouwing van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Hierin staat aangegeven de omvang en welke lasten toegerekend mogen worden aan dit taakveld. Voor 2017 komen we uit op een dekkingspercentage van 97%.
Exploitatie riolering
Uitgangspunt is een 100% kostendekkende exploitatie. In de exploitatie zijn de financiële gevolgen
van het vastgestelde GRP 2016-2020 meegenomen. Voor het jaarlijkse exploitatietekort wordt een beroep gedaan op de egalisatiereserve riolering (zie reserves en voorzieningen). Nieuw in de paragraaf
Lokale heffingen is de onderbouwing van de tarieven voor de rioolheffing. Hierin staat aangegeven de
omvang en welke lasten toegerekend mogen worden aan dit taakveld. Voor 2017 komen we uit op
een dekkingspercentage van 79%.
Meerjarenbegroting 2017-2020
57
Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke
Vernieuwing
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Trompetter, Jongebloed, Kloosterman
Ruimte
Het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing omvat de taakvelden:
TAAKVELDEN
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Ruimtelijke Ordening
Wonen en bouwen
Beheer overige gebouwen en gronden
BELEIDSNOTA’S
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Woonvisie gemeente Weststellingwerf 2016
Bestemmingsplannen voor de dorpen.
Vastgestelde nota’s van uitgangspunten in het kader van nieuw bestemmingsplan buitengebied
(2010 en 2011).
Handleiding schaalvergroting agrarische sector 2011.
Rapport MKB/REVA ‘beleidsvisie versterking kernwinkelapparaat Wolvega’ (2010).
Structuurplan Weststellingwerf 2000-2015 (2002).
Ontwikkelagenda versterking economische structuur (2011).
Bestemming Noordwolde .
Terrassenbeleid en nadere regels (2012).
Evenementenbeleid (2016).
Beheersverordening agrarische percelen bestemmingsplan buitengebied (1 juli 2013).
Streekagenda Zuidoost (juni 2013) + jaarplan 2017
Bestemmingsplan Buitengebied 2014.
Bestemmingsplan Buitengebied 2016 (versie VA03) aangepast naar analeding van uitspraak
Raad van State
Investerings- en ambitie agenda 2016 - 2026
Huisvestingswet 2014
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN NIEUW BELEID
Vergunningverlening, Toezicht en handhaving (VTH)
In het kader van de OWO-samenwerking is vanaf 1 juli 2015 een OWO/VTH afdeling gehuisvest te
Gorredijk (zie ook paragraaf OWO-samenwerking). Na de gebruikelijke aanloopstrubbelingen komt er
steeds meer lijn in de processen. Het beoordelen van complexe vraagstukken en het bepalen van het
beleid blijft een verantwoordelijkheid van de “moeder gemeente”. Er is een verplichting om kwaliteitseisen vast te stellen voor een groot gedeelte van de VTH taken. Het proces dat hiervoor moeten worden doorlopen zal in 2017 zijn afgerond. Daarnaast speelt de privatisering van de bouwtoetsing ook
een rol. Hoe de regelgeving hieromtrent uitpakt is nog niet bekend zodat de mogelijke consequenties
daarvan nu nog niet in beeld kunnen worden gebracht.
Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving (FUMO)
De verwachting bestaat dat door aanpassing van de wetgeving het basis takenpakket van de FUMO
zal worden uitgebreid. De consequenties daarvan zijn op dit moment nog niet bekend.
Intensieve veehouderij
Naar aanleiding van de besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan buitengebied zijn
wij in overleg met de intensieve veehouderij om de mogelijkheden te bezien voor een planologische
gelijkstelling met de grondgebonden veehouderij. Bij dit overleg zal ook de uitspraak van de Raad van
Meerjarenbegroting 2017-2020
58
State van juni 2016 worden betrokken. In 2016 zal het ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden
gelegd waarna de vaststelling in 2017 door de raad kan plaatsvinden.
Structuurplan Weststellingwerf/Omgevingsvisie
Met inschakeling van de Stichting Architectuur Lokaal en Atelier ZZ zijn in 2015, met betrokkenheid
van verschillende maatschappelijke organisaties, ontwerpsessies geweest waarbij de knelpunten bij
diverse beleidsvragen zichtbaar zijn gemaakt. Aan de hand van de discussie over deze knelpunten
kan een aanzet worden gemaakt tot een actualisering van het structuurplan. In 2016 is hier een vervolg aan gegeven met onder meer een werkvergadering met de raad op 20 juni over de Omgevingswet en de als gevolg daarvan op te stellen omgevingsvisie. Na overleg met een delegatie van de
raadswerkgroepen burgerparticipatie en bestuurlijke verandering is/wordt een plan van aanpak opgesteld. Het streven is om voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2019 een omgevingsvisie
te hebben.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook consequenties hebben voor de afdeling die belast
is met VTH. Het principe van de Omgevingswet dat de regelgeving globaler moet zijn en meer mogelijkheden moet bieden voor ontwikkelingen betekent dat er meer sprake zal zijn van een beleidsmatige
benadering en beleidsmatig toetsing van initiatieven. Dit vraagt om andere competenties. Door minder
regels ontstaan er ook meer mogelijkheden voor onder bepaalde voorwaarden vergunningvrije activiteiten. Dit vraagt dan om meer toezicht en handhaving achteraf. Deze effecten vragen om een andere
inrichting van de OWO-VTH afdeling.
Crisis- en herstelwet
Het bestemmingsplan om de plaatsing van zonnepanelen mogelijk te maken op een locatie in Wolvega en Noordwolde is vastgesteld en in werking getreden. Het vervolgproces om tot realisatie te komen is in 2016 gestart. Hierbij is ook aandacht voor het laten participeren van de inwoners van Weststellingwerf in de te realiseren zonneparken.
Herzieningswet Woningwet / Woonvisie
Deze wet is per 1 juli 2015 in werking getreden. De wet bevat vooral nieuwe regelgeving ten aanzien
van woningbouwcorporaties. Uitgangspunt is dat de corporaties zich richten op hun kerntaak: zorgen
dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. Ook moet de gemeente beschikken over een actuele woonvisie op basis waarvan “prestatieafspraken” met de corporaties worden gemaakt. De kerntaak is een belangrijk onderdeel van de woonvisie. Vanaf 2016 moeten ook de
woonconsumenten organisaties intensief worden betrokken bij het opstellen van prestatieafspraken,
zij zijn ook medeondertekenaar. In dat verband betrekken wij onder meer de Huurdersvereniging De
Bewonersraad Friesland bij het opstellen van de woonvisie.
Hûs en Hiem
Door de nieuwe Omgevingswet zal de welstandstoets anders moeten worden ingericht. Gemeenten
krijgen meer mogelijkheden de toetsing zelf te doen. Het onderzoek om in OWO-verband tot een zelfstandige toets te komen en/of deels welstandsvrij bouwen hebben wij daarom vooralsnog stopgezet in
afwachting van de nieuwe Omgevingswet.
Streekagenda
Met de instelling van een gebiedsbudget krijgt de Streekagenda, de samenwerking binnen de regio
Zuidoost Fryslân, steeds meer vorm. Naast de ontwikkelprojecten die in gezamenlijkheid worden opgepakt, het opstellen van een nieuw landschapsbeleidsplan, uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme, vindt er in regionaal verband ook afstemming plaats over uitvoeringsprojecten die hun financiering deels hebben vanuit het gebiedsbudget. Het gebiedsbudget is nu nog beperkt van omvang maar
partijen hebben de intentie om dit de komende jaren te verruimen.
Grondexploitaties
Wat betreft woningbouw zien wij meer belangstelling voor bouwkavels, zowel ten behoeve van projectmatig bouw als particuliere bouw. In 2016 heeft de provincie de nieuwe woning- en huishoudensprognoses vastgesteld voor de periode 2016-2026. Voor onze gemeente toont deze prognose vanaf
2016 een dalende bevolking en vanaf 2026 een dalend aantal huishoudens aan.
Meerjarenbegroting 2017-2020
59
Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT)
Vanaf 1 juli 2016 is de BGT operationeel. het structureel beheer van de BGT gecentraliseerd in het
OWO-team Belastingen en Vastgoedinformatie in Oosterwolde.
DOELSTELLINGEN
Een ruimtelijk beleid dat door middel van een actueel structuurplan, actuele bestemmingsplannen en beleidsnota’s, onder andere betreffende de openbare ruimte, mogelijkheden biedt om
snel en efficiënt te kunnen inspelen op ontwikkelingen en initiatieven.
Wat willen wij bereiken
Een goed en actueel ruimtelijk beleid en planologische vertaling dat een basis biedt om op een snelle
en efficiënte wijze medewerking te kunnen verlenen aan verwachte en wenselijke initiatieven.
Wat doen wij ervoor
Wij beoordelen alle nieuwe regelgeving op de mogelijkheden om snel en efficiënt te kunnen inspelen
op vragen van inwoners. Zo nodig stellen wij nadere uitvoeringsregels/beleidsnotities ter aanvulling op
de in de afgelopen jaren geactualiseerde bestemmingsplannen. Er is een werkgroep ingesteld die
moet zorgen dat er vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie voor de gemeente door de raad is vastgesteld.
Voor de diverse doelgroepen voldoende woningen en/of bouwmogelijkheden beschikbaar binnen een acceptabele termijn.
Wat willen wij bereiken
Zorgen dat er binnen een redelijke termijn kan worden voldaan aan de vraag van mensen naar woonruimte dan wel bouwmogelijkheden.
Wat doen wij ervoor
In overleg met de corporaties komen tot prestatie afspraken ten aanzien van renovatie, nieuwbouw en
toewijzingsregels van woningen. Met inachtneming van de prognoses ten aanzien van bevolkingsontwikkeling zorgen voor voldoende bouwmogelijkheden voor nieuwbouw in de segmenten waar volgens
de prognoses behoefte aan is.
BELEIDSINDICATOREN
De effecten van beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
Beleidsindicatoren vanuit het rijk
Eenheid
Gemiddelde WOZ-waarde
Per € 1.000
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
Demografische druk
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshoudhouden
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Meerjarenbegroting 2017-2020
Aantal
Peiljaar
173
2016
9
2013
%
62
2016
In euro's
588
2016
In euro's
676
2016
60
WAT MAG HET KOSTEN
bedragen x € 1.000
8 Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Exploitatie
Lasten
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Ruimtelijke ordening
Wonen en bouwen
Beheer overige gebouwen en gronden
Totaal Lasten
1.716
471
1.076
140
3.403
1.540
422
1.095
139
3.195
1.251
423
1.064
135
2.873
1.019
424
1.062
135
2.639
Baten
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Wonen en bouwen
Beheer overige gebouwen en gronden
Totaal Baten
1.716
603
15
2.334
1.540
603
15
2.158
1.251
614
15
1.879
1.019
604
15
1.637
- 1.069
- 1.037
- 993
- 1.002
Mutatie reserves
Onttrekkingen
-
-
-
-
Totaal Mutatie reserves
-
-
-
-
- 1.069
- 1.037
- 993
- 1.002
Totaal Exploitatie
Resultaat
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
Het verschil betreft de directe bedrijfsvoeringskosten die zijn toegerekend (in totaal € 1,2 miljoen).
Vanwege de nieuwe programma-indeling worden de kosten van de grondexploitatie van bedrijventerreinen met ingang van 2017 verantwoord op programma 3 (in plaats van programma 8).
Voor 2017 is € 50.000 opgenomen voor het opstellen van een omgevingsvisie. Voor de personele inzet voor het realiseren van de verhoogde reguliere taakstelling statushouders is extra budget opgenomen, wel lager dan we bij de kadernota vanuit gingen. De structurele procesgelden van de gezamenlijke streekagenda regio Zuidoost Fryslân zijn voor € 10.000 opgenomen.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten
Vanaf 2018 is er een bijdrage aan het UNESCO Werelderfgoed van € 20.000.
Baten
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Bij de jaarrekening 2015 zijn de grondexploitaties van de niet-bedrijventerreinen geactualiseerd. Deze
actuele cijfers zijn meegenomen in deze programmabegroting. De mutaties op de grondexploitaties
worden verrekend met de boekwaarden.
Meerjarenbegroting 2017-2020
61
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Jongebloed
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Binnen de begroting bestaat er onderscheid tussen specifieke dekkingsmiddelen en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen (bijvoorbeeld de opbrengst afvalstoffenheffing, de opbrengst rioolheffing, de leges voor burgerzaken etc.) hangen samen met een concreet beleidsveld. Ze
staan opgenomen in de betreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting.
De algemene dekkingsmiddelen onderscheiden zich van specifieke dekkingsmiddelen doordat ze vrij
aanwendbaar zijn. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma (doel) gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de bestedingen in de programma’s 0 tot en met 8.
Het overzicht bestaat uit de volgende taakvelden:
TAAKVELDEN
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Economische promotie
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
Treasury
Gemeentelijke belastingen
Naast de twee taakvelden OZB voor woningen en OZB niet-woningen wordt hier ook het taakveld Belastingen overig opgenomen. Dat zijn de precariobelasting en de reclamebelasting. Onder het taakveld Economische promotie vallen de toeristenbelasting en de forensenbelasting.
In de paragraaf Lokale heffingen wordt uitgebreid ingegaan op deze, maar ook de overige lokale heffingen.
Gemeentefonds
Het gemeentefonds kent vanaf 2015 de volgende soorten uitkeringen: de algemene uitkering, de integratie-uitkering Sociaal domein en de decentralisatie- en (overige) integratieuitkeringen.
Algemene uitkering
Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaalde verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. De uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële verhoudingswet. In de verdeling wordt rekening gehouden
met onderlinge verschillen in de kosten waar de gemeenten voor staan en met de draagkracht van de
gemeenten (de belastingcapaciteit).
De groei of afname van de algemene uitkering is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven.
Eenvoudig gezegd: als het rijk meer uitgeeft, dan neemt de omvang van het fonds toe. Geeft het rijk
daarentegen minder uit dan neemt de omvang van het gemeentefonds ook af.
De mutaties uit de meicirculaire 2016 zijn in deze programmabegroting meerjarig verwerkt.
Aanpassing verdeelsystematiek
e
De afgelopen jaren is groot onderhoud aan het verdeelstelsel uitgevoerd. De 1 fase is ingevoerd met
e
ingang van 2015. Vorig jaar heeft in het kader van de 2 fase een herijking plaatsgevonden maar die is
nu nog niet volledig doorgevoerd. De eerste berichten zijn dat gemeenten met een groot buitengebied
er op vooruit zouden gaan. Omdat de totale omvang van het gemeentefonds gelijk blijft, is hier sprake
van zowel voordeel- als nadeelgemeenten. In de laatste circulaire is naast dit groot onderhoud een
(wellicht) fundamentele herziening van de verdeelsystematiek aangekondigd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
62
Verhoogde asielinstroom
Eveneens niet meegenomen is de decentralisatie-uitkering op basis van het “Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom”. De verwachting is dat er een bepaald bedrag per statushouder wordt uitgekeerd. Hier staan ook kosten tegenover (eerstejaarsopvang alsmede integratie en participatie van
vergunninghouders) die eveneens niet in deze begroting zijn meegenomen.
Integratie-uitkering Sociaal domein
De financiële effecten in de integratie-uitkering zijn in deze begroting budgettair neutraal verwerkt,
conform de afspraak die met de raad hierover is gemaakt.
Treasury
Alle rentelasten en rentebaten worden geraamd op het taakveld Treasury. Dit betekent dat ook alle
rentebaten voortkomend uit verstrekte (hypothecaire) leningen aan bijvoorbeeld sportinstellingen en/of
ambtenaren op het taakveld moeten worden geraamd. Eveneens worden hier de ontvangen baten in
verband met dividend verantwoord.
DE CIJFERS
bedragen x € 1.000
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
142
142
1.430
58
- 1.004
768
142
142
1.430
58
- 959
813
142
142
1.430
58
- 894
878
142
142
1.430
58
- 821
951
2.960
1.731
1.437
144
39.636
67
45.975
2.960
1.731
1.437
144
39.480
67
45.819
2.960
1.731
1.437
144
39.153
67
45.492
2.960
1.731
1.437
144
39.029
67
45.368
45.207
45.006
44.614
44.417
Mutaties reserves
Toevoegingen
-
-
-
-
Onttrekkingen
-
-
-
-
Totaal m utatie reserves
-
-
-
-
45.207
45.006
44.614
44.417
Algemene dekkingsmiddelen
Exploitatie
Lasten
OZB w oningen
OZB niet-w oningen
Belastingen overig
Economische promotie
Treasury
Totaal Lasten
Baten
OZB w oningen
OZB niet-w oningen
Belastingen overig
Economische promotie
Algemene - en overige uitkeringen
Treasury
Totaal Baten
Totaal van Lasten en Baten
Resultaat
Toelichting
Algemeen
Onderstaande analyse verklaart de verschillen tussen de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting
2016-2019 en de jaarschijf 2017 uit de meerjarenbegroting 2017-2020. In de vorige begroting werden
de totale bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan programma 9. Nu worden de directe bedrijfsvoeringskosten toegerekend aan de taakvelden en staan dus opgenomen in de afzonderlijke programma’s (verplicht op grond van de gewijzigde voorschriften). De niet directe bedrijfsvoeringskosten staan
op het nieuw ingestelde taakveld Overhead (zie achterin dit programmaplan).
Meerjarenbegroting 2017-2020
63
Begroting 2017 ten opzichte van de begroting 2016 voor de jaren 2017-2019
Lasten
De lasten zijn gewijzigd als gevolg van de toerekening van de directe bedrijfsvoeringskosten (zie onder Algemeen). Bij het taakveld Belastingen overig staat verder de storting van de opbrengst precariobelasting in de betreffende voorziening opgenomen.
Treasury
Op het taakveld treasury worden de externe rentelasten over de korte en lange financiering als last
verantwoord. Vervolgens wordt de rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend en de
werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) als negatieve last op het taakveld treasury verantwoord. Door deze wijze van verantwoorden
resteert met betrekking tot de rente op het taakveld treasury uiteindelijk het renteresultaat (eenvoudig
gezegd: het saldo tussen de rente die is doorberekend aan de taakvelden en de werkelijk te betalen
rente).
Het positieve verschil in renteresultaat ten opzichte van de vorige begroting ontstaat doordat we dit
jaar voor het eerst de rente over de eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente) niet meer opnemen. Dit is conform de aanbeveling op basis van het nieuwe BBV.
Baten
Onroerende-zaakbelastingen woningen en niet-woningen
Ten opzichte van de vorige programmabegroting is de raming van de opbrengst OZB met naar beneden bijgesteld; in de kadernota 2017 is de jaarlijkse stijging van 2,5% tot en met 2017 geschrapt.
Belastingen overig
De raming van de opbrengst precariobelasting is conform de kadernota bijgesteld naar
€ 1.349.000. Dit als gevolg van een lager aantal strekkende meters kabels en leidingen.
Algemene- en overige uitkeringen gemeentefonds
De ontvangst van de mei-circulaire 2016 leidt tot een ander meerjarig beeld dan we opgenomen hebben in de kadernota 2017.
Algemene uitkering
Met name de ontwikkeling van de rijksuitgaven hebben grote invloed op de toe- en afname van de
omvang van het gemeentefonds. De uitkomsten van de mei-circulaire 2016 zijn minder positief dan de
september-circulaire 2015. We gaven toen ook al aan dat we vraagtekens bij de realiteitswaarde van
die uitkomsten hadden. Achteraf was dat een terechte constatering.
Integratie-uitkering Sociaal domein
De toename van de uitkering komt met name door loon- en prijsbijstellingen en afschaffing ouderbijdrage jeugdzorg.
Meerjarenbegroting 2017-2020
64
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2017
2018
2019
2020
Algemene uitkering
24.842
24.760
24.976
24.790
Integratie-uitkering Sociaal Domein
14.009
13.527
13.237
12.988
Totaal gemeentefonds: programmabegroting 2016
38.851
38.287
38.213
37.778
300
300
300
300
0
0
0
0
39.151
38.587
38.513
38.078
Algemene uitkering
25.047
25.253
25.271
25.426
Integratie-uitkering Sociaal Domein
14.589
14.227
13.882
13.603
Totaal gemeentefonds: mei-circulaire 2016
39.636
39.480
39.153
39.029
Algemene uitkering
-95
193
-5
336
Integratie-uitkering Sociaal Domein
580
700
645
615
-799
-919
-864
-854
- = nadelig
Programmabegroting 2016-2019
Mutaties voorjaarsnota/kadernota
Algemene uitkering
Integratie-uitkering Sociaal Domein
Totaal gemeentefonds: voorjaarsnota/kadernota
Mei-circulaire 2016
Voorjaarsnota/kadernota versus mei-circulaire
Opvang binnen beschikbare budgetten Sociaal Domein*
Verschil stand voorjaarsnota/kadernota versus mei-circulaire
-314
-26
-224
97
*met ingang van 2017 is de hogere integratie-uitkering Wmo (€ 219.000) ook ten gunste van de budgetten van het Sociaal domein (het zogenaamde “Hek”) gebracht.
Treasury
De ontvangen uitkeringen wegens dividend worden ook onder dit taakveld verantwoord.
Begroting 2017 en meerjarenperspectief
Lasten en baten
Treasury
Het renteresultaat neemt jaarlijks af met name ook omdat we steeds minder rente toerekenen aan de
grondexploitatie als gevolg van de jaarlijks afnemende boekwaarde door verkoop van grond.
Algemene- en overige uitkeringen gemeentefonds
De mutatie zit voornamelijk in een lagere integratie-uitkering Sociaal domein voor de latere jaren.
Meerjarenbegroting 2017-2020
65
Overzicht kosten overhead
Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) op onderdelen gewijzigd. De BBV zijn de landelijke regels waaraan de inrichting van
de begroting en jaarrekening moet voldoen. Deze wijzigingen hebben als hoofddoel een betere vergelijkbaarheid van de kosten van gemeenten onderling. Onderdeel van deze vernieuwing van het BBV
is een apart overzicht van de kosten van de overhead.
De definitie van overhead luidt: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de
medewerkers in het primaire proces.
Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten die gericht zijn op de externe klant zijn in
de betreffende taakvelden opgenomen. De vergelijkbaarheid met de begroting 2016, waarin alle bedrijfskosten zijn verzameld in programma 9, is hierdoor slecht te maken.
Voorbeelden van kosten die nu, in afwijking van de methode gebruikt in de begroting 2016, rechtstreeks naar de taakvelden gaan zijn salariskosten voor de betreffenden taakvelden en de kosten van
software.
De bedrijfskosten die niet direct aan de taakvelden kunnen worden toegerekend zijn de overheadkosten, deze bestaat uit de volgende onderdelen:
bedragen x € 1.000
Overhead
Overhead
Personele kosten
Huisvesting
ICT
Overige bedrijfsvoeringskosten
Communicatie
Totaal Overhead
Exploitatieontlastend
Totaal Exploitatieontlastend
Totaal
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
5.485
1.395
678
258
78
7.894
5.674
1.511
519
209
78
7.992
5.679
1.381
543
209
78
7.891
5.679
1.365
615
209
78
7.947
-860
-860
-860
-860
-860
-860
-860
-860
7.034
7.132
7.031
7.087
Toerekening aan kostendekkende activiteiten
Alle directe kosten zijn rechtstreeks toegerekend aan de taakvelden. Voor taakvelden waar kostendekkende tarieven het uitgangspunt is zoals bij de exploitatie afvalinzameling en riolering wordt een
opslag voor de overheadkosten toegepast. De opslag is een percentage van de directe salariskosten.
De overhead van € 7.894.000 (saldo) is 106% van de directe salariskosten van € 7.444.000.
Ter informatie:
Zou je het saldo van de overhead (€ 7.894.000) uitdrukken in een percentage van de totale geraamde
lasten dan kom je op een percentage uit van 12%. Zie ook de beleidsindicator in programma 0.
Meerjarenbegroting 2017-2020
66
Vennootschapsbelasting
Voor deze post is een afzonderlijk taakveld ingericht. Per 1 januari 2016 is de verruiming heffing vennootschapsbelasting (Vpb) voor publieke lichamen een feit. Dit houdt in dat ook gemeenten Vpb moeten betalen op het moment dat ze activiteiten ondernemen waarvoor ze aangemerkt kunnen worden
als ondernemer. We gaan er vooralsnog van uit dat dit soort activiteiten niet aanwezig zijn in onze
gemeente.
Mocht ter zijner tijd wel fiscale winst worden gerealiseerd op ondernemersactiviteiten dan wordt op dit
taakveld het te betalen bedrag geraamd, dan wel verantwoord.
Onvoorziene uitgaven
Het taakveld “Overige baten en lasten” is hier verantwoord. De post onvoorziene uitgaven maakt deel
uit van dit taakveld. Daarnaast behoren tot dit taakveld de stelposten en taakstellende bezuinigingen.
bedragen x € 1.000
Overige baten en lasten
2017
2018
2019
2020
Stelpost algemene risicobeheersing
500
500
500
500
Ombuigingen I
-82
-82
-83
-83
30
30
30
30
448
448
447
447
Niet voorziene uitgaven
Totaal taakveld overige baten en lasten
Stelpost algemene risicobeheersing
Beschikking over deze stelpost kan alleen via een raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking
van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden.
Stelpost ombuigingen verkoop eigendommen
Dit zijn de budgetten die in het kader van Ombuigingen I nog nader ingevuld moeten worden. Ten opzichte van de vorige begroting is de post iets verhoogd doordat de wegvallende huuropbrengsten als
gevolg van verkoop hoger zijn dan de wegvallende lasten.
Stelpost onvoorzien
De post voor onvoorziene incidentele uitgaven.
Meerjarenbegroting 2017-2020
67
PARAGRAFEN
Meerjarenbegroting 2017-2020
68
Paragraaf Lokale heffingen
Portefeuillehouder
Organisatie
Jongebloed, Van Klaveren
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
In deze paragraaf geven we een nadere toelichting op de lokale heffingen binnen onze gemeente en
schetsen we de actuele ontwikkelingen rondom het gemeentelijk belastinggebied. De nieuwe begrotingsvoorschriften vragen per heffing een overzicht van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn
meegenomen. In deze paragraaf hebben we daartoe een eerste aanzet gemaakt door een onderbouwing van de tarieven voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Inleiding
De lokale heffingen worden onderscheiden naar belastingen en rechten.
Belastingen: de opbrengsten van belastingen vallen onder de algemene middelen en kunnen vrij
worden besteed. In onze gemeente heffen we de OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting.
Rechten: dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. De opbrengst
van de rechten is niet vrij besteedbaar: de opbrengsten moeten aangewend worden voor de gerelateerde prestaties. Dit geldt voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges burgerzaken. Bij de
afvalstoffen- en rioolheffing is het uitgangspunt: kostendekkende tarieven.
Actuele ontwikkelingen
Op 27 juni 2016 heeft de minister een wetsvoorstel ingediend om de precariobelasting voor nutsnetwerken af te schaffen. Gemeenten krijgen de tijd om deze vorm van precarioheffing te stoppen. Het
kabinet heeft gekozen voor een overgangstermijn van tien jaar zodat daarin de effecten kunnen worden opgevangen van inkomstenderving. Deze periode kan worden verkort bij een grotere hervorming/verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Het overgangsrecht geldt alleen als een gemeente in 2015 ook daadwerkelijk inkomsten genoot van deze belasting. Onder de overgangsregeling
kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016; de datum
waarop de minister het wetsvoorstel heeft aangekondigd. Zo wordt voorkomen dat de tarieven verder
oplopen en het aantal gemeenten dat precario heft, verder stijgt.
Autonome ontwikkelingen
Voor de OZB wordt géén verhoging doorgevoerd voor 2017. Voor de leges, tarieven en overige heffingen hanteren we 1% conform de meest recente publicaties van het Centraal Plan Bureau. Dit met
uitzondering van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing waarbij het uitgangspunt is een 100% kostendekking.
Totaalopbrengst van de belangrijkste heffingen
Lokale heffingen
Onroerend -zaakbelastingen
Forensenbelasting
Toeristenbelasting
Precariobelasting
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Leges burgerzaken
Leges omgevingsvergunningen (WABO)
Marktgelden
Graf- en begraafrechten
Reclamebelasting
Totaal
Meerjarenbegroting 2017-2020
Begroting
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
4.691
48
96
1.349
2.553
1.778
321
603
10
88
40
11.577
4.691
48
96
1.349
2.553
1.867
321
603
10
88
40
11.666
4.691
48
96
1.349
2.553
1.960
321
603
10
88
40
11.759
4.691
48
96
1.349
2.553
2.058
321
603
10
88
40
11.857
69
Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk
•
een belasting geheven van de eigenaren van woningen;
•
een belasting geheven van de eigenaren van niet-woningen;
•
een belasting geheven van de gebruikers van niet-woningen.
De heffingsgrondslag is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende-zaken (wet WOZ). Het OZB-tarief is een percentage van de WOZ-waarde, voor de
genoemde belastingen hanteren we verschillende percentages.
De aanslag OZB voor het belastingjaar 2017 is gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) OZBtarieven voor 2017 en de waardepeildatum per 1 januari 2016. De waarden naar aanleiding van de
hertaxatie naar de peildatum 1 januari 2016 zullen naar verwachting eind 2016 bekend zijn. De definitieve vaststelling van de OZB-tarieven zal - zoals gebruikelijk - in de raad van december plaatsvinden.
Forensenbelasting
Forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar daar
meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf en/of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar
houden. Grondslag voor de heffing is net als bij de OZB de WOZ-waarde.
Toeristenbelasting
Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding overnachtingen aanbiedt, bijvoorbeeld in een hotel, een bed & breakfast of op een camping. Grondslag voor de heffing is de logiesomzet. Bij de introductie van deze belasting ingaande 2013 is afgesproken dat er een gefaseerde
opbouw van de opbrengst plaatsvindt. Voor 2013 is een instaptarief gehanteerd van 1,25%, voor 2014
is het tarief verhoogd naar 2,5% en voor 2015 naar 4% van de logiesomzet. In zijn vergadering van 22
juni 2015 heeft de raad besloten de grondslag en het tarief te handhaven op 4% tot en met 2018.
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond. De precariobelasting kan worden gebruikt om belasting te heffen op kabels en leidingen. Als de gemeente gebruik van zijn grond voor het hebben van voorwerpen moet gedogen, kan zij geen precariobelasting heffen. Een gedoogplicht kan bijvoorbeeld gelden bij of krachtens wet - zoals de telecommunicatiewet (denk aan telefoonleidingen) - of een privaatrechtelijke overeenkomst. Zolang er op de juridische procedure rondom bezwaar/beroep geen uitspraak is, storten we
de opbrengst voorlopig in een voorziening.
Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg.
In zijn vergadering van 15 juni 2015 heeft de raad via een amendement besloten in te stemmen met
de invoering van reclamebelasting voor de komende vijf jaren ingaande 1 januari 2016. De opbrengst
komt ten goede aan het ondernemersfonds waaruit bepaalde activiteiten in Wolvega worden gefinancierd. Grondslag voor de belasting is een vast bedrag.
Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing
Tarief meerpersoonshuishouden
Tarief eenpersoonshuishouden
Opbrengsten*
Werkelijk
2012
Werkelijk
2013
Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Begroot
2016
Begroot
2017
280,40
184,40
2.754
261,12
171,60
2.560
259,20
170,64
2.512
259,20
170,64
2.565
259,20
170,64
2.523
259,20
170,64
2.553
* Excl. opbr. bedrijfsafval
Afvalstoffenheffing kan worden geheven wanneer de gemeente tenminste eenmaal per week het
huishoudelijk afval ophaalt, zoals de Wet milieubeheer voorschrijft. Het uitgangspunt is dat de kosten
van afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden gedekt uit de opbrengst afvalstoffenheffing. Wij
stellen voor de tarieven voor 2017 gelijk te houden aan die van 2016. Dit is mogelijk in combinatie met
een beroep op de egalisatiereserve.
Meerjarenbegroting 2017-2020
70
bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld afval 2017
Kosten taakveld (inclusief omslagrente)
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen)
Netto kosten taakveld
Toe te rekenen kosten:
Straatvegen
Minimabeleid
Overhead
Compensabele btw
Toe te rekenen kosten
Totale kosten
Opbrengst heffingen
1.869
- 134
1.735
52
100
506
243
901
2.636
2.553
Dekkingspercentage
97%
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Van de kosten van straatvegen wordt 40% toegerekend aan het
taakveld afval. Dit percentage is op basis van historische gegevens vastgesteld. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met de taakvelden toegerekend. De systematiek
die hiervoor is gehanteerd is een opslagpercentage op de directe salarislasten. De verhouding tussen
directe salarislasten en overheadkosten is 106% (zie het overzicht Overhead). Dit leidt tot een opslag
van € 506.000. Het dekkingspercentage voor 2017 bedraagt 97%.
Rioolheffing
Rioolheffing
Werkelijk
2012
Werkelijk
2013
Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Begroot
2016
Begroot
2017
106,00
43,00
1.681
106,00
43,00
1.671
106,00
43,00
1.694
106,00
43,00
1.699
106,00
43,00
1.683
111,30
45,15
1.778
Tarief huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater
Tarief hemel- en grondwatertaken
Opbrengsten
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door een heffing verhaald.
Hierbij heeft de gemeente naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater ook de zorgplicht voor
grondwater. Evenals bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt een 100% kostendekking. In 2016
heeft de raad het nieuwe GRP vastgesteld met daarbij een verhoging van het tarief.
bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid taakveld riolering 2017
Kosten taakveld (inclusief omslagrente)
Inkomsten taakveld (exclusief heffingen)
Netto kosten taakveld
Toe te rekenen kosten:
Overhead
Compensabele btw
Toe te rekenen kosten
Totale kosten
Opbrengst heffingen
Dekkingspercentage
1.819
1.819
297
125
422
2.241
1.778
79%
De kosten die direct aan het taakveld worden toegerekend zijn de directe salariskosten, de kapitaallasten en overige exploitatielasten. Naast de directe kosten zijn ook de overheadkosten die samenhangen met de taakvelden toegerekend. De systematiek die hiervoor is gehanteerd is een opslagper-
Meerjarenbegroting 2017-2020
71
centage op de directe salarislasten. De verhouding tussen directe salarislasten en overheadkosten is
106%. Dit leidt tot een opslag van € 297.000.
Het dekkingspercentage voor 2017 bedraagt 79%. In het nieuwe GRP dat is vastgesteld in uw raad
van 7 maart 2016, is bepaald dat de tarieven de komende jaren zullen gaan stijgen. Uitgangspunt bij
het GRP is dat de tarieven in tien jaar tijd (twee GRP planperioden) geleidelijk aan stijgen tot een kostendekkend tarief in 2025.
Graf- en begraafrechten
Er worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de
gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.
Markt- en staangelden
Marktgeld wordt geheven voor het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen op locaties die zijn aangewezen voor het houden van de (wekelijkse) warenmarkt, de voorjaarsmarkt en de najaarsmarkt. Staangeld wordt geheven voor het innemen van een
(vaste) standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Leges
Leges worden geheven voor gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld voor het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het afgeven van paspoorten en rijbewijzen, het verstrekken
van afschriften. De legesverordening bevat meestal een uitgebreide tarieventabel waarin de diensten
met name worden genoemd met de bijbehorende tarieven.
Kwijtschelding
Voor kwijtschelding komt iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking, tenzij
er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). We hanteren bij kwijtschelding 100% van de
bijstandsnorm. Daarmee hanteren we de maximaal door het rijk toegestane normen. In Weststellingwerf wordt alleen kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing.
Kwijtschelding
Aantal aanvragen
Toegewezen
Toegewezen (in %)
Kosten
Meerjarenbegroting 2017-2020
Werkelijk
2012
Werkelijk
2013
Werkelijk
2014
Werkelijk
2015
Begroot
2016
Begroot
2017
560
373
67%
562
391
70%
601
465
77%
629
452
72%
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b.
95
98
111
115
100
100
72
Gemeentelijke woonlasten
Onderstaande tabel geeft een overzicht over 2016 van de woonlasten van de 24 Friese gemeenten.
Gem. betaalde OZB
woningen
(eig.)
1. Harlingen
196
2. Ameland
212
3. Littenseradiel
274
4. Leeuwarden
223
5. Vlieland
202
6. Sudwest-Fryslân
255
7. Ooststellingwerf
198
8. Dantumandeel
255
9. Terschelling
277
10. Opsterland
244
11. Weststellingwerf
268
12. Franekeradeel
229
13. Heerenveen
318
14. Kollumerland c.a.
234
15. Tytsjerksteradiel
391
16/17. het Bildt
290
16/17. Dongeradeel
283
18. Smallingerland
238
19. De Friese Meren
255
20. Menameradiel
244
21. Ferwerderadiel
276
22. Achtkarspelen
284
23. Schiermonnikoog
261
24. Leeuwarderadeel
359
Bron: Coelo (Altas van de lokale lasten)
Woonlastendruk
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Totaal woonlasten
Eph
Mph
Eph
Mph
Eph
Mph
168
170
131
168
225
184
123
170
212
153
171
200
167
160
121
175
136
196
184
192
200
204
253
232
214
223
166
253
300
220
178
213
212
208
259
222
220
229
173
250
235
231
237
256
274
290
330
290
192
139
195
141
49
185
164
195
176
165
149
223
135
268
158
151
225
282
108
206
232
215
89
176
192
179
195
171
147
185
285
195
176
222
149
248
179
268
178
203
225
282
267
265
232
215
221
235
556
520
600
532
476
624
486
620
666
562
588
652
620
662
671
616
644
716
547
642
708
704
603
767
602
614
635
646
648
660
661
663
666
673
676
699
717
732
741
743
743
751
759
764
782
789
812
884
Toelichting bij de tabel:
Eph= eenpersoonshuishouden
Mph= meerpersoonshuishouden
Meerjarenbegroting 2017-2020
73
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Portefeuillehouder
Organisatie
Jongebloed
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Inleiding
In deze paragraaf wordt de stand van zaken met betrekking tot de financiële positie van onze gemeente weergegeven. Onder weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen.
De paragraaf moet de volgende onderdelen bevatten:
• het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
• een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
• een inventarisatie van de risico’s;
• de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s uitgedrukt in weerstandsvermogen;
• een vijftal voorgeschreven financiële kengetallen;
• een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële
positie.
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s
De doelstellingen kunnen als volgt worden samengevat:
1. voldoen aan wet- en regelgeving;
2. inzicht krijgen in de risico’s die onze gemeente loopt en daarmee stimulering van het risicobewustzijn;
3. de berekening van het weerstandsvermogen is onderbouwd;
4. de omvang van het weerstandsvermogen is voldoende.
Inventarisatie weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of
kan beschikken om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de
begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die elementen waarmee tegenvallers eventueel gedekt kunnen worden. De weerstandscapaciteit is de som van:
a. de begrotingsruimte;
b. de algemene reserve;
c. bestanddelen van de bestemmingsreserves;
d. de stille reserves;
e. de niet-benutte belastingcapaciteit;
f. mogelijke ombuigingsmaatregelen.
Ad a. De begrotingsruimte
Op grond van het BBV bestaat de verplichting om jaarlijks in de begroting een bedrag voor onvoorzien
op te nemen. Met ‘onvoorzien’ kunnen we elk jaar onverwachte incidentele tegenvallers opvangen. De
hoogte van de post bedraagt in deze meerjarenraming € 30.000 per jaar. Daarnaast is in deze meerjarenbegroting een stelpost risicobeheersing opgenomen om specifieke risico’s op voorhand af te dekken. Het gaat jaarlijks om een bedrag € 500.000. Beschikking over deze stelpost kan alleen via een
raadsbesluit en is uitsluitend bedoeld ter dekking van structurele risico’s die op enig moment werkelijkheid worden.
Ad b. De algemene reserve
Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve kan worden ingezet ter dekking van onverwachte
incidentele tegenvallers. De algemene reserve bedroeg per 1 januari 2016 € 16,0 miljoen. We verwachten het jaar 2016 op basis van de huidige najaarsnota af te sluiten met een positief resultaat
(€ 1,1 miljoen). Als de jaren 2017-2020 aan de verwachting voldoen, dan groeit de algemene reserve
naar een stand van ca. € 16,6 miljoen eind 2020. Dit moet worden ingezet om onze incidentele weerstandscapaciteit te versterken. In de vorige programmabegroting gingen we uit van een minimale incidentele weerstandscapaciteit van € 12,5 miljoen. Bij de actualisatie van de nota financieel beleid - die
eind 2016 zal verschijnen - nemen we de noodzaak tot (eventuele) aanpassing van de minimale
weerstandscapaciteit mee.
Meerjarenbegroting 2017-2020
74
Ad c. Bestanddelen van de bestemmingsreserves
Voor de middelen van een bestemmingsreserve heeft de raad een specifiek doel vastgelegd, eventueel kan de bestemming door de raad worden gewijzigd. Wanneer op een bestemmingsreserve geen
verplichting rust (raadsbesluit, opvangen van schommelingen in de exploitatie) voegen we deze reserve toe aan de algemene reserve en vormt deze op dat moment onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor de weerstandscapaciteit wordt met deze component op dit moment geen rekening gehouden.
Ad d. De stille reserves
Stille reserves betreffen activa die tegen nul zijn gewaardeerd of waarvan de boekwaarde - beduidend
- onder de handelswaarde ligt. De mogelijke meeropbrengsten die bij verkoop ontstaan, kunnen onder
andere worden ingezet ter dekking van onverwachte tegenvallers. De verwachting is op dit moment
dat de invloed van deze stille reserves op de weerstandscapaciteit minimaal is.
Ad e. De niet-benutte belastingcapaciteit
Artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) wet regelt dat aan een gemeente een aanvullende
uitkering verleend kan worden door de minister, indien de algemene middelen aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten
van de gemeente zich op een redelijk peil bevinden. De genoemde voorwaarden worden ook wel kort
samengevat het toelatingskaartje genoemd.
Om de voorwaarden te kunnen beoordelen moet duidelijk zijn welke eigen inkomsten daarbij worden
betrokken en wat een redelijk peil is. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit:
1. de OZB
2. de rioolheffing
3. de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.
Het toelatingskaartje tot artikel 12 is met ingang van het begrotingsjaar 2017 op basis van een vastgestelde formule bepaald op 0,1927 als percentage van de WOZ-waarden. Hierbij wordt uitgegaan van
de veronderstelling dat bij riolering én de reiniging sprake is van 100% kostendekkendkostendekkeheid. Een eventuele onderdekking bij de reiniging en/of riolering moet worden gecompenseerd door
een daarmee overeenkomende verhoging van het (gemiddelde) percentage WOZ-waarde.
Ad f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
Ten aanzien van de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt er op dit moment vanuit gegaan dat
de ombuigingsmaatregelen structureel zullen worden gerealiseerd. De enige taakstelling die nog niet
daadwerkelijk is gerealiseerd is de maatregel als gevolg van het afstoten van gemeentelijke gebouwen, een bedrag van ongeveer € 82.000. Deze is opgeschoven zodat volledige realisatie per 2017 zal
moeten plaatsvinden.
Samenvatting
De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Weststellingwerf is:
bedragen x € 1.000
Onderdeel
a. De structurele begrotingsruimte
De incidentele begrotingsruimte
b. De algemene reserve
c. Bestemmingsreserves
d. De stille reserves
e. De onbenutte belastingcapaciteit
f. Mogelijke ombuigingsmaatregelen
2017
2018
2019
2020
500
30
16.900
-
500
30
16.600
-
500
30
16.600
-
500
30
16.600
-
17.430
17.130
17.130
17.130
30 1.540 11.020
De structurele weerstandscapaciteit in de begrotingsexploitatie bedraagt hiermee vanaf 2017 € 0,5
miljoen. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt hiermee ongeveer € 16,6 miljoen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
75
Inventarisatie van de risico’s en getroffen beheersmaatregelen
De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht, voor zover op dit moment bekend.
Van belang is te beseffen dat risico’s zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Wij hebben bij deze inventarisatie vooral gekeken naar mogelijke negatieve risico’s en de gevolgen daarvan.
Het inschatten van risico’s is een momentopname en is geen absolute wetenschap. De inventarisatie
is gemaakt in een tweetal domeinen: (relatief) beïnvloedbare risico’s en onzekerheden op lokaal en
regionaal niveau en landelijke ontwikkelingen en (lastig beïnvloedbare) risico’s en/of onzekerheden
die daar uit voortvloeien.
Meerjarenbegroting 2017-2020
76
De belangrijkste risico’s loopt onze gemeente op de volgende onderwerpen (in volgorde omvang risico).
Onzekerheden grondexploitaties.
Hoewel de huidige ramingen van de grondexploitaties, zoals te doen gebruikelijk jaarlijks, begin 2016
zijn geactualiseerd, blijft moeilijk te voorspellen of de geraamde verkopen ook daadwerkelijk zullen
plaatsvinden. We hebben in het recente verleden de nodige beheersmaatregelen getroffen door een
deel van de grondvoorraad te herrubriceren en het toe te rekenen rentepercentage te verlagen. We
sluiten niet uit dat in de toekomst aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn, omdat per 1 januari 2016
een herziening van de verslaggevingsregels grondexploitatie geldt (zie paragraaf Grondbeleid). De
impact van de gewijzigde regelgeving is sterk afhankelijk van de besluiten die onze gemeenteraad zal
nemen in de toekomst, met name over (het moment van) de exploitatie van Lindewijk deelgebied 2.
Onzekerheden door invoering Vennootschapsbelastingplicht (Vpb):
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de Vennootschapsbelasting (Vpb) ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten van overheidsbedrijven. Het gaat bij onze gemeente met name om de vraag in hoeverre we voor de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig zijn. De laatste berichten zijn dat we
ook hiervoor niet als ondernemer worden aangemerkt en dus geen vennootschapsbelasting hoeven te
betalen. Voor meer info: zie het programmaplan onder “Vennootschapsbelasting”.
Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: de drie decentralisaties
De informatie rondom de zorgverlening vanwege de drie decentralisaties komen steeds beter in beeld:
de interpretatie van beschikbare informatie is nog een punt van aandacht omdat nog niet alle Informatie- en Communicatie Technologie (ICT)-systemen volledig operationeel zijn, dan wel nog niet alle betrokken partijen hun informatie ontsluiten. Daarnaast bestaan onzekerheden ten aanzien van de regionale uitgaven voor Jeugd en Wmo (AWBZ): over 2015 heeft de uitvoeringsorganisatie, die verantwoordelijk is voor de gegevensuitwisseling en de controle van de beschikte en gefactureerde regionale (Jeugd)zorg, van zijn accountant een (algemene) afkeurende verklaring gekregen. Er bestaat nog
onzekerheid of dit voor 2016 zal veranderen. Het uitgangspunt in Weststellingwerf is dat bekostiging
moet plaatsvinden binnen de daarvoor door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. Deze rijksbudgetten zijn aangevuld met reguliere gemeentelijke middelen om de inrichting van het Sociaal domein, in
het bijzonder de inrichting van de gebiedsteams, vorm te geven.
Onzekerheden realisatie (externe) subsidies.
Wanneer de voortgang van een gesubsidieerd project ernstig vertraagt, kan dit consequenties hebben
voor de externe financiering. Tijdig overleg met de subsidieverstrekker om de mogelijkheden van verlenging van de termijn te onderzoeken is daarbij een belangrijke beheersmaatregel die, indien nodig,
door ons actief wordt toegepast. Nog belangrijker is alvorens een subsidie aan te vragen goed te onderzoeken of uitvoering binnen de subsidieperiode mogelijk is en voldoen aan de subsidievoorwaarden reëel is.
Risico’s ten gevolge van open einde regelingen: voor 2015 bestaande regelingen
De gemeente kent sommige regelingen (als voorbeeld noemen wij de bijzondere bijstand) die weliswaar een budgettair plafond kennen in de begroting, maar die in feite niet financieel begrensd zijn. Als
er meer aanspraak op een dergelijke regeling wordt gedaan zal een gemeente deze middelen (aanvullend) beschikbaar moeten stellen en kan de gemeente deze middelen veelal niet verhalen op derden. Op dit moment schatten wij de financiële onzekerheden en risico’s van deze bestaande regelingen als zeer klein in. Wij hebben zoveel mogelijk beheersmaatregelen genomen om te voorkomen dat
de beschikbare budgetten worden overschreden, door bijvoorbeeld een zo goed mogelijke inschatting
te maken op basis van historische kosten en actuele (beleids)ontwikkelingen.
Onzekerheden en risico’s bij onderhoud kapitaalgoederen
Voor uitvoering van onderhoudsplannen zijn bij de vorige programambegroting extra middelen beschikbaar gesteld zowel incidenteel als ook structureel. Een strategisch beleid hoe om te gaan met
vastgoed specifiek en gemeentelijke bezittingen in brede zin, is een maatregel die wordt getroffen om
mogelijke risico’s op dit onderwerp te beheersen. Dan kan meer gericht geld worden gestoken in het
strategisch onderhoud van gemeentelijke bezittingen (betere koppeling termijn bezit/in gebruik aan
termijn onderhoud). De taakstelling van € 82.000 die uit Ombuigingen I resteert moet nog structureel
worden ingevuld.
Meerjarenbegroting 2017-2020
77
Onzekerheden en risico’s bij schoolgebouwen
Door dalende leerlingenaantallen ontstaat bij kleine scholen in een gemeente het risico dat het
schoolbestuur voorstelt de scholen op te heffen. Na buitengebruikstelling krijgt de gemeente de onderhoudsplicht voor deze gebouwen terug. Doordat in het verleden veel geld is gestoken in het kleine
scholenbeleid, tellen de voorzieningen in de meeste schoolgebouwen nog behoorlijk mee in de boekwaarde. De marktwaarde van de schoolgebouwen na buitengebruikstelling als schoolgebouw ligt aanzienlijk lager. De gemeente kent dus twee risico’s: enerzijds het risico om meer gebouwen te moeten
onderhouden en daarvoor dus meer onderhoudsgeld te moeten opnemen in de begroting. Anderzijds,
het risico dat deze terugkomende gebouwen verkocht worden onder de boekwaarde.
Risico’s en beheersmaatregelen in de bedrijfsvoering.
Risico’s in de bedrijfsvoering zijn: frictiekosten personeel, aansprakelijkheidsrisico’s en urenramingen
op exploitatie ontlastende onderdelen van de begroting zoals de grondexploitaties, afval, riolering en
projecten die extern gefinancierd worden. Met name deze laatste categorie speelt als risico bij onze
gemeente, ze ontlasten de gewone exploitatie omdat deze uren gedekt kunnen worden uit externe inkomsten, maar dit vormt tevens een risico wanneer de projecten afgerond zijn of exploitaties krimpen.
De financiële betekenis hiervan is dat het risico op uitzetting van de lasten ten opzichte van de jaren
daarvoor, groter wordt. Tijdig beheersmaatregelen treffen, door een juiste verhouding vast en flexibel
personeel in dienst te hebben op deze producten, voorkomt structurele risico’s in de exploitatie.
Politiek risico: stijging woonlasten
De raad ziet, vanuit de belofte in het coalitieakkoord, de noodzaak om de woonlasten beperkt te houden en kijkt in hoeverre noodzakelijke maatregelen ten aanzien van de rioolheffing kunnen worden
gecompenseerd door bijvoorbeeld het tarief voor de afvalstoffenheffing en/of OZB te matigen.
Risico’s en beheersingsmaatregelen met betrekking tot verbonden partijen.
De paragraaf verbonden partijen vraagt vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht
omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders en de
raden van commissarissen en of toezicht. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van
hun begroting beperkt is, wat weer van invloed is op onze begroting.
Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO, de Veiligheidsregio Fryslân (VRF), Caparis en de gemeenschappelijke regeling SW Fryslân. De eerste twee samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor
de 24 Friese gemeenten; de SW-samenwerking beperkt zich tot een samenwerkingsverband van acht
Friese gemeenten. In beide gevallen is de invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend (zeer) beperkt. De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken, zoals ook zichtbaar is geworden in de SW-samenwerking. Ook in de
overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er
geen eensluidende visie is binnen de 24 Friese gemeenten. Er zijn diverse ontwikkelingen gaande
binnen de SW Fryslân en het bedrijf Caparis die een directe relatie hebben met de nieuwe participatiewet. De ontwikkelingen van de loonkostenbijdrage vanuit SW Fryslân aan Caparis blijft een risico.
Risico’s en beheersmaatregelen in de financiering.
Rentestijging is een risico waar wij mee te maken kunnen krijgen bij het opnieuw afsluiten van een
geldlening. Is de rente hoger dan de rente die wij betaalden, dan heeft dit een nadelig effect op onze
begroting. Op dit moment is de rentevisie dat de lange rente licht stijgt in 2016, maar van een verdere
stijging van de rente naar niveaus die hoger liggen dan de door ons betaalde gemiddelde rente is op
dit moment geen sprake. We hebben onlangs onze leningenportefeuille geherstructureerd (zie ook de
paragraaf financiering). Naast een te behalen rentevoordeel is daar ook zeer actief gekeken naar de
toekomstige noodzakelijke financieringen om zo het renterisico te minimaliseren (vaste schuld en kasgeld). Daarmee is dit risico op dit moment verwaarloosbaar.
Daarnaast staat onze gemeente (indirect) garant voor diverse geldleningen verstrekt aan met name
de Woningstichting Weststellingwerf en Stichting Meriant (onderdeel van Stichting Alliade). Bij de indirect gegarandeerde geldleningen staat het rijk voor 50% garant en de gemeente voor 50%. Periodiek
zal de risico exposure van de garantstellingen worden beoordeeld.
Meerjarenbegroting 2017-2020
78
Risico’s en beheersmaatregelen ten gevolge van landelijke ontwikkelingen.
De vooruitzichten van de economie lijken zich steeds sterker te vertalen in een herstel. Het aantal uitkeringsontvangers in onze gemeente daalt sneller dan in omliggende gemeenten. De specifieke uitkering Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) vanuit het rijk stijgt mede als
gevolg van de invoering van het (gedeeltelijke) objectieve verdeelmodel. De systematiek van onze
planning en control cyclus en de definitieve beschikking vanuit het rijk lopen niet geheel synchroon
zodat we bij het opstellen van de jaarrekening geen gebruik kunnen maken van definitieve cijfers die
normaliter eind september worden uitgebracht. Dit brengt derhalve onzekerheden met zich mee bij de
raming.
Weerstandsvermogen
Hiervoor zijn de risico’s en genomen beheersmaatregelen beoordeeld. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke
inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. De huidige werkwijze bestaat uit vier stappen:
1) per risico wordt een financiële inschatting gemaakt van de initiële klasse waarin het risico valt;
2) daarna wordt beoordeeld, wat de initiële kans is dat het risico zich voordoet en deze wordt vertaald in een wegingsfactor;
3) vervolgens worden beheersmaatregelen benoemd en waar mogelijk geïmplementeerd;
4) deze beheersmaatregelen zorgen voor een aangepaste inschaling van risicoklasse en risicokans,
waartegen “de onzekere gebeurtenis”(=het risico) wordt gescoord.
De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s worden uitgedrukt in weerstandsvermogen.
De hoogte van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven:
bedragen x € 1.000
Weerstandsvermogen
2017
Weerstandscapaciteit (incidenteel)
Risico's
16.546
-6.400
Weerstandsvermogen
10.146
Dit betekent dat we incidenteel in staat zijn om risico’s op te vangen, maar dat we op termijn nog wel
de nodige behoedzaamheid in acht moeten nemen. Dit is een risico op zich. We moeten ons niet rijk
rekenen. Begrotingsdiscipline blijft daarbij belangrijk.
Aangezien het goed in beeld hebben van risico’s steeds belangrijker wordt, zal de verdere optimalisering van ons risicomanagementsysteem de komende jaren de nodige aandacht vragen.
Kengetallen
Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om
de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het
gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.
Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas
schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn, maar is dat een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
In onderstaand overzicht wordt het verloop van de kengetallen weergegeven:
Kengetallen
Rekening
2015
Begroot
2016
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
1 Netto schuldquote
106,83%
106,39%*
91,27%
87,84%
84,56%
80,73%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
94,95%
97,74%*
84,24%
81,46%
78,85%
75,72%
2 Solvabiliteitsratio
18,85%
18,8%*
19,72%
19,23%
19,12%
19,07%
3 Structurele exploitatieruimte
3,96%
0,32%
0,92%
1,20%
0,82%
0,93%
4 Grondexploitatie
37,81%
38,95%
32,43%
29,10%
25,26%
21,62%
5 Belastingcapaciteit
95,17%
94,41%
94,47%
95,57%
96,68%
97,93%
*geactualiseerd naar aanleiding van de herstructurering van de leningenportefeuille. De kengetallen wijken daarom af van de
primaire programmabegroting 2016.
Meerjarenbegroting 2017-2020
79
Toelichting tabel
Basis voor deze kengetallen is de geprognosticeerde balans voor de jaren 2017-2020. Deze staat
achterin het boekwerk onder “Uiteenzetting van de financiële positie”.
1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van
de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden
betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te
berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Een schuldquote van 100% wordt over het algemeen als grens gezien tussen acceptabel en in toenemende mate risicovol. Met ingang van dit begrotingsjaar komen we onder deze grens!
2. Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen
te voldoen. De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. In de tabel van de kengetallen loopt het percentage jaarlijks iets af met name doordat we ieder jaar een beroep doen op de reserve riolering. Willen we een
hogere solvabiliteit realiseren, dan kan dat door meer te sparen. Er bestaat geen harde minimumnorm voor de solvabiliteit. Het is afhankelijk van heel veel factoren, zoals bijvoorbeeld het risicoprofiel
van een gemeente.
3. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om
eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten
zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de
personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Het kengetal
"structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde
begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.
4. Kengetal grondexploitatie
Het kengetal geeft in een percentage aan hoe groot het geïnvesteerde bedrag is ten opzichte van de
totale baten.
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde
moet worden terugverdiend bij de verkoop.
5. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de
woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met
een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom
berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk
gemiddelde in het jaar t-1 (= 2016) en uit te drukken in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt zijn de geraamde woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde voor
een gezin. Als basis hebben we voor de jaren 2017-2020 het landelijk gemiddelde van 2016 (= 100%)
genomen. Dat staat op € 723,00.
Meerjarenbegroting 2017-2020
80
Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen
Portefeuillehouder
Organisatie
Jongebloed, Van Klaveren
Ruimte, Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
BELEIDSNOTA’S
Van toepassing zijn de volgende nota´s:
• Beleidsplan Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte 2012-2016
• Nota Openbare Verlichting
• Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020.
Inleiding
Onze gemeente heeft een flink aantal vierkante kilometers aan openbare ruimte in beheer. Er wordt
gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Om dat mogelijk te maken wordt geïnvesteerd in kapitaalgoederen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten.
Kwaliteitsambitie Openbare Ruimte
Uw raad heeft in 2011 het beleidsplan Kwaliteitsambitie openbare ruimte (2012-2016) vastgesteld.
Hierin worden de kwaliteitsdoelstellingen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte
(waaronder wegen, groen en bruggen) vastgesteld. Hierin zijn de door uw raad een aantal jaren geleden opgelegde ombuigingen, meegenomen.
Voor onze openbare ruimte zijn de volgende kwaliteitsafspraken afgesproken met uw raad:
• Kwaliteit basis (voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken) voor centrum, hoofdstructuur en woongebieden
• Kwaliteit laag (sober tot onvoldoende) voor industriegebieden en plattelandsgebieden.
Zoals bekend staat er druk op de relatie tussen het door u vastgestelde kwaliteit/ambitie niveau openbare ruimte (onder andere bermen en sloten) en het hiervoor beschikbare budget. In 2017 komen wij
met nieuwe voorstellen betreffende de kwaliteitsambities openbare ruimte. Zie ook programma 2.
Wegen
Het totale areaal aan verhard oppervlak bedraagt ca. 230 hectare. Hier binnen valt 116 km wegen
binnen de bebouwde kom, 285 km wegen buiten de bebouwde kom en 84 km fietspaden. Daarnaast
heeft de gemeente 214 hectare bermen en 442 km aan schouwsloten in onderhoud.
Om de doelstelling te monitoren worden de wegen geïnspecteerd op basis van de CROW (Centrum
voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) methodiek, waarbij de relatie wordt gelegd met de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het beleidsplan.
Dit resulteert in een meerjarig inzicht (5 jaar) van planning en begroting. De hieruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn voor deze periode afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting.
Groen
Groen komt in vele vormen terug in de openbare ruimte. Het totale areaal groen binnen de gemeente
bedraagt ongeveer 104 ha.. Het grootste areaal bevindt zich in de woongebieden, langs de plattelandswegen staan de meeste bomen. Het beheer vindt plaats op basis van een kwaliteitsgestuurd
(groen)beheersysteem.
Het groenbeheer is onder te verdelen in verzorging (kwaliteit onderhoud) en technische staat (kwaliteit
inrichting). Het openbaar groen wordt op basis van de vastgestelde kwaliteitsafspraken uit het integrale beleidsplan openbare ruimte onderhouden en gerenoveerd. De onderhoudskwaliteit van het openbaar groen wordt minimaal vier maal per jaar geschouwd. De kwaliteit van de technische staat van het
openbaar groen wordt per gebied minimaal eens in de twee jaar gemeten. Voordat een renovatie
wordt uitgevoerd wordt de ruimtelijke kwaliteit (mooi en functioneel) bekeken.
Meerjarenbegroting 2017-2020
81
Eénmaal in de drie of vier jaar worden alle 30.000 bomen geïnspecteerd. Wanneer de kwaliteit van
een boom daar aanleiding toe geeft (de zogenaamde zorgbomen), wordt jaarlijks geïnspecteerd en zo
nodig nader onderzocht.
De werkzaamheden betreffende groen zijn voor de duur van het beleidsplan afgestemd op het beschikbare budget in deze begroting. In het 4e kwartaal van 2016 komen wij met een voorstel betreffende een bomenbeleidsplan.
Bruggen, waterwegen en kades
Weststellingwerf heeft 49 bruggen in beheer die verdeeld zijn in 31 bruggen voor
fiets/voetgangersverkeer en 18 bruggen voor autoverkeer. De bruggen variëren van één middelgrote
beweegbare brug bij Nijelamer tot meerdere kleine vaste houten bruggen voor fiets- en voetgangers.
Via een jaarlijkse monitoring wordt de staat van alle kapitaalgoederen gevolgd. Er wordt eens in de 5
jaar geïnspecteerd.
Openbare verlichting
Weststellingwerf heeft in totaal 4.316 armaturen in eigendom en beheer. Het onderhoud en beheer
van de openbare verlichting is via de Stichting Openbare Verlichting Fryslân aanbesteed. Dit prestatiegerichte contract geldt tot 1 januari 2018. We hebben aangegeven ook na 1 januari 2018 van de
diensten van de Stichting Openbare Verlichting Fryslân gebruik te willen maken. Onder onderhoud
wordt verstaan het reinigen, het schilderen van masten/armaturen en het regulier vervangen van lampen. Ook het oplossen van storingen aan de openbare verlichting valt onder deze aanbesteding.
In het door de uw raad vastgestelde klimaatbeleidsplan ‘samen de schouders eronder’ en in de beleidsnotitie Openbare Verlichting is een streven van 1,5% energiebesparing per jaar opgenomen. Om
dit te realiseren moet er per jaar ca. 5% van de armaturen worden vervangen. Door het vergelijken
van het jaarlijkse energieverbruik per lichtpunt monitoren wij of het streven van 1,5 % energiebesparing wordt gerealiseerd.
Verder wordt er kritisch gekeken naar mogelijkheden om binnen het vervangingsprogramma een besparing door te voeren door een aantal lichtmasten niet te vervangen maar te doven. Het niet vervangen en doven levert een besparing op de kapitaallasten van het vervangingskrediet en op het energieverbruik.
Riolering
Er wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente heeft voor inzameling, transport
en (lokale) verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. De wijze van de invulling is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hierin zijn de beleidsvoornemens en (bijbehorende)
maatregelen beschreven. Naast nieuwe aanleg en aanpassingen op het bestaande rioolstelsel wordt
er ook beheer en onderhoud gepleegd. Uitgangspunt hierbij is om dit op een doelmatige wijze uit te
voeren.
Voor de Friese waterketenpartners ligt er vanuit het Nationaal Bestuursakkoord Water een opgave om
in 2020 € 12,1 miljoen structureel te besparen op de jaarlijkse kosten. Om dit te realiseren is in 2010
het Fries Bestuursakkoord Waterketen door de waterketenpartners ondertekend. Dit akkoord liep tot
en met 2015. Er wordt een nieuw akkoord opgesteld voor de periode 2016-2020. De OWOgemeenten hebben in een besparingsdocument aangegeven welke bijdrage zij leveren aan die € 12,1
miljoen. De uitkomst van dit besparingsdocument is geïmplementeerd in het GRP dat in maart 2016 is
vastgesteld.
Meerjarenbegroting 2017-2020
82
Tractiemiddelen
De in eigendom zijnde tractiemiddelen worden middels een beheerssysteem gemonitord. Uit het oogpunt van continuïteit moet regelmatig materieel te worden vervangen. Er is een meerjarig overzicht
opgesteld van te vervangen materieel. Voor 2017 is één grote vervanging gepland, te weten het vervangen van een vrachtwagen met huisvuilbeladingssysteem (zowel chassis als opbouw).
Gebouwen
Op dit moment zijn er voldoende middelen in de begroting opgenomen voor het totale onderhoud aan
de gemeentelijke gebouwen:
• Gemeentehuis en gemeentewerf
• Gymzalen en multifunctionele centra
• Sportvoorzieningen (zwembaden en sporthallen)
• Gemeentelijke (niet functionele) panden, zoals pand voormalig Bornego College
Voor het onderhoud is een splitsing aangebracht in 1). Dagelijks/cyclisch onderhoud (het normale reguliere onderhoud en 2). Planmatig onderhoud (groot onderhoud en planmatige vervangingen die niet
onder het dagelijks onderhoud vallen).
Voor de financiële weerslag van noodzakelijk onderhoud aan gemeentelijke gebouwen is onderscheid
gemaakt tussen gebouwen die normaliter duurzaam gemeentelijk bezit zullen zijn en blijven (categorie
1), gebouwen die in principe nog aan beide categorieën kunnen worden toebedeeld (categorie 2; afhankelijk van de exploitatiemogelijkheden en de strategische keuzes ten aanzien van het instandhouden van voorzieningen binnen de gemeente) en gebouwen die in principe kunnen worden afgestoten
(categorie 3).
Voor de eerste en tweede categorie is het benodigde onderhoud vertaald naar een meerjarig onderhoudsplan (MOP) per gebouw. Voor de derde categorie is gekozen om het onderhoud zo minimaal uit
te voeren om kapitaalvernietiging te voorkomen. Uitgangspunt bij de berekening van de maatregelen
is dat sober en doelmatig onderhoud wordt gepleegd. Alleen strikt noodzakelijke maatregelen voor het
behoud van de huidige functie en het huidige gebruik van het gebouw worden uitgevoerd.
Beschikbare middelen voor het onderhoud
bedragen x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen
1. tractiemiddelen
2. gebouwen
3. wegen
4. bruggen en duikers
5. openbare verlichting
6. openbaar groen
7. riolering
8. terreinen
9.overig
Totaal
Meerjarenbegroting 2017-2020
Begroot
2016
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
130
728
1.489
115
53
745
172
59
46
130
651
1.389
115
53
745
164
54
52
130
995
1.389
115
53
745
164
59
46
130
1.022
1.389
115
53
745
164
59
46
130
771
1.389
115
53
745
199
59
46
3.536
3.352
3.696
3.723
3.507
83
Paragraaf Financiering
Portefeuillehouder
Organisatie
Jongebloed
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Inleiding
Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de
hieraan verbonden risico’s.
Wettelijke kaders voor gemeentelijk treasurybeleid vinden we terug in de Wet financiering decentrale
overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) en in de Gemeentewet met de daaruit afgeleide financiële verordening.
Vanwege de publieke taak van de gemeente gaan we bedachtzaam om met publieke middelen en zijn
we transparant over de besteding van deze middelen. Risicobeheersing is daarbij van groot belang.
Mogelijke renterisico’s beheersen we via de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Verder stellen we
strikte eisen aan het uitzetten van liquide middelen: leningen en garanties mogen in principe alleen
worden verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden gemeenten hun
overtollige middelen aan in ’s-rijks schatkist (als gevolg van het verplicht schatkistbankieren) zodat
deze beschikbaar blijven voor de uitoefening van de publieke taak.
1. De uitgangspunten
Sinds de invoering van het schatkistbankieren zijn uitzettingen door gemeenten niet mogelijk. Door
een goede (korte en lange termijn) liquiditeitsprognose te hebben kunnen gemeenten in het aantrekken van geld sturen op het (tijdig) beschikbaar hebben van lang of kort geld. Met de huidige rentestand zijn de renterisico’s die gemeenten daarbij lopen overzichtelijk.
In de huidige bestuursperiode is de ambitie neergelegd om de gemeentelijke schuldpositie te verbeteren. Daarom zijn we in 2014 gestart met een herstructureringsplan voor al onze leningen dat heeft geresulteerd in een eindrapportage Treasuryscan. Op grond van deze rapportage is begin 2016 onze leningenportefeuille volledig herzien en hebben we nog maar twee leningen uitstaan bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Naast de herstructurering van de leningenportefeuille hebben we ook intensief contact gehad met de
BNG en de woningbouwvereniging Weststellingwerf om de resterende door de gemeente verstrekte
leningen over te dragen aan de woningstichting met een achtervang via de Stichting Waarborgfonds
Sociale Woningbouw (WSW). Ook deze overdracht is geëffectueerd. Daarmee hebben we een beheersmaatregel op onze risico’s kunnen toepassen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing) en is onze feitelijke vaste schuld verder gedaald.
2. Risicobeheer
Binnen de Wet fido zijn twee normen vermeld (kasgeldlimiet en renterisiconorm) waaraan moet worden voldaan. Het doel van deze normen is een stabiele rentelast over de jaren te bewerkstelligen. Het
wettelijk bepaalde percentage is 20% van het begrotingstotaal.
2.1 Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is vastgesteld als het maximum percentage van het begrotingstotaal dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Het doel van de limiet is de vlottende schuld (kortlopende
leningen) te beperken. De berekening van de kasgeldlimiet voor de komende jaren is als volgt:
bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet
2017
2018
2019
2020
Begrotingsvolume
71.912
71.238
70.542
70.000
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
6.113
6.055
5.996
5.950
Totaal
Meerjarenbegroting 2017-2020
84
2.2 Renterisicobeheer
De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met
een looptijd van een jaar of langer te beperken. In de Wet fido is het renterisico gemaximeerd op 20%
van het begrotingsvolume. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de komende jaren
weergegeven.
bedragen x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico
2017
2018
2019
2020
1a.
Renteherziening op vaste schuld o/g
-
-
1b.
Renteherziening op vaste schuld u/g
-
-
2.
Netto renteherziening op vaste schuld (1a -1b)
-
-
3.
Aflossingen
3.345
3.845
4.345
4.845
4.
Renterisico (2 + 3)
3.345
3.845
4.345
4.845
71.912
71.238
70.542
70.000
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
5.
Volume totale lasten in begroting en rekening (excl bestemming reserves)
6.
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
7.
Renterisiconorm (5 x 6)
14.382
14.248
14.108
14.000
8.
Ruimte (+) / Overschrijding (-) (7 - 4)
11.037
10.403
9.763
9.155
2.3. Kredietrisico op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen
bedragen x € 1.000
Kredietrisicobeheer op verstrekte gelden en gegarandeerde leningen
Restant schuld primo 2017
Rentedragende leningen
5.566
Gegarandeerde geldleningen (100%)
5.455
Indirect gegarandeerde geldleningen ( WSW-achtervang)
73.965
Totaal
84.986
De rentedragende leningen bestaan voornamelijk uit aan (voormalig) ambtenaren doorverstrekte hypothecaire geldleningen. De portefeuille krimpt omdat gemeenten geen hypothecaire geldleningen
meer mogen verstrekken aan hun personeel. Daarnaast zijn in 2016 voor een bedrag van ongeveer
€ 2,5 miljoen hypotheken overgezet naar andere geldverstrekkers als gevolg van de momenteel laagstaande rente. Hierdoor stijgen onze geldmiddelen. Het risico op de portefeuille is relatief klein, vanwege de hypothecaire zekerheden die tegenover de geleende gelden staan. Er is wel sprake van een
(beperkt) renterisico omdat geldnemers hun rentevoorwaarden (kosteloos) kunnen aanpassen gedurende de looptijd. Echter, de meeste geldnemers hebben inmiddels hun rechten om de rentevoorwaarden aan te passen verbruikt.
Daarnaast hebben we verschillende (indirecte) garanties afgegeven. Op deze garantstellingen wordt
in de regel regulier afgelost door de geldnemers. Met betrekking tot de gegarandeerde leningen betreft het veelal geldnemers in de zorg, sociale woningbouw of (sport)verenigingen. Omdat voor de leningen aan de woningcorporaties het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat kan
het kredietrisico voor de gemeente als minimaal worden beschouwd.
3. Gemeentefinanciering
De gemeente hanteert een integrale financieringssystematiek. Dat wil zeggen dat we steeds kijken
naar de totale financieringsbehoefte van de gemeente op enig moment. Bij de huidige verwachtingen
over de renteontwikkeling (een iets oplopende rente voor de langere looptijden) wordt goed gekeken
naar de liquiditeitsbehoefte en deze wordt afgezet tegen de opgave om de schuldpositie te verbeteren
in absolute zin: uitgangspunt daarbij is een beheersbare schuld waarop op reguliere basis aflossingen
Meerjarenbegroting 2017-2020
85
plaatsvinden. We laten daarbij de kortlopende schuld niet onnodig hoog oplopen waardoor lang geld
moet worden aangetrokken op een voor onze gemeente ongunstig moment: een evenwichtige spreiding van de aflossingen en rentebetalingen is belangrijk bij een beheersbare liquiditeitsbegroting.
Schuld als aandeel van de exploitatie
Ter bevordering van de onderlinge vergelijkbaarheid zijn overheden verplicht om volgens vooraf gestelde richtlijnen onder andere de netto-schuldquote als kengetal te publiceren vanaf de meerjarenbegroting 2016 en de jaarrekening 2015 in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
3.1 Leningenportefeuille
Het verloop van onze leningenportefeuille staat in de geprognosticeerde balans (zie onder “Uiteenzetting van de financiële positie”). Per 1 januari 2017 bedraagt onze schuld € 65,267 miljoen tegen een
gemiddeld rentepercentage van 3,16% en een jaarlijkse aflossing van € 3,345 miljoen.
3.2 Financieringsbehoefte
De financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft een indicatie of het aangaan van
vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk is. Het tekort in 2017 wordt gefinancierd met kort krediet.
bedragen x € 1.000
Financieringsbehoefte per 31 december
Reserves
Voorzieningen
2017
2018
2019
2020
19.661
18.685
18.206
17.770
9.974
11.274
12.574
13.874
Vaste geldleningen
61.922
58.577
55.232
51.887
Totaal
91.557
88.536
86.012
83.531
Vaste activa
81.355
79.714
79.020
77.999
Voorraden
11.560
9.048
6.199
3.601
Financieringstekort (-) cq. overschot (+) per 31 december
-1.358
- 226
793
1.931
3.3 De wijze van rentetoerekening
In het navolgende renteschema is uiteen gezet hoe voor alle jaren de rentetoerekening in deze begroting is vorm gegeven.
bedragen x 1.000
Renteschema
a.
b.
De externe rentelasten over de korte en lange termijn
De externe rentebaten
Totaal door te berekenen rente
c.
Saldo door te berekenen rente
Rente over eigen financieringsmiddelen
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
e.
f.
2.233
183
2.050
De rente die aan de grondexploitatie moet worden
doorberekend
d.
2017
De werkelijk aan taakvelden (programma's incl overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
Renteresultaat op het taakveld treasury
393
1.657
1.657
2.661
-1.004
Het jaarlijks positieve renteresultaat is bij het Overzicht Algemene dekkingsmiddelen verantwoord onder (de lasten bij) het taakveld treasury.
Meerjarenbegroting 2017-2020
86
3.4 EMU saldo
Tussen het kabinet en de lokale overheden zijn afspraken gemaakt over het beheersen van het EMU
saldo. Afgesproken is dat een tekort voor de totale sector overheid hoger dan 3% van het bruto binnenlands product niet is toegestaan. Het voor 2017 begrote EMU saldo voor onze gemeente bedraagt
€ 2.874.000 positief. Er is dus sprake geweest van een positieve vrije kasstroom, geschoond van aflossingen van leningen.
3.5 Overige ontwikkelingen
Schatkistbankieren
Decentrale overheden maken verplicht gebruik van schatkistbankieren boven het voor dat jaar geldende drempelbedrag aan overtollige middelen. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het
jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2017 ongeveer € 540.000. In 2016
zijn wij enkele malen boven deze drempel uitgekomen, zodat (verplicht) gebruik is gemaakt van
schatkistbankieren door geld af te storten op de rijksrekening.
Meerjarenbegroting 2017-2020
87
Paragraaf Bedrijfsvoering
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Van Klaveren, Jongebloed
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
De onderdelen inkoop & aanbesteding en informatisering & automatisering worden toegelicht in de paragraaf OWO-samenwerking. De paragraaf rechtmatigheid is onderdeel geworden van deze paragraaf.
Informatiebeveiliging
Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. We maken steeds meer en
vaker gebruik van informatiesystemen en (digitale) informatie-uitwisseling met inwoners, bedrijven en
(keten)partners. Het verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of
manipuleren van informatie kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering
maar ook leiden tot imagoschade. Een betrouwbare informatievoorziening is noodzakelijk voor het
goed functioneren van de gemeente en de basis voor het beschermen van de rechten van de inwoners en de bedrijven.
De komende jaren zet onze gemeente zich dan ook in op het verhogen van de informatieveiligheid en
verdere professionalisering van de informatiebeveiligingsfunctie in de organisatie. In 2017 zal vooral
het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) de nodige
capaciteit van de gemeentelijke organisatie vragen. De BIG is het basis normenkader voor gemeenten
op het gebied van informatiebeveiliging en bestaat uit 133 beheersmaatregelen die resulteren in 303
beveiligingsmaatregelen. Ook is het van belang om periodiek aandacht te besteden aan het vergroten
van het beveiligingsbewustzijn van medewerkers.
Rechtmatigheid
De kaders en belangrijkste activiteiten op het gebied van rechtmatigheid zijn vastgelegd in het Beleidsplan Interne beheersing en het Jaarplan Interne controle. Naast het uitvoeren van de reguliere interne controle op gemeentelijke processen met (substantiële) financiële beheershandelingen, zijn de
onderstaande ontwikkelingen en activiteiten van belang in 2017.
Het evalueren en actualiseren van het Beleidsplan Interne beheersing 2013-2015 ‘Op weg naar een in
control-statement’ is uitgesteld tot eind 2016. De oorspronkelijke planning van eind 2015/begin 2016
bleek niet haalbaar vanwege een uitvoeriger interne controle op het Sociaal domein en meer inzet op
informatiebeveiliging. Begin 2017 hebben we dan weer een actueel beleidsplan voor de komende jaren. Waar we in de afgelopen periode een doorontwikkeling hebben gerealiseerd van een voornamelijk gegevensgerichte interne controle naar een meer procesgerichte interne controle, willen we nu de
omslag maken naar een meer risicogerichte interne controle. Het invoeren van een risicogerichte interne controle zal dan ook één van de speerpunten zijn in het nieuwe Beleidsplan Interne beheersing.
De invoering wordt stapsgewijs aangepakt vanaf 2017.
Omdat de wetswijzigingen voor het opnemen van een bestuursverklaring in de jaarstukken met ingang
van 2018 in werking treden, is besloten te wachten met het uitwerken en invoeren van een eigen in
control-statement. In 2017 zullen we de ontwikkelingen op de voet blijven volgen en zo nodig komen
met een aanpassing in de uitvoering van de interne controle. Op deze manier kunnen we in 2018 op
de nieuwe wijze aan u verantwoording afleggen.
Het Controleprotocol met nadere aanwijzingen voor de accountantscontrole op de Jaarrekening 2017
wordt eind 2017/begin 2018, tezamen met het normenkader, ter vaststelling voorgelegd aan de raad.
Organisatieontwikkeling
De gemeentelijke organisatie blijft in beweging. De continue veranderingen in de maatschappij betekenen nieuwe vraagstukken en uitdagingen. De transformatie in het Sociaal domein gaat met input
van de evaluatie van een extern adviesbureau ook in 2017 verder. Een nieuwe verandering dient zich
aan. De nieuwe Omgevingswet gaat (ook) over de manier van werken (houding, cultuur en gedrag),
kennis opdoen en delen en over de manier van nieuwe plannen maken. De beweging naar meer eenvoud, meer maatwerk en meer integraliteit hebben we een aantal jaren eerder in gang gezet. Als organisatie gaan we hier verder mee. Dit geldt ook voor de digitaliseringslag die hiermee gemoeid is.
Meerjarenbegroting 2017-2020
88
In een veranderende omgeving is van elkaar leren en kennis delen des te belangrijker. Het beschikbaar hebben van content om binnen de organisatie te delen hoort daar ook bij. Om de organisatie
klaar te maken/houden voor de toekomst, perspectief te bieden aan medewerkers en de organisatie te
positioneren op de arbeidsmarkt focussen we ons op ontwikkelen van talent, benodigde vaardigheden
en competenties. Dit is strategische personeelsplanning.
Uitvoering Human Resources Management (HRM)
Om medewerkers vitaal en inzetbaar te houden geeft HRM in 2017 speciale aandacht aan het gezondheidsbeleid. Doel is onder andere een (nog) gezondere werkomgeving te creëren. De beleving
van medewerkers op verschillende onderdelen zoals betrokkenheid en bevlogenheid wordt gemeten.
Dit medewerkersonderzoek geeft de organisatie aanknopingspunten om motivatie en vitaliteit te verbeteren. Leren en kennisdelen stimuleert HRM met een integraal opleidingsplan.
Met de invoering van het individueel keuzebudget in 2017 worden de HRM systemen digitaler. HRM
maakt ook op andere thema’s zoals verlof en verzuimbeheer een digitaliseringsslag met een digitaal
selfservice systeem (e-HRM).
De Collectieve arbeidsovereenkomst (Cao) stimuleert gemeenten om mogelijkheden voor generatiegericht maatwerk te onderzoeken. Wij inventariseren in dit kader de belangstelling gericht op minder
werken onder (oudere) medewerkers.
w erkelijk
2014
Kenmerken
w erkelijk
2015
begroting
2016
begroting
2017
Rekeningscijfers / begrotingcijfers
Fte (inclusief griffie en excl. boventalligen)
Personen in dienst
loonsom ( x € 1.000)
184,4
207
10.386
191,5
215
10.967
Percentage man
Percentage vrouw
50,0%
50,0%
50%
50%
Gemiddelde leeftijd in jaren
Dienstverband > 10 jaar
48,1
56,7%
47,4
50,0%
Instroom
Doorstroom
Uitstroom
1,9%
1,0%
4,3%
18,5%
6,0%
14,4%
Ziekteverzuimpercentage
Meldingsfrequentie verzuim
5,9%
1,2
5,1%
1,1
229,5
229
13.290
235,9
241
14.316
4,1%
1,4
4,1%
1,4
De toename van het aantal fte's w ordt veroorzaakt door de vorming van de gebiedsteams van sociaal domein.
Meerjarenbegroting 2017-2020
89
Paragraaf OWO-samenwerking
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Van Klaveren
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Bestuursovereenkomst
De bestuursovereenkomst OWO-samenwerking van 2014, zal in 2017 zijn voltooiing bereiken. Daarmee krijgt de politiek/bestuurlijke aandacht voor deze organisatorische invulling van de samenwerking
een andere dimensie. En dat is ook logisch en merkbaar.
Uw wens om deze samenwerking verder uit te bouwen en uiteindelijk te komen tot een bestuurlijke
opschaling is voorgelegd aan de raden en colleges van Ooststellingwerf en Opsterland. Over de uitkomsten daarvan hebben wij u gerapporteerd. Ten tijde van het schrijven van deze paragraaf is uw
besluitvorming daarover nog niet bekend. Een doorkijk met activiteiten op dit punt voor het begrotingsjaar 2017 kan daarom hier niet gegeven worden.
De gezamenlijke beleidsontwikkeling, zoals opgetekend in de bestuursovereenkomst, heeft politiek/bestuurlijk vorm gekregen in de overleggen van de OWO-portefeuillehouders. Die aanpak wordt
ook gehanteerd in de “dossiers” dat de OWO-gemeenten gezamenlijk extern optrekken.
OWO afdelingen
In 2017 zal de Backoffice Sociaal domein in de gemeente Ooststellingwerf worden gerealiseerd.
Daarmee is het bouwproces van de gezamenlijke OWO-afdelingen gereed. De OWO-afdelingen zijn
de afdelingen Belastingen & Vastgoed Informatie en Backoffice Sociaal domein (BVI/BOSD, gehuisvest in Oosterwolde), Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH, gehuisvest in Gorredijk) en Bedrijfsvoering (BV, gehuisvest in Wolvega).
Ook in 2017 zullen bij de OWO-afdelingen de processen verder worden geharmoniseerd om het effect
van samenvoeging groter te maken. Dit finetunen zal de komende jaren zijn beslag krijgen en nog
meer zorgen voor toevoeging van waarde en opbrengsten van de 3K’s: Meer Kwaliteit, vermindering
Kwetsbaarheid en minder (meer) Kosten. De OWO-afdelingen gaan in 2017 door met het verder
meedenken en handelen in het belang van de onderlinge meerwaarde. Daarbij zullen de OWOafdelingen hun nut en toegevoegde waarde consolideren daar waar dat moet en innoveren en nieuwe
meerwaarde creëren daar waar dat (nog) kan. De OWO-afdelingen vormen met ongeveer 140 fte en
een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke
organisatie en levert slagkracht, beperkt de kwetsbaarheid, borgt de kwaliteit van de dienstverlening
en breidt deze uit, verlaagd of beperkt de kosten en draagt daarmee bij aan gemeentelijke bestuurskracht.
Onderstaand een korte duiding van de belangrijkste thema’s in 2017 per OWO-afdeling.
Afdeling Vergunningen, Handhaving en Toezicht (VTH)
In 2017 zal in samenwerking met de Klant contact centra (KCC’s) in de moederorganisaties de digitale
dienstverlening verder worden uitgebouwd waardoor inwoners op eigen wijze en in hun eigen tijd contact kunnen opnemen met de gemeente (bijvoorbeeld door gebruik van MijnOverheid.nl). Verder wordt
gewerkt aan het proactief de klant opzoeken om samen met de aanvrager van vergunningen tot
maatwerk te komen. Daarnaast zal door VTH verder worden gewerkt aan het doorontwikkelen van
haar efficiënte bedrijfsvoering.
Tot slot staat voor 2018 de invoering van de Omgevingswet gepland. Met deze nieuwe wetgeving
wordt het omgevingsrecht eenvoudiger en overzichtelijker. In 2017 zal door VTH in samenwerking met
de beleidsafdelingen voorbereidingen worden getroffen voor implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Belastingen en Vastgoedinformatie (BVI)
De afdeling gaat de volgende zaken oppakken in 2017:
Het doorontwikkelen van de digitale dienstverlening waardoor inwoners meer op eigen wijze en in hun
eigen tijd contact kunnen opnemen met de gemeente. Bijvoorbeeld door gebruik van MijnOverheid.nl..
Meerjarenbegroting 2017-2020
90
Het vergroten van de transparante dienstverlening door actief in contact te treden met inwoners in het
proces van waardebepaling WOZ. Het faciliteren in het meervoudig gebruik van data. Bijvoorbeeld bij
het analyseren van vraagstukken binnen het sociale domein. Denk aan demografische ontwikkelingen
in relatie tot de zorgconsumptie. Het realiseren van de geraamde opbrengsten alle belastingsoorten/leges/huren. Het ontwikkelen van een efficiënte bedrijfsvoering (alle processen).
Backoffice Sociaal domein OWO
De beoogde opleverdatum van deze afdeling is 1 juli 2017. Het gehele proces van controle en beheer
en de daaraan verbonden werkzaamheden zal digitaal plaatsvinden met inzet van de vakapplicatie
voor het Sociale domein en het documentmanagementsysteem (OWO-brede invoering van
i-Documents). De digitale ontsluiting voor onze inwoners die een vorm van ondersteuning ontvangen
binnen het Sociale domein (het project Totaal Digitaal) zal worden doorontwikkeld. Anno 2016 voert
Leeuwarden/MO-zaak het facturatieproces voor de bovenregionale zorg uit. Ingaande 2017, doch uiterlijk 2018, zal de Backoffice Sociaal domein het gehele facturatieproces voor OWO uitvoeren (een
voorbeeld op welke wijze we “nieuwe” taken in eigen beheer kunnen uitvoeren als gevolg van onze
schaalgrootte).
Afdeling Bedrijfsvoering
De afdeling Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor Informatisering en automatisering, de documentaire informatievoorziening, de personeels- en salarisadministratie, inkoop en verzekeringen en de financiële administratie.
Informatisering en Automatisering (I&A)
Ook 2017 staat net als voorgaande jaren in het teken van de verdere integratie van de ICT-systemen
binnen OWO. De complexiteit van het ontvlechten van systemen, applicaties en communicatiecomponenten legt flink beslag op de capaciteit van I&A. De ingeslagen weg wordt komend jaar verder bewandeld met als doelstelling één beheeromgeving te creëren waardoor we minder meerkosten maken
en kwetsbaarheid wordt gereduceerd. In 2016 is het ITIL*-proces voor de éérstelijns ondersteuning
(Servicedesk) beschreven en strakker georganiseerd. Voor 2017 staat verdere professionalisering van
de tweede- en derde-lijn gepland. Om dit proces te versterken wordt gebruik gemaakt van een nieuwe
versie van Topdesk, die eind 2016 zal worden geïmplementeerd.
(*ITIL beschrijft processen maar gaat niet in op taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden)
In het laatste kwartaal van 2016 wordt een nieuw meerjarig Informatiebeleidsplan voor OWO opgeleverd. Hierin wordt de richting waarin de gemeentelijke informatievoorziening zich in de periode 20172020 zal ontwikkelen, beschreven. Daarnaast is ook voor 2017 rekening gehouden met een budget
van € 150.000 per OWO-gemeente voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening
vastgelegd in het te verschijnen Informatisering jaarplan. Op het gebied van de elektronische dienstverlening staat de implementatie van een nieuwe klantcontact applicatie en de doorontwikkeling van
de burgerzaken applicaties op het programma. Men name de mogelijkheid tot selfservice bij een aantal burgerzaken onderdelen zal verder ontwikkeld worden. Op het terrein van ICT beveiliging zullen de
noodzakelijke maatregelen worden gecontinueerd en worden actuele ontwikkelingen gevolgd, geanalyseerd en in beheersingsmaatregelen vertaald. Werkplekondersteuning (ruim 700 werkplekken) en
technisch beheer zal ook in 2017 als bijna vanzelfsprekend plaatsvinden.
Documentaire Informatievoorziening (DIV)
De invoering van het zaakgericht werken in OWO-verband zal worden doorontwikkeld. Zaakgericht
werken biedt centraal inzicht in alle lopende zaken en ondersteunt volledige digitale dossiervorming.
Vanuit Documentaire Informatie Voorziening (DIV) is een strategie neergelegd om geleidelijk verschillende processen volledig digitaal in te richten en af te handelen. De in Ooststellingwerf afgelopen jaren opgedane ervaring wordt ingezet om in heel OWO stap voor stap op dit concept over te gaan. Inmiddels zijn ook de eerste vak applicaties aangesloten op het nieuwe Document Management Systeem iDocumenten.
En verder:
Op het gebied van informatievoorziening zal in 2017 verder worden gewerkt aan het met alle gebruikers ontwikkelen en verfijnen van het zogenaamde dashboard met managementinformatie en procesinformatie (als aanvulling op bestaande rapportages en informatievoorziening uit de verschillende applicaties).
Meerjarenbegroting 2017-2020
91
Als de gezamenlijke OWO-backoffice is gevormd, zullen ook alle OWO-gemeenten dezelfde applicaties gebruiken.
Op het ruimtelijk domein zal de naderende invoering van de Omgevingswet een grote rol gaan spelen.
Daarbij staat een goede informatievoorziening voor zowel de ambtenaar als de burger centraal. Dit
betekent dat we moeten investeren in een goede kwaliteit van onze gegevens.
Inkoop
Op het terrein van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zal in 2017 het bestaande beleidskader worden
gehanteerd en in toepassing worden gestimuleerd. Als belangrijke speerpunten gelden hierbij onder
andere de lokale inkoop, social return on investment en het verbeteren van leveranciersrelaties door
toepassing van past performance. Daarnaast zal de effectuering van beleid en het hanteren van de
inkoopkalender extra aandacht krijgen. Tot slot zal duurzaamheid gepromoot blijven worden en houden we als gemeenten onze voorbeeldfunctie.
Verzekeringen
Gebeurtenissen van de afgelopen jaren zoals: de vuurwerkramp Enschede, de cafébrand in EdamVolendam, instorten dug out in Achtkarspelen, Project X te Haren, monstertruck in Haaksbergen en
anderen hebben er mede voor gezorgd dat het onderwerp verzekeringen zich binnen de gemeente
verder moet ontwikkelen met als focus risicomanagement (bewustwording van wat, wanneer verzekerd moet zijn). De groei in het aantal claims en verzekeringen voor de gemeenten zorgt er tevens
voor dat gemeenten in control moeten zijn. Om dit te realiseren gaat OWO-verzekeringen in 2017
haar proces optimaliseren met gebruikmaking van een specifieke applicatie (voor het verkrijgen van
beter overzicht in de claims, verschillende verzekeringen en premies). De verwachting is dat in de
komende jaren de grote verzekeraars premies en eigen risico´s gaan verhogen.
Financiële administratie
Binnen de financiële administratie zijn de inrichting van de wijzigingen BBV, de administratieve verwerking van de (eventuele) invoer van de vennootschapsbelasting en het op tijd binnen de gestelde
kaders betaalbaar stellen van facturen in combinatie met optische factuurherkenning de uitdagingen.
Daarnaast is het verwerken, muteren en verantwoorden van onze financiën in combinatie met onze
ondersteuning voor de reguliere planning- en control cylus een prominente activiteit.
Personeel- en salarisadministratie
Op het terrein van de personeels- en salarisadministratie worden gebruikers gefaciliteerd met meer
modules (eHRM) waarmee zij eenvoudig, overal en altijd hun zaken kunnen inzien of regelen (zoals
declaraties, verlofregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden). Leidinggevenden worden verder
ontzorgd door het beschikbaar krijgen van digitale personeelsdossiers en het faciliteren van procesondersteuning en workflow op zaken als verlofmanagement en ziekteverzuimmanagement.
Meerjarenbegroting 2017-2020
92
Paragraaf Verbonden Partijen
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
College
Dienstverlening, Bedrijfsvoering en Organisatie
Inleiding
Zoals de meeste gemeenten heeft Weststellingwerf een aantal taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden waarin meerdere gemeenten en/of andere instellingen participeren. Het gaat hier om
deelnemingen in vennootschappen, gemeenschappelijke regelingen en stichtingen.
De samenwerkingsvormen worden aangeduid met het begrip verbonden partijen. Hieronder wordt
verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en
een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap
heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor
aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.
Visie op verbonden partijen
Onze visie op verbonden partijen is gebaseerd op het uitgangspunt dat onze gemeente alleen participeert in verbonden partijen als daarmee de publieke taak is gediend. Er zijn diverse redenen om deel
te nemen aan een verbonden partij. In de gemeenschappelijke regeling of in de statuten (ingeval van
een stichting of vennootschap) staat telkens de doelstelling van de betreffende rechtspersoon geformuleerd.
Hoewel dat niet bij elke samenwerkingsvorm expliciet wordt vermeld, gaat het veelal om:
• Efficiency voordeel door grotere schaal;
• Risicospreiding;
• Grotere machtspositie ten opzichte van andere partijen in de markt;
• Onvoldoende capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in eigen huis;
• Beter kunnen voldoen aan wet- en regelgeving.
Zeggenschap in de praktijk
De invloed van de gemeenten verloopt via besturen van stichtingen, aandeelhouders en de raden van
commissarissen en toezicht. In het bestuur van die stichtingen en ondernemingen zijn wij vertegenwoordigd. Via dat bestuur wordt onze invloed aangewend als het gaat om sturing op onder andere financiën, risico’s en toekomstvisie. Het zijn vormen van verlengd lokaal bestuur en dat brengt met zich
mee dat de directe invloed per definitie beperkt is. Als zich een meerderheid vormt voor of tegen een
voorstel dan is de stem van de enkeling niet doorslaggevend en zal de minderheid zich ook moeten
schikken. De democratische controle op de in dit overzicht genoemde ‘partijen’ waarmee de gemeente
zich verbonden heeft ligt bij de gemeenteraad. In de besturen zitten in de meeste gevallen leden van
ons college en die verantwoorden zich tegenover de raad op de gebruikelijke wijze.
Financieel belang
Het financiële belang dat is gemoeid met de deelneming in verbonden partijen staat per instelling in de
tabel onderaan deze paragraaf.
Beleidsontwikkelingen enkele verbonden partijen
Veiligheidsregio Fryslan
Inleiding
De Veiligheidsregio Fryslân (VRF) werkt met drie programma’s, te weten Crisisbeheersing, Brandweer
en Gezondheid. De opzet van de begroting 2017 van de VRF is gewijzigd en maakt duidelijk dat de
organisatie lerende is in het formuleren van outcome en output doelen. Ook nieuw is het programma
Organisatie. Hierbij loopt de Veiligheidsregio vooruit op de nieuwe wet- en regelgeving vanaf 2018 en
worden indirecte kosten meer zichtbaar.
Meerjarenbegroting 2017-2020
93
Gezondheid (GGD)
Het jaar 2017 is het derde jaar van het meerjarenbeleidsplan GGD Fryslân 2015-2018. De begroting
van de GGD is opgebouwd uit de vier pijlers:
1. Monitoring, signalering en advies;
2. Uitvoerende taken gezondheidsbescherming;
3. Bewaken van de publieke gezondheid bij rampen en crises;
4. Toezicht houden.
Binnen het totaal van de vier pijlers zijn de volgende speerpunten benoemd: wonen en werken in een
gezonde wijk en omgeving; versterking gezondheidsbescherming; bovenlokale aanpak op thema’s alcohol/drugs en overgewicht; doelgroep 0-100 jaar, met specifiek aandacht voor ouderen en sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Hieruit blijkt dat de speerpunten van beleid vooral betrekking
hebben op de pijlers 1 en 2. Uiteraard worden de reguliere werkzaamheden binnen pijlers 3 en 4 wel
uitgevoerd.
Tevens krijgt de organisatieverandering in 2017 de nodige aandacht. In 2014 is gestart met de voorbereiding van een nieuwe organisatieontwikkeling. Een cultuur- en structuurverandering is nodig. De
verwachting is dat het nieuwe organisatieontwerp in de loop van 2016 is ingevoerd. Dit moet een
noodzakelijke beweging op gang brengen die de GGD dichter bij de gemeenten brengt en daardoor
beter laat aansluiten op de gemeentelijke ontwikkelingen en bijvoorbeeld de gebiedsteams.
Omgevingswet: de wijziging van de Omgevingswet heeft mogelijk gevolgen voor de beleidsadvisering
door de GGD (meer vraag van gemeenten). Een verplichting om advies te vragen bij de GGD komt er
nog niet, maar wij betrekken de GGD in een vroegtijdig stadium in het proces, onder andere op basis
van artikel 16 van de Wet publieke gezondheid. Eind 2016 wordt de bestuurscommissie Gezondheid
voorgesteld hoe hiermee om te gaan.
Nieuwkomers: met het akkoord Uitwerking Verhoogde Asielstroom willen de gemeenten en het kabinet de integratie en participatie van vergunninghouders bevorderen, onder andere door extra inzet op
lokale gezondheidsbevordering en preventie. Ook in Friesland is sprake van een toename van het
aantal vergunninghouders in de gemeenten. De GGD gaat, op ons verzoek, in kaart brengen wat nodig is aan gezondheidsbevordering en preventie.
Crisisbeheersing
Uitgangspunt van de Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) is de lokale verantwoordelijkheid voor rampenbestrijding en crisisbeheersing, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening.
Met het krimpen van budgetten heeft de overheid haar rol en positie op het gebied van veiligheid naar
de inwoners opnieuw gedefinieerd. Risicobewustzijn en (zelf)redzaamheid van inwoners en bedrijven
worden bevorderd door samenwerking met ketenpartners, advisering, planvorming en risicocommunicatie. Het beleidsplan Crisisbeheersing 2015-2018 bevat een flink aantal ambities om de crisisbeheersing te verbeteren die zijn gericht op de beoogde maatschappelijke effecten:
1. Afdeling Crisisbeheersing wordt het “Kennis- en Expertisecentrum op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing”, ten dienste van de Friese gemeenten, keten- en netwerkpartners.
2. Afdeling Crisisbeheersing levert een bijdrage aan “veilige en feestelijke evenementen in Fryslan”.
3. Crisisfunctionarissen en samenwerkingspartners (waaronder gemeenten) zijn tevreden over het
functioneren van de Friese Crisisorganisatie tijdens (mini)rampen en (mini)crises.
4. Afdeling Crisisbeheersing verbetert de effectiviteit van de hulpverlening door het systematisch
evalueren van Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (=GRIP)-inzetten.
5. De planvorming (ramp- en incidentbestrijdingsplannen) sluit aan bij de operationele hoofdstructuur
van de crisisorganisatie en wordt periodiek geactualiseerd.
Brandweer
Met het beleidsplan van de Brandweer Fryslân 2015-2018, “De koers naar toekomstbestendige
brandweerzorg in Fryslân” worden per jaar duidelijke ontwikkelingsstappen gezet. Alle taken binnen
het programma Brandweer staan in het teken van “‘voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten”’, waarbij wordt gestreefd naar: minder branden, minder schade en minder slachtoffers. Om dit
streven te realiseren richt men zich in 2017 op de volgende twee hoofddoelen:
1. De repressieve slagkracht en paraatheid in Fryslân optimaliseren;
2. Het brandveiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in de Friese samenleving bevorderen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
94
Welstandszorg Hûs en Hiem
Op basis van de vanaf 2013 ingezette transitie wordt Hûs en Hiem omgebouwd naar een kleinere,
flexibele organisatie. Door natuurlijk verloop zal het proces dit jaar maar ook volgend jaar een vervolg
krijgen. Uit de tot nu toe ontvangen kwartaalrapportages 2016 blijkt dat er minder adviesaanvragen
binnen komen. Oorzaak daarvan ligt bij minder deelnemers in de gemeenschappelijke regeling, meer
vergunningsvrije bouwwerken als gevolg van gewijzigde wetgeving en de omstandigheid dat sommige
gemeenten zelf gedeelten van de welstandstoets (kanbepaling) voor hun rekening nemen. Dit heeft tot
gevolg dat 2016 waarschijnlijk met een nadelig saldo zal sluiten. Ten aanzien van de begroting 2017
hebben wij een zienswijze ingediend waarin wij aandacht vragen voor deze ontwikkelingen. Ook de
aanstaande nieuwe Omgevingswet geeft een andere invulling van de wetstandstoetsing. Hûs en Hiem
is inmiddels bezig om in beeld te brengen hoe men kan anticiperen op de aanstaande wetgeving.
FUMO
Per 1 januari 2014 is onze gemeente toegetreden tot de gemeenschappelijk regeling FUMO. De basistaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht zijn ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling. De OWO-gemeenten hebben er bewust voor gekozen de zogenaamde plustaken in eigen beheer te blijven uitvoeren. Voor de uitvoering van deze plustaken zal vaak een extern advies
moeten worden ingewonnen. In 2015 is de gemeenschappelijke regeling aangepast aan de nieuwe
wetgeving. Ten aanzien van de stemverhouding zal er nog een aanpassing moeten plaatsvinden. Besluitvorming over het bedrijfsplan 2016 en volgende heeft, in afwachting van de besluitvorming over
de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, nog niet plaatsgevonden. In het bepalen van de
koers van de FUMO is ook de aanstaande nieuwe wetgeving van belang. Deze nieuwe wetgeving
gaat vooralsnog uit van een uitbreiding van de basistaken van de FUMO.
Omrin
Wij zijn samen met alle Friese gemeenten (met uitzondering van Smallingerland) aandeelhouder van
Afvalsturing Friesland (met handelsnaam Omrin). Omrin is tot stand gekomen nadat de Friese gemeenten de wenselijkheid van een meer integrale samenwerking op het gebied van afval binnen de
provincie hadden aangegeven. Doelstelling van de samenwerking is een betere kostenbeheersing en
meer invloed op het ketenbeheer. Voor de aangesloten gemeenten brengt dit ten aanzien van de afvalstromen huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en groente-, fruit en tuinafval (GFT),
een leveringsplicht aan Omrin met zich mee. De visie van Omrin luidt als volgt: “toonaangevend in inzameling en be- en verwerking, terugwinnen van grondstoffen en productie van duurzame energie”.
Omrin is zichtbaar in ontwikkeling en geeft inhoud aan de transitie van afval naar grondstof (Vang).
De Marrekrite
Voor aanleg en onderhoud van recreatieve voorzieningen in Friesland zijn vrijwel alle Friese gemeenten, waaronder onze gemeente, lid van de gemeenschappelijke regeling De Marrekrite. De belangrijkste taak is het beheer en onderhoud van meer dan 3.800 gratis aanlegplaatsen en het fietsknooppuntennetwerk. De Marrekrite werkt in de uitvoering van haar taken nauw samen met alle gemeenten in
Fryslân, de provincie, en alle betrokken partijen. Het beheer en onderhoud van routenetwerken (borden) in de provincie Fryslân is een nieuwe taak. Ook het aanleggen, aanpassen en uitbreiden van het
wandel- en fietsknooppuntensysteem is onderdeel van het werk van de Marrekrite. Het onderhoud van
de fiets- en wandelpaden blijft een taak van de provincie of de gemeenten
Gemeenschappelijke Regeling (GR) Sociale werkvoorziening Fryslân en Caparis NV
Caparis NV is het uitvoeringsbedrijf van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) voor de GR SW
Fryslân. De gemeente Weststellingwerf is samen met zeven andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling aangegaan ten behoeve van de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden met betrekking tot deze wettelijke taak. Dezelfde acht gemeenten zijn tevens aandeelhouder van het uitvoeringsbedrijf Caparis NV. De GR-gemeenten financieren de arbeidsplaatsen middels het doorsluizen
van de rijkssubsidie voor de loonkosten.
De WSW is sinds 1 januari 2015 gesloten voor nieuwe instroom. Iedereen die op 31 december 2014
een dienstverband had in het kader van de WSW, behoudt zijn/haar rechten. Dit betekent dat de natuurlijke afbouw van de WSW nog ruim 30 jaar in beslag kan nemen. De gezamenlijke gemeenten (als
aandeelhouders van Caparis NV en bestuurders in de GR SW Fryslân) achten dit een onwenselijk
scenario en hebben zich beraden op een drietal scenario’s voor afbouw, waarin snelheid, zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid belangrijke pijlers zijn. Dit is een gezamenlijk traject van de Raad van
Meerjarenbegroting 2017-2020
95
Commissarissen, aandeelhouders, GR-bestuurders, gemeenten en directie van Caparis NV. Het traject wordt vanaf 2017 voortgezet. De herstructurering van Caparis NV is een verantwoordelijkheid
voor de directie. Wij zijn overigens de mening toegedaan dat de herstructurering een herijking op de
governance-structuur vraagt, waaronder een vergaande aanpassing van de GR SW Fryslân. Een eerste stap daarin is in 2016 gezet; de GR SW Fryslân heeft daarmee niet meer het exclusieve recht op
het werkgeverschap van SW-ers in onze regio.
Stichting Comprix
Stichting Comprix is verantwoordelijk voor het openbaar basisonderwijs in de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf en Opsterland. In 2015-2016 is door het bestuur van Comperio gewerkt aan
de samenwerking en fusie met Stichting PRIMO Opsterland. De gemeenteraden van Ooststellingwerf,
Weststellingwerf en Opsterland hebben ingestemd met de fusie. Met ingang van 1 januari 2017 is er
sprake van één stichting waardoor een goede balans ontstaat tussen bovenschoolse organisatie en
het scholenbestand/leerlingenaantal. De nieuwe stichting zal zich vooral bezighouden met het behoud
van de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie OWO-gemeenten.
Stichting Openbare Verlichting
Onze gemeente is sinds 2008 deelnemer aan de Stichting Openbare Verlichting Fryslân. Deze stichting doet het onderhoud aan de openbare verlichting van de meeste Friese gemeenten en de provincie Fryslân. Daarnaast koopt de Stichting Openbare Verlichting Fryslân energie in voor deze partijen.
Door de gezamenlijke aanbesteding van het onderhoud van de openbare verlichting en inkoop energie zijn grote collectieve voordelen behaald. Onze gemeente is voornemens ook na 1 januari 2018
deel te blijven nemen aan de Stichting Openbare Verlichting Fryslân voor zowel het onderhoud aan de
openbare verlichting als de inkoop van energie.
Enexis en bijbehorende escrows:
Onze gemeente neemt momenteel deel in een vijftal deelnemingen, te weten CBL Vennootschap BV,
Vordering Enexis BV, Verkoop Vennootschap BV, CSV Amsterdam BV (Attero) en Publiek Belang
Elektriciteitsproductie BV.
Gemeenten en provincies hebben bij de verkoop van Essent in 2009 garanties gegeven aan energiebedrijf RWE en ook bij latere verkopen aan andere partijen (verkoop Attero aan Waterland). Een deel
van de verkoopopbrengsten is daarbij gestort op aparte bankrekeningen (zogenaamde escrows), die
werden aangehouden ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims en beëindigingsvergoedingen.
De “General Escrow” binnen Verkoop Vennootschap BV bedroeg afgerond € 440 miljoen. Het belang
van onze gemeente daarin was 0,02%. Gezien de onzekerheid over de ontvangst van de vordering is
een voorziening gevormd voor het aandeel van onze gemeente van € 101.000. Nadat in 2011 en in
2015 al een groot deel was vrijgevallen en uitgekeerd, is in juli 2016 het laatste deel van de escrow
ontvangen. Dit heeft voor onze gemeente geresulteerd in een totaalbedrag van € 93.731. De getroffen
voorziening kan daarmee nu in zijn geheel vrijvallen ten gunste van de exploitatie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
96
Overzicht verbonden partijen
Wij nemen deel in de volgende gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen:
1 Overzicht Gemeenschappelijke regeling waarin de gemeente deelneemt
Gemeenschappelijke Regeling Bestuursacademie Noord-Nederland
Vestigings
Groningen
plaats
Doel deelname
Voorzien in wachtgeldverplichtingen voormalige werknemers
Deelnemers buiten
Gemeenten, provincies, waterschappen in de drie noordelijke provincies
Weststellingwerf
Belang
Geen
Ontwikkelingen 2017
Geen
Vermogen
Niet van toepassing
Resultaat 2015
Niet van toepassing
Portefeuillehouder
Van Klaveren
Veiligheidsregio Fryslân
Vestigings
plaats
Doel deelname
Deelnemers buiten
Weststellingwerf
Leeuwarden
Efficiencyvoordeel door schaalvergroting
De Friese gemeenten
Belang
Exploitatiebijdrage 2017
Veiligheid € 1.213.350 Gezondheidszorg € 820.185
Ontwikkelingen 2017
Toekomstbestendige brandweerzorg 2.0, beschermingstaken GGD op waakvlamniveau,
professionalisering van de bedrijfsvoering.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 6.588.871
€ 2.116.031
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ - 721.342
Van Klaveren
Vreemd vermogen
€ 53.963.827
€ 52.702.090
FUMO (Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving)
Vestigings
Grou
plaats
Doel deelname
Regionale Uitvoerings Dienst (RUD), expertisebundeling door samenwerken
Deelnemers buiten
De Friese gemeenten (gelijk de Veiligheidsregio)
Weststellingwerf
Belang
Gevraagde exploitatiebijdrage 2017 bedraagt € 197.035
De FUMO functioneert als de backoffice voor gemeenten en provincie. Het loket voor
Ontwikkelingen 2017
aanvragers blijft bij de bevoegde gezagen van deze taken. Doel van de FUMO is het
realiseren van een goede leefomgeving en natuurlijk het leveren van goede producten.
Vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
01-01-2015
€ 1.245.160
€ 2.975.745
31-12-2015
€ 1.159.785
€ 1.272.531
Resultaat 2015
€ 1.159.785
Portefeuillehouder
Kloosterman
GR Hus en Hiem
Vestigings
plaats
Doel deelname
Deelnemers buiten
Weststellingwerf
Leeuwarden
Kennis, inwinnen van deskundige en onafhankelijke adviezen
Alle Friese gemeenten, behalve Tytsjerksteradiel
Belang
In principe budgettair neutraal. Kosten worden in rekening gebracht bij aanvrager vergunning.
Ontwikkelingen 2017
Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 137.685
€ 183.764
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ 46.079
Trompetter
Meerjarenbegroting 2017-2020
Vreemd vermogen
€ 97.133
€ 77.250
97
Recreatieschap voor het Friese Waterland "De Marrekrite"
Vestigings
Leeuwarden
plaats
Doel deelname
Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Deelnemers buiten
Provincie Friesland en diverse Friese gemeenten
Weststellingwerf
Belang
Exploitatiebijdrage 2017 € 21.441 inclusief bijdrage baggerfonds. Het eigen vermogen is
onderverdeeld in diverse fondsen: Onderhouds-, Bagger- en Ontwikkelingsfonds. Deze
fondsen zijn bestemmingsreserves en worden aangewend voor de uitvoer van taken,
bijvoorbeeld groot vervangingsonderhoud.
Ontwikkelingen 2017
Duurzame (vervangings)investeringsopgave in de recreatieve voorzieningen in Fryslân,
door middel van het plaatsen van steigers van gerecycled kunststof.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 4.532.070
€ 4.195.647
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ -242.952
Kloosterman
OLAF / OMRIN
Vestigings
plaats
Doel deelname
Deelnemers buiten
Weststellingwerf
Belang
Ontwikkelingen 2017
Vermogen
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
GR SW Fryslân
Vestigings
plaats
Vreemd vermogen
€ 638.348
€ 729.904
Leeuwarden
Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Provincie Friesland en alle Friese gemeenten
Zie onder OMRIN
Zie onder OMRIN
Zie onder OMRIN
Zie onder OMRIN
Jongebloed
Drachten
Doel deelname
Uitvoering van de Wet sociale voorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke
voorschriften
Deelnemers buiten
Weststellingwerf
Belang
Ontwikkelingen 2017
Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland
en Tytsjerksteradiel
Exploitatiebijdrage 2017 € 5.549.000 (SW-loonkosten incl. opslag)
zie tekst paragraaf. De jaarrekening 2015 is nog niet definitief.
Vermogen
01-01-2014
31-12-2014
Eigen vermogen
€0
€0
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€0
Trompetter
Vreemd vermogen
€ 16.870.000
€ 15.627.000
2 Lijst met stichtingen waarin de gemeente deelneemt
Stichting Kredietbank Nederland (KBNL)
Vestigings
Leeuwarden
plaats
Doel deelname
Op maatschappelijke en zakelijk verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan onder
andere geldkrediet, schuldhulpverlening, budgetbeheer, bewindvoering, wettelijke
schuldsanering van natuurlijke personen
Belang
Ontwikkelingen 2017
Deelname € 120.892
Voorkomen schuldproblematiek.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 1.333.000
€ 1.989.000
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
Niet bekend
Trompetter
Meerjarenbegroting 2017-2020
Vreemd vermogen
€ 31.438.000
€ 30.095.000
98
Stichting FRIGEM
Vestigings
plaats
Doel deelname
Leeuwarden
Krachtenbundeling aandeelhouders (voormalig) Essent
Opmerking
Gezamenlijke vertegenwoordiging oud-aandeelhouders NV FRIGEM in aandeelhoudersvergadering (voormalig) Essent. Lid college in bestuur
Belang
Ontwikkelingen 2017
Vermogen
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
Geen
Er worden geen gemeentelijke taken uitgevoerd.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Jongebloed
Stichting Comprix (openbaar primair onderwijs)
Vestigings
Oldeberkoop
plaats
Voldoen aan wettelijke taak inzake instandhouding van kwalitatief goed openbaar PriDoel deelname
mair Onderwijs in een genoegzaam aantal scholen
Belang
Indirect in relatie tot onder "doel" genoemde wettelijke taak, alsmede financieel toezicht
door goedkeuring van begroting en rekening van de stichting.
Ontwikkelingen 2017
Zie tekst paragraaf.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 2.188.799
€ 2.634.989
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ 446.192
Kloosterman
Stichting Openbare Verlichting
Vestigings
plaats
Vreemd vermogen
€ 4.443.133
€ 4.107.353
Heerenveen
Doel deelname
Samenwerkingsverband op het gebied van beheer en onderhoud van openbare verlichting en op het gebied van gezamenlijke inkoop duurzame energie.
Belang
Jaarlijkse bijdrage van circa € 21.500 voor onderhoud, beheer en inkoop energie.
Ontwikkelingen 2017
Een verdere professionalisering van de Stichting Openbare Verlichting Fryslân op het
gebied van beheer openbare verlichting en inkoop energie.
Vermogen
Niet van toepassing
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
Niet van toepassing
Jongebloed
3 Lijst deelnemingen in vennootschappen
Caparis NV
Vestigings
plaats
Doel deelname
Deelnemers buiten Weststellingwerf
Drachten
Uitvoering geven aan de WSW
Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland,
Tytsjerksteradiel
Belang
Ontwikkelingen 2017
De gemeente is aandeelhouder van Caparis NV.
Herstructurering SW. Zie tekst paragraaf: De jaarrekening 2015 is nog niet definitief.
Vermogen
01-01-2014
31-12-2014
Eigen vermogen
€ 1.341.000
€ 5.668.000
Resultaat 2014
Portefeuillehouder
€ 4.327.000
Trompetter
Meerjarenbegroting 2017-2020
Vreemd vermogen
€ 18.711.000
€ 14.983.000
99
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigings
plaats
Den Haag
Doel deelname
BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de
kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Belang
Ontwikkelingen 2017
Deelname 58.071 aandelen à € 2,50 = € 145.178
Geen specifieke ontwikkelingen.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 3.582.000.000
€ 4.163.000.000
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ 226.000.000
Jongebloed
OMRIN (Afvalsturing Friesland NV)
Vestigings
plaats
Vreemd vermogen
€ 149.923.000.000
€ 145.348.000.000
Leeuwarden
Doel deelname
Het afval van overheden en bedrijven op een professionele en milieu hygiënische verantwoorde manier inzamelen, bewerken en verwerken.
Belang
Deelname 120 aandelen à € 450 = € 54.000
Ontwikkelingen 2017
Realiseren VANG*-afspraak om 75% restafval te scheiden en restafval per inwoner reduceren tot onder 100kg.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 41.939.000
€ 43.108.000
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ 1.169.000
Jongebloed
*VANG staat voor “Van Afval Naar Grondstof”
Vreemd vermogen
€ 184.584.000
€ 183.242.000
Enexis (vh. Essent) + alle Bv’s die zijn ontstaan na verkoop van Essent
Vestigings
Den Bosch
plaats
Doel deelname
Efficiencyvoordeel, machtspositie en kennisconcentratie
Belang
Deelname 15.443 aandelen à € 1= € 15.443
Zie voor laatste stand van zaken de tekst in het overzicht algemene dekkingsmidOntwikkelingen 2017
delen.
Vermogen
01-01-2015
31-12-2015
Eigen vermogen
€ 3.516.700.000
€ 3.607.700.000
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
€ 223.100.000
Jongebloed
Vreemd vermogen
€ 2.900.300.000
€ 3.471.700.000
4 Overige verbonden partijen
Vereniging Gemeentelijke Aandeelhouders (voormalig) Essent binnen Noord Nederland (VEGANN)
Vestigings
Ten Boer
plaats
Doel deelname
Bundeling belangen Noord Nederlandse aandeelhouders ex-Essent.
Belang
Geen
Ontwikkelingen 2017
Zie voor laatste stand van zaken de tekst in programma 9.
Vermogen
Geen
Resultaat 2015
Portefeuillehouder
Geen
Jongebloed
Meerjarenbegroting 2017-2020
100
Paragraaf Grondbeleid
Portefeuillehouder
Organisatie
Trompetter
Ruimte
Algemeen
Jaarlijks actualiseren wij de grondexploitaties. Kosten, opbrengsten en fasering worden daarbij opnieuw kritisch bekeken. In de huidige grondexploitaties zijn voorzichtige aannames gedaan wat betreft
uitgifte. De exploitaties van de plangebieden Lindewijk en de Industrieterreinen De Plantage en Uitbreiding Schipsloot hebben nog een lange looptijd. Wij zien overigens een herstel in de belangstelling
van bedrijven voor een kavel op het industrieterrein.
Op basis van het vastgestelde grondbeleid (Nota Grondbeleid) voeren wij voor Wolvega een actief
grondbeleid, dit houdt in dat wij daar als gemeente bouwkavels in de verkoop hebben. In de Lindewijk
zijn nog voldoende bouwmogelijkheden zodat er vooralsnog geen behoefte is aan een nieuw uitbreidingsplan in Wolvega. Dit sluit ook prima aan op de gemeentelijke woonvisie en de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognoses van de provincie Fryslân. Naast de Lindewijk hebben wij in Noordwolde de voormalige locatie van de Renbaanschool in exploitatie genomen en in Oldeholtpade zijn
nog een tweetal kavels te koop.
In de woonvisie is ook aangegeven dat de focus meer zal worden ingezet op inbreidingslocaties. In
2016 is de planvorming gestart voor de planologische wijziging van de bestemming van de voormalige
schoollocatie ’t Blokje aan de Van Nijmegen Schonegevelstraat. Deze locatie is verkocht aan een
ontwikkelaar ten behoeve van de bouw van vier woningen. Ook is de planologische procedure gestart
voor de bestemmingswijziging van de locatie voormalige Mavo aan de Sickengastraat. Op deze locatie zal de Woningstichting Weststellingwerf ongeveer 14 sociale huurwoningen realiseren in aansluiting op de herstructurering van de duplex woningen aan de Willem Lodewijkstraat.
Gedurende het jaar worden de grondexploitaties kritisch gevolgd en bij de jaarlijkse Planning & Control cyclus worden eventuele wijzigingen doorgevoerd. Bij het opstellen van de Begroting 2016 zijn de
grondexploitaties opnieuw beoordeeld en de uitgangspunten voor wat betreft kosten, fasering en verkoopritme zijn op dit moment nog steeds realistisch en geven geen aanleiding tot aanpassing.
Vennootschapsbelasting
Met terugwerkende kracht is per 1 januari 2016 de Vennootschapsbelasting ingevoerd voor ondernemingsactiviteiten in fiscale zin van gemeenten. In hoeverre de activiteiten van het grondbedrijf belastingplichtig worden voor de vennootschapsbelasting wordt de komende maanden geïnventariseerd. Bij
het actualiseren van de grondexploitaties zal hiermee rekening worden gehouden.
Aanpassing begrotingsvoorschriften
De aanpassing van de begrotingsvoorschriften met ingang van 2016 heeft ook geleid tot een geactualiseerde notitie voor de grondexploitaties (zie ook onder hoofdstuk begrotingsindeling). De wijzigingen
in deze notitie hebben met name betrekking op de maximale looptijd van grondexploitaties, de toerekening van (rente) kosten en de status van de categorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG).
De categorie NIEGG is in 2016 vervallen. De NIEGG gronden die momenteel nog op de balans zijn
opgenomen vallen met ingang van 2016 onder de materiële vaste activa (zie ook geprognosticeerde
balans achterin dit boekwerk). Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets moeten plaatsvinden op de
marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming. Als blijkt dat er sprake is van een
duurzame waardevermindering dan zal dit uiterlijk 31 december 2019 tot afwaardering van deze gronden leiden. Nu de NIEGG deel uitmaken van de materiële vaste activa en daardoor niet meer tot de
grondexploitatie behoren, nemen we deze niet meer mee in de paragraaf grondbeleid.
Meerjarenbegroting 2017-2020
101
Bouwgrond in exploitatie (BIE)
Hieronder wordt per grondexploitatie de recente ontwikkelingen vermeld.
De Tuinen te Wolvega
Er zijn nog twee kavels in De Tuinen te koop. Binnen de grondexploitatie is de verkoop van één kavel
zowel in 2015 als in 2016 geraamd. Vanwege de beperkte belangstelling is het twijfelachtig of dit
wordt gerealiseerd. Indien de looptijd (2016) van de grondexploitatie wordt verlengd zal dit leiden tot
een hoger negatief verwacht eindresultaat. Dit zal dan betekenen dat de huidige voorziening van circa
€ 40.000 verder verhoogd moet worden.
Lindewijk te Wolvega
Op 4 april 2016 is de geactualiseerde grondexploitatie deelgebied 1 voor 2016 en volgende jaren,
door de gemeenteraad vastgesteld, met een positief saldo van ongeveer € 960.000 op contante waarde. De eindtijd van de exploitatie is vastgesteld op het jaar 2022. De woningmarkt toont herstel in het
goedkopere segment en ook in het particuliere segment trekt de markt aan. Dit uit zich in een toegenomen bouwactiviteit. Het betreft in de Lindewijk deels gronden die al eerder aan de woningcorporaties zijn verkocht en de gronden in het woongebied Kleine Vuurvlinder. De zogenaamde cluster E is
woonrijp gemaakt om de vraag naar kavels in het goedkopere segment te kunnen blijven beantwoorden. Daar is voor de eerste 16 2^1-kapwoningen een optie verleend. De hofjes aan de Dagpauwoog
en de trottoirs rond de eerste woningen aan de Distelvlinder zijn woonrijp gemaakt.
Oldeholtpade Noord Oost
Er zijn nog twee particuliere kavels te koop in dit plangebied. De verkoop van één kavel is in 2016 geraamd. Het is nog twijfelachtig of deze verkoop kan worden gerealiseerd omdat er nog geen koper is.
De locatie aan de Voorkamp ten behoeve van de huur- of goedkope koopwoningen is in 2016 gedeeltelijk verkocht. Een lokale ontwikkelaar heeft een plan ontwikkeld voor negen goedkope koopwoningen. De vijf rijwoningen zijn hiervan gerealiseerd en de grondoverdracht heeft plaatsgevonden. De
vier halfvrijstaande woningen zijn nog in de verkoop. Bij verkoop van drie van de vier woningen kan de
grondoverdracht plaatsvinden. In hoeverre dit in 2016 kan worden gerealiseerd is nog de vraag. Als
de geraamde verkopen in 2016 niet worden gerealiseerd, heeft dit mogelijk negatieve gevolgen voor
de grondexploitatie waardoor het verwachte positieve eindresultaat zal afnemen.
Ontwikkelingslocatie voormalige Renbaanschool te Noordwolde
Na het bouwrijp maken van deze ontwikkelingslocatie is de gronduitgifte voor zowel particuliere als
projectmatige bouw in 2016 gestart. De afwikkeling van de eerste verkopen zal naar verwachting in
2017 plaatsvinden.
De Plantage te Wolvega
Ondanks de toenemende belangstelling voor bedrijventerreinen, heeft dit nog niet geleid tot een verkoop in 2016. De voor 2016 geraamde verkopen zijn hierdoor onzeker geworden. Dit heeft mogelijk
nadelige financiële gevolgen voor de grondexploitatie.
Noord West III te Wolvega
Binnen dit plangebied is een perceel grond aan de Schuttevaerstraat verkocht ten behoeve van de
uitbreiding van het aldaar gevestigde bedrijf. De gemeente zal zorgdragen voor de aanleg en inrichting van een aangrenzend schouwpad en beplantingsstrook. Dit heeft mogelijk nadelige financiële
gevolgen voor de grondexploitatie.
Uitbreiding Schipsloot te Wolvega
De verplaatsing van een bedrijf naar het plangebied Noord West III wordt in 2016 afgerond. Er zijn het
afgelopen half jaar diverse contacten geweest met potentiële bedrijven over de vestigingsmogelijkheden. Mocht dit leiden tot een verkoop dan wordt dit betrokken bij het actualiseren van de verkoopprognose. Beide hebben mogelijk nadelige financiële gevolgen voor de grondexploitatie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
102
Verwachte resultaten in 2017
Voor een overzicht van de ontwikkeling van de boekwaarden van de bouwgronden in exploitatie wordt
verwezen naar onderstaand overzicht.
bedragen x € 1.000
Verwachting 2017
Boekwaarden
Bouwgrond in exploitatie
Woningbouw
410 Wolvega de Tuinen
415 Wolvega Lindewijk deelgebied 1
411 Oldeholtpade Noord Oost
362 Noordwolde locatie Renbaanschool
Totaal woningbouw complexen
Industrie complexen
412 Wolvega Noord West III
413 Wolvega Schipsloot
414 Wolvega de Plantage
Totaal Industrie complexen
Totaal bouwgrond in exploitatie
Meerjarenbegroting 2017-2020
Boekw.
31-122017
Boekw.
1-1-2017
Kosten
Opbrengst
Resultaat
Overige
mutaties
221
6.466
- 123
79
41
1.706
21
35
223
2.302
68
206
38
-
-
0
5.867
- 171
- 92
6.643
1.802
2.800
38
-
5.605
53
4.362
2.070
188
184
178
284
278
514
-
-
- 44
4.265
1.733
6.484
549
1.076
-
-
5.955
13.127
2.351
3.877
38
-
11.560
103
Paragraaf het “Hek” binnen het Sociaal domein
Portefeuillehouder
Organisatie
Trompetter
Sociaal domein
Inleiding
Op 1 januari 2015 werd de gemeente via decentralisaties (3 D’s) verantwoordelijk voor vrijwel alle taken op het gebied van het Sociaal domein. De decentralisaties hadden als doel de zorg en ondersteuning beter en overzichtelijker te regelen. De overdracht van taken ging gepaard met ingrijpende bezuinigingen.
De gemeente Weststellingwerf had tot 2015 geen ervaring met de nieuwe taken, en de toekomst was
omgeven met onzekerheden. De gemeenteraad heeft daarom besloten vanaf 2015 alle middelen met
betrekking tot de problematiek vanuit het individu te plaatsen binnen het “Hek”. Het “Hek” omvat de
rijksmiddelen voor Jeugdzorg, Wmo, Participatie en BUIG. Ook zijn de gemeentelijke middelen die tot
2015 aan het Sociaal domein werden besteed, gericht op individuele problematiek, aan het “Hek” toegevoegd. Hieronder vallen onder andere de uitvoeringskosten op het gebied van werk, inkomen en
zorg (inclusief backoffice), inclusief het benodigde budget voor de gebiedsteams en Dienst in Bedrijf.
Ook zijn de middelen voor minimabeleid en de aanvullende middelen op het BUIG-budget aan het
“Hek” toegevoegd. De beleidsdoelstellingen en voornemens voor nieuw beleid zijn weergegeven in
programma 6.
e
De begroting 2017 van het “Hek” staat in het teken van een verschuiving van zorgverlening van de 2
e
naar de 1 lijn. De gebiedsteams worden versterkt en nemen meer taken op zich. Op termijn moeten
e
de (duurdere) kosten voor 2 lijn zorgverlening afnemen, en wordt steeds meer het accent gelegd op
preventie.
In deze paragraaf worden de risico’s beschreven. Aan de hand van de risico’s wordt getracht beheersmaatregelen te nemen om zo de (mogelijke) impact en omvang van de risico’s terug te dringen
en kansen te benutten. Eventuele financiële mee- en tegenvallers moeten binnen het “Hek” opgevangen:
Autonome Ontwikkelingen
Het totale budget voor het Sociaal domein neemt de komende jaren verder af, als gevolg van de bezuinigingen in de rijksbudgetten. De druk op het budget neemt echter toe door autonome ontwikkelingen, zoals de toenemende vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Het is daarom cruciaal om
strak te sturen op kostenreductie. Investeren op transformatie zal daarin naar verwachting een positieve bijdrage kunnen leveren.
Transformatie is een langdurig proces
De beoogde transformatie in het Sociaal domein vraagt om een cultuur- en gedragsverandering, zowel bij de inwoner als professionals. Dit kost tijd. In principe zullen de voorstellen bijdragen aan het terugdringen van de kosten in de Jeugdzorg en Wmo, maar er is een risico dat het tempo van kostenreductie niet gelijk op gaat met het tempo van budgetvermindering.
Meerdere (directe) doorverwijzers
e
Naast de gebiedsteams kunnen ook onder meer huisartsen en jeugdartsen doorverwijzen naar de 2 lijns jeugdzorg. De gemeente draagt de kosten hiervan. Door het gesprek met huisartsen hierover te
voeren kan hierin meer afstemming worden bereikt, maar uiteindelijk hebben deze verwijzers een autonome bevoegdheid ongeacht de gevolgen voor het gemeentelijk budget.
Zorgaanbieders leveren niet tijdig en/of niet juist declaraties en facturen aan
Ervaringen over 2015 en 2016 leren dat het indienen van declaraties en facturen door zorgaanbieders
met verschillende snelheden gebeurt. In regionaal verband trachten de 24 Friese gemeenten meer
druk te zetten op een snellere en tijdige facturatie. Verbeteringen zijn merkbaar maar vergen een lange adem.
Meerjarenbegroting 2017-2020
104
Herstructurering Caparis NV en samenwerking GR SW Fryslân
De acht gemeenten die deelnemen in de GR SW Fryslân (hierna: GR) zijn met elkaar overeengekomen dat een verantwoorde en gecontroleerde afbouw van Caparis NV (hierna: Caparis) tot een gezamenlijke beschutte werkvoorziening plaats moet vinden. Caparis is gevraagd hiervoor een herstructureringsplan op te stellen. Aan deze herstructurering zitten financiële consequenties voor de deelnemers in de GR, tevens aandeelhouders van Caparis. Daarbij krijgt Caparis de mogelijkheid zich te
ontwikkelen tot een marktpartij die voor eigen rekening en risico’s producten aanbiedt, al dan niet aan
overheden.
Deze beweging van Caparis naar de vrije markt kan alleen slagen voor onze gemeente als er een
goede scheiding in financiële zin is tussen de activiteiten waar de gemeenten gezamenlijk aan het afbouwen zijn (tot beschut binnen en zolang er medewerkers zijn met een SW-indicatie) en de nieuwe
activiteiten onder de Participatiewet waar de achterblijvende gemeenten met Caparis verder willen.
Sinds medio 2016 heeft de GR de mogelijkheid dat de deelnemende gemeenten SW-medewerkers
zelf overnemen van Caparis. Exclusieve plaatsing bij Caparis is daardoor geen verplichting meer.
Inmiddels treffen wij voorbereidingen om per 1 januari 2017 een groep SW-medewerkers in gemeentelijke dienst te nemen en onder te brengen binnen het team Dienst in Bedrijf, het op re-integratie gerichte eigen team van onze gemeente. Via “Groen in Bedrijf” gaat deze groep medewerkers het
groenbestek voor de gemeente uitvoeren. Andere deelnemende gemeenten zijn met (het voorbereiden van) soortgelijke trajecten van overname van SW-medewerkers gestart.
Welke impact dit precies heeft op de bedrijfsvoering van Caparis is op dit moment lastig te kwantificeren. De situatie rond Caparis is momenteel “roerig” zoals ook te zien in de vele persberichten die rond
Caparis zijn uitgegaan de afgelopen periode.
De risico’s die zich kunnen voordoen binnen deze ontwikkelingen vallen uiteen in drie groepen: frictiekosten als gevolg van de herstructurering Caparis, bedrijfsvoerings-/operationele risico’s exploitatie
Caparis en uitvoering groenbestek Groen in Bedrijf. Wij gaan er van uit dat deze risico’s niet toenemen en zelfs op termijn zullen dalen ten opzichte van de oude situatie, omdat niets doen in de context
van de gewijzigde Participatiewet en de dalende rijkssubsidies “oude WSW” in onze optiek te allen
tijde een minder goede optie is.
Positief punt is dat de solvabiliteit van Caparis in de afgelopen periode dermate sterk is verbeterd, dat
mogelijk (een deel van) deze frictiekosten ten gevolge van de herstructurering vanuit het vermogen
van Caparis kunnen worden voldaan.
Inschatting is dat de omvang van alle risico’s in het Sociaal domein zich beweegt tussen € 0,5 miljoen
en € 1 miljoen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
105
bedragen x € 1.000
Begroting het “Hek” binnen het Sociaal domein
Begroot
2017
Begroot
2018
Begroot
2019
Begroot
2020
Inkomsten
Jeugdzorg
integratie uitkering Sociaal domein*
5.293
5.354
5.354
5.354
Wmo
directe zorgbudgetten
6.337
6.265
6.220
6.208
Wmo-nieuw
integratie uitkering Sociaal domein*
3.914
3.843
3.797
3.774
Wmo-oud
integratie uitkering Wmo
2.423
2.423
2.423
2.433
Werk en inkomen
Participatie en BUIG-middelen
12.317
11.966
11.666
11.409
Participatie
integratie uitkering Sociaal domein*
5.382
5.031
4.731
4.474
BUIG
gebundelde specifieke uitkering i-deel
6.935
6.935
6.935
6.935
Minima
eigen middelen minimabeleid
1.034
1.034
1.024
1.024
OVERIG
eigen dekkingsmiddelen
3.331
3.331
3.331
3.331
28.312
27.950
27.594
27.326
saldo inkomsten
Uitgaven
Jeugdzorg
directe zorgbudgetten
4.310
4.362
4.243
4.049
Wmo
directe zorgbudgetten
5.012
4.922
4.812
4.738
Wmo-nieuw
directe zorgbudgetten
2.687
2.597
2.487
2.487
Wmo-oud
directe zorgbudgetten
2.325
2.325
2.325
2.251
Werk en inkomen
Participatie en BUIG-middelen
13.851
13.527
13.485
13.485
Participatie
directe budgetten
6.650
6.326
6.284
6.284
BUIG
uitkeringslasten
7.201
7.201
7.201
7.201
Minima
directe uitgaven
1.037
1.037
1.027
1.027
Gebiedsteams
personele kosten gebiedsteams
2.705
2.705
2.630
2.630
OVERIG
bedrijfsvoeringslasten Sociaal domein
1.397
1.397
1.397
1.397
28.312
27.950
27.594
27.326
0
0
0
0
Begroot
2017
Begroot
2018
Begroot
2019
Begroot
2020
inkomsten*
14.589
14.227
13.882
13.603
uitgaven
16.351
15.990
15.645
15.450
(huidige) inzet eigen dekkingsmiddelen
-1.762
-1.763
-1.763
-1.847
saldo uitgaven
TOTAAL saldo inkomsten en uitgaven
Integratie-uitkering Sociaal domein nieuwe taken
Meerjarenbegroting 2017-2020
106
Paragraaf Streekagenda
Portefeuillehouder(s)
Organisatie
Kloosterman, Van Klaveren, Trompetter en Jongebloed.
Ruimte en Sociaal domein
Algemeen
2016 is het jaar van de evaluatie van de eerste jaren streekagenda en de herijking van de vastgelegde
doelstellingen en gemaakte proces- en werkafspraken. Besluitvorming daarover zal eind 2016 plaatsvinden. In de gevoerde discussie is duidelijk geworden dat er binnen de streekagenda meer focus
moet worden gelegd op beleidsmatige vraagstukken. Het jaarplan 2017 zal daarvan dan een vertaling
moeten zijn.
Inmiddels is gestart met een gebiedsbudget. Vanuit de provincie zijn vanuit specifieke beleidsvelden
middelen beschikbaar gesteld voor dit gebiedsbudget. Voor de gehele provincie, vijf regio’s, gaat het
hierbij om een totaal bedrag van € 16,465 miljoen voor de jaren 2016-2019.
Het gaat hierbij om de volgende beleidsvelden:
• Duurzame energie € 1 miljoen.
• Cultuurtoerisme en plattelandsrecreatie € 2 miljoen.
• Gemeentelijke fietsroutes € 4 miljoen.
• Pilots veenweidevisie € 9 miljoen.
• Aandachtsgebieden Oosterwolde en Noordwolde € 0,465 miljoen.
Om aanspraak op deze middelen te kunnen maken zullen projecten moeten zijn opgenomen in het
jaarplan van de betreffende regio. Projecten van onze gemeente die in het jaarplan staan komen voort
uit onze begroting.
Veel van de in 2014 opgepakte ontwikkelprojecten zijn inmiddels afgerond en zullen desgewenst per
gemeente worden vertaald naar concrete uitvoeringsplannen. Door het verscherpen van de focus binnen de streekagenda zullen minder ontwikkelprojecten worden opgepakt. Het instrument streekagenda richt zich de komende periode op vier thema’s en formuleert daarvoor strategische doelen. Deze
strategische doelstellingen krijgen dan een vertaling naar het jaarplan. Deze vier thema’s met de strategische doelen zijn grotendeels inpasbaar binnen de hierboven genoemde provinciale beleidsvelden
en het bijbehorende gebiedsbudget.
Thema Groenblauw.
Aan het landschapsbeleidsplan wordt nog gewerkt. De kwaliteit van het landschap is erg belangrijk
voor de regio en zal via diverse uitvoeringsprojecten tot uitdrukking komen.
Thema Leefbaarheid
De demografisch ontwikkeling en de aanwijzing als anticipeerregio zijn de komende jaren sturend in
beleidsvraagstukken die vooral raakvlak hebben met het begrip “leefbaarheid” en de kwaliteit van de
woningvoorraad.
Thema Economie
Het MKB heeft een belangrijk aandeel in de economie in de regio Zuidoost. Vanuit de streekagenda
willen wij hierbij een faciliterende, voorwaardenscheppende en stimulerende rol spelen. Daarbij zullen
wij alert blijven op de wisselwerking met de andere beleidsterreinen zoals leefbaarheid.
Thema Duurzaamheid.
Aanvullend aan de inzet om te komen tot energiebesparing en het meer gebruiken van duurzame
energie is hier ook het verduurzamen van de bestaande (particuliere) woningvoorraad een item. Doel
van het verduurzamen van de woningvoorraad is mensen in de gelegenheid te stellen langer in hun
woonruimte/omgeving te kunnen blijven wonen.
Projecten die nog op de uitvoeringsagenda staan zijn onder meer :
• Afronden van het project dorpen in het groen
• Integrale Stedelijke Vernieuwing (aulalocatie Noordwolde en herstructurering gebied)
• Ds. Reitsmastraat/Ds. Van der Tuukstraat )
Meerjarenbegroting 2017-2020
107
•
•
•
•
•
•
•
Uitvoeren regionaal uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme
Gebiedsopgave Rottige Meente
Veenweidevisie, pilot Rottige Meente
Zicht op de Lende
Fietspad langs De Linde
Aanleg ontbrekende schakel fietspad tracé Kontermansweg/Lolkemabruggetje
Aandachtsgebied Noordwolde
Financieel
Voor enkele uitvoeringsprojecten zijn wel al middelen beschikbaar. Het gaat om de volgende projecten: afronden dorpen in het groen, integrale stedelijke vernieuwing, gedeelte van uitvoering gebiedsopgave Rottige Meente, Zicht op de Lende en aandachtsgebied Noordwolde.
Nieuw in deze programmabegroting is de investering aan het fietspad langs De Linde voor in totaliteit
€ 2,5 miljoen. Het gaat dan om het vervangen en verbreden van het bestaande fietspad Kontermansbrug-Driewegsluis en aanleg van een nieuwe fietsverbinding vanaf de Kontermansbrug tot aan het
Lolkemabruggetje met aansluiting op het IJkenverlaatpad. De uitvoering zal gefaseerd over de jaren
2017 tot en met 2020 plaatsvinden. We hebben daartoe een subsidieaanvraag ingediend bij de provincie.
Meerjarenbegroting 2017-2020
108
Overzicht van baten en lasten
De programma’s uit de jaren 2015 en 2016 zijn niet één op één te vergelijken met de programma’s
vanaf 2017. Bij de afzonderlijke programma’s is een financiële analyse gemaakt over de afwijkingen
ten opzichte van de vorige programmabegroting 2016-2019.
bedragen x € 1.000
Overzicht lasten en baten
Exploitatie
Lasten
0 Bestuur en ondersteuning
1 Veiligheid
2 Verkeer, vervoer en waterstaat
3 Economie
4 Onderwijs
5 Sport, cultuur en recreatie
6 Sociaal domein
7 Volksgezondheid en milieu
8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening
en stedelijke vernieuwing
9 Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Overzicht kosten overhead
Overzicht onvoorziene uitgaven
Totaal Lasten
Baten
0 Bestuur en ondersteuning
1 Veiligheid
2 Verkeer, vervoer en waterstaat
3 Economie
4 Onderwijs
5 Sport, cultuur en recreatie
6 Sociaal domein
7 Volksgezondheid en milieu
8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening
en stedelijke vernieuwing
9 Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Overzicht kosten overhead
Totaal Baten
Totaal Exploitatie
Mutaties reserves
Toevoegingen
Ontrekking
Totaal Mutaties reserves
Resultaat
Meerjarenbegroting 2017-2020
Rekening Begroting Begroting
2015
2016
2017
2.311
1.206
3.620
55
3.303
2.242
27.103
5.721
2.655
1.350
1.243
3.457
39
3.304
2.453
26.303
5.691
2.585
17.141
18.503
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
2.131
1.457
5.274
673
3.814
3.014
29.362
6.540
3.403
2.063
1.476
5.337
476
3.892
3.057
28.903
6.471
3.195
2.114
1.489
5.372
396
3.924
2.888
28.527
6.495
2.873
2.122
1.503
5.422
482
3.960
2.573
28.154
6.545
2.639
3.954
11.967
448
71.239
3.896
12.121
447
70.542
3.830
12.356
447
70.033
65.357
64.928
4.006
11.790
448
71.912
485
176
317
49
604
538
10.071
4.921
3.084
320
71
21
23
546
544
7.602
4.485
2.711
372
71
56
526
749
548
7.966
4.601
2.334
321
71
56
329
749
548
7.901
4.660
2.158
321
71
56
249
749
476
7.901
4.753
1.879
321
71
26
336
749
476
7.824
4.851
1.637
47.731
48.024
48.960
4.836
70.589
48.508
5.090
70.053
48.246
5.268
69.805
67.976
64.347
49.212
4.648
71.083
2.619
-581
-829
-650
-489
-228
655
47
232
221
314
434
1.219
631
746
884
807
874
564
584
514
663
493
440
3.183
3
-315
13
4
212
109
Overzicht van incidentele baten en lasten 2017-2020
bedragen x € 1.000
Incidentele lasten
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
34
78
10
34
25
50
25
138
25
25
138
155
41
155
41
155
418
155
MJB
2020
Lasten
0 Bestuur en Ordersteuning
Dorpenfonds
Rekenkamer
Overheidsparticipatie
1 Veiligheid
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat
3 Economie
4 Onderwijs
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Culturele hoofdstad 2018
Bijdrage aan kunstgrasvelden
Toeristisch investeringsfonds
Breedte sportimpuls
6 Sociaal domein
Bestemming Noordwolde fase 4
Herstructureringsgelden
7 Volksgezondheid en Milieu
Gezond in de stad
Drank- en horecawet
8 Volkshuisvesting,Ruimtelijke Ordening en Stedelijke
Vernieuwing
Opstellen omgevingsvisie
Totaal incidentele lasten
174
30
50
810
-
bedragen x € 1.000
Incidentele baten
Begroot
2017
MJB
2018
MJB
2019
MJB
2020
Baten
0 Bestuur en Ondersteuning
Rekenkamer
Bijdrage uit algemene reserve voor overheidsparticipatie
1 Veiligheid
2 Verkeer, Vervoer en Waterstaat
3 Economie
4 Onderwijs
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Breedte sportimpuls
6 Sociaal domein
Bestemming Noordwolde fase 4
7 Volksgezondheid en Milieu
Gezond in de stad
8 Volkshuisvesting,Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing
Totaal incidentele baten
Meerjarenbegroting 2017-2020
52
10
72
72
78
78
78
150
78
174
386
-
110
bedragen x € 1.000
Begroot
2017
MJB
2017
MJB
2018
MJB
2019
Totaal lasten
Totaal incidentele lasten
Totaal structurele lasten
72.144
810
71.459
418
70.856
-
70.466
-
71.334
71.041
70.856
70.466
Totaal baten
Totaal incidentele baten
Totaal structurele baten
71.829
386
71.472
150
70.860
-
70.678
-
71.443
71.322
70.860
70.678
- 315
- 424
13
- 268
4
-
212
-
109
281
4
212
Materieel evenwicht meerjarenbegroting
Exploitatieresultaat
Saldo incidenteel
Saldo structureel (= materieel evenwicht)
Meerjarenbegroting 2017-2020
111
UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE
Meerjarenbegroting 2017-2020
112
Geprognosticeerde balans 2017-2020
bedragen x € 1.000
Activa per 31-12
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Vaste Activa
Passiva per 31-12
Saldo van de rekening
Reserves*
Voorzieningen
Vaste schulden >1 jaar
65.702
8.228
77.195
5.902
76.019
5.336
74.878
4.836
74.684
4.336
74.163
3.836
Totaal Vaste Activa
73.930
83.097
81.355
79.714
79.020
77.999 Totaal Vaste Activa
Vlottende Activa
Voorraden
Uitzettingen < jaar
Liquide middelen
Overlopende activa
25.702
5.213
8
308
13.086
4.885
50
120
11.560
5.030
50
105
9.048
5.030
50
100
6.199
5.030
50
100
3.601
5.030
50
100
1.600
3.200
4.800
6.400
Bijstelling op basis van
geïnventariseerde risico's
Totaal Activa
2016
2017
2018
2019
2020
Vaste Passiva
Materiële activa
Financiële activa
Totaal Vlottende Activa
2015
Vlottende Passiva
Vlottende schulden < 1 jaar
Overlopende passiva
31.231
18.141
18.345
17.428
16.179
15.181 Totaal Vlottende Activa
105.161
101.238
99.700
97.142
95.199
93.180 Totaal Passiva
3.184
16.642
7.492
67.901
19.035
8.692
65.267
19.661
9.974
61.922
18.685
11.274
58.577
18.206
12.574
55.232
17.770
13.874
51.887
95.219
92.994
91.557
88.536
86.012
83.531
8.904
1.038
7.500
744
7.600
543
8.000
606
8.500
687
8.500
1.149
9.942
8.244
8.143
8.606
9.187
9.649
105.161
101.238
99.700
97.142
95.199
93.180
* in de saldi van de reserves is € 1,6 miljoen in 2017 oplopend naar € 6,4 miljoen in 2020 begrepen conform de inventarisatie van de risico's (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing).
Deze prognose is opgesteld op basis van de meest recente besluitvorming en het verwachte resultaat vanuit de najaarsnota 2016. Wel moet worden opgemerkt dat de afwikkeling van de verkoop van de aandelen van Enexis Holding N.V. nog niet is verwerkt omdat definitieve afhandeling nog niet heeft plaatsgevonden. Ook is sprake van diverse geïnventariseerde risico’s (uiteengezet in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing), waarvan de mogelijke
impact is gekwantificeerd op € 6,4 miljoen. Omdat de daadwerkelijke impact onzeker is, zijn de geïnventariseerde risico’s apart inzichtelijk gebracht op de balans. Voornamelijk valt hieronder de waardering van de grondexploitaties die jaarlijks met de jaarrekeningcontrole wordt herijkt.
Meerjarenbegroting 2017-2020
113
Reserves en Voorzieningen
bedragen x € 1.000
Reserves en voorzieningen
Algemene Reserves
Algemene Reserve
Totaal Algemene Reserves
Bestemmingsreserves
Reserve afvalstoffenverwijdering
Reserve vervanging/onderhoud riolering
Reserve onderhoud graven
Reserve onderhoud gebouwen
Stand per 31 december
2016
2017
2018
2019
2020
15.790
16.860
16.546
16.560
16.564
15.790
16.860
16.546
16.560
16.564
960
1.745
540
-
877
1.282
542
100
740
855
544
-
612
488
546
-
489
169
548
-
Totaal Bestemmingsreserves
Voorzieningen
Voorziening nalatenschap dames Hofstee
Voorziening uitkering pensioenen gewezen weth
Voorziening spaarcontracten
Voorziening opbouw pensioenen gewezen weth
Voorziening ontslaguitkeringen wethouders
Voorziening vordering op verkoop Vennootschap bv
Voorziening precariobelasting
3.245
2.801
2.139
1.646
1.206
151
2.270
10
2.260
18
3.983
151
2.145
10
2.336
5.332
151
2.020
10
2.412
6.681
151
1.895
10
2.488
8.030
151
1.770
10
2.564
9.379
Totaal voorzieningen
8.692
9.974
11.274
12.574
13.874
27.727
29.635
29.959
30.780
31.644
Totaal reserves en voorzieningen
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Op grond van het BBV moet in de programmabegroting een overzicht van de structurele toevoegingen
en onttrekkingen aan reserves worden vermeld. Het doel daarvan is om de inzichtelijkheid voor de
raad en toezichthouder voor wat betreft het structurele en reële evenwicht te verbeteren. De enige
structurele toevoeging en onttrekking betreft de reserve onderhoud graven. De raming van de afkoopsommen storten we in de reserve en er vindt jaarlijks een onttrekking ten gunste van de exploitatie
plaats ter opvang van het onderhoud aan de graven. Dit wordt verantwoord onder programma 7. De
overige mutaties binnen de reserves zijn - met uitzondering van de egalisatiereserves voor de afvalstoffenverwijdering en de riolering - van incidentele aard.
Toelichting per reserve
ALGEMENE RESERVE
Algemene reserve
Doel
Reserve ter dekking van (on)voorziene risico’s die niet op een andere wijze zijn op te vangen. Onvoorziene risico’s zijn risico’s die niet van te voren zijn in te schatten en niet te voorkomen en niet te
beïnvloeden zijn.
Mutatie
In de jaarrekening 2015 kwamen we uit op een saldo van € 3,2 miljoen. Conform het bestemmingsvoorstel is het positieve exploitatieresultaat gestort in de algemene reserve. Er ligt nog voor € 250.000
beslag op de reserve. Dit is met name voor de (restant) incidentele budgetten uit 2015 (€ 192.000) en
voor incidentele uitgaven zoals de overheidsparticipatie, Sport en Bewegen in de buurt etc.. Voor
2016 verwacht we op basis van de huidige najaarsnota een positief exploitatieresultaat van ca. € 1,1
miljoen.
Op basis van deze meerjarenbegroting verwachten we dat de algemene reserve eind 2020 een stand
heeft van € 16,5 miljoen. In de vorige meerjarenbegroting gingen we uit van een minimale incidentele
weerstandscapaciteit van € 12,5 miljoen. Bij de actualisatie van de nota financieel beleid - die eind
2016 zal verschijnen - nemen we de noodzaak tot (eventuele) aanpassing van de minimale weerstandscapaciteit mee.
Meerjarenbegroting 2017-2020
114
BESTEMMINGSRESERVES
Reserve afvalstoffenverwijdering
Doel
Egalisatiereserve om eventuele fluctuaties in het tarief op te kunnen vangen.
Mutatie
Uitgangspunt bij de exploitatie afvalinzameling is 100% kostendekkendheid. In deze meerjarenbegroting is het voorstel opgenomen om de tarieven voor 2017 gelijk te houden aan die van 2016. Dit leidt
voor de jaren 2017-2020 tot een exploitatietekort van in totaliteit ruim € 470.000 waarvoor een beroep
op deze egalisatiereserve wordt gedaan. We ontkomen er in de toekomst niet aan maatregelen te treffen om te komen tot een 100% kostendekkendheid.
Reserve vervanging/onderhoud riolering
Doel
Egalisatiereserve om eventuele fluctuaties in het tarief op te kunnen vangen.
Mutaties
Uitgangspunt bij de exploitatie riolering is 100% kostendekkendheid. In deze meerjarenbegroting is
het tarief voor 2017 met € 7,45 verhoogd ten opzichte van 2016. Dit is conform uw besluit van 7 maart
2016 waarin u het nieuwe gemeentelijke rioleringsplan (GRP) 2016-2020 heeft vastgesteld. Uitgangspunt bij het GRP is dat de tarieven in tien jaar tijd (twee GRP planperioden) geleidelijk stijgen tot een
kostendekkend tarief in 2025.
Reserve onderhoud graven
Doel
Reserve ter dekking van het onderhoud van graven.
Mutatie
De reserve wordt gevoed door de jaarlijkse afkoopsommen, de onttrekking betreft de jaarlijkse bijdrage aan de exploitatie voor het onderhoud.
Reserve onderhoud gebouwen
Doel
Reserve ter dekking van de kosten van onderhoud aan gemeentelijke gebouwen.
Mutatie
Conform de vorige meerjarenraming wordt er in 2017 een storting vanuit de exploitatie gedaan. In
2018 wordt hetzelfde bedrag onttrokken.
VOORZIENINGEN
Nalatenschap dames Hofstee
Doel
Deze voorziening is gevormd uit een legaat met als verplichting dat de opbrengsten ten gunste komen
van de Triade.
Mutatie
Jaarlijks vindt zowel een dotatie als een onttrekking aan deze voorziening plaats ter grootte van de
bespaarde rente. Dit bedrag komt ten goede aan de Triade.
Voorziening uitkering pensioenen gewezen wethouders
Doel
Pensioenuitkering aan (weduwen/weduwnaars van) gewezen wethouders.
Mutatie
De genoemde pensioenuitkeringen worden hieruit betaald. Jaarlijks wordt gekeken of deze voorziening nog op peil is.
Voorziening spaarcontracten
Doel
Compensatie van de gespaarde verlofuren van medewerkers.
Mutatie
De onttrekking betreft de kapitalisatie van uren in de levensloopregeling. Deze voorziening bevat nog
slechts één deelnemer. Als dit contract is afgewikkeld kan de voorziening worden opgeheven.
Meerjarenbegroting 2017-2020
115
Voorziening opbouw pensioenen gewezen wethouders
Doel
Reservering voor de pensioenen van wethouders.
Mutatie
Jaarlijks wordt de hoogte van deze voorziening op peil gebracht aan de hand van actuariële berekeningen.
Voorziening ontslaguitkering wethouders
Doel
Gewezen wethouders hebben, onder bepaalde voorwaarden, recht op een (tijdelijke) ontslaguitkering.
Mutatie
In 2014 is deze voorziening opnieuw gevuld en de uitkeringen hieruit lopen van 2014 tot met 2017. Als
de betreffende persoon eerder ander werk heeft gevonden stopt de uitkering per direct.
Voorziening Precariobelasting
Doel
De raad heeft besloten tot invoering van de precariobelasting met ingang van 1 januari 2014 en in afwachting van de jurisprudentie de opbrengst voorlopig te storten in een nieuw te vormen voorziening.
Zie ook de paragraaf Lokale heffingen.
Mutatie
De jaarlijkse opbrengst wordt gestort.
Meerjarenbegroting 2017-2020
116
Meerjareninvesteringsplan 2017-2020
Hierbij bieden wij u het investeringsplan voor de begrotingsperiode 2017 tot en met 2020 aan. Wij vragen u om de geplande investeringskredieten voor 2017 beschikbaar te stellen. De bijbehorende lasten
zijn meerjarig meegenomen in deze programmabegroting.
Geplande investeringen 2017*
Programma 2
Vervangingsbudget openbare verlichting
Uitvoeringsplan bermen
Vervanging brug over de Tjonger
1e fase upgrading fietspad langs De Linde
Programma 4
Voorzieningen onderwijshuisvesting
Programma 6
Project bestemming Noordwolde fase 4
Programma 7
Budget rioleringswerkzaamheden:
Aanleg hemelwaterriool
Stedelijke wateropgave Wolvega-zuid
Vervangen riolering
Vervangen rioolgemalen (electromechanisch)
Reinigingsinvesteringen
Scania zijlader translift
Plaatsen ondergrondse containers
Bruto investering
Algemene
exploitatie
e
m
e
m
89.000
675.000
500.000
500.000
89.000
675.000
250.000
500.000
e
128.000
128.000
m
155.000
77.500
m/e**
Programma 2
Vervangingsbudget openbare verlichting
Uitvoeringsplan bermen
1e fase upgrading fietspad langs De Linde
2e fase upgrading fietspad langs De Linde
Programma 6
Project bestemming Noordwolde fase 4
Programma 7
Budget rioleringswerkzaamheden:
Vervangen riolering
Vervangen rioolgemalen (elektromechanisch)
Reinigingsinvesteringen
Plaatsen ondergrondse containers
Paragraaf bedrijfsvoering
Budget informatisering
Vervangingsbudget:
Automatisering
Tractie
Subsidies
en andere
bijdragen
77.500
760.000
255.000
50.000
273.000
182.000
e
340.000
270.000
70.000
Bruto investering
Algemene
exploitatie
e
m
m
m
89.000
675.000
700.000
407.000
89.000
675.000
700.000
407.000
m
155.000
77.500
m/e**
300.000
100.000
-
1.100.000
727.500
Reserves
Exploitatie
riolering/
reiniging
Subsidies
en andere
bijdragen
77.500
e
721.000
577.000
144.000
e
30.000
30.000
e
450.000
150.000
300.000
e
e
750.000
180.000
250.000
180.000
500.000
Totaal geplande investeringen 2018
4.157.000
2.528.500
* exclusief grondexploitatie
** e = investeringen met economisch nut; m= investeringen met maatschappelijk nut
Meerjarenbegroting 2017-2020
Exploitatie
riolering/
reiniging
250.000
e
Paragraaf bedrijfsvoering
Budget informatisering
e
450.000
150.000
Vervangingsbudget:
Automatisering
e
150.000
50.000
Tractie
e
180.000
180.000
Totaal geplande investeringen 2017
3.927.000
2.099.500
* exclusief grondexploitatie
** e = investeringen met economisch nut; m= investeringen met maatschappelijk nut
Geplande investeringen 2018*
Reserves
-
751.000
877.500
117
Geplande investeringen 2019 *
Programma 2
Vervangingsbudget openbare verlichting
Uitvoeringsplan bermen
2e fase upgrading fietspad langs De Linde
3e fase aanleg deel fietspad De Linde
Programma 6
Project bestemming Noordwolde fase 4
Programma 7
Budget rioleringswerkzaamheden:
Vervangen riolering
Vervangen rioolgemalen (elektromechanisch)
Paragraaf bedrijfsvoering
Budget informatisering
Vervangingsbudget:
Automatisering
Tractie
Bruto investering
Algemene
exploitatie
e
m
m
m
89.000
675.000
407.000
245.000
89.000
675.000
407.000
245.000
m
155.000
77.500
m/e**
Programma 2
Vervangingsbudget openbare verlichting
Uitvoeringsplan bermen
3e fase aanleg deel fietspad De Linde
Programma 7
Budget rioleringswerkzaamheden:
Vervangen riolering
Vervangen rioolgemalen (electromechanisch)
Aanleg hemelwaterriool
Paragraaf bedrijfsvoering
Budget informatisering
Vervangingsbudget:
Automatisering
Tractie
Subsidies
en andere
bijdragen
422.000
271.000
151.000
e
450.000
150.000
300.000
e
e
900.000
180.000
300.000
180.000
600.000
m/e**
e
m
m
Bruto investering
Algemene
exploitatie
89.000
675.000
245.000
89.000
675.000
245.000
-
422.000
977.500
Reserves
Exploitatie
riolering
Subsidies
en andere
bijdragen
e
661.000
407.000
165.000
89.000
e
450.000
150.000
300.000
e
e
900.000
180.000
300.000
180.000
600.000
Totaal geplande investeringen 2020
3.200.000
1.639.000
* exclusief grondexploitatie
** e = investeringen met economisch nut; m= investeringen met maatschappelijk nut
Meerjarenbegroting 2017-2020
Exploitatie
riolering/
reiniging
77.500
e
Totaal geplande investeringen 2019
3.523.000
2.123.500
* exclusief grondexploitatie
** e = investeringen met economisch nut; m= investeringen met maatschappelijk nut
Geplande investeringen 2020 *
Reserves
-
661.000
900.000
118
BIJLAGEN
Meerjarenbegroting 2017-2020
119
Bijlage I: Programma’s was-wordt
Bij de financiële analyses per programma wordt een vergelijk gemaakt tussen de jaarschijf 2017 uit de
meerjarenbegroting 2017-2020 met de jaarschijf 2017 uit de (vorige) meerjarenbegroting 2016-2019.
Hieronder ziet u per programma deze beide jaarschijven in beeld. Uiteraard blijft de vergelijking bemoeilijkt doordat de meerjarenbegroting 2017-2020 op taakveldniveau is en de vorige meerjarenbegroting op productniveau (zie ook de bijlage: Van producten naar taakvelden).
0 Bestuur en Organistie
Lasten
Algemeen Bestuur
Dagelijks Bestuur
Dienstverlening
Totaal Lasten
Baten
Algemeen Bestuur
Dienstverlening
Mutaties Reserves Programma 0
Totaal Baten
Eindtotaal
1 Openbare Orde en Veiligheid
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
593
645
265
1.503
515
645
273
1.433
451
645
265
1.361
451
645
273
1.369
- 51
- 320
- 46
- 417
1.086
- 51
- 320
- 10
- 381
1.051
- 320
- 320
1.040
- 320
- 320
1.049
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
Lasten
Brandw eer
1.193
Integrale Veiligheid
41
Overige Maatregelen Openbare Orde en Veiligheid
26
Rampenbestrijding
13
Totaal Lasten
1.274
Baten
Brandw eer
-1
Integrale Veiligheid
- 65
Overige Maatregelen Openbare Orde en Veiligheid
-6
Totaal Baten
- 71
Eindtotaal
1.203
2 Verkeer, Wegen, Water en Groen
Lasten
Bruggen en Waterw egen
Openbaar Groen
Openbaar Vervoer
Openbare Verlichting
Veerdiensten
Verkeersmaatregelen te land
Wegen
Totaal Lasten
Baten
Mutaties Reserves Programma 2
Openbaar Groen
Openbare Verlichting
Veerdiensten
Verkeersmaatregelen te land
Wegen
Totaal Baten
Eindtotaal
3 Economische Zaken
Lasten
Economische Aangelegenheden
Markten
Totaal Lasten
Baten
Economische Aangelegenheden
Markten
Totaal Baten
Eindtotaal
1.182
40
26
13
1.261
1.200
40
26
13
1.279
1.214
40
26
13
1.293
-1
- 101
-6
- 107
1.154
-1
- 101
-6
- 107
1.172
-1
- 101
-6
- 107
1.186
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
129
863
1
310
3
49
2.423
3.778
128
827
1
314
3
48
2.387
3.709
128
827
1
318
3
48
2.356
3.681
128
827
1
321
3
48
2.244
3.572
- 36
-9
-6
-6
- 57
3.721
-9
-6
-6
- 21
3.688
-9
-6
-6
- 21
3.661
-9
-6
-6
- 21
3.551
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
64
10
74
64
10
74
64
10
74
64
10
74
- 30
- 18
- 48
27
- 30
- 18
- 48
27
- 30
- 18
- 48
27
- 30
- 18
- 48
27
Meerjarenbegroting 2017-2020
0 Bestuur en ondersteuning
Lasten
0.1 Bestuur
0.2 Burgerzaken
Totaal Lasten
Baten
0.1 Bestuur
0.10 Mutaties reserves
0.2 Burgerzaken
Totaal Baten
Eindtotaal
1 Veiligheid
Lasten
1.1 Crisisbeheersing en brandw eer
1.2 Openbare orde en veiligheid
Totaal Lasten
Baten
1.1 Crisisbeheersing en brandw eer
1.2 Openbare orde en veiligheid
Totaal Baten
Eindtotaal
2 Verkeer, vervoer en w aterstaat
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
1.251
880
2.131
1.187
876
2.063
1.181
933
2.114
1.181
941
2.122
- 51
- 10
- 321
- 382
1.749
- 321
- 321
1.742
- 321
- 321
1.793
- 321
- 321
1.801
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
1.256
201
1.457
1.274
201
1.476
1.288
201
1.489
1.302
201
1.503
-1
- 70
- 71
1.386
-1
- 70
- 71
1.405
-1
- 70
- 71
1.419
-1
- 70
- 71
1.433
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
Lasten
2.1 Verkeer en vervoer
3.897
2.3 Recreatieve havens
33
2.4 Economische havens en w aterw egen
2
2.5 Openbaar vervoer
22
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie1.320
Totaal Lasten
5.274
Baten
0.10 Mutaties reserves
2.1 Verkeer en vervoer
- 11
2.5 Openbaar vervoer
-6
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie - 39
Totaal Baten
- 56
Eindtotaal
5.218
3 Econom ie
Lasten
3.1 Economische ontw ikkeling
3.2 Fysieke bedrijf sinfrastructuur
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
3.4 Economische promotie
Totaal Lasten
Baten
3.2 Fysieke bedrijf sinfrastructuur
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Totaal Baten
Eindtotaal
3.959
33
2
22
1.320
5.337
3.994
33
2
22
1.320
5.372
4.094
33
2
22
1.270
5.422
- 11
-6
- 39
- 56
5.281
- 11
-6
- 39
- 56
5.316
- 11
-6
-9
- 26
5.396
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
59
509
55
51
673
58
311
55
51
476
58
231
55
51
396
58
318
55
51
482
- 509
- 18
- 526
147
- 311
- 18
- 329
147
- 231
- 18
- 249
147
- 318
- 18
- 336
147
120
4 Onderw ijs
Lasten
(Voortgezet) Speciaal Onderw ijs
Huisvesting Onderw ijs
Lokaal Onderw ijsbeleid
Primair Onderw ijs
Totaal Lasten
Baten
Huisvesting Onderw ijs
Lokaal Onderw ijsbeleid
Mutaties Reserves Programma 4
Primair Onderw ijs
Totaal Baten
Eindtotaal
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Lasten
Kunst en Cultuur
Mutaties Reserves Programma 5
Recreatie en Toerisme
Sport
Welzijn
Welzijnsaccommodaties
Totaal Lasten
Baten
Kunst en Cultuur
Mutaties Reserves Programma 5
Recreatie en Toerisme
Recreatief Groen
Sport
Welzijnsaccommodaties
Totaal Baten
Eindtotaal
6 Maatschappelijke en Sociale
Voorzieningen
Lasten
Inkomensverstrekking
Jeugd- en Jongerenw erk
Minimabeleid
Participatie
Sociaal Cultureel Werk
Sociale Zekerheid
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Zorg
Totaal Lasten
Baten
Inkomensverstrekking
Jeugd- en Jongerenw erk
Minimabeleid
Participatie
Sociaal Cultureel Werk
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Zorg
Totaal Baten
Eindtotaal
7 Volksgezondheid en Milieu
Lasten
Afvalinzameling
Milieu
Mutaties Reserves Programma 7
Riolering
Volksgezondheid
Totaal Lasten
Baten
Afvalinzameling
Milieu
Mutaties Reserves Programma 7
Riolering
Volksgezondheid
Totaal Baten
Eindtotaal
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
6
2.304
648
376
3.334
6
2.194
648
330
3.178
6
2.133
648
432
3.218
6
2.139
648
441
3.234
- 41
- 188
-6
- 398
- 631
2.702
- 41
- 188
- 324
- 552
2.626
- 41
- 188
- 324
- 552
2.666
- 41
- 188
- 324
- 552
2.682
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
910
83
1.250
47
305
2.594
885
100
58
1.117
47
228
2.436
885
63
1.152
47
221
2.368
856
58
1.181
47
222
2.363
- 38
- 20
-4
- 441
- 62
- 566
2.029
- 26
-4
- 441
- 62
- 534
1.902
- 100
- 26
-4
- 441
- 62
- 634
1.735
- 26
-4
- 441
- 62
- 534
1.829
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
7.072
5.152
959
703
91
5.960
5.594
340
25.871
7.153
5.007
1.027
777
90
5.766
5.021
208
25.049
7.153
4.911
1.027
777
89
5.490
4.931
143
24.521
7.153
4.731
1.027
777
88
5.449
4.821
143
24.188
- 7.115
- 107
-3
- 23
- 19
- 470
- 190
- 7.926
17.945
- 7.115
- 171
-3
- 23
- 19
- 470
- 65
- 7.866
17.183
- 7.115
- 171
-3
- 23
- 19
- 470
- 7.801
16.720
- 7.115
- 171
-3
- 23
- 19
- 470
- 7.801
16.387
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
2.301
320
47
2.076
1.042
5.786
2.300
341
132
2.138
1.058
5.968
2.334
341
221
2.174
951
6.020
2.329
341
314
2.204
958
6.146
- 2.657
- 601
- 1.693
- 134
- 5.085
701
- 2.657
- 644
- 1.778
- 134
- 5.214
755
- 2.627
- 714
- 1.867
- 134
- 5.343
678
- 2.627
- 739
- 1.960
- 134
- 5.461
685
Meerjarenbegroting 2017-2020
4 Onderw ijs
Lasten
4.2 Onderw ijshuisvesting
4.3 Onderw ijsbeleid en leerlingenzaken
Totaal Lasten
Baten
0.10 Mutaties reserves
4.2 Onderw ijshuisvesting
4.3 Onderw ijsbeleid en leerlingenzaken
Totaal Baten
Eindtotaal
5 Sport, cultuur en recreatie
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
2.757
1.057
3.814
2.815
1.077
3.892
2.829
1.095
3.924
2.847
1.113
3.960
- 516
- 233
- 749
3.065
- 516
- 233
- 749
3.143
- 516
- 233
- 749
3.176
- 516
- 233
- 749
3.211
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
Lasten
0.10 Mutaties reserves
100
5.1 Sportbeleid en activering
551
557
5.2 Sportaccommodaties
1.287
1.322
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
376
375
5.4 Musea
76
76
5.5 Cultureel erf goed
113
115
5.6 Media
442
442
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 168
169
Totaal Lasten
3.114
3.057
Baten
0.10 Mutaties reserves
- 100
5.1 Sportbeleid en activering
- 72
- 72
5.2 Sportaccommodaties
- 445
- 445
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie - 30
- 30
Totaal Baten
- 548
- 648
Eindtotaal
2.566
2.409
6 Sociaal dom ein
Lasten
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6.2 Wijkteams
6.3 Inkomensregelingen
6.4 Begeleide participatie
6.5 Arbeidsparticipatie
6.6 Maatw erkvoorzieningen (WMO)
6.71 Maatw erkdienstverlening 18+
6.72 Maatw erkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+
6.82 Geëscaleerde zorg 18Totaal Lasten
Baten
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6.3 Inkomensregelingen
6.5 Arbeidsparticipatie
6.6 Maatw erkvoorzieningen (WMO)
Totaal Baten
Eindtotaal
7 Volksgezondheid en milieu
Lasten
0.10 Mutaties reserves
7.1 Volksgezondheid
7.2 Riolering
7.3 Afval
7.4 Milieubeheer
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
Totaal Lasten
Baten
0.10 Mutaties reserves
7.2 Riolering
7.3 Afval
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
Totaal Baten
Eindtotaal
414
1.350
350
76
110
442
145
2.888
414
1.027
350
76
118
442
146
2.573
- 445
- 30
- 476
2.412
- 445
- 30
- 476
2.097
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
1.750
1.239
8.478
6.220
980
850
5.226
3.726
640
253
29.362
1.686
1.217
8.698
5.942
984
705
5.139
3.661
617
256
28.903
1.649
1.189
8.714
5.905
984
705
5.028
3.506
592
256
28.527
1.513
1.189
8.716
5.914
984
705
4.934
3.378
567
256
28.154
- 356
- 7.118
- 23
- 470
- 7.966
21.396
- 291
- 7.118
- 23
- 470
- 7.901
21.002
- 291
- 7.118
- 23
- 470
- 7.901
20.626
- 213
- 7.118
- 23
- 470
- 7.824
20.330
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
132
1.184
2.116
2.375
635
229
6.671
221
1.019
2.165
2.422
635
230
6.692
314
1.026
2.192
2.413
635
229
6.809
434
1.033
2.240
2.408
635
230
6.979
- 736
- 1.778
- 2.687
- 136
- 5.337
1.335
- 784
- 1.867
- 2.657
- 136
- 5.444
1.248
- 807
- 1.960
- 2.657
- 136
- 5.560
1.249
- 874
- 2.058
- 2.657
- 136
- 5.725
1.254
121
8 Ruim telijke Ordening en
Volkshuisvesting
Lasten
Bestemmingsplannen
Grondexploitatie
Stads- en Dorpsvernieuw ing
Vergunningen
Volkshuisvesting
Totaal Lasten
Baten
Bestemmingsplannen
Grondexploitatie
Mutaties Reserves Programma 8
Vergunningen
Volkshuisvesting
Totaal Baten
Eindtotaal
9 Financiën
Lasten
Algemene Inkomsten en Uitgaven
Bedrijf svoeringskosten
Deelnemingen
Geldleningen en Uitzettingen >= 1 jaar
Onvoorzien
Overig
Saldo Boekjaar
Uitvoering Wet WOZ
Totaal Lasten
Baten
Algemene Inkomsten en Uitgaven
Algemene Uitkering
Bedrijf svoeringskosten
Deelnemingen
Forensenbelasting
Geldleningen en Uitzettingen >= 1 jaar
Onroerende Zaakbelasting
Overig
Precariobelasting
Reclamebelasting
Toeristenbelasting
Uitkering deelf onds sociaal domein
Totaal Baten
Eindtotaal
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
248
1.974
95
42
529
2.889
216
1.695
64
42
243
2.261
214
1.730
64
42
221
2.270
211
1.893
63
42
214
2.423
- 1.974
- 79
- 538
- 438
- 3.030
- 141
- 1.695
- 597
- 213
- 2.506
- 245
- 1.730
- 597
- 213
- 2.540
- 271
- 2.007
- 597
- 193
- 2.796
- 374
Begroting MJB 2017 MJB 2018 MJB 2019
2016
1.602
16.803
11
384
280
- 756
107
18.431
1.753
16.038
11
464
280
-7
97
18.636
1.753
16.185
11
463
279
- 14
97
18.774
1.753
16.119
11
463
279
322
97
19.044
145
- 25.710
- 37
- 48
- 952
- 4.698
- 280
- 1.349
- 40
- 95
- 14.640
- 47.703
- 29.272
55
- 24.842
- 37
- 48
- 964
- 4.790
- 276
- 1.730
- 40
- 95
- 14.009
- 46.776
- 28.140
97
- 24.760
- 37
- 48
- 996
- 4.790
- 276
- 1.730
- 40
- 95
- 13.527
- 46.201
- 27.428
207
- 24.976
- 37
- 48
- 1.045
- 4.790
- 276
- 1.730
- 40
- 95
- 13.237
- 46.067
- 27.022
Meerjarenbegroting 2017-2020
8 Volkshuisvesting, ruim telijke
ordening en stedelijke vernieuw ing
Actuele
MJB 2018 MJB 2019 MJB 2020
begroting
Lasten
0.3 Beheer overige gebouw en en gronden
140
8.1 Ruimtelijke ordening
471
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 1.716
8.3 Wonen en bouw en
1.076
Totaal Lasten
3.403
Baten
0.10 Mutaties reserves
0.3 Beheer overige gebouw en en gronden
- 15
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)- 1.716
8.3 Wonen en bouw en
- 603
Totaal Baten
- 2.334
Eindtotaal
1.069
139
422
1.540
1.095
3.195
135
423
1.251
1.064
2.873
135
424
1.019
1.062
2.639
- 15
- 1.540
- 603
- 2.158
1.037
- 15
- 1.251
- 614
- 1.879
993
- 15
- 1.019
- 604
- 1.637
1.002
Programm a 9 is m et ingang van begroting 2017-2020 vervallen.
122
Bijlage II: Van producten naar taakvelden
Hieronder is aangegeven op hoofdlijnen hoe de producten uit de meerjarenbegroting 2016-2019 zijn
omgezet naar de taakvelden in de meerjarenbegroting 2017-2020.
Links staan de producten en rechts de taakvelden.
0 Bestuur en Organisatie
0 Bestuur en ondersteuning
Algemeen Bestuur
Dagelijks Bestuur
Dienstverlening
Bestuur
Burgerzaken
De producten Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur zijn samengevoegd tot het taakveld Bestuur.
Het product Dienstverlening is het taakveld Burgerzaken geworden, behalve het onderdeel communicatie dat naar het taakveld Overhead is gegaan.
1 Openbare Orde en Veiligheid
1 Veiligheid
Brandweer
Integrale Veiligheid
Overige Maatregelen Openbare Orde en Veiligheid
Rampenbestrijding
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
De producten Brandweer, Integrale Veiligheid en Rampenbestrijding is samengevoegd tot het taakveld Crisisbeheersing. Het product Overige Maatregelen Openbare Orde en Veiligheid is het taakveld
Openbare orde en veiligheid.
2 Verkeer, Wegen, Water en Groen
2 Verkeer, vervoer en waterstaat
Bruggen en Waterwegen
Openbaar Groen
Openbaar Vervoer
Openbaar verlichting
Veerdiensten
Verkeersmaatregelen te land
Wegen
Verkeer en Vervoer
Recreatieve havens
Economische havens en waterwegen
Openbaar vervoer
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
De producten Bruggen en Waterwegen, Openbare verlichting, Verkeersmaatregelen te land en Wegen zijn samengevoegd tot het taakveld Verkeer en Vervoer. Een onderdeel van het product Sport,
cultuur en Recreatie (programma 5) is toegevoegd aan het taakveld Recreatieve havens, De producten Openbaar Vervoer en Veerdiensten zijn nu het taakveld Openbaar Vervoer. Het product
Openbaar groen is nu taakveld Openbaar groen en (openlucht) recreatie.
3. Economische Zaken
3. Economie
Economische aangelegenheden
Markten
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Economische ontwikkeling
Economische promotie
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Het product Markten is omgezet in het taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen. Economische
aangelegenheden is gesplitst in Economische ontwikkeling en Economische promotie. Het taakveld
Fysieke bedrijfsinfrastructuur bestaat uit de grondexploitaties van de bedrijventerreinen.
Meerjarenbegroting 2017-2020
123
4. Onderwijs
4. Onderwijs
(Voortgezet) Speciaal Onderwijs
Huisvesting Onderwijs
Lokaal Onderwijsbeleid
Primair Onderwijs
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Onderwijshuisvesting
Het product Huisvesting Onderwijs en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs zijn omgezet in het taakveld
Onderwijshuisvesting, waarbij ook nog de huisvesting van de peuterspeelzalen en Comprix hieraan
toegevoegd zijn. De overige Producten zijn samengevoegd tot het taakveld Onderwijsbeleid en leerlingenzaken.
5. Sport, Cultuur en recreatie
5. Sport, Cultuur en recreatie
Kunst en Cultuur
Recreatie en Toerisme
Recreatief Groen
Sport
Welzijn
Welzijnsaccommodatie
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Cultureel erfgoed
Cultuur-presentatie/productie/participatie
Media
Musea
Sportaccommodaties
Sportbeleid en activering
Het product Kunst en Cultuur is gesplitst in de taakvelden Cultureel erfgoed, Musea, en Media. Recreatie en Toerisme en Recreatief Groen en Welzijn vormen het nieuwe taakveld Openbaar groen en
(openlucht) recreatie. Het product sport is gesplitst in de taakvelden Sportaccommodaties en Sportbeleid en activering. Het product Welzijnsaccommodatie is opgenomen in programma 6 onder taakveld
Samenkracht en burgerparticipatie.
6. Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening
6. Sociaal domein
Inkomensverstrekking
Jeugd- en Jongerenwerk
Minimabeleid
Participatie
Sociaal Cultureel Werk
Sociale Zekerheid
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Zorg
Samenkracht en burgerparticipatie
Arbeidsparticipatie
Begeleide participatie
Geëscaleerde zorg 18+
Inkomensregelingen
Maatwerkdienstverlening 18+
Maatwerkdienstverlening 18Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Wijkteams
Geëscaleerde zorg 18-
De peuterspeelzalen zijn naar programma 4 verplaatst en de welzijnsaccommodaties zijn toegevoegd
aan programma 6. Het product inkomensverstrekkingen en minimabeleid zijn samen het taakveld inkomensregelingen geworden. Het product Jeugd en Jongerenwerk is overgegaan naar het taakveld
Maatwerkdienstverlening 18-. Het product Participatie is nu taakveld Arbeidsparticipatie. Producten
Sociale Cultureel Werk en Zorg zijn het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie geworden.
Het product Sociale Zekerheid is opgegaan in taakveld geëscaleerde zorg 18+.
Het product Zorg is gesplitst in de taakvelden Maatwerkdienstverlening, Maatwerkvoorzieningen
(Wmo) en Wijkteams.
7. Volksgezondheid en Milieu
7. Volksgezondheid en Milieu
Afvalinzameling
Milieu
Riolering
Volksgezondheid
Afval
Milieu
Riolering
Volksgezondheid
Begraafplaatsen en crematoria
De producten van programma 7 zijn één op één overgegaan naar de gelijknamige taakvelden. Alleen
Volksgezondheid is gesplitst in Volksgezondheid en Begraafplaatsen en crematoria.
Meerjarenbegroting 2017-2020
124
8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke
Vernieuwing
Bestemmingsplannen
Grondexploitatie
Stads- en Dorpsvernieuwing
Vergunningen
Volkshuisvesting
Ruimtelijke Ordening
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Wonen en Bouwen
Beheer overige gebouwen en gronden
Het product Volkshuisvesting is overgegaan naar het taakveld Beheer overige gebouwen en gronden.
De producten Stad en dorpsvernieuwing en Vergunningen zijn samengevoegd tot het taakveld Wonen
en Bouwen. Het product Bestemmingsplannen is het taakveld Ruimtelijke Ordening geworden.
Het product Grondexploitatie is gesplitst in twee taakvelden: Fysieke bedrijfsinfrastructuur (zie programma 3) en Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen).
9. Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Programma 9 bestaat niet meer vanaf 2017
Deelnemingen
Uitvoering Wet Woz
Algemene Inkomsten en Uitgaven
Overig
Onvoorzien
Bedrijfsvoeringkosten
Precariobelasting
Algemene uitkering
Integratie-uitkering Sociaal domein
Onroerende Zaakbelasting
Toeristenbelasting
Forensenbelasting
Geldleningen en Uitzettingen > = 1 jaar
De producten Deelnemingen en Overig zijn samengevoegd tot het taakveld treasury. Het product Uitvoering wet Woz is onderdeel van taakveld OZB woningen en OZB niet-woningen. Het product OZB is
gesplitst in OZB woningen en OZB niet woningen. Precariobelasting, Reclamebelasting en Algemene
inkomsten en uitgaven zijn onderdeel van taakveld Belasting overig. De producten toeristenbelasting
en Forensenbelasting horen bij taakveld economische promotie (zie programma 3)
De producten Algemene uitkering en integratie-uitkering Sociaal domein zijn nu taakveld Algemene en
overige uitkeringen.
Het product onvoorzien is onderdeel van het overzicht kosten onvoorziene uitgaven
Het product bedrijfsvoering is verdeeld, wat rechtstreeks naar de taakvelden kan is naar de taakvelden gegaan en wat overblijft, zien we terug in het overzicht kosten overhead.
Algemene dekkingsmiddelen
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belasting overig
Economische promotie
Treasury
Algemene en overige uitkeringen
Overzicht kosten overhead
Overzicht Onvoorziene uitgaven
Meerjarenbegroting 2017-2020
125
Bijlage III: Subsidieplafonds 2017
Overzicht subsidies per product / instelling
2 Verkeer, Water, Wegen en Groen
Overige verkeer
Waterw egen
4 Onderw ijs
Schoolbegeleidingsdienst
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Bibliotheekw erk
Muziekonderw ijs
Ontw ikkelingssamenw erking
Ondersteuning sportinstellingen
Cultuurbevordering
Oudheidkunde en musea
Heite Schaaktoernooi
Multifunctionele accommodaties
Lokale omroep
Toerisme
Gemeentelijk monumentenbeleid
6 Maatschappelijke en Sociale Voorzieningen
Ouderenzorg
Ouderenw erk
Maatschappelijke dienstverlening
Sociaal-cultureel w erk
Opbouw w erk
Jeugd en jongerenw erk
Overige jeugd en jongerenw erk
Overig
Peuterspeelzalen
Armoedebeleid
7 Volksgezondheid en Milieu
Openbare gezondheidszorg
Jeugdgezondheidszorg maatw erk
Inzameling droge componenten
Totaal
Meerjarenbegroting 2017-2020
Subsidie
Index Subsidie
plafond 2016 ering plafond 2017
Preferente instelling/regeling per product/product
500
1.000
0%
0%
500
1.000
Regeling verkeersbrigadiers
IJsw egencentrale
35.221
0%
35.221
408.745
157.141
12.030
135.086
131.170
76.347
5.250
37.100
15.688
25.000
40.000
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
408.745
166.995
12.030
135.086
156.170
76.347
37.100
15.688
25.000
40.000
Stichting Bibliotheek Zuidoost Fryslân
Diversen
Wereldw inkels en Stichting Gered Gereedschap
Jeugd Sport en Cultuur (JSC)*1 en diversen
Stellingw arver Schrieversronte, Opera Spanga, JSC*1 en Stimuleringsregeling Kunst en Cultuur
Stichting Nationaal Vlechtmuseum
Heite schaaktoernooi*2
Stichting Harten Tien
Radio Weststellingw erf Centraal
Vereniging voor Vreemdelingen verkeer(VVV) Fryslân en diversen
Diversen
35.985
53.848
25.210
21.828
10.745
58.396
284.180
214.980
75.000
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
35.985
53.848
25.210
21.828
10.745
58.396
284.180
49.000
267.000
75.000
Humanitas, ANBO, diversen (Flankerend Ouderen Beleid) en JSC*1
Timpaan
Tûmba, Slachtofferhulp Nederland en JSC*1
Timpaan en JSC*1
Timpaan
Timpaan
Timpaan
Vrijw illigerw erk en Mantelzorg
Stichting Doomijn, diversen
Stichting Leergeld
28.025
32.699
25.000
1.946.174
0%
0%
0%
28.025
32.699
25.000
2.076.798
Samenw erkingsverband de Stellingw erven
Lokaal Gezondheidsbeleid en EHBO
Jeugdgezondheidszorg en diversen
Regeling oud papier
126
Overzicht subsidies per product / instelling
Subsidie
Index Subsidie
plafond 2016 ering plafond 2017
Preferente instelling/regeling per product/product
Overzicht per budgetinstelling
5 Sport, Cultuur en Recreatie
Stichting Bibliotheek Zuidoos Fryslân
408.745
0%
408.745
Wereldw inkel Wolvega
3.250
0%
3.250
Ontw ikkelingssamenw erking
Wereldw inkel Noordw olde
3.250
0%
3.250
Ontw ikkelingssamenw erking
Stichting Stellingw arver Schrieversronte
39.977
0%
39.977
Cultuurbevordering
Stichting Nationaal Vlechtmuseum
76.347
0%
76.347
Oudheidkunde en musea
37.100
0%
37.100
Multifunctionele accommodaties
Stichting Harten Tien
6 Maatschappelijke en Sociale Voorzieningen
Stichting Speelpeuter Westellingw erf
Bibliotheekw erk
214.980
0%
-
Timpaan
53.848
0%
53.848
Ouderenw erk
Timpaan
11.677
0%
11.677
Sociaal-cultureel w erk
Timpaan
10.745
0%
10.745
Opbouw w erk
Timpaan
58.396
0%
58.396
Jeugd en jongerenw erk
Timpaan
284.180
0%
284.180
Timpaan
-
Stichting Leergeld
Overige jeugd en jongerenw erk
49.000
Vrijw illegersw erk en mantelzorg
Armoedebeleid
75.000
0%
75.000
Tûmba
9.652
0%
9.652
Slachtofferhulp
4.779
0%
4.779
15.688
1.307.614
0%
15.688
1.141.634
Radio Weststellingw erf Centraal
Totaaloverzicht per budgetinstelling, Sam enleving
Peuterspeelzalen
Anti-discriminatie Bureau/Maatschappelijk Voorziening
Maatschappelijke Voorziening
Lokale omroep
*1: Betreft instellingen die voorheen op basis van deregeling JSC subsidie verkregen.
*2 Het plafond voor het Heite schaakteornooi w ordt tw eejaarlijks geraamd.
Meerjarenbegroting 2017-2020
127
Bijlage IV: Lijst met afkortingen
A
AMvB
ANBO
AOC
AOW
APPA
APV
AVA
AVE
AWB
AWBZ
B
Bab-banen
BBV
BBZ
BDU
BGT
BIE
BIG
BNG
BUIG
BV
BZK
C
CAO
CAK
CAVH
CBL
CBS
CCW
CJG
Coelo
CROW
CSV
D
D&H
DAEB
DBO
DIV
DMS
Ds
E
Eph
F
Fido
Fumo
Fvw
G
GAP
GFT
GGD
GGK
GiB
GIDS
GR
GRIP
GRP
GVA
Algemene maatregel van bestuur
Algwemene Nerderlandse Bond voor Ouderen
Agrarisch Opleiding Centrum
Algemene Ouderdomswet
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
Algemene Plaatselijke Verordening
Algemene Vergadering van Aandeelhouders
Aanpak Voorkoming Escalatie
Algemene Wet Bestuursrecht
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Baan-afspraak-banen
Besluit begroting en Verantwoording
Besluit bijstandverlening zelfstandigen
Brede Doel Uitkering
Basiskaart Grootschalige Topografie
Bouwgrond in exploitatie
Baseline Informatie Voorzienig Nederlandse Gemeenten
Bank Nederlandse Gemeenten
Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten
Besloten Vennootschap
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Collectieve arbeidsovereenkomst
Centraal Administratie Kantoor
Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel
Cross Border Leases
Centraal Bureau voor de Statistiek
Commerciële Club Weststellingwerf
Centrum Jeugd en Gezin
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek
Claim Staat Vennootschap
Drank & Horeca
Diensten van Algemeen Economisch Belang
Dienstverlening, bedrijfsvoering en Organisatie
Documentaire Informatie Voorziening
Document Management Systeem
Dominee
Eenpersoonshuishouden
Financiering decentrale overheden
Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving.
Financiële-verhoudingswet
Gemeentelijk Afvalstoffen Plan
Groente-, fruit- en tuinafval
Gemeentelijke Gezondheidsdienst
Gemeentelijk Gegevens Knooppunt
Groen in Bedrijf
Gezond In De Stad
Gemeenschappelijke Regeling
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure
Gemeentelijk Rioleringsplan
Gemeentelijk versnellingsarrangement
Meerjarenbegroting 2017-2020
128
GVVP
GZZA
H
HAFABRA
HALT
HH
HHT
HMC
Hof
HRM
I
I&M
IOAW
Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan
Tijdelijke woonvoorziening vergunninghouders
Harmonie, Fanfare &Brassband
Het ALTernatief
Huishoudelijke Hulp
Huishoudelijke hulp toelage
Hulpmiddelen centrum
Houdbare overheidsfinanciën
Human Resources Management
Infrastructuur & Milieu
Wet die het inkomen van oudere, werkloze werknemers en hun partners aanvult tot het bijstandsniveau
IOAZ
IBD
ICT
IHP
IPO
IRP
ISV
J
JB
JGZ
JOGG
JR
JSC
K
KCC
KING
KIC
KPI
Kwh
L
LTO
M
MBO
MER
MDO
Mfc
MKB
MOP
Mph
MVA
mvt/etm
N
NBA
NIEGG
O
OAB
OCW
OLAF
OOGO
OWO
OZB
P
Pgb
PHP
PO
Primo
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Informatie Beveiligings Dienst
Informatie- en Communicatie Technologie
Integraal Huisvesting Plan
Interprovinciaal overleg
Incident Risicoprofiel
Integrale Stedelijke Vernieuwing
Jeugdbeschermingswet
Jeugdgezondheidszorg
Jongeren op Gezond Gewicht
Jeugdreclassering
Jeugd, Sport en Cultuur
Klant Contact Centrum
Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten
Kwaliteit in Control
Kritieke Prestatie Indicatoren
Kilowattuur
Land- en Tuinbouw Organisatie
Middelbaar Beroeps Onderwijs
Milieu effect rapportage
Multi- Disciplinair Overleg
Multi functioneel centrum
Midden- en Klein Bedrijf
Meerjarig onderhoudsplan
Meerpersoonshuishouden
Materiële Vaste Activa
Motorvoertuigen per etmaal
Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants
Niet in exploitatie genomen gronden
Onderwijsachterstandenbeleid
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Friesland
Op overeenstemming gericht overleg
Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
Onroerende-zaakbelastingen
Persoons gebonden budget
Preventie en handhavingsplan
Primair Onderwijs
Primair Onderwijs
Meerjarenbegroting 2017-2020
129
R
RMC
ROC
RVP
RUD
RWE
S
Save
SBB
SBV
SDF
SE
SER
SiSa
SPBW
SVB
SVLO
SW
T
TBC
U
UNESCO
UWV
V
VKD
VANG
VNG
VO
Vof
VFG
VOS
Vpb
VRF
VTH
VVE
VVN
VWS
W
Wmo
WNT
WOZ
WOW
WPG
WSW
WSW
WWB
Z
ZiN
Regionaal meldpunt en Coördinatie
Regionale opleidingscentrum
Rijks Vaccinatie Programma
Regionale Uitvoeringsdienst
Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk (Duits energiebedrijf)
Samenwerking aan veiligheid
Sport en Bewegen in de Buurt
Stichting Bevordering Verkeerseducatie
Sociaal Domein Fryslân
Sociale Eenheid
Sociaal Economische Raad
Single Information Single audit
Stichting Parkmanagement Bedrijventerreinen Wolvega
Sociale Verzekerings Bank
Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden
Sociale Werkvoorziening
Tuberculose
United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, oftewel Organisatie der Verenigde
Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Vereniging Kleine Dorpen
Van afval naar grondstof
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Voortgezet Onderwijs
Vennootschap onder firma
Vereniging Friese Gemeenten
verkeersontsluitingsstructuur
Vennootschapsbelasting
Veiligheidsregio Fryslân
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Voor- en vroegschoolse educatie
Veilig Verkeer Nederland
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wet maatschappelijke ondersteuning
Wet Normering Topinkomens
Waardering onroerende zaken
Winkeliers- en Ondernemersvereniging Wolvega
Wet Publieke Gezondheid
Wet sociale werkvoorziening
Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Wet, Werk en Bijstand
Zorg in Natura
Meerjarenbegroting 2017-2020
130