084 Regesten van oorkonden - Regionaal Archief Zutphen
Download
Report
Transcript 084 Regesten van oorkonden - Regionaal Archief Zutphen
ARCHIEFNUMMER 84
REGESTEN VAN OORKONDEN
TOT EN MET HET JAAR 1594
1
1358, 9 februari
Richter en schepenen van Zutphania oorkonden, dat zij middels Henricus Louwers,
rentmeester van de stad, de stadstoren, Rundeell genaamd, met zijn toebehoren, gelegen
achter het huis van Hermannus Bolte nabij de Hospitaalspoort, verhuurd hebben voor 30 solidi
kleine denariën per jaar aan Hermannus voornoemd, zoals voordien aan Margareta de Renen,
en geven hem vergunning, zolang de veiligheid van de stad dit toelaat, door een ijzeren deur
achter zijn huis in- en uit te gaan op de stadsgracht.
Datum anno domini M° CCC° quinquagesimo octavo feria sexta post purificationis beate Marie
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 41.
N.B. Met drie bijbehorende akten (“ad idem”) d.d. 31 oktober 1360, 7 mei 1395 en 7 januari
1416 (reg.nr. 2, 7 en 11).
2
1360, 31 oktober
Richter en schepenen van Zutphania oorkonden, dat Hermannus Bolte in handen van
Henricus Louwers, rentmeester van de stad, de 30 solidi kleine denariën betaald heeft, die hij
verschuldigd is wegens de stadstoren, Rundeell genaamd, uit het door hem bewoonde
gebouw bij de Hospitaalspoort.
Datum anno domini M° CCC° sexagesimo in vigilia Omni Sanctorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 41.
N.B. Behoort bij de akte van 9 februari 1358 (reg.nr. 1).
3
1369, 2 maart
Reyner Hoen verklaart, dat hij voor Gosen van den Gruuthuus en Henric van den Werve als
leenmannen van de hertog van Gelre, “want ic mine wulle van minen mannen selven niet en
hebbe”, het halve goed tot Alerdinck, gelegen tot Werken in het kerspel Waernsvelde, ten
behoeve van Johan van Ripen van de leenroerigheid bevrijdt en deze vrijstelt van manschap.
Gegheven in „t jaer ons heren dusent driehondert negen ende tsestich des vryedages nae
sente Mathiasdach des apostels.
a. Oorspr. (inv.nr. 684), met de geschonden zegels van de oorkonder en de 2e leenman en
een fragment van dat van de eerste leenman.
b. Afschrift in inv.nr. 1 fol. 90 vso.
4
1373, 18 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Pelgrum Wassingh en Fenne, zijn vrouw,
een jaarrente van 2 pond, gaande uit hun huis in de Nyerstad, gelegen op de hoek van de
straat naar de Nyerstadeskerk, verkocht hebben aan Henrick van Bake Geerdeszoon.
Gegeven in „t jaer ons heren dusent driehondert drie ende tseventich des sonnendages nae
sente Luciendach eenre heiliger joncfrouwen.
Afschrift in inv.nr. 1 fol. 51.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1511. Van de door
deze akte en die van 29 oktober 1376 (reg.nr. 5) gestoken transfixen is slechts die van 30
september 1485 afgeschreven (reg.nr. 135).
5
1376, 29 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Bertolt ter Steghen, Essekens broder ter
Steghen, een jaarrente van 1 pond, gaande uit een huis, gelegen bij de Berleheze naast de
toren, die Apenstert genaamd, en uit een gaarde in de Nyerstad aan de steeg waardoorheen
men naar de Clussentoerne gaat, verkocht heeft aan Geerd de koster.
Gegeven in „t jaer ons heren dusent driehondert seess ende tsoeventich des wonsdages nae
Symon ende Judasdach twyer heiliger apostole.
Afschrift in inv.nr. 1 fol. 51.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. In margine: “hyer en boert mij nyet”. Van
de door deze akte en die van 18 december 1373 (reg.nr. 4) gestoken transfixen is slechts die
van 30 september 1485 afgeschreven (reg.nr. 135).
6
1388, 7 januari
Aernt ten Have, richter van Aernhem en Veluwenzoem, oorkondt, dat Reynse ten Vene, Rolof
die Coster, Gert Vas, Heyn Gosenszoon, Beernt tot Edincwert, Makeriel Dobbe Wolberens en
Werner Egheninck hebben verklaard, dat zij van hun goederen geen vrijgeld schuldig zijn
volgens uitspraak van heer Willem, heer van Bronchorst, en Henric van Herwen.
Ghegeven in den jaer ons heren M° driehondert acht ende tachtentich des vriedaghes nae
sunte Poncien.
a. Oorspr. (inv.nr. 736), met het geschonden zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1 fol. 138 vso.
7
1395, 7 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Lochem en Alijt, zijn vrouw, aan
Johan van Kempen en Wyse, zijn vrouw en hun dochter, het huis achter aan de stadsmuur
tussen de Hospitaelspoort en de Laerpoort tussen “den Rondele” en het andere huis, beide
van Johan van Lochem, hebben medegegeven en dat Johan van Kempen van de jaarrenten
uit deze drie huizen gaande, slechts 1 pond behoeft te betalen.
Gegeven in den jaer ons heren M° CCC° vijff ende tnegentich des vrijdages nae sunte
Johansdach ante portam latinam.
Afschrift in inv.nr. 1 fol. 41 vso.
N.B. Behoort bij de akten d.d. 31 oktober 1360, 9 februari 1358 en 7 januari 1416 (reg.nrs. 1,
2 en 11
8
1407, 23 februari
Willem van den Wal, richter tot Ghent, Diric Palic van Aembe en Johan van den Rijn,
schepenen, oorkonden, dat zij bij gerichtelijk verwin een stuk land, gelegen in het
schependom van Ghent opten Vludinghen, toebehorende aan Ansem Ansemszoon hebben
toegekend aan Henric Bake en dat deze het heeft verkocht aan Sander van Buren.
Gegeheven in „t jaer ons heren dusent vierhondert ende soeven des anderen daghes na sunte
Petersdach ad cathedram des heilighen apostels etc.
Oorspr. (inv.nr. 842), met de zegels van de eerste twee oorkonders; dat van Johan van den
Rijn is verloren.
9
1407, 16 oktober
Johan van Steynberghen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Reyner
Willemszoon, Alijt, zijn vrouw, en Griete van Vreden, haar moeder, een stuk land, gelegen in
het kerspel Warnsfelde op de Emerenghe, overgedragen hebben aan Gerrit Schulten.
Archiefnummer 84
Pagina 2 van 74
Gegeven in den jair onss heren M vierhondert ende soeven op sunte Gallendach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 141 vso.
10
1415, 29 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Peterszoon, smid, en Mechtelt, zijn
vrouw, een jaarrente van 1 pond, gaande uit het huis van Reyner van Lochem, smid, gelegen
buiten de Hospitaelspoort naast het huis van Geryt Camper, smid, hebben verkocht aan
Willem bastaard van Baeke.
Gegeven in den jaer ons heren M° vierhondert vijfftyen op des heyligen Sacramensavent
Gaets licham.
Afschrift in inv.nr. 1 fol. 55.
N.B. Hierdoor waren gestoken de akten van 6 april 1419 en 26 maart 1491 (reg.nrs. 13 en
161). Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
11
1416, 7 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Alijt van Lochem, Johan van Gelre en
Hille, zijn vrouw, en Johan van Berck en Gese, zijn vrouw, schoonzoons en dochters van Alijt
voornoemd, de toren, gelegen aan het huis van Johan van Kempen en Wyse, zijn vrouw en
Alijts dochter, aan dezen hebben afgestaan.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert sestyen des dynxdages nae Dertienden.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 41 vso.
N.B. Behoort bij de akten van 9 februari 1358, 31 oktober 1360 en 7 mei 1395 (reg.nrs. 1, 2 en
7).
12
1417, 22 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Tydeman Ludolffs en Trude, zijn vrouw,
een jaarrente van 2 pond, gaande uit hun huis op de hoek van de straat gaande “an schulten
vaelt”, verkocht hebben aan Geryt Blyden.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert soeventyen des saterdages nae onss
heren Hemelvaertsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 21.
N.B. Met de aantekening: Item desse breff is verslaepen tensij dat dyt de 2 lb. synt de Rent
Wal Elten gevet.
13
1419, 6 april
Aernt ten Colcke en Gert van Holthuysen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Willem
bastaard van Baeke, en Geertruyt, zijn vrouw, de rentebrief van 29 mei 1415 (reg.nr. 10),
waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Geryt Bunynges.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert negentyen des donredages nae sunte
Ambrosiusdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 55.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 26 maart 1491 (reg.nr. 161).
14
1424, 8 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerloff Stuerman, Wermbolt en Johan, zijn
zonen, en Aleyt, Wermbolts vrouw, een jaarrente van 5 oude gouden schilden, gaande uit een
huis aan de Kleynre Hofstraat gelegen behoudens het 1/6 gedeelte van dit huis en 2 schilden
uit dit gehele huis, die toekomen aan Arnold Stuerman, zoon van Gerloff voornoemd, hebben
overgedragen aan Wermbold Stuvenberch.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vierhondert vier ende twyntich des saterdages nae
der heiliger Driekonyngedage.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 15.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor waren gestoken de akten van 1
december 1440, 20 februari 1461 en 23 juni 1461 (reg.nr. 18, 60 en 64).
15
1432, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Engelbert ten Kaerscaete en Geertruyt,
zijn vrouw, een jaarrente van 1½ pond, gaande uit hun huis in de Boedikerstraat, verkocht
hebben aan Johan opten Kandeler geheyten Gulick.
Archiefnummer 84
Pagina 3 van 74
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert twee ende dertich op sunte Petersavondt
ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 20.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en 1546. Hierdoor was gestoken de akte
van 1 februari 1454 (reg.nr. 42).
16
1432, 24 november
Geryt van Bronchorst, bastaard, schout van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Wynant
Buyck en Hille, zijn vrouw, het halve goed Elerdinck, gelegen in het kerspel Wernsvelde,
buurschap Wercken, overgedragen hebben aan Henrick Nyenhuys en Katherine, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer onss heren dusent vierhondert twe ende dertich op sente
Katherinenavondt der heiliger joncfrouwen.
a. Oorspr. (inv.nr. 683), met het zegel van de oorkonder en een fragment van het zegel van
Wynant Buyck,
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 87.
17
1437, 18 mei
Andries Iseren Alphartszoon, schout van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henric
Nyenhuys en Katherine, zijn vrouw, een jaarlijkse stedigheid van 20 molder winterrogge,
zutphense maat, uit hun halve goed Alardinck, gelegen in het kerspel Wernesvelde,
buurschap Wercken, en uit de kamp bij den Velde, het daarbij liggende Weeghstuck en de
kamp bij het Papenhuys, verkocht hebben aan Henric Weerdt.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert soeven ende dertich opten heiligen
Pinxsteravondt.
a. Oorspr. (inv.nr. 685), met de zegels van de oorkonder en de verkoper.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 86 vso.
18
1440, 1 december
Zele Keppelman en Andries Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wermbold
Stuvenbergh en Geertruyt, zijn vrouw, de rentebrief van 8 januari 1424 (reg.nr. 14), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Wyer Taverkamp.
Gegeven in „t jaer ons heren duysent vierhondert ende viertich des donresdages nae sente
Andriesdach apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 15.
N.B. Doorgehaald.
19
1443, 30 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Celyszoon een jaarrente van 5½
rijnsgulden, gaande uit zijn halve huis in de Boedikerstraat, verkocht heeft aan Alphart Yseren.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert drie ende viertich des wonsdages nae
sente Symon ende Judasdach apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 16 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor waren gestoken
de akten van 28 maart 1444, 4 april 1444 en 1 maart 1465 (reg.nrs. 20, 21 en 73).
20
1444, 28 maart
Johan Stuerman en Rense Kreynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Alphart Iseren
en Beerte, zijn vrouw, de rentebrief van 30 oktober 1443 (reg.nr. 19), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan heer Asse Boelkens, priester, vicaris in de Grote Kerk
van Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert vier ende viertich des saterdages nae
Onser Liever Vrouwendach annunciationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 16 vso.
N.B. Doorgehaald. Hierdoor waren gestoken de akten van 4 april 1444 en 1 maart 1465
(reg.nrs. 21 en 73).
21
1444, 4 april
Zele Keppelman en Henrick Nyenhuys, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat heer Asse
Buelkens, priester, vicaris in de Grote Kerk van Zutphen, de jaarrente, vermeld in de akten
Archiefnummer 84
Pagina 4 van 74
van 30 oktober 1443 en 28 maart 1444 (reg.nrs. 19 en 20), waardoor deze akte is gestoken,
overgedragen heeft aan Wolbert Scholdeman.
Gegeven in „t jaer ons heren duysent vierhondert vier ende viertich opten heiligen Palmavondt.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 17.
N.B. Doorgehaald. Door bovengenoemde akten was gestoken de akte van 1 maart 1465
(reg.nr. 73).
22
1444, 13 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Lambert Sturman en Kunne, zijn vrouw,
een jaarrente van 5 pond gaande uit hun huis en hofstad, gelegen in de Beckerstraat,
verkocht hebben aan Weerner Tollener en Gheertruidt, zijn vrouw.
Gegeven in den jair onses heeren dusent vierhondert vvier ende virtich dees saterdaiches nae
des heiligen Sacramensdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 74 vso.
N.B. Met aantekening over rentebetaling, z.j. en 1561.
23
1446, 2 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wychman die Woeste en Eefse, zijn
vrouw, een jaarrente van 2 oude gouden schilden, gaande uit hun huis in de Boedikerstraat
naast het termijnhuis van de Sint Augustinusorde te Wesell, overgedragen hebben aan Hille,
natuurlijke dochter van wijlen Henrick Seewynck.
Gegeven in den jaeren ons heren duesent vierhondert seess ende viertich op dyngsdach nae
sunte Petersdach ad vincla.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 24.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over rentebetaling in 1504, z.j. en de aflossing en
herbelegging in 1513. Met transfix d.d. 15 mei 1470 (reg.nr. 88).
24
1446, 15 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Joepert en Fenne, zijn vrouw, een
jaarrente van twee oude gouden schilden, gaande uit hun ¾ gedeelte van een huis op de
hoek van de Vranckensteeg en uit het ophuis in de Vranckensteeg, verkocht hebben aan
Roloff van Tyll.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert seess ende viertich op saterdach nae
sunte Victoersmysse.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 23.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1508. Hierdoor waren
gestoken de akten van 16 december 1446 en 7 maart 1458 (reg.nr. 26 en 50).
25
1446, 26 november
Claes Setters erkent, dat hij verkocht heeft aan Gelys, zoon van Reyner Averenck, en Jutte,
zijn vrouw, een hofstad met een huis, gelegen in het kerspel Halle, buurschap Eertbeeck,
zoals dat eertijds van de geërfden van Halle als tynsgoed was gekocht en hij het van
Scharpenys en diens vrouws zuster Engele had gekocht.
Gegeven in den yaer ons heren dusent vyerhundert sesse ind vyertich des naesten dages na
sanctis Katherinendage der heliger joncfrouwen.
a. Oorspr. (inv.nr. 735), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 138 vso.
26
1446, 16 december
Zelle Keppelman en Andries Iseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Roleff van Tyll
en Hille, zijn vrouw, de rentebrief van 15 oktober 1446 (reg.nr. 24), waardoor deze akte is
gestoken, overgedragen hebben aan Evert Mengerinck en Beerte, zijn vrouw.
In „t jaer ons heren dusent vierhondert sess ende viertich op vrijdach nae sunte Lucienmysse.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 23.
N.B. Gestoken door de akte van 15 oktober 1446 (reg.nr. 24), hierdoor was gestoken de akte
van 7 maart 1458 (reg.nr. 50).
Archiefnummer 84
Pagina 5 van 74
27
1447, 9 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Nusinck en Reynke, zijn vrouw, een
jaarrente van 1½ goudgulden, gaande uit hun huis op de Nyerstat op de hoek van de
Lokenstraat, hebben verkocht aan Henrick van Essen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeven ende viertich up maendach nae
den heiligen Dertyendage.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 47 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en “Hyer en boert mij nyet”. Hierdoor was
gestoken de akte van 7 juni 1452 (reg.nr. 38).
28
1447, 6 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Goesen Kloekynck en Styne, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 zutphens pond, gaande uit hun huis buiten de Laerpoort, verkocht hebben
aan Henrick Aerntszoon.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeven ende viertich op maenendach nae
sunte Blasiusdach episcopi en martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol 61.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor waren gestoken
de akten van 5 februari 1461 en 1 juli 1478 (reg.nr. 59 en 100).
29
1448, 16 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Goesen Kloekynck en Styne, zijn vrouw,
een jaarrente van 2 zutphense ponden, gaande uit hun huis en hof buiten de Laerpoort,
verkocht hebben aan Kunne ter Bruggen.
Gegeven in den jaren ons heren duesent vierhondert acht ende viertich up dynsdach nae
dominica Jubilate.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 63 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1546 en
1547. Hierdoor was gestoken de akte van 12 juli 1450 (reg.nr. 33).
30
1448, 8 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Derick van Dryenen en Lutgart, zijn vrouw,
een jaarrente van 7 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis in de Roedentoernstraat,
verkocht hebben aan Lubbert van Herwen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende viertich op wonsdach nae
dominica Exaudi.
Afschrft in inv.nr. 1, fol. 33.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, de verkoop van het huis door de Sint
Anthonis Grote Broederschap in 1512 en de herbelegging. Hierdoor waren gestoken de akten
van 11 mei 1448 en 19 december 1459 (reg.nrs. 31 en 56).
31
1448, 11 mei
Derick van Dryenen verklaart, dat Lubbert van Herwen bij het in gebreke blijven van de
betaling van de jaarrente wegens de rentebrief van 8 mei 1448 (reg.nr. 30), waardoor deze
akte is gestoken, aan al zijn andere goederen mag peinden.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende viertich opten heiligen
Pynxteravent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 33.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 19 december 1459 (reg.nr. 56).
32
1450, 5 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkondenm dat Henrick ter Bruggen en Alijt, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 gouden rijnsgulden, gaande uit hun gaarde buiten de Nyerstatpoort bij de
schipsmeden, achterwaarts strekkende op de Oelde Diep, verkocht hebben aan Haedewich
ten Bongart.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende vijfftich up dynsdach nae dominica
Cantate.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 45 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor was gestoken de akte van 12
maart 1470 (reg.nr. 87).
Archiefnummer 84
Pagina 6 van 74
33
1450, 12 juli
Johan Kreynck en Evert van den Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Kunne ter
Bruggen de rentebrief van 16 april 1448 (reg.nr. 29), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Thomas Yseren en Geryt van der Voerst, kerkmeesters, ten behoeve van
het Sint Elisabethsgasthuis binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende vijfftich op sunte Margaretenaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 63 vso.
34
1450, 17 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Beerntszoon en Hille, zijn vrouw, 1
oude gouden schild, gaande uit hun huis in de Boedikerstraat, verkocht hebben aan Doebbert
Andrieszoon.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert ende vijfftich op vrijdach nae Divisionis
Apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 18.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en z.j. en over de
herbelegging in Henrick Rutters huis in 1513. Hierdoor was gestoken de akte van 1 februari
1454 (reg.nr. 41).
35
1451, 11 april
Richter en schepenen van Zutphen keuren de stichting van de broederschap van Sint
Anthonys goed en stellen regels vast.
In den jaer ons heren duysent vierhondert een ende vijfftich dominica Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 1.
36
1451, 26 mei
Gerselis van den Gruythuyss, richter tot Arnhem en van Veluwezoem, oorkondt, dat Johan ten
Oeldenberghe en Henrica, zijn vrouw, en Griete, dochter van wijlen Gheryt Setter, een
jaarrente van 6 gouden rijnsgulden en een oort, gaande uit een stuk erf en land, dat
Weertslach genaamd, gelegen in het kerspel Voirst in de buurschap Tonden, verkocht hebben
aan Ceel Keppelman de jonge als “toevengher” van Derick van der Capellen, die reeds een
jaarrente van 19 rijnsgulden min een oort hieruit heeft.
Gegeven in „t jaer ons heren dusent vierhondert een ende vijfftich des guesdages nae sente
Urbanusdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 112 vso.
N.B. Hierdoor waren gestoken de akten van 12 maart 1460 en 26 augustus 1461 (reg.nrs. 57
en 65).
37
1452, 3 mei
Alphart Schymmelpennynck, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Derick
Standers en Gondert, zijn vrouw, een jaarrente van 1½ rijnsgulden, gaande uit hun huis en
hofstede met de Huysacker, gelegen in het kerspel Wychmonde, begrensd door de gemene
straat, de Yssell en de Hoegenwech, verkocht hebben aan Wychman Reynerszoon en
Geertruyt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert twee ende vijfftich op des heiligen
Cruyssdach Inventionis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 100 vso.
N.B. Met aantekening dat deze jaarrente teniet is gegaan. Hierdoor was gestoken de akte van
23 september 1459 (reg.nr 52).
38
1452, 7 juni
Evert van der Voerst en Evert van den Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Mette
van Essen voor zich en voor wijlen haar man Henrick van Essen de rentebrief van 9 januari
1447 (reg.nr. 27), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de olderlieden,
gildemeesters en verwaarders van de Nieuwe Broederschap van Sint Anthoniusgilde in de
Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert twee ende vijfftich optes heiligen
Sacramentsavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 47 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 7 van 74
39
1452, 24 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Kreyng Alphertszoon en Evert, zijn
vrouw, een jaarrente van 4 gouden rijnsgulden uit hun huis in de Cuypikenstraat, achter
strekkende aan „s Grevenhoff, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert twee ende vijftich up sunte Jacobsavent in
den boewe.
a. Oorspr. (inv.nr. 780); het stadszegel is verloren,
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 6.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1505, 1560 en 1570, de
aflossing in 1846 en de muntsoorten, waarin de rente betaald en afgelost moet worden.
c. Afschrift in inv.nr. 13 (onder nr. 40).
40
1454, 21 januari
Steven de Boeze, scholt te Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henric Nyenhues en
Katherine, zijn vrouw, het goed Elardinck, gelegen in het kerspel Wernsfelde in de buurschap
Werken, overgedragen hebben aan de olderlieden en gildemeesters van de “Nyer
Broederscap” van Sint Anthonysgilde binnen de Grote Kerk van Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende vijftich up maendach nae Ponciani
martiris.
a. Oorspr. (inv.nr. 683), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 89.
41
1454, 1 februari
Hermen Berner en Werner Tollener, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Doebbe
Andrieszoon en Griete, zijn vrouw, de rentebrief van 17 juli 1450 (reg.nr. 34), waardoor deze
akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van “der Nyer
Broederscap ende Gylde” van Sint Anthonys in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert vier ende vijfftich op Onser Liever
Vrouwenavent purificationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 18.
N.B. Doorgehaald.
42
1454, 1 februari
Henrick Kolsack en Alphert Schimmelpennynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Johan opten Kandeler en Eefse, zijn vrouw, de rentebrief van 21 februari 1432 (reg.nr. 15),
waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthoniusgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vier ende vijfftich profesto Purificationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 20.
43
1454, 1 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Geryt Budde en Wobbeke, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 pond, gaande uit hun gaarde buiten de Laerpoort, aan de straat gelegen,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde in de Grote
Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vier ende vijfftich profesto Purificationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 64 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, z.j. en de aflossing in
1559.
44
1454, 5 februari
Bernt Weerdt en Alijt, zijn vrouw, Geryt Aetsack en Lubbe, zijn vrouw, en Johan en Henrick,
zonen van wijlen Henrick Weerdt, verklaren, dat zij de jaarlijkse erfrente van 20 molder rogge,
die hun vader had uit het halve goed Aelerdinck, gelegen in de buurschap Warken, benevens
hetgeen Henrick Nyenhues aan achterstallige rente aan hun vader schuldig was, overdragen
aan de “vorwaerres” (verwaarders) van de Nieuwe Broederschap van Sint Anthonysgilde in de
Grote Kerk binnen Zutphen, zoals hun vader dat met het gilde was overeen gekomen en bij
testament had bepaald, en dat Neze, zijn onmondige dochter, deze overdracht zal nakomen.
Archiefnummer 84
Pagina 8 van 74
In den jaer ons heren duesent vierhondert vier ende vijftich up sunte Aghetendach virginis et
martiris.
a. Oorspr. (inv.nr. 685), met de zegels van de 1e, 3e en 5e oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 88 vso.
45
1454, 28 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Menze Smedeken een jaarrente van 6¼
gouden rijnsgulden gaande uit zijn ¾ gedeelte van zijn huis gelegen voor de Eynckpoort aan
de beek, achter grenzende aan de molen, en uit zijn ¾ gedeelte van een huis en gaarde op de
Nyerstat aan de Hallerstraat, verkocht heeft aan Geryt Aetsack.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vier ende vijftich dominica Quasi modo
geniti.
a. Oorspr. (inv.nr. 773); het stadszegel is verloren.
N.B. In dorso aantekening over de verandering van de rentevoet van 6¼% in 5% in 1544.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 8 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling, 1504-1560. Een later opschrift vermeldt,
dat de rente gaat uit een huis aan de Styenbrugge tegenover het stads gruithuis.
N.B. Hiermede was getransfigeerd de akte van 31 maart 1461 (reg.nr. 63).
46
1455, 13 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Loedewich Johanszoon en Beele, zijn
vrouw, een jaarrente van 2 pond, gaande uit hun huis op de Nyerstat op de hoek van de straat
langs de beek en achter grenzende aan de beek, verkocht hebben aan Elsebe, weduwe van
Derick Smedes.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vijff ende vijfftich op vrijdach nae Odulphi
confessoris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 46 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling, 1504-1561. Hiermede was getransfigeerd de
akte van 14 juli 1463 (reg.nr. 70).
47
1455, 17 oktober
Johannes Beers, notaris, instrumenteert, dat heer Johannes de Castroduplo, procurator van
de abt en het klooster van Sint Anthonius van de orde van Sint Augustinus de Viena, en
Johannes de Benthem en Ernestus Bernardi, procuratoren van de broederschap van Sint
Anthonius te Zutphania, ten overstaan van heer Hermannus Boetbergen, kanunnik van de
collegiale kerk van Zutphania, Selmannus Keppelman, burgemeester, en Henricus Kaelsack,
schepen van Zutphania, een overeenkomst hebben gesloten naar aanleiding van de
oprichting van de broederschap te Zutphania, waarbij bepaald wordt, dat de broederschap
geen schenkingen zal aanvaarden zonder toestemming van de abt, welke giften voor het
klooster en welke voor de broederschap zullen zijn en dat telkenjare als de relieken van Sint
Anthonius naar Zutphania komen, de broederschap deze in de kerk met groot eerbetoon zal
ontvangen en bij die gelegenheid als erkenning voor de bescherming die zij van het klooster
ontvangt, een rijnsgulden zal betalen.
Acta fuerunt hec Zutphanie in domo habitationis venerabilis viri domini Rodolphi Bitter decani
antedicte ecclesie sita infra emunitatem infra emunitatem eiusdem ecclesie sub anno a
nativitate domini millesimo quadringentesimo quinquagesimo quinto die vero veneris decima
septima mensis octobris.
Notarieel afschrift door Henricus Hegelen, notaris, in inv.nr. 1, fol. 2.
48
1455, 3 november
Henrick, heer tot Wissche, ridder, drost en rentmeester van het land van Zutphen, oorkondt,
dat Henrick Smeddinck een maat land, Braemelremaet genaamd, gelegen op de grens van de
kerspelen Waernsfelde en Vorden en de buurschappen Warken en Braemele, heeft
overgedragen aan Tyman Hynke.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vijf ende vijftich maendach nae
Allerheilligendaege.
a. Oorspr. (inv.nr. 687), met het zegel van de oorkonder.
N.B. Door deze akte is gestoken de akte van 28 april 1479 (reg.nr. 104).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 99.
Archiefnummer 84
Pagina 9 van 74
49
1456, 11 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wolter Straetenmaker en Alijt, zijn vrouw,
een jaarrente van een oude gouden schild, gaande uit hun huis in de Moelenstraat, gelegen
naast het huis van de Grote Kerk in de oude stad, achter grenzende aan de stadsmuur,
overgedragen hebben aan Evert Messenmaeker en Geertruydt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaeren ons heren duesent vierhondert seess ende vijfftich op maendach nae
sunte Victoersdach geheyten zantgange.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 25.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1546.
Hierdoor was gestoken de akte van 5 oktober 1459 (reg.nr. 53).
50
1458, 7 maart
Henrick Kolsack en Hermen Berner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Evert
Mengerynck en Beerte, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 15 oktober 1446 en
16 december 1446 (reg.nrs. 24 en 26), waardoor deze akte is gestoken, hebben
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van het Sint Anthonysgilde binnen de
Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende achte ende vijfftich op dynsdach
nae dominica Oculi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 23 vso.
51
1458, 2 september
Andries Yseren Tonyszoon en Herman Berner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Gelys Yseren en Alijt, zijn vrouw, ter ere Gods en voor de zielen van zichzelf, hun ouders en
vrienden, de helft min een zesde deel van de helft van de helft van een jaarrente van 7
gouden kronen, gaande uit het goed Gaesekeshorst [onder Wichmond] hebben overgedragen
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren M° CCCC° acht ende vijfftich op saterdach nae Egidii abbatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 80.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1509.
52
1459, 23 september
Johan Kreynck en Aernt Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Geertruyt, weduwe
van Wychman Reynersz., en Griete, haar dochter, de rentebrief van 3 mei 1452 (reg. 37),
waardoor deze akte is gestoken, ter ere Gods, voor hun ziel en die van Wychman voornoemd,
hebben geschonken aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk.
Gegeven in den jaer onss heren M° CCCC° LIX° op sonnendach nae Mauritii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 101 vso.
53
1459, 5 oktober
Evert Schoeldeman en Aernt Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Evert
Mesmaeker en Geertruyt, zijn vrouw, de rentebrief van 11 oktober 1456 (reg.nr. 49), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde in de Grote Kerk, onder behoud van de lijftucht die transportanten en hun
zoons broeder Engelbert en broeder Johan, jacobijnen en conventsbroeders van de
Predikorde binnen Zutphen, aan deze jaarrente hebben.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende negen ende vijfftich op vrijdach nae
Remigii confessoris et episcopi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 25.
N.B. Doorgehaald.
54
1459, 13 oktober
Steven de Boeze, scholt te Zutphen binnen en buiten, oorkondt dat Andries Iseren en
jonkvrouwe Willem, zijn vrouw, een jaarlijkse stedigheid van 4 molder min een schepel rogge,
gaande uit de Hulst, en van 2½ molder rogge uit de Haevick ter ere Gods voor hun zielen en
die van hun ouders en vrienden gegeven hebben aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonusgilde in de Grote Kerk.
Archiefnummer 84
Pagina 10 van 74
Gegeven in den jaer ons heren duesent CCCC° end LIX op sunte Calixtusavent pape et
martiris.
a. Oorspr. (inv.nr. 810), met een fragment van het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 120.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en 1561.
55
1459, 7 november
Gerselis van den Gruythuys, richter tot Arnhem en van Veluwenzoem, oorkondt, dat Henrick
Stuerman 300 rijnsguldens schuldig is wegens medegave aan zijn schoonzoon en dochter mr.
Reyner Oesterhuys en Armgart, waarvoor hij jaarlijks 18 rijnsguldens zal betalen uit zijn
aandeel in het goed te Kortenoever, gelegen in het ambt Brummen in het kerspel Wychmont.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert neghen ende vijfftich op sunte
Wilbrortzdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 117.
N.B. Doorgehaald. Hierdoor was gestoken een akte van 3 januari 1467 (reg.nr. 78).
56
1459, 19 december
Henrick Kreynck en Aernt Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Lubbers van
Herwen en Fye, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 8 en 11 mei 1448 (reg.nrs.
30 en 31), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen, deels dienende tot
betalig van drie preuvingen, gesticht door Lubbert en zijn vrouw voornoemd, deels tot
aflossing van een andere door hen geschonken jaarrente.
Gegeven in den jaer ons heren duesent CCCC° ende LIX op wonsdach nae Lucie virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 33 vso.
N.B. Doorgehaald.
57
1460, 12 maart
Evert Asse en Werner Tollener, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Derick van der
Capellen en Andriesken, zijn vrouw, de helft van twee rentebrieven, namelijk van één van 18¾
rijnsgulden en van één van 6¼ rijnsgulden, welke laatste 26 mei 1451 is gevestigd (reg.nr.
36), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Henrick Kreynck.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende sestich op wonsdach nae dominica
Reminiscere in der vasten.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 113 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 26 augustus 1461 (reg.nr. 65).
58
1460, 26 november
Garselis van den Gruythuys oorkondt, dat hij ten tijde dat hij richter was, een kondschap heeft
afgegeven dat Jutte ten Veen jaarlijks een halve blauwe gulden uit haar goed verschuldigd
was, maar hem hiervan de onjuistheid is gebleken en verklaart haar schadeloos te zullen
houden.
Gegeven in den jaer onss heren dusent vyerhondert ende tsestich des neesten woensdaiges
post Katherine virginis.
a. Oorspr. op papier (inv.nr. 737); het opgedrukt zegel van de oorkonder is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 139.
59
1461, 5 februari
Johan van der Capellen en Werner Tolner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Henrick
Aerntszoon en Fye, zijn vrouw, de rentebrief van 6 februari 1447 (reg.nr. 28), waardoor deze
akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van het
“scroedergilde”.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert een ende sestich op donredach nae
Onser Lieve Vrouwen purificationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 61.
N.B. Door deze akte was gestoken de akte van 1 juli 1478 (reg.nr. 100).
60
1461, 20 februari
Andries Iseren Tonyszen en Werner Tolner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wyer
Taverkamp en Neze, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 8 januari 1424 en 2
Archiefnummer 84
Pagina 11 van 74
december 1440 (reg.nrs. 14 en 18), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen
aan Willem Leerynck en Henrick Kreynck ten behoeve van het huis en de vergadering
geheten in ‟t Spittaell.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert een ende tsestich op vrijdach nae
Valentini ma[r]tiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 15 vso.
N.B. Doorgehaald. Door deze akte was gestoken de akte van 23 juni 1461 (reg. 64).
61
1461, 10 maart
Henrick van Avereynck, richter te Heyngloe op den Goy, oorkondt, dat Beernt van Avereynck,
zijn vader, en Zweder Regenynck en Beernt Mockynck als zaakwaarnemers en borgen van de
oorkonder, wegens een schuld van 50 gouden rijnsguldens een stuk land in Veltkens Eynck
gelegen, begrensd door Bruenrynx hanck, Avereyncker Brynck en het Veltken, verpanden aan
Johan ten Broyll Reyntkenszoon en diens moeder en belooft de voorwaarden te zullen
nakomen.
In den jaeren ons heren duesent vierhondert een ende tsestich des dynxdages nae Oculi in
der vasten ende nae den heiligen joncfrouwendach Perpetue et Felicitatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 81.
N.B. Het opschrift luidt: Van Raesfeltsguet toe Hengele. Hierdoor waren gestokende akten van
24 november 1480 en 23 augustus 1484 (reg.nrs. 109 en 130).
62
1461, 23 maart
Steven de Boese, scholt te Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Egbert Hissynck en
Leisken, zijn vrouw, en Henrick zijn oudste zoon, een jaarrente van 4 molder winterrogge,
zutphense maat, gaande uit het goed ten Stroede, gelegen in het kerspel Voirden buurschap
Linden bij de Moderbonck, verkocht hebben aan Gerit Ruether de jonge en Lamme, zijn
vrouw, en dat de onmondige kinderen uit het eerste huwelijk van Egbert voornoemd deze
overdracht van kracht zullen laten.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert ind een en tsestich op maendach nae
dominica Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 128 vso.
N.B. Hierdoor waren gestoken de akten van 6 oktober 1462 en 23 juni 1506 (reg.nrs. 68 en
215).
63
1461, 31 maart
Andries Iseren Tonyszoon en Werner Tolner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Geryt
Aetsack en Lubbe, zijn vrouw, de jaarrente van 28 april 1454 (reg.nr. 45), waardoor deze akte
is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert ende een ende sestich op dynsdach nae
den heiligen Palmdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 773), met het licht geschonden zegel van de eerste oorkonder en een
fragment van dat van de tweede oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 8 vso.
64
1461, 23 juni
Evert van der Voerst en Willem Leerynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Henrick
Kolsack en Herman Berner, op bevel der schepenen beheerders van de vergadering en het
huis geheten in ‟t Spitaell binnen Zutphen, de jaarrente, vermeld in de akten van 8 januari
1424, 1 december 1440 en 20 februari 1461 (reg.nrs. 14, 18 en 60), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde
in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesnt vierhondert ende een ende tsestich op sunte
Johansavent te myddensoemer.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 15 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de herbelegging in een huis in de Hofstraat in 1518.
65
1461, 26 augustus
Andries Iseren Tonysz. en Evert Asse, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Henrick
Kreynck en Griete, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 26 mei 1451 en 12 maart
Archiefnummer 84
Pagina 12 van 74
1460 (reg.nrs. 36 en 57), waardoor deze akte is gestoken, overgedragen hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren M° CCCC° ende een ende sestich op guedensdach nae
Bartholomei apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 114.
66
1462, 16 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Gortemaeker en Alijt, zijn vrouw,
een jaarrente van een oude gouden schild, gaande uit hun huis op de Schupstoell, hebben
verkocht aan Griete van Wychmonde en aan Henrick Kreynck en Evert Scholdeman,
“verwaerre der onmondiger kynder bynnen Zutphen”, ten behoeve van Truede en Johan,
onmondige kinderen van Griete voornoemd.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende twee ende sestich op dynsdach nae
Valentini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 34 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504. Hierdoor was gestoken de akte van 9
oktober 1489 (reg.nr. 157).
67
1462, 12 juli
Johan die Boeze, scholt te Zutphen binnen en buiten, oorkondt dat Jacob Bungener en
Fenne, zijn vrouw, een jaarrente van 9 gouden rijnsgulden en 1½ oort rijnsgulden, gaande uit
hun goed Harrecamp, gelegen in het kerspel Gorsloe in de buurschap Eysschede, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen
Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende twee ende tsestich op sunte
Margaretenaevent der heiliger joncfrouwen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 105 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en conversie van de
rentevoet in 1519.
68
1462, 6 oktober
Henrick die Boese, tynsheer van het goed ten Stroede, hecht zijn goedkeuring aan de
vestiging van een jaarrente in dit goed bij de akte van 23 maart 1461 (reg. 62), waardoor deze
akte is gestoken.
Gegeven in den jair ons heren M° CCCC° tweensestich op guedensdach nae Remigii
episcopi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 29.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 23 juni 1506 (reg.nr. 215).
69
1463, 1 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Derick Egbertszoon en Hermanna, zijn
vrouw, een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis op de Schippestoell,
verkocht hebben aan Lumme, weduwe van Johan van Holten, en Metteken, dochter van
Johan voornoemd.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende drie ende sestich op vrijdach nae
dominica Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 70.
N.B. Met aantekening over een latere rentebetaling.
70
1463, 14 juli
Andries Iseren Tonysz. en Henrick Kreynck, schepenen te Zutphen, oorkonden, dat Elsebe,
weduwe van Derick Smedes, de rentebrief van 13 juni 1455 (reg.nr. 46), waardoor deze akte
is gestoken, heeft overgedragen aan Gerit Aetsack.
Gegeven in den jaer ons heren M° CCCC° drie ende sestich op donredach nae Margrete
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 47.
71
1464, 16 november
Henrick Taeverenck, gezworen richter te Hengeloe op den Goeye vanwege de hertog van
Gelre enz., oorkondt, dat Aelbert Hederinck een jaarrente van 6 molder winterrogge,
Archiefnummer 84
Pagina 13 van 74
zutphense maat, gaande uit het goed Hederinck, gelegen in het kerspel Hengele opten Goye
bij het goed Wissinck, verkocht heeft aan Johan te Calfzeler en dat Willem Mentinck en Reynt
Wernerdinck zich hebben borg gesteld.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert vier ende tsestich op vridach nae sunte
Martensdach in den wynter.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 144.
N.B. De akte, die hierdoor was gestoken, is niet afgeschreven.
72
1465, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij met toedoen en goeddunken van de
gemeenslieden een jaarrente van 7½ rijnsgulden, gaande uit de stadsrenten, -goederen en inkomsten, verkocht hebben aan Claes Bisschop.
Gegeven in den jaere ons heeren duesent vierhondert ende vieff ende sestich op sunte
Petersaevent ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Door deze akte waren gestoken akten van 1470, 1486 en 1559, die niet zijn
afgeschreven, en akten van 23 januari en 19 februari 1621, waarbij deze rente werd
overgedragen aan de Sint Anthonis Grote Broederschap (inv.nr. 766).
73
1465, 1 maart
Evert Scholdeman en Aernt Iseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wolbert
Schoeldeman de jaarrente, vermeld in de akten van 30 oktober 1443, 28 maart 1444 en 4 april
1444 (reg.nrs. 19, 20 en 21), overgedragen heeft aan Henrick Kolsack en Geryt Aetsack,
olderlieden, en Johan van Benthem en Henrick Huessman, gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde in de Grote Kerk van Sint Walburg binnen Zutphen.
Gegeven in de jaeren ons heren duysent vierhondert ende vijff ende tsestich opten yersten
vrijdach in der heiliger Vasten.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 17.
N.B. Doorgehaald.
74
1468, 19 september
Geryt die Jegher van Padtbroick, richter tot Aernhem en van Veluwenzoem, oorkondt, dat
Derick van den Hoevell en Styn, zijn vrouw, een jaarrente van 3 molder winterrogge,
zutphense maat, gaande uit hun goederen Hengeler en des Vryesenguet, met een halve waar
in de Empmerck, gelegen in het kerspel van Opvoirst in de buurschappen Emp en Noirtemp,
verkocht hebben aan Johan Meggynck als een “toevenger” voor de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaar onss heren duesent vierhondert vijff ende tsestich des donredages post
Lamberti etc.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 111 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, 1561 en z.j. en over de verkoop van
de rente.
75
1466, 12 april
Johan Meyntinck, richter tot Hengell vanwege de hertog van Gelre enz., oorkondt, dat Johan
en Henrick Haedekinck, gebroeders, een jaarrente van 6 molder winterrogge, zutphense
maat, gaande uit hun thynsgoed Haedekinck, gelegen in het kerspel Hengell, hebben verkocht
aan Johan te Kalfsler, dat Willem Meyntinck en Herman Vroedinck zich hiervoor hebben borg
gesteld en dat zij zich bij niet betaling hebben verbonden tot leisting met een paard en een
boetebeding van 1 molder rogge voor iedere week achterwege blijven van de betaling.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende sess ende tsestich op saeterdach
nae den heiligen Paischdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 803), met de zegels van de oorkonder, Johan Haedekinck en Willem
Meyntinck; dat van Herman Vroedinck is verloren.
N.B. In dorso verklaring van Jan, Koert en Albert te Kalferse, gebroeders, dat de helft van
de jaarrente is afgelost.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 164 vso.
N.B. Met aantekening over de betaling in 1561 en dat door de aankoop van het
Seystersgoed of Haedekinckkamp door de olderlieden in 1608 deze halve rente niet meer
wordt ontvangen.
Archiefnummer 84
Pagina 14 van 74
76
1466, 18 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Tonys Qwyst en Ermgart, zijn vrouw, een
jaarrente van twee oude gouden schilden, gaande uit hun huis in de Moelenstraat, achter
strekkende aan de stadsmuur, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende sess ende sestich op vrijdach nae
sunte Margrietendaege virginis et martiris.
a. Oorspr. (inv.nr. 786), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
N.B. In dorso namen van eigenaren van dit huis.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 29 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, 1546, 1556, 1561 en conversie in
1556.
77
1466, 24 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem van Roddeloe en Nese, zijn vrouw,
een jaarrente van 2 oude gouden schilden, gaande uit hun huis in de Hoffstraat, verkocht
hebben aan Henrick van den Oestendorpe.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert sees ende sestich op sunte Jacobsaevent
in den bouwe.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 35 vso.
N.B. Doorgehaald. Hierdoor waren gestoken de akten van 28 juli 1468 en 2 september 1470
(reg.nrs. 83 en 105). Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1561 en over de
aflossing en herbelegging in 1556 en 1566.
78
1467, 3 januari
Evert van Leyden en Gelmer Gelmers, schepenen van Deventer, oorkonden, dat mr. Reyner
Oesterhuys en Armgart, zijn vrouw, de rentebrief van 7 november 1459 (reg.nr. 55), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert soeven ende tsestich des saterdages nae
nijenjaersdage.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 118.
N.B. Met aantekening over de wijziging van de rentevoet.
79
1467, 20 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Buck en Haedewych, zijn vrouw, en
Mercelys then Ryne een jaarrente van 2 gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de
Spronckstraat en hun hof en gaarde buiten de Hospitaelspoort, achter strekkende aan Onser
Lyever Vrouwencamp, verkocht hebben aan Geryt Buynynck en Zwene, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert soven ent sestich op vrijdach na dominica
Invocavit.
a. Oorspr. (inv.nr. 796), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad. In dorso
aantekening dat 1 gulden uit de hof is gelost. Door de akte is gestoken de akte van 24
januari 1504 (reg.nr. 202).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 38 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1561.
80
1467, 24 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Benzeler en Mechtelt, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis buiten de Laerpoort, verkocht hebben aan
Beernt Byll en Alijt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeven ende sestich op vrijdach profesto
Jacobi apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 62 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1516. Hierdoor was gestoken de akte
van 7 april 1483 (reg.nr. 120).
Archiefnummer 84
Pagina 15 van 74
81
1468, 19 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Aernt Voervechter en Heylewich, zijn
vrouw, een jaarrente van 1½ gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis buiten de Laerpoort,
verkocht hebben aan Henrick en Willem Mommenhof, gebroeders.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht en tsestich op vrijdach post Valentini
martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 68 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor was gestoken de
akte van 12 april 1469 (reg.nr. 85).
82
1468, 9 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Geysteren en Griete, zijn
vrouw, Huebert van Geisteren en Hille, zijn vrouw, Johan van Onna en Nese, zijn vrouw, Evert
Ebbynck en Bartruyt, zijn vrouw, Geryt Kannenmaeker als procurator van Lubbert en Derick
Ebbynck, een jaarrente van 5 gouden rijnsgulden en een oort, gaande uit hun huis, gelegen
aan de Saltmerckte naast de Blanckenburch, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende sestich opten heiligen
Palmaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 39 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en “hier en boert mij nyet”.
83
1468, 28 juli
Henrick Kolsack en Aernt Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Henrick van den
Oestendorp de rentebrief van 24 juli 1466 (reg.nr. 77), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Johan, Jutte en Claere, onmondige kinderen van Goessen Kerckhellen en
Alijt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende sestich op donredach nae
sunte Jacobsdach in den bouwe.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 35 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 2 september 1479 (reg. 105).
84
1468, 5 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Geertruyt, weduwe van Johan Aerntszoon
een jaarrente van 4 pond, gaande uit haar huis op de Schuppstoell, achter strekkende aan de
straat, verkocht heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk.
Gegeven in den jaer onss heren duesent vierhondert ende acht ende sestich op saeterdach
nae Alle Heiligendaghe.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 40.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, 1543 en 1561.
85
1469, 12 april
Hendrick Kreynck en Johan van der Capellen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Willem Mommenhoff de helft van de jaarrente, vermeld in de akte van 19 februari 1468
(reg.nr. 81), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan Henrick Mommenhoff,
zijn broeder.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert neghen ende sestich op wonsdach nae
Belaeken Paeschen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 69.
86
1469, 13 juli
…Johan van Lymborch, proost van het klooster te Werden, beleent Berend tem Veyne Johan
Dolenzoon niet het goed tem Veyn, gelegen in het kerspel Halle, ten Stichtsen recht van
Werden behoudens de rechten van Reyneken tem Veyn Dolenzoon.
In den jaren unses heren doe men schreyff dusent veyrhondert negen ind sestich opp sunt
Margretendach der hylger jonckfrouwen etc.
a. Oorspr. (inv.nr. 738), met het geschonden zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 139.
Archiefnummer 84
Pagina 16 van 74
87
1470, 12 maart
Henrick Kolsack en Willem Rense, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Hadewich ten
Bongart de rentebrief van 5 mei 1450 (reg.nr. 32), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde in de Grote Kerk,
om hiervoor jaarlijks olie voor de armen te kopen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeventich op sunte Gregoriusdach pape.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 46.
88
1470, 15 mei
Johan Kribbe en Henrick Asse, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Hille, weduwe van
Vranck van Zweten, en Geryt en Hille, hun oudste en mondige kinderen de rentebrief van 2
augustus 1446 (reg.nr. 23), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeventich op dynsdach nae dominica
Jubilate.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 24.
N.B. Hille is een dochter van Henrick Seewinck.
89
1470, 10 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ludolph Coster een jaarrente van een
pond, gaande uit zijn helft van de Swypercamp, gelegen op de Zutphenre Eynge tussen de
Lange Maet en Holsterbroick, grenzende aan de Haedekynckcamp en de straat, verkocht
heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert ende tsoeventich op saeterdach nae
Willibrordi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 30.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1507.
90
1471, 4 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Herman Baynck en Essele, zijn vrouw, en
Lubbe, zijn moeder, een jaarrente van een pond, gaande uit hun huis buiten de Laerpoort,
hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert ende eyn ende tsoeventich op sunte
Aghatenaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 65 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1557.
91
1471, 24 november
Gherrit van Hacforden, drost, beleent Henrick Tympe als oudste zoon na dode van zijn vader
Henrick Tympe met een jaarlijkse stedigheid van 7½ molder uit de goederen Kegelholt en
Barlehorst, gelegen in het kerspel Lochem.
Ghegeven in den jair ons heren dusent vieerhondert een ende tseventich op suncte
Katherinenavent der hilligher joncfrouwen.
a. Oorspr. (inv.nr. 805), met een fragment van het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 93 vso.
92
1472, 25 januari
Gijsbert Lansynck, scholt te Zutphen binnen en buiten oorkondt dat Aelbert Londynck geheten
ter Mate en Alijt, zijn vrouw, een kamp land, geheten Londincks Hercken, begrensd door de
weg tussen Londincks Hoeff en het Hercken, de Werckenssche mark, Hermelinck Byvanck en
de steeg van Gesynck naar de mark, gelegen in het kerspel Wernsvelde in de buurschap
Wercken, hebben overgedragen aan Henrick Addynck en Mechtelt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ind twe en tsoeventich op sunte
Pauwelsdach conversionis.
a. Oorspr. (inv.nr. 686), met het geschonden zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 131.
93
1472, 16 maart
Henrick, heer tot Homoit en Wisch, oorkondt, dat hij zijn goedkeuring hecht aan de overdracht
van de kamp, genaamd Londynck Haircken, gelegen in het kerspel Wa[r]nsvelt, dat behoorde
Archiefnummer 84
Pagina 17 van 74
tot zijn thynsgoed Londynck, door Aelbert ther Maet geheten Londynck en Aleyt, zijn vrouw,
aan Henrick Addynck.
Gegeven in den jair onss heren dusent vierhondert ind twe ind tseventich des neisten
manendags nae den sondach Judica.
a. Oorspr. (inv.nr. 686), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 131 vso.
94
1472, 23 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 2 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Hermen Panser en Berte, zijn vrouw.
Gegeven in den jair onss heren duysent vierhondert twe en tseventich op sunte Johansavent
tho midzoemer.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 14.
N.B. Met aantekening over een conversie van de rentevoet in 1551.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Door deze akte waren gestoken de akten van 18 april 1476 en 24 september 1512
(reg.nrs. 96 en 228).
95
1475, 7 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gotschalck de Hoeffsche en Griete, zijn
vrouw, een rentebrief van 1½ pond, gaande uit hun huis [gelegen in de Beukerstraat] verkocht
hebben aan Herman Bruyns en Lys, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert ende vijff ende tsoeventich op
guedensdach nae sunte Bonifaesdach et sociorum eius.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 19.
N.B. Doorgehaald. Met bijgeschreven aantekeningen over de rentebetaling en de aflossing in
1518. Door deze akte was gestoken de akte van 2 juli 1483 (reg.nr. 121), blijkens welke dit
huis in de Beukerstraat lag.
96
1476, 18 april
Conrat Schymmelpennynck en Henrick Asse, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Herman Panser en Berte, zijn vrouw, de rentebrief van 23 juni 1472 (reg.nr. 94), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Jutte Spallen.
Gegeven in den jair onss heren duysent virhondert sess en tseventich op den donredach na
Passchen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 14.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 24 september 1512 (reg.nr. 228).
97
1477, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Werner ten Buerle en Alijt, zijn vrouw, een
jaarrente van 3½ pond, gaande uit hun hofstede buiten de Spittaelspoort, achter strekkende
aan de stadsgracht, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soeven ende soeventich op sunte
Petersaevent ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 57.
98
1477, 24 mei
Olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen
oorkonden, dat zij wegens de rente van 200 rijnsguldens uit Rectingweert en de 80
rijnsguldens, die Henrick Kreynck en joffer Griet, zijn vrouw, aan het gilde gegeven hebben,
3½ rijnsgulden ‟s jaars schuldig zijn aan het corpus van gemene vicarissen in de Grote Kerk,
waarvoor deze vijf jaargetijden zullen houden voor Henrick Kreynck, Johan Kreynck, zijn
vader, Nese Kreynck, zijn moeder, joffer Margriet van Baeck, zijn eerste vrouw, en voor joffer
Margriet, zijn tegenwoordige vrouw.
Gheven in ‟t jaer onss heren duysent vierhondert soeven ende tseventich op den heiligen
Pynxteravent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 3.
Archiefnummer 84
Pagina 18 van 74
99
1478, 20 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 7 pond, gaande uit de stadsrenten, -goederen en inkomsten, verkocht hebben aan Derick van Kranenborch en Truede, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren dusent vierhondert acht ind tsoventich op den vrijdach nae den
sonnendach Remyniscere.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 12 vso.
N.B. Met aantekening over de conversie van de rentevoet, 1551.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 17 mei 1505 (reg.nr. 212).
100
1478, 1 juli
Henrick van Leisten en Coert Schymmelpennynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Beernt Wassinck en Evert Zantacker, gildemeesters van het “scroedergylde” binnen Zutphen,
de jaarrente, vermeld in de akten van 6 februari 1447 en 5 februari 1461 (reg.nrs. 28 en 59),
waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert ende acht ende soeventich op Onser
Liever Vrouwenaevent visitationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 61 vso.
101
1478, 16 september
Evert van der Voerst erkent een jaarrente van 1 zutphens pond, gaande uit het goed die
Voorst, gelegen in het kerspel Wernsfelde, verkocht te hebben aan de gildemeesters van
Anthonysgilde in de Oude stad binnen Zutphen in de Sint Walburghenkerk.
Gescreven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert acht ende tsoeventich op sunte
Lambertsavent des heiligen martelers ende bysschops.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 106 vso.
102
1478, 9 november
Johan Mom van Kelle, landdrost van Zutphen, oorkondt, dat Johan Enserinck en Willem, zijn
vrouw, het goed de Groeten Ryeffeler, met zijn pootbrink (”potbryncke”) en vier meden,
namelijk de Huesmaet, de Brynckmaet, Bruenremaet en Ryeffeler Slach, gelegen in het
kerspel Hengell, buurschap Bekevelt, doch met uitzondering van een stuk land dat achter op
de Campe is afgepaald, heeft overgedragen aan Derick den Wytten en Jutte, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende soventich op maendach nae
sunte Willebrortsdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 645), met de licht geschonden zegels van de oorkonder, de gerichtsman
Johan Raven en de tynsheer Johan Rederinck en een fragment van het zegel van de
gerichtsman Kerstken Scherpinck.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 91.
103
1478, 12 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Hungerinck en Griete, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis op de Nyerstat en uit een hof en gaarde buiten
de Nyerstatpoort, verkocht hebben aan Willem Buedelmaeker en Geertruyt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ende soeventich op sunte
Lucienaevent virginis et martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 48 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en “hyer en boert mij nyet”.
104
1479, 28 april
Beernt van Holthuesen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Tyman Hynke en
Foyse, zijn vrouw, een maat land, geheten Braemelremaat, omschreven in de akte van 3
november 1455 (reg.nr. 48), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert negen ende soventich op guedensdach
nae Marcusdach evangeliste.
a. Oorspr. (inv.nr. 687), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 99 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 19 van 74
105
1479, 2 september
Willem van Rodderloe en Derick van den Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Johan Verwer en Clara, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 24 juli 1466 en 28
juli 1468 (reg.nrs. 77 en 83), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert negen ende soeventich op donredach
nae Egidii abbatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 36.
106
1479, 31 december
Johan Leyendecker en Gryete, zijn vrouw, verklaren, dat zij een stuk land, de Stockeracker
genaamd, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Vyerackeren, grenzende aan de
Moelenmaet en de Moelenstraat, hebben geschonken aan het Sint Anthonysgilde in de Oude
stad binnen Zutphen in de Grote Kerk, met behoud van het recht van inlossing door de
bezitter van het leengoed Eesynck.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert negen ende tsoeventich op des heiligen
nyenjaersavent geheyten circumcisio domini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 103 vso.
107
1480, 20 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Leyendecker en Griete, zijn vrouw,
een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis in de Vleysshouwersstraat,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildermeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert achtentich op sunte Agneetenaevent
virginis et martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 39.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1543 en over de aankoop van dit
huis door de broederschap.
108
1480, 3 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Aernt van den Walle Derickszoon een
jaarrente van 8 gouden rijnsguldens, gaande uit zijn huis in de Waeterstraat, gelegen naast
het huis van heer Johan Boeven, kanunnik, achter strekkende aan huis en hof van de
vicarissen van Sint Martensaltaar, met een uitgang naar de Beckerstraat, verkocht heeft aan
Peter Kreyncg en joffer Adriaen, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren dusent virhondert tachtentich op dinsdach nae sunte
Remeysdach confessoris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 31.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen dat door aflossing de jaarrente 4¾ gulden bedraagt.
Met aantekening over de algehele aflossing in 1538. De drie akten, die hierdoor waren
gestoken, zijn niet afgeschreven.
109
1480, 24 november
Johan van Seyst, richter toe Hengell opten Goy vanwege de hertog van Ghelre en van Gulick,
graaf van Zutphen, oorkondt, dat Henrick ten Broyll en Engele, zijn vrouw, een stuk land,
gelegen in het kerspel Hengell op Veltkens Enghe, tussen Bruenrincks dam en de Avereyncks
Brynck en het Veldeken, zoals dit omschreven is in de akte van 10 maart 1461 (reg.nr. 61),
waardoor deze akte is gestoken, hebben verkocht aan Derick van Raesvelde onder behoud
van het recht van lossing.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert tachtentich op sunte Katherinenavent
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 82.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 23 augustus 1484 (reg.nr. 130).
110
1480, 13 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Beernt Eernst en Styne, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ gouden rijnsguldens, gaande uit hun hof en gaarde in het Pulsbroek,
Archiefnummer 84
Pagina 20 van 74
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert tachtentich op sunte Luciendach virginis et
martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 22 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over een rentebetaling.
111
1481, 7 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Geryt Coster en Tonys, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 pond, gaande uit hun hof en gaarde buiten de Spittaelspoort, achter
strekkende aan de stadsgracht, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthoniusgilde.
Gegeven in den jaer onss heren duesent vierhondert eyn ende tachtentich op den saeterdach
nae Letare Jherusalem.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 57 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
112
1481, 18 mei
Gherrit van Hacforden bevrijdt ten behoeve van de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen, na opdracht door Hendrik Tympe, de jaarlijkse
stedigheid van 2 molder rogge, 2 molder gerst en de smalle tiend uit het erf Keelholt en die
van 2 molder rogge en de smalle tiend uit het erf Baerhorst, gelegen in het kerspel Lochem,
van de leenroerigheid aan de heerlijkheid Vorden.
Ghegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert een ende tachtentich op den neesten
vridach nae sunte Servaesdach des hilligen biscops.
a. Oorspr. (inv.nr. 805); het zegel van de oorkonder is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 94.
N.B. Met aantekening over de betaling in 1504.
113
1481, 30 mei
Claeus van Keppell, scholt binnen en buiten Lochem, oorkondt dat Henrick Tympe een
jaarlijkse stedigheid van 2 molder rogge en 2 molder gerst en de smalle tiend uit het goed
Keelholt en een jaarlijkse stedigheid van 2 molder rogge en de smalle tiend uit het goed
Baerhorst, gelegen in het kerspel Lochem in de buurschap Duchteren, heeft overgedragen
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde binnen Zutphen in de Grote Kerk.
Ghescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert een ende tachtentich op vigilia Ascencionis
Domini.
a. Oorspr. (inv.nr. 804), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 94 vso.
114
1481, 11 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wyse Bredenoirt haar beide huisjes in de
Bornhavestraat bij de Spittaelspoort, grenzende aan het huisje, de Rondielstoren genaamd,
en een boog, achter strekkende aan de stadsmuur, overgedragen heeft aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaeren onss heren duysent vierhondert eyn ind tachtentich opten
maenendach nae den heiligen Pinxterdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 38.
N.B. In 1556 overgedragen aan het Spittaal (Oud-rechterlijk archief Zutphen, inv.nr. 483,
kentenissen 1555/56 fol. 170 vso).
115
1481, 25 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Berte Pansen, Gerrit Bontwercker en Fye,
zijn vrouw, Henrick, Panse, Philips en Hensken, kinderen van Berte voornoemd, een jaarrente
van 2½ pond, gaande uit hun hof en gaarde, gelegen buiten de Nyerstatpoort tussen de
gaarden van de Proosdij van Zutphen en die van O.L. Vrouwenkerk opter Nyerstat, verkocht
hebben aan Giele Wyltynck.
Gegeven in den jair ons heren dusent vierhondert eyn ind tachtentich opten saterdach post
Bartholomei.
a. Oorspr. (inv.nr. 788), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
Archiefnummer 84
Pagina 21 van 74
N.B. Hierdoor waren gestoken de akten van 24 september 1487 en 18 januar 1522
(reg.nrs. 147 en 262).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 75.
N.B. Met aantekening over de waarde van de goudgulden.
116
1482, 22 februari
Derick Mentynck en Jutte, zijn vrouw, verklaren van de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde binnen Zutphen in de Grote Kerk een stuk land, genaamd de Stocketacker,
gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Vyerackeren, grenzende aan de
Moelenmaet, gepacht te hebben voor 1 koopmans rijnsgulden.
Ghegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert twee ende tachtentich op sunte Petersdach
ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 104.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de betaling van de pacht in 1504 en over de
aflossing.
117
1482, 3 april
Steven van Kervenhem oorkondt als tynsheer, dat Aernt van Vorden en Lamme, zijn vrouw de
halve hofstede met een halve maat, Saerynckmaet genaamd, gelegen in het kerspel Hengell
in de buurschap Bekevelt, hebben overgedragen aan Derick die Witte en Jutte, zijn vrouw.
Ghegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert twy ende tachtentich op den hilligen
Schortellwonsdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 645), met het zegel van de oorkonder en dat van Aernt van Vorden.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 92 vso.
118
1482, 8 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gelmer then Wall en Margriet, zijn vrouw,
erkend hebben een jaarrente van 6 rijnsguldens en een oort uit hun huis in de Waeterstraat,
gelegen langs de steeg, strekkende tot de stadsmuur, schuldig te zijn aan Esken Raeven en
Alijt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert twe ende tachtentich op den maenendach
nae den heiligen Paischdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 4.
N.B. Doorgehaald. De rente is in 1494 veranderd in 4 gouden rijnsgulden en 9 Philipsstuivers.
Hierdoor was gestoken de akte van 11 april 1494 (reg.nr. 176).
119
1482, 1 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Derick Ottenzoon geheten van Obelle en
Lysken, zijn vrouw, een jaarrente van 1 gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Korte
Hoffstraat, verkocht hebben aan Aernt Peynen.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vierhondert twee ende tachtentich op sunte
Remeysdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 27.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor was gestoken de akte van 14
februari 1484 (reg.nr. 126).
120
1483, 7 april
Alijt Byl, vrouw van Beernt Bil, en hun dochter Beernt, verklaren, dat zij het Sint Anthonysgilde
gewonnen hebben voor Bernt en Alijt, zijn vrouw, voornoemd en dat zij daarvoor de rentebrief
van 24 juli 1467 (reg.nr. 80), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van genoemd gilde.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert dry ende tachtentich opten neesten
maenendach nae octave van Paeschen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 62 vso.
N.B. Doorgehaald.
121
1483, 2 juli
Herman Bruens en Lysken, zijn vrouw, verklaren dat zij de rentebrief van 7 juni 1475 (reg.nr.
95), waardoor deze akte is gestoken, gaande uit een huis in de Boedikerstraat, overgedragen
aan het Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk, waarmede zij het gilde gewonnen hebben.
Archiefnummer 84
Pagina 22 van 74
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert drye ende tachtentich op visitatie Marie
viginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 19.
122
1483, 21 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem Gerytszoon en Aelit, zijn vrouw,
een jaarrente van 2 koopmans rijnsguldens, gaande uit hun huis en hof buiten de Laerpoort,
achter strekkende aan de Koelsteeg, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthonysgilde.
Gegeven in den jaeren onss heren duesent vierhondert drye ende tachtentich op sunte Marie
Magdalenenaevent.
Afschrift in inv.no. 1, fol. 68.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat in 1523 deze rente is afgelost met een rentebrief uit
een erf te Warken. Vergelijk ook reg.nr. 199.
123
1483, 28 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Evert Tegerinck en Aleit, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis en hof, gelegen in de Laerpoort, achter strekkende
aan de Koelsteeg, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonysgilde.
Gegeven in den jaer onss heren duesent vierhondert drye ind tachtentich op sunte
Johansavont decollationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 65.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1555.
124
1483, 15 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerit Rueter en Lamme, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis in de Moilenstraat, grenzende aan de gemene
steeg, achter strekkende aan de stadsmuur, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonisgilde.
Gegeven in den jair onss heren duesent vierhondert drie ind tachtentich op sunte Gallenavont.
a. Oorspr. (inv.nr. 787), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 28 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1561.
125
1483, 7 december
Henric van Vorthusen Johanss. en Elsken, zijn vrouw, verklaren, dat zij de smalle tienden uit
het goed Alerdynck, gelegen in het kerspel Wernsvelde in de buurschap Wercken, schenken
aan Sint Anthonis in de Grote Kerk in Sint Anthonysgilde, “want men dan daer grote karitate
van aelmissen voer de kerckdueren alle sonnendage ghifft ende mede van beghencnisse,
myssen, luchtinge ende anders”, waarmede zij het gilde hebben gewonnen en hun zielen
deelachtig worden aan alle weldaden.
Ghegeven in ‟t jar ons heren dusent vierhondert drie ende tachtentich op vigilia concepcionis
Marie virginis.
a. Oorspr. (inv.nr. 688), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 90.
N.B. Met aantekening over de afstand door de heer van Bronckhorst van zijn leenrecht d.d.
17 augustus 1546.
126
1484, 14 februari
Griete, weduwe van Anthonys Yseren, verklaart, dat zij de rentebrief van 1 oktober 1482
(reg.nr. 119), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gescr(even) in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert vier ende tachtentich op sunte
Valentijnsdach martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 27.
127
1484, 30 april
Beernt van Holthusen, schout te Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Jacob van Hacfort
en jonkvrouwe Margarieta van Essen, zijn vrouw, een jaarrente van 12 molder winterrogge uit
Archiefnummer 84
Pagina 23 van 74
hun erf, Gruweltsgoed genaamd, gelegen in het kerspel Voirden in de buurschap Veltwijck, te
leveren op meiavond of bij het staande kruis in de meimarkt, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk en dat Derick van
Hacfoirt zich borg heeft gesteld.
Gescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert vier ende tachtentich op sunte Philips ende
sunte Jacobsavent geheyten meyavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 85 en 84.
N.B. De bladen zijn bij het inbinden omgewisseld en nadien gefolieerd. Doorgehaald. Met
aantekeningen over de gedeeltelijke en gehele aflossing.
128
1484, 7 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Egbert Kremer en Fye, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 pond, gaande uit hun hofstede achter hun huis op de Nyerstat, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaere onss heren duesent vierhondert vier ind tachtentich opten vrijdach nae
sunte Jansdach ante portam latinam.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 50.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en “hyer en boert mij nyet”.
129
1484, 30 juli
Bernt van Holthuysen, scholt te Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick ten Loe en
Gertruydt, zijn vrouw, een jaarrente van 2 molder winterroggge uit hun goed dat Loe, gelegen
in het kerspel Wernsfelde in de buurschap Wercken, verkocht hebben aan Johan Necken
Hermanszoon en dat Geryt Staerinck en Werneer ter Byshorst zich met hun goederen
Staerinck, gelegen in de buurschap Wercken, en Byshorst, gelegen in de buurschap Leesten,
hebben borg gesteld.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert vier ende tachtentich op vridach na sunt
Jacopzdage apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 157 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1543. De hierdoor gestoken akte is
niet afgeschreven.
130
1484, 23 augustus
Derick van Raesvelde verklaart, dat hij de twee stukken land, gelegen in het kerspel Hengell
op Veltkensenck, zoals omschreven in de akten van 10 maart 1461 en 24 november 1480
(reg.nrs. 61 en 109), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgegeven aan Sint
Anthonysgilde binnen Zutphen in de Grote Kerk, om daarvan voor de kerkdeur aalmoezen te
geven voor de ziel van hem en die van zijn ouders.
Gegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert vier ende tachtentich op sunte
Bartholomeusavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 83.
131
1485, 18 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem Yseren en joffer Willem, zijn vrouw,
een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens min drie stuivers uit hun huis in de Hoifstraat,
uitgaande in de Beckerstraat en Kuypkenstraat, verkocht hebben aan de gildemeesters van
Sint Anthoniusgilde.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert vijff ende tachtentich op vrijdach nae
Letare Jherusalem.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 7.
N.B. Doorgehaald.
132
1485, 1 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ludolph Coster en Styne, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 koopmans rijnsguldens, gaande uit de Haykinckkamp en uit een halve maat,
geheten de Swyperpass, gelegen achter aan de Nyestatenck, grenzende aan de
Hulsterbrugghe, de straat en de Holstersteeg, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaere onss heren duesent vierhondert vijff ind tachtentich op des hilligen
Sacramentsaevent.
Archiefnummer 84
Pagina 24 van 74
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 49 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1507.
133
1485, 24 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 5 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde binnen Zutphen en dat zij met deze rentebrief en één ten behoeve van
Herman Diepenbrynck Warnerss. een rentebrief van Lumme, weduwe van Johan van Holten,
en haar onmondige dochter Metteke hebben afgelost.
Gegeven in den jaeren onss heren duysent vierhondert vijff ende tachtentich op sunte
Jacopsavent.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 9 vso.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
134
1485, 31 juli
Willem van Vyerackeren, leenheer van het goed Yolinck, oorkondt, dat Gerrit Kystenmaker en
Geertruyt, zijn vrouw, een jaarrente van 6 koopmans rijnsguldens, gaande uit hun “tweedeell”
van hun goed Yolinck, gelegen in het kerspel Wernsvelde in de buurschap Eeffde, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde binnen Zutphen in de
Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert vijff ende tachtentich op sunte Petersavent ad
vincula.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 114 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
135
1485, 30 september
Jan Kreynck en Werner Kailsack, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Bertke Troyen de
jaarrenten van 3 pond, vermeld in de akten van 18 december 1373 en 29 oktober 1376
(reg.nrs. 4 en 5) en in de daardoor gestoken akten, waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert vijff ind tachtentich op sunte
Jeronimusdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 52.
136
1486, 15 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Conrait van Buerloe een jaarrente van 5
gouden rijnsguldens, gaande uit zijn huis in de Torffstraat, achter met de schuur strekkende
aan de watermolen en de Predikerbroederhoff, verkocht heeft aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaeren ons heren duesent vierhondert sess ind tachtentich opten guesdach
nae Invocavit.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 29.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
137
1486, 22 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Keppelman, kanunnik, een
jaarrente van 3 gouden rijnsguldens, gaande uit zijn huis in de Vleyshouwerstraat, verkocht
heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert seess ende tachtentich op den
goensdach nae den heiligen Palmdach.
Afgeschrift in inv.nr. 1, fol. 36 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1560.
138
1486, 27 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat heer Anthonius van Buyrll, priester en
vicaris in de Grote Kerk, een jaarrente van 6½ gouden rijnsgulden, gaande uit zijn huis aan
Zaltmerckt, achter strekkende aan de Roeden Toernestraat, verkocht heeft aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde.
Archiefnummer 84
Pagina 25 van 74
Gegeven in den jaer ons heren duysent vierhondert seess ende tachtentich op den
maenendach nae den heiligen Paeschdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 37.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en latere jaren en de
aflossing in 1548.
139
1486, 7 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 8 gouden rijnsgulden, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan de olderlieden en gemeenslieden van Sint
Anthoniusgilde in de Grote Kerk, waarmede zij een andere rentebrief hebben afgelost.
In den jaer onss heren duesent vierhondertseess ende tachtentich op Onser Liever
Vrouwenavent nativitatis.
a. Oorspr. (inv.nr. 764), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
N.B. Deze akte is blijkens handschrift en zegel eerst na 1575 vervaardigd, mogelijk ter
vervanging van het origineel.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 10 vso.
c. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. De afgeloste rentebrief had een rentevoet van 6¼%, de nieuwe van 5%.
140
1486, 28 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 8 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde, waarmee zij een andere rentebrief hebben gelost.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert sess ende tachtentich op sunte
Michielsavent.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 11.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. De afgeloste rentebrief had een rentevoet van 6¼%, de nieuwe een van 5%.
141
1486, 9 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 10½ gouden rijnsgulden, gaande uit de stadsrente, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde in de Grote Kerk, waarmede zij twee rentebrieven van 11 en 2 rijnsgulden
hebben afgelost.
Gegeven in den jaeren onss heren duysent vierhondert seess ende tachtentich op sunte
Victoersaevent.
a. Oorspr. (inv.nr. 765); het zegel van de stad is verloren.
N.B. Deze akte is blijkens handschrift en zegel eerst na 1575 vervaardigd, mogelijk ter
vervanging van het orgineel.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 10.
c. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. De afgeloste rentebrieven hadden een rentevoet van 6¼%, de nieuwe een van 5%.
142
1486, 10 november
Henrick Kreynck en Margarieta, zijn vrouw, verklaren dat zij een jaarrente van 2½ gouden
rijnsgulden, gaande uit hun waard., Henrick Kreyncksweerdt genaamd, gelegen in het kerspel
Voerst in de buurschap Tonden, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert ses ende tachtentich op sunte Mertensavent
in den wynter episcopi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 84.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
143
1487, 10 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Herman Raven en Lysken, zijn vrouw, een
jaarrente van 7 rijnsguldens en een oort, gaande uit hun huis aan de Roggenmarckt,
grenzende aan de Wildeman, verkocht hebben aan Johan Raven en Griete, zijn vrouw.
Archiefnummer 84
Pagina 26 van 74
Gegeven in den jair onss heren dusent vierhondert seven ende tachtentich op den dinxdach
na den heiligen Palmdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 53 en 71 vso.
N.B. Met aantekeningen over de gedeeltelijke aflossing in 1498 en rentebetaling in 1543.
Hierdoor waren gestoken twee akten van 26 juli 1498 en 16 februari 1504 (reg.nrs. 189 en
204).
144
1487, 14 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij met toedoen en goeddunken van de
gemeenslieden een jaarrente van 19 gouden rijnsgulden min een oort, gaande uit de
stadsrenten, -goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Peter Kreinck en joffer Adriaen,
zijn vrouw, welke jaarrente door Andries Iseren verschuldigd was en waarmede de stad, met
andere rentebrieven, de tol te Zutphen heeft gelost.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert seven ende tachtentich up den hilligen
Paeschavont.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 31 vso.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekeningen dat deze jaarrente in 1528 door Reynt van Apeldoirn en joffer
Marye is overgedragen aan Johan van Vorden en Machtelt, zijn vrouw. In 1551 is de
rentevoet van 6¼% veranderd in 5%. Hierdoor was gestoken de akte van 1 maart 1544
(reg.nr. 310).
145
1487, 4 april
Beernt Mengherynck en Geertuyt, zijn vrouw, verklaren, dat zij een jaarrente van 2 gouden
rijnsguldens, gaande uit hun hof buiten de Spittaelspoort, gelegen naast de huisarmen van
heer Jacob van Hacfort, ridder, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van het
gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Ghescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert soeven ende tachtentich op den hilligen
Paeschaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 56.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1537.
146
1487, 23 juni
Derick Vroeynck en Griete, zijn vrouw, erkennen dat zij een jaarrente van 3 molder
winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun goed Vroynck, gelegen in het kerspel
Wernsvelde in de buurschap Vyerackeren, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert soeven ende tachtentich op sunte
Johansavent toe mydzommer.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 116.
N.B. Doorgehaald.
147
1487, 24 september
Arnt Yseren en Henrick van Leysten, schepenen van Zutphen oorkonden, dat Giele Wiltynx de
rentebrief van 25 augustus 1481 (reg.nr. 115), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Lambert Slosmecker en zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert seven ende tachtentich op manendach na
sunte Matheusdach.
Oorspr. (inv.nr. 788), met het geschonden zegel van de eerste oorkonder; dat van de tweede
is verloren.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 18 januari 1522 (reg.nr. 262).
148
1487, 9 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Johan Rubach.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert soven en tachtentich up sunte
Victoirsavont.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 32.
N.B. Met aantekening over wijziging van de rentevoet van 6¼% in 5% in 1551.
Archiefnummer 84
Pagina 27 van 74
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 19 november 1545 (reg.nr. 322).
149
1488, 12 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerit Mou en Beell, zijn vrouw, en Johan
Ratinck een jaarrente van ½ gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis buiten de Spytaelspoort,
achter strekkende aan de gracht, verkocht hebben aan Heylewich ten Slick.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert acht ende tachtentich op dynstdach nae
sunte Agathendach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 59.
N.B. Met aantekening over de aflossing in 1508.
150
1488, 2 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Steven, weduwe van Derick die Woest, en
mr. Wychman, haar zoon, een jaarrente van 3 gouden rijnsguldens, gaande uit hun hof in de
Kolsteeg, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde en
dat zij beloofd hebben, dat wanneer Derick die Woest, die thans uitlandig is, terugkeert, en
Eeffze, haar dochter en zijn zuster, mondig geworden is, dezen deze vestenis zullen
goedkeuren.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ind tachtentich op vrijdach nae
meydach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 66.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
151
1488, 24 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Zijbergen en Agnes, zijn vrouw,
een jaarrente van drie oude schilden, gaande uit hun huis in de Korter Hoffstraat, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert acht ind tachtentich opten goensdach nae
sunte Matheusdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 28.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de herbelegging.
152
1488, 27 oktober
Wennemer Lebbynck en Eeffse, zijn vrouw, en Henrick Lebbynck, hun oudste zoon, erkennen
een jaarrente van 4 molder winterrogge, zutphensche maat, gaande uit hun saalweer,
genaamd Lebbynck, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Vieracker, verkocht te
hebben aan Beernt Tyoede en Geertruyt, zijn vrouw, en Aernt Vrusynck en Henrick Lebbynck
verklaren zich hiervoor borg te stellen.
Gescreven in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert ende acht ende tachtentich op sunte
Symon ende Judasavent die heilige apostele.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 124 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 14 januari 1508 (reg.nr. 217).
153
1489, 4 februari
Bernt van Holthussen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt dat Evert Wyers en
Lumme, zijn vrouw, twee stukken land, het éne stuk gelegen in de Sydenenghe, het ander in
de Hogeneynghe in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Warken, hebben verpand aan
Engelbert Assynck en Mechtelt, zijn vrouw.
Ghegeven in ‟t jar ons heren dussent viirhondert nyegen en tachtentich op wonsdach post
Blesii episcopi.
Oorspr. (inv.nr. 691), met het lichte geschonden zegel van de oorkonder.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 22 januari 1513 (reg.nr. 230).
154
1489, 21 februari
Vrouw Gonders, weduwe van Steven Joestzoon, en Willem, Henrick en Heyle, haar kinderen,
verklaren, dat zij een jaarrente van een halve gouden rijnsgulden, gaande uit hun hofstede,
huis, hof, boomgaard en kamp, gelegen in het kerspel Wychmonde bij de weem bij de kerk,
begrensd door twee straten en de IJssell, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Archiefnummer 84
Pagina 28 van 74
Gescreven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert negen ende tachtentich op sunte Peter
avent ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 102.
N.B. Met aantekening dat deze jaarrente teniet gegaan is.
155
1489, 3 maart
Lubbertert (sic) Hessynck en Gertruyt, zijn vrouw, en Johan Stegeman en Gryet, zijn vrouw,
gaan een ruiling aan, waarbij eerstgenoemden tegen afstand van het land de Oeyrhoeff,
gelegen in de buurschap Appen, en land in de Caetwijck in de buurschap Gyetell verkrijgen 4
stukken land, gelegen aan de winterdijk in de buurschap Gyetell, en een jaarrente van 5
rijnsgulden uit het goed Rensynck.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vyerhondert ende negentachtentich des dynsdages nae
sunt Mathijsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 142 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat 2½ gulden gaan uit het Stegemansgoed te Voirst.
Hierdoor was gestoken de akte van 17 maart 1489 (reg.nr. 156).
156
1489, 17 maart
Lubbert Hessynck en Gertruyt, zijn vrouw, verklaren, dat zij de jaarrente, vermeld in de akte
van 3 maart 1489 (reg.nr. 155), waardoor deze akte is gestoken, hebben verkocht aan Lubbert
Gerrytssz. en Lubbe, zijn vrouw.
Gegeven in ‟t jair onss heren dusent vyerhondert ende negentachtentich up sunt
Gertruydendach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 143 vso.
157
1489, 9 oktober
Alijt Huynyncks verklaart de jaarrente van 1 oude gouden schild, vermeld in de akte van 16
februari 1462 (reg.nr. 66), waardoor deze akte is gestoken, geschonken te hebben aan het
Sint Anthonysgilde tot het geven van aalmoezen aan de huisarmen binnen Zutphen, onder
voorbehoud van een lijfrente van 2 pond ‟s jaars, terwijl de gildemeesters “eenen doeden van
mijnen vrienden in gylden doedenboeck” hebben gezet.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert negen ende tachtentich op sunte
Victoersavent geheiten zantganghen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 35.
158
1489, 29 november
Gherrit Smedinck en Fie, zijn vrouw, verklaren, dat zij van de olderlieden en gildemeesters
van Sint Antonisgilde de “wrucht” tussen de Alerdinck Nyemaet en hun goed tot aan het
Addinckmaetken hebben gekocht en deze ten eeuwigen dage zullen onderhouden.
Ghescreven in ‟t jaer ons heren dusent vieerhondert negen ende tachtentich op sunte
Andriesavent.
a. Oorspr. (inv.nr. 689), met het zegel van Herman ter Havick en een fragment van het zegel
van Johan toe Koerenbleke.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 86.
159
1490, 24 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 7 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde en dat zij de koopsom hebben aangewend tot de betaling van de achterstallige
lijftocht aan de weduwe van Geryt ter Ryt te Colne.
Gegeven in den jair unss heren duesent vierhondert tnegentich op Kirssavent.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 11 vso.
N.B. Met aantekening dat de rentevoet van 6¼% in 5% is veranderd.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
160
1491, 21 februari
Wolter Horstinck, richter in het kerspel Seelhem, vanwege de hertog van Ghelre, graaf van
Zutphen etc., oorkondt, dat Evert Poppinck en Agnieta, zijn vrouw, een jaarrente van 3 molder
winterrogge, zutphense maat, gaande uit het goed Hunynck, gelegen in het kerspel Zeelhem
Archiefnummer 84
Pagina 29 van 74
in de buurschap Veltwijck, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Ghescreven in ‟t jaer ons heren dusent vieerhondert een ende tnegentich op suncte
Petersavont ad cathedram.
a. Oorspr. (inv.nr. 813), met een fragment van het zegel van Evert Poppinck; dat van de
oorkonder is verloren.
N.B. Met aantekening dat i.p.v. rogge 2 goudgulden worden betaald.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 95 vso.
N.B. Met aantekening over de betaling in 1504, 1561 en over de betaling in geld.
161
1491, 26 maart
Engbert Meckynck en Evese, zijn vrouw, verklaren, dat zij de jaarrente, vermeld in de akten
van 29 mei 1415 en 6 april 1419 (reg.nrs. 10 en 13), waardoor deze akte is gestoken, hebben
overgegeven aan Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk ten behoeve van het gilde en de
huisarmen, aan wie men aalmoezen geeft, en dat zij hiermede het gilde gewonnen hebben.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert een ende tnegentich op den heiligen
Palmaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 55 vso.
162
1491 april 16.
Beernt van Holthuysen, scholt van Zutphen binnen en buiten en rentmeester ‟s lands van
Zutphen vanwege de Roemsch Koning, hertog van Gelre en graaf van Zutphen etc., oorkondt,
dat Eeffse, weduwe van Wennemer Lebbynck, en Henrick Lebbynck, haar zoon, een jaarrente
van 3½ molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun goed Lebbynck, gelegen in het
kerspel Warnsfelde in de buurschap Vyerackeren, verkocht hebben aan Beernt Tjoeden en
Geertruyt, zijn vrouw; dat Aernt Enzerinck geheten Vruyssinck en Derick Vroedynck zich
hiervoor borg hebben gesteld en dat, daar Eefsse en Henrick voornoemd veel aan breuken,
renten enz. van het goed Lebbynck ten achter zijn, dit goed aan de hertog zal vervallen indien
deze jaarrente niet binnen zes jaar zal zijn afgelost.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert ind eyn inde tnegentich des naesten
saeterdages nae den sonnendage Quasi modo geniti.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 125 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 14 januari 1508 (reg.nr. 218).
163
1491, 21 mei
Gelmer van den Walle, stadhouder vanwege Beernt van Holthuysen, scholt van Zutphen
binnen en buiten, oorkondt, dat Hermen Ywerdynck en Gerarda, zijn vrouw, een jaarrente van
5 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun goed Ywerdynck, gelegen in het
kerspel Gorselloe in de buurschap Eysschede, verkocht hebben aan Johan van Graess en dat
Henrick ten Loe en Lambert Syckynck zich met hun erven ten Loe en Syckynck, gelegen in
het kerspel Warnsfelde in de buurschap Wercken hebben borg gesteld.
Gegeven in den jaer onss heren dusent vierhondert een ende tnegentich opten heiligen
Pinxsteravent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 107 vso.
N.B. Doorgehaald. Hierdoor was gestoken de akte van 23 mei 1493 (reg.nr. 173).
164
1491, 29 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Kaemen en Geertruyt, zijn
vrouw, een jaarrente van 5½ gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Waeterstraat,
achter strekkende aan de stadsmuur, verkocht hebben aan Derick Monnick, hun zuster.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert een ende tnegentich opten vrijdach nae
sunte Jacobsdach apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 7 vso.
N.B. Doorgehaald. Hierdoor was gestoken de akte van 29 mei 1500 (reg.nr. 194).
165
1491, 11 augustus
Herma Bunynck en Johan Egbertss., zijn zwager, verklaren het Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk, dat een jaarrente van 9½ gouden rijnsgulden min een half oort heeft uit het Grote Kerk,
Archiefnummer 84
Pagina 30 van 74
1
dat een jaarrente van 9½ gouden rijnsgulden min een half oort heeft uit het goed Herrekampt ,
gelegen in het kerspel Gorsell, dat eerste oorkonder toebehoort, schadeloos te zullen houden
wegens de verminderde waarde van het onderpand door het houwen van het daarop staande
hout; de eerste oorkonder verklaart de tweede oorkonder schadeloos te zullen houden.
Ghegeven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert een ende tnegentich op sunte
Tyburciusdach marteler.
Afschrift door Henrichs Hegelen, notaris, in inv.nr. 1, fol. 121.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat de olderlieden en gildemeesters in 1519 Johan
Egbertss. van deze belofte tot schadeloosstelling hebben ontslagen.
166
1491, 15 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 3 gouden rijnsgulden, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde en dat zij de koopsom hebben aangewend tot betaling van een rosmolen, door
de stad gekocht van Henrick Yebbekynck, en tot een betaling aan Conrait
Schymmelpennynck.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert eyn ende tnegentich op dynxdach nae
sunte Martensdach in den wynter.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 12.
N.B. Met aantekening over de wijziging van de rentevoet van 6¼% in 5% in 1551.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
167
1492, 23 februari
Bernt van Holthuesen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Johan Yebbekinck
en Aelbert to Herlicke, bouwman op ‟t Hamme, en Uelent en Wisse, hun resp. vrouwen, een
jaarrente van 5 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun goed de Nyenkamp en
uit de Nyenmaat, gelegen in het kerspel Voirden in de buurschap Veltwick, verkocht hebben
aan Hille, vrouw van Herman van Ophave, en Johan en Vrede, hun kinderen, en dat Derick
van Webell geheten Otten en Henrick Jebbekinck, broeder van Johan voornoemd, zich
hiervoor borg hebben gesteld.
Gegeven in den jair ons heren dusent vierhondert ende twie ende tnegentich des donredages
nae sunte Petersdach ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 140 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling en over de aflossing in 1555.
168
1492, 7 december
Beernt van Holthuesen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Andries
Weedersche en Lysbeth, zijn vrouw, een jaarrente van 5 molder winterrogge, zutphense maat,
gaande uit hun slag sland, Wullynckslach genaamd, gelegen in het kerspel Wychmonde in der
Lanckhorst, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde in
de Grote Kerk, “daer men die aelmyssen van gyfft voer der kerkckdoeren”, en dat Derick en
Henrick Mentynck, gebroeders, zich hiervoor borg hebben gesteld.
Gescreven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert twee ende tnegentich op Onser Liever
Vrouwenavent conceptionis voer Kerssmysse.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 110.
N.B. Doorgehaald.
169
1492, 19 december
Gelmar van den Wall, stadhouder van Beernt van Holthuysen, scholt van Zutphen binnen en
buiten, oorkondt, dat Werner Hermeldynck een jaarrente van 4 molder winterrogge, zutphense
maat, gaande uit zijn goed Hermeldynck, gelegen in het kerspel Wernsfelde in de buurschap
Wercken, verkocht hebben aan Beernt Tjoeden en Geertruydt, zijn vrouw, en dat Henrick toe
Koerenbleck en Werner Zesynck zich hierover borg hebben gesteld.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert twee ende tnegentich op gunsdach nae
sunte Luciendach der heiliger junfferen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 126 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 25 mei 1509 (reg.nr. 222).
1
Ook Herlekampt en Herkamp geschreven.
Archiefnummer 84
Pagina 31 van 74
170
1493, 15 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Herman van Goch en Hilleken, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 gouden rijnsguldens en 3 oortguldens, gaande uit hun huis in de
Torffstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anhonysgilde.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert drye ende tnegentich opten dynxdach
post Ponciani martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 22.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en de herbelegging.
171
1493, 6 april
Henrick ter Haer verklaart een jaarrente van twee molder winterrogge, zutphense maat,
gaande uit zijn hofstede, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Wercken,
verkocht te hebben aan Huebert van Ryt en Bartruyt, zijn vrouw.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vierhondert drie ende tnegentich opten heiligen
Paeschaevent.
Afschrit in inv.nr. 1, fol. 44 vso.
N.B. Met aantekening over de aflossing. Hierdoor was gestoken de akte van 14 februari 1498
(reg.nr. 186).
172
1493, 9 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Conrait van Leysten en joffer Alijt, zijn
vrouw, een huis, gelegen bij de Marspoerte langs de muur, verkocht hebben aan Ailbert
Kersseboem en Mente, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duysent vierhondert drie ende tnegentich op den donredach na
Cantate.
Afschrift in inv.nr. 1. fol. 13.
173
1493, 23 mei
Johan van Dorsten en Jutte, zijn vrouw, verklaren, dat zij onder voorbehoud van levenslange
lijftocht schenken aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde de jaarrente
van 5 molder winterrogge uit het goed Ywerdynck, gelegen in het kerspel Gorssell in de
buurschap Eesschede, zoals deze door hun zoon Johan van Graess bij akte van 21 mei 1491
(reg.nr. 163) was gekocht, waardoor deze akte is gestoken, en van wien zij deze jaarrente
hebben geërfd.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vierhondert drye ende tnegentich op den neesten
donredach voor Pynxsteren.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 109.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1542.
174
1493, 14 augustus
Willem ter Ryt erkent, dat hij met 14 gouden rijnsguldens het Sint Anthonysgilde in de Grote
Kerk heeft gewonnen voor zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw en zichzelf, en dat hij deze som
als jaarrente van 2 pond heeft gevestigd in zijn vierdedeel van het erf Besselynck, gelegen in
het kerspel Almen.
Gescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert drie ende tnegentich op Onser Liever
Vrouwenavent toe vier hoechtiden.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 118 vso.
N.B. Doorgehaald.
175
1493, 29 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Voirvechter en Alijt, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis op de Nyerstat aan de Mosmerckt, grenzende aan
het huis van de klompenmaker en het Broick, verkocht hebben aan de gildemeesters van Sint
Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert drye ende tnegentich op dynxdach nae
Symonis et Jude apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 50 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504.
Archiefnummer 84
Pagina 32 van 74
176
1494, 11 april
Aernt Huernynck en Gelmer then Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Ailbert
Raeven en Geertruyt, zijn vrouw, Jan Raeven en Gryete, zijn vrouw, Gotschalck Raeven,
Herman Raeven en Lyzabeth, zijn vrouw, Nyese, weduwe van Henrick Raeven, en Maryken,
Henricks dochters, en Geryt, hun broeder, de rentebrief van 8 april 1482 (reg.nr. 118),
waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthonysgilde en dat Maryken heeft beloofd, dat haar broeder Jan, die in Lijfflant is,
bij zijn terugkomst afstand zal doen van zijn recht op deze jaarrente.
Gegeven in den jaeren onss heren duesent vierhondert vier ende tnegentich opten vrijdach
nae den sonnendach Quasi modo geniti.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 4.
177
1494, 6 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wolter Kueper en Zwena, zijn vrouw, een
jaarrente van 6 pond, gaande uit hun huis en hof buiten de Laerpoort, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Antonysgilde.
Gegeven in den jair onss heren duesent vierhondert vier ende negentich op maenendach nae
Odulphi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 67.
N.B. Met aantekening van de rentebetaling in 1504 en “hyer en boert mij nyet”.
178
1494, 9 juli
Arnt Huyrnynck en Jacop Schymmelpennynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Derick die Wyt en Jutte to Kalffsler, zijn vrouw, het goed het Grote Rieffeler en de halve
hofstede Zarynck, gelegen in het kerspel Hengell in de buurschap Bekefelt, hebben gegeven
aan Sint Annen en Sint Anthoniusgilde in de Grote kerk, waarvoor elk gilde twee preuvingen
meer dan tot dusver voor de zielen van de schenkers en hun vrienden moeten uitreiken.
Gegeven in den jair onss heren duesent vierhondert vier ende tnegentich op goensdach na
translationis Martini.
a. Oorspr. (inv.nr. 645), met de zegels van de oorkonders.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 92.
179
1495, 9 oktober
Beernt Wullinck oorkondt als leenheer van het goed Huenynck, gelegen in het kerspel
Seelhem, dat Evert Poppinck en Agnes, zijn vrouw, een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens
min een oort, gaande uit dit goed, met zijn toestemming verkocht hebben aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk en dat dezen aan dit leengoed
mogen peinden.
Ghescreven in ‟t jaer ons heren dusent vierhondert vijff ende tnegentich op Zantgangenavent.
a. Oorspr. (inv.nr. 814), met het geschonden zegel van de oorkonder; dat van Evert Poppinck
is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 97.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1561.
180
1495, 16 oktober
Gosen van Lennep en Gheertruit, zijn vrouw, verklaren, dat zij de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk schadeloos zullen houden van de
jaarrente, die Evert Poppinck en Agnes, zijn vrouw, hun zwager en zuster, hen hebben
verkocht bij akte van 9 oktober 1495 (reg.nr. 179) waardoor deze akte is gestoken.
Ghegeven in ‟t jaer ons heren dusent vieerhondert vijff ende tnegentich op suncte Gallendach
des hilligen confessoers.
a. Oorspr. (inv.nr. 814), met het geschonden zegel van Philips van Mekeren; het zegel van
Gosen van Lennep is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 98.
181
1496, 15 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Andriess van Haifften en Hele, zijn vrouw,
een jaarrente van 3½ gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis de Roide Torn genaamd,
gelegen aan de Lange Hoffstraat tussen de Kleyne Roide Torn en de Roidetornstraat,
verkocht heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde in Zutphen.
Archiefnummer 84
Pagina 33 van 74
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert sess ind tnegentich op saterdach na sunt
Victorsdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 783), met een fragment van het zegel en contrazegel van de stad.
N.B. In dorso namen van eigenaren van dit huis.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 37 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504, 1543 en 1561.
182
1497, 30 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Beernt Schipsmeder en Geertruyt, zijn
vrouw, een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun hofstede in de Barlheze, grenzende aan de
stadsmuur, overgedragen hebben aan Mechtelt Smedinck.
Gegeven in den jaer onss heren duesent vierhondert soeven ende tnegentich op donresdach
nae sunte Katherinendach.
Afschrift in inv no. 1, fol. 26.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504. Hierdoor was gestoken de akte van 20
april 1499 (reg.nr. 191).
183
1498, 4 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Huebert te Ryt en Bartruyt, zijn vrouw, hun
huis en hof, gelegen op de Nyerstat achter het huisje in de Hallerstraat, voor hun ziel en die
van hun ouders hebben overgegeven aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniusgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair onss heren duesent vierhondert acht ende tnegentich op sunte
Agathenaevent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 44.
N.B. Met aantekening dat dit huis in 1504 het gilde is aangestorven.
184
1498, 5 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem Yseren en joffer Willemken, zijn
vrouw, een jaarrente van 6 gouden rijnsgulden en een oort uit hun huis in de Hoffstraat
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde.
Gegeven in den jaeren onss heren duesent vierhondert acht ende tnegentich op maenendach
nae Lichtmysse.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 6 vso.
N.B. Doorgehaald.
185
1498, 6 februari
Willem Yseren verklaart, dat de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde binnen
Zutphen, zo hij in gebreke blijft de jaarrente, door hem en zijn vrouw Willemken bij akte van 5
februari 1498 (reg.nr. 184) overgedragen, te betalen, mogen peinden aan al zijn goederen.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert acht ende tnegentich op dynxdach nae
Lichtmysse.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 6 vso.
N.B. Doorgehaald.
186
1498, 14 februari
Willem Yseren en Aernt van Fuyrden, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Huebert van
Ryt en Bartruyt, zijn vrouw, de rentebrief van 6 april 1493 (reg.nr. 171), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoniusgilde
in de Grote Kerk.
In den jaer onss heren duesent vierhondert acht ende tnegentich op sunte Valentijnsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 45.
187
1498, 15 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gelmer van den Wall en joffer Margriet,
zijn vrouw, een jaarrente van 4 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis in de Waeterstraat,
strekkende tot aan de stadsmuur, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthoniusgilde in de Grote Kerk.
Ghegeven in den jaer onss heren duesent vierhondert acht ende tnegentich op donredach
nae sunte Valentijnsdach.
Archiefnummer 84
Pagina 34 van 74
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 5.
N.B. Doorgehaald.
188
1498, 16 februari
Willem Yseren en Aernt Huernynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Gelmer van den
Wall en joffer Margriet, zijn vrouw, hebben verklaard, dat de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonisgilde, zo zij in gebreke blijven de jaarrente van 15 februari 1498 (reg.nr. 187) te
betalen, mogen peinden aan al hun goederen.
Gegeven in den jaer onss heren duysent vierhondert acht ende tnegentich op vrijdach nae
sunte Valentijnsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 5.
189
1498, 26 juli
Gerrit van Bruickhuisen en Arnt van den Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Jan
Raven en Griete, zijn vrouw, de rentebrief van 10 april 1487 (reg.nr. 143), waardoor deze akte
is gestoken, hebben overgedragen aan Ailbert Kersseboem en Mente, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duesent vierhondert acht ind tnegentich op donredach post
Jacobi.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 53 vso.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 72.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 16 februari 1504 (reg.nr. 204).
190
1499, 16 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ecbert van Vreden en Alit, zijn vrouw, een
jaarrente van 3 oort gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Spronckstraat, verkocht
hebben aan de gemene vicarissen in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vierhondert negen ende tnegentich op dinxedach na
Misericordia Domini.
Oorspr. (inv.nr. 795); het stadszegel ontbreekt.
191
1499, 20 april
Gairt Berner en Geryt van Buerloe, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Mechtelt
Smedynx de rentebrief van 30 november 1497 (reg.nr. 182), waardoor deze akte is gestoken,
heeft overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonyssgilde.
Gegeven in den jaeren ons heren duesent vierhondert negen ende tnegentich op saterdach
nae Misericordia Domini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 26.
192
1500, 20 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ailbert Raeven en Geertruyt, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis opten Haigen, achter uitgaande opten Haigen,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonyssgilde.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vijffhondert opten maendach nae sunt
Anthonyssdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 21 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing in 1548.
193
1500, 20 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Arnt Havelynck en Katheryne, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis in de Hospitaelspoort naast het huis van het
Ailden Gasthuys, achter strekkende aan de “nyen wall”, verkocht hebben aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthonyssgilde.
Gegeven in den jaer ons heren vijffthienhondert opten maenendach nae sunte
Anthonyssdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 58.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1504 en 1543 en over de
aflossing in 1546.
Archiefnummer 84
Pagina 35 van 74
194
1500, 27 mei
Aernt Huernynck en Aernt van Voirden, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Lambert van
Zassenhem Lambertszoon en Derick, zijn vrouw, de rentebrief van 29 juli 1491 (reg.nr. 164),
overgedragen hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonyssgilde.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vijffhondert op wonsdach nae Vocem jocunditatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 7 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1545.
195
1502, 6 mei
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Garrit Weynck, als
erfgenaam van Henrick ter Hair, en Alijt, weduwe van Henrick ter Haer, een jaarrente van 5
molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun halve hofstede en gehele huis, die Haer
genaamd, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap te Warcken naast
Londinkxstege, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote
Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer onses heren duesent vijffhondert ind twie des frijdaeges nae onses heren
Hemelfaertsdaige.
a. Oorspr. (inv.nr. 811), met het geschonden zegel van de oorkonder.
N.B. In dorso: “Eenen stuck landes genant die Haer bij Londincksstege toe Varcken. Dyse
Haer hoert nu et gylde toe”.
b. afschrift in inv.nr. 1, fol. 123.
196
1502, 23 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 3 gouden rijnsguldens en een halve oort, gaande uit de
stadsrenten, -goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan Henrick Kaelsack.
Gegeven in den jair ons heren duesent viefhondert ende twie op sunt Bartolomeusavont.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 142.
N.B. Met aantekening over de munt waarin betaald zal worden.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening dat deze jaarrente gevestigd is wegens een paard, dat de stad
geschonken heeft aan de maarschalk Henrick Snijdewint. Met aantekening over de
conversie van de rentevoet in 1551. Hierdoor was gestoken de akte van 17 december
1519 (reg.nr. 259).
197
1502, 13 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en goeddunken van de
gemeenslieden een jaarrente van 23 gouden rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, hebben verkocht aan Johan Schimmelpenninck.
Gegeven in den jaer onses heren duysent vieffhonderd ende twee op donredach nae Victoris.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening over de verrekening van de schuld van de stad aan Arnt Slyndewater
en Jan Schimmelpenninck. Hierdoor was gestoken de akte van 23 april 1623.
198
1502, 24 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 11 rijnsguldens, 1½ oort en 2 klimmers, gaande uit de
stadsbrouwaccijns, -renten, -goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Goesen van
Lennep en Geertruit, zijn vrouw, en dat dit geld afkomstig is van Geertruids moeder, wier geld
door de stad in 1499 bij de wisselbank was opgenomen tot betaling van de 2000
äeverlentsche knechten”.
Gegeven in den jaere uns heeren duysent vieffhondert ind twie op Sint Katharinenaevent.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening over een wijziging van de rentevoet van 6¼% in 5%.
199
1503, 1 februari
Beernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Willem Garrytz.
en Alijt, zijn vrouw, op verzoek van de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde,
die wegens de wijziging in de rentevoet het onderpand van het huis in de Laerpoort voor de
21 juli 1483 daarin gevestigde jaarrente van 2 rijnsguldens (reg. 122) te gering vinden, de helft
Archiefnummer 84
Pagina 36 van 74
van het goed Hueninck, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Warcken, voor
deze jaarrente mede ten onderpand stellen.
Gegeven in den jaere onss heren doe men screeff duesent vijffhondert ind drye op den
wonsdach ind Onser Liever Vrouwenavent purificationis geheyten Lychtmyssen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 122.
N.B. Doorgehaald.
200
1503, 8 april
Bernt van Holthuesen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick Lansynck
een jaarrente van 5 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit zijn erf en goed
Wesselynck, gelegen in het kerspel Vorden, verkocht heeft aan Lambert Bueskens en Mente,
zijn vrouw.
Gegeven in den jair onses heren duesent viefhondert ind drie des saterdaiges na der
sonnendaige Judica me Domine in der hilliger vastenne.
Afschrift in inv.nr. 1 fol. 144 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling en herbelegging. De twee
hierdoor gestoken akten zijn niet afgeschreven.
201
1504, 19 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Groessen en Lutgert, zijn
vrouw, een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun hof, gelegen op de Bofenberch langs de
stadsmuur, grenzende aan de Gasthuishof, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonissgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ind vier op vrijdach post Ponciani.
a. Oorspr. (inv.nr. 772), met een fragment van het zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 52 vso.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetalingen in 1504, 1543 en 1561.
202
1504, 24 januari
Johan Kreynck en Gerrit van Vorthuisen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Herman
Buynynck en Griete, zijn vrouw, een jaarrente van 1 gulden, genoemd in de akte van 20
februari 1467 (reg.nr. 79), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ende vier op gunsdach post Agnetis.
Oorspr. (inv.nr. 796), met de zegels van de oorkonders.
203
1504, 31 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerrit Buenynck en Mente, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 pond, gaande uit hun huis in de Hospittailspoort, achter grenzende aan de
stadsgracht, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde.
Gegeven in den jair ons heren duesent viffhondert ind vier sgunsdaiges na sunt Pauwelsdach
conversionis.
Oorspr. (inv.nr. 794); het zegel van de stad verloren.
N.B. In dorso en op los bijliggend strookje namen van latere eigenaren van dit huis.
204
1504, 17 februari
Gerrit van Bruickhuisen en Gerrit Schymmelpenninck, schepenen van Zutphen, oorkonden,
dat Tomas Kersseboem en Marrie en Fye Kersseboems de helft van de rente, vermeld in de
akten van 10 april 1487 en 26 juli 1498 (reg.nr. 143 en 189), waardoor deze akte is gestoken,
hebben overgedragen aan Mente Kersseboems, hun stiefmoeder.
Gegeven in den jair ons heren dusent vijfhondert ind vier op saiterdaich na Valentini.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 53 vso.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 72.
205
1504, 17 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Tomas Kersseboem en Marrie en Fye
Kersseboems de helft van een huis voor de Merspoort langs de muur, dat zij van hun vader
Ailbert Kersseboem hebben geërfd, hebben overgedragen aan Mente Kersseboem, hun
stiefmoeder.
Archiefnummer 84
Pagina 37 van 74
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ind vier op saiterdach na sunt
Valentinsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 13 vso.
206
1504, 29 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Katheryne ten Wolschenhuesen en Griete,
haar dochter, een jaarrente van 1 pond, gaande uit hun huis in de Lairpoort, verkocht hebben
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ind vier opten manendach nae Jubylate.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 69 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1507.
207
1504, 7 juni
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Bernt toe
Mollenbrugge en Wilhem Addinck een jaarrente van 5 molder winterrogge, zutphense maat,
gaande uit Bernts kamp land, groot 3 molderzaad, geheten dat Nyelant, gelegen in het kerspel
Voirden in de buurschap Mossel, begrensd door de Moelensruggermaethe, de straat en het
veld, en uit Willems kamp, geheten den Onlandesschen Kamph, begrensd door Addinxweide,
het Broekeskampken, de mark en het onland, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgskerk binnen Zutphen en dat Arnt
Enserinck en Willem Addinck voornoemd zich hiervoor hebben borg gesteld.
Gegeven in den jair ons heren dusent vijffhondert ind vier opten vrijdach nae sunte
Bonifaciusdaege des hilligen bisscops etc.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 123 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen dat deze jaarrente alleen uit Moellenbruggekamp gaat,
omdat Addinck een eigen goed is. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in
1567.
208
1504, 7 juni
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Wolter
Stienmetzeler en Harmen ther Noirtwick hebben verklaard Bernt toe Moelenbrugge en Wilhem
Addinck schadeloos te zullen houden voor de jaarrente, welke dezen 7 juni 1504 (reg.nr. 207)
hebben gevestigd ten behoeve van Sint Anthoenis Grote Gilde in Sint Wolburg Kerk te
Zutphen, en dat Wolter Stienmetzeler zijn helft van het goed Tjoecckinck, gelegen in het
kerspel Hengelle in de buurschap Varsselle en Harmen ther Noirtwick zijn aandeel in het goed
ther Noirtwick, gelegen in het kerspel Vorden in de buurschap Lynde hiervoor ten onderpand
hebben gesteld.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende viere opthen vridach nae sunte
Bonefaciusdaeghe.
Oorspr. (inv.nr. 806), met het zegel van de oorkonder.
209
1504, 3 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Garret Bueningh en Mente, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 pond, gaande uit hun huis in de Hospitalspoort, achter strekkende aan de
stadsgracht, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonysgilde.
Gegheven in dem jare ons heren dusend vyefhondert ende vyer des wonsdach na sunte
Pauwelsdach conversionis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 58 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1504 en de aflossing.
210
1504, 5 december
Berndt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick Gotinck
en Johanna, zijn vrouw, de hofstede met het huis, genaamd Karsseboimskamph, gelegen in
het kerspel Warnsfelde in de buurschap Warcken naast het goed Gotinck, verpand hebben
aan Johan Veren en Engele Gotinck, zijn vrouw, zwager en zuster van Henrick Gotinck.
Gegeven in den jaere onses heren duesent viffhondert ind viere des donredaiges nae sunte
Barbarendaege der hilliger jofferen.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 180 vso.
N.B. Met aantekening over de overdracht van deze hofstede aan de Sint Anthonis Grote
Broederschap in 1555 en 1556 (reg.nr. 358 en 364).
Archiefnummer 84
Pagina 38 van 74
211
1505, 31 april
Thonnyss van Zeyst, richter in het kerspel Hengello opten Goy vanwege Kairlle, hertog van
Gelre en Guylick, graaf van Zutphen, oorkondt, dat Rickqwyn Zarrynck en Alijt, zijn vrouw, een
jaarrente van 5 schepel winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun maat land, genaamd die
Broickmaith, gelegen in het kerspel Hengello, te leveren binnen Zutphen op de meimarkt bij
het staande kruis, verkocht heeft aan Wilhelma Brugginck en dat Johan ten Langen zich
hiervoor heeft borg gesteld.
Gegeven in den jair onss heren duysent vijffhondert ind vijff op meyavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 132 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de aflossing in 1564.
212
1505, 17 mei
Arnt Slindewater en Andries Lerinck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johan van
Kranenborch Derickszoon als erfgenaam van Alijt van Kraenenborch de rentebrief van 20
februari 1478 (reg.nr. 99), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ind vijf opten saterdach nae Pancracii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 12 vso.
213
1505, 8 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Anneke Glaiszemaickers van Monster een
jaarrente van 1½ gouden rijnsgulden, gaande uit haar huis in de Torfstraat, achter strekkende
aan het Moninckenhuis, verkocht heeft aan Zweer Meckynck en Jutte, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duysent viefhondert ende vijf opten dynxdach post visitacionem
Marie virgynis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 74.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat haar moeder en Andries Glacemaker, haar broeder,
in deze overdracht hebben toegestemd. Met aantekening over de rentebetaling en de
aflossing in 1542.
214
1506, 5 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een lijfrente van 7 enkele rijnsguldens, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Deryck Wensynck.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ende seess opten dinxdach post
Inventionem sancte crucis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 73 vso.
N.B. Met aantekening dat deze lijfrente is gevestigd in plaats van het derde deel van een
erfrente ten laste van de stad voor Claess Snelleborch en Elsken, zijn vrouw. Vergelijk reg.nr.
223.
215
1506, 23 juni
Arnt Slindewaiter en Bernt van Ruderloe, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat pater
Johan van Zwolle, pater van het Convent van Admanshuiss, door toedoen van de door de
Raad aangesteld verwaarders van het convent, de jaarrente van 4 molder rogge, vermeld in
de akten van 23 maart 1461 en 6 oktober 1462 (reg.nr. 62 en 68), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde
in Sint Walburgiskerk, teneinde het “testament” van Gertruid, weduwe van Marten Voss, te
betalen.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ind sess op sunct Johansavent nativitatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 129 vso.
216
1507, 18 oktober
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick van
Hackforth en joffrouw Marrie van Munster, zijn vrouw, een jaarrente van 4 molder winterrogge,
zutphense maat, gaande uit hun land, Hamminckslach genaamd, gelegen in het kerspel
Vorden in de buurschap Delden, verkocht hebben aan Henrick van den Bussche en Niese,
zijn vrouw.
Archiefnummer 84
Pagina 39 van 74
Gegeven in den jaire onses heren duesent vijffhondert ind soevenen des maenendaeges nae
sunte Gallendaege des heiligen confessoris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 126 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de aflossing en herbelegging.
217
1508, 14 januari
Andries Schymmelpennynck en Lenze Veer, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Geertruyt, weduwe van Beernt Tyoeden, de rentebrief van 27 oktober 1488 (reg.nr. 152),
waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vijffhondert ende acht opten frijdach ipso Ponciani.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 125.
218
1508, 14 januari
Andries Schymmelpennynck en Lense Veer, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Geertruyt, weduwe van Beernt Tjoeden, de rentebrief van 16 april 1491 (reg.nr. 162),
waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vijffhondert ind acht opten frijdach ipso Ponciani.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 126.
219
1508, 21 februari
Gerrit Smedinck en Egbert, zijn zoon, erkennen een jaarrente van 2 molder winterrogge,
zutphense maat, gaande uit hun goed Tanckinck, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de
buurschap Wercken, verkocht te hebben aan Essele Lebbinx, dochter van Herman Lebbinx en
Stiene Ylmerinx, en Willem Addinck en Henrick Buerinck verklaren zich hiervoor borg te
stellen.
Gegeven in den jaere ons heren duesent vifhondert ind acht op sunt Petersavont ad
cathedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 137 vso.
220
1509, 19 januari
Bernt van Holthuissen, schout van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick van
Hackfort ter vermeerdering van de aalmoezen van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint
Walburgenkerk binnen Zutphen één van zijn hofhorige lieden, met name Mechtelt, dochter van
Geirt then Kortenschaite en Elsken Bartolt Santbackersdochter, geboren in het kerspel Vorden
en gesproten uit het geslacht ther Aeffze, haar kinderen, kindskinderen enz., heeft
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van genoemd gilde.
Gegeven in den jair onses heren duesent vijffhondert ind negenne oppe den vrijdach nae
sunte Anthonissdaige des heiligen abbatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 130 vso.
221
1509, 19 januari
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt dat Henrick van
Hackfort ter vermeerdering van de aalmoezen van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint
Walburgenkerk binnen Zutphen één van zijn hofhorige lieden, met name Harmen, zoon van
Ailbert ter Ockhorst en Truede Plasse, geboren in het kerspel Vorden en gesproten uit het
geslacht Wonninx, heeft overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van genoemd
gilde.
Gegeven in den jaire onses heren duesent vijffhondert ind negen oppe den vrijdach nae sunte
Anthonisdaige dess heilligen abbatis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 129 vso.
222
1509, 25 mei
Aelt Yseren en Henrick Stuerman, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Geertken Tjoeden
de rentebrief van 19 december 1492 (reg.nr. 169), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in „t jair ons heren duysent vijffhondert ind negen ‟s frijdages post dominicam Exaudi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 127.
Archiefnummer 84
Pagina 40 van 74
223
1509, 29 oktober
Gerlich van der Capellen Henrixzoon en Gerlich van der Capellen Claeszoon, schepenen van
Zutphen, oorkonden, dat Henrick Wensinck de erfrentebrief [van 5 mei 1506] (reg.nr. 214) die
de stad hem schuldig is wegens de jaarrente van wijlen Claess Snellenborgh, overgegeven
heeft aan zijn broeder Derick Wensinck.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert ende negen op manendach na sunt Simonis
et Judedach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 73 vso.
224
1509, 13 december
Bernt van Holthuessen, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Ailbert Londynck
en Eeffze, zijn vrouw, het Londinxkemphken, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de
buurschap Warcken aan de Heelerstraat, hebben overgedragen aan Johan Udynck en Griete,
zijn vrouw.
Gegeven in den jaere onses heren duesent wijffhondert ende negenne opten donresdach sunt
Luciendaege.
a. Oorspr. (inv.nr. 694); het zegel van de oorkonder is verloren.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 11 maart 1532 (reg.nr. 282).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 153 vso.
225
1512, 26 februari
Burgemeester, schepenen en raad van de stad Lochem oorkonden, dat Gosen Voelckerinck
en Fenne, zijn vrouw, aan Henrick Volckerinck, zoon uit Fenne‟s eerste huwelijk, hebben
overgedragen als zijn vaderlijk erfdeel een huis, hof en boomgaard binnen Lochem en een
gaarde en een kamp roggeland, de Lypperkamp genaamd, gelegen buiten Lochem, tezamen
een inkomen van ongeveer 22 enkele guldens gevende.
Gegieven in den jair unser heren duesent vijffhondert ind twelffe des yersten dages nae sante
Mathiasdach des hilghen apostels.
Oorspr. (inv.nr. 843), met een fragment van het stadszegel van Lochem.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 4 maart 1512 (reg.nr. 227).
226
1512, 2 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wytzse Meyerinx een huisje, gelegen in de
Beckerstraat, heeft overgedragen aan Zwene, dochter van Gerrit Ruyther, en Anne, dochter
van Lambert Holtsnider.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijfhondert ende twelff opten dinxedach post Invocavit.
Oorspr. (inv.nr. 829), met een fragment van het zegel en contrazegel van de stad.
227
1512, 4 maart
De officiaal, iudex van de Curia Traiectensis, oorkondt, dat Henricus Henrici de Lochem,
kanunnik in de diocees van Trajectum, alle wijdingen mag ontvangen, daar hij heeft
aangetoond over een voldoende inkomen te beschikken.
Datum anno domini millesimo quingentesimo die uarta martii.
Oorspr. (inv.nr. 843), met een fragment van het zegel van de oorkonder in rode was en de
handtekening van N. Buser.
N.B. Gestoken door de akte van 26 februari 1512 (reg.nr. 225).
228
1512, 24 september
Garrit van Broickhuissen en Lense Veer, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Ricolt dye
poirter van de Maspoort en Hadewich, zijn vrouw, de jaarrente, vermeld in de akten van 23
juni 1472 en 18 april 1476 (reg.nrs. 94 en 96), waardoor deze akte is gestoken, welke
Hadewich heeft geërfd van Jutte Spallen, overgedragen hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vifhondert ind twelff fridages post Mathei apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 14 vso.
229
1512, 24 november
Henrick Sturman en Peter van Apeltarn, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Eefze,
weduwe van Ailbert Londynx, het land, genaamd Londynckhilter an den Bruynynck, gelegen in
Archiefnummer 84
Pagina 41 van 74
de buurschap Warcken, overgedragen heeft aan de olderlieden en gildemeesters van het Sint
Tonis en het Sint Anna Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaeren ons heren duysent vifhondert ind twelf des goensdaiges in profesto
Katerine virginis.
a. Oorspr. (inv.nr. 690) met de zegels van de oorkonders.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 142.
230
1513, 22 januari
Gerlich van der Capellen en Lensze Ver, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johanna
Engelbertz en Gerrit, haar zoon, de pandschap van twee stukken land, vermeld in de akte van
4 februari 1489 (reg.nr. 153), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonissgilde.
Gegeven in den jair ons heeren duesent vijfhondert derthien opten saterdach post Angnetis.
Oorspr. (inv.nr. 691), met de zegels van de oorkonders.
231
1514, 16 januari
Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Zwolle oorkonden, dat zij door toedoen en
met medeweten van de gemeenslieden een jaarrente van 7 hoornsguldens, gaande uit de
stadsaccijnzen, tollen, renten, inkomsten en goederen, hebben verkocht aan Nenne Grues.
Gegeven in ‟t jair ons heren vijfftinhondert inde viertine up maendach nae Ponciani martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 161 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat deze jaarrente in 1548 is afgelost. Hierdoor was
gestoken de akte van 29 augustus 1545 (reg.nr. 319).
232
1514, 10 februari
Johan van Holthuessen, rentmeester ‟s lands van Zutphen, oorkondt, dat Bernarda, weduwe
van Henrick Lebbinck Wennemerszoon, en Henrick Lebbynck de oude en Harmen Lebbinck,
gebroeders, als ooms van de onmondige kinderen van Henrick Lebbinck voornoemd, hun
neef, voor het hofgericht 7 molder zaad haverland, gelegen in het kerspel Warnsfelt in de
buurschap Vierackeren, grenzende aan het Riene, de Viirackersteeg, Rienerkamp en
Raessinxkempken, voor acht jaar verpand hebben aan Sint Anthonis Grote Gilde in Sint
Walburgenkerk binnen Zutphen wegens de achterstallige betaling van een jaarrente van 7½
molder rogge uit het hofhorig goed Lebbinck, dat deze pandschap binnen acht jaar moet
worden ingelost, omdat anders dit goed als ledig aan de hertog als hofheer zal vervallen, en
dat de jaarrente uit Lebbinck met deze akte is vervallen.
Op sunt Scholtastica hoir dach anno domini duesent vijffhondert ende vierthien jaeren.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 134.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing.
233
1514, 11 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Tonnies van Ray en Effse, zijn vrouw, een
jaarrente van 4 goudguldens, gaande uit hun huis buiten de Laerpoort op de hoek van de weg
naar de Coelsteeg, achter strekkende aan de Koelsteeg, verkocht hebben aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vijffhondert ind viertien ‟s saterdaeges post Agathe
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 30 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de rentbetaling tot 1561.
234
1514, 22 februari
Johan van Holthusen, rentmeester „s lands van Zutphen, oorkondt, dat [voor het hofgericht]
Bernarda, weduwe van Henrick Lebbinck Wennemerss., tevens voor haar onmondige
kinderen heeft verklaard een jaarrente van 2½ molder winterrogge, zutphense maat, gaande
uit Lebbynck Nyekamp en uit het hofhorig goed Lebbynck, gelegen in het kerspel Warnsfelt in
de buurschap Viirackeren, schuldig te zijn aan haar broeder Gerrit Eskinck.
Gegeven in den jair ons heren duesent vifhondert unde viertien op sunte Petersdach ad
vyncula.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 149 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 42 van 74
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat deze jaarrente in 1632 is gelost. Hoewel in de akte
staat dat dit voor een openbaar gericht is gepasseerd, blijkt uit de bewoordingen van de akte,
dat het een zitting van het hofgericht betrof.
235
1514, 14 maart
Andries van Bramelle, stadhouder van Henrick Weert, stadhouder en richter van het
scholtambt Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoenis Grote Gilde in Sint Walburgenkerk binnen Zutphen en Johan Harmeldinck en Alijt,
zijn vrouw, een ruiling hebben aangegaan, waarbij het gilde tegen afstand van de
Aelerdinckkamp, grenzende aan Staerinck, Geesinck, Tanckynck hofstede en
Aelerdinckkamp, een stuk groenland, de Bijvanck genaamd, grenzende aan de Haer,
Londinckdijck, Londynckhoff en het veld, gelegen in het kerspel Warnsfelt in de buurschap
Warcken, hebben verkregen en dat de meerwaarde van dit land door Jan Hermeldinck is
aangewend tot betaling van zijn schulden.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende vierthiene des dynsdaiges post
Reminiscere in der vasten.
a. Oorspr. (inv.nr. 692), met een fragment van het zegel van de eerste en het licht
geschonden zegel van de tweede oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 134 vso.
236
1514, 9 december
Willem Wynter en Lubbe, zijn vrouw, Wichman, Mechtelt, Alit, Wise en Janna, kinderen van
Lubbe voornoemd, verklaren, dat zij een stuk land, gelegen in Veluwen in het kerspel
Brummen in de buurschap Oeken op Hellingen overgedragen hebben aan Delis ten Feen.
Gegeven in den jair onses heeren duesent vijffhondert ind viertien opten saeterdach voir sunte
Lucienavont virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 151.
N.B. Met aantekening dat dit land is gekomen van Bernt ten Veen.
237
1515, 20 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Andries Yseren een jaarrente van 4
gouden rijnsguldens min een oortgulden, gaande uit zijn huis op de Nyerstat in de
Harlerstraat, verkocht heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de
Grote Kerk.
Gegeven in den jaire onses heren duesent vijffhondert ende vijffthyne saterdaiges post
Anthonii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 135 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de eigenaren van dit huis en de aflossing in 1612.
238
1515, 12 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Zeelman Oppenoirth en Griete, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 gouden rijnsguldens min een oort, gaande uit hun huis in de
Rodentoornstraat naast de gang van de Rodertoorn, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthoenisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende vijffthiene des manendaiges post
Scholastice virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 136.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1524.
239
1515, 16 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Peter van Aepeldorne en joffer Andreas,
zijn vrouw, een jaarrente van 2½ molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun huis in
de Waeterstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anna en Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende vijffthine upten vridach post
Valentini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 136 vso.
N.B. In margine: “Hyer en bort mij nyet”.
Archiefnummer 84
Pagina 43 van 74
240
1516, 11 maart
Henrick van Vorden en Jacob Hurnynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat de
olderlieden en gildemeesters van Sint Antonisgilde in de Grote Kerk een lijfrente van 18
gouden rijnsguldens verkocht hebben aan Berent ten Feen en Gertruyt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert ind sestien sdinxdages post Judica.
Oorspr. (inv.nr. 815), met sporen van de zegels van de oorkonders.
241
1516, 12 april
Johan van Scerpenzeell, richter van Arnhem en Veluwezoem, oorkondt, dat Bernt ten Veen en
Geertgen, zijn vrouw, hun goed die Veen, gelegen in het kerspel Hall in de buurschap
Eerdtbeeck, overgedragen hebben aan Henrick die Ruyter als olderman en “toefenger” van
Sint Anthonisgilde binnen Zutphen in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair onss heren dusent vijfhondert ind sestyen des saterdaiges na den
sonnendach Misericordia Domini.
a. Oorspr. (inv.nr. 735), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 138.
242
1516, 31 mei
Henrick Weert, stadhouder en richter van het scholtambt Zutphen, oorkondt, dat Wolter to
Bocktehorst en Gertruidt, zijn vrouw, en Jan Geltinck en Mechtelt (zijn vrouw?), een jaarrente
van 31½ molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit de erven Buckhorst en Geltinck,
gelegen in het kerspel Voirden in de buurschap Lynde verkocht hebben aan Harmen
Wensinck en Efze, zijn vrouw.
Gegeven in den jair onses heren dusent vifhondert ende sestiene op sunte Peternellendage
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 77 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de aflossing van de helft van deze jaarrente. De
hierdoor gestoken akte is niet afgeschreven.
243
1517, 1 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Arnt Stoildreger en Claisken, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 enkele gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Berleheze, verkocht
hebben aan Bernt Sluyter en Truyden, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vifhondert ind soeventien sgoensdaiges post Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 71.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1547. Hierdoor was gestoken de akte van 10
juli 1517 (reg.nr. 244).
244
1517, 10 juli
Gerlich van der Capellen Henricszoon en Henrick Stuerman, schepenen van Zutphen,
oorkonden, dat Bernt Sluyter en Trude, zijn vrouw, de rentebrief van 1 april 1517 (reg.nr. 243),
waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert ind soeventien fridaiges post translacionis
Martini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 71 vso.
245
1518, 11 januari
Richter en schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Evert Pelser en Griete, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ enkele gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Torfstraat, achter
uitgaande op de Vaeltstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vijfhondert achtien opten verswaeren manendage post
Epiphanie Domini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 70.
246
1518, 12 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Bernt Ronnynck een jaarrente van 1 pond,
gaande uit zijn huis in de Molenstraat, achter uitgaande in het steegje, verkocht heeft aan de
Archiefnummer 84
Pagina 44 van 74
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk, waarmede hij in het
gilde is gegaan.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert ind achtien fridaiges post Scholastice
virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 70 vso.
N.B. Met aantekening over de aflossing in 1546.
247
1518, 12 februari
Otto Keyen en Henrick van Vorden, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Bernt Ronnynck
heeft verklaard, dat het Sint Anthonisgilde voor de jaarrente uit zijn huis in de Molenstraat bij
nietbetaling mag peinden aan al zijn goederen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vijfhondert achttien fridages post Scholastice virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 71.
N.B. Doorgehaald.
248
1518, 17 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Warnner Kremer en Gertken, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 pond, gaande uit hun huis in de Bodickerstraat, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vijfhondert ind achtien sgoensdaiges post Esto mihi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 70.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1545.
249
1518, 12 mei
Anthonis van Seist, richter in het ambt en kerspel van Hengell op den Goy wegens heer
Kairlle, hertog van Gelre enz., oorkondt, dat Zweder van Karvenhem en joffer Lambrecht, zijn
vrouw, een jaarrente van 10 molder rogge, zutphense maat, gaande uit het goed Meyerinck,
gelegen in het kerspel Hengell in de buurschap Koewick, verkocht hebben aan Reyner
Smedes en Alijt, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duysent vijffhondert ind achtiene op sunte Pancratiusdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 156.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 18 mei 1539 (reg.nr. 298).
250
1518, 20 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Lambert van der Grave en Antonia, zijn
vrouw, een jaarrente van 1 enkele gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Berlehese,
tot een jaarlijkse uitdeling aan de armen op Sint Egidius verkocht hebben aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthonisgilde en Sint Anna gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert achtien sdinxd(ages) post Divisionis
apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 72 vso.
N.B. Met aantekening dat deze brief om Gods wil weer teruggegeven is aan Lambert
voornoemd.
251
1518, 23 juli
Johan de Lege, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat hij Engelbert Harmelinck,
richter te Warnsfelde, tot zijn stadhouder had aangesteld en dat deze hem heeft verklaard, dat
voor hem en gerichtslieden Gerrit Ketell en Garrit Nerinx, kerkmeesters te Vorden, een
jaarrente van 5 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit het land die Haepereist,
gelegen in het kerspel Vorden in de buurschap Delden hebben verkocht aan meester Johan
Tenckinck, schoolmeester, en Aelijt, zijn vrouw, en dat Bernt Besselinck en Andries to
Alrekamp zich hiervoor hebben borg gesteld.
Gegeven in den jaire unses hern duesent vifhondert ende achtien upten vrijdach nae sunt
Marien Magdalenendaege.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulten van Zutphen, openbaar notaris en gezworen
schrijver, in inv.nr. 1, fol. 197.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 15 januari 1571 (reg.nr. 399).
Archiefnummer 84
Pagina 45 van 74
252
1518, 23 juli
Prior en gemene convent van het klooster te Windesem bij Swoll van de orde der Regulieren,
oorkonden, dat zij een jaarrente van 2½ gouden rijnsgulden, gaande uit al hun goederen,
verkocht hebben aan Nenne Gruse.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ende achtiin des daichs nae sunte Marie
Magdalenendach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 161.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat de rente in 1547 is afgelost. Hierdoor was gestoken
de akte van 29 augustus 1545 (reg.nr. 320).
253
1518, 20 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Jan Loipen en Styne, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 pond van 2½ gulden, gaande uit hun huis bij de Apenstart tussen het
Monickenhuis en de Apenstart, strekkende tot aan het Moelenpand, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vifhondert ind achtien fridages post assumptionis
Marie virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 73.
254
1518, 9 oktober
Herman van Veelen, drost van de graafschap Zutphen vanwege heer Kaerl, hertog van Gelre
enz., oorkondt, dat Johan Oelynck en Mairy, zijn vrouw, een slag land, Oelynck Horst
genaamd, gelegen in het kerspel Hengelo in de Hattemermarkt naast Seckbleck en de
Seckbleckerstraat, hebben overgedragen aan Frans die Witte als olderman van Sint
Anthonisgilde op de Oelde Stat binnen Zutphen en Andries Obbekinck als olderman van Sint
Annengilde op de Oelde Stat binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert inde achtyne op saterdach post Francissi
(sic) confessoris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 137.
255
1518, 1 december
Jan van Scarpenzeell, richter van Arnhem en Veluwezoem, oorkondt, dat Jan Koeps en Alijt,
zijn vrouw, het goed Sloynck, gelegen in het kerspel Brummen in de buurschap Lavenem,
hebben overgedragen aan Peter Pels als “tofenger” van het Sint Anthoniusgilde binnen
Zutphen in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren dusent vifhondert ind achtien opten gunsdach na sunte
Andriesdach apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 152.
256
1518, 24 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Hans van Calbbe en Hille, zijn vrouw, een
jaarrente van 9 enkele gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis in de Langer Hofstraat,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer ons heren dusent vifhondert achtien opten heiligen Kerstavont.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 72 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over gedeeltelijke aflossingen.
257
1519, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 5½ gouden rijnsgulden, gaande uit de stadsrenten, goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Joanna, weduwe van Gerrit Zegefalken.
Gegeven in den jaere unses heeren duysent vieffhondert ind negentien op Sint Petersaevent
ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening dat deze rentebrief voortspruit uit achterstallige renten aan het klooster
Zyon te Keulen. De rentebrief is 23 januari 1621 en 19 februari 1621 overgedragen aan de
Sint Anthonis Grote Broederschap.
Archiefnummer 84
Pagina 46 van 74
258
1519, 15 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden dat Henrick Beier en Hensken, zijn vrouw, een
jaarrente van 5 enkele gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Boickerstraat, verkocht
hebben aan de olderlieden van Sint Antonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duysent vifhondert ind negentienen ‟s frijdaiges post dominicam
Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 141 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de valuatie van de munt bij aflossing.
259
1519, 17 december
Jacob Hunynck en Jan Berner, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Gertruyt Kailsack en
Henrick Kailsack, haar zoon, de rentebrief van 23 augustus 1502 (reg.nr. 196), waardoor deze
akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jare onses heren duisent vieffhondert ind negentien satterdach post Luciee.
Afschrift in inv.nr. 766.
260
1521, 16 mei
Johan die Leege, scholt van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Andries van den Walle
en joffer Agnes, zijn vrouw, een jaarrente van 3 enkele gouden rijnsguldens, gaande uit hun
erf en goed Ensynck, gelegen in het kerspel Warnsfelt in de buurschap Evede, verkocht
hebben aan Frans die Witte en Henrick Ruter als olderlieden van Sint Anthonis Grote Gilde in
Sint Walburgenkerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende eyn ende twyntich op
donresdaghe post Servacii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 145 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1562.
261
1521, 16 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem Voitz en Hesse, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ enkele gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis voor de Stenbruggen,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Antonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duysent vifhondert ind eyn ind twyntich op sunte
Lambertzavont.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 74.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1552 en z.j. en over de
aflossing en herbelegging in 1566.
262
1522, 18 januari
Otto Keyen en Derick van Stienre, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Sweer
Sthienhouwer de jaarrente, vermeld in de akten van 25 augustus 1481 en 24 september 1487
(reg.nrs. 115 en 147), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoenys Grote Gilde in Sint Wolburgenkerk binnen
Zutphen.
Gegeven in den jaer onses heren duesent vijffhondert ende twie ende twintich upten
saeterdach sunt Anthonisavont abbatis.
Oorspr. (inv.nr. 788), met het zegel van de tweede oorkonder; dat van de eerste is verloren.
N.B. De datering is onjuist. Sint Anthonis viel in 1522 op vrijdag 17 januari.
263
1522, 4 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Jan van Flieren en Agnes, zijn vrouw, een
jaarrente van 3½ gulden, gaande uit hun huis in de Barnhofzstraat, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Onser Liever Vrouwen Gilde ten Predicanten.
Gegeven in den jaer ons heren dusent viffhondert ind twe ind twyntich fridach post Letare
Jherusalem.
a. Oorspr. (inv.nr. 769); het zegel en contrazegel van de stad, die dateren van na 1572, zijn
bij het herstel van dit charter hieraan bevestigd. Op de zegelstaart staat met dezelfde hand
als de oorkonde “d‟olderlude te monicken”. In dorso aantekening, dat deze rente in 1544
door de Sint Antonis Grote Broederschap is verworven.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 176.
Archiefnummer 84
Pagina 47 van 74
264
1922, 15 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerrit Wamminckhorst een jaarrente van 1
goudgulden aan Sint Annengilde en 2 goudgulden aan Sint Anthonis Grote Gilde, gaande uit
zijn huis op de Nyerstat in de Hallerstraat naast de Margenborch, heeft verkocht.
c
Gegeven in den jaere onses heren duesent v ende xxii opten donredach post dominicam
Jubilaete.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 75 vso.
265
1522, 29 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Jan Snycke en Armgart, zijn zuster, hun
hof buiten de Nysstatpoort hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Antonysgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vifhondert twie ind twintich schunsdach post Simonis
et Jude apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 75 vso.
N.B. Doorgehaald.
266
1523, 12 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Derick van Goch een jaarrente van 4
enkele gouden rijnsguldens, gaande uit zijn huis in de Bodickerstraat, heeft verkocht aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgenkerk binnen
Zutphen.
Gegeven in den jair ons heren duesent viefhondert ende xxiii opten maendach post Trium
Regum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 76.
N.B. Doorgehaald.
267
1523, 15 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Goessen van Vyanen, barbier, en
Truecken, zijn vrouw, een jaarrente van een goudgulden, gaande uit hun huis in de Brede
Straat, gelegen naast de Wildenman, hebben verkocht aan Hermen Raeven Henrixzoon.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende driende twintich upten fridach
post Assentionis Domini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 30 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling tot 1561 en aflossing in 1568.
“Ende hebben die olderlude dye pennynge utgeghieven voer wijen tot de dye maltijt”. De drie
hierdoor gestoken akten zijn niet afgeschreven.
268
1523, 7 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Vlyeren en Agnes, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis in de Bornehoffstraat, verkocht
hebben aan Frans die Witte en Derixken, zijn vrouw.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert ende drie ende twyntich up dynsdach
nae sunt Marttensdach translacionis.
a. Oorspr. (inv.nr. 770), met sporen van het zegel van de stad.
N.B. Met aantekening in dorso dat de Sint Anthonis Grote Broederschap deze rente 18
april 1544 heeft verworven.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 176.
269
1525, 20 april
Richter en schepenen van Sutphen oorkonden, dat Goesen van Vyanen en Trude, zijn vrouw,
een jaarrente van 8 gouden rijnsguldens, gaande uit hun huis aan de Koernmarkt, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair onss heren duysent vijffhondert ende vijff ende twyntich dess donresdaiges
nae den hylligen Paeschdach.
a. Oorspr. (inv.nr. 775), met een fragment van het zegel en het contrazegel van de stad.
N.B. In dorso: “vestenis uut Wyllem Valckenhuis”.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 76 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 48 van 74
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1561 en de aflossing en
herbelegging in 1605.
270
1525, 1 september
Johan van Holthuesen, rentmeester ‟s lands van Zutphen, oorkondt, dat voor het hofgericht
Albert van Zuderaes en joffer Trude, zijn vrouw, het land en de hofstad Mastebroick, gelegen
in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Vierackeren, verpand hebben aan de olderlieden
en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde en dat zij hebben beloofd het hofhorige goed
Vroynck en de bovengenoemde hofstede binnen zes jaren weder in te lossen.
Gegeven in den jair onses heren duesent viefhondert ind vief en twintich des vridages na
sunte Jansdach decollationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 146 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de lossing.
271
1525, 5 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Karseboem en Mechtelt, zijn
vrouw, een jaarrente van 5 enkele goudgulden, gaande uit hun huis aan de Brederstraat,
hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de
Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duysent wijffhondert ende vijff ende twintich op sonnendach
post Omnium Sanctorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 76 vso.
N.B. Met aantekening over de aflossing in 1571.
272
1526, 5 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick van Voirthuysen Zwiederss. en
Kathrina, zijn vrouw, een jaarrente van 3 pond, gaande uit hun huis, gelegen naast de
Hospittailzpoort, achter strekkende aan de stadsmuur, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duysent vijffhondert ende ses ende twintich op donresdach nae
den hilligen Paesdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 77.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1559.
273
1526, 3 juli
Gerrit van Scherpenzeel genant Palick, landdrost van Veluwen, oorkondt, dat Johan
Stegeman en Griete, zijn vrouw, een jaarrente van 4 philipsguldens, gaande uit een stuk land,
Eygerhoiff genaamd, gelegen in het kerspel Voirst naast het Appelse heideveld, verkocht
hebben aan Johan Coster als “toevenger” van de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duysent viefhondert inde sess en twyntich opten dairden dach in
der mant julii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 147 vso.
274
1527, 30 april
Anthonis van Seist, richter in het ambt en kerspel van Hengelo op den Goy vanwege heer
Kairll, hertog van Gelre enz., oorkondt, dat Jacop Enserinck en Gertken, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun stuk groenland,
Enserinx Cloet genaamd, gelegen in het kerspel Hengelo opten Goy achter Wissinck aan de
wetering verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde
en Sint Annen Gilde binnen Zutphen, en dat Willem Doensberch en Johan to Wynckele zich
hiervoor hebben borg gesteld.
Gegeven in den jair ons heren duesent vifhondert ende soeven und twyntich op meyavont
anders geheiten Philippi et Jacobi apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 148 vso.
N.B. Zie ook inv.nr. 802.
275
1527, 27 juni
Johan van Holthuessen, rentmeester ‟s lands van Zutphen, oorkondt, dat voor het hofgericht
Johan Harmelinck voor zes jaar aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoenys
Archiefnummer 84
Pagina 49 van 74
Grote Gilde binnen Zutphen verpand heeft het Harmelynck Broickslach, gelegen in het kerspel
Warnsfelt, buurschap Warcken, gehorende in het hofhorig goed Harmeldynck, waarmede hij
een jaarrente van 4 molder rogge heeft afgelost.
Gegeven in den jaere onses heren duesent vijffhondert soeventwintich dess donresdaiges
nae sunte Johansdach to midsomer.
a. Oorspr. (inv.nr. 693), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 149.
276
1528, 8 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Dubbelzoon en Margreta, zijn
vrouw, een jaarrente van 4 philipsguldens min een oort, gaande uit hun huis in de Torfstraat
op de hoek van de straat waardoor men naar de Predicanten gaat, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de collegiale kerk Sint
Wolborgen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent viefhondert ende acht ende twinchtich op saeterdach
poest Puerificationis Maria.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 77.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1554.
277
1528, 17 december
Sander Schymmelpenninck, stadhouder en richter van het scholtambt Zutphen binnen en
buiten, oorkondt, dat Marryke, weduwe van Arnt Enserinck, haar kinderen en Aelbert
Enserinck een jaarrente van 6 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit hun goed,
Burlsche Stucke genaamd, gelegen in het kerspel Vorden in de buurschap Delden, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint
Walburgenkerk binnen Zutphen.
c
Gegeven in den jair ons heren xv ind xxviii° dess donredages post Lucie virginis ac martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 151 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1561 en 1563 en de aflossing
en herbelegging in 1567.
278
1529, 13 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wyellem Frerixs en Everarda, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 goudgulden, gaande uit hun huis in de Beckerstraat, verkocht hebben aan
de olderlieden en gildemeesters van Sint Antoennis Grote Gilde in de Grote Kerk binnen
Zutphen.
Geghyeven in den jaer ons heeren dusent vijfhoendert ende nyegen ende twyentich up
saterdach poest Letare Jerusalem.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 191 vso.
N.B. In margine: “…ut Lambert Daems brouhuis”.
279
1529, 13 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Coster Jacobszoon en Mechtelt,
zijn vrouw, hun huis in de Hofstraat overgedragen hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Antonis Grote Gilde in de Grote collegiale Kerk binnen Zutphen.
c
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent v ende negen en twyntich op avent Exaltationis sante
crucis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 79.
N.B. Doorgehaald.
280
1531, 28 januari
Garrit Barner en Garrit Kreinck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Garrit van
Broickhusen, burgemeester van Zutphen, en joffer Niese, zijn vrouw, twee rentebrieven van 1
pond en 2 oude schilden hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthonis Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegieven in ‟t jair ons heren dusent viffhondert ende ein ende dartigh opten saterdach post
Agnetis virginis.
Oorspr. (inv.nr. 800), met de geschonden zegels van de oorkonders.
281
(vervallen)
Archiefnummer 84
Pagina 50 van 74
282
1532, 11 maart
Henrick van Voirden en Luloff te Rith, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Griete Udinx
het Londinxkempken, gelegen in het kerspel Wernsfelde, zoals omschreven in de akte van 13
december 1509 (reg.nr. 224), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
In den jair ons heren duesent vijffhundert ind twe ende dertich opten maendach post Letare
Jerusalem.
Oorspr. (inv.nr. 694), met het zegel van de tweede oorkonder; dat van de eerste is verloren.
283
1532, 27 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Schetter, Effze, zijn vrouw, en
Truken, hun dochter, een jaarrente van 8 gouden rijnsguldens in een oort, gaande uit hun huis
aan de Kornmarkt en uit hun hof buiten de Maspoort, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Antonis Grote Gilde in de Sint Walburg kerk.
Gegeven in ‟t jair ons heren dusent viffhondert twei ende dartich guedesdages nae den
heiligen Palmdach.
Oorspr. (inv.nr. 776); niet gezegeld en doorgehaald.
284
1532, 31 juli
Anthonis van Zeist, richter in het ambt en het kerspel Hengele opten Goy vanwege heer
Kaerle, hertog van Gelre enz., oorkondt, dat Johan Heynck en Bernarda, zijn vrouw, een
jaarrente van 2 molder winterrogge, zutphense maat, gaande uit de Brantzhofstede en uit het
goed Swafkynck, gelegen in het kerspel Hengeloe op den Goy, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen in Sint
Walburgenkerk.
Gegeven in den jaer onses heren duesent viffhondert ind twiende dertich op sunt Petersavont
ad vincla.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 154.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1543.
285
1533, 7 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Dubbels en Margrite, zijn vrouw,
een jaarrente van 5 philipsguldens, gaande uit hun halve huis in de Torfstraat langs de
Broederstraat en uit hun halve huis en hof, gelegen op de Becke naast “des zwarten monicken
erfnisse”, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Antonis Grote Gilde
in de Grote Kerk.
c
Gegeven in den jaer onss heren duesent v ende dri en dertich friedachs post Invocavit.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 79.
N.B. Doorgehaald.
286
1533, 22 april
Luedolph van Achtevelt, stadhouder van Johan van Keppel, scholt van Zutphen binnen en
buiten, oorkondt, dat de weduwe van Johan die Ricke en Joachim die Ricke, haar zoon, een
jaarrente van 6 enkele goudguldens, gaande uit het land die Yssenhorst, gelegen in het
kerspel Warnsfelde in de buurschap Lesten, grenzende aan het Leestensche Broeck en die
Laicke, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde
binnen Zutphen in Sint Walburgenkerk.
Gegeven in den jaer onses heren duesent vijffhondert ind drie en dertich opten dinxdach post
Quasi modo geniti.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 152 vso.
N.B. Met aantekening over latere eigenaren van dit land.
287
1533, 10 november
Olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis en Sint Anna Gilde binnen Zutphen in Sint
Walburgenkerk erkennen een lijfrente van 12 enkele guldens ‟s jaars verkocht te hebben aan
Johan Kiemynck en Lisbet, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duysent viefhondert ind drie ende dertich op sunt Martensavont
in den wynter.
Archiefnummer 84
Pagina 51 van 74
Oorspr. (inv.nr. 816), met een fragment van het zegel van de Sint Anthonis Grote
Broederschap; dat van het Sint Annagilde is verloren.
N.B. Gecancelleerd.
288
1534, 3 januari
Broeder Henrick Kreynck, prior, broeder Garyt Kremer, subprior, broeder Henrick van
Deventer, procurator, en de gemene broederen van het convent van de Predickeroerden
binnen Zutphen verklaren, dat de 142 philipsgulden en de jaarrente van 6 molder rogge, die in
1505 waren geschonken door Alijt, weduwe van Johan Ruter, waarvoor jaarlijks een uitdeling
van 5 molder rogge en een half vat boter aan de armen zou worden gedaan, niet naar
behoren waren belegd en ook de roggerente onbekend was, dat hun vader Garyt Ruter, Alijts
zoon, hiervoor 30 goudgulden had geschonken en daarenboven Garyt Ruter voornoemd 20
goudgulden heeft geschonken, waarvoor zij op Sint Barbara een gezongen mis zullen
opdragen voor het Sint Barbarabeeld, staande voor Sint Thomas, dat voor 1 goudgulden wijn
gehaald zal worden voor degenen die over de uitdeling staan en voor de broeders in het
refter, die na de maaltijd een “miserere mei Deus” zullen lezen met een collect voor de
overledenen van het geslacht Ruter en dat dezen door de priesters de volgende dag in de mis
zullen worden herdacht.
Gegeven in den jair onss heren dusent vijfhondert ende xxxiiii den darden dach in januario.
Oorspr. (inv.nr. 819); het zegel van het convent is verloren.
289
1534, 24 januari
Henrick Kiemynck, Johan Kiemynck die olde, gebroeders, en Johan Kiemynck die jonge
Henrickeszoon gaan een ruiling aan met Henrick Kailsack, Frans die Witte en Henrick Rueter,
olderlieden van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen, waarbij het gilde tegen afstand van
twee stukken land, die Maitacker en een akker bij de Braemhuefel, twee stukken land, die
Stienackers genaamd, [onder Warken] verkrijgen.
Gegeven in den jair onses heeren duesent viefhondert ind vierendertich op sunte
Pauwelsavont convertionis (sic).
a. Oorspr. (inv.nr. 695), met de min of meer geschonden zegels van Henrick Kiemynck,
Engelbert Harmelinck, richter, Bernt Ubbekinck en de Sint Anthonis Grote Broederschap.
N.B. In dorso: “buytenscap in Allerdinck”.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 153.
290
1534, 31 januari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Engelbert Meckinck en Frederica, zijn
vrouw, een jaarrente van 6 goudguldens en een oort, gaande uit hun huis in de Torfstraat,
hebben verkocht aan Gerthruidt Cutels.
Gegeven in ‟t jair ons heren dhusent viffhondert vier ind dartich opten satersdach nae
conversionis Pauli.
a. Oorspr. (inv.nr. 797); het stadszegel is verloren.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 30 juni 1544 (reg.nr. 313).
b. Afschrift in inv.nr. 1, tol. 159.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1570.
291
1534, 11 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Arnt van Nyede en Claes, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 enkele goudgulden, gaande uit hun huis in de Berlehesen, verkocht hebben
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Antonis Grote Gilde in de Grote Kerk.
c
Gegeven in den jaer ons heren duesent v ind vir en dartich ‟s guesdaiges na Appolonie.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 78 vso.
N.B. Met aantekening over de wijziging van de rentevoet.
292
1534, 30 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 8½ rijnsgulden, gaande uit de stadsrenten, -goederen en
-inkomsten, verkocht hebben aan joffer Henrica van Bronckhorst.
Gegeven in ‟t jaer ons heeren duysent vieffhonderd vier ind dertich opten wonsdag nae
Innocentium.
Afschrift in inv.nr. 766.
Archiefnummer 84
Pagina 52 van 74
N.B. Met onderschrift dat deze rentebrief voortspruit uit een rente, gevestigd in Gerrit Iserens
huis vanwege de watertol, die van zijn voorouders aan de stad is gekomen en nu gelost is
door de hertog, welke rente nu door Henrica van Bronckhorst aan de stad is overgedragen.
Hierdoor was gestoken de akte van 18 februari 1609.
293
1536, 25 mei
Joachim Horstinck, richter te Zelhem vanwege heer Kairle, hertog van Gelre enz., oorkondt,
dat Wennemer Staerinck en Mechtelt Abbinck, zijn vrouw, een jaarrente van 2 goudguldens
gaande uit hun goed Abbinck, gelegen in het kerspel Zelhem in de buurschap Halle tussen
Jolinck en de oude landweer, hebben verkocht aan Wolter van Haevell genaamd Elger en
Wendell Kosters, zijn vrouw.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijffhondert ind ses en dartich ipso die Urbani.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 159 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1558. Hierdoor was gestoken de akte
van 6 november 1545 (reg.nr. 321).
294
1536, 22 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Beyer en Griete, zijn vrouw, een
jaarrente van 1 goudgulden, gaande uit hun huis en hof in de Boedickestraat, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vijfhondert ind ses ende dertich opter Thiinduesent
Hilligen Mertelerdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 79 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de valuatie van de goudgulden.
295
1538, 16 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan van Voirthuesen Geritszoon,
burgemeester, en joffer Walburga, zijn vrouw, een jaarrente van 5 goudgulden, gaande uit hun
huis en hof op de Nyestat, grenzende aan de stadsmuur, achter aan de armenhuisjes,
verkocht hebben aan Johan en Ottho, gebroeders, zonen van wijlen Alphert to Bishorst en
Alleit, diens vrouw, die thans gehuwd is met Johan van Harderwick.
Gegeven in den jair onses heren duesent vijffhondert acht ind dartich op dinstag na
Palmarum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 155 vso.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 8 oktober 1540 (reg.nr. 302).
296
1538, 1 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Goesen Baltinck en Mechtelt, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 goudguldens, gaande uit hun huis in de Lairpoort aan de wal, hebben
verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in de Grote
Kerk.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent viffhondert acht und dertich op donredach
Allerhilligenavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol 154 vso.
N.B. Doorgehaald.
297
1539, 1 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Oth Schroir en Margreet, zijn vrouw, een
jaarrente van 7½ goudgulden, gaande uit het huis die Papegoy, gelegen aan de Koernmarkt
op de hoek van het Gasthuesessteegje, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters
van het Grote Sint Anthonissgilde in de Grote Kerk van Sint Walburg.
Gegeven in ‟t jair unsers herenn dusent viffhondert negen und dartich op saterstagavent
Purificationis Marie gnant lichtmissen.
a. Oorspr. (inv.nr. 777); het stadszegel is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 154 vso.
298
1539, 18 mei
Derick ten Walle en Henrick Rueter, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Alijt van
Verseveldt de rentebrief van 12 mei 1518 (reg.nr. 249), waardoor deze akte is gestoken, met
de achterstallige rente “om Gods wil” heeft overgedragen aan Johan Coster als “toefenger”
Archiefnummer 84
Pagina 53 van 74
van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen en dat als de kinderen van Alijt terug zouden
keren het gilde hen de helft van deze jaarrente terug zou geven.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vijffhondert ind negen ind dertich opten sonnendach nae
des Heren Hemelfairtzdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 156 vso.
N.B. Daar Henrick Rueter vóór de bezegeling van de akte was gestorven, heeft Gerrit
Schimmelpenninck deze in zijn plaats bezegeld.
299
1539, 18 augustus
Henrick Cloetbanne, stadhouder van Sweerder van Voirst, landdrost van Zutphen, oorkondt,
dat Clauss Schoeltwick en Styne, zijn vrouw, een jaarrente van 2½ goudgulden, gaande uit
hun land die Pyeckmaetkens, gelegen in het kerspel Stiinre in de Baeckerwerdt, grenzende
aan de Seelestraat, de Papenwerdt en de Peerdemaete, verkocht hebben aan Sweene
Bartscherers, welke rente na haar dood zal komen aan mr. Jacob Snider van Essen,
secretaris, en na diens dood aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde
binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer unss hern duesent viefhondertt negen ind dartich up manendach nae Unser
Liever Frouwendaege assumptionis.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen van Zutphen, openbaar notaris, in inv.nr. 1, fol.
192.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1628.
300
1540, 23 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden dat Luycken Breckefelt en Kathrine, zijn vrouw,
een jaarrente van 1 goudgulden, gaande uit hun huis in de Spiegellstraat, verkocht hebben
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen.
Gegeven in „t jair ons heren duesent vijffhondert ind viertich opten goensdach avent nativitatis
Johannes.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 155.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling vanaf 1561 en de aflossing in
1600.
301
1540, 7 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Effze, weduwe van Telman Schull, en
Henrick, Gerrith en Truyken, haar zoons en dochter, een jaarrente van 2½ goudgulden,
gaande uit hun huis in de Hofstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijfhondert ind viertich opten goensdach nae convertionis
(sic) Pauli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 59 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1543. In margine staat dat deze rente
gaat uit een huis in de Boickerstraat.
302
1540, 8 oktober
Henrick van Voirden en Thomas van Buerloe, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johan
toe Bischorst, zoon van wijlen Alphert toe Bischort en Aelheit, diens vrouw, thans gehuwd met
Johan van Harderwick, zijn aandeel in de rentebrief van 16 april 1538 (reg.nr. 295), waardoor
deze akte is gestoken, heeft verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis
Grote Gilde in de kerk van Sint Walburg binnen Zutphen en dat de andere helft van de
rentebrief zijn broeder Ottho toebehoort.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vijffhondert ind viertich opten fridach nae Francisci.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 155 vso.
N.B. Met aantekening over de aflossing en herbelegging.
303
1540, 29 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Jacob van Haegen genaamd Vrilix een
jaarrente van 3 goudgulden en 1 stoter, gaande uit zijn huis in de Toerffstraat, verkocht heeft
aan Johan Coster en Mechtelt, zijn vrouw.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind viertich opten maenendach avont Andree
apostoli.
Archiefnummer 84
Pagina 54 van 74
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 157.
N.B. Doorgehaald. De hierdoor gestoken aktie is niet afgeschreven. Met aantekening over de
aflossing en herbelegging in 1543.
304
1541, 27 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Reynt en Andries van Kervell, gebroeders,
en Gertruyt van Kervell, hun zuster, een jaarrente van 1 gouden gelderse rijdergulden, gaande
uit hun huis opten Haegen, achter strekkende aan de beek, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert eyn ind viertich opten manendach nae
nativitatis Johannis baptiste.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 157 vso.
305
1541, 28 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden dat mr. Gerrith Kremer Evertszoon een
jaarrente van 5 goudguldens, gaande uit zijn huis in de Waterstraat, achter grenzende aan de
stadsmuur, verkocht heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius Grote
Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijffhondert ind eyn ind viertich opten dinxdagenavont
Petri et Pauli apostolorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 157.
306
1542, 6 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Lambert ten Blomendaill en Gertken, zijn
vrouw, een jaarrente van 2 gouden gelderse rijdergulden, gaande uit hun huis en hof in de
Laerpoort en uit hun twee kommen op de Bovenberch, verkocht hebben aan heer Reyner
Broickinck, priester en vicaris in de Grote Kerk van Sint Walburg.
Gegeven in ‟t jaer uns heren duysent viffhondert twie ind viertich opten saterdach nae Philippi
ind Jacobi apostolorum geheiten meydach.
a. Oorspr. (inv.nr. 782), met een fragment van het zegel en het contrazegel van de stad.
Hierdoor zijn gestoken de akten van 4 november 1549, 13 april 1551 en 9 mei 1562
(reg.nrs. 343, 347 en 383).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 185.
N.B. In margine staat dat deze jaarrente gaat uit Jan te Kalleffcers huis.
307
1543, 27 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Peter Vryese en Eeffze, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ enkele rijderguldens, gaande uit hun hof in de Koilsteeg, achter grenzende
aan “unser statgraeve van der schuttenbaenen”, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van het Grote Sint Anthonysgilde in de Grote Kerk van Sint Walburg binnen
Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert drie ind viertich upten vrijdach nae Jacobi
apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 158 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1547.
308
1544, 11 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Harmen Barner en Rensse van
Holthuysen, kerkmeester in de Grote Kerk binnen Zutphen, een jaarrente van 5 goudgulden,
gaande uit het huis van de kerk in de Lange Hoffstraat op de hoek van Vleyshouwerstraat, dat
eertijds Henrica Pluckeroesen toebehoorde, hebben verkocht aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duesent vijffhondert ind vier ind viertich opten manedach post
Appollonie virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 158.
N.B. Doorgehaald.
309
1544, 19 februari
Burgemeesters, schepenen en raad van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met
goeddunken van de gemeenslieden een jaarrente van 5 guldens, gaande uit de stadsrenten, -
Archiefnummer 84
Pagina 55 van 74
goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Thomas Weert en Aelheit, zijn vrouw, en dat
de hoofdsom voortspruit uit “ethelicken penningen die zall. Henrick Weert to Campen
uthstaende hadde, die de Van Wouw clockengieters aldaer, op de achterstedigheit inne
beholden hebben”.
Gegeven in ‟t jaer onses heeren duysent vieffhondert vier ind viertich dinxdaeges nae
Valentini martyris.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening dat deze rente in 1550 is overgedragen aan de secretaris mr. Jacob
Snijder van Essen. Hierdoor waren gestoken de akten van 23 januari 1621 en 19 februari
1621, waarbij aandelen in deze en andere rentebrieven aan de Sint Anthonis Grote
Broederschap werden overgedragen.
310
1544, 1 maart
Luloff t‟ Ryth en Derick ten Walle, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat heer Steven en
heer Ryckwyn van der Voirst, gebroeders, juffer Ave, weduwe van Johan van Holthuesen, hun
zuster, Giesbert van der Voirst, hun broeder, Gerrit Schimmelpenninck en juffer Geertruit, zijn
vrouw, Evert van Ree, richter te Boeckholt, en juffer Teuwken van Haegenbeeck, zijn moeder,
als mombers van de onmondige Hermannus van Vorden, de rentebrief van 14 april 1487
(reg.nr. 144), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde, zoals in het testament van Hendrick van Vorden
was bepaald.
Gegeven in ‟t jaer ons heeren duesent vieffhondert ind vier ind viertich opten saterdach nae
Mattheei [lees Matthie] apostoli.
Afschrift in inv.nr. 766.
311
1544, 12 mei
Thomas Wert, stadhouder en richter vanwege Goesen van Raesfelt, scholt van Zutphen
binnen en buiten, etc., oorkondt, dat Sander Scimmelpenninck een jaarrente van 3
goudguldens, gaande uit zijn goed het Ham en uit 5 molderzaad land, genaamd Nyenkamp,
gelegen in het kerspel Vorden in de buurschap Veltwick, verkocht heeft aan Styna Koelinhus.
Gegeven in ‟t jair vifftinhondert ind vier ind viertich up sunte Pancraesdach martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 175.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1600.
312
1544, 14 mei
Burgemeester, schepenen en raad van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met
goeddunken van de gemeenslieden een jaarrente van 100 gouden keurvorsterguldens,
gaande uit de stadsrenten, -goederen en -inkomsten, verkocht hebben aan Haio Ripperda en
juffer Henrica, zijn vrouw, en dat dit geld is gebruikt om een jaarrente aan de erfgenamen van
Johan Lidemans af te lossen.
Gegeven in ‟t jaer ons heeren duesent vieffhondert vier ind viertich opten gonsdach nae den
sondaege Cantate.
Afschrift in inv.nr. 766.
313
1544, 30 juni
Andries Kreinck en Gerrit Raesinck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Gerthruidt
Cultels de rentebrief van 31 januari 1534 (reg.nr. 290), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Thomas van Burlloe, Gerit Aitsack en Rickman Stoltenberch, olderlieden
van het Grote Sint Anthonisgilde.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent viffhondert vier ind viertich opten manendach nae Petri
ind Pauli apostolorum.
Oorspr. (inv.nr. 797), met de geschonden zegels van de oorkonders.
314
1544, 23 augustus
Sander Schymmelpennynck, rentmeester van het land van Zutphen, oorkondt, dat voor hem
en tynsgenoten Bernt Haeynckinck en Heyle, zijn vrouw, het tynsgoed Haeynckinck, gelegen
in het kerspel en gericht Hengell opten Goy op het Beckfelt, hebben overgedragen aan Johan
van Zeyst en joffer Mechtelt, zijn vrouw.
Gegeven in den jaire onsses heren duesent vieffhondert ind vier ind virtich op sunte
Bartholomeusavent.
Archiefnummer 84
Pagina 56 van 74
Oorspr. (inv.nr. 656), met het geschonden zegel van de oorkonder.
315
1544, 17 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Anna, weduwe van Derick van Goch, als
moeder, en Johan Besselinck als momber van de nagelaten kinderen van Derick van Goch,
met name Harman en Hilleken, een jaarrente van 2½ goudgulden, gaande uit hun huis in de
Boedickerstraat, verkocht hebben aan Zuete ter Linde.
Gegeven in ‟t jaer uns heren duesent viffhondert ind viertich upten vridach post Victoris et
Gereonis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 175 vso.
316
1544, 17 november
Wilhelm ten Holte, stadhouder van Johan van Keppel, landdrost van Zutphen vanwege Kairle,
keizer van Rome enz., oorkondt, dat Henrick van der Leuw en juffer Johanna, zijn vrouw, en
Henrick Hartebroick en juffer Engel, zijn vrouw, hun halve goed Bannynck, gelegen in het
kerspel Hengel in de buurschap Noirtwick, hebben opgedragen aan Bernt Mockinck en
Geertke, zijn vrouw.
Gegeven in den jair onses heren duisent viffhundert vier ind vertich op manendach post
Martini episcopi.
Oorspr. (inv.nr. 655), met het licht geschonden zegel van de oorkonder.
317
1544, 3 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden het stadsland, Onser Liever Frauwenkamp genaamd, gelegen buiten de
Hospitailspoort, verpand hebben aan Herman, Henrick en joffer Ailheit Bushoff, broeders en
zuster.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent viffhondert vier ind viertich opten goensdach nae Andree
apostoli.
Oorspr. (inv.nr. 642), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
N.B. Hierdoor zijn gestoken een akte van 19 maart 1627 en een extract uit het memorie- en
resolutieboek van de magistraat van Zutphen van 30 december 1727.
318
1545, 10 februari
Andries Schimmelpenninck en Henrick van der Capellen, schepenen van Zutphen, oorkonden,
dat Griete Kalffzelers de helft van een jaarrente, gaande uit het goed Haedekinck, gelegen in
het kerspel Hengell (reg.nr. 75), overgedragen heeft aan de olderlieden en gildemeesters van
het Grote Sint Anthonisgilde.
Gegeven in ‟t jair ons heren dusent viffhondert viff ind viertich opten dinxdach nae Agathe
virginis.
a. Oorspr. (inv.nr. 803), met de geschonden zegels van de oorkonders.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 165.
319
1545, 29 augustus
Arnt Baeck en Gerrit Aetsack, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Nenne Gruesen de
rentebrief van 16 januari 1514 (reg.nr. 231), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote
Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind vijff ind viertich upten saterdach ipso
decollationis Johannis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 161 vso.
N.B. Doorgehaald.
320
1545, 29 augustus
Aernt Baeck en Gerit Aetsack, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Nenne Gruessen de
rentebrief van 23 juli 1518 (reg.nr. 252), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen
aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk binnen
Zutphen.
Gegeven in ‟t jair uns heren duesent vijffhondert ind vijff ind viertich upten saterdach ipso
decollationis Johannis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 161.
Archiefnummer 84
Pagina 57 van 74
N.B. Doorgehaald.
321
1545, 6 november
Andries Kreinck en Gerrit Schimmelpenninck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wolter
Elger en Ermgart, zijn vrouw, de rentebrief van 25 mei 1536 (reg.nr. 293), waardoor deze akte
is gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius
Grote Gilde in de kerk binnen Zutphen en dat Johan en Wendele, onmondige kinderen uit het
eerste huwelijk van Wolter met Wendele, dit van kracht zullen doen zijn, daar hun
grootmoeder Elberich dit heeft bevolen en zijzelve, haar dochter Wendele, benevens Wolter,
Ermgart, Johan en Wendele voornoemd hiermede in het gilde zijn gegaan.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind vijff ind viertich upten vrijdach post
Omnium Sanctorum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 160 vso.
N.B. Doorgehaald.
322
1545, 19 november
Arndt Pieck en Gerit Aetsack, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johan Joelinck en
Wendelle, zijn vrouw, de rentebrief van 9 oktober 1487 (reg.nr. 148), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius
Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind vijff ind viertich upten donredach ipso
Elyzabeth.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 32.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
323
1545, 14 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat ten verzoeke van heer Henrick Maezer,
hun kapelaan, voor zichzelf en voor het corpus van de elf vicarissen een huisplaats op de
Nyestad op de hoek van de Lokenstraat na gerichtelijk verwin bij brandende kaarse is
overgedragen aan heer Hendrick voornoemd.
Gegieven in den jair ons heren duesent vijffhondert ind vijff ind viertich opten manedach post
Lucie.
Oorspr. (inv.nr. 830); het zegel van de stad is verloren.
324
1546, 1 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat heer Henrick Maezer, hun kapellaan, en
heer Frans van Oerschot en heer Kairll van Arssen als rentmeesters van het corpus van de elf
vicarissen in de Grote Kerk binnen Zutphen een huisplaats op de Nyestadt op de hoek van de
Lokenstraat hebben overgedragen aan Henrick Ruyther Geritss. die jonghe.
Gegieven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind seess ind viertich opten manedachavent
purificationis Marie.
Oorspr. (inv.nr. 830), het zegel van de stad is verloren.
325
1546, 16 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Warner Kailsack en Anthonia, zijn vrouw,
een jaarrente van 2½ joachimsdaler, gaande uit hun huis in de Lange Hoffstraat, achter met
de kamer uitgaande in de Kaelenstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters
van Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind ses ind viertich upten dinxdach post
Valentini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 159 vso.
N.B. Doorgehaald.
326
1546, 22 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Harman Beyer als rentmeester van Sint
Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen op de wijntaveerne Vreden gerichtelijk
bij brandende kaarse heeft laten verkopen het huis van wijlen Harman Bainck in de
Moellenstraat genaamd de Barllehese en dat de koper Lambert van Luchteren dit huis heeft
overgedragen aan het voornoemde gilde.
Archiefnummer 84
Pagina 58 van 74
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind sess ind viertich upten manedach nae
Reminiscere.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 163.
327
1546, 5 juni
Joest, graaf ten Bronckhorst en heer to Borckelloe, oorkondt, dat hij met de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen een ruiling heeft aangegaan,
waarbij het gilde een streep zaailand heeft ontvangen, gelegen in het goed ten Vene in het
kerspel Halle in de buurschap Ertbecke, tegen afstand van een hofstede, gehorende in het
goed ten Vene, en dat hij de lasten van een wagenpaard en hondegeld op zich zal nemen,
daar deze hofstede de zaalweer van dit goed is.
Gegeven upten fijfften dach junii anno vijfftienhondert sess unde viertich.
a. Oorspr. (inv.nr. 739) met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 162.
328
1546, 22 november
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Trummesleger en Wobbe, zijn
vrouw, een jaarrente van 2½ joachimsdaler, gaande uit hun huis in de Barllehesen, achter
strekkende tot aan de stadsmuur, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind sess ind viertich opten manedach post
presentationis Marie.
329
1547, 19 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 3 joachimsdalers, gaande uit de brouwaccijns hebben
verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde en dat de
rentmeester Berndt Ubbekinck de hoofdsom heeft aangewend tot de “tymmeringe des
floitboems in die waetermolle” in 1546.
Gegeven in ‟t jair ons heren dusent vijffhondert soeven ind viertich upten saterdach na
Valentini.
a. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 164.
b. Afschrift in inv.nr. 766.
330
1547, 21 april
Goessen Harmens en Lysken, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 7½ joachimsdaler,
gaande uit hun huis en hofstede, Derick van Eltens hoffstede genaamd, gelegen in het kerspel
Voirst in de buurschap Noirtemppe, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters
van het Grote Sint Anthonysgilde in de Sint Walburgenkerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer uns heren duesent vijffhondert ind soeven en viertich upten donredach
nae den sonnendaige Quasi modo geniti.
Afschrfit in inv.nr. 1, fol. 165 vso.
N.B. Doorgehaald.
331
1547, 10 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Vogelken van Lochem en Lysken,
zijn vrouw, een jaarrente van 5½ goudgulden, gaande uit hun huis in de Lange Hoffstraat,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Antonisgilde in de
Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vijffhondert soeven ind viertich opten vridach nae des
heiligen Sacramentsdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 166.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1561. Dit huis lag
tegenover het schepenhuis.
332
1547, 17 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ailbert toe Kalffzeler en Sweer, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 stadsponden, gaande uit hun huis op de Nyestadt, achter strekkende aan
de Molenstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint
Anthonisgilde.
Archiefnummer 84
Pagina 59 van 74
Gegeven in ‟t jair ons heren duysent vijffhondert soeven ind viertich opten vrijdach nae
Odulphi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 166 vso.
333
1547, 9 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Anna, weduwe van Henrick ten Goer, een
jaarrente van 1½ joachimsdaler, gaande uit haar huis aan de Brederstraat, verkocht heeft aan
de olderlieden en gildemeesters van het Sint Anthonius Grote Gilde in de Grote Kerk.
Gegieven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind soeven ind viertich opten saterdach nae
transslationis Martini.
a. Oorspr. (inv.nr. 767), met het geschonden zegel en het contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 166 vso.
334
1547, 21 oktober
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Cornelis en Jenneken van Lichtenforde,
kinderen van wijlen Johan van Lichtenforde, een jaarrente van 5 joachimsdalers, gaande uit
hun huis aan de Saltmarkt langs het Dregerstraatje, dat op de Schupstoill uitkomt, hebben
verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in de Grote
Kerk binnen Zutphen en dat de nog onmondige Berthe, Jan en Gerit van Lichtenforde deze
vestenis van kracht zullen doen zijn.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent viffhondert soeven ind viertich opten fridach nae Luce
evangeliste.
a. Oorspr. (inv.nr. 791), met een fragment van het zegel van de stad.
N.B. Met aantekening van eigenaren van dit huis.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 167.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1561 en z.j.
335
1548, 12 maart
Johan Momme, richter van Aernhem en Veluwensoem, oorkondt, dat Gerith then Knoeve en
Griet, zijn vrouw, een jaarrente van 25 joachimsdalers, gaande uit hun goed dat Oirtfelt,
gelegen in het kerspel Voirst in de buurschap Emppe, verkocht hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgenkerk binnen Zutphen en dat de
pacht van dit goed niet vóór de rentebetaling ingevorderd of betaald zal worden.
Gegeven in den jaer ons heren duysent vijffhondert ind acht ind viertich op maendach nae den
sonnendach Letare Hierusalem.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 167 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat de rente in 1551 is afgelost.
336
1548, 14 april
Aerndt upten Ass en Hinrica, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 2 joachimsdalers,
gaande uit hun land, de Nyen Kamp genaamd, gelegen in het kerspel Voirst in de buurschap
Voirstonden in het ambt Brummen tussen de Oirt en de Voirstonder enk, verkocht te hebben
aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in Sint Walburgenkerk
binnen Zutphen.
Gegeven in den jair ons heren duesent vijffhondert acht ende viertich upten saterdach post
Quasi modo geniti.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 169 vso.
N.B. Met aantekening over de rentebetaling in 1571.
337
1548, 7 mei
Gerrit ten Knuve en Griete, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 3 joachimsdalers, gaande
uit hun goed dat Oertfelt, gelegen in het ambt Brummen in het kerspel Voirst in de buurschap
Noertemppe, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint
Anthonisgilde in Sint Walburgenkerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer ons heren duesent vijffhondert ind acht en viertich upten maendach nae
des hilligen Crucisdaige Inventionis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 168 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat de rente in 1551 is afgelost.
Archiefnummer 84
Pagina 60 van 74
338
1548, 11 augustus
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Biele, weduwe van Johan van Coesfelt,
een jaarrente van 6 joachimsdalers, gaande uit het huis de Biele, gelegen in de Torffstraat,
verkocht heeft aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de Grote
Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent viffhondert ind acht ind viertich upten saterdach nae
Laurentii martiris.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 170.
N.B. Met aantekening over de voorwaarden, waarop de aflossing mag plaats vinden.
339
1548, 24 december
Derick Staekenbrant en Aeltken, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 10 joachimsdalers,
gaande uit hun huis op de Scuepstoel naast de schuur van het Oude Gasthuis, achter
strekkende in de Boernhaefferstraat, hebben verkocht aan Johan Rueter en Eelsken, zijn
vrouw.
Gescreven int dem jair ons heeren wijfftiinhondert acht en twiirtich op dem hylligen Karsavent.
Oorspr. (inv.nr. 793), met de geschonden zegels van de oorkonder, Willem Bongert en
Henrick Rueter.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 7 februari 1593 (reg.nr. 414).
340
1549, 16 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Ottho Keyen de jonge en joffer Sophia,
zijn vrouw, een jaarrente van 5 goudguldens, gaande uit hun huis en hof in de
Fleyshouwerstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonius
Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegieven in ‟t jair ons heren duesent vijffhondert ind niegen ind viertich opten saterdach nae
Valentini.
a. Oorspr. (inv.nr. 798), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 170 vso en 172 vso.
341
1549, 27 maart
Gerrit Schimmelpenninck en Henrick van der Capellen, schepenen van Zutphen,
medegeërfden in Veluwen, oorkonden, dat Gerrit ten Knuve en Griete, zijn vrouw, een
jaarrente van 2½ joachimsdaler, gaande uit hun goed het Oirtfelt, gelegen in het ambt
Brummen in het kerspel Voirst in de buurschap Noirtemppe, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in Sint Walburgenkerk binnen
Zutphen en dat de pacht van dit goed niet vóór de rentebetaling ingevorderd of betaald zal
worden.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent viffhondert ind niegen ind viertich upten gonsdach na
Oculi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 171 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat deze rente in 1551 is afgelost.
342
1549, 15 juni
Johan van Voirthuysen en Gerrit Schimmelpenninck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Johan Moezell en Catherina, zijn vrouw, een jaarrente van 5 joachimsdalers, gaande uit hun
hofstede, Ribbershoffstede genaamd, gelegen in het kerspel Steenre in de buurschap
Koevick, verkocht hebben aan Thomas van Buerloe en Gerrit Aitsack, olderlieden, en aan de
gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren dusent viffhondert negen ind viertich upten saterdach nae den
hilligen Pinxterdach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 171.
N.B. Met aantekening over een akte d.d. 1563, waarbij deze hofstede voor deze en een
andere rente wordt verbonden.
343
1549, 4 november
Gerit Schimmelpenninck en Thomas van Burlloe, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
heer Reyner Broickinck, vicaris, Harman Beyer en Lysken, zijn vrouw, en Wilhelma, weduwe
van mr. Peter Stoffvoet, de rentebrief van 6 mei 1542 (reg.nr. 306), waardoor deze akte is
gestoken, hebben overgedragen aan Wilhemken Muller als lijfrente.
Archiefnummer 84
Pagina 61 van 74
Gegieven in ‟t jaer ons heren duesent vijffhondert ind niegen ind viertich opten manedach nae
Omnium Sanctorum.
Oorspr. (inv.nr. 782), met het zegel van de tweede oorkonder; dat van de eerste is verloren.
N.B. Hierdoor zijn gestoken de akten van 13 april 1551 en 9 mei 1562 (reg.nrs. 347 en 383).
344
1550, 8 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Andries van Karvell en Jenneke, zijn
vrouw, Cornelis van Lichtenfoirde, Bartha van Lichtenfoirde en de onmondige Johan en Gerrit
van Lichtenfoirde een jaarrente van 2 goudguldens, gaande uit hun huis aan de Saltmarkt op
de hoek van het Dregersteegje, hebben verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van het
Grote Sint Anthonisgilde binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren duesent viffhondert ind vifftich upten saterdach nae Onser Liever
Frouwendaige purificationis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 173.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de rentebetaling in 1561 en de aflossing en
herbelegging in 1562.
345
1550, 28 mei
Henryck Kloeck oorkondt, dat hij Wyllem ten Knoeven als olderman van het Sint
Anthonysgilde binnen Zutphen na opdracht door Ghiesberth van Wysch en joffer Thomas van
Meckeren, zijn vrouw, heeft beleend met het goed Eylynck, gelegen in het kerspel Hall in de
buurschap Eertbeck, leenroerig aan het huis Spaensweerth.
Gegeven in dem jaren onzers heren duysent vijffhonderth ind vijfftich dem acht ind
twyntichsten may.
Oorspr. (inv.nr. 745), met het zegel van de oorkonder.
346
1550, 17 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Gerit Bunckinck en Derica, zijn vrouw, een
jaarrente van 3 joachimsdalers, gaande uit hun huis en hof, gelegen voor de Nyestadtpoort,
verkocht hebben aan Lieffert van Graess en Jutte, zijn vrouw.
Gegieven in ‟t jaer ons heren duesent vijffhondert ind vijfftich opten dincxdach nae Odulphi
confessoris.
a. Oorspr. (inv.nr. 789), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad. Hierdoor zijn
gestoken de akten van 3 juli 1556 en 15 februari 1563 (reg.nrs. 366 en 384).
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 185 vso.
347
1551, 13 april
Johan van Vorthusen en Ailbert van Stienre, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Herman
Beyer en Lisken, zijn vrouw, en Wilhelm Berntss. en Wilhelma, zijn vrouw, de jaarrente,
vermeld in de akten van 6 mei 1542 en 4 november 1549 (reg.nrs. 306 en 343), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Wilhelma Muller, aan wie deze rente in
1549 als lijfrente was overgedragen.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent viffhondert ind ein ind vifftich opten manendach nae dem
sondaige Misericordia Domini.
Oorspr. (inv.nr. 782), met de zegels van de oorkonders.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 9 mei 1562 (reg.nr. 383).
348
1552, 13 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Helmich van Hekeren en Eeffze, zijn
vrouw, een jaarrente van 2½ gouden rijnsgulden, gaande uit hun huis in de Torffstraat,
verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk
binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer uns heren duysent viffhondert ind twie ind vifftich upten saterdach nae
Scholastice virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 173 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1555.
Archiefnummer 84
Pagina 62 van 74
349
1552, 23 september
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Cornelis toe Rieffel en Aelheidt, zijn vrouw,
een jaarrente van 7½ gouden gelresche rijdergulden, gaande uit hun huis en hof in de
Lairpoort, verkocht hebben aan Kunne, weduwe van Johan Besselinck.
Gegeven in ‟t jair uns heren duisent viffhondert twie ind vifftich upten fridach nae Mathei
apostoli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 181 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening dat de armen 3 dalers uit dit huis hebben en dat deze
rente in 1606 is afgelost. Hierdoor was gestoken de akte van 21 juli 1559 (reg.nr. 372).
350
1552, 16 november
Olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen
erkennen, dat zij een lijfrente van 3 goudgulden ‟s jaars, gaande uit het goed Aelerdinck
gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Warcken, verkocht hebben aan Stina
Kulinges, “des zaligen duerweerders maecht”.
Gegeven in den jair uns heren duesent viffhondert twe ind vifftich upten wonsdach sent
Martensdaige in den winter.
Oorspr. (inv.nr. 696); het zegel van het gilde is verloren.
N.B. Doorsneden.
351
1553, 1 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Evert ter Haffick en Johanna, zijn vrouw,
een jaarrente van gulden en 1 oort, gaande uit hun huis aan de Saltmarkt op de hoek van het
Dregersstraatje, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Antoennisgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegheyven in den jaer uns heeren duesent vyeffhuendert unde drye en vyeffticht up den
avent Purificationis beate Marie vierginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 189 vso.
352
1553, 10 mei
Catharina, gravin van Gelichem, abdis, Jacob, gravin to Tekenenborch, proosdin, Ermgairt,
gravin toe Ritberge, kelnerse, Magdalena, gravin van Barby, kosterse, en de kapittelheren van
het adellijk en wereldlijk stift te Vreden erkennen een jaarrente van 5 goudguldens, gaande uit
hun goederen Hulshoff en Mentinck, gelegen in het kerspel Grolle in de buurschap Belte, en
uit het goed Aelvinckhaeffe, gelegen in het kerspel Eibergen, verkocht te hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgen kerk binnen
Zutphen.
Gegeven in dem jair unses heren viffteinhondert drie und vifftich up goensdach post
Inventionis sante crucis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 173 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1561.
353
1554, 18 april
Andries Kreinck en Lenze Veer, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Peter van
Brandenborch en Jenneke, zijn vrouw, mede namens Adam van Brandenborch, zijn broeder,
enerzijds en Thomas van Buerlo, Gerrit Aitsack en Wilhem ten Knuve, olderlieden “des Groten
Sint Anthonis” in de Grote Kerk, anderzijds, ingevolge een uitspraak van Johan van
Voirthuysen, burgemeester, en Luleff the Ryth, raadsvriend, overeengekomen zijn, dat het
gilde het huis, dat eertijds door Claes Brandenborch was gekocht, zal overgeven aan zijn
zoons Peter en Adam voornoemd, en dat de rentebrieven van 4 april 1522 en 7 juli 1523
(reg.nrs. 263 en 268), die op dit huis staan en die het gilde had afgelost, aan het gilde zullen
toekomen.
Gegeven in ‟t jaer uns heren duysent viffhondert vier ind vifftich upten goensdach nae Jubilate.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 177 vso.
N.B. Dit huis wordt ook Peter then Brinckz huys genoemd.
354
1544, 23 april
Hayo Ripperda verklaart 100 goudguldens ontvangen te hebben van mr. Aellphart van Tyll en
Thomas van Buerloe en hiervoor binnen een bepaalde termijn een gezegelde akte over te
zullen leveren.
Archiefnummer 84
Pagina 63 van 74
ten
Actum xxxiii aprilis LIIII.
Oorspr. op papier (inv.nr. 807) met het opgedrukt cachet onder papieren ruit en de
handtekening van de oorkonder.
N.B. Zwaar geschonden.
355
1554, 2 mei
Hayo Rypperda en joffer Henrica van Hackfort genaamd Ripperda, zijn vrouw, erkennen een
jaarrente van 5 goudgulden, gaande uit hun goederen Knuve en Voskamp, gelegen in het
kerspel Vorden in de buurschap Linde, verkocht te hebben aan de olderlieden en
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair uns heren duesent viffhondert vier ind vifftich up des hilligen Crucesavont
Inventionis.
a. Oorspr. (inv.nr. 807), met het zegel van de oorkonder.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 177.
356
1554, 4 mei
Thomas van Mekeren, weduwe van Gisbert van Wisch, verklaart dat zij en haar man in 1552
hun goed Eylinck te Halle hadden verkocht en naar leenrecht opgedragen aan de olderlieden
en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in Sint Walburgenkerk binnen Zutphen en
dat zij beloofd hadden het naar landrecht voor geërfden van Veluwen over te dragen, maar
dat haar man voordien was overleden, weshalve zij nu bij deze het goed Eylinck, gelegen in
het kerspel Halle in de buurschap Eertbeke, leenroerig aan Henrick Cloick, overdraagt aan het
genoemde gilde.
Gegeven in den jair unss heren duisent viffhondert vier ind vifftich upten fridach post
Inventionis sancte crucis.
a. Oorspr. (inv.nr. 744), met de zegels van Gijsbert van Mekeren, broeder van de
oorkondster, en van mr. Ailbert van Steenre en Henrick van der Capelle als geërfden op
Veluwe.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 176 vso.
N.B. Met aantekening over de belening in 1568.
357
1555, 20 februari
Andries Kreinck en Johan van Voirthuysen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Rensse
Kreinck een jaarrente van 5 guldens, gaande uit zijn land, Quaderwick genaamd, gelegen in
het kerspel Stienre in de Toldijck naast de Bronckhorsterhoevell, verkocht heeft aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Antoenis Grote Gilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jair uns heren dusent viffhondert viff und vifftich upten guedesdach nae
Valentini.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 178 vso.
N.B. Met aantekeningen over een overdracht in 1567 en de aflossing en herbelegging in 1575
in het goed Valcke.
358
1555, 20 maart
Luloff tho Rytt en Zander Schymmelpennynck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Teus
Baegemaecker en Kunne, zijn vrouw, de halve Kersseboemskamp, gelegen in het kerspel
Warnsfelde in de buurschap Warckenn, grenzende aan het goed Alardynck, hebben
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk
binnen Zutphen.
Gegevenn in den jaer unsers heren duesent viefhundert vief unde viftich up guedesdach post
dominicam Oculi.
Oorspr. (inv.nr. 697), met de zegels van de oorkonders.
359
1555, 29 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Anna, weduwe van Henrick tho Goer, een
jaarrente van 5 philipsguldens, gaande uit haar huis in de Brederstraat, verkocht heeft aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoenisgilde in de Grote Kerk en dat Griet van
Hoenen, Henrick tho Goer, Anna van Arler, Agnes ten Goir en haar kinderen en Lucas tenn
Goer, kinderen en kindskinderen van Griet voornoemd, deze jaarrente van kracht zullen
houden.
Archiefnummer 84
Pagina 64 van 74
Gegeven in den jaer unss herenn duesent viffhundert vief ende viftich up manendach post
dominicam Misericordia Domini.
a. Oorspr. (inv.nr. 768), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 179.
360
1555, 23 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johann Rerynck en Elizabeth, zijn vrouw,
een jaarrente van 6 guldens, gaande uit hun huis aan de Zaltmarkt, achter uitgaande in de
Roedentoernsstraat, verkocht hebben aan Thomas van Buerll, Gerrit Aitsack en Willem tenn
Knueve, olderlieden van Sint Anthoenisgilde in Sint Walburgenkerk.
Gegeven in denn jaer unss hern duesent vyefhundert vief unde vieftich up dinstdach nae
Mariae Magdalenae.
a. Oorspr. (inv.nr. 792); het stadszegel is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 179 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1635.
361
1555, 2 oktober
Johan van Vorthusen en Luleff te Ryth, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Thomas van
Carpen en Marie, zijn vrouw, een jaarrente van 6 goudguldens, gaande uit hun huis en hof op
de Nyestadt voor aan de Torffstraat gelegen, grenzende aan Henrick Ruthers armenhuizen,
schuldig zijn aan Thomas Verwer en Johan ten Kolcke, kerkmeesters van de Nyestadtskerk,
waarbij zij hebben bepaald, dat de pastoor of de vicecureit met twee vicarissen of priesters en
de koster alle donderdagen een gezongen mis van het Heilig Sacrament zullen opdragen en
dat zij in de akte omschreven voorschriften hebben gegeven omtrent het bespelen van het
orgel door de koster, het zingen van het epistel en evangelium, het vertonen van het
H. Sacrament, het zingen door het koor, het geven van de benedictie aan het volk en over de
uitkering dezer jaarrente.
Gegeven in ‟t jaer uns heren dhusent viffhondert viff ind vifftich opten goensdach nae
Michaelis.
Oorspr. (inv.nr. 831), met de zegels van de oorkonders.
N.B. In dorso verklaringen over de aflossing in 1614.
362
1555, 30 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Willem then Knueve en Zweer ten Knueve,
zijn oudste zoon, een jaarrente van 5 philipsguldens, gaande uit hun huis in de
Bornhaverstraat, verkocht hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonisgilde
in de Grote Kerk en dat Eefsche, Goessenn en Gerrit, onmondige kinderen van Willem
voornoemd, deze jaarrente van kracht zullen doen zijn.
Gegeven in den jaer unss herenn duesent vifhundert vief unde viftich up maenendach nae
Nativitatis Christi.
a. Oorspr. (inv.nr. 771), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 179 vso.
363
1555, 30 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Vurvechter en Johanna, zijn vrouw,
een jaarrente van 3 gulden, gaande uit hun huis in de Torffstraat, verkocht hebben aan de
olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoenisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in den jaer unss heren duesent viffhondert viff unde viefftich up maendach nae
Nativitatis Christi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 180.
N.B. Met aantekeningen over de rentebetaling.
364
1556, 7 februari
Gerritt Schymmelpennynck en Jacob Slindewaeter, schepenen van Zutphenn, oorkonden, dat
Jacob Ubbekynck en Hermanna, zijn vrouw, Herman Veher, Johanna Veher en Evert Veher
de halve Kersseboemskamp, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de buurschap Warckenn,
hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthoenisgilde in de
Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in den jaer unss heren duesent vifhundert sess unde viftich up vridach nae Agathae
virginis.
Archiefnummer 84
Pagina 65 van 74
Oorspr. (inv.nr. 697), met de zegels van de oorkonders.
365
1556, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 15 joachimsdalers, gaande uit het stadsland de eerste
kloot van de Halve Koppel op de Wolfzelersweert en de tweede kloot van de Grote Halve
Koppel, geheten ‟t Slagh van de Noertveensche Brugge, verkocht hebben aan Gerrit Zelle de
oude, waarmede de pandschap van deze landerijen aan Gerrit Zelle is afgelost.
Gegeven in ‟t jaer ons heeren duesent vieffhondert ses ind viefftich opten frijdach nae den
sondaghe Esto mihi.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Deze rentebrief is in 1621 (23 januari en 19 februari) aan de Sint Anthonis Grote
Broederschap verkocht.
366
1556, 3 juli
Alphert van Tyll en Lense Veher, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Lyffert van Graiss
de rentebrief van 17 juni 1550 (reg.nr. 346), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Jacob, Engelbert en Aeltgen ter Moelen, broeders en zuster.
Gegeven in den jaer onss herenn duesent viefhundert sess unde vieftich up vriedach nae
Visitationis Mariae virginis.
Oorspr. (inv.nr. 789), met de geschonden zegels van de oorkonders.
N.B. Hierdoor is gestoken de akte van 15 februari 1563 (reg.nr. 384).
367
1556, 13 november
Berndt Meyerinck, stadhouder en richter van Goessen van Raesfelt, scholt van Zutphen
binnen en buiten, oorkondt, dat Johan van Vreden een jaarrente van 5 goudguldens, gaande
uit ¾ deel van de helft van het goed ten Nyenhuys, waarvan zijn broeder Johan Lanssinck ¼
deel bezit, gelegen in het kerspel Vorden in de buurschap Linde, verkocht heeft aan Johan
Bongenhoff en Gertke, zijn vrouw, waarmede de jaarrente uit zijn aandeel in een huis in de
Boeykerstraat en de hof voor de Hospitailspoort gelegen, is afgelost.
Gegeven in ‟t jair uns heren duesent viffhondert sess inde vifftich upten fridach post Martini
episcopi in den winter.
Oorspr. (inv.nr. 808), met het zegel van de oorkonder.
N.B. Hierdoor is gestoken een akte van 24 mei 1565 (reg.nr. 388).
368
1558, 7 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Geritken, weduwe van Johan Egbertz.,
een jaarrente van 3 joachimsdalers, gaande uit haar huis in de Korte Hoffstraat met een
uitgang door heer Berndt Kremers huis in de Broederstraat, heeft verkocht aan de olderlieden
en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde binnen Zutphen en dat Goesen Kuper,
vader van Geritken voornoemd, heeft beloofd, dat haar onmondige kinderen Truken, Steven,
Herman, Wolbert, Effze, Lamme en Grietken deze vestenis van kracht zullen doen zijn.
Gegeven in ‟t jaer uns heren dusent viffhondert acht ind vifftich opten goensdach nae Nicolai
episcopi.
a. Oorspr. (inv.nr. 779), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
N.B. In dorso. “uyt Steven Kremers hues den Visell in de Kortste Hoffstrate”.
b. Notarieel afschrift (inv.nr. 1, fol. 195) door Welmarus Schulthen.
369
1559, 9 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Claes van der Capellen en Mechtelt, zijn
vrouw, een jaarrente van 5 goudguldens, gaande uit hun huis op de Nyestadt aan de
Mosmarkt, verkocht hebben aan Wilhem ten Knuyfe.
Gegeven in ‟t jaer uns heren dhusent viffhondert negen ind vifftich upten donredach nae Esto
mihi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 181.
N.B. Hierdoor was gestoken de akte van 20 maart 1559 (reg.nr. 370).
370
1559, 20 maart
Gerrit van der Capellen en Jacob Goltstein, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wilhem
ten Knuve, Sweer ten Knuve en Eefse ten Knuyve, Wilhems dochter, de rentebrief van 9
Archiefnummer 84
Pagina 66 van 74
februari 1559 (reg.nr. 369), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan
Thomas van Buirlo, Gerrit Aetsack en Wilhem ten Knuyve, olderlieden van het Grote Sint
Anthonisgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen en dat Wilhems onmondige kinderen Goesen
en Gerrit ten Knuve deze overdracht van kracht zullen houden.
Gegeven in ‟t jair uns heren dhusent viffhondert negen ind vifftich upten manendach na
Palmarum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 181.
371
1559, 20 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wilhem Cloever en Griete, zijn vrouw, een
jaarrente van 3¾ goudguldens, gaande uit hun huis op de Nyestat in de Hallerstraat, verkocht
hebben aan Thomas van Burlloe, Gerrit Aetsack en Wilhem ten Knuve, olderlieden van het
Grote Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jair uns heren dhusent viffhondert negen ind vifftich upten manendach na
Palmarum.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 181 vso.
N.B. Met aantekening over de aflossing in 1612.
372
1559, 21 juli
Gerrit Aetsack en Rense van Holthuisen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Cunne,
weduwe van Johan Besselinck, de rentebrief van 23 september 1552 (reg.nr. 349), waardoor
deze akte is gestoken, tot stichting van een preuving hebben overgedragen aan de
olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk binnen
Zutphen.
Gegeven in ‟t jair uns heren dhusent viffhondert negen ind vifftich upten vridach sent Marie
Magdalenenavondt.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 182.
373
1560, 1 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Johan Botyker en Gertken, zijn vrouw, een
jaarrente van 6 goudguldens, gaande uit hun huis in de Boickerstraat, hebben verkocht aan
de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk binnen
Zutphen.
Gegeven in ‟t jair ons heren dusen viffhondert ind tsestich upten donredach na conversionis
sancti Pauli.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 182 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1561.
374
1561, 21 februari
Arnt Barryck en Cornelis Yseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Bernt Duensbarch
en Lambrech, zijn vrouw, een jaarrente van 2½ rijdergulden, gaande uit een stuk groenland,
Duensbarchslach genaamd, gelegen in het kerspel Sellem, verkocht hebben aan Thomas van
Boerle, Garryt Atsackt en Wyellem ten Knuffe, olderlieden van Sint Antonnis Grote Gilde in de
Grote Kerk.
Gegyeven yn den jaer uns heeren dusent vyeffhoendert eyen unde sestycht up den
frydachavent Petry ad catedram.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 186.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1598.
375
1561, 14 april
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Thomas van Luchteren en Margreta, zijn
vrouw, een jaarrente van 5 guldens, gaande uit hun huis en hof in de Pulssbrueck, verkocht
hebben aan Thomas van Buerloe, Gerrit Aitsack en Wilhem then Knueff, olderlieden van Sint
Thoenissgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Gegeven in dem jair ons herrn duesent vijffhondertt eyn und sestich opten maenendach nae
Quasimodo.
a. Oorspr. (inv.nr. 790), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 184.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1642.
Archiefnummer 84
Pagina 67 van 74
376
1561, 14 april
Jasper Kreynck en Jacob Goltstein, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Thomas van
Luchteren en Margreta, zijn vrouw, al hun goederen tot waarborg hebben gesteld voor de
jaarrente, vermeld in de akte van 14 april 1561 (reg.nr. 375).
Gegeven in dem jair ons herrn duesent vijffhondert eyn und sestich opten maenendach nae
Quasimodo.
a. Oorspr. (inv.nr. 790), met de geschonden zegels van de oorkonders.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 184.
N.B. Doorgehaald.
377
1561, 9 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Catherina, weduwe van Andriess
Leiendecker, Johan Presickhoff en joffer Johanna, zijn vrouw, en Ailtken Leiendecker een
jaarrente van 10 goudguldens, gaande uit hun huis aan de Kornmarkt, achter uitgaande in de
Kaelenstraat, en uit hun schuur en hof in de Kaelenstraat, hebben verkocht aan Thomas van
Buerlloe, Gerit Aitsack en Wilhem ten Knuyve, olderlieden van het Grote Sint Anthonissgilde.
Gegeven in ‟t jaer uns heren duysent viffhondert ein indt seestich opten fridach nae Cantate.
a. Oorspr. (inv.nr. 778), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 183.
378
1561, 22 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Wyellem Bentinck en joffer Gertruyt, zijn
vrouw, een jaarrente van 5 goudguldens, gaande uit hun huis en hof op het Oldewant, hebben
verkocht aan Thomas van Buerlo, Garrit Atsack en Wyellem ten Knuff, olderlieden van het
Grote Sint Antonnisgilde in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Geghyeven yn ‟t jaer uns heeren dussent vyeffhondert eyen und sestycht upten donderdach
na Exaudy.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 184 vso.
379
1561, 23 mei
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat heer Reyner Goltstein, kanunnik en senior
van de kollegiale kerk van Sint Walburg binnen Zutphen, een jaarrente van 5 joachimsdalers,
gaande uit zijn huis en hof in de Kuepkenstraat, achter met de hof uitgaande op de
Fischmarkt, verkocht heeft aan Thomas van Buerlloe, Gerit Aitsack en Wilhelm ten Knuyve,
olderlieden van het Grote Sint Anthonisgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in ‟t jair uns heren duysent viffhondert ein ind tsestich opten fridach nae Exaudi.
a. Oorspr. (inv.nr. 781); het stadszegel is verloren.
b. Afschrift in inv.nr. 1, fol. 187.
380
1561, 11 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat joffer Johanna, weduwe van Albert van
Styender, een jaarrente van 10 goudguldens, gaande uit haar huis en hof in de Waterstraat,
achter strekkende aan de stadsmuur, verkocht heeft aan Thomas van Buerlo, Garrit Atsack en
Wyellem ten Knuffe, olderlieden, en aan de gildemeesters van het Grote Sint Antoniusgilde in
de Grote Kerk binnen Zutphen en dat Garrit van der Capelle, haar broeder, heeft beloofd, dat
haar onmondige dochter Byele deze overdacht van kracht zal houden.
Geghyeven in ‟t jaer uns heeren dusent vieffhoendert eyen ind sestycht up den doenderdach
nae Conceptionis beate Marie virginis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 183 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekeningen over de aflossing en herbelegging in 1564 en 1566.
381
1562, 21 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 45½ goudgulden, gaande uit de stadslanden de tiende
kloot van de Varkensweyde, Balverden genaamd, en de tweede kloot van de Brinck, verkocht
hebben aan Lambert Louwerman en Andriesje, zijn vrouw, met welk geld de stad vier
rentebrieven aan het klooster te Diepenveen bij Deventer heeft afgelost.
Gegeven in ‟t jaer uns heeren duisent vieffhondert twie ind sestich opten saterdach aevent
Petri ad cathedram.
Afschrift in inv.nr. 766.
Archiefnummer 84
Pagina 68 van 74
N.B. Met aantekening dat Berent, Rutger, Andries en Lambert Louwerman in 1598 hiervan
25½ goudgulden hebben overgedragen aan Wilhem Veher en Gerlich van Bourloe. In 1621 is
de rente overgedragen aan de Sint Anthonis Grote Broederschap.
382
1562, 16 maart
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat mr. Jasper Kreyinck een jaarrente van 2
gulden, gaande uit zijn huis in de Corter Hoeffstraat op de hoek van de Toerffstraat met het
brouwhuis aan de Falt en de schuur aan de gemene straat, verkocht heeft aan de olderlieden
van Sint Antoennis Grote Gilde binnen Zutphen.
Geghyeven in den jaer uns heeren dusen vyeffhoendert end twye en sesticht up den mandach
na Judica.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 191.
383
1562, 9 mei
Arndt Berck en Steven Bentinck, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Wilhelma Mollers
de jaarrente, vermeld in de akten van 6 mei 1542, 4 november 1549 en 13 april 1551 (reg.nrs.
306, 343 en 347), waardoor deze akte is gestoken, heeft overgedragen aan Thomas van
Buerloe, Gerrit Aitsack en Wilhem then Knueff, olderlieden van het Grote Sint Anthoenissgilde
in de Grote Kerk.
Gegevenn in dem jair ons herrn duesent vijffhondert twee unnd sestich opten satterssdach
nae Herrn Hemmelfartsdach.
Oorspr. (inv.nr. 782), met de zegels van de oorkonders.
384
1563, 15 februari
Alphart van Till en Cornelius Iseren, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Jacob Aeltgen
en Engelbert ther Mollenn, kinderen van wijlen Aelbert ther Mollen en Gertgen, zijn vrouw, de
jaarrente, vermeld in de akten van 17 juni 1550 en 3 juli 1556 (reg.nrs. 346 en 366), waardoor
deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Thomas van Burloe, Gerrit Aitsack en
Wilhem then Knueff, olderlieden van het Grote Sint Anthoenissgilde in de Grote Kerk.
Gegeven in dem jair ons herrn duesent vijffhondert drie und sestich optenn maendach nae
Valentini.
Oorspr. (inv.nr. 789), met de geschonden zegels van de oorkonders.
385
1563, 23 februari
Thomas van Buerloe verklaart een jaarrente van 4 joachimsdalers, gaande uit zijn huis in de
Waterstraat, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint
Antoennisgilde.
Geghyeven yn den jaer uns heeren dussent vyeffhuendert drye unde sestycht up suente
Matiasavent.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 186.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing en herbelegging in 1566.
386
1564, 14 februari
Garryt Barner en Janna, zijn vrouw, verklaren, dat zij een jaarrente van 4 daler, gaande uit
hun huis in de Sproenckstraat, met de schuur achter uitgaande in de Bueykerstraat, verkocht
hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Antonnisgilde binnen
Zutphen.
Geghyeven yn ‟t jaer uns heeren dussent vieffhuendert unde vyer unde sestycht up den
mandach na den soendach Esto mychi.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 186 vso.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1604.
387
1564, 8 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Welmer Berntszoon en Altken, zijn vrouw,
een jaarrente van 1½ gulden, gaande uit hun huis aan de Brede straat, verkocht hebben aan
Thomas van Buerlo, Garrit Atsack en Harmen Barner, olderlieden van het Sint Antoniusgilde
in de Grote Kerk binnen Zutphen.
Geghyeven in den jair ons heeren dusent vyeffhoendert unde vyer unde sestycht opten
doenderdach octava Sacramenti.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 187 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 69 van 74
388
1565, 1 juni
Hennrick van der Capellenn en Johan van Vorthuesen Janss., schepenen van Zutphen,
oorkonden, dat Johan Roeloffzen en Aeltgen, zijn vrouw, de rentebrief van 13 november 1556
(reg.nr. 367), waardoor deze akte is gestoken, hebben overgedragen aan Otto Bonngenhoff
en Styne, zijn vrouw.
Gegevenn in dem jair onss herrnn vijffthienhondert vijff unnd sestich optenn frijdach nae
Herrnn Hemmelfartsdach.
Oorspr. (inv.nr. 808), met de zegels van de oorkonders.
389
1565, 28 september
Jacob Snijder van Essen erkent een jaarrente van 2 gulden, gaande uit zijn huis in de
Waterstraat, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint
Antoniusgilde binnen Zutphen voor een kwart vat hollantsche of fryessche boter, die zij hem
jaarlijks als lijfrente zullen geven.
Geghyeven in den jaer uns heeren dusent vyeffhuendert vyeff ende sesticht up avent
Michgels arganlis.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 189.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1612.
390
[15]65, 23 oktober
Mellis van Lennep en juffer Weyme, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 12 stuiver
brabants, gaande uit een huis in de Lange Hoeffstraat op de hoek van de Rodentoernstraat,
verkocht te hebben aan de olderlieden van Sint Antoennis Grote Gilde binnen Zutphen.
Geschyet up den 23 dach october in anno vyeff en sesticht.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 190.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing in 1598.
391
1566, 7 maart
Bernt Meyerinck, stadhouder en richter vanwege Johan van Raesfelt toe Hackffoert, scholt
van Zutphen binnen en buiten, oorkondt, dat Henrick Falke genaamd Kremer en Sophia, zijn
vrouw, een jaarrente van 6 goudguldens, gaande uit de helft van het goed Boesenkem,
gelegen in het kerspel Almen in de Huelshueck, verkocht hebben aan Harmen Barner en mr.
Gaert Barner, olderlieden van Sint Antoennis Grote Gilde binnen Zutphen.
Geschyet inde geghyeven in ‟t jaer uns heeren vyeftien hundert sees unde sesticht up
duenderdach na Invocavit.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 188.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing.
392
1566, 2 mei
Joffer Luemme Putselers, weduwe van Garrit van der Capelle, erkent een jaarrente van 3
guldens, gaande uit haar huis in de Langer Hoffstraat, achter uitgaande in de Beckerstraat,
verkocht te hebben aan mr. Gaert Barner en Harmen Barner, olderlieden van Sint Antonnis
Grote Gilde binnen Zutphen.
Geghyeven unde geschyet yn den jaer ons heeren dusent vyeffhuendert unde sees en
sesticht up den doenderdach na meydach.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 189.
N.B. Doorgehaald. Met aantekening over de aflossing.
393
[15]66, 25 september
Henrick Rutter Henrixzoon en Fenna, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 6 gulden,
gaande uit een huis, brouwhuis en schuur, gelegen in de Boeykerstraat langs de steeg,
verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Antoennis Grote Gilde
binnen Zutphen.
Geschyet up den 25.dach september in ‟t jaer sees en sesticht.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 190 vso.
Archiefnummer 84
Pagina 70 van 74
394
[15]67, 6 april
Evert ten Haffick en Johanna, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 1½ gulden, gaande uit
hun hof in de Koelsteeg, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Antoennis Grote Gilde binnen Zutphen.
Geschyet wesende up dye octave van Paschen in anno soeven en sesticht.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 190 vso.
395
1567, 1 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Marcus van Olst, glazenmaker, en Lucia,
zijn vrouw, een jaarrente van 6 goudguldens, gaande uit hun huis in de Langer Hoffstraat,
verkocht hebben aan Geert Barner en Hermen Barner, olderlieden van Sint Anthonis Grote
Gilde binnen Zutphen.
Gegeven in den jahre uns hern viefthienhondert soeven und sestich up den dingstdach nae
Petri en Pauli apostolorum.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen in inv.nr. 1, fol. 196.
N.B. In margine: “van sees daller uuth Lambert Vatebenders huus.”
396
[15]68, 15 september
Derrick Symenss. en Hilleken, zijn vrouw, erkennen een jaarrente van 6 gulden, gaande uit
hun huis, brouwhuis en schuur, gelegen in de Kuepkensstraat, achter met het brouwhuis en
de schuur strekkende in de Beckerstraat, en uit hun hof in het Poelssbroick, achter strekkende
aan de Rouwendieck, verkocht te hebben aan de olderlieden en gildemeesters van Sint
Anthoniss Grote Gilde binnen Zutphen.
Geschiet wesende up den viefthienden dach september in ‟t jaer van acht en sestich.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen van Zutphen, openbaar notaris, inv.nr. 1, fol. 194.
397
1568, 3 november
Cracht Klock in den Spaenswert oorkondt, dat hij Wyllem Myddeldarp als een olderman van
Sint Antonysgilde binnen Zutphen heeft beleend met het goed Eylinck, gelegen in het kerspel
Hall in de buurschap Erdbeck.
Upten darden dach nofember anno duesen fijffhondert LXVIII.
Oorspr. (inv.nr. 745), met het zegel van de oorkonder.
398
1570, 20 mei
Richter en schepenen van Zutphenn oorkonden, dat Johann Smeynck en zijn vrouw, Fie
Smeynck, weduwe van Derick Mocking, Lisskenn Horsting, weduwe van Gerridt Smeynck,
Derick Smeynck en Johann, zijn onmondige broeder, Lutgerdt en Berndt Smeynck, Henderich
Smeynck en Thomas, zijn vrouw, Derick Buysscher en Anna, zijn vrouw, Carll van denn Wall
en Mechteldt, zijn vrouw, Johann ther Bredeen Heyle, zijn vrouw, en Gerridt vann Eyll en
Truede, zijn vrouw, een huis en hof op de Nyestadt in de Luickerstraat hebben overgedragen
aan Hinderich Ruither Gerritsenn, raadsvriend van Zutphen, en juffer Gertruidt van der Heell,
zijn vrouw.
Geghevenn inn denn jaere unsess herenn duizenth viffhunderth undd soeventich optenn
saterssdach nhae denn hillighen Pynxterdach.
Oorspr. (inv.nr. 831), met het zwaar geschonden zegel en contrazegel van de stad.
399
1571, 15 januari
Henrick Ruyter Gerridtszoon en Henrick van Till, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat
Johan Tenckinck de jaarrente van 5 molder, vermeld in de akte van 23 juli 1518 (reg.nr. 251),
waardoor deze akte is gestoken, volgens overeenkomst verminderd tot 3 molder, heeft
overgedragen aan Johan Buecker en Gertken, zijn vrouw.
Gegeven in den jaer uns hern duesent viefhondert ein und soeventich up den maendach nae
Pontiani.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen in inv.nr. 1, fol. 198.
N.B. Vergelijk ook reg.nr. 401.
400
1572, 30 juni
Gairdt Barner, Harmen Barner en Wilhem Middeldorp, olderlieden van Sint Anthonis Grote
Gilde in de collegiale kerk van Sint Walburg binnen Zutphen, en Gairdt en Harmen Barner
voornoemd als geërfden in Veluwen en Veluwensoem, verklaren, dat zij een lijfrente van 50
Archiefnummer 84
Pagina 71 van 74
goudgulden, gaande uit het goed Alderdinck, gelegen in het kerspel Warnsfelde in de
buurschap Waricken, en uit het goed Floeinck in het kerspel Brummen in de buurschap
Loeven, hebben verkocht aan Garrit Zelle en beloven na het overlijden van Garrit Zelle iedere
zondag voor de kerkdeur 8 preuvingen te zullen geven.
Gegheven in ‟t jaer ons heren vijfftiinhondert twee und soeventich den lesten dach junii.
Afschrift in inv.nr. 1, fol. 207.
401
1573, 28 september
Willem Veher en Garryt van Suchtelen, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johan
Tenckinck een jaarrente van 1 molder rogge, gaande uit het kerkeland te Vorden, hem nog
resterende van de jaarrente, gevestigd 23 juli 1518 (reg.nr. 251), waarvan Johan Buecker nog
2 molder heeft (vergelijk reg.nr. 399), heeft verkocht aan de olderlieden en gildemeesters van
Sint Anthoenis Grote Gilde in de kerk van Sint Walburg.
en
c
Gegheven den xxviii septembris anno XV drye ende tsoeventich.
a. Oorspr. (inv.nr. 809), met het zegel van de eerste oorkonder en een fragment van dat van
de tweede.
b. Afschrift door Welmarus Schulthen, notaris, in inv.nr. 1, fol. 199.
402
1574, 31 mei
De geërfden van de Warckenscher Mark, gelegen in het kerspel Warnsfelde, verklaren, dat zij
overdragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde binnen
Zutphen een hofstede, gelegen tegenover het goed Allerdinck naast de Warckenschen boom,
zoals die ontgonnen is met toestemming van de geërfden door wijlen Gijsbert Pongen, met het
recht van gebruik door diens weduwe tot hertrouwen, overlijden of tot het afbranden van het
huis toe en met het recht van haar erfgenamen dit huis af te breken.
Actum binnen Zutphen opten lesten dach may 1574.
Oorspr. op papier (inv.nr. 698), met de handtekeningen of merken van H.B. Antinck, Johan
Bueker, Henrick ther Hegge, Arnt van Munster, Jan ten Loos, Willem Kieminck, Henrick to
Graffel, Gaert Barner en Willem Middeldorp.
403
1575, 12 februari
Johan Fredericx, stadhouder en richter vanwege Coenraet van Westerholt, scholt van Zutphen
binnen en buiten, oorkondt, dat heer Johan Schetter, proost, en heer Peter van der Vecht,
deken van de collegiale kerk van Sint Walburg binnen Zutphen, en hun mede-kapittelheren
een jaarrente van 6 enkele zilveren daalders, gaande uit het kapittelsgoed Valcke, gelegen in
het kerspel Wernsfelde in de buurschap Eefde, hebben verkocht aan de olderlieden van het
gilde van Sint Groten Anthonis en dat hun pachter deze jaarrente eerst zal betalen en op de
pacht zal korten alvorens hen de pacht te betalen.
Gegeven in ‟t jaer ons heeren duyssent vijffhondert vijff ende tseventich den twaelffden
februarii.
a. Oorspr. (inv.nr. 812), met het zegel van de oorkonder.
b. Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen von Zutphen, openbaar notaris, in inv.nr. 1,
fol. 200.
404
1575, 26 mei
Johan Frerix, stadhouder en richter vanwege Coenraedt van Westerholt, scholt van Zutphen
binnen en buiten, oorkondt, dat Willem Keminck een jaarrente van 6 goudguldens, gaande uit
het goed Keminck, gelegen in het kerspel Warnsfeldt in de buurschap Warcken, verkocht
heeft aan de olderlieden van Sint Anthoniss Grote Gilde in de collegiale kerk van Sint Walburg
binnen Zutphen en dat, aangezien het goed Keminck hofhorig is, Gerrit Starrick en Engele,
zijn vrouw, het goed Starinck, gelegen in Warcken, hiervoor tot waarborg hebben gesteld.
Gegeven in ‟t jair unsers hern vieftienhondert vief end soeventich den sess en twintigsten
may.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen in inv.nr. 1, fol. 201.
405
1575, 27 oktober
Arndt Wolters en zijn kinderen Gerrit en Johan Arndtsz., Luyken Jacobs en Lysken, zijn vrouw,
Jorrien Janssen en Gertken, zijn vrouw, verklaren een stuk hooiland, de Bentinckmate
genaamd, gelegen in het ambt Brummen in het kerspel Halle in de Eerdtbeckermeden,
overgedragen te hebben aan Gaedert Barner en Willem Middeldorp, raadsvrienden van
Archiefnummer 84
Pagina 72 van 74
Zutphen, en Gerrit Zelle, olderlieden, en Berndt Haeck en Henrick van Cranenborch,
gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgen kerk binnen Zutphen.
Gegeven indt jaer ons hern dusent vijffhundert vijff en tsoventich den soven en twintichsten
dach des maentz octobris.
a. Oorspr. (inv.nr. 747), met de zegels van Arndt Wolters, Berndt Voet en Willem Lentinck.
b. Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen, openbaar notaris, in inv.nr. 1, fol. 203 vso.
406
1575, 24 november
Godtschalck Hubertz en Evertken, zijn vrouw, erkennen een stuk land, gelegen in het ambt
Brummen in de buurschap Halle, grenzende aan het Emperbroick, overgedragen te hebben
aan Gaedert Barner en Willem Middeldorp, raadsvrienden van Zutphen, en Gerridt Zelle,
olderlieden van Sint Anthonis Grote Gilde in Sint Walburgen kerk binnen Zutphen.
Gegeven in ‟t jaer ons heren dusent viffhondert ende vijff en tsueventich den vier ende
twintichsten dach novembris.
a. Oorspr. (inv.nr. 748), met de zegels van Aerndt Wolters, Berndt Voet en Willem Lentinck.
b. Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen, openbaar notaris en gezworen schrijver, in
inv.nr. 1, fol. 204 vso.
407
1576, 20 december
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat zij door toedoen en met goeddunken van
de gemeenslieden een jaarrente van 24 daalders, gaande uit de stadswijn- en bieraccijnsen
en andere renten en inkomsten, verkocht hebben aan Goedert Barner, Willhem Weiddeldarp
(sic) en Gerrit T. Selle, burgemeesters en raden van Zutphen, olderlieden van Sint Anthonis
Grote Gilde in Sint Walburgenkerk.
Gegeven den twintigsten decembris 1576.
Afschrift in inv.nr. 766.
N.B. Met aantekening dat het geld in het jaar 1572 en 1576 was opgenomen, in het eerste
jaar voor de bouw van de sluis aan het Oertken.
408
1579, 21 juli
Philips van Rossbach, ridder van Sint Johans Orde, commandeur van Arnehm en Nimmegen,
oorkondt, dat hij aan de olderlieden en gildemeesters van het Grote Sint Anthonisgilde binnen
Zutphen in Sint Walburgenkerk, het land dat Holtt genaamd, gelegen in het kerspel Brummen
in de buurschap Loeven, heeft verpacht voor 6 stuiver brabants, te betalen aan de pastoor of
in de pastorie van Spanckeren.
Gegeven in den jaire unses hern duesent viefhondert niegen en tsoeventich den ein und
twintichsten des mantz julii.
Notarieel afschrift door Welmarus Schulthen, openbaar notaris, in inv.nr. 1, fol. 202 vso.
409
1581, 8 juli
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Craeneborch en Aeltgenn, zijn
vrouw, een jaarrente van 8 dalers, zoals zij deze hebben uit een huis buiten de Marspoort,
hebben overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van Sint Anthonis Grote Gilde.
en
c
Gegevenn denn viii dach julii XV eenn und tachtentich.
Oorspr. (inv.no. 785); het stadszegel is verloren.
410
1581, 31 juli
Bartoldt van Gendt, raad van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, stadhouder van
de lenen, oorkondt, dat hij Berndt Mocking na dode van zijn vader Berndt Mocking beleend
heeft met het goed Banninck, gelegen in het kerspel Hengell in de buurschap Noerdtwijck.
Gegeven den lesten julii in ‟t jaer ons heren duisent vijffhondert een ende tachtentich.
Oorspr. (inv.nr. 655), met het geschonden grootzegel en contrazegel van Gelderland in rode
was.
411
1582, 12 februari
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat joffer Catharina Barners, weduwe van
Jasper Cloeck, en haar onmondige kinderen een jaarrente van 3 guldens, gaande uit haar
huis in de Lange Hoeffstraat achter uitkomende in de Roedenntornnstraat, verkocht heeft aan
Catarina Beyers, dochter van wijlen Henrick Beyers.
c
Gegevenn denn xii febr. XV LXXXII.
Archiefnummer 84
Pagina 73 van 74
Oorspr. (inv.nr. 784), met het geschonden zegel en contrazegel van de stad.
N.B. Met onderstaande aantekening over door haar vader Harmen Barner opgenomen geld.
Hierdoor is gestoken de akte van 27 november 1582 (reg.nr. 412).
412
1582, 27 november
Garryt Zelle en Lambert Louwerman, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Andries
Barmentlo, kuiper, mr. Berndt van Vorden, rector, en Henrick Barmentlo als bloedverwanten
van wijlen Henrick Barmentlo Berndtss. en mede voor Henrick Beyer of zijn kinderen
ingevolge het testament van Catarina Beyer, moeder van de Bornhoeff, waarbij deze een
preuving in het Sint Antonis Grote Gilde heeft gesticht, een schuldbekentenis van 61½ daler
en een rentebrief van 12 februari 1582 (reg.nr. 411), waardoor deze akte is gestoken, hebben
overgedragen aan de olderlieden en gildemeesters van genoemd gilde.
c
Gegevenn denn xxvii novembris XV LXXXII.
Oorspr. (inv.nr. 784), met de zegels van de oorkonders.
413
1586, 10 mei
Herman ten Holt, stadhouder en richter vanwege Coenraet van Westerholt, scholt van
Zutphen, oorkondt, dat Willem Middeldarp, raadsvriend van Zutphen, en Egbert Wuestinck,
olderlieden van het Grote Sint Anthonis Gilde in de collegiale kerk van Sint Walburg binnen
Zutphen, - de plaats van de derde olderman is wegens het overlijden van Gaert Barner vacant
- een jaarrente van 6 zilveren daalders, gaande uit het goed Alderinck, gelegen in het kerspel
Warnsfelde in de buurschap Warcken, hebben verkocht aan Johan Thiesselinck, vanwege de
koning hopman en landdrost van Zutphen, scholt van Lochem en joffer Johanna, zijn vrouw.
Gegeven in ‟t jaer ons heren duysent vijffhondert ses ende tachtentich den thienden dach
may.
Oorspr. (inv.nr. 699), met het geschonden zegel van de oorkonder.
N.B. In dorso aantekening over de aflossing in 1614.
414
1593, 7 februari
Wilhelm Buecker, in de plaats van Jacobus Schimmelpenninck, en Jacob van Wynsshem,
schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Styene, weduwe van meester Bernt van Loberich,
als medeërfgenaam van Elsken Schenck, weduwe van Johan Ruiter, de jaarrente, vermeld in
de akte van 24 december 1548 (reg.nr. 339), waardoor deze akte is gestoken, heeft
overgedragen aan Aernt van den Wall en Wilhem Buecker als opzieners, en Wilhem Janss.
als rentmeester van het Sint Antonis Grote Gilde ingevolge het testament van Elsken
voornoemd, waarbij deze een preuving in het gilde, 50 daalders aan het Weeshuis en 25
daalders aan de armen in het Broeck had gegeven.
Gegeven toe Zutphen den soevenden februarii anno domini duisent vijffhondert drie unde
tnegentich stylo veteri.
Oorspr. (inv.nr. 793), met de zegels van de oorkonders, waarvan het eerste geschonden.
415
1594, 8 november
Henrick Kloek in den Spansenwerdtt oorkondt, dat hij Willem Bueker, raadsvriend van
Zutphen, ten behoeve van het Sint Anthonis Grote Gilde binnen Zutphen heeft beleend met
het goed Yllinck, gelegen in het kerspel Haelle in de buurschap Erdtbeke.
Geschiet tho Zutphen in die raidtkammer onder mijn signatur unde ziegell den achten
novembris 1594 stylo veteri.
Oorspr. (inv.nr. 745), met het zegel van de oorkonder.
Archiefnummer 84
Pagina 74 van 74