Transcript Nieuwsfactor 4
2
DECEMBER 2014
AANDACHTSPUNTEN JAAREINDE
1. Inleiding 2. Ondernemingen 3. Personeel 4. Dga en BV 5. Privé 6. Tenslotte
INKOMSTEN-/LOONBELASTING
7. iPad van de zaak 8. Zakelijke reis?
9. ZZP-er
AUTOBELASTINGEN
10. Autobelastingen 2016
SOCIALE VERZEKERINGEN
11. Minimumloon
ARBEIDSRECHT
12. Aansprakelijkheid werkgever 13. Doorwerken
VARIA
14. Schenking 10 10 11 10 8 9 9 2 2 3 5 6 8 11
AANDACHTSPUNTEN JAAREINDE
1. Inleiding
Nog even en de jaarwisseling staat weer voor de deur.
komende jaar.
nodige in de wet- en regelgeving.
Het einde van het jaar is traditioneel het moment om eens terug te kijken op het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar het Ieder jaar verandert er op 1 januari weer het Door daar op in te spelen kunt u wellicht voordeel behalen.
en de gevolgen daarvan.
Met deze uitgave willen wij u attenderen op een aantal van die (voorgestelde) veranderingen Zo zijn er zaken die u bij voorkeur nog dit jaar zou moeten regelen en zaken die beter uitgesteld kunnen worden tot na 1 januari 2015. N.B.
Veel van de hier beschreven wijzigingen zijn op dit moment nog niet definitief.
u verdere stappen zet.
Dat betekent dat er zaken kunnen veranderen of dat bepaalde voorstellen worden afgewezen. Daarnaast moet u zich realiseren dat niet alle hier beschreven zaken zonder meer toepasbaar zijn of altijd tot voordeel leiden. Het is daarom raadzaam om met ons te overleggen voordat met ons op te nemen.
Mocht u behoefte hebben aan meer informatie of aan ondersteuning, aarzelt u dan niet om contact
2. Ondernemingen
Oudedagsreserve
IB-ondernemers kunnen ten laste van hun winst een oudedags reserve vormen.
De opbouw van de oudedagsreserve voor ondernemers wordt in het kader van de beperking van de pensioenopbouw aangepast.
maximum van € 8.640.
De jaarlijkse toevoeging aan de oudedagsreserve bedraagt in 2015 9,8% van de winst met een In 2014 is dat nog 10,9% van de winst met een maximum van € 9.542.
Investeringsaftrek
Ondernemers, die investeren in bedrijfsmiddelen, hebben onder voorwaarden recht op kleinschaligheidsaftrek (KIA). Het totale investeringsbedrag moet in 2014 meer dan € 2.300, maar minder dan € 306.931 bedragen.
€ 15.470.
De aftrek bedraagt 28% van het investeringsbedrag en kent een maximum van Vanaf een investeringsbedrag van € 102.311 daalt de investeringsaftrek met 7,56% van het meerdere.
als uitgangspunt voor de aftrek.
Voor samen werkingsverbanden geldt het gezamenlijke investeringsbedrag
Tip! Optimaliseer uw recht op KIA door investeringen uit te stellen tot na 1 januari 2015 of door geplande investeringen naar voren te halen naar 2014.
Let op!
Sinds 1 januari 2014 kwalificeren zeer zuinige personenauto’s (14%-bijtelling) niet meer voor de KIA.
Milieu-investeringsaftrek (MIA) is nog wel mogelijk voor (semi-)elektrische auto’s.
De vervroegde afschrijving voor milieu-investeringen (Vamil) kan per 1 januari 2014 niet meer worden toegepast op personenauto’s.
Bij vervreemding van bedrijfsmiddelen waarvoor u KIA hebt gehad binnen vijf jaar na het kalenderjaar van aanschaf, moet u een desinvesteringsbijtelling doen.
De desinvesteringsbijtelling is alleen verschuldigd als u voor meer dan € 2.300 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt in 2014.
Tip! Het kan zinvol zijn de verkoop van bedrijfsmiddelen uit te stellen tot na de jaarwisseling om een desinvesteringsbijtelling te vermijden.
Laag tarief bouw
De toepassing van het verlaagde btw-tarief voor bouw en renovatie van woningen die ouder zijn dan twee jaar is verlengd tot 1 juli 2015.
hoveniers.
Het lage tarief geldt niet voor materialen, maar alleen voor arbeid, inclusief de diensten van architecten en Onder renovatie- en herstelwerkzaamheden wordt verstaan: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) de woning.
verlaagde tarief worden toegepast. Ook bij het aanbrengen van goederen in of aan een woning die in bouw kundig opzicht deel (gaan) uitmaken van de woning, kan het
Suppletie 2014
Ondernemers, die hun btw-aangifte over 2014 willen corrigeren of die een balanspost btw van 2014 willen aangeven, kunnen berekening van belastingrente voorkomen door dit vóór 1 april 2015 te doen.
Voor een suppletieaangifte dient bij voorkeur gebruik gemaakt te worden van het daarvoor bestemde formulier dat op de website van de Belastingdienst te vinden is. Er volgt dan een teruggaafbeschikking of een naheffingsaanslag. Bedragen van minder dan € 1.000 kunnen in de eerstvolgende aangifte verwerkt worden.
In die gevallen volgt geen teruggaaf beschikking of naheffingsaanslag voor de correctie of suppletie.
3. Personeel
Wijzigingen pensioen en lijfrente
Per 1 januari 2015 worden de fiscale mogelijkheden voor de opbouw van oudedagsvoorzieningen verder beperkt.
op een bedrag van € 100.000.
voor partner- en wezenpensioen worden beperkt.
lijfrenteverzekering worden afgesloten.
De opbouw- en premiepercentages voor de pensioenopbouw zijn verlaagd en het pensioengevend inkomen wordt gemaximeerd Ook de opbouwmogelijkheden Om over het deel van het inkomen dat uitgaat boven een bedrag van € 100.000 toch een vorm van oudedagsvoorziening op te kunnen bouwen kan op vrijwillige basis een zogenaamde netto De premie hiervoor is niet aftrekbaar.
box 1.
Wel is de waarde van de netto lijfrente vrijgesteld in box 3. De uitkeringen worden t.z.t. niet belast in
Wet Werk en Zekerheid
Op 1 januari 2015 treedt de arbeidsrecht.
Wet later moment van kracht worden.
Werk en Zekerheid in werking. Die wet bevat een aantal veranderingen in het De wet bevat ook wijzigingen die pas op een
Proeftijd
De mogelijkheid om een proeftijd te bedingen in een arbeids contract vervalt voor contracten met een duur tot zes maanden. In contracten met een duur langer dan zes maanden maar niet langer dan twee jaar mag een proeftijd worden opgenomen van maximaal een maand.
De proeftijd mag maximaal twee maanden bedragen als de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor twee jaar of langer of voor onbepaalde tijd.
Let op!
In een cao kunnen afwijkende proeftijden worden geregeld!
Concurrentiebeding
Met ingang van 1 januari 2015 vervalt in beginsel de mogelijkheid om een concurrentiebeding op te nemen in contracten voor bepaalde tijd.
Aanzegtermijn
nodig.
Alleen in bijzondere gevallen is een concurrentiebeding nog toegestaan.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt in beginsel van rechtswege door het verstrijken van deze bepaalde tijd. Behoudens andere afspraken is opzegging of aanzegging nu niet De werkgever moet vanaf 1 januari 2015 tenminste één maand voor het einde van tijdelijke contracten van zes maanden of langer schriftelijk laten weten dat hij het dienstverband niet wil voortzetten of een voorstel voor een nieuw contract doen. De werkgever die zich daar niet aan houdt, moet de werknemer een vergoeding van één bruto maandsalaris betalen.
Let op!
Dit geldt ook voor tijdelijke contracten die voor 1 januari 2015 zijn afgesloten!
3
4
Wijzigingen per 1 juli 2015
Met ingang van 1 juli 2015 verandert het ontslagrecht.
vervalt dan.
langdurige arbeidsongeschiktheid gaat via het UWV.
beoordeeld door de kantonrechter.
vanwege disfunctioneren, verwijtbaar handelen van de De huidige keuzemogelijkheid tussen de rechter en het UWV Ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens Ontslag werknemer of een verstoorde arbeidsverhouding wordt
Ontslag met instemming werknemer
Toestemming van het UWV of ontbinding door de kanton rechter is niet nodig als de werknemer instemt met het ontslag. Dat moet blijken uit een schriftelijke verklaring van de werk nemer. De werknemer heeft een bedenktijd van twee weken om zijn instemming in te trekken. Hij hoeft daarvoor geen reden op te geven.
Ketenregeling
Momenteel mogen maximaal drie opvolgende arbeidsovereen komsten voor bepaalde tijd met een werknemer worden aangegaan.
De totale duur van de opvolgende arbeidsovereen komsten mag niet langer zijn dan 36 maanden.
een contract voor onbepaalde tijd.
breekt de keten.
niet langer is dan zes maanden.
Overschrijdt de totale duur de periode van 36 maanden of wordt een vierde tijdelijk contract aangeboden, dan geldt het laatste contract als Een periode van meer dan drie maanden tussen twee arbeidsovereenkomsten onder Per 1 juli 2015 bedraagt de maximale periode van opvolgende contracten nog maar 24 maanden.
Er is dan sprake van opvolgende contracten als de tussenliggende tijd Gevolg is dat veel sneller dan nu een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
Ontslagvergoeding
Vanaf 1 juli 2015 moet de werkgever bij ontslag altijd een vergoeding betalen aan de werknemer als de arbeidsovereen komst twee jaar of langer heeft bestaan.
salaris per dienstjaar.
de vergoeding een 1/2 maandsalaris.
€ 75.000.
Voor de eerste tien jaar van het dienstverband bedraagt de vergoeding 1/3 maand- Voor alle volgende dienstjaren bedraagt De vergoeding bedraagt maximaal € 75.000 of een jaarsalaris als dat hoger is dan Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden bepalen werkgever en werknemer in onderling overleg hoe en op welke voorwaarden de arbeids overeenkomst eindigt, inclusief de hoogte van een eventuele vergoeding.
Opzegtermijn
De duur van de ontslagprocedure mag in mindering komen op de opzegtermijn, zolang de resterende termijn niet korter wordt dan één maand.
Hoger beroep en cassatie
Vanaf 1 juli 2015 kan een beslissing van het UWV worden voorgelegd aan de kantonrechter.
mogelijk.
Tegen uitspraken van de kantonrechter in ontslagzaken wordt hoger beroep en cassatie
Werkkostenregeling
De werkkostenregeling in de loonbelasting omvat de systematiek van vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Met ingang van 1 januari 2015 is de werkkostenregeling verplicht voor alle werkgevers en vervalt de keuzemogelijkheid voor de oude regeling.
Uitgangspunt is dat alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen, ook al zijn de kosten voor 100% zakelijk.
Binnen de vrije ruimte kunnen vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij gegeven worden.
de onderneming.
worden wat er vergoed of verstrekt wordt.
80% voor rekening van de werkgever.
De vrije ruimte bedraagt 1,2% (2014: 1,5%) van de totale fiscale loonsom van Er hoeft niet per werknemer bijgehouden te Overschrijdt het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen de vrije ruimte, dan is het meerdere belast tegen een eindheffing van Voor bepaalde categorieën van vergoedingen en verstrekkingen gelden gerichte vrijstellingen, waardoor deze niet ten laste van de vrije ruimte komen.
toegerekend. een nihilwaardering.
Is de vergoeding hoger dan de norm van de gerichte vrijstelling, dan is het bovenmatige deel belastbaar loon van de werknemer.
Voor zover er nog vrije ruimte beschikbaar is kan het bovenmatige deel daaraan worden Naast gerichte vrijstellingen geldt voor bepaalde categorieën
Auto van de zaak
Voor het privégebruik van een auto van de zaak geldt een bijtelling bij het inkomen van 25% van de catalogusprijs van de auto.
Voor bepaalde categorieën geldt een lagere bijtelling.
Dat bewijs kan de werknemer leveren met een sluitende rittenadministratie.
controleren en bij zijn loonadministratie bewaren.
en deze verklaring aan de werkgever overhandigt. Om bijtelling te voorkomen moet een werknemer kunnen bewijzen dat hij niet meer dan 500 km per jaar privé rijdt met de auto. De werkgever moet de rittenadministratie De bijtelling kan ook achterwege blijven als de werknemer een verklaring aflegt bij de Belastingdienst dat hij de auto niet privé gebruikt
Let op!
Ook in dat geval moet de werknemer kunnen bewijzen dat hij niet meer dan 500 km privé met de auto rijdt!
Let op!
Het intrekken van een verklaring geen privégebruik in de loop van het jaar kan fiscale gevolgen hebben.
voorkomen dat te weinig loonbelasting is betaald.
De bijtelling geldt namelijk voor het gehele jaar indien een auto ter beschikking staat en moet dus gecorrigeerd worden om te Per 1 januari 2015 veranderen de grenzen voor de verlaagde bijtelling voor nieuwe auto’s als volgt.
Brandstof
Alle Diesel Benzine
Max. CO 2 -uitstoot 2014
0 g/km 50 g/km 85 g/km 111 g/km 88 g/km 117 g/km
2015
0 g/km 50 g/km 82 g/km 110 g/km 82 g/km 110 g/km
Bijtelling
4% 7% 14% 20% 14% 20%
Tip!
Voor auto’s die voor 1 januari 2015 zijn aangeschaft blijft het op het moment van tenaamstelling geldende verlaagde bijtellingspercentage van kracht gedurende 60 maanden, ook als niet aan de nieuwe eisen is voldaan.
Premiekorting uitkeringsgerechtigde jongeren
Werkgevers krijgen een premiekorting gedurende twee jaar voor jongeren die zij tussen 1 januari 2014 en 1 januari 2016 aannemen.
De premiekorting gaat niet eerder in dan op 1 juli 2014.
De arbeidsduur moet tenminste 32 uur per week bedragen en het contract moet voor minimaal 6 maanden gelden.
De regeling geldt voor jongeren van 18 tot 27 jaar met een WW- of bijstandsuitkering.
De premiekorting bedraagt € 3.500 per jaar.
4. Dga en BV
Lening aan BV
Een lening die een dga verstrekt aan zijn BV valt onder de terbeschikkingstellingsregeling.
belast.
zijn fiscaal van belang.
De door de BV betaalde rente is bij de BV aftrekbaar van de winst en bij de dga progressief Ook eventuele waardeveranderingen van de vordering Wanneer de BV niet meer aan haar rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen, kan de dga de vordering ten laste van zijn inkomen afwaarderen.
Dat kan niet wanneer de lening onzakelijk is.
hebben geaccepteerd.
Dat is het geval als de dga een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou Probleem is dat de dga meer dan wie ook betrokken is bij het reilen en zeilen van de BV.
Hij zal dus eerder geneigd zijn om geld te lenen aan zijn BV of zich borg te stellen voor leningen van de bank dan een willekeurige derde, in het licht van het voortbestaan van de onderneming.
Factoren die de zakelijkheid van een lening beïnvloeden zijn de hoogte van de lening in verhouding tot het eigen vermogen, de looptijd, de aflossingsverplichtingen, het rentepercentage, een achterstelling bij andere schulden en de verstrekte zekerheden.
N.B.
Het fenomeen onzakelijke lening kan zich ook voordoen tussen gelieerde vennootschappen, zoals bij een lening van moeder- aan dochtermaatschappij of tussen zuster maatschappijen.
Tip! Denk eraan dat u zakelijk handelt als u geld uitleent aan uw BV.
Stel een goede leningovereenkomst op en hanteer een zakelijke rente en zakelijke aflossingsvoorwaarden.
Vergeet niet om zekerheden te vragen!
Pas zo nodig uw leningovereenkomsten aan.
Let op!
Ook bij borgstelling voor schulden van de BV is het van belang dat u zakelijk handelt!
Let op!
staan.
De vastgelegde afspraken moeten uiteraard worden nagekomen.
Als de BV niet voldoet aan de aflossings- of renteverplichtingen, komt de lening in een ander daglicht te
Arbeidsbeloning
De gebruikelijk loonregeling komt erop neer dat het salaris van een werknemer die een aanmerkelijk belang heeft in de BV waarvoor hij werkt, in 2014 tenminste € 44.000 per jaar moet bedragen.
Verder mag het salaris niet meer dan 30% lager zijn dan het salaris dat een werknemer zonder aanmerkelijk belang verdient in een vergelijkbare functie.
Met ingang van 2015 wordt de 30%-marge verkleind tot 25%.
aandelen te kopen.
Iemand heeft een aanmerkelijk belang wanneer hij tenminste 5% van de aandelen in een BV heeft of het recht heeft om 5% of meer van die betrekking; vennootschap; 3. € 44.000.
Met ingang van 1 januari 2015 geldt als hoofdregel dat het loon van een dga ten minste gelijk moet zijn aan het hoogste van de volgende bedragen: 1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienst- 2. het hoogste loon van de overige werknemers van de De BV heeft de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het op grond van de hoofdregel vastgestelde bedrag.
gehouden met de doelmatigheidsmarge van 25%.
Zolang het loon niet lager wordt dan € 44.000 mag rekening worden Het begrip “meest vergelijkbare dienstbetrekking” vervangt het huidige begrip “soortgelijke dienstbetrekking”.
betrekking” aan te wijzen.
bedrag onzakelijk laag is.
In de praktijk is gebleken dat het soms lastig is om een “soortgelijke dienst Het gevolg daarvan kan zijn dat het loon op € 44.000 gesteld wordt, terwijl duidelijk is dat dit 5
6
Overgangsregeling
BV’s die met de Belastingdienst hebben afgesproken dat het loon van de dga meer bedraagt dan € 44.000 in 2014 kunnen gebruik maken van een overgangsregeling.
aannemelijk is.
gemaakt.
Die komt erop neer dat het loon van de dga in 2015 gesteld wordt op 75/70 keer het loon van 2014, tenzij een hoger of lager bedrag in 2015 De overgangsregeling kan worden toegepast zolang geen andere afspraken met de Belastingdienst zijn
Let op!
De gebruikelijk loonregeling moet worden toegepast op iedere BV waarin de dga een aanmerkelijk belang heeft en waarvoor hij werkzaamheden verricht.
Tip! De gebruikelijk loonregeling hoeft niet te worden toegepast als de werkzaamheden van de dga zo beperkt zijn dat een gebruikelijke beloning daarvoor niet hoger is dan € 5.000 per jaar.
Dividend uitkeren
Het kan voordeliger zijn om de BV dividend uit te laten keren aan de dga in plaats van meer salaris te betalen.
Het maximale tarief van de inkomstenbelasting bedraagt 52%.
Van iedere extra euro loon houdt u dus 48 cent over.
belasting.
als dividend.
Winst van de BV is belast met 20% (boven € 200.000 winst 25%) vennootschaps Van de resterende 80% gaat 25% af als u die uitkeert Van iedere euro dividend houdt u dus 60 cent over!
Het BV-recht kent een verplichte uitkeringstoets voor een dividenduitkering om vast te stellen dat de BV na de dividenduitkering aan haar verplichtingen kan voldoen.
Let op!
De uitkeringstoets geldt ook voor besluiten tot uitkering van dividend over oude jaren!
Let op!
Als de goedkeuring voor de dividenduitkering niet gegeven had mogen worden, dan zijn de bestuurders en aandeelhouders privé aansprakelijk voor het ontstane tekort
Tip! Overweeg om nog in 2014 dividend uit te keren.
besparing van inkomstenbelasting in box 3.
Dit jaar geldt tot een bruto dividend van € 250.000 een tarief van 22% in box 2 van de inkomstenbelasting. Uitstel van dividenduitkeringen tot na 1 januari 2015 kost 25%, maar kan wel weer leiden tot
5. Privé
Lijfrentepremie
Onder voorwaarden zijn de betaalde premies voor een lijfrente verzekering aftrekbaar.
13,8%.
betaald zijn!
De aftrekbare premie voor een lijfrente bedraagt in 2014 maximaal 15,5% van de premiegrondslag.
Om de aftrekruimte voor lijfrentepremie in 2014 te Per 1 januari 2015 daalt de maximale aftrek voor lijfrenten naar benutten moet de premie uiterlijk op 31 december van dit jaar
Middeling van inkomens
De middelingsregeling is bedoeld om mensen tegemoet te komen die een sterk wisselend inkomen in box 1 hebben.
worden verkregen.
gemiddelde inkomen wordt berekend.
verzoek teruggegeven. verminderd met een drempelbedrag van € 545, wordt op Bij een sterk wisselend inkomen, waarbij u het ene jaar wel en het andere jaar niet in het hoogste belastingtarief valt, kan het zijn dat u in totaal meer belasting hebt betaald dan bij een meer gelijkmatige verdeling van hetzelfde inkomen over de jaren. Met de middelingsregeling kan een vermindering van belasting De inkomens over drie opeenvolgende jaren worden gemiddeld waarna de belasting per jaar over het Het verschil tussen de aanvankelijk berekende belasting en de herrekende belasting, Het middelingsverzoek moet gedaan worden binnen drie jaar nadat de laatste aanslag over de betreffende jaren definitief is geworden.
Een kalenderjaar mag maar één keer in een middeling worden betrokken.
De keuze voor een middelings tijdvak kan veel verschil maken.
Tip!
Laat middelingsberekeningen maken over verschillende periodes.
Restschuld eigen woning
Sinds 1 januari 2013 is aftrek mogelijk van rente over een restschuld die overblijft na verkoop van de eigen woning in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. De aftrek geldt voor een periode van 15 jaar.
Hypotheek
Gezien de lage rente die banken betalen op spaartegoeden kan het aantrekkelijk zijn om (extra) af te lossen op uw hypotheek schulden.
Hoewel de hypotheekrente momenteel historisch laag is, ligt deze toch een aantal procenten hoger dan de spaarrente.
Boetevrije aflossing is vaak mogelijk tot 10 of zelfs 20% van de oorspronkelijke hoofdsom.
Aflossing met spaargeld verlaagt bovendien de rendementsgrondslag van box 3.
Tip!
Overweeg om extra af te lossen op uw hypotheek.
Schenkingen aan kinderen
Ter besparing van erfbelasting na uw overlijden kan het zinvol zijn om al tijdens uw leven een deel van uw vermogen over te dragen aan uw kinderen.
Het is verstandig om een schenkings programma op te stellen.
Spreiding van schenkingen over een bepaalde periode kan leiden tot een optimaal gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen aan kinderen.
Tip! Schenken kan door geld te geven, maar ook ‘op papier’.
U moet de schenking dan wel vastleggen in een notariële akte en jaarlijks een rente van 6% betalen over het geschonken bedrag.
Schenkingen aan uw kinderen in 2014 zijn vrij van schenk belasting tot een bedrag van € 5.229 per kind.
van € 25.096.
het meerdere.
een dure studie van het kind.
Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt eenmalig een verhoogde vrijstelling Deze eenmalig verhoogde vrijstelling kan verder worden verhoogd tot € 52.281 als de schenking betrekking heeft op financiering van de eigen woning van het kind of op Boven de vrijstelling geldt een tarief van 10% over de eerste € 117.214 en van 20% over Voor schenkingen aan anderen, bijvoorbeeld kleinkinderen, is het belastingvrije bedrag € 2.092.
Let op!
Als u gebruik wilt maken van de verhoogde vrijstelling voor een schenking aan uw kinderen moet u daarop in de aangifte schenkbelasting een beroep doen.
Let op!
Aangifte schenkbelasting voor schenkingen aan kinderen in 2014 moet vóór 1 maart 2015 gedaan zijn.
Verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning
Tot en met 31 december 2014 geldt nog een verruimde vrij stelling voor schenkingen ter financiering van de eigen woning van € 100.000.
Tot die datum is de vrijstelling niet beperkt tot een bepaalde familierelatie tussen schenker en verkrijger en geldt evenmin een beperking qua leeftijd van de verkrijger. Het bedrag van € 100.000 wordt verminderd met eerder toegepaste verhoogde vrijstellingen, voor zover het gaat om schenkingen van ouders aan kinderen voor de eigen woning of de studie van hun kind.
bouwtermijnen.
hebben betaald.
tussen ouders en kinderen.
Per 1 januari 2015 vervalt deze verruiming en geldt alleen een verhoogde schenkingsvrijstelling Mensen met een eigen woning in aanbouw die de schenking die zij in 2014 hebben ontvangen niet geheel hebben kunnen besteden in dat jaar, mogen het resterende bedrag in 2015 besteden aan de betaling van de Voorwaarde hiervoor is dat zij in 2014 tenminste de eerste termijn voor de bouw van de woning
Lening aan kinderen voor eigen woning
Vanaf 1 januari 2013 is de hypotheekrente voor een eigen woning alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal 360 maanden volledig wordt afgelost.
Leningen van andere geldverstrekkers, waaronder leningen van ouders aan hun kinderen, moeten via een ‘opgaaf lening eigen woning’ bij de Belastingdienst worden gemeld.
Ook dan geldt de verplichte aflossing.
De aflossing moet minimaal in de vorm van een annuïteit plaatsvinden.
aflossing gelijk.
component daalt.
Lineaire aflossing is ook toegestaan. De aflossingscomponent groeit en de rente de netto maandlast toe.
Bij een lineaire hypotheek wordt periodiek eenzelfde bedrag afgelost.
neemt de rentebetaling af en daalt dus de bruto maandlast. Ook de netto maandlast daalt gedurende de looptijd.
kinderen verzorgen door een lening te verstrekken.
Bij een annuïteitenlening is de som van de periodieke rente en Bij een gelijkblijvende bruto maandlast neemt Door de dalende schuld Ouders kunnen (een deel van) de financiering van de woning van hun Binnen redelijke grenzen kunnen zij de hoogte van de rente over de lening zelf vaststellen en ook de eventuele rentevaste periode.
Let op!
Een te lage rente kan als een schenking voor de schenkbelasting worden aangemerkt.
De lening kan gecombineerd worden met een (jaarlijkse) schenking aan de kinderen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.229.
De kinderen kunnen de schenking gebruiken om de rente of de aflossing te betalen.
Erven
Een goed testament kan helpen om bij overlijden belasting te besparen.
Soms wordt gekozen voor het verschuiven van erf belasting in plaats van besparen van erfbelasting.
of in beleggingen.
testament.
van € 19.868 (2014) belastingvrij erven.
Een mogelijke reden hiervoor is dat het geld vastzit, bijvoorbeeld in een huis Het kan fiscaal gunstig zijn om ook de klein kinderen te laten erven door een legaat op te nemen in het Een kleinkind kan van zijn grootouders een bedrag
Tip! Laat uw bestaande testament periodiek controleren om te zien of het nog past bij uw huidige situatie. Heeft u geen testament, overweeg dan om een testament op te stellen.
7
8
Box 3
Schulden komen in mindering op het vermogen in box 3. Dat geldt echter niet voor belastingschulden, omdat deze uitdrukkelijk zijn uitgezonderd.
Alleen erfbelastingschulden kunnen als schuld in box 3 worden opgevoerd.
nog niet betaalde bedrag als schuld. Door belasting- schulden voor de peildatum (1 januari) te betalen kan een hogere belastingheffing in box 3 worden voorkomen.
indienen en de aanslag voor de peildatum betalen.
Wie verwacht dat hij belasting moet (bij)betalen kan de Belasting dienst vragen om een voorlopige aanslag of een aangifte Is het verzoek uiterlijk 8 weken voor het einde van het jaar gedaan, maar heeft de Belastingdienst nog niet of te laat gereageerd op het verzoek, dan mag toch rekening gehouden worden met het
Tip! Er gelden vrijstellingen voor bepaalde beleggingen in box 3. Voor zover u daarvan nog geen gebruik maakt, kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om belast box 3 vermogen om te zetten in vrijgesteld vermogen.
Giften
Onder voorwaarden kunt u gedane giften van uw inkomen aftrekken.
Het gaat dan om giften aan het instellingen.
Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) en bepaalde religieuze Er geldt een aftrekdrempel van 1% van het verzamelinkomen van u en uw fiscale partner samen.
De drempel bedraagt minimaal € 60.
De totale aftrek kan niet hoger zijn dan 10% van het gezamenlijke verzamelinkomen.
Tip!
Vanwege de aftrekdrempel kan het raadzaam zijn uw geplande giften voor twee jaar te bundelen en in één jaar te doen.
Als u gedurende een reeks van jaren grotere giften doet aan dezelfde instelling, is het voordeliger om dit te doen in de vorm van een periodieke uitkering.
De aftrekdrempel geldt namelijk niet voor dergelijke giften als de looptijd tenminste vijf jaar bedraagt en er een schenkingsakte is opgemaakt.
Let op!
Anders dan gewone giften zijn periodieke giften ook aftrekbaar zonder drempel als ze gedaan worden aan verenigingen die 25 of meer leden hebben en die niet vennootschapsbelastingplichtig zijn.
Voor giften aan culturele instellingen geldt een vermenig vuldigingsfactor, waardoor de aftrekpost groter uitvalt.
De vermenigvuldigingsfactor is 1,25 voor particulieren en 1,50 voor bedrijven die onder de vennootschapsbelasting vallen.
6. Tenslotte
Maak een lijstje van alle zaken en aandachtspunten voor 2014 en 2015 om te controleren of alles op tijd is geregeld.
gemaakte afspraken en dergelijke.
vergeet.
in 2014 nog moet afwerken.
Denk aan het tijdig indienen van aanvragen, het vastleggen van Pak er voor zover aanwezig uw lijstje van voorgaande jaren bij om te voorkomen dat u iets Maak een lijstje met actiepunten voor die zaken die u
INKOMSTEN-/LOONBELASTING
7. iPad van de zaak
Verstrekkingen, die niet als beloningsvoordeel worden ervaren, vallen niet onder het ruime loonbegrip van de loonbelasting. Dat betekent dat er in beginsel geen loonbelasting hoeft te worden ingehouden en afgedragen.
beperkingen.
zijn om onbelast te zijn.
Er moet wel rekening gehouden worden met eventueel geldende normeringen en Zo geldt voor de verstrekking van telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen als voorwaarde dat het zakelijk gebruik van meer dan bijkomstig belang moet Voor computers geldt dat deze alleen dan vrijgesteld verstrekt kunnen worden als zij geheel of nagenoeg geheel zakelijk gebruikt worden.
Een werkgever gaf aan alle werknemers een iPad.
kunnen worden.
communicatiefunctie centraal staat.
De werk gever vond dat een iPad een met een telefoon vergelijkbaar communicatiemiddel was en dus onbelast verstrekt moest De werkgever voerde aan dat bij een iPad de De Belastingdienst deelde deze opvatting niet.
Naar de mening van de Belastingdienst moet onderscheid worden gemaakt tussen telefoons en dergelijke communicatiemiddelen enerzijds en computers en dergelijke anderzijds.
onderscheid.
middel is.
In deze opvatting zijn de omvang van het beeldscherm en de invoermogelijkheden bepalend voor het Zijn deze geschikt voor langdurig gebruik dan is indeling als computer voor de hand liggend.
aanslag loonbelasting op. Dat een iPad kan worden gebruikt om te communiceren wil volgens de Belastingdienst niet zeggen dat een iPad een communicatie Omdat niet aan de eis van nagenoeg geheel zakelijk gebruik was voldaan, legde de Belastingdienst een naheffings-
Hof Amsterdam overweegt dat er geen duidelijke afbakening is tussen communicatiemiddelen enerzijds en computers anderzijds.
Door de technologische ontwikkeling vervaagt het onderscheid tussen computers en communicatiemiddelen. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit uit 2009 smartphones aangemerkt als communicatiemiddel vanwege de uiterlijke gelijkenis met een mobiele telefoon.
De staatssecretaris verwees naar de beperkte omvang van het beeldscherm en de beperkte invoermogelijkheden van deze apparaten.
in zijn besluit: telefonie, sms, e-mail en internet.
te leggen dan de staatssecretaris doet.
trager dan van een reguliere computer.
als computer.
Hof Als voorbeelden van communicatie noemt de staatssecretaris Amsterdam ziet geen aanleiding om het begrip communicatie beperkter uit Volgens het hof zijn de invoermogelijkheden van een iPad beperkter en daardoor Deze beperkingen doen zich minder voor bij gebruik voor communicatie dan bij gebruik Daarom is het hof van oordeel dat de verstrekte iPads geen computers maar communicatiemiddelen zijn.
Het hof verminderde de naheffingsaanslag.
Met ingang van 2015 is de werkkostenregeling verplicht voor alle werkgevers. Een van de (voorgestelde) aanpassingen in de werkkostenregeling is de invoering van een noodzakelijkheids- criterium.
Daarmee wordt het mogelijk om communicatie apparatuur en computers vrij te verstrekken wanneer het gebruik daarvan volgens de werkgever noodzakelijk is.
minder belang.
van het hof.
De discussie over computer of communicatiemiddel is dan van Desondanks heeft de staatssecretaris van Financiën laten weten dat hij in cassatie gaat tegen de uitspraak
8. Zakelijke reis?
Er vindt geen bijtelling bij het inkomen plaats voor een auto van de zaak als het privégebruik van de auto in een kalenderjaar niet meer dan 500 km bedraagt.
bijtelling bij het inkomen.
leverancier in Italië.
De bewijslast voor het privégebruik ligt bij de werknemer met de auto van de zaak.
bijtelling plaatsvinden bij het inkomen. Slaagt de werknemer er niet in dat bewijs te leveren, dan moet een De kwalificatie van een rit met een auto kan van doorslag gevend belang zijn voor het al dan niet toepassen van een De directeur van een BV combineerde de wintersportvakantie met zijn gezin met een bezoek aan een De kilometers die hij reed tussen het bedrijf van de leverancier en zijn vakantieadres merkte de directeur aan als privé.
De inspecteur nam het tegenovergestelde standpunt in.
Hij merkte alle kilometers aan als privé, met uitzondering van 85 kilometer die hij als zakelijk kwalificeerde. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag loonbelasting op aan de BV.
Hof Amsterdam vond aannemelijk dat de directeur de leverancier ook zou hebben bezocht als hij niet al in Italië zou zijn geweest voor een wintersportvakantie.
met zijn gezin vakantie te houden.
Het hof vond ook aannemelijk dat de directeur naar Italië was gereden om daar De reis had daarmee zowel een zakelijk als een privékarakter. In een dergelijk geval is alleen dan sprake van een zakelijke rit als iemand die niet een dienst betrekking als die van de directeur vervult, maar wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert, de rit niet zou hebben gemaakt.
De directeur slaagde er niet in dat aannemelijk te maken.
Wintersportvakanties zijn immers gemeengoed.
Omdat wintersportbestemmingen vanuit Nederland verder weg liggen dan 250 kilometer (heen en terug dus meer dan 500 kilometer), had de directeur niet aangetoond dat hij in het betreffende jaar niet meer dan 500 kilometer privé had gereden met de auto.
De naheffingsaanslag was terecht opgelegd.
9. ZZP-er
Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is een verpleegkundige die voor meerdere thuiszorginstellingen werkte, ondernemer voor de inkomstenbelasting.
de zorginstellingen.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat iemand een zelfstandig beroep uitoefent als hij zijn werkzaam heden zelfstandig en voor eigen rekening en risico verricht en hij daarbij ondernemersrisico loopt.
in natura verlenen niet van belang.
kundige die zij zelf moest zoeken.
zorgverlener niet in de weg te staan.
voortgang aan een zorgcoördinator.
Bij de beoordeling van het fiscale ondernemerschap is de omstandigheid dat de AWBZ niet toestaat dat anderen dan toegelaten zorgaanbieders zorg Waar het om gaat is of de zorgverlener voldoende zelfstandigheid bezit ten opzichte van Dat de zorginstellingen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de te verlenen zorg, hoeft de zelfstandigheid van de Dat geldt ook voor het moeten werken binnen bepaalde door de zorginstellingen vastgestelde kaders, zoals het moeten bijhouden van de aan de instelling toebehorende zorgmap en het rapporteren over de De zorgverleenster in kwestie was niet verplicht om opdrachten van zorginstellingen te aanvaarden en kon zich bij ziekte of vakantie laten vervangen door een andere verpleeg patiënt.
Verder was zij niet verplicht om een bepaald aantal uren te werken en was zij samen met de huisarts, familie en andere verpleegkundigen verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het zorgplan van de bezat.
De werkzaamheden bij de zorgvrager werden naar eigen inzicht en zonder toezicht uitgevoerd.
Op grond daarvan vond het hof dat de zorgverleenster voldoende zelfstandigheid 9
10
AUTOBELASTINGEN
10. Autobelastingen 2016
Zonder verdere maatregelen zou per 1 januari 2016 de huidige vrijstelling van MRB voor auto’s met een CO categorieën van 4 en 7% vervallen.
2016.
Op de voorgestelde CO 2 2 -uitstoot van maximaal 50 g/km vervallen en zouden de zeer lage bijtellings De tweede nota van wijziging bij het Belastingplan 2015 bevatte daarom een aantal wijzigingen op het gebied van de autobelastingen voor het jaar -grenzen en bijtellings percentages voor 2016 kwam van alle kanten kritiek. De staatssecretaris van Financiën heeft daar snel op gereageerd en in de derde nota van wijziging een nieuwe variant opgenomen die voldoet aan de wensen van diverse betrokken partijen.
Bijtelling auto van de zaak in 2016 Percentage catalogusprijs CO 2 -uitstoot
4% 0 g/km 15% 21% 25% 1-50 g/km 51-106 g/km >106 g/km
Gevolgen huidige auto van de zaak
Deze aanpassingen hebben geen invloed op de geldende bijtelling voor auto’s die voor 2016 te naam zijn gesteld. Bepalend voor de hoogte van de bijtelling is het geldende percentage op het moment van ingang van het leasecontract of het tijdstip waarop de auto voor het eerst te naam wordt gesteld. Nulemissie-auto’s blijven vrijgesteld van MRB.
Voor semi elektrische auto’s (CO 2 -uitstoot van 1-50 g/km) komt er een halve vrijstelling in de MRB.
SOCIALE VERZEKERINGEN
11. Minimumloon
De hoogte van het wettelijk minimumloon wordt halfjaarlijks aangepast aan de algemene welvaartsontwikkeling.
Minimumloon voor jongeren per 1 januari 2015 Leeftijd
23 jaar en ouder 22 jaar 21 jaar 20 jaar 19 jaar 18 jaar 17 jaar 16 jaar 15 jaar
Percentage Per maand
100,0% 85,0% 72,5% 61,5% 52,5% 45,5% 39,5% 34,5% 30,0% € 1.501,80 € 1.276,55 € 1.088,80 € 923,60 € 788,45 € 683,30 € 593,20 € 518,10 € 450,44
Per week
€ 346,55 € 294,55 € 251,25 € 213,15 € 181,95 € 157,70 € 136,90 € 119,55 € 103,95
Per dag
€ 69,31 € 58,91 € 50,25 € 42,63 € 36,39 € 31,54 € 27,38 € 23,91 € 20,79
ARBEIDSRECHT
12. Aansprakelijkheid werkgever
De werkgever is aansprakelijk voor schade die een werknemer oploopt in de uitoefening van zijn werk.
werknemer schade lijdt.
leveren.
werknemer.
De wet bepaalt dat de werkgever de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten zodanig moet inrichten en onderhouden en zodanige maatregelen moet treffen en de nodige aanwijzingen moet geven om te voorkomen dat de De werkgever heeft de mogelijkheid om tegenbewijs te De werkgever kan aantonen dat hij aan zijn hiervoor genoemde verplichtingen heeft voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de De zorgplicht van de werkgever gaat heel ver.
Zo vond de kantonrechter in Eindhoven een werkgever aansprakelijk voor het verlies van een vinger door een werk nemer.
De werknemer had overgewerkt.
Toen hij naar huis wilde gaan bleek de poort gesloten.
de poort te klimmen.
In plaats van op zoek te gaan naar iemand met een sleutel van de poort besloot hij over De werknemer bleef met zijn ring hangen aan een spijl met als gevolg dat zijn vinger werd afgerukt. Volgens de kantonrechter had de werkgever niet aangetoond dat de werknemer zich bewust roekeloos had gedragen.
De enkele omstandigheid dat het ging om een hoog hek met scherpe stalen punten vond de kantonrechter onvoldoende.
zijn zorgplicht.
Om daaraan te voldoen had hij het bedrijfs De werkgever had volgens de kantonrechter niet voldaan aan
terrein inclusief de omheining daarvan zodanig moeten inrichten dat een werknemer redelijkerwijs geen schade zou lijden.
Vlak bij de poort stond een prullenbak op een paal.
poort te klimmen.
Zonder gebruik te maken van de prullenbak was het niet mogelijk om over de Al eerder was een werknemer over de poort geklommen.
De werkgever had rekening moeten houden met de mogelijkheid dat een werknemer die voor een gesloten poort zou komen te staan met behulp van de prullenbak over de poort zou klimmen.
13. Doorwerken
Ruim 8 jaar nadat de SER advies heeft uitgebracht over het wegnemen van arbeidsrechtelijke belemmeringen voor het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd ligt er nu een wetsvoorstel om dat te regelen.
wetsvoorstel te komen. is het Ontslagbesluit aangepast.
Hoewel zich naar verwachting binnen afzienbare tijd geen krapte op de arbeidsmarkt zal voordoen, vindt het kabinet het toch nodig om nu met dit Om het risico van verdringing op de arbeidsmarkt te beperken Bij ontslag om bedrijfs economische redenen moet een werkgever eerst AOW gerechtigde werknemers ontslaan en pas daarna andere werknemers die voor ontslag in aanmerking komen.
In de Wet Werk en Zekerheid is geregeld dat een werkgever de arbeids- overeenkomst bij of na het bereiken van de pensioen gerechtigde leeftijd zonder tussenkomst van UWV of rechter kan opzeggen.
overeenkomst.
Voor werknemers die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst zijn genomen gelden de normale regels voor opzegging of ontbinding van de arbeids De werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen als een arbeidsovereenkomst bij of na de pensioen gerechtigde leeftijd eindigt.
Het wetsvoorstel bevat de volgende maatregelen.
• De loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen van de werkgever en het opzegverbod bij ziekte worden beperkt tot zes weken voor AOW-gerechtigde • • werknemers. AOW-gerechtigden in dienstbetrekking of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of na de eerste dag van arbeidsongeschiktheid tot werken hebben recht op een ZW-uitkering van maximaal zes weken.
Het ziekengeld wordt verhaald op de werkgever omdat voor deze categorie werknemers geen premies werknemers verzekeringen betaald hoeven te worden.
De opzegtermijn voor een dienstverband.
AOW-gerechtigde werknemer bedraagt 1 maand ongeacht de lengte van het • • • De ketenbepaling wordt aangepast, waardoor bij cao kan worden bepaald dat voor AOW-gerechtigde werknemers ten hoogste na 6 contracten of na 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
Ook kan worden bepaald dat bij deze beoordeling alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking worden genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
De Wet Minimumloon en Minimumvakantietoeslag wordt ook van toepassing op AOW-gerechtigden.
De Wet Aanpassing Arbeidstijden wordt buiten toepassing verklaard voor AOW-gerechtigde werknemers.
De werkgever van een AOW-gerechtigde is daardoor niet verplicht in te gaan op een verzoek om uitbreiding of vermindering van het aantal te werken uren.
VARIA
15. Schenking
De tijdelijk verruimde schenkingsvrijstelling is een crisis maatregel die is bedoeld om de woningmarkt te stimuleren. Volgens deze verruimde regeling kan in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2014 een belasting vrije schenking in verband met een eigen woning worden gedaan van maximaal € 100.000.
Het geschonken bedrag moet vóór 1 januari 2015 aan de aankoop van de woning of aan aflossing van de hypotheekschuld zijn besteed.
Het kabinet heeft onlangs in antwoord op Kamervragen meegedeeld dat, wanneer in 2014 niet het volledige bedrag van de schenking aan termijnen voor een woning in aanbouw kon worden besteed, de tijdelijk verruimde vrijstelling ook van toepassing is mits het resterende bedrag wordt besteed aan de eerstvolgende bouwtermijn(en) in 2015.
Bij uitgaven voor verbetering of onderhoud van een eigen woning gold al een ruimere bestedingstermijn.
In die gevallen mag een in 2014 gedane schenking in 2014, verruimde vrijstelling.
2015 en 2016 worden aangewend zonder nadelige gevolgen voor de De achtergrond hiervan is dat een verbouwing vaak langer loopt zodat het moment van besteding van de schenking lastiger te plannen is dan bij de aanschaf van een woning of de aflossing van de hypotheek.
schenking.
De woning moet wel in 2014 al eigendom zijn van de ontvanger van de
Hoewel uiterste zorg is besteed aan de inhoud kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens.
rekening gehouden met wet, regelgeving en gepubliceerd beleid tot 21 november 2014.
In deze uitgave is
11