Begroting 2016 - Krimpen aan den IJssel
Download
Report
Transcript Begroting 2016 - Krimpen aan den IJssel
Meerjarenbegroting
2016-2019
Gemeente Krimpen aan den IJssel
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Voorwoord
Inleiding
4
Programma’s
1. Bestuur
7
8
2.
Woon- en leefomgeving
14
3.
Samenleven
21
4.
Preventie
29
5.
Basishulp
35
6.
Individuele hulp
39
7.
Dienstverlening
44
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
50
Paragrafen
A. Lokale heffingen
55
56
B.
Weerstandsvermogen
60
C.
Onderhoud kapitaalgoederen
67
D.
Financiering
74
E.
Bedrijfsvoering
78
F.
Verbonden partijen
80
G.
Grondbeleid
88
H.
Subsidies
90
Financiële Begroting
Uitgangspunten
94
97
Baten en lasten 2016
98
Meerjarenperspectief
99
Aanmerkelijke verschillen
100
Investeringen en stelposten
102
Reserves en voorzieningen
103
Incidentele baten en lasten
106
EMU-saldo
109
Bijlagen
A.
Indicatoren
111
Voorwoord begroting 2016
Met genoegen bied ik u de nieuwe meerjarenbegroting 2016-2019
aan.
benoemen van de ambities en strategie om maatschappelijke
doelstellingen te bereiken.
Het is de tweede begroting van het huidige college. In hetzelfde
vernieuwde formaat als vorig jaar. Inhoudelijk valt met name op dat
er in 2016 een aantal stevige ambities in uitvoering komen terwijl
de OZB-belasting niet wordt verhoogd!
En dat alles conform de opdracht van de raad: het opstellen van
een sluitende begroting voor 2016.
De begroting bevat een basisset financiële kengetallen, die volgens
de BBV zijn voorgeschreven. Ook is een aanzet gemaakt met het
opnemen van een set prestatie- en effectindicatoren die landelijk
gebruikt zullen worden. Voor deze indicatoren wordt met name
aansluiting gezocht bij de monitor ‘Waarstaatjegemeente.nl’.
Deze set is nog in ontwikkeling en is daarom opgenomen als bijlage
bij de begroting zodat deze set zo nodig aangepast of aangevuld
kan worden.
De onzekerheden rondom de budgetten van het sociaal domein die
in de begroting van 2015 centraal stonden, hebben wij niet kunnen
wegnemen. De uitvoering in 2015 loopt maar zowel de budgetten
als de omvang van de vraag blijven aan verandering onderhevig.
Niet alleen het sociaal domein zorgt voor onzekerheden in het
financiële huishoudboekje van de gemeente. Door veel gemeenten,
waaronder Krimpen aan de IJssel, wordt bij de rijksoverheid
aandacht gevraagd voor de grote onzekerheden en fluctuaties in de
algemene uitkering uit het gemeentefonds. Fluctuaties die de
afgelopen jaren gepaard zijn gegaan met forse bezuinigingen op dit
gemeentefonds. Inmiddels is de discussie ontstaan of de gemeenten
ter compensatie niet de mogelijkheid zouden moet krijgen om meer
belastinginkomsten te genereren, maar deze discussie is nog lang
niet afgerond.
Kortom ook het komende begrotingsjaar zal in teken staan van
forse onzekerheden.
Zoals aangegeven, is in 2015 gekozen voor een nieuwe vormgeving
waarmee de begroting digitaal, in een compact en overzichtelijk
formaat wordt aangeboden. Hierop is verder voortgeborduurd door
dit jaar de paragrafen en de financiële begroting aan te passen aan
het format en opzet. De nadruk in deze begroting ligt daarom – net
als vorige jaar - niet op het geven van een uitputtende opsomming
van alle activiteiten die de gemeente uitvoert, maar meer op het
Wat mij betreft is er, met dank aan het ambtelijk apparaat, een
mooie nieuwe begroting opgeleverd. Mooi door de moderne
vormgeving, maar ook mooi omdat het een sluitende begroting is.
Deze begroting zal de komende jaren worden doorontwikkeld om
nog duidelijker, toegankelijker en informatiever te worden.
Arnold de Leeuw
Wethouder Financiën
Inleiding
Inleiding
Voor u ligt de programmabegroting van het college. De boodschap
uit de kadernota is opgenomen in een nieuwe programmabegroting,
waarin de speerpunten van het college zijn verwerkt. Met deze
begrotingsopzet wordt inzicht gegeven in de voornemens van het
college en wordt de raad beter in staat gesteld kader-stellende en
controlerende taken uit te oefenen.
In deze inleiding treft u het volgende aan:
‘De hoofdlijn van deze begroting’
Het financieel meerjarenbeeld en hoe dit tot stand is
gekomen
Leeswijzer
De hoofdlijn van deze begroting
Het college presenteert u een sluitende meerjarenbegroting waarin
rekening is gehouden met de bij de Kadernota 2016 aangenomen
motie waarin het college gevraagd is zich in te spannen om de OZB
voor het jaar 2016 niet te verhogen. Het college heeft deze
uitdaging aangenomen en in deze begroting wordt - voor het eerst
sinds lange tijd - de OZB-belasting niet verhoogd!
Tegelijkertijd liggen er wel een aantal stevige ambities die in 2016
uitgevoerd moeten worden zoals:
Er wordt geïnvesteerd in maatschappelijke voorzieningen
zoals de Tuyter;
Er wordt concreet doorgepakt op de besluiten m.b.t. de
voorzieningen incl. taakstellingen;
Er vindt een heroriëntatie plaats op de omvang en inrichting
van de gemeentelijke organisatie;
Er wordt een nieuwe vorm van afvalscheiding ingevoerd
waarbij de afvalstoffenheffing slechts trendmatig wordt
verhoogd.
Inleiding
Er starten een aantal belangrijke projecten gericht op de
ontwikkeling van het EMK-terrein, de Prinsessenhof en De
Wilgen;
Tenslotte blijft er een forse inspanning gepleegd worden
m.b.t. vernieuwing van bestrating en riolering.
Daarnaast spelen er enkele meer algemene ontwikkelingen:
De decentralisaties
Vanwege de decentralisaties in het sociale domein heeft de
gemeente in 2014 geïnvesteerd in het leggen van verbinding met
burgers, aanbieders, maatschappelijke organisaties en
gemeentelijke partners. In 2015 moeten deze verbindingen zich
bewijzen: hebben we alle (hulpzoekende) burgers in beeld en staan
onze partners voor de gemaakte afspraken. Hoewel Krimpen zich
terdege heeft voorbereid, blijft het gezien de bijna nog dagelijkse
veranderingen, spannend of de verstrekte budgetten voldoende zijn
om de zorgvraag en onze ambities waar te maken. Tot op de dag
van vandaag geven met name onze partners onvoldoende inzicht
om risicoloos 2016 in te gaan. Overigens is dit niet alleen des
Krimpens, maar speelt het financiële inzicht in het hele land ons
parten.
Voorzieningendiscussie
Er zijn weliswaar geen nieuwe taakstellingen nodig om deze
begroting sluitend te maken, maar er resteren wel taakstellingen uit
voorgaande begrotingen. Met name de financiële opgave die
gekoppeld is aan de maatschappelijke voorzieningen moet de
komende jaren concrete invulling krijgen.
De uitvoering zal gepaard gaan met investeringen om De Tuyter,
multifunctioneel te maken. Daarna kan het proces van
(interne/externe) verzelfstandiging worden afgemaakt.
Daarnaast zal er worden geïnvesteerd in de kinderboerderij.
4
De GR IJSSELgemeenten
Krimpen en Capelle hebben in dit samenwerkingsverband de
uitvoering van sociale zaken en ICT ondergebracht. Doelstelling is
een effectievere en efficiëntere dienstverlening naar de burger
(sociale zaken) en een efficiëntere bedrijfsvoering (ICT). 2016 wordt
daarbij het 2e uitvoeringsjaar waarbij de lijn uit 2015 zal worden
voortgezet. Binnenkort kan uw raad een voorstel tegemoet zien
over de toetreding van Zuidplas (voor sociale zaken). Ook andere
gemeenten zijn in de toekomst welkom.
De Vennootschapsbelasting
De Vennootschapsbelasting (VPB) wordt per 1 januari 2016 voor
gemeenten van kracht. De voorbereidende werkzaamheden zijn in
volle gang. Met name de administratieve inrichting zal in de loop
van 2016 worden verzorgd. Zoals het er nu naar uitziet liggen de
grootste risico’s bij de bouwgrondexploitatie en ontstaat steeds
meer duidelijkheid hoe de gemeenten daarmee om moeten gaan.
Financieel meerjarenbeeld
Deze begroting is gebaseerd op de kadernota 2016 die in juli 2015
door de raad is vastgesteld. De uitwerking in deze begroting heeft
geleid tot verschuivingen en aanpassingen in financiële zin. Het
resultaat is een meerjarenbegroting dat is weergegeven in de
volgende tabel:
Overzicht baten en
lasten
Programma's
Bestuur
Woon- en leefomgeving
Samenleven
Preventie
Basishulp
Individuele hulp
Dienstverlening
Algemene
dekkingsmiddelen
Onvoorzien
Totaal saldo van baten
en lasten
Reservemutaties
Resultaat
Begroting
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
-6.432
-8.149
-5.223
-2.381
-2.105
-18.698
-2.717
-6.615
-8.441
-5.082
-2.396
-2.106
-17.631
-2.350
-6.284
-8.660
-4.658
-2.386
-2.108
-17.386
-2.363
-6.500
-8.742
-4.596
-2.378
-2.109
-17.290
-2.528
44.285
43.366
43.313
43.564
-29
-29
-29
-29
-1.448
-1.284
-561
-609
1.451
1.078
727
819
3
-206
167
211
Sluitend meerjarenbeeld
Met inachtneming van de aangenomen motie bij de Kadernota 2016
(de OZB niet verhogen) zijn wij erin geslaagd een sluitend
meerjarenperspectief voor te leggen, met uitzondering van het jaar
2017. Ook in de Kadernota was dit het enige jaar dat er zo negatief
uitspringt. Met de positieve saldi van de jaren erna hebben wij ons
niet bovenmatig ingespannen om dit tekort voor 2017 alsnog weg te
werken. Uiteraard mag u van ons college verwachten, dat in het
jaar 2016 alles in het werk gesteld zal worden om de dan nieuw op
te stellen meerjarenbegroting 2017-2020 (ook voor het jaar 2017)
sluitend aan te bieden.
Lokale lasten
Met deze sluitende meerjarenbegroting zijn wij er opnieuw in
geslaagd de lasten voor de burgers van Krimpen niet boven
trendmatig te verhogen. Voor de burgers is het goed nieuws dat in
deze financieel nog steeds moeilijke tijden het college de
woonlasten niet verhoogd om ambities uit te kunnen voeren.
Inleiding
5
Wij zijn erin geslaagd de onroerendzaakbelasting voor 2016,
overeenkomstig de wens van de raad (motie bij de kadernota), niet
te laten stijgen.
Weerstandsvermogen
In deze begroting is de ratio iets gedaald van 1,45 (2015) naar 1,36
voor het jaar 2016. De gemeente is desondanks nog ruim
voldoende in staat om de risico’s op te vangen. De lichte daling is
het gevolg van een daling van het weerstandscapaciteit.
Leeswijzer
Naast de gewijzigde paragrafen zijn er nog enkele wijzigingen in de
begroting ten opzichte van voorgaande jaren.
Allereerst willen wij nogmaals benadrukken dat negatieve bedragen
niet langer op een voordeel duiden, maar op een nadeel. Saldi
worden in deze stukken positief gepresenteerd als sprake is van een
voordeel. Daarbij zijn zoals gebruikelijk alle bedragen in de tabellen
weergegeven in duizendtallen.
In de begroting is aandacht besteed aan de indicatoren. Op basis
van de conceptlijst van verplichte indicatoren is in een bijlage
opgenomen de reeds bestaande en gepubliceerde waarden. Ook zijn
de 5 verplichte financiële kengetallen in de paragraaf
weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen.
De opzet van Nieuw Beleid en Intensiveringen is enigszins
aangepast. In een aparte tabel zijn deze nu per programma
opgenomen. Daarmee is de paragraaf Nieuw Beleid en Intensivering
komen te vervallen.
Inleiding
6
Prog
1
Programma’s
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Programma 1 Bestuur
Programma 2 Woon- en
leefomgeving
Programma 3 Samenleven
Programma 4 Preventie
Programma 5 Basishulp
Programma 6 Individuele hulp
Programma 7 Dienstverlening
Algemene dekkingsmiddelen en
onvoorzien
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
7
Programma 1 bestuur
Prog
1
Programma 1 Bestuur
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Hoofdambitie
De samenleving wordt in toenemende mate complexer en heeft het
karakter van een netwerk, waarin de overheid en de gemeente niet
langer het vanzelfsprekende (machts)centrum vormen. Steeds
vaker nemen inwoners, bedrijven, not-for-profit organisaties en
professionals zelf het initiatief en vragen de gemeente of zij wil
participeren in een maatschappelijk initiatief.
De gemeente moet daarom wendbaarder worden en sneller kunnen
en durven handelen. De gemeente wil in de eerste plaats
gemakkelijk toegankelijk zijn. De bestuurders geven dat met name
invulling door als wijkwethouder in hun wijk aanwezig en
aanspreekbaar te zijn.
In de tweede plaats wil de gemeente de mogelijkheden van
inwoners, ondernemers en professionals om zich actief in politieke
en bestuurlijke issues te mengen, maximaliseren. Tenslotte krijgen
inwoners, ondernemers en professionals meer gelegenheid om
vanuit hun eigen creativiteit een bijdrage aan de Krimpense
gemeenschap te leveren.
Samengevat is onze ambitie om ‘verbindend’ te besturen.
Alg
dek
P
§
€
Strategie
Verbinding zoeken en maken in de relatie burger-bestuur willen we
op een andere, vernieuwende manier vormgeven:
Wij spreken burgers en ondernemers aan om zelf een
bijdrage te leveren aan het schoon, heel en veilig houden
van hun woon- en leefomgeving;
Wij stimuleren burgers en ondernemers om actief te
participeren in een levendige sociale omgeving;
Wij geven burgers en ondernemers meer mogelijkheden om
zich in politieke en bestuurlijke issues te mengen en die ook
zelf op de agenda te zetten;
Programma 1 Bestuur
Wij zijn als wijkwethouders direct aanspreekbaar voor
burgers en ondernemers.
De gemeente groeit meer en meer toe naar een rol als ‘regisseur
van beleid’ en ‘opdrachtgever’ voor een gevarieerd aanbod aan
voorzieningen en activiteiten. De gemeente gaat minder zorgen
‘voor’ en meer zorgen ‘dat’. Meer concreet:
gaan wij meer gebruikmaken van de organiserende kracht in
de samenleving zelf;
werken wij samen met bestaande en nieuwe platforms en
initiatieven, zoals de Ondernemerskring, ZZP-Krimpen, het
Seniorenplatform, de adviesraad voor het Sociaal Domein, de
Cliëntenraad leerlingenvervoer en de klankbordgroep ‘De
kracht van Krimpen’;
werken wij samen met andere gemeenten voor wat wij zelf
niet of niet (langer) efficiënt kunnen organiseren.
De gemeentelijke organisatie staat in dienst van de Krimpense
gemeenschap. Dat vereist communicatieve vaardigheden op allerlei
niveaus met als doel het zoeken en maken van verbindingen.
De verbinding tussen college en gemeenteraad richten wij eveneens
op een andere, vernieuwende manier in. Wij streven vooral naar
een vernieuwende manier van (beleidsmatige) verantwoording van
de eigen gemeentelijke inspanningen en activiteiten en die van onze
‘ketenpartners’.
Dat doen we door gebruik te maken van de website
www.waarstaatjegemeente.nl waar o.a. resultaten van
klanttevredenheidsonderzoeken en burgerpeilingen te vinden zijn op
het gebied van:
leefklimaat, openbare orde en veiligheid, ruimte en mobiliteit
en duurzame ontwikkeling
maatschappelijke participatie, bedrijvigheid en economie,
onderwijs en gezondheid
9
Prog
1
werk en inkomen, jeugd en jeugdhulpverlening,
maatschappelijke ondersteuning en zorg
bestuur en organisatie en gemeentelijke financiën
gemeentelijke dienstverlening
Ook maken we gebruik van (kwantitatieve) gegevens die
beschikbaar komen in de vorm van een monitor (bijvoorbeeld
jeugdgezondheid, volksgezondheid en gezondheid ouderen),
rapportages (bijvoorbeeld van veiligheid) en jaarverslagen van onze
ketenpartners (verbonden partijen).
Eind 2015 worden nieuwe afspraken gemaakt in de rolverdeling
tussen de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie
betreffende de aansturing, verantwoordelijkheden en
controleerbaarheid (“governance”) bij de verbonden partijen en
ketenpartners. In 2016 zal de implementatie van de “nieuwe
governance” binnen de samenwerkingsverbanden plaatsvinden.
Hierbij worden ook de gevolgen van de invoering van de nieuwe
“Wet gemeenschappelijke regelingen” (Wgr) per 1 januari 2015
betrokken.
Wat is er aan de hand?
Communicatie en participatie
Veel burgers voelen zich betrokken bij de gemeente. Zij willen niet
dat de gemeente alles voor ze oplost, maar vragen om een
gemeente die hen in staat stelt eigen initiatieven te nemen. Op haar
beurt verwacht de gemeente ook dat inwoners zelf
verantwoordelijkheid nemen. Communicatie is er op gericht om
inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties met elkaar in
verbinding te brengen. Door deze verbinding ontstaat er ruimte
voor mooie en breed gedragen initiatieven. Het bestuur faciliteert,
stimuleert en enthousiasmeert.
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Intergemeentelijke samenwerking
Gemeenten in ons land werken de laatste jaren steeds intensiever
samen. Er bestaat een veelvoud van samenwerkingsverbanden met
verschillende organisatievormen. In 2016 zijn de volgende
ontwikkelingen van belang.
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Op 1 januari 2015 is dit samenwerkingsverband op de
terreinen vervoer en verkeer en economie van start gegaan.
In 2016 zullen de deelnemende gemeenten zich bezighouden
met de vraag: voldoet het samenwerkingsverband aan onze
verwachtingen? Daar waar nodig zullen aanpassingen in de
organisatievorm worden toegepast.
Gemeenschappelijke Regeling IJSSELgemeenten
De gemeente Zuidplas zal per 1 januari 2016 voor het
onderdeel sociale zaken als deelnemer aansluiten bij het
samenwerkingsverband tussen de gemeenten Capelle en
Krimpen.
Sociale werkplaats bedrijf Promen
In 2016 zal de realisatie van de in 2015 ingezette
“omvorming” van de samenwerking als gevolg van de
invoering van de Participatiewet worden doorgevoerd.
Technisch Bureau in de Krimpenerwaard (TBK)
In 2016 zal definitieve besluitvorming plaatsvinden over de
toekomst van het TBK vanwege de totstandkoming van de
gemeente Krimpenerwaard. Daarbij zullen wij ook de (grote)
veranderingen in het omgevingsrecht en het bouw- en
woningtoezicht betrekken.
Programma 1 Bestuur
Middelen
Als gevolg van de doorgevoerde wijzigingen in de Planning en
Control cyclus is het nodig de daarmee verband houdende financiële
verordeningen aan te passen. Aan risicomanagement zal een
nieuwe impuls worden gegeven.
Speerpunten in 2016
Bestuur
Aantreden nieuwe burgemeester
Intergemeentelijke samenwerking
Evaluatie 1e jaar MRDH;
Toetreding gemeente Zuidplas (alleen sociale zaken) bij
IJSSELgemeenten;
Evaluatie 1e jaar IJSSELgemeenten door extern bureau
Holland Consulting Group (HCG);
10
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Besluitvorming over samenwerking met de gemeente
Krimpenerwaard binnen het TBK;
Implementatie “nieuwe governance” rondom verbonden
partijen en ketenpartners;
Aanpassingen binnen de organisatievormen van de
verbonden partijen als gevolg van de invoering van de
nieuwe “Wet gemeenschappelijke regelingen” (Wgr).
Communicatie en participatie
Uitbreiding van het wijkwethouderschap;
Actief bouwen aan online en offline relaties;
Met trots Krimpen aan den IJssel op diverse terreinen onder
de aandacht brengen.
Middelen
Invoeren van een nieuwe Financiële verordening.
Opstellen van een nieuwe Budgetnota en nota afwijkingenbeleid
Invoeren Nota verbonden partijen
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Nota Strategisch Communicatiebeleid
Gedragscode politieke ambtsdragers
Notitie Integriteit
Reglement van orde van de gemeenteraad
Verordening op de raadscommissies
Verordening rekenkamercommissie
Referendumverordening
Verordening commissie bezwaarschriften
Financiële verordening
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
Bestuur
Burgerpeiling
o Relatie burger en gemeente.
Programma 1 Bestuur
11
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Bestuur
Prog
3
Lasten
Bestuur
Middelen
Prog
4
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
Prog
5
Baten
Bestuur
Middelen
Prog
6
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Prog
7
Reservemutaties
Resultaat
Investeringen
Alg
dek
Onderhoud kapitaalgoederen - totaalbudget
Totaal
Rekening
2014
4.473
1.146
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
6.069
1.799
5.907
637
5.972
776
5.991
426
6.053
581
5.619
7.868
70
6.614
50
6.798
50
6.467
50
6.683
174
18
157
25
157
25
157
25
157
25
158
26
192
182
182
182
183
183
-5.428
-7.686
-6.432
-6.615
-6.284
-6.500
62
1.004
115
85
-5.365
-6.681
-6.317
-6.530
-6.284
-6.500
2016
716
716
2017
727
727
2018
738
738
2019
749
749
P
§
€
Programma 1 Bestuur
12
Prog
1
Nieuw beleid en intensiveringen
Prog
2
Prog
3
Uitbreiding formatie griffie
Afkoop vergoeding BHV
Totaal
50
20
70
2017
2018
2019
50
50
50
50
50
50
Uitbreiding formatie Griffie (intensivering)
De werkgeverscommissie heeft een inventarisatie gemaakt van de (gewenste) werkzaamheden door de griffie. Op basis daarvan wordt
voorgesteld de formatie van de griffie uit te breiden met 1 fte. Het nu gevraagde extra budget betreft een aanvulling op het reeds in de
begroting 2015 opgenomen Nieuw beleid waarvoor structureel € 50.000 is opgenomen. Naar verwachting kan met het totale extra
budget van € 80.000 de uitbreiding van 1 fte vanaf 2016 worden gedekt.
BHV afkoop (nieuw beleid)
De kosten van invoering van een nieuwe hoofdstuk 3 CAR met ingang van 1 januari 2016 worden geraamd op € 20.000. Uitgegaan
wordt van afkoop van 5 jaar van de BHV vergoeding ( €50 per deelnemer/per jaar) als gevolg van overgangsrecht van de medewerkers.
De kosten worden gedekt vanuit de vrije reserve.
Prog
4
Prog
5
2016
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Programma 1 Bestuur
13
Programma 2 Woon- en leefomgeving
Prog
1
Programma 2 Woon- en leefomgeving
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Hoofdambitie
Inwoners en ondernemers hechten aan een prettige woon- en
leefomgeving en een succesvol verkeer- en vervoersysteem. Het
gemeentebestuur besteedt daarom veel tijd, aandacht en geld aan
het ontwikkelen en beheren van de woon- en leefomgeving en aan
de bereikbaarheid van onze gemeente.
Duurzaamheid en veiligheid zijn daarbij richtinggevend. Een
duurzame en veilige ontwikkeling van de inrichting en beheer van
Krimpen aan den IJssel bieden op termijn voor iedereen – inwoners
en ondernemers – het grootste voordeel.
Een succesvol verkeer- en vervoersysteem is geen doel op zich,
maar een randvoorwaarde voor een economisch vitale, leefbare,
duurzame en sociale ontwikkeling van de gemeente Krimpen aan
den IJssel en de (metropool)regio, waar de gemeente onderdeel van
is. Snellere verbindingen vergroten het draagvlak voor
voorzieningen en de mogelijkheden voor de integratie van
verschillende functies (zoals zakelijke contacten, woon-werkrelaties,
winkelverkeer).
Strategie
Op lokaal niveau is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid.
De gemeente ziet voor zichzelf nadrukkelijk een regierol weggelegd,
maar ook ondernemers, maatschappelijke instellingen en burgers –
jong en oud – kunnen en moeten hun verantwoordelijkheid nemen.
Ook van hen verwachten wij een wezenlijke bijdrage aan een veilig,
duurzaam en bereikbaar Krimpen aan den IJssel.
§
De gemeente wil op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en
bereikbaarheid het goede voorbeeld geven. Daarbij hanteert de
gemeente het gedachtegoed dat voorkomen beter is dan genezen.
€
Programma 2 Woon- en leefomgeving
De gemeente probeert zoveel mogelijk de structurele
oorzaken van onveiligheid, overlast, incidenten,
milieuproblemen en slechte bereikbaarheid weg te nemen.
De instrumenten daarvoor liggen vaak in het ruimtelijk
domein:
o stedenbouw en inrichting openbare ruimte (wegen,
groen, water);
o bestemmingsplan en omgevingsvergunning (bouwen,
milieu);
o beheer van de openbare ruimte (wegen, groen,
water).
De gemeente investeert in samenwerkingsverbanden
(Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, Milieudienst DCMR,
Technisch Bureau in de Krimpenerwaard) en maatregelen
(crisisbeheersing, protocollen) die het o.a. mogelijk maken
om adequaat op een probleem, incident of crisis te reageren;
De gemeente zet communicatie, toezicht en handhaving
(‘nalevingsondersteuning’) in om inwoners en ondernemers
(gedrags)alternatieven aan te reiken en om problemen en
incidenten te voorkomen en/of incidenten en problemen
beheersbaar te maken;
De gemeente organiseert de daadwerkelijke aanpak en
bestrijding van problemen en incidenten. Hierbij kan gedacht
worden aan het optreden van (hulp)diensten en aan
strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving;
De gemeente herstelt – na problemen of incidenten – de
gewone gang van zaken en gebruikt (de aanpak van)
problemen en incidenten om structurele oorzaken van
problemen en incidenten weg te nemen.
15
Prog
1
Wat is er aan de hand?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Veiligheid
Het veiligheidsveld is flink in beweging. De vorming van de
nationale politie verloopt minder voorspoedig dan gepland. Binnen
de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) worden de
bezuinigingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd steeds meer
voelbaar. Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat er steeds kritischer
gekeken wordt naar de uit te voeren taken in relatie tot de
beschikbare middelen. Door het proces van schaalvergroting bestaat
het risico dat de ‘couleur locale’ minder tot uitdrukking komt.
Daarom is het een belangrijke uitdaging voor de gemeente om haar
netwerk in stand te houden en te verstevigen. We zijn alert op
hiaten die mogelijk ontstaan en zoeken gezamenlijk met onze
veiligheidspartners naar passende oplossingen.
Duurzaamheid
De afgelopen jaren zien we een verschuiving van de aandacht van
klassieke milieuthema’s naar het onderwerp duurzaamheid. Niet
alleen de bedreigingen (van het milieu), maar ook de (sociale en
economische) kansen van duurzaamheid komen steeds scherper op
het netvlies. Tegelijkertijd verandert onze rol als gemeente. We
schrijven minder voor, maar dagen meer uit. We sturen minder van
bovenaf, maar we leggen verbindingen en ondersteunen initiatieven
van onderop. Waar mogelijk werken we samen in regionaal verband
(Alliantie Duurzaam Rijnmond).
Mobiliteit en bereikbaarheid
De Algeracorridor is de belangrijkste verbinding voor autoverkeer,
fietsverkeer en openbaar vervoer met buurgemeente Capelle aan
den IJssel en de Rotterdamse regio. De doorstroming van het
autoverkeer op de Algeracorridor wordt als knelpunt ervaren, met
name in de spits en als gevolg van de openingen van de Algerabrug.
Vanwege de uiteenlopende belangen en regionale impact werkt de
gemeente Krimpen aan den IJssel samen met betrokken partners
aan het verbeteren van de doorstroming op de corridor. Voor de
korte termijn wordt daarbij ingezet op het beter benutten van de
huidige infrastructuur, door middel van het programma ‘Beter
Benutten Rotterdam’. Voor de lange termijn wordt ingezet op een
Programma 2 Woon- en leefomgeving
nieuwe oeververbinding tussen de Krimpenerwaard en
IJsselmonde/Ridderkerk.
Beheer en onderhoud
Het onderhoudsniveau van de gemeente en de organisatie van het
beheer en onderhoud is in belangrijke mate op orde. Het
Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte is herzien en vastgesteld,
waarbij het integraal onderhoudsniveau in de gemeente is
vastgesteld op basisniveau (B). De verschillende beheerobjecten
zijn opgenomen in digitale beheersystemen, worden met regelmaat
geschouwd (op technisch en op onderhoudsniveau) en zijn
opgenomen in (meerjarige) onderhoudsplannen.
Ruimtelijke ontwikkeling
Het omgevingsrecht is sterk in beweging. De nieuwe Omgevingswet
treedt (waarschijnlijk) in 2018 in werking. De wet behelst een
vergaande decentralisatie van de regels voor de fysieke
leefomgeving en de omgevingskwaliteit. In dit verband wordt
inmiddels wel over de vierde decentralisatie gesproken.
Voor de hele gemeente heeft de gemeenteraad
bestemmingsplannen vastgesteld. Zodra de Omgevingswet in
werking treedt, vormen deze bestemmingsplannen samen het
(verplichte) omgevingsplan.
De gemeente heeft overigens hoegenaamd geen ruimte meer om
nog wezenlijk uit te breiden in de zin van het inwisselen van groen
voor woningbouw, bedrijven etc. Functieverandering binnen het
bestaande stedelijke gebied biedt daarentegen nog wel
mogelijkheden.
Speerpunten in 2016
Veiligheid
Evaluatie IVB 2013 -2016: Het huidige integraal
veiligheidsplan loopt tot 2016. In 2016 evalueren we dit
plan. De resultaten van de evaluatie betrekken we bij het
nieuw vast te stellen integraal veiligheidsbeleid.
Verder ontwikkelen van de communicatiestrategie: we
doordenken de communicatiestrategie over veiligheid in het
16
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
licht van de veranderingen in de maatschappij en het
openbaar bestuur.
Uitvoering geven aan het vastgestelde Preventieplan Drank
en Horeca.
Evaluatie pilot BOA’s: We evalueren de pilot met de
Buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) in de
openbare ruimte en doen vervolgens voorstellen voor de
toekomst.
Het calamiteitenplan voor de rioleringsproblemen wordt
geactualiseerd, waarbij afstemming met de diverse plannen
van HHSK en gemeente Krimpenwaard zal plaats vinden.
Duurzaamheid
In 2015 hebben we de Duurzaamheidsagenda 2015-2017
vastgesteld. Daarin staan onze actiepunten voor onze eigen
gemeentelijke organisatie en voor de werkvelden/thema’s: wonen,
scholen, afvalverwerking, mobiliteit, ondernemen, beheer openbare
ruimte.
Mobiliteit en bereikbaarheid
Net als in de achterliggende jaren gaan we ook in 2016 verder met
het beter benutten van de bestaande infrastructuur. Daarnaast
blijven we aandacht vragen voor het anders (op de (E)fiets en met
het openbaar vervoer) en op andere momenten dan in de spits
reizen. We gaan de omgeving van het busstation opknappen (door
meer parkeerplaatsen en een nieuwe, grotere fietsenstalling te
realiseren) om mensen aan te moedigen om vanaf het busstation
verder te reizen met de bus.
Daarnaast is de inzet gericht op:
1. Het onderzoek naar de funderingsproblematiek van de grote
kruising;
2. besluitvorming over de voorgestelde optimalisatiemaatregel bij
de grote kruising: 2 maal linksaf tegelijk groen;
3. het openstellen van de Algerabrug voor de beroepsvaart in de
avond- en nachtelijke uren;
4. het onderzoeken van financieel draagvlak voor een voet/fietsveer Stormpolder-IJsselmonde;
5. een haalbaarheidsonderzoek (samen met de gemeente
Krimpenerwaard) naar de realisering van een nieuwe
verbindingsweg tussen de N210/Tiendweg en de Noord/Lekdijk.
Programma 2 Woon- en leefomgeving
Beheer en onderhoud
Het onderhoud in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk integraal
uitgevoerd, waarbij de onkruidbestrijding op verharding op een nietchemische wijze plaatsvindt. Ook SROI (Social Return on
Investment) maakt deel uit van het integraal onderhoud. Naar
aanleiding van het geactualiseerde kwaliteitsplan openbare ruimte is
een nieuw monitoringsprogramma gestart met BTL advies. Het
beheer en onderhoud van bomen vindt plaats volgens de methode
Strategisch Boombeheer, waarbij kwaliteit, veiligheid en efficiëntie
voorop staan. De afgelopen periode heeft er veel onderhoud plaats
gevonden aan de diverse kunstwerken (bruggen).
Aandachtspunten voor de komende jaren zijn verder een goede
aanpassing aan het veranderende klimaat en het nog intensiever
betrekken van burgers bij het beheer en bij het voorbereiden en
evalueren van herstratings- en rioleringsprojecten. Daarbij wordt
gebruik gemaakt van de digitale mogelijkheden.
De BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) wordt
geïmplementeerd, ook in samenwerking met de gemeente Capelle
aan den IJssel.
Naar aanleiding van de inventarisatie van gemeentelijk
grondbezit, start in 2016 de uitvoering van beleid waarbij
illegaal gebruik wordt gelegaliseerd en/of teruggevorderd
Ruimtelijke ontwikkeling
De komende jaren wordt in de Stormpolder het EMK-terrein
herontwikkeld. Ook zijn er plannen in de maak voor de locaties De
Wilgen: (woningbouw) en Prinsessenhof: ((sociale
huur)appartementen, zorgwoningen en ontmoetingsruimten).
Voor dergelijke nieuwe ontwikkelingen stellen we per project
afzonderlijke (kleinschaliger) bestemmingsplannen op.
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
De wijze waarop het gemeentebestuur de veiligheid integraal
waarborgt, is uitgewerkt in het Integraal Veiligheidsplan.
Voor duurzaamheid zijn de visie en de strategie uitgewerkt in de
Duurzaamheidsvisie.
17
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
De ambities voor (verkeers)veilige en duurzame mobiliteit zijn
uitgewerkt in de Verkeer- en vervoervisie.
Mobiliteit
Ruimte en mobiliteit
Verder bevatten de volgende documenten de kaders voor de
uitvoering:
Structuurvisie en bestemmingsplannen;
MeerjarenPerspectief Grondexploitaties;
Groenstructuurplan, Groenbeleids- en beheerplan;
Stedelijk waterplan, Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan,
Grondwaterzorgplan en Beheerplan Water;
Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte;
Algemene Plaatselijke Verordening.
Beheer en onderhoud
Woon- en leefklimaat
Burgerperspectief
o Woon- en leefklimaat;
Schouw openbare ruimte (BLT advies).
Ruimtelijke ontwikkeling
MeerjarenPerspectief Grondexploitaties
Ruimte en mobiliteit
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
Veiligheid
Openbare orde en veiligheid
Jaarverslag Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
o Komt jaarlijks aan het einde van het tweede kwartaal
uit;
Jaarverslag Politie Eenheid Rotterdam.
o Komt jaarlijks aan het einde van het tweede kwartaal
uit;
Veiligheidsmonitor.
o Wordt iedere twee jaar uitgevoerd;
Jaarverslag Milieudienst DCMR.
o Komt jaarlijks in het tweede kwartaal uit;
Op grond van artikel 7.7 van het Besluit omgevingsrecht
rapporteert het college periodiek aan de gemeenteraad over
onder andere:
o het bereiken van de in het handhavingsbeleid
gestelde doelen;
o de uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
Duurzaamheid
Duurzaamheid
Programma 2 Woon- en leefomgeving
18
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Woon- en leefomgeving
Rekening
2014
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
Lasten
Veiligheid
Duurzaamheid
Mobiliteit en bereikbaarheid
Beheer en onderhoud
Ruimtelijke ontwikkeling
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
1.677
128
315
6.001
801
1.740
56
143
7.440
67
1.769
57
99
6.375
8.953
1.782
52
99
6.595
-2.884
1.795
22
99
6.818
-2.886
1.807
22
99
6.892
-2.770
8.923
9.446
85
17.336
5.643
5.847
6.051
Baten
2
4
4
4
4
4
Prog
7
Veiligheid
Duurzaamheid
Mobiliteit en bereikbaarheid
Beheer en onderhoud
Ruimtelijke ontwikkeling
437
505
444
-302
424
8.759
428
-3.231
432
-3.249
437
-3.133
Alg
dek
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
943
147
9.187
-2.798
-2.813
-2.691
-7.980
-9.299
-8.149
-8.441
-8.660
-8.742
63
383
251
313
300
300
-7.917
-8.916
-7.898
-8.128
-8.360
-8.442
Totaal saldo van baten en lasten
P
Reservemutaties
Resultaat
§
€
Programma 2 Woon- en leefomgeving
19
Prog
1
Investeringen
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Herstraten
Verkeersinstallaties
Totaal
Nieuw beleid en intensiveringen
Verkeersmaatregelen IJsseldijk
Bestemmingsplannen
Beleid uitgifte en in gebruik genomen gemeentegrond
Totaal
Alg
dek
P
2017
1.925
2.137
1.925
2.137
2016
2017
2018
2.027
5
2.032
2018
2019
1.979
224
2.203
2019
10
10
65
85
Verkeersmaatregelen IJsseldijk (intensivering)
Uit de verkeer- en vervoervisie zijn aanvullende maatregelen voor de IJsseldijk naar voren gekomen. De uitvoering van deze
maatregelen moet goed worden voorbereidt, hiervoor is eenmalig € 9.500 nodig in 2016, deze kosten worden gedekt vanuit de vrije
reserve.
De kosten van de uitvoering zijn in de verkeer- en vervoervisie geschat op € 950.000. Voor deze investering is geen dekking
beschikbaar in de voorziening herstraten, er ligt dus nog een dekkingsopgave.
Veegplan voor de bestemmingsplannen Kortland, Lansingh-Zuid en Langeland (intensivering)
Inmiddels zijn we 2 jaar verder sinds de inwerkingtreding van de nieuwe bestemmingsplannen. Bij de beoordeling van (bouw)plannen
en toetsing van de bestemmingsplannen bestaat de behoefte om de plannen op bepaalde onderdelen aan te passen en het creëren van
meer uniformiteit. De kosten worden gedekt vanuit de vrije reserve.
Beleid uitgifte gemeentegrond en in gebruik genomen gemeentegrond (nieuw beleid)
Naar aanleiding van de inventarisatie van in gebruik genomen gemeentegronden, wordt in 2016 met uitvoering van beleid gestart
waarbij illegaal gebruik wordt gelegaliseerd en/of teruggevorderd. Op voorhand houden wij nog geen rekening met incidentele of
structurele baten als gevolg van deze aanpak. De uitvoering van het beleid wordt gedekt uit de vrije reserve.
Prog
6
Prog
7
2016
§
€
Programma 2 Woon- en leefomgeving
20
Programma 3 Samenleven
Prog
1
Programma 3 Samenleven
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Hoofdambitie
Een sterke basis in de samenleving is noodzakelijk, omdat we er
vanuit gaan dat er minder problemen ontstaan en/of dat problemen
minder hoog oplopen wanneer de kracht van de samenleving
toeneemt. Niet langer hebben mensen automatisch recht op zorg,
maar wordt er aan inwoners gevraagd: wat heb je nodig én wat kan
je zelf?
In onze samenleving is het vooral van belang dat bepaalde
voorzieningen er “gewoon zijn”. Ze zijn beschikbaar voor een elke
inwoner.
Wonen in Krimpen aan den IJssel betekent wonen in een
aantrekkelijke, van de regio Rotterdam deel uitmakende, gemeente
met een gevarieerd aanbod van woningen, winkels, scholen en
andere voorzieningen. Maar ook: genieten van de rust van de
groene Krimpenerwaard én profiteren van de goed bereikbare
stedelijke voorzieningen van Rotterdam.
Maatschappelijke basisvoorzieningen zoals kinderopvang,
peuterspeelzalen, scholen, gezondheidscentrum, sportverenigingen,
culturele voorzieningen, het ontmoetingscentrum De Tuyter,
speelvoorzieningen, kerken, bedrijven enzovoorts dragen bij aan
het normale leven van iedereen. Deze voorzieningen zien wij als het
fundament voor onze Krimpense samenleving. Ze versterken de
eigen kracht van de Krimpenaren (jong en oud) en bevorderen
direct of indirect dat inwoners zelfredzaam zijn en zich bij elkaar
betrokken voelen. Basisvoorzieningen, zoals sport, of culturele
voorzieningen bieden mensen de mogelijkheid om in contact te
komen met anderen, om mee te doen in de samenleving en hun
talenten te ontdekken en ontwikkelen.
§
We realiseren ons dat bijvoorbeeld kwetsbare, onzichtbare en
opvallende kinderen ruimte en ‘mildheid voor verschillen’ nodig
hebben, naast pedagogische vaardigheden om met een bepaald
gedrag om te kunnen gaan, op school, op straat, bij ‘de voetbal’, in
€
Programma 3 Samenleven
de kerk. Ook kinderen met ander gedrag hebben recht op een plek
in onze samenleving.
Krimpen moet in alle opzichten interessant blijven voor (potentiële)
werkgevers. Daarom investeert de gemeente in een goede
detailhandelsstructuur en in de bedrijventerreinen Stormpolder,
Parallelweg en De Krom.
Van oudsher is de (maritieme) maakindustrie goed
vertegenwoordigd. Maar de aanwezigheid van dit cluster en
bijbehorende werkgelegenheid is geen vanzelfsprekendheid. Een
verdere versterking met innovatie en verduurzaming is
noodzakelijk.
Strategie
We willen dat de meeste inwoners het op eigen kracht redden in
onze samenleving. Ouders en jongeren houden volledig de regie
over de oplossing van hun problemen, die meestal heel normaal zijn
voor de ontwikkelingsfase waarin bijvoorbeeld het kind zich bevindt
en daarom als ‘alledaags’ worden aangemerkt.
Maatschappelijke voorzieningen zijn belangrijk. Sommige
voorzieningen financieren we als gemeente (bijvoorbeeld
welzijnsvoorzieningen), voor andere voorzieningen is er geen
financiële relatie met de gemeente: denk aan huisartsen,
bedrijfsleven en ook particuliere initiatieven.
In onze Krimpense samenleving is de rol van de gemeente primair
gericht op het versterken en het ondersteunen van de kracht van
groepen inwoners en van individuele kracht. Dit doen we deels in de
vorm van financiering (bv. subsidie peuterspeelzaalwerk), maar
vooral doen we dat door partners of groepen mensen met elkaar in
contact te brengen. We ondersteunen dit zoveel mogelijk.
22
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
De rol van de gemeente blijft in beginsel beperkt tot regisseur van
beleid en van 'opdrachtgever' voor een gevarieerd aanbod van
activiteiten.
Het dagelijks beheer (programma, facilitaire zaken en
exploitatie) wordt in beginsel overgelaten ofwel
overgedragen aan de aanbieders van activiteiten;
De gemeente biedt de aanbieders van activiteiten de
mogelijkheid om (conform de Algemene
subsidieverordening) subsidie aan te vragen, maar de
afhankelijkheid van gemeentelijke subsidies of bekostiging
wordt zoveel mogelijk beperkt.
Een zelfde regierol speelt de gemeente op het terrein van wonen en
economie. De gemeente stelt bedrijven en ontwikkelaars in staat
om passende woon- en werkgelegenheid te realiseren en in stand te
houden. Wij zullen daar waar nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen
kansrijk aanwezig zijn, pro actief de daarvoor benodigde
(rand)voorwaarden en uitgangspunten realiseren. Daarbij is het
zaak nieuwe bedrijvigheid adequaat aan te trekken en het al
gevestigde bedrijfsleven ook te betrekken bij concrete
ontwikkelvraagstukken. De gemeente onderhoudt voor dit doel
nauwe contacten. Qua bedrijvigheid in de Stormpolder is de van
oudsher prominente aanwezigheid van (maritieme) maakindustrie
een constante factor bij de gebiedsontwikkeling. Bij het beschikbaar
komen van nieuwe gronden is de (maritieme) maakindustrie
leidend. Bereikbaarheid en mobiliteit, maar ook innovatie en
duurzame verbindingen zijn daarbij concrete randvoorwaarden.
Gebiedsmarketing ofwel ‘branding’ vervult hierbij een belangrijke rol
waarop concreet wordt ingezet.
Voor het realiseren van maatschappelijke doelstellingen stelt de
gemeente vastgoed beschikbaar aan maatschappelijke organisaties
(zie programma Dienstverlening).
Het streven is om meer vastgoed multifunctioneel te gebruiken.
Hierbij is structureel gebruik de regel en exclusief gebruik de
uitzondering.
In 2016 investeren we in de Tuyter. De Tuyter wordt dé
ontmoetingsplek van de gemeente waarin een aantal nieuwe
partijen gehuisvest worden, waaronder het muziekonderwijs,
muziekverenigingen en het Jeugd- en Jongerenwerk. In
Programma 3 Samenleven
samenspraak met alle stakeholders wordt er gewerkt aan het
opzetten van een culturele programmering.
Zwembad De Lansingh en Kinderboerderij Klein Boveneind worden
wel voor hun huidige functie in stand gehouden.
Wat is er aan de hand?
Sociaal domein
We zijn als gemeente sinds een jaar verantwoordelijk voor
het brede sociaal domein. Meedoen is daarbij een belangrijk
item.
Binnen de samenleving willen we een cultuuromslag
realiseren. We willen een Krimpense samenleving waarbij
een ieder kan meedoen en ieder naar vermogen zijn bijdrage
levert. Een samenleving waar Krimpenaren mee doen en
omzien naar elkaar. Waarbij ook mensen met een ander
gedrag een plek hebben in onze samenleving. We hebben
een sterke basis nodig, opdat steeds meer mensen meedoen
op eigen kracht.
Jeugd
Wijzigingen in Wet,- en Regelgeving Kinderopvang en
Peuterspeelzalen, met name de verdere harmonisatie
peuterspeelzalen en kinderopvang en daarnaast de invoering
van Het Nieuwe Toezicht.
Recreatie en evenementen
Wij participeren in de Groenalliantie (opvolger van NRS
Krimpenerwaard) en nemen actief deel aan de in dat kader
lopende processen.
Sport
Uitvoering wordt gegeven aan de Sportagenda 2015-2019.
De binnensport en Zwembad De Lansingh zitten in een
proces om te komen tot externe verzelfstandiging. Voor de
buitensport is maatwerk nodig.
Cultuur
Voor het uitvoeren van groot onderhoud aan, respectievelijk
het restaureren van beeldbepalende objecten (bbo’s) heeft
23
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
de raad een Fonds Stimuleringsleningen BBO’s (met
bijbehorende verordening vastgesteld). Alle particuliere bboeigenaren zijn daarover geïnformeerd.
De herkenbaarheid van onze rijksmonumenten is matig. Wij
zetten in op het realiseren van monumentenborden en
informatieborden bij onze rijksmonumenten (en indien
haalbaar ook onze beeldbepalende objecten).
Wonen
De eind 2014 door de gemeente, Qua Wonen en Stichting
Huurdersbelang gezamenlijk vastgestelde prestatieafspraken
wonen, zorg en welzijn 2015-2018 worden uitgevoerd.
Wij participeren in het Samenwerkingsverband Wonen Regio
Rotterdam (SvWrR: waaraan de 14 voormalig. stadsregiogemeenten deelnemen).
Economie
•
Onze lokale economie is op dit moment onvoldoende
robuust. Dat wil zeggen dat de economie te veel afhankelijk
is van bedrijven in een beperkt aantal sectoren. Door de
geplande sanering en ontwikkeling van het EMK-terrein
ontstaan er nieuwe kansen voor de verduurzaming en
diversificatie van de economie. Sinds lange tijd zal er de
komende jaren weer uitbreidingspotentieel ontstaan voor
bedrijvigheid;
•
De verbinding tussen arbeidsmarkt(toeleiding) en het lokale
bedrijfsleven dient concreter invulling te verkrijgen, mede in
het licht van landelijke wet- en regelgeving op het gebied
van de Participatiewet.
Winkelgebieden veranderen in een hoog tempo. De drie
winkelcentra uit onze hoofdwinkelstructuur zijn inmiddels
sterk gedateerd. De winkelleegstand is toegenomen onder
andere door ons eigen winkelgedrag, economische stagnatie
en omzetverschuivingen van offline naar online winkels.
Er zijn gesprekken met de eigenaren van alle drie de
winkelcentra uit onze hoofdwinkelstructuur over vernieuwing,
uitbreiding en daarmee ook kwalitatieve verbeteringen van
de winkelcentra.
Programma 3 Samenleven
Speerpunten in 2016
Sociaal Domein
We dragen de ‘Kracht van Krimpen’ uit in woord en daad. We
laten daarbij goede voorbeelden zien en zetten mensen en
organisaties in hun eigen kracht.
Jeugd
Wij voeren de gemeentelijke taak uit voort handhaving en
toezicht Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk. Hierin
worden de ontwikkelingen van Het Nieuwe Toezicht (met
ingang van 2017) meegenomen. Daarnaast bewaken we de
voortgang van de verdere harmonisatie van de
peuterspeelzalen en kinderopvang (vanaf 2018).
In 2016 wordt gestart met de uitvoering van de in 2015
vastgestelde ‘visie onderwijshuisvesting’. In samenspraak
met de schoolbesturen gaat de aandacht onder andere uit
naar de mogelijkheden van renovatie van schoolgebouwen
en het stimuleren van duurzaamheid van schoolgebouwen.
Recreatie en evenementen
Wij participeren in de Groenalliantie en nemen deel aan de
volgende processen: ‘realiseren kwaliteitsimpuls
recreatiegebieden Krimpenerwaard (Krimpenerhout en
Loetbos)´en ‘realiseren toekomstbestendige werkorganisatie
voor Groenalliantie’ (nu nog: de Groenservice Zuid-Holland).
Sport
De sportagenda 2015-2019 is leidend.
Voor de binnensport is externe verzelfstandiging per 2018 de
stip op de horizon. Bij de besluitvorming wordt het
onderzoek van Synarchis benut. In 2016 willen wij het
facilitaire en exploitatie beheer (extern) verzelfstandigen.
Voor het zwembad is externe verzelfstandiging per 2018 de
stip op de horizon. In januari 2016 neemt de gemeenteraad
een besluit over de (externe) verzelfstandiging van het
zwembad.
24
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Cultuur
Wij stimuleren de benutting van het Fonds
Stimuleringsleningen Beeldbepalende Objecten.
Bij onze rijksmonumenten realiseren wij
monumentenborden en/of informatieborden.
Er wordt gewerkt aan de verdere modernisering van het
muziekonderwijs, waarbij wordt toegewerkt naar
verzelfstandiging in 2018. In 2016 werken we aan de
verbetering van de programmering, is de verhuizing naar De
Tuyter geregeld en wordt op basis van een evaluatie over
2015 het eindbeeld voor de verzelfstandiging bepaald. Hier
hoort het oprichten van een eigen stichting bij en verder het
voeren van gesprekken met potentiële
samenwerkingspartners.
De centrale bibliotheek neemt in oppervlakte af. Er wordt
ingezet op ‘de Bibliotheek op school’.
We werken samen met betrokken partijen aan een culturele
programmering voor de Tuyter.
Wonen
Wij bewaken actief de voortgang van de uitvoering van de
prestatieafspraken wonen, zorg en welzijn 2015-2018.
Wij stemmen het woonbeleid af in het kader van het SvWrR.
Economie
Met het bedrijfsleven zien we kansen om het
Stormpoldergebied verder uit te laten groeien tot een (inter-)
nationaal toonaangevend centrum voor de maakindustrie.
Maar daarnaast blijft het gebied belangrijk binnen het lokale
netwerk van Krimpen aan den IJssel en de Krimpenerwaard.
Het Stormpoldergebied is en blijft dan ook een gemengd
bedrijventerrein;
Hersanering en ontwikkeling van het EMK-terrein is concreet
aan de orde. Er wordt een bestemmingsplan opgesteld. Voor
de verkoop van de kavels zullen we actief geïnteresseerde
bedrijven benaderen en spannen we ons in om tot zodanige
uitgifte te komen dat de maritieme maakindustrie wordt
bevorderd en aanvullende werkgelegenheid wordt
gerealiseerd. Er wordt gestart met de voorbereidingen voor
het bouw- woonrijp maken van het terrein. Specifieke
Programma 3 Samenleven
•
•
•
•
aandacht gaat uit naar de communicatieve begeleiding van
bewoners en belanghebbende van de saneringsopgave;
Stimuleren van het lokale ondernemersklimaat, o.a. door het
onderhouden en stimuleren van lokale en regionale
netwerken. We overleggen op regelmatige basis met
belangenverenigingen (o.a. Overlegorgaan Bedrijven);
Promotie van onze gemeente als vestigingsplaats (in
samenwerking met de MRDH); het creëren van een optimaal
vestigingsklimaat en een klantvriendelijke dienstverlening
door de gemeente aan bestaande en nieuwe werkgevers;
We zijn onderdeel van de Metropoolregio Rotterdam Den
Haag en geven mee uitvoering aan de Agenda Economisch
Vestigingsklimaat.
Deelnemen (in MRDH verband) aan het geplande
Koopstromenonderzoek in 2016. Koopstromenonderzoek
biedt informatie over het koopgedrag van de consument en
het economisch functioneren van winkelcentra en wordt
gehouden onder een steekproef van de bevolking via
telefonisch en internetonderzoek.
We geven samen met de winkeliersverenigingen, coöperatie
en eigenaren uitvoering aan de gezamenlijke agenda die we
eind 2015 / begin 2016 hebben opgesteld waarin staat
beschreven hoe een ieder vanuit zijn eigen specifieke rol kan
bijdragen aan een toekomst bestendig winkelgebied.
Uitvoeren van de lokale Uitvoeringsagenda Economie (eind
2015 opgesteld);
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Binnen het Sociaal Domein is het beleidsplan Sociaal Domein
“Kracht van Krimpen” ons kader.
Voor de voorzieningen uit de voorzieningendiscussie
(kinderboerderij, muziekeducatie, zwembad, MFA’s en binnen- en
buitensport) wordt gehandeld op basis van het raadsbesluit.
Wat betreft Sport wordt uitvoering gegeven aan de Sportagenda
2015-2019.
25
Prog
1
Prog
2
De ambities op het gebied van wonen zijn uitgewerkt in onze
Woonvisie 2009-2030 ‘Goed wonen tussen wereldstad en Groene
Hart’ en verder uitgewerkt in de Prestatieafspraken wonen, zorg en
welzijn 2015-2018.
Prog
3
De ambities op het gebied van economie zijn uitgewerkt in:
Detailhandelsvisie
Stormpolder
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
Jeugd
Kinderopvang
Onderwijs
Kinderen in tel
Maatschappelijke ondersteuning
Stapelingsmonitor
Sport
Burgerpeiling (Woon- en leefklimaat).
Maatschappelijke participatie
Sport en gemeente
Cultuur
Monumentenwet
Wonen
Wonen
Economie
Lokale economie
Sturingsanalyse lokale economie
Bedrijvigheid en economie
§
€
Programma 3 Samenleven
26
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Samenleven
Rekening
2014
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
Lasten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Recreatie en evenementen
Sport
Cultuur
Wonen
Economie
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
1.791
661
779
2.689
2.160
97
174
2.250
77
818
2.569
2.128
2
231
1.676
100
820
2.607
2.043
1
209
1.696
113
825
2.524
1.897
1
210
1.689
71
801
2.324
1.761
1
211
1.667
71
806
2.285
1.775
1
212
-210
-125
30
7.171
-162
30
6.726
-162
30
6.685
8.352
7.866
-100
45
7.400
26
52
33
1.209
679
48
13
24
1.314
741
48
27
24
1.270
699
48
40
24
1.284
582
48
49
24
1.297
588
25
1.310
594
100
108
109
110
110
111
2.099
2.248
2.177
2.089
2.068
2.089
-6.252
-5.618
-5.223
-5.082
-4.658
-4.596
172
741
87
20
10
-6.080
-4.876
-5.136
-5.062
-4.648
Baten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Recreatie en evenementen
Sport
Cultuur
Wonen
Economie
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Reservemutaties
Resultaat
-4.596
§
€
Programma 3 Samenleven
27
Prog
1
Investeringen
Prog
2
Prog
3
Vervanging skateboardbaan
Vervanging BOJ's
Vervanging diverse installaties De Lansingh
Totaal
Nieuw beleid en intensiveringen
Prog
4
Prog
5
Monumentenborden
Evenementen
Aanpak laaggeletterdheid en laaggecijferdheid
Totaal
Alg
dek
2017
2018
2019
2017
2018
2019
40
50
133
223
2016
15
25
5
45
25
5
30
25
5
30
25
5
30
Monumentenborden (nieuw beleid)
Er is eenmalig budget nodig voor het realiseren van monumentenborden en informatieborden bij rijksmonumenten en beeldbepalende
objecten. De kosten worden gedekt vanuit de vrije reserve.
Evenementen (nieuw beleid)
Er is structureel geld nodig om evenementen, zoals het Krimpenfestival, te kunnen organiseren.
Aanpak laaggeletterdheid en laaggecijferdheid (nieuw beleid)
We willen, in samenwerking met de partners die werkzaam zijn op het gebied van taal en taalbeheersing, de aanpak van
laaggeletterdheid en laaggecijferdheid bij volwassenen verbinden met het voorkomen van taalachterstanden en het bevorderen van
leesplezier bij kinderen. Daarmee vergroten we de kansen van kwetsbare groepen om mee te doen in onze samenleving.
Prog
6
Prog
7
2016
P
§
€
Programma 3 Samenleven
28
Programma 4 Preventie
Prog
1
Programma 4 Preventie
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Hoofdambitie
Om op eigen kracht mee te kunnen doen, is het nodig dat we meer
inzetten op preventie, opdat grote(re) problemen worden
voorkomen. Immers, voorkomen is beter dan genezen. Preventie
levert op de langere termijn kostenbesparing op, maar dat niet
alleen; het geeft ook meer kwaliteit van leven. Preventieve
voorzieningen en/of maatregelen zijn voor iedereen toegankelijk.
Strategie
Het versterken van de sociale samenhang en veerkracht in de
wijken is belangrijk. Daarmee worden problemen voorkomen of
blijven ze klein en worden ze zoveel mogelijk in de sociale context
opgelost. We weten dat veel inwoners al heel veel voor elkaar doen
als vrijwilliger of als mantelzorger. En ook in buurtcommissies en bij
het organiseren van buurtactiviteiten. Wij waarderen deze inzet en
faciliteren dit in de vorm van welzijnsvoorzieningen. Deze
voorzieningen vindt u verderop genoemd. Daar hoort ook bij dat
vrijwilligers en mantelzorgers goed worden ondersteund door
beroepskrachten.
Goede informatievoorziening is nodig om zelf problemen te kunnen
oplossen en om te voorkomen dat problemen erger worden. Het
gaat dan om informatie over het brede Sociaal Domein, zoals
mantelzorg, seniorenadvies, vrijwilligersondersteuning, betrouwbare
opvoed en opgroei informatie, informatie over maatschappelijke
ondersteuning en deelname aan vrijwilligerswerk of informatie over
het werkplein (Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten).
Deze informatie moet goed toegankelijk zijn voor alle inwoners.
Daarom kunnen inwoners bij de KrimpenWijzer terecht voor
informatie en advies.
De KrimpenWijzer is een samenwerkingsverband van verschillende
partners. De coördinatie van dit samenwerkingsband gebeurt door
één van de partners.
Programma 4 Preventie
Het Jeugd- en jongerenwerk ondersteunt jongeren in het proces
naar volwassenwording en bij het participeren in de maatschappij.
In Krimpen aan den IJssel wordt gewerkt volgens de methodiek
Modern jongerenwerk.
Wat is er aan de hand?
Jeugd
De gemeente is verantwoordelijkheid voor alle hulp, zorg en
ondersteuning aan de jeugd en hun ouders (Jeugdwet).
Vanuit kwalitatief en financieel oogpunt willen we meer
preventie en eerdere ondersteuning, meer uitgaan van de
eigen kracht van jeugd, jongeren en hun ouders, minder snel
problemen medicaliseren, betere samenwerking rond
gezinnen en integrale hulp op maat.
Binnen het jeugddomein en het onderwijs is een omslag
nodig naar het beter benutten van de pedagogische ‘civil
society’. Door samen met de omgeving te werken aan de
ontwikkeling van het kind en uit te gaan van de eigen kracht.
Ook hier gaat het om een andere inzet van specialistische
ondersteuning door schotten weg te nemen tussen
preventieve, lichte en zware zorg en ondersteuning. Maar het
gaat ook hier om het versterken van het opvoedklimaat en
het kijken naar mogelijkheden van kinderen en jongeren. De
opdrachten aan gemeente (sociaal domein) en het (passend)
onderwijs liggen in elkaars verlengde.
In de voor- en vroegschoolse periode (peuters en kleuters)
willen we zo vroeg mogelijk problemen voorkomen, zodat we
een goede basis voor het onderwijs kunnen leggen.
De VVE-doelgroep, maar ook de vraag naar reguliere
peuterplaatsen, stijgt. Per 2017 worden wijzigingen in
regelgeving verwacht.
Met ingang van 2016 moet de jeugdgezondheidszorg binnen
Krimpen voldoen aan de nieuwe wetgeving over
jeugdgezondheidszorg
30
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Maatschappelijke ondersteuning
Vanuit de Wmo is de gemeente verplicht om inwoners zo lang
mogelijk in de eigen leefomgeving te laten wonen.
Inwoners die hiervoor ondersteuning nodig hebben, worden in staat
gesteld om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Volksgezondheid
Om op eigen kracht mee te doen, is het nodig dat we meer inzetten
op preventie, zodat grote(re) problemen worden voorkomen.
Immers voorkomen is beter dan genezen. Preventie levert op de
langere termijn kostenbesparing op en het geeft meer kwaliteit van
leven.
Speerpunten 2016
Sociaal domein, algemeen
We gaan verder met de bijeenkomsten ‘Kracht van Krimpen’.
We ondersteunen jeugdige vrijwilligers met
peergroupcoaching. We gaan nieuwe initiatieven
ontwikkelen, maar ook bestaande en nieuwe vrijwillige inzet
stroomlijnen via de KrimpenWijzer. Hierbij zetten we
communicatie in om vrijwilligerswerk te bevorderen.
Uitvoering wordt gegeven aan de motie
vrijwilligersondersteuning en Verklaring omtrent het gedrag
(VOG). De gemeente verstrekt een vergoeding voor
vrijwilligers werkzaam in de zorg of ondersteuning, tenzij er
aanspraak gemaakt kan worden op een gratis VOG voor
vrijwilligers verstrekt door Ministerie van Veiligheid en
justitie. Of tenzij de kosten voor de VOG worden vergoed
vanuit de bijzondere bijstand.
Ondersteuning van mantelzorgers via het Steunpunt
Mantelzorg.
Vanaf 2016 beginnen we met de uitvoering van het
preventieprogramma 2016-2019. Hierbij blijven we alert op
signalen die we krijgen binnen het sociaal domein.
Jeugd
In samenwerking met kinderopvang, peuterspeelzalen en
CJG werken aan (kwaliteits)verbetering. Ook zetten we in op
Programma 4 Preventie
een doorlopende leerlijn van voorschool naar vroegschool.
We verbeteren het huidige VVE-aanbod. In 2016 willen we
de coaching on the job dat binnen de voorschoolse periode is
vormgegeven ook verbreden naar het basisonderwijs.
Samen met de samenwerkingsverbanden primair (IJssel en
Lek en Berséba) en voortgezet onderwijs (Koers VO) geven
we invulling aan de verbinding tussen passend onderwijs en
jeugdhulp.
Met de scholen van het voortgezet onderwijs afspraken
maken over continuering van maatschappelijke stages.
Met CJG Rijnmond worden nieuwe subsidieafspraken
gemaakt over de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg.
Maatschappelijke ondersteuning
Het thema ‘eenzaamheid’ krijgt de komende jaren een
prominentere plaats. Het terugdringen van eenzaamheid is
één van de speerpunten. Hiervoor worden diverse projecten
opgestart.
Samen met de gemeente Capelle aan den IJssel en zorg- en
welzijnspartners voeren we het regionaal actieplan Dementie
uit. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst gesloten.
Met de samenwerking streven de partijen binnen het
dementienetwerk naar de volgende resultaten: het
ondersteunen van mensen met dementie en hun
mantelzorgers, continuïteit, deskundigheidsbevordering,
goede afstemming en innovatie.
Volksgezondheid
Het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid en sociaal
isolement;
Het voorkomen en bestrijden van overgewicht en diabetes;
Het voorkomen en bestrijden van verslavingen;
Het bevorderen van de psychische gezondheid;
Het voorkomen van huiselijk geweld (kinder- en
ouderenmishandeling).
31
Prog
1
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Binnen het Sociaal Domein is het beleidsplan Sociaal Domein
“Kracht van Krimpen” ons kader.
Jeugd
VVE Verbeterplan en Uitvoeringsprogramma “Het jonge Kind”
Maatschappelijke ondersteuning
In het beleidsplan “Kracht van Krimpen” zijn de speerpunten
benoemd.
Volksgezondheid
In het beleidsplan “Kracht van Krimpen” en het
“Preventieprogramma 2016-2019” zijn de speerpunten
benoemd.
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
Jeugd
Kinderopvang
Jeugd en jeugdhulpverlening
Onderwijs
Kinderen in tel
Maatschappelijke ondersteuning
Stapelingsmonitor
Volksgezondheid
Gezondheid
Gezondheid in kaart (rapportage GGD Rotterdam-Rijnmond).
Een keer in de vier jaar wordt de rapportage “Gezondheid in kaart”
door de GGD opgesteld. Hierin wordt de stand van de
volksgezondheid regionaal en lokaal gemeten en worden op lokaal
niveau aan de hand van zogenaamde “kernboodschappen”
beleidsaanbevelingen gedaan.
Programma 4 Preventie
32
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Preventie
Rekening
2014
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
Lasten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Volksgezondheid
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
2.521
712
311
2.143
642
215
1.671
562
235
1.684
564
236
1.684
563
238
1.684
564
239
3.543
3.000
24
2.491
24
2.507
14
2.499
4
2.491
122
66
59
70
59
51
60
51
60
52
61
52
188
130
110
111
112
113
-3.355
-2.870
-2.381
-2.396
-2.386
-2.378
-343
65
-3.698
-2.805
-2.381
-2.396
-2.386
-2.378
Baten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Volksgezondheid
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Reservemutaties
Resultaat
Alg
dek
P
§
€
Programma 4 Preventie
33
Prog
1
Nieuw beleid en intensiveringen
Prog
2
Prog
3
Vrijwilligersondersteuning
Groep anderstalige kinderen
Totaal
2017
4
20
24
4
20
24
2018
4
10
14
2019
4
4
Vrijwilligersondersteuning en Verklaring omtrent het gedrag (nieuw beleid)
De gemeente verstrekt een vergoeding voor vrijwilligers werkzaam in de zorg en ondersteuning, tenzij er aanspraak gemaakt kan
worden op een gratis VOG voor vrijwilligers verstrekt door Ministerie van Veiligheid en justitie of de kosten voor de VOG worden vergoed
vanuit de bijzondere bijstand.
Groep anderstalige kinderen (nieuw beleid)
In het kader van de in programma 3 genoemde aanpak laaggeletterdheid en laaggecijferdheid, vindt overleg plaats met OBS Kortland
en de besturen van de Krimpense scholen over een te starten groep voor anderstalige kinderen binnen OBS Kortland.
Prog
4
Prog
5
2016
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Programma 4 Preventie
34
Programma 5 Basishulp
Prog
1
Programma 5 Basishulp
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Hoofdambitie
Als Krimpenaren het niet redden op eigen kracht, dan kan hulp
nodig zijn. We organiseren onze ondersteuning zodanig dat we onze
Krimpense inwoners in hun kracht zetten en dat zij die
ondersteuning kunnen krijgen die zij nodig hebben. We willen dat
inwoners gemakkelijk toegang tot de juiste ondersteuning / zorg
krijgen. Geen indicatiestelling, maar passende basishulp bieden.
Geen doorverwijzingen maar “er individuele hulp bij halen”.
Ondersteuning en zorg zijn snel en op maat beschikbaar.
Strategie
We gaan er van uit dat passende ondersteuning start met een goed
gesprek. Door het voeren van een breed
‘vraagverhelderingsgesprek’ willen we een goed beeld krijgen van
alle problemen die spelen in het leven van de inwoner, de
mogelijkheden die een inwoner zelf heeft en wat een inwoner zelf
graag wil en welke ondersteuning hij of zij vanuit zijn of haar sociale
netwerk krijgt of zou kunnen krijgen. Door in samenhang te kijken
naar deze problemen, wordt voorkomen dat slechts één probleem
wordt opgelost, terwijl het probleem dat hieraan ten grondslag ligt
blijft bestaan. Op basis van de brede vraagverheldering wordt
duidelijk of de inwoner ondersteuning nodig heeft of dat volstaan
kan worden met een algemene voorziening, of dat de eigen kracht
aangesproken kan worden. De inwoner met een vraag wordt in zijn
‘eigen kracht’ gezet. Zijn vraag staat centraal. Dichtbij, tijdig,
passend en doeltreffend zijn geen loze woorden. Uitgangspunt van
de ondersteuning is niet de beperking van de inwoner, maar het
resultaat dat de hulpvrager wil behalen. Bij meerdere problemen
hanteren wij in principe “één gezin/huishouden, één plan, één
regisseur” methode. De verbinding met de scholen, GR
IJsselgemeenten (Werkplein), huisartsen, wijkverpleegkundige en
andere partners is belangrijk. We kiezen voor de eenvoud waar
mogelijk en “één gezin/huishouden één plan” waar nodig. Inwoners,
Programma 5 Basishulp
kinderen en jongeren worden niet langer van instelling naar
instelling verwezen, maar specialistische zorg wordt “erbij gehaald”.
Dit betekent dat ook specialistische zorg integraal onderdeel
uitmaakt van het ondersteuningsplan.
We willen dat de professionals zoveel mogelijk de problemen zelf –
met de hulpvragers – oplossen. De hulpvrager is nadrukkelijk de
partner van de professional. We moeten van “goedbedoelde zorg”
naar goede zorg. We willen geen stapeling van zorg op zorg. De
professionals werken vanuit het principe één gezin, één plan, één
regisseur. De professionals verlenen de ondersteuning en zorg in de
leefomgeving van de hulpvrager. Zij moeten tijdig specialistische
vormen van hulp er bij halen, als dat nodig is. De professionals
binnen het Sociaal Domein moeten indien mogelijk samenwerken
met vrijwilligers om een hulpvraag op te lossen. Zo kan ook gebruik
gemaakt worden van het ‘maatjesproject’. Professionals zijn wat
ons betreft lerende professionals in lerende organisaties. Zij hebben
de opdracht om zichzelf “overbodig” te maken.
Een inwoner kan zich tijdens een gesprek met de KrimpenWijzer of
met het Krimpens Sociaal Team laten bijstaan door iemand uit de
eigen omgeving. Wanneer de ondersteuning uit het eigen netwerk
niet mogelijk is, zorgen wij voor een onafhankelijk
cliëntondersteuner vanuit de KrimpenWijzer.
Wat is er aan de hand?
Sociaal domein, algemeen
Sinds een jaar zijn we als gemeente verantwoordelijk voor
de uitvoering van een drietal wetten in het sociaal domein:
Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet. We zijn
verantwoordelijk voor alle hulp, zorg en ondersteuning van
(kwetsbare) inwoners. De implementatie van deze taken
vraagt ook in 2016 nadrukkelijk de aandacht.
Een goede afstemming tussen de verschillende domeinen,
zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg, (jeugd)zorg, en
onderwijs vragen ook in 2016 de nodige aandacht.
36
Prog
1
Speerpunten 2016
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Sociaal domein, algemeen
Bij de KrimpenWijzer kunnen onze inwoners terecht met
enkelvoudige vragen. Voor complexe meervoudige vragen
wordt het Krimpens Sociaal Team ingezet. Het Krimpens
Sociaal Team levert zelf de basishulp. We optimaliseren de
werkzaamheden vanuit de KrimpenWijzer en het Krimpens
Sociaal Team in.
We verbreden waar mogelijk de expertise over de
verschillende domeinen heen. Daarnaast moet de
KrimpenWijzer en het Krimpens Sociaal Team zo nodig
expertise kunnen inwinnen. Deze expertise wordt – voor de
duur van het Regionaal Transitiearrangement – regionaal
ingekocht in de vorm van het consultatie en diagnoseteam.
We blijven nadrukkelijk de samenwerking met de
ketenpartners, zoals onderwijs, gezondheidszorg en
veiligheidspartners zoeken.
We willen de aanpak van laaggeletterdheid en
laaggecijferdheid bij volwassenen verbinden met het
voorkomen van taalachterstanden en het bevorderen van
leesplezier bij kinderen. Dit doen we in samenwerking met
de partners wie werkzaam zijn op het gebied van taal en
taalbeheersing, daarmee vergroten we de kansen van
kwetsbare groepen om mee te doen in onze samenleving.
De pilot met de groep voor anderstalige kinderen binnen
OBS Kortland wordt verder vorm gegeven.
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Binnen het Sociaal Domein is het beleidsplan Sociaal Domein
“Kracht van Krimpen” ons kader.
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
We leggen verantwoording af via ‘waar staat je gemeente’.
Kinderopvang
Onderwijs
Kinderen in tel
Stapelingsmonitor
Jeugd
Samen met het onderwijs streven we ernaar om waar
onderwijs- en gezinsproblematiek op elkaar van invloed zijn,
integrale ondersteuning te bieden. Met de
samenwerkingsverbanden is een ontwikkelagenda opgesteld.
§
€
Programma 5 Basishulp
37
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Basishulp
Prog
3
Lasten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Prog
4
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
Prog
5
Baten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Prog
6
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
446
45
1.475
466
1.706
399
1.708
399
1.709
399
1.710
399
491
1.941
2.105
2.106
2.108
2.109
-491
-1.941
-2.105
-2.106
-2.108
-2.109
-1.941
-2.105
-2.106
-2.108
-2.109
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Prog
7
Rekening
2014
Reservemutaties
Resultaat
-456
-947
Alg
dek
P
§
€
Programma 5 Basishulp
38
Programma 6 Individuele hulp
Prog
1
Programma 6 Individuele hulp
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Hoofdambitie
We willen dat minder inwoners gebruik maken van duurdere
individuele voorzieningen. Het is de bedoeling dat de Krimpenaar
steeds meer in staat is de problemen zelf, eventueel met lichtere
vormen van steun, op te lossen. Dit draagt bij aan kwaliteit van
leven. Verder verwachten we dat er dan op termijn ook minder
zware ondersteuning nodig zal zijn. Ook willen we sneller
specialistische trajecten afsluiten (uitstroom). Maar als het nodig is
dan zorgen we ervoor dat de juiste individuele hulp beschikbaar
komt. We realiseren ons dat er altijd een kleine groep inwoners
(jong en oud) zware dure zorg nodig heeft. Deze zorg moet wel
flexibeler ingezet kunnen worden om aan te sluiten op de vraag.
Waar mogelijk moet zware zorg worden vervangen door
bijvoorbeeld basishulp.
Strategie
Met de KrimpenWijzer en het Krimpens Sociaal Team willen we een
hulpverleningssysteem creëren, dat in staat is om mensen met
problemen, die uit zichzelf geen hulp zoeken (zogenoemde
“zorgwekkende zorgmijders”) goed en in een vroegtijdig stadium te
bereiken. Dit hulpverleningssysteem kenmerkt zich door:
“outreachend” werken in de wijken, een gezamenlijk plan van
aanpak en het afstemmen en coördineren van activiteiten. De inzet
van zowel de KrimpenWijzer als het Krimpens Sociaal team draagt
bij aan de verbetering van de gezondheidssituatie en
levensomstandigheden van cliënten. In veel gevallen lukt het om
deze mensen in de reguliere zorg te krijgen. Een kleine groep
mensen kan niet worden overgedragen aan de reguliere zorg. Het
netwerk blijft dan betrokken en probeert de situatie beheersbaar te
houden.
De ondersteuningsvraag is de basis voor de inzet van de individuele
voorzieningen. Deze voorzieningen kunnen medewerkers van de
Programma 6 Individuele hulp
KrimpenWijzer en de procesregisseurs van het Krimpens Sociaal
Team inzetten of “erbij halen”.
Voor de inzet van deze (dure) voorzieningen is een beschikking
nodig. Criteria voor het verlenen van deze voorzieningen zijn
vastgelegd in door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen.
Ook bij de individuele voorzieningen houden we rekening met de
gezindte, levensovertuiging en culturele achtergrond van inwoners
en zorgen we ervoor dat zij kunnen kiezen uit diverse
voorzieningen.
Specialistische jeugdvoorzieningen richten zich ook op normaliseren
van de situatie. Dit betekent dat de specialistische hulp aan
kinderen en jongeren wordt afgebouwd zodra bijvoorbeeld ouders
op eigen kracht verder kunnen. Als de ondersteuning nodig blijft,
vindt de ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen omgeving
plaats. Kinderen moeten zoveel mogelijk aan het “gewone leven”
mee kunnen doen. We willen kinderen, gezinnen en inwoners
immers, meer dan nu het geval is, vroeg en effectief ondersteunen
en helpen in hun eigen leefomgeving.
We onderscheiden bij de individuele voorzieningen drie soorten:
1. Maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning;
2. Voorzieningen Werk en Inkomen;
3. (Specialistische) jeugdvoorzieningen.
De ondersteuningsvraag is de basis voor de inzet van deze
individuele voorzieningen. Deze voorzieningen kunnen de
professionals vanuit de KrimpenWijzer en de procesregisseurs van
het Krimpens Sociaal Team “erbij halen”.
Wat is er aan de hand?
Jeugd
De inkoop van (specialistische) jeugdvoorzieningen is
grotendeels ondergebracht bij de Gemeenschappelijke
regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De toegang is lokaal
40
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
georganiseerd. De gezamenlijke gemeenten willen met
elkaar realiseren dat er zoveel mogelijk lokaal opgepakt
wordt, ondanks de huidige druk op de specialistische
voorzieningen. Alle gemeenten willen het lokale verder
versterken om uiteindelijk te kunnen besparen op de
duurdere specialistische zorg. De gemeenten hebben voor
2016 het doel het percentage dat door de GR wordt
ingekocht terug te dringen. Vanaf 2016 wordt ook de
behandeling van ADHD en psychische stoornissen door
kinderartsen overgedragen aan de gemeenten. De GRJR zal
dit inkopen. Ook hierbij krijgen we te maken met minder
middelen.
We willen voor alle inwoners een veilig thuis.
Maatschappelijke ondersteuning
Nieuwe vormen van basishulp of preventieve voorzieningen,
die algemeen toegankelijk zijn moeten bijdragen aan samenen zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een
ondersteuningsvraag.
Diverse ontwikkelingen, waaronder de decentralisatie van
het AWBZ-vervoer, stijgende vervoerkosten en
ontwikkelingen in het OV, vragen om afstemming van de
verschillende vervoersstromen.
Op huishoudelijke hulp wordt door de rijksoverheid fors
bezuinigd. Onderzocht moet worden hoe wij voor de
toekomst, een bestendige methodiek kunnen ontwikkelen.
Werk en inkomen
Per 1 januari 2016 treedt de gemeente Zuidplas toe tot de
GR IJsselgemeenten.
Promen is een duurzaam begrotingsmodel aan het
ontwikkelen.
Speerpunten 2016
Jeugd
We leveren input voor de regionaal in te kopen individuele
jeugdvoorzieningen, die het Krimpens Sociaal Team “er bij
kan halen” als dit op basis van de hulpvraag nodig is. We
Programma 6 Individuele hulp
willen ook in 2016 meer zicht krijgen op de inzet van
individuele jeugdvoorzieningen.
Met ingang 2016 kopen we de producten die vallen onder exawbz/jeugd ggz in. Vanaf 2017 zullen ook delen van de
jeugd-ggz lokaal ingekocht gaan worden. Met de gemeenten
in de regio Rijnmond dragen we zorg voor een verbinding
van de jeugdbescherming, jeugdreclassering, veiligheidshuis
en Veilig Thuis (AMHK). Het jeugdbeschermingsteam
Capelle/Krimpen, het regioteam veilig thuis en het
veiligheidshuis werken allen samen met het Krimpens Sociaal
Team.
Binnen het Krimpens Sociaal Team zorgen we ervoor dat we
de kennis ten aanzien van veiligheid blijft voortbestaan.
Daarnaast behouden we en zetten we ook de specialistische
kennis en expertise voort die in de regio Rijnmond aanwezig
is.
We willen een ‘ketenbrede’ aanpak voor bijvoorbeeld de
doelgroep 16-plus met multi-problematiek. Hiervoor gaan we
in gesprek met de betrokken spelers. Dit doen we samen
met de gemeenten Capelle en Lansingerland.
Bezuinigingen op specialistische en intramurale zorg met
parallel hieraan de opbouw van de ‘voorkant’ (eigen kracht,
preventie en basishulp), hulp door de vervanging van zware
zorg door lichte zorg, en flexibilisering van residentiele
jeugdhulp blijven ook in 2016 noodzakelijk. Samen met de
partners wordt bekeken hoe dit verantwoord plaats kan
vinden.
Maatschappelijke ondersteuning
In samenwerking met de partners willen we nieuwe vormen
van ondersteuning gaan ontwikkelen. Hiervoor moeten we
echter eerst zicht hebben op de ondersteuningsvraag. De
komende jaren willen we daarom zicht krijgen op deze vraag
(ontwikkelagenda)
We streven samen met de gemeente Capelle aan den IJssel
naar meer samenhang en efficiency in de verschillende
soorten van vervoer, zoals vervoer van en naar
dagbesteding, Wmo en leerlingenvervoer. Bij de invulling van
de samenwerking moeten we hierover nadere afspraken
maken met de zorgaanbieders.
41
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
We gaan onderzoeken of hulp bij het huishouden op een
andere manier kan worden vormgegeven (ontwikkelagenda).
Het organiseren van een goede samenwerking tussen GR
IJsselgemeenten, het Krimpens Sociaal Team en
KrimpenWijzer.
Werk en inkomen
Een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met de GR
IJsselgemeenten aangaan.
Het beleid rondom sociale zaken verder harmoniseren.
De (financiële) ontwikkelingen rondom Promen monitoren.
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
Binnen het Sociaal Domein is het beleidsplan Sociaal Domein
“Kracht van Krimpen” ons kader.
Jeugd
Verordeningen met betrekking tot de Jeugdwet
Maatschappelijke ondersteuning
Verordeningen met betrekking tot de Wmo
Hoe en wanneer leggen we verantwoording af?
Als het beleid gewijzigd wordt als gevolg van het onderzoek naar
een eventuele deelname aan het jeugdsportfonds, dan wordt dit
voorgelegd aan de Raad. Het betreft namelijk een aanpassing van
de verordening Voorzieningenfonds.
Jeugd
Kinderopvang
Onderwijs
Kinderen in tel
Maatschappelijke ondersteuning
Stapelingsmonitor
Werk
Werk en inkomen
Sturingsanalyse arbeidsparticipatie
Inkomen
Werk en inkomen
Participatiewet
Werk en inkomen
De verordeningen en nadere regels met betrekking tot de
Participatiewet
De gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten
De gemeenschappelijke regeling Promen
P
§
€
Programma 6 Individuele hulp
42
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
Individuele hulp
Lasten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Werk
Inkomen
Minima
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
Baten
Jeugd
Maatschappelijke ondersteuning
Werk
Inkomen
Minima
Rekening
2014
Begroting Begroting
2015
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
771
3.772
3.928
6.800
1.234
7.122
6.428
3.709
6.650
628
7.124
6.876
3.737
6.977
584
6.622
6.316
3.749
7.059
592
6.648
6.023
3.756
7.150
598
6.668
5.897
3.758
7.269
598
16.504
24.537
25.297
24.337
24.175
24.190
24
616
3.586
5.920
50
39
662
39
668
39
675
40
682
40
689
5.526
5.892
5.992
6.067
6.172
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
10.195
6.227
6.600
6.706
6.789
6.900
Totaal saldo van baten en lasten
-6.309
-18.310
-18.698
-17.631
-17.386
-17.290
-18.310
-18.698
-17.631
-17.386
-17.290
Reservemutaties
Resultaat
30
-6.279
§
€
Programma 6 Individuele hulp
43
Programma 7 Dienstverlening
Prog
1
Programma 7 Dienstverlening
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Hoofdambitie
De dienstverlening in onze gemeente moet eenvoudigweg op orde
zijn. Burgers en ondernemers mogen verwachten dat ze hun zaken
met de gemeente betrouwbaar en snel kunnen regelen, met
eigentijdse middelen en op het moment dat het hen het beste
uitkomt.
Prog
5
In de komende jaren bouwen we verder aan een betrouwbare
dienstverlening voor onze burgers en ondernemers. Dat doen we in
samenspraak met inwoners en ondernemers. Hoewel er minder
middelen beschikbaar zijn, is het onze ambitie de dienstverlening
slim en slank te organiseren waarbij bovendien de kwaliteit van de
dienstverlening toeneemt.
Prog
6
Strategie
Prog
7
Alg
dek
P
Wij geven onze dienstverlening op vraaggerichte wijze vorm,
waarbij we openstaan voor initiatieven en we verbinding zoeken
met de burgers en ondernemers. Aanvraagprocedures worden
vereenvoudigd en regels beperkt met alle voordelen voor de klant.
Normen worden strak gehanteerd en gemaakte afspraken
nagekomen. Dit levert de gemeente tijdsbesparing en vermindering
van administratieve werkzaamheden op. Ook sluit dit prima aan bij
de roep om een ‘compacte overheid’.
De digitalisering van onze producten en diensten zal daar het
nodige aan bijdragen. Een aantal zaken kan al volledig digitaal
worden afgehandeld. In 2017 bieden wij zoveel mogelijk producten
en diensten online op een veilige wijze aan. Klanten worden actief
begeleid bij het doen van digitale aanvragen.
§
Dat betekent overigens niet dat we bepaalde groepen mensen aan
hun ‘lot’ overlaten. Voor eenvoudige producten houden wij balies
open, maar wel volledig op afspraak. Complexe producten worden
eveneens op afspraak geleverd en -op verzoek- zoveel mogelijk
€
Programma 7 Dienstverlening
dichtbij de burger of het bedrijf op locatie afgehandeld.
Gelijktijdig willen we dat de gemeente een herkenbaar en menselijk
gezicht houdt. Digitalisering mag het persoonlijke contact niet
vervangen. Zowel bij het digitale als het persoonlijke contact kan de
klant rekenen op een correcte en gastvrije bejegening. Dit krijgt
prioriteit de komende jaren.
Om goede producten en diensten te kunnen leveren is het steeds
vaker nodig om met andere publieke en private organisaties samen
te werken. Wij maken met deze ketenpartners goede afspraken,
zodat we voor de kwaliteit van het gehele proces van
dienstverlening kunnen instaan.
We blijven daarbij inzetten op een centrale regie op dienstverlening
vanuit de één-loketgedachte. We sluiten daarbij aan op de
landelijke ontwikkeling waar de gemeente de toegangspoort is voor
de publieke dienstverlening.
Wat is er aan de hand?
Digitalisering en naar de burger toe
Het regeerakkoord geeft aan dat burgers en ondernemers in 2017
alle zaken die ze met de overheid moeten regelen digitaal kunnen
afhandelen. Tegelijkertijd vragen onze burgers en ondernemers ook
steeds meer andere mogelijkheden om hun gemeentelijke zaken te
kunnen regelen. Dat betekent dat we in 2016 verder gaan met het
digitaliseren van onze producten en diensten. Denk aan aangifte
huwelijken, overlijdensaangifte, aanvraag uittreksels, APVvergunningen, etc. En waar de wetgeving niet toereikend is voor
digitalisering, gaan we de dienstverlening dichterbij de burger
brengen, indien mogelijk met onze ketenpartners. In verband
hiermee wordt een pilot gehouden met het thuisbezorgen van
reisdocumenten. Bij goed resultaat zal dit in de loop van 2016
definitief worden ingevoerd.
Klant Contact Centrum doorontwikkeling
Onze gemeente wil goed bereikbaar zijn via het
45
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
klantcontactcentrum (KCC). Dit is het organisatieonderdeel dat de
fysieke, telefonische, papieren en digitale contacten met de burger
aanneemt en waar mogelijk direct afhandelt. Ook wordt vanuit het
KCC doorverbonden of verwezen naar deskundigen met meer
specifieke kennis elders in raadhuis of bij externe partners.
In 2016 moet dit KCC gerealiseerd zijn. Het zaakgericht werken met
een daarvoor toegerust ICT-systeem is hierbij van groot belang. Zo
wordt direct inzichtelijk dat iemand een aanvraag heeft ingediend,
wat de status daarvan is, bij welke medewerker die in behandeling
is en wat de contacthistorie is. Als klanten bekend zijn en worden
herkend kunnen ze ook nog eens beter en direct worden geholpen.
Bovendien voorkomen we dat mensen zelf iedere keer weer
opnieuw al hun gegevens op moeten geven. De GRIJsselgemeenten (ICT) speelt bij de inrichting hiervan overigens een
voorname rol. De medewerkers in het KCC krijgen een intensieve
training.
Welkom gevoel
In onze organisatie wordt in 2016 extra aandacht geschonken aan
de wijze waarop we omgaan met onze burgers en ondernemers. In
2016 willen we hen nog meer het gevoel geven dat ze welkom zijn
(‘hostmanship’). Hiermee willen we ons als gemeentelijke
organisatie positief onderscheiden naar onze burgers toe. In 2015
heeft een aantal medewerkers een eerste training gevolgd, dit zal in
2016 worden uitgebreid.
Riolering en huisvuilinzameling
De gemeente heeft een zorgplicht voor afvalwater, hemelwater- en
grondwater. Ook heeft de gemeente een inzamelplicht voor
huishoudelijk afval. Het huishoudelijk afval wordt ingezameld door
de NV MAK. Voor het gebruik van de riolering en de inzameling van
het huisvuil brengt de gemeente een riool- en afvalstoffenheffing in
rekening. Wij beschouwen afval en riolering primair als
dienstverleningsprocessen, zij het dat er belangrijke
dwarsverbanden zijn met het (collectieve) beheer van de woon- en
leefomgeving. Investeringen (groot onderhoud, vernieuwing en
nieuwe aanleg) worden verantwoord in het programma ‘woon- en
leefomgeving’.
Programma 7 Dienstverlening
Meldingen openbare ruimte
Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het schoon, heel en
veilig houden van de openbare ruimte, onder andere door het
doorgeven van gebreken. De gemeente streeft ernaar om het doen
van een ‘melding openbare ruimte’ zo eenvoudig mogelijk (digitaal)
te laten plaatsvinden. Het proces meldingen is met de LEANmethode doorgelicht.
Begraven
Het bieden van de laatste rustplaats is een gemeentelijke taak. De
gemeente beschikt daartoe over twee begraafplaatsen: IJsseldijk en
Waalhoven.
In 2015 is de beslissing genomen om (op termijn) over te gaan tot
het ruimen van graven. De beheersverordening wordt aangepast en
ter besluitvorming aangeboden.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Het omgevingsrecht en het bouw- en woningtoezicht staat aan de
vooravond van grote veranderingen.
De nieuwe Omgevingswet voorziet in het vergroten van de lokale
bestuurlijke afwegingsruimte voor het beheren, gebruiken en
ontwikkelen van de leefomgeving en de kwaliteit van die omgeving.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen brengt private
kwaliteitsborging steeds dichterbij.
Speerpunten 2016
Vorming Klant Contact Centrum
Het KCC zal in 2016 in van start gaan. Klantgericht werken met
behulp van het zaaksysteem wordt verder ingevoerd.
LEAN
Met de LEAN-methode worden processen grondig onder de loep
genomen, voor burgers vereenvoudigd en zoveel mogelijk geheel
gedigitaliseerd.
Proef Reisdocumenten aan huis
Landelijk is een pilot gehouden om reisdocumenten aan huis te
bezorgen. Deze extra dienstverlening zal ook in Krimpen aan den
46
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
IJssel worden onderzocht. Middels een pilot wordt ervaring
opgedaan en bij positief resultaat zal bezorging aan huis definitief
worden ingevoerd. Dit spaart een extra bezoek van burgers aan de
balie uit.
Huurprijsbeleid
Op dit moment is een nieuw huurprijsbeleid in voorbereiding. Het
doel is om te komen tot transparantie en eenduidigheid in de
geldstromen die gemoeid zijn bij de gebouwen in de gemeentelijke
vastgoedportefeuille. De kaders worden uitgewerkt en naar
verwachting wordt eind 2015 een definitief besluit genomen.
Meldingen openbare ruimte
Een verder optimalisatie van het proces op basis van LEAN.
Implementatie omgekeerd inzamelen
In 2015 is het besluit genomen om over te gaan tot het omgekeerd
inzamelen. Locatiekeuze en benodigde voorbereidingen zijn in 2015
gestart. Samenvattend: restafval wordt in ondergrondse containers
in de wijk ingezameld, grondstoffen worden aan huis (laagbouw)
opgehaald. Het doel is te komen tot een afvalscheidingspercentage
van 70% in 2020. De implementatie vindt plaats met ingang van
2016.
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Dienstverlening
Dienstverleningsconcept 2010-2014;
Visiebrief Plasterk “Digitale Overheid”
Gemeente heeft Antwoord
Kadernota Vastgoed.
Begraven
Beheerverordening begraafplaatsen
Huisvuilinzameling
Afvalstoffenverordening
Hoe en wanneer gaan we verantwoorden
Dienstverlening
Klanttevredenheidsonderzoek
Benchmark Publiekszaken
Burgerpeiling
o Gemeentelijke dienstverlening
Begraven
De voorbereidingen voor het boven- en ondergronds ruimen worden
in 2016 voortgezet op basis van het besluit over te gaan tot het
ruimen van graven. Hierbij wordt indien mogelijk in 2016 gestart
met het bovengronds ruimen van graven (dus nog niet ondergronds
ruimen). Speerpunt dit jaar is de communicatie rond dit proces.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
In 2016 zullen we (laten) onderzoeken welke consequenties de
vernieuwing van het omgevingsrecht heeft voor het
‘omgevingsloket’ en de samenwerking met onze ketenpartners
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, DCMR en het Technisch
Bureau Krimpenerwaard.
Programma 7 Dienstverlening
47
Prog
1
Wat mag het kosten?
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Dienstverlening
Lasten
Dienstverlening
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal lasten
Baten
Dienstverlening
Taakstellingen
Nieuw beleid & intensivering
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Reservemutaties
Prog
7
Resultaat
Investeringen
Alg
dek
Riolering
Totaal
Rekening
2014
10.537
Begroting Begroting
2015
2016
10.953
Meerjarenraming
2017
2018
2019
10.589
10.579
10.667
10.757
-93
10.537
10.859
25
10.614
25
10.604
10.667
10.757
8.269
8.150
7.897
8.254
8.305
8.229
8.269
8.150
7.897
8.254
8.305
8.229
-2.269
-2.710
-2.717
-2.350
-2.363
-2.528
29
749
674
411
417
519
-2.240
-1.961
-2.042
-1.939
-1.945
-2.009
2016
1.800
1.800
2017
2.324
2.324
2018
2.237
2.237
2019
2.105
2.105
P
§
€
Programma 7 Dienstverlening
48
Prog
1
Nieuw beleid en intensiveringen
Prog
2
Prog
3
Vorming Klant Contact Centrum
Totaal
2016
2017
25
25
2018
2019
25
25
Vorming Klant Contact Centrum (KCC) (intensivering)
Het KCC kan worden gerealiseerd, hiermee kan de dienstverlening worden verbeterd en wordt invulling gegeven aan de éénloketgedachte bij klantcontact. Dit hangt nauw samen met de ontwikkelingen op ICT gebied en de komst van het nieuwe zaaksysteem/ KCS.
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Programma 7 Dienstverlening
49
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Prog
1
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de algemene dekkingsmiddelen en de post
onvoorzien op een rij gezet. Binnen de begroting bestaat een
onderscheid tussen algemene dekkingsmiddelen en specifieke
dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen zijn middelen
die vrij zijn aan te wenden. De besteding van deze inkomsten is niet
aan een bepaald programma gebonden. De algemene
dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de negatieve
financiële saldi van de programma’s. De algemene
dekkingsmiddelen beslaan meer dan de helft van de totale baten
van de gemeente. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen
zijn:
Uitkering uit het Gemeentefonds;
Inkomsten uit de onroerende zaak belastingen (OZB);
Inkomsten uit de hondenbelasting;
Inkomsten uit beleggingen.
De uitkering uit het Gemeentefonds is de grootste bron van
gemeentelijke inkomsten. Eigen inkomsten als de OZB vormen
slechts een beperkt deel van de totale baten.
Ook wordt hier aandacht besteedt aan de vennootschapsbelasting
waaraan de gemeente mogelijk vanaf volgend jaar wordt
onderworpen.
Uitkering Gemeentefonds
De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de
rijksbegroting. Hierdoor delen de gemeenten mee in de
bezuinigingen, maar ontvangen ook meer uitkering door de normale
groei van de rijksbegroting. De recente verbetering van de
economie laat dit in de meest recente circulaire ook wel enigszins
zien.
De ramingen van de uitkering uit het gemeentefonds in de
begroting 2016 is voor de jaren 2016-2019 gebaseerd op de
septembercirculaire 2015 en de meest recente lokale gegevens.
In eerste instantie was het de bedoeling om de meicirculaire als
uitgangspunt te nemen, maar diverse ontwikkelingen (onder andere
de bijstelling van het budget aan de GR IJsselgemeenten als gevolg
van de uitkeringen in het levensonderhoud en de hogere algemene
uitkering) noopte ons toch uit te gaan van de laatste circulaire,
waarin tevens rekening kon worden gehouden met het hogere
aantal uitkeringsgerechtigden.
De uitkering uit het gemeentefonds bestaat uit 3 soorten
uitkeringen: algemene uitkering, integratie-uitkeringen en
decentralisatie-uitkeringen.
Algemene uitkering
De algemene uitkering wordt via een objectief verdeelmodel
verdeeld tussen de gemeenten, waarbij via de maatstaven rekening
wordt gehouden met de lokale verschillen. De hoogte van de
algemene uitkering wordt bepaald door de landelijke ontwikkelingen
in combinatie met de lokale situatie. Het Rijk bepaalt de hoogte van
het uitkeringsbedrag per maatstaf (eenheden zoals woningen,
inwoners, bijstandontvangers). De gemeentelijke aantallen van
deze eenheden vermenigvuldigd met het bedrag per maatstaf
bepalen de hoogte van de uitkering. Hierna wordt de uitkering nog
gecorrigeerd met de uitkeringsfactor, die voornamelijk wijzigt door
de mutaties in de rijksuitgaven.
Zoals bekend is de objectieve verdeling van het gemeentefonds de
afgelopen jaren een punt van discussie geweest. Een eerste
gewijzigde verdeling is sinds 2015 van kracht, maar het eind van
deze discussie is nog niet in zicht.
De mutaties in de algemene uitkering hebben een sterke invloed op
het begrotingssaldo van onze gemeente. Daarom is het als een
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
51
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
risico opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en
risicobeheersing.
Integratie-uitkeringen (IU)
Een integratie-uitkering is bestemd om middelen via het
gemeentefonds te verdelen op een manier die afwijkt van de
algemene uitkering. De middelen uit een integratie-uitkering zijn
vrij besteedbaar, net als de algemene uitkering. Krimpen aan den
IJssel ontvangt 2 integratie-uitkeringen: Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) en Sociaal Domein.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Per 1 januari 2007 is de huishoudelijke verzorging overgegaan van
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo.
De daarvoor benodigde middelen werden overgeheveld van de
AWBZ naar het gemeentefonds. In het Regeerakkoord is
opgenomen dat het budget voor huishoudelijke hulp wordt gekort.
Deze taakstellende bezuiniging is in 2 tranches verwerkt in de
integratie-uitkering Wmo: de 1ste in 2015 en de 2de in 2016.
Sociaal Domein
Voor de uitvoering van de nieuwe taken binnen het Sociaal Domein
zijn door het Rijk middelen toegevoegd aan het gemeentefonds en
worden aan de gemeenten beschikbaar gesteld in de vorm van een
integratie-uitkering. De nieuwe middelen voor het Sociaal Domein
hebben ervoor gezorgd dat het gemeentefonds is toegenomen met
ongeveer 50%. Hetzelfde effect heeft het gehad op de uitkering uit
het gemeentefonds voor Krimpen aan den IJssel: onze uitkering is
vanaf 2015 gestegen met ca. 50%. Hoewel de middelen uit de
integratie-uitkering Sociaal Domein vrij besteedbaar zijn, worden
deze in Krimpen volledig ingezet voor de nieuwe taken binnen het
Sociaal Domein. De huidige verdeling tussen de gemeenten van het
macrobudget Sociaal Domein is momenteel nog gebaseerd op de
historische gegevens. Het is de bedoeling gefaseerd de overstap te
maken naar het objectief verdeelmodel. Het doel van het Rijk is de
integratie-uitkering Sociaal Domein te beëindigen en vanaf 2018 het
macrobudget op te nemen in de algemene uitkering. De effecten
van de objectieve verdeling voor de uitkering van onze gemeente
zijn onvoorspelbaar en vormen een risico.
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Decentralisatie-uitkeringen (DU)
De decentralisatie-uitkering is een variant op de integratie-uitkering
en wordt dus anders verdeeld dan de algemene uitkering. De
middelen die worden ontvangen via de decentralisatie-uitkeringen
uit het gemeentefonds worden in Krimpen aan den IJssel ingezet
voor de uitvoering van het hierbij behorende beleid. Voorbeelden
van de decentralisatie-uitkeringen zijn DU Centra voor jeugd en
gezin, DU Peuterspeelzaalwerk, DU Decentralisatie provinciale taken
vergunningverlening, toezicht en handhaving en DU Impuls Brede
scholen combinatiefuncties.
Onroerende zaakbelastingen en hondenbelasting
In de paragraaf Lokale heffingen is aangegeven welk beleid ten
aanzien van de onroerende zaakbelastingen en de hondenbelasting
wordt gevoerd. De WOZ waarde van het onroerend goed wordt
jaarlijks bepaald. Deze jaarlijkse herwaardering heeft geen
budgettaire gevolgen. Met andere woorden: de herwaardering leidt
niet tot een wijziging in de totale opbrengst (een hogere gemiddelde
waarde leidt tot een lager tarief, en omgekeerd). Op basis van de
door de raad, bij de behandeling van de kadernota aangenomen
motie is de totale opbrengst voor de OZB in 2016 niet aangepast
met het algemene inflatiepercentage.
Dividenden en winstuitkeringen
Alle beleggingen van Krimpen aan den IJssel liggen in het verlengde
van de publieke taak. In de paragraaf Financiering wordt hierop
verder ingegaan. De verwachte inkomsten uit beleggingen worden
jaarlijks beoordeeld en indien nodig bijgesteld.
Vennootschapsbelastingplicht (VPB)
Ten tijde van het opstellen van de Kadernota was de wet waarop de
vennootschapsbelastingplicht (VPB) voor de overheidsbedrijven is
geregeld nog niet door de Eerste Kamer aangenomen, maar dit is
inmiddels wel gebeurd, zodat nu definitief sprake is van wet.
52
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Enkele praktische zaken dienen overigens nog wel geregeld te
worden, want er zijn nog enkele afspraken te maken tussen de VNG
en de Belastingdienst (BD).
uiterlijk 1 juli na het betreffende jaar plaats te vinden). Op de
nieuwe functie wordt daarom ook het eventueel voorkomend
verschil geboekt tussen het geraamde en werkelijke bedrag.
Op basis van een nadere analyse (waarbij tevens de huidige
ramingen zijn ingebracht) kan voorzichtig geconcludeerd worden,
dat slechts bij enkele activiteiten sprake zal zijn van te betalen
vennootschapsbelasting. Hierbij zal de bouwgrondexploitatie
voorlopig de grootste onbekende factor blijven. Wij hopen voor het
einde van het jaar duidelijkheid te krijgen over de definitieve
afspraken die op landelijk niveau gemaakt zijn.
Onvoorzien
Overigens moet hierbij wel opgemerkt worden, dat op basis van de
huidige opzet van de begroting een ander resultaat zichtbaar is, dan
straks de fiscale werkelijkheid wordt. Dit zou te maken kunnen
hebben met (in de ogen van de BD) ten onrechte toegerekende
(interne) lasten en dat heeft dan uiteraard gevolgen voor het
exploitatiesaldo van bepaalde activiteiten. Ook hiervan hopen we
voor het einde van het jaar definitieve afspraken te hebben met de
BD, maar in dat geval zal dat zijn met onze eigen inspectie.
Inmiddels heeft het Ministerie van Binnenlandse zaken en
Koninkrijkrelaties wel aangegeven hoe de te betalen
vennootschapsbelasting in de begroting en rekening verantwoord
moet worden.
Wanneer de gemeente verwacht vennootschapsbelasting af te
moeten dragen, dient dit als last verantwoord te worden op de
(nieuwe) functie 942 “vennootschapsbelasting”.
Dit betekent dus dat op de betreffende functies van de
winstgevende (en daardoor belastbare) ondernemingsactiviteiten
deze bedragen niet zichtbaar zullen zijn, maar op een centrale
plaats bij de algemene dekkingsmiddelen.
De post onvoorzien is volgens het Besluit Begroting en
Verantwoording een verplicht onderdeel van de begroting. De
gemeenten zijn vrij de hoogte van deze post te bepalen. De
afgelopen jaren is de post onvoorzien geleidelijk verlaagd van € 10
naar € 1 per inwoner.
De rekeningresultaten in de afgelopen jaren en het beperkte beroep
dat gedurende het lopende begrotingsjaar op deze post wordt
gedaan waren de aanleiding voor deze bijstelling.
Op grond van welk beleid/afspraak handelen we?
Belastingnota 2013
Belastingverordeningen
Financiële verordening gemeente Krimpen aan den IJssel
Nota reserves en voorzieningen
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
gemeenten
Gemeentewet
Financiële verhoudingswet
Hoe en wanneer gaan we verantwoorden
Jaarrekening
Begrotingswijzigingen
Het af te dragen bedrag maakt deel uit van het resultaat in de
begroting en rekening, maar wordt dus niet meer toegerekend aan
andere producten en/of programma’s.
Overigens zal het bij de jaarrekening veelal nog gaan om een
raming van het bedrag van de te betalen aanslag, omdat de
definitieve aanslag dan nog niet ontvangen is (aangifte dient
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
53
Prog
1
Prog
2
Prog
3
Prog
4
Prog
5
Prog
6
Algemene dekkingsmiddelen on
onvoorzien
Rekening
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
Lokale heffingen
OZB gebruikers
OZB eigenaren
Hondenbelasting
Algemene uitkering
Dividenden en winstuitkeringen
Saldo van de financieringsfunctie
Lasten algemene dekkingmiddelen
Taakstelling overhead
Storting in overige voorzieningen
Algemene dekkingsmiddelen
917
4.786
150
26.562
1.017
-114
-3
933
4.818
150
37.476
872
-282
-6
933
4.826
151
38.016
872
-556
-7
50
953
4.900
152
36.777
715
-224
-7
100
962
4.970
153
36.504
715
-336
-7
351
987
5.122
155
36.616
715
-375
-7
351
-36
33.279
43.960
44.285
43.366
43.313
43.564
Onvoorziene lasten
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
33.279
556
44.516
-29
44.256
-29
43.338
-29
43.284
-29
43.535
Prog
7
Alg
dek
P
§
€
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
54
§A
Paragrafen
§B
§C
§D
Paragraaf A
Lokale heffingen
Paragraaf B
Weerstandsvermogen en
risicobeheersing
Paragraaf C
Onderhoud
kapitaalgoederen
Paragraaf D
Financiering
Paragraaf E
Bedrijfsvoering
Paragraaf F
Verbonden partijen
Paragraaf G
Grondbeleid
Paragraaf H
Subsidies
§E
§F
§G
§H
P
§
€
55
§A
Paragraaf A Lokale heffingen
§B
Inleiding
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Bij lokale heffingen gaat het om inkomsten die verkregen worden op
grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen,
heffingen en retributies, die de overheid heft op grond van
wettelijke bepalingen.
In onze gemeente worden de volgende heffingen opgelegd:
a. onroerende zaakbelastingen (ozb);
b. hondenbelasting;
c. afvalstoffenheffing;
d. rioolheffing;
e. haven- en marktgelden;
f. lijkbezorgingsrechten;
g. leges, waaronder de leges voor de omgevingsvergunning.
Bij de lokale lasten wordt een onderscheid gemaakt tussen zuivere
belastingen, heffingen en retributies:
De zuivere belastingen behoren tot de algemene
dekkingsmiddelen. Dat wil zeggen dat de opbrengst vrij
aanwendbaar is voor de dekking van algemene
gemeentelijke kosten. Deze opbrengst is aanvullend op de
uitkering uit het gemeentefonds. In Krimpen aan den IJssel
onderscheiden we OZB en hondenbelasting (a en b).
De heffingen die dienen ter dekking van de kosten ten
behoeve van de uitvoering van publiekrechtelijke
dienstverlening. Dat houdt in dat de burger ook moet betalen
als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van deze heffingen
zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing (c en d).
De retributies zijn vergoedingen voor individuele
dienstverlening van typische overheidsdiensten van
publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn de leges
voor paspoort en rijbewijs (e t/m g).
Als uitgangspunten voor 2016 hebben gediend: de Belastingnota
2013, de kadernota 2016 en de afspraken die in het coalitieakkoord
Paragraaf A Lokale heffingen
2014-2018 zijn gemaakt. Deze uitgangspunten zijn vertaald in de
begrotingsopzet voor 2016.
Ontwikkelingen 2016
Lokale heffingen
In het coalitieakkoord is aangegeven dat de gemeente over de
gehele linie streeft naar beheersing van de lastendruk. Dit komt tot
uitdrukking in een niet meer dan trendmatige verhoging van de
tarieven. Hiervan is de onroerende zaakbelasting uitgezonderd. Bij
het vaststellen van de kadernota 2016 is een motie aangenomen
waarbij het college een inspanningsverplichting op zich heeft
genomen om de OZB-opbrengst niet te laten stijgen. Bij de raming
van de OZB-opbrengst voor de begroting 2016 is hiermee rekening
gehouden.
Verruiming lokaal belastinggebied
Op verzoek van de VNG heeft de commissie Financiële Ruimte voor
gemeenten zich gebogen over de veranderende situatie binnen de
gemeentelijke overheid, met name het gevolg hiervan voor de
lokale belastingen. Er vindt aan de ene kant een verschuiving plaats
van verantwoordelijkheden en taken naar gemeenten, terwijl aan de
andere kant de (financiële) mogelijkheden van die gemeenten om
aan te sluiten bij de lokale voorkeuren onvoldoende aanwezig zijn of
zelfs worden ingeperkt.
Met dit uitgangspunt heeft de commissie advies uitgebracht en een
o.a. een aanbeveling gedaan met betrekking tot de lokale heffingen.
De commissie pleit voor substantiële verruiming van het lokaal
belastinggebied.
De commissie stelt voor om het gemeentelijke belastinggebied te
vergroten door een voor gemeenten optionele combinatie van het
invoeren van een ingezetenenbelasting en een verbreding van de
OZB. Bij de ingezetenenbelasting gaat het om een heffing per
meerderjarige inwoner.
56
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Bij de verbreding van de OZB gaat het om herinvoering van het
gebruikersdeel van woningen (meer belastingplichtigen)en om het
afschaffen van een aantal verplichte vrijstellingen.
Ook doet de commissie het voorstel om een aantal kleine
belastingen, waaronder de hondenbelasting, af te schaffen.
In het najaar van 2015 zullen deze aanbevelingen verder worden
besproken.
Om het aldus bepaalde ozb-volume in 2016 te realiseren, zullen bij
een verwacht hoger waarde niveau de drie OZB-tarieven (eigenaar
woningen, eigenaar niet-woningen en gebruiker niet-woningen)
dalen. In de belastingvoorstellen 2016 zal op dit punt worden
ingegaan. Deze voorstellen en de belastingverordeningen voor 2016
komen in de raadsvergadering van december 2015 aan de orde.
Macronorm OZB 2016
Elke afzonderlijke gemeente is vrij om zelf de hoogte van de OZBtarieven te bepalen. Wel is er sprake van een zogenoemde.
macronorm. Deze stelt een bovengrens aan de totale stijging (van
alle gemeenten) van de OZB-opbrengst. Als de ontwikkeling van de
lokale lasten, van alle gemeenten, tot overschrijding van die norm
leidt, kan het Rijk ingrijpen. Op het moment van het opstellen van
deze paragraaf is de macronorm voor 2016 nog niet bekend.
De besluitvorming over de macronorm OZB voor 2016 is uitgesteld
naar het najaar van 2015.
Gezien het voornemen om de belastingen voor 2016 niet of
maximaal met de trend te verhogen, is het, evenals voorgaande
jaren, niet te verwachten dat Krimpen de macronorm 2016 zal
overschrijden.
Gebruik WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel
Door een wijziging in het woningwaarderingsstelsel voor
huurwoningen is de WOZ-waarde van significante invloed op de
huurprijs voor woningen.
Door dit gewijzigde woningwaarderingsstelsel zullen, huurders van
woningen veel vaker een formeel belang hebben bij de WOZ-waarde
van de woning waarin zij wonen. Huurders van woningen zullen dus
vanaf 2016, in tegenstelling tot voorgaande jaren, in de eerste acht
weken van het jaar een WOZ-beschikking ontvangen. De groep
belanghebbenden bij een WOZ –beschikking wordt uitgebreid met
circa. 4500 belanghebbenden. De verwachting is dat hierdoor ook
het aantal bezwaren tegen de WOZ-beschikking zal toenemen. In
2015 werden globaal 200 bezwaarschriften ontvangen. De
verwachting is dat dit er in 2016 circa 300 zullen zijn. Dit heeft dus
gevolgen voor de uitvoering van de WOZ.
Afvalstoffenheffing en Rioolheffing
De heffing en de inning van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing
(gebruikersdeel) gebeurt ook in 2016 door drinkwaterbedrijf Oasen
N.V. te Gouda. Dit proces verloopt steeds tot tevredenheid. De door
de gemeente uit te voeren interne controle, waarborgt dat ook in
2016 deze dienstverlening correct en volledig plaatsvindt. De
bestandsuitwisseling tussen gemeente en Oasen is hierbij een
belangrijk instrument.
Verruiming openbaarheid Wet WOZ
De openbaarmaking van de WOZ-waarden zal plaatsvinden via de
zogenaamde Landelijke Voorziening WOZ. De inwerkingtreding
hiervan zal plaatsvinden op een bij Koninklijk Besluit te bepalen
tijdstip.
Op dit moment is de verwachting dat openbaarmaking van de WOZwaarde van woningen niet voor 1 oktober 2016 zal plaatsvindt. Een
definitief besluit wordt pas in de 2e helft van 2015 genomen.
Wet WOZ
In het vierde kwartaal van 2015 zal het herwaarderingsproces in het
kader van de wet WOZ zijn afgerond. Het doel hiervan is om in
februari 2016 alle belastingplichtigen in kennis te stellen van de
nieuwe WOZ-waarde.
Voor de begroting 2016 is als OZB-opbrengst het volume uit 2015
geraamd, verhoogd met de reguliere areaaluitbreiding. De reguliere
inflatiecorrectie is zoals reeds eerder vermeld achterwege gebleven.
Kwijtschelding
Paragraaf A Lokale heffingen
Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van
gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De
regels voor het toekennen van kwijtschelding worden bepaald door
de rijksoverheid, neergelegd in de Invorderingswet. Deze regels
komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan
57
§A
§B
§C
§D
belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan
de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken
dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Krimpen
aan den IJssel hanteert de zogenaamde 100%-norm, hetgeen
betekent dat inwoners van Krimpen aan den IJssel met een
inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in
aanmerking komen. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke
belastingen kwijtschelding wordt verleend. In de gemeente Krimpen
aan den IJssel kan kwijtschelding worden aangevraagd voor:
rioolheffing;
afvalstoffenheffing;
hondenbelasting (voor zover het de eerste hond in een
huishouden betreft).
Kwijtscheldingen
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Hondenbelasting (eerste hond)
§E
§F
§G
§H
P
Ook in 2016 wordt de gegevensuitwisseling met het
Inlichtingenbureau gecontinueerd en zelfs uitgebreid. Naast de
vervolgaanvragen mogen voortaan ook initiële aanvragen voor de
toets worden aangeleverd.
Naar verwachting zullen, rekening houdend met de ervaringen in
voorgaande jaren, globaal 300 huishoudens voor (gedeeltelijke)
kwijtschelding in aanmerking komen.
§
€
Paragraaf A Lokale heffingen
66
20
Begroting Begroting
2015
2016
61
19
1
61
19
1
Inkomsten
In de begroting 2016 zijn de volgende opbrengsten geraamd:
Lokale heffingen
Om voor kwijtschelding in aanmerking te komen dient men een
schriftelijk verzoek te doen en de nodige bewijsstukken te
overleggen. Inwoners die in een voorgaand jaar voor kwijtschelding
in aanmerking kwamen, worden ‘automatisch’ gevrijwaard van een
nieuw schriftelijk verzoek tot kwijtschelding, indien toetsing door
het inlichtingenbureau positief uitvalt. Het inlichtingenbureau is een
orgaan dat is opgericht door het Ministerie van Sociale Zaken &
Werkgelegenheid en de VNG. Indien deze toetsing negatief uitpakt
zal een nieuw schriftelijk verzoek tot kwijtschelding moeten worden
gedaan.
Rekening
2014
a. Onroerende zaakbelastingen:
> ozb van gebruikers
> ozb van eigenaren
b. Hondenbelasting
c. Afvalstoffenheffing
d. Rioolheffing
e. Haven- en marktgelden
f. Lijkbezorgingsrechten
g. Leges, overig
Rekening
2014
917
4.786
150
3.145
2.944
96
335
506
Begroting Begroting
2015
2016
933
4.818
150
3.154
2.997
105
361
511
933
4.826
152
3.189
3.026
106
364
523
De opbrengsten zijn geraamd op basis van de uitgangspunten zoals
deze zijn geformuleerd in de kadernota 2016 (trend van 1% ten
opzichte van 2015) en de tegelijkertijd aangenomen motie met
betrekking tot de onroerende zaakbelastingen. Voorts is rekening
gehouden met de kostenniveaus zoals die in 2016 worden verwacht
en met de reguliere ontwikkelingen, zoals de inwoner- en
woninggegevens.
58
§A
Lastendruk
§B
Op basis van de nieuwe tarieven kan de lastendruk voor 2016
worden berekend, hierna wordt deze weergegeven voor twee
situaties.
§C
Situatie 1
Een huurwoning met een WOZ-waarde van € 110.000, bewoond
door 1 persoon, die ook houder is van een hond; het waterverbruik
is 90 m3.
§D
Onderdeel
Rioolheffing, het gebruikersdeel
§E
Afvalstoffenheffing éénpersoonshuish.
Hondenbelasting
Totale lastendruk per jaar
§F
§G
P
§
€
2016
57,36
57,96
241,56
243,98
83,34
84,17
382,26
386,11
Situatie 2
Een koopwoning met een WOZ-waarde van € 220.000, bewoond
door 2 personen, tevens is een hond aanwezig; het waterverbruik is
180 m3.
Onderdeel
§H
2015
Ozb, het eigenarendeel
Rioolheffing, het eigenarendeel
Rioolheffing, het gebruikersdeel
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuish.
Hondenbelasting
Totale lastendruk per jaar
2015
304,26
137,5
114,72
263,52
83,34
903,34
2016
304,26
138,87
115,92
266,16
84,17
909,38
Woonlasten (vergelijking met omliggende gemeenten)
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere
Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ‘Atlas van de lokale
lasten’ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de
gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij
geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is. In de atlas 2015
neemt Krimpen aan den IJssel van de 407 (deel)gemeenten de
336e plaats in op basis van de woonlasten. In 2014 nam Krimpen
aan den IJssel nog een 354e plaats in van de 418 (deel)gemeenten.
Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel
dicht bij elkaar.
Wat betreft de omringende gemeenten zijn de woonlasten als volgt
(peiljaar 2015):
Gemeente
Gouda
Krimpenerwaard/Schoonhoven
Zuidplas
Krimpen aan den IJssel
Krimpenerwaard/Nederlek
Krimpenerwaard/Bergambacht
Krimpenerwaard/Vlist
Rotterdam
Krimpenerwaard/Ouderkerk aan den IJssel
Capelle aan den IJssel
Netto woonlast
Rangnummer
COELO
(duur->goedkoop)
950
839
838
810
801
783
775
765
731
642
404
366
364
336
317
291
279
259
195
73
In paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing is het
kengetal belastingcapaciteit opgenomen.
Paragraaf A Lokale heffingen
59
§A
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
Inleiding
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gaat in op
de risico’s, de bijbehorende beheersmaatregelen en de mate waarin
de gemeente voldoende buffer heeft om risico’s af te dekken. In de
nota risicomanagement en weerstandsvermogen (2012) is het
beleid vastgelegd dat de basis vormt voor de gevolgde werkwijze.
Door de complexe samenleving, de veelzijdige gemeentelijke
activiteiten, veranderingen in wet- en regelgeving en uiteraard de
economische crisis lopen gemeenten veel risico’s. Risico’s zijn
onvermijdelijk, maar kunnen wel worden beheerst en moeten in het
uiterste geval kunnen worden opgevangen via de
weerstandscapaciteit. De gemeente beschikt over vrij aanwendbare
middelen, die, wanneer dat nodig is, kunnen worden ingezet om
dergelijke tegenvallers op te vangen; de weerstandscapaciteit.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de financiële
omvang van de gemeentelijke risico’s te vermenigvuldigen met de
ingeschatte kans dat deze risico’s zich ook echt gaan voordoen.. De
verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de
benodigde weerstandscapaciteit bepaald of de gemeente voldoende
weerstandsvermogen heeft.
raad wordt in toenemende mate belang gehecht aan
risicomanagement. Ons college onderschrijft dit en hecht met name
aan bewuste inzet van beheersmaatregelen. Wij zien hierin
aanleiding om naast de reguliere planning- en control documenten
uw raad jaarlijks separaat nader te informeren over het onderwerp
risicobeheersing. In het eerste kwartaal van 2016 kunt u deze
informatie verwachten.
Kengetallen
Het weerstandsvermogen is een belangrijke indicator voor de
financiële weerbaarheid van de gemeente. Het ontbreekt tot nu toe
echter aan een set kengetallen die een algehele indruk geeft van de
financiële positie. Door een wijziging in het Besluit begroting en
verantwoording komt daar nu verandering in. Met ingang van deze
begroting worden vijf financiële kengetallen opgenomen in deze
paragraaf.
Risico’s
Gedurende het jaar heeft risicomanagement doorlopende aandacht.
In het overzicht van de risico’s zijn de 10 grootste risico’s qua
omvang opgenomen.
In de begroting 2014 is voor de eerste keer via een integrale
aanpak tot een volledig beeld van risico’s, weerstandscapaciteit en
weerstandsvermogen gekomen. Sindsdien wordt gewerkt aan
doorontwikkeling van het risicobewustzijn en risicomanagement.
P
Bestuurlijke informatievoorziening
§
In de belangrijkste planning en controldocumenten (kadernota,
begroting en jaarrekening) treft u altijd een geactualiseerd overzicht
van de belangrijkste risico’s en een analyse van het
weerstandsvermogen aan. Het betreft de hoofdlijnen van het
risicomanagement. Door wetgever, toezichthouder en ook door uw
€
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
60
§A
GEKWANTIFICEERDE RISICO'S
§B
bedragen x 1.000
S/I
Max kosten Kans op
bij gevolg gevolg
Benodigde
capaciteit
Beheersmaatregelen
1. Onderhoudstoestand C.G. Roosweg
§C
De onderhoudstoestand van de C.G. Roosw eg is niet geheel duidelijk ondanks de
uitgevoerde onderzoeken. Het risico betreft vooral de staat van de fundering.
Mogelijke kosten zijn naast het herstel ook gelegen in de tijdelijke maatregelen die
in geval van een calamiteit moeten w orden getroffen.
I
10.000
25%
De onduidelijkheid omtrent de oorzaak van enkele verzakkingen is het
2.500 moeilijk beheersmaatregelen te nemen. Er vinden maandelijks metingen
plaats. Ook vindt er een marktconsultatie plaats.
2. Grondexploitaties
§D
Bij de actualisatie van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) zijn 32
risico’s met mogelijke financiële consequenties gedefinieerd en gew ogen. Het
aantal risico’s is toegenomen doordat de uitvoering van enkele projecten in een
vervolgfase zijn gekomen. Het volume is lager door actuele taxaties,
beheersmaatregelen en afgesloten projecten.
I
1.851
Diverse beheersmaatregelen zijn van toepassing, deze zijn per
grondexploitatie geïnventariseerd.
3. Incidentele kosten decentralisaties
§E
§F
§G
Het risico is groot dat de uitvoeringskosten en de kosten voor voorzieningen
hoger zijn dan de vergoedingen van het Rijk. De reden is dat het beleid nog niet
stabiel is en nog niet alle informatie over de cliënten bekend is. Zeker in het begin,
kan het daarom noodzakelijk zijn extra personeel in te zetten of extra zorg in te
kopen.
I
1.000
75%
750 Indien nodig kan de reserve decentralisaties ingezet w orden.
4. Structurele budgetten na decentralisaties
De structurele rijksbijdrage bevat na de decentralisaties een flinke korting.
Tevens zal gefaseerd overgestapt w orden van een historisch naar een objectief
verdeelmodel van het macro-budget. De effecten hiervan zijn onvoorspelbaar.
Het risico is groot dat de gedecentraliseerde taken niet binnen de beschikbare
middelen kunnen w orden opgepakt.
S
500
75%
Het is de vraag in hoeverre in 2015 echt duidelijkheid gaat ontstaan over
de toereikendheid van de structurele budgetten. Zoals ook al onder punt 3
375 is w eergegeven is nog steeds niet alle informatie over de cliënten
bekend. Indien nodig kan genoemde reserve decentralisaties hier ook
uitkomst bieden, al kan dat uiteraard niet in structurele zin.
S
500
50%
250
S
100
75%
75
5. Rijksbeleid, kerngegevens en de gemeentefondsuitkering
§H
P
§
€
De gemeentefondsuitkering bew eegt mee met de uitgaven van het Rijk,
afhankelijk van de landelijke economische ontw ikkelingen. Daarnaast kunnen ook
de lokale kerngegevens de algemene uitkering negatief beïnvloeden. De bij de
september-circulaire opgenomen accressen voor 2016, alsmede die van de
compensatie rondom het BCF-plafond vormen eveneens een risico, omdat het
maar zeer de vraag is of beide onderw erpen zich in die mate voor gaan doen.
6. Promen
De gemeente heeft de afgelopen jaren, naast de WSW-subsidies vanuit het Rijk,
een extra bijdrage geleverd in de exploitatie van Promen. Deze extra bijdrage is
naar rato met alle deelnemende gemeente. Ook voor 2016 en de jaren erna w ordt
een extra gemeentelijke bijdrage voorzien. Er zijn tw ee risico-componenten die
spelen bij Promen: 1. De ontw ikkeling van de WSW-subsidie; De afname van het
subsidiebedrag is nog onbekend. Tevens is onduidelijk hoe het aantal cliënten
zich ontw ikkeld. Zoals bekend is er geen instroom per 1 januari jongstleden, de
uitstroom laat zich moeilijk te voorspellen. 2. De toekomst van Promen; Zoals
aangehaald in de paragraaf Verbonden Partijen is onderzoek gedaan naar de
toekomst van Promen. Vanw ege dit onderzoek is nog geen OP2016 opgesteld.
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
61
§A
7. Pensioenpremie ABP
§B
§C
§D
§E
Per 1 januari 2015 gelden nieuw e rekenregels voor pensioenfondsen (nieuw
Financieel Toetsingskader/nFTK). Deze nieuw e regels schrijven onder andere
voor dat het ABP (net als andere fondsen) de rendementen voorzichtiger moet
inschatten. De nieuw e regels en de aanhoudend lage rente, nopen ertoe dat de
pensioenpremie naar verw achting gaat stijgen. De financiële positie van het ABP
is zodanig dat het bestuur mogelijk extra maatregelen moet nemen. Een van deze
maatregelen zou het heffen van een opslag op de premie kunnen zijn. De VNG
adviseert om voor de begroting 2016 rekening te houden met een stijging van de
pensioenpremie. De hoogte van de premiestijging is echter nog heel onzeker. Dit
w ordt duidelijk als het ABP eind november de pensioenpremie voor 2016
vaststelt.
S
200
75%
150
I
1.000
50%
500
S
100
50%
S
555
25%
8. BTW
Geschil met Belastingdienst (BD) over teruggave BTW over aanleg
begraafplaats. Naast de Hoge Raad heeft inmiddels ook de Rechtbank (in de
terugverw ezen zaak) uitspraak gedaan en zich "onbevoegd" verklaard. Wat de
gevolgen hiervan zijn w ordt op dit moment onderzocht, omdat zow el de
gemeente als de BD tegen deze uitspraak nog in hoger beroep kan gaan. Een
definitieve afw ikkeling in 2015 is dan ook uiterst onzeker.
Een uiteindelijk ongunstig besluit voor de gemeente kan financieel
afgedekt w orden door de toereikende bestemmingsreserve BCF.
9. Vennootschapsbelastingplicht
§F
§G
Met ingang van 2016 zullen ook gemeenten vennootschapsbelasting moeten
gaan betalen. De inventarisatie van de gemeentelijke activiteiten die mogelijk
onder deze w et gaan vallen w ordt binnenkort afgerond. Vanw ege het inhuren
van een externe deskundige om dit inventarisatie-proces te begeleiden w orden in
2015 al w el kosten gemaakt. Daarnaast zal ook de gemeentelijke administratie
en/of organisatie op orde gemaakt moeten w orden, zodat vanaf 2016
daadw erkelijk vennootschapsbelasting kan w orden afgedragen. Een exacte
kw antificering van dit risico is echter nog niet aan te geven.
De beïnvloeding is vrij beperkt, maar indien nodig kunnen
50 beheersmaatregelen nog w el genomen w orden om de te betalen
vennootschapsbelasting zo beperkt mogelijk te houden.
10. Kosten bijstand
§H
P
De rijksbijdrage voor de bijstandsuitkeringen w ordt vanaf 2015 verdeeld volgens
een nieuw verdeelmodel. De definitieve vaststelling van het jaarlijkse budget door
het rijk vindt plaats aan het eind van het lopende jaar. Dit is een risico binnen de
bijstand. Een ander risico w ordt gevormd door de lokale ontw ikkeling van de
bijstandskosten (bijstandvolume i.v.m de conjunctuur) en de w ettelijke
w ijzigingen. Per saldo kan het risico oplopen tot 10%. Vanaf 2016 w orden de
kosten en baten van de bijstand neutraal opgenomen in de begroting.
139
11. Overige risico's
Diverse risico's die niet binnen de top 10 van risico's vallen.
§
TOTAAL
€
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
I
78
6.718
62
§A
Weerstandscapaciteit
§B
§C
§D
§E
§F
§G
De weerstandscapaciteit betreft de middelen waarover de gemeente
kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken. In hoofdzaak
bestaat de weerstandscapaciteit uit drie onderdelen:
reserves (eigen vermogen)
onbenutte belastingcapaciteit
post onvoorziene lasten
Reserves
Van de reserves worden de Algemene Reserve, de Algemene
Reserve Bouwgrondexploitatie en de Bestemmingsreserves tot de
weerstandscapaciteit gerekend. Van de bestemmingsreserves wordt
met name het deel dat verband houdt met benoemde risico’s of nog
vrij besteedbaar is meegeteld. Dat wil zeggen dat de benodigde
reservemiddelen voor reeds genomen besluiten in principe niet
meetellen voor de weerstandscapaciteit.
De algemene reserve heeft als hoofdfunctie het vormen van een
buffer vanwege risico’s. Vastgelegd is dat de algemene reserve
minimaal € 2 miljoen bedraagt en niet meer dan € 5 miljoen.
Wanneer het saldo boven dit plafond komt wordt het meerdere naar
de Vrije Reserve overgeheveld. De vrije reserve wordt omgekeerd
ook aangesproken wanneer de algemene reserve door de bodem
zakt.
§H
De komende jaren wordt de algemene reserve eveneens ingezet om
het niet gerealiseerde deel van de taakstelling op maatschappelijke
voorzieningen te dekken, zoals bij de kadernota is besloten.
P
Enkele bestemmingsreserves hebben een rechtstreekse relatie met
benoemde risico’s. Deze reserves worden eveneens meegeteld als
weerstandsvermogen.
§
Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit heeft betrekking op de vier
belangrijkste eigen inkomsten van de gemeente, te weten de OZB,
de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de leges voor zover deze
niet reeds ‘maximaal’ of kostendekkend zijn.
€
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De Onroerend Zaakbelasting is in Krimpen niet gemaximeerd en
biedt dus in principe ruimte. Een belangrijk standpunt van uw raad
en ons college is echter dat lastenstijging voor de burger zoveel
mogelijk wordt beperkt. Het rekenen met onbenutte
belastingmogelijkheden past niet in dat beeld. Daarom is de
onbenutte belastingcapaciteit vanwege de OZB op € 0 gesteld.
In Krimpen aan den IJssel zijn de afvalstoffenheffing en de
rioolrechten kostendekkend. Derhalve vindt voor deze heffingen
maximale benutting plaats.
De onderdekking op de totale leges die de gemeente in rekening
brengt is niet eenvoudig in beeld te brengen. Het legespakket is
zeer divers en er is nauwelijks op de opbrengsten te sturen. Ook
voor dit onderdeel wordt daarom geen onbenutte belastingcapaciteit
opgenomen.
Post onvoorziene lasten en saldo begroting
In de begroting wordt voor onvoorziene lasten een jaarlijks bedrag
opgenomen. Met ingang van de begroting 2015 bedraagt deze post
€ 1 per inwoner (€ 28.900 in 2016). Als onderdeel van de
weerstandscapaciteit is dit een marginaal bedrag. De inzet van deze
post is altijd incidenteel. Wanneer het structurele lasten betreft
moeten deze in de volgende begroting in de budgetten worden
opgenomen.
Het saldo van het begrotingsjaar 2016 is eveneens beschikbaar voor
incidentele dekking en wordt daarom toegevoegd aan de berekende
weerstandscapaciteit.
63
§A
§B
Berekening weerstandscapaciteit
Op basis van de driedeling die hiervoor is toegelicht is het volgende
overzicht van de weerstandscapaciteit opgesteld:
Weerstandscapaciteit
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
Reserves
Algemene Reserve – Algemene Dienst
Algemene Reserve – Bouwgrondexploitatie
Vrij besteedbaar deel Vrije Reserve
Bestemmingsreserve BTW-compensatiefonds
Bestemmingsreserve Decentralisaties
Bestemmingsreserve Raadhuis
Subtotaal
Onbenutte belastingcapaciteit
OZB
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
Leges en andere heffingen
Subtotaal
Onvoorzien en saldo begroting
Onvoorzien
Saldo begroting
Subtotaal
Totale weerstandscapaciteit
Begroting
2016
4.614
2.299
217
909
908
139
9.086
pm
pm
29
3
32
9.118
In deze tabel zijn de bestemmingsreserves, die samenhangen met
de risico’s en dus als beheersmaatregel worden gezien, expliciet
opgenomen.
§
€
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandsvermogen
Voor de bepaling van het weerstandsvermogen zetten we het totaal
aan beschikbare vrije middelen af tegen het totaal aan
gekwantificeerde risico’s.
Weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
9.118
6.718
= 1,36
Daarmee is het weerstandsvermogen ruim voldoende (1,36)
In Krimpen aan den IJssel hanteren we een ratio van minimaal 1 als
acceptabel. Een ratio <1 geeft namelijk aan dat er onvoldoende
weerstandsvermogen is om alle risico’s met mogelijke financiële
gevolgen te kunnen afdekken.
In de afgelopen jaren heeft de ratio zich in positieve zin ontwikkeld.
Inzet algemene reserve
In de kadernota 2016 is afgesproken de algemene reserve
gedurende drie jaar (2015 – 2017) in te zetten ten behoeve van de
taakstelling op de maatschappelijke voorzieningen. In totaal werd
een maximaal beslag op de algemene reserve van € 877.000
voorzien. De berekende ratio weerstandsvermogen houdt al
rekening met deze onttrekking, waarmee aangetoond is dat de
bufferfunctie van algemene reserve voldoende intact blijft. Nog
geen rekening is gehouden met de huidige stand van zaken van
boekjaar 2015.
Financiële kengetallen
In planning en control documenten wordt altijd aandacht besteed
aan de financiële positie. De verplichte paragrafen spelen daarbij
een belangrijke rol. Bij de beoordeling van de financiële positie
ontbreekt het echter aan definities of standaarden waarmee de
interpretatie van de financiële positie kan worden onderbouwd. Met
de invoering van een set verplichte kengetallen wordt het inzicht in
de financiële positie en de toekomstbestendigheid verbeterd.
64
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
De kengetallen zijn niet genormeerd, maar vooral bedoeld om de
financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.
Hieronder volgt een korte toelichting op de (berekening van de)
kengetallen, een tabel met (meerjarige) uitkomsten en een
beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële
positie.
Netto schuldquote
In de kadernota’s van de afgelopen jaren is al aandacht besteed aan
dit kengetal. Deze quote drukt de schulden van de gemeente uit als
aandeel van de totale baten in een jaar. Hiermee wordt een
indicatie gegeven van de druk vanwege rente en aflossing op de
begroting. Omdat de gemeente ook geld doorleent wordt dit
kengetal tevens berekend zonder (correctie) verstrekte leningen. De
ontwikkeling van de schuldquote wordt tevens beoordeeld met
behulp van de daarvoor ontwikkelde scan van de VNG.
Solvabiliteitsratio
Deze ratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen
(reserves) en het totale vermogen. De uitkomst geeft aan in
hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen
te voldoen. Een hogere ratio duidt op een grotere weerbaarheid.
Grondexploitatie
De ratio voor grondexploitatie wordt berekend door de
balanswaarde van de grondposities te delen door het totaal van de
jaarlijkse baten. Een hoge uitkomst geeft de indicatie dat de
gemeente veel risico loopt wanneer de ontwikkeling van de
grondposities achterblijft.
Structurele exploitatieruimte
De begroting dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat
de structurele lasten kunnen worden gedragen door de structurele
baten. De indicator structurele begrotingsruimte druk het
structurele saldo uit als aandeel van de totale baten. De uitkomst
dient uiteraard positief te zijn en geeft een indicatie van mate
waarin de gemeente nog structurele financiële ruimte heeft.
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Belastingcapaciteit
Het kengetal belastingcapaciteit bestaat uit een berekening van de
totale gemeentelijke woonlasten voor een gezin bij gemiddelde
WOZ-waarde, afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het
voorgaande jaar. De lokale uitkomst geeft aan in hoeverre (positief
of negatief) van het gemiddelde wordt afgeweken en geeft dus
tevens een indicatie van de wendbaarheid van de begroting door
inzet van belastingverhoging als dekkingsmiddel.
Kengetallen
Netto schuldquote
Netto schuldquote gecorrigeerd
voor alle leningen
Solvabiliteitsrisico
Structurele exploitatieruimte
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
Rekening
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
26,03%
32,71%
47,06%
27,68%
34,40%
48,47%
21,92%
4,11%
4,41%
115,00%
19,28%
0,07%
11,40%
114,90%
17,69%
-0,29%
16,77%
114,99%
Duiding uitkomsten kengetallen
Netto schuldquote
De netto schuldquote heeft een stijgende lijn in de jaren 2015 en
2016. Het schatkistbankieren heeft ervoor gezorgd dat de korte
uitzettingen flink zijn verminderd. De kortlopende schulden zijn
omgezet in vaste schulden door middel van het aantrekken van
nieuwe langlopende leningen. Door forse investeringen zijn ook de
schulden toegenomen in de vorm van nieuwe langlopende leningen.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteit neemt geleidelijk aan af. Verlagingen van het eigen
vermogen (reserves) en de toename van het totaal aan passiva
(schulden en voorzieningen) posten zorgen voor dit effect. De
schulden nemen toe door forse investeringen waarvoor leningen zijn
aangetrokken.
65
§A
§B
§C
§D
§E
Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie is sterk stijgend. Dit heeft te maken
met het activeren van een aantal grondexploitaties met hoge
investeringen (o.a. EMK terrein) wat leidt tot een hoge boekwaarde.
Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte neemt in de jaren steeds meer af.
Dit komt door een afname van het structurele resultaat en een
toename van het totaal saldo van de baten in 2015 en 2016. De
toename van de baten is vooral afkomstig uit de ontvangen gelden
voor het Sociaal Domein.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit blijft alle jaren nagenoeg gelijk. De lichte
stijging van de OZB, rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn
conform de stijging van het landelijk gemiddelde.
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing
66
§A
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
§B
§C
§D
Inleiding
De gemeente Krimpen aan den IJssel beheert de openbare ruimte en gebouwen waarbinnen wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Hierdoor
beschikt de gemeente over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, bruggen, hekwerken, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen,
water en groen. Al deze kapitaalgoederen dienen goed onderhouden te worden.
Hierbij spelen naast de wettelijke eisen en verplichtingen- aspecten als gebruik, levensduur en het leveren van bijdragen aan de
programmadoelstellingen voor milieu, onderwijs, openbare ruimte en verkeer een rol. Dit vergt beleidsvisies op het beheer van de
kapitaalgoederen, planmatig en integraal beheer en onderhoud, een actuele meerjaren-onderhoudsplanning en een adequate vertaling van de
financiële consequenties hiervan in toereikende budgetten en voorzieningen.
Deze paragraaf geeft aan op welke wijze in 2016 de kwaliteit van de kapitaalgoederen op korte en lange(re) termijn (financieel) gewaarborgd
wordt. Dit zal plaatsvinden op basis van onder meer de volgende vastgesteld beleidskaders en beheersplannen:
§E
§F
§G
§H
P
Onderdeel
Beleids- of beheersplan
Riolering
- Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP)
- Basis Rioleringsplan (BRP)
Wegen
- Herstrating – en rioleringsplanning
- Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (KBOR)
Groen
- Groenstructuurplan
- Groenbeleid- en beheerplan
Water
- Stedelijk Waterplan
- Grondwaterzorgplan
Kunstwerken-bruggen - Beleidsplan civiele kunstwerken
Gebouwen en
- Advisering en evaluatie onderhoud
accommodaties
kapitaalgoederen maatschappelijk nut, alsmede
jaarlijkse MJOP
- Kadernota gemeentelijk vastgoed
Jaar vaststelling
2012
2015
2014/2015
2010 (ook
onderdeel KBOR)
2004
2011
2014
2008 (advies)
2012 (evaluatie)
2015
2010
Looptijd t/m
Financieel
vertaald in
begroting
2017
2023
2024
2020
2020
Ja
2015
2020
2020
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
2039
2016
§
Het algemene beleid omtrent het onderhoudsniveau binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel is sober doch doelmatig, waarbinnen
veiligheidsaspecten een belangrijke rol spelen. De benodigde middelen hiervoor zijn op basis daarvan in de begroting opgenomen. Dit geldt
zowel voor kleinschalig (dagelijks) onderhoud als het groot (vervanging)onderhoud. Voor dit laatste onderhoud vinden stortingen in de
voorziening Onderhoud Kapitaalgoederen plaats. Naast veiligheid is ook duurzaamheid een belangrijk thema bij het onderhoud van de
kapitaalgoederen. Zo is ons nieuwe raadhuis één van de meest duurzame van Nederland. Ook in andere gemeentelijke gebouwen zijn de
afgelopen jaren, waar dat mogelijk was,
€
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
67
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
energiebesparende maatregelen getroffen. Datzelfde geldt voor de
openbare verlichting en pompgemalen. De komende jaren wordt –
aan de hand van de Duurzaamheidsagenda – op de ingeslagen weg
voortgegaan. In principe proberen we de extra (kapitaal)lasten te
dekken door lagere exploitatielasten.
Nu wordt verder ingegaan op de kapitaalgoederen in de openbare
ruimte en het kapitaalgoed gebouwen.
De kapitaalgoederen in de openbare ruimte
De kapitaalgoederen in de openbare ruimte bestaan uit wegen,
riolering, watergangen, civiele kunstwerken (bruggen),
groenvoorziening, speelvoorzieningen, hekwerken en openbare
verlichting.
Riolering
De werkzaamheden op dit terrein zijn gebaseerd op het in
november 2012 vastgestelde vGRP, dat loopt tot en met 2017. De
kaders van het (v)GRP zijn leidend voor de investeringen op het
gebied van de riolering. Goed planmatig en doelmatig beheer van
de riolering is essentieel voor:
Een goede inzameling en goed transport van het afvalwater.
Het verminderen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater,
bodem- en grondwater (verbeteringen waterkwaliteit).
Een goede inzameling en afvoer van het hemelwater.
De uitvoering van het (v)GRP hangt overigens nauw samen met het
beheer van wegen, groen, openbare verlichting en bruggen, omdat
waar mogelijk combinaties van uit te voeren werken worden
gezocht, om de kosten en de overlast te beperken.
De investeringen in het rioolstelsel zijn globaal in tweeën te
verdelen. Enerzijds vindt cyclische vervanging plaats en anderzijds
wordt verbetering van het stelsel nagestreefd. De afgelopen jaren is
met name ingezet op verbetering van het stelsel door het aanleggen
van V.I.S.-riolering, bergbezink-voorzieningen en het afkoppelen
van verharde oppervlakten, waartoe de gemeente (via de door het
toenmalige Zuiveringschap opgelegde basisinspanning) is verplicht.
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
Vanaf 2011 is ook gestart met het aanleggen van een robuust
drainagesysteem, die het grondwater na de rioolvervanging moet
reguleren.
De kosten die verband houden met de rioolvervangingen worden
gedekt uit de voorziening riolering, die hiertoe in principe toereikend
is. Uit een onderzoek naar de onderhoudsstaat van de rioleringen in
met name het centrumgebied zou kunnen blijken dat de voorziening
riolering toch niet toereikend is. Daar wordt echter vooralsnog niet
van uitgegaan.
Overigens is het wel zo, dat bij rioolvervangingen nu een
drainagestelsel aangelegd wordt, waarvoor in de meerjarenplanning
rekening gehouden is met een kostenstijging van zo’n 5%.
Mede om die reden is bij de geactualiseerde meerjarenplanning voor
herstraten en riolering bij de begroting 2014 besloten de bijdrage uit
de voorziening riolering aan die van herstraten structureel te
verlagen van 20% naar 10%.
In 2014 is het nieuwe rioolgemaal aan de Lansing opgeleverd,
hetgeen een zichtbaar resultaat is van samenwerking in de
afvalwaterketen, zoals vastgelegd in het in 2013 ondertekende
“Afsprakenkader Afvalwaterketen Krimpenerwaard”. Dit heeft tot
doel te komen tot een besparing van de maatschappelijke kosten in
de afvalwaterketen.
Areaalgegevens riolering:
Huisaansluitingen
Kolken
Vrijverval riolering (69% gemengd stelsel,
23% hemelwaterafvoer, 5% drainage en
3% vuil water)
Putten
Drukriolering / persleiding
Bergbezinkvoorzieningen (500 m3)
Bergbezinkleidingen (150 + 200 m3)
Gemalen
Pompunits
Signaleringskasten
2016
13.230 stuks
17.200 stuks
185 km
5.574 stuks
12,8 km
1 stuks
2 stuks
99 stuks
99 stuks
92 stuks
68
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
Wegen
De kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd zijn de
CROW-richtlijnen en het integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte.
Dit beleidsplan geeft de kaders en normen aan die als input voor het
beheer van wegen dienen. De onderhoudsfrequenties worden
bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen,
onderliggende funderingskwaliteit en plaatselijke omstandigheden
(o.a. hoge grondwaterstanden) en het gewenste onderhoudsniveau.
In 2014 is gestart met het opstellen van een nieuw Kwaliteitsplan
Beheer Openbare Ruimte die naar verwachting in de loop van 2015
wordt vastgesteld.
Ook wordt er verder invulling gegeven aan het Fietsstructuurplan
door realisatie van ‘rode’ fietsstroken. Ook de vastgestelde
verkeers- en vervoersvisie is mede bepalend bij de planvorming.
De investeringen in de wegen worden gedekt uit de daartoe
gevormde voorziening herstraten.
Deze voorziening wordt gevoed door stortingen ten laste van het
programma 2 Woon- en leefomgeving.
Door kritisch te kijken naar het moment waarop investeringen nodig
zijn is de voorziening toereikend voor de komende periode, ondanks
de bezuinigingen die in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden.
Dit was nog mogelijk, omdat nu nog geen sprake is van achterstallig
onderhoud. Op basis van de nieuwe meerjarenplanning is echter
geconstateerd, dat vanaf 2018 een verhoging van de storting in de
voorziening noodzakelijk is.
Areaalgegevens wegen:
Asfaltverharding
Elementenverharding (klinkerbestrating,
troittoirs)
Beton
Overige verharding
2016
298.461 m2
1.157.268 m2
5.837 m2
8.015 m2
§
Openbare verlichting
Het onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting zijn
opgenomen in het hiervoor genoemde kwaliteitsplan. Hierbij is
€
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
specifiek aandacht geschonken aan de wijze waarop het beheer
plaats moet vinden.
Naast de jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging ten
laste van programma 2 Woon- en leefomgeving, wordt de uitvoering
van verlichtingsplannen bij herstratingen uit de voorziening
herstraten gedekt.
Daarnaast vindt vervanging plaats ten laste van de voorziening
Onderhoud Kapitaalgoederen (OK). Hiervan is voornamelijk sprake
als vervanging vanwege ouderdom, energiebesparing, remplaceren,
enzovoort nodig is, terwijl op korte termijn voor dat gebied
herstraten niet op de planning staat.
Ook in 2016 wordt aan de realisatie van een eigen net verdere
invulling gegeven.
Areaalgegevens openbare verlichting:
Lichtmasten
Armaturen
2016
7.660 stuks
7.856 stuks
Verkeersregelinstallaties
De belangrijke verkeersregelinstallaties (VRI’s) op de kruisingen
C.G. Roosweg / Nieuwe Tiendweg en Van Ostadelaan / Nieuwe
Tiendweg zijn in 2014 vervangen en medio 2015 wordt het
regeltoestel aan de Stad en Landschap / Nieuwe Tiendweg
vervangen.
Ook worden deze VRI’s op korte termijn aangesloten op de
hoofdpost van de verkeersregelkamer van de gemeente Rotterdam.
Vanuit deze verkeerskamer worden de verkeersregelinstallaties 24
uur per dag bewaakt, waarbij op afstand kan worden ingespeeld op
verkeersaanbod en calamiteiten, met als doel een verbetering van
de doorstroming.
Areaalgegevens
verkeersregelinstallaties:
Kruising met verkeersregelinstallaties
2016
4 stuks
Groen
In de integrale beheerplannen voor de openbare ruimte is ook het
groen opgenomen. Er worden tot op heden geen specifieke
middelen vrijgemaakt om in het onderhoud van het openbaar groen
69
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
te voorzien. Jaarlijks vindt onderhoud van het groen op
contractbasis plaats ten laste van programma 2 Woon- en
leefomgeving en onderdelen van andere programma’s zoals in het
geval van de begraafplaatsen. Een nieuw integraal
onderhoudscontract is per 1 juli 2015 ingegaan. Omvormingen van
plantsoenen komen eveneens ten laste van programma 2.
Daarnaast vinden investeringen in het openbaar groen plaats bij
reconstructies. Dekking daarvan vindt tot nu toe steeds plaats ten
laste van de voorziening herstraten.
Areaalgegevens groen:
Bomen
Heesterbeplanting
Vaste planten
Gras/gazon/kruidenvegetaties
2016
11.410 stuks
301.665 m2
14.222 m2
743.042 m2
Watergangen
De watergangen zijn verdeeld in primaire en secundaire
watergangen. De primaire watergangen zijn de hoofdwatergangen,
die worden beheerd en onderhouden door het Hoogheemraadschap
van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) in samenwerking met
de gemeente (een gezamenlijk contract).
De secundaire watergangen, de sloten worden beheerd door de
gemeente of soms door particulieren.
Het onderhoud van het openbare water binnen de gemeente vindt
plaats aan de hand van het jaarlijkse baggerprogramma en deels
ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving. Daarnaast
wordt gewerkt aan de uitvoering van het Stedelijk Waterplan,
waarin het beleid en kaders ten aanzien van de watergangen zijn
vastgelegd.
Het baggerprogramma en de investeringen Stedelijk Waterplan zijn
opgenomen in het overzicht Onderhoud Kapitaalgoederen. De
storting in de voorziening Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel
baggerwerkzaamheden en onderdeel Stedelijk Waterplan komen
beiden ten laste van programma 2 Woon- en leefomgeving.
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
Areaalgegevens watergangen:
Hoofd watergangen
Overige watergangen
2016
200.000 m2 (20 ha)
494.600 m2 (49 ha)
Speelvoorzieningen
Op basis van het beheersysteem worden alle speeltoestellen binnen
de gemeente door middel van periodieke keuringen geïnspecteerd.
De resultaten worden in logboeken verwerkt en bijgehouden. De
jaarlijks verplichte keuring van de toestellen wordt uitgevoerd door
een onafhankelijke partij. Preventief onderhoud en kleine reparaties
worden door de eigen (buiten)dienst uitgevoerd.
Areaalgegevens speelvoorzieningen:
Speeltoestellen
Speellocaties
2016
543 stuks
117 stuks
Civiele kunstwerken (bruggen)
De gemeente Krimpen heeft een aanzienlijk aantal bruggen,
waarvoor onderhoud nodig is. Dat kan gaan om dagelijks
(schoonmaak)onderhoud, maar uiteraard ook groot onderhoud in de
zin van vervanging van de brug. De kosten voor vervanging van
bruggen maken onderdeel uit van de voorziening Onderhoud
Kapitaalgoederen. Vervanging van deze bruggen vindt plaats op
basis van het eind 2014 vastgestelde Beleidsplan civiele
kunstwerken.
Naast onderstaande areaalgegevens van de bruggen zijn er nog 14
bruggen in de gemeente die in beheer en onderhoud zijn bij het
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Areaalgegevens civiele kunstwerken
(bruggen):
Betonnen bruggen
Houten bruggen
Stalen bruggen
Composiet bruggen
Beweegbare bruggen
Betonnen / pvc / hdpe duikers
Tunnels
Vissteigers
2016
52
90
14
4
1
103
1
4
stuks
stuks
stuks
stuks
stuks
stuks
stuks
stuks
70
§A
De volgende werken staan gepland voor de jaren 2016-2019:
§B
Onderhoud kapitaalgoederen
§C
Afkoppelkosten, ongerioleerde panden, nieuwe gemalen,
vervangen pompunits
Burgemeester Aalberslaan (Koekoekstraat-Nieuwe Tiendweg)
530
303
Ouverturelaan
350
350
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
MJB
MJB
MJB
MJB
2016
2017
2018
2019
33
298
108
Fresia (Waterkers, Violier, etc.)
Zaagmolen (Witte Brug, Tenge, etc.)
Fresia (Zonnebloem, Rozemarijn, etc.)
Parkzoom - Groenendaal
Marathon, Handboog, Kruisboog ca
omgeving Prinsessenhof
Tuinstraat / Lekdijk (relinen)
Steenbakkersstr., Rotterdamsewweg, etc.
Sportsingel, Wielerbaan, Sintelbaan ca
Lekdijk ivm herinrichting HHSK
Stormpolder
Overige lasten te dekken uit voorzieningen
gedeelte herstraten t.l.v. riolering
Indexering
Totaal
422
896
420
730
314
273
2.171
herstraten
373
811
226
167
160
1.199
453
1.187
418
1.092
99
911
443
915
312
392
571
1.170
30
1.385
125
125
85
122
154
4.461
4.264
4.084
8.068
105
1.230
125
36
3.725
227
259
1.688
793
1.543
495
1.075
500
-841
206
543
420
1.230
125
riolering
393
1.681
78
T.l.v. voorz. T.l.v. voorz.
841
191
8.465
De tabel geeft de werken weer die in 2016 zullen worden voorbereid tot en met de aanbesteding en de werken waarvan de uitvoering in
2014/2015 is gestart en doorlopen in 2016. Hiermee is in de berekening van de voorzieningen rekening gehouden.
In de laatste regel is de jaarlijkse indexering van de ramingen opgenomen. Voor de voorziening herstraten geldt, dat jaarlijks een bedrag van €
50.000 beschikbaar is voor kleine reconstructies, die noodzakelijk zijn om grote werken op een verantwoorde manier uit te kunnen stellen.
Vooruitlopend op de uitvoering van de werken vindt vaak in eerdere jaren al voorbereidend werk plaats, waarvoor een bedrag van ± € 75.000
beschikbaar is.
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
71
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Evenals in voorgaande jaren wordt u in het onderdeel
Budgetautorisatie van deze begroting verzocht het college te
autoriseren voor de hierboven opgenomen budgetten over het jaar
2016. Hierdoor kan de voorbereiding van deze werken veel
efficiënter verlopen, een en ander overeenkomstig de gemaakte
afspraken uit 2006.
Het kapitaalgoed gebouwen
De gemeente Krimpen aan den IJssel bezit een groot aantal
gebouwen, dat deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd
wordt. Hierbij valt te denken aan o.a. het raadhuis en het gebouw
aan de Stormsweg, sporthallen, gymlokalen, peuterspeelzalen,
kerktoren, etc. Deze gebouwen worden beheerd en onderhouden
aan de hand van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het bedrag
dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van dit MJOP
(groot onderhoud) wordt jaarlijks gestort in de ‘voorziening
onderhoud kapitaalgoederen’.
Overigens is het (beheer van) strategisch vastgoed onderdeel van
de MPG.
De gemeente is economisch eigenaar (claimrecht) van alle
schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs. Sinds begin
2005 is de verantwoordelijkheid van het groot onderhoud in het
voortgezet onderwijs overgedragen aan de schoolbesturen zelf.
Ditzelfde geldt vanaf 1 januari 2015 nu ook voor de uitvoering van
het groot onderhoud in het primair onderwijs.
Areaalgegevens gebouwen in
onderhoudsplanning:
Niet-onderwijs gebouwen
Onderwijs gebouwen
2016
51 stuks
12 stuks
Bij de opzet van het (groot) onderhoud van de gemeentelijke
gebouwen wordt uitgegaan van sober en doelmatig onderhoud,
waarbij het uitgangspunt is, dat de gebouwen technisch in orde zijn
en voldoen aan de eisen van veiligheid.
Samenvattend kan worden vastgesteld dat het onderhoud van
kapitaalgoederen is te splitsen in dagelijks onderhoud en groot
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
onderhoud, waarbij de eerste rechtstreeks ten laste van de
exploitatie komt en het groot onderhoud via voorzieningen loopt.
Voor de berekening van de stortingen in de voorziening Onderhoud
Kapitaalgoederen (OK) heeft bij de begroting 2016 een aantal
inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden. Die zorgen ervoor, dat de
hoogte van de stortingen aanzienlijk is beïnvloed.
Door deze gewijzigde uitgangspunten moet in de toekomst tijdig
nagedacht worden over (levensduur-verlengend) groot onderhoud,
omdat daarmee geen rekening is gehouden in de voorziening /
reservering. In voorkomende gevallen zal tijdig nagedacht moeten
worden over het al dan niet verder exploiteren van de accommodatie.
Daarbij is ook sprake van “nieuw” geld om die accommodatie weer
voor een periode van zo’n 25 jaar in stand te houden.
De gewijzigde uitgangspunten behelzen onder andere het loslaten van
de zogenaamde 80/20 regel. Hierbij werd er vanuit gegaan, dat 20%
van de (groot) onderhoudskosten door de huurder/gebruiker zou
worden gedaan/betaald. In de praktijk bleek dit echter lastig te
splitsen.
Ook zijn zoals gezegd een aantal onderhoudscategorieën uit de
voorziening gehaald, omdat die levensduur-verlengend zijn en aparte
besluitvorming vereisen. Het gaat dan om buiten- en binnenkozijnen,
balustrades, gevelbekledingen, daken, enzovoort. Bij de behandeling
van de begroting zullen in voorkomende gevallen door nieuw beleid
dan wel via intensivering van bestaand beleid middelen beschikbaar
gesteld moeten worden. Het kan dan gaan om duidelijke
vervangingen, renovaties, functieverbeteringen en nieuwbouw.
Tenslotte merken we op, dat op dit moment ook de terrein-inrichting
buiten beschouwing is gelaten. Bij de verschillende accommodaties zijn
deze lasten wel in beeld gebracht, maar zowel in de berekeningen van
Exponent (voor het huurprijsbeleid) als die van de storting in de
voorziening OK wordt hiermee (voorlopig nog) geen rekening
gehouden.
Als gevolg van de al enkele jaren durende discussie rondom de
voorzieningen wordt er voor verschillende gebouwen een punt
bereikt waar sprake zou kunnen zijn van achterstallig onderhoud.
Met name gebouwen als De Tuyter, Big Bear, het Onderdak en die
van de muziekschool vereisen een snelle beslissing inzake de
toekomst. Recent heeft de raad zich hierover uitgesproken.
72
§A
§B
§C
Hieronder volgt een overzicht met een indicatie van de totaal
voorgenomen investeringen in het kader van Onderhoud
Kapitaalgoederen over 2016 t/m 2039 van zowel maatschappelijk
als economisch nut.
De totalen voor de huidige begroting 2016-2019:
Resumerend
MJB
MJB
MJB
2016
2017
2018
§D
O.K. economisch nut
O.K. maatschappelijk nut
Totaal
§E
De totalen voor de langere termijn:
Resumerend
2020 t/m 2025 t/m 2030 t/m 2035 t/m
2024
2029
2034
2039
§F
O.K. economisch nut
O.K. maatschappelijk nut
Totaal
§G
§H
P
§
€
223
2.191
2.413
335
335
5
1.665
1.670
MJB
2019
Verloop diverse voorzieningen openbare ruimte en gebouwen
Op basis van de hierboven opgenomen investeringen voor
herstraten en rioleringen en de totaalbedragen voor onderhoud
kapitaalgoederen zal het (vermoedelijke) verloop van de
voorzieningen Onderhoud Kapitaalgoederen, herstraten en
rioleringen er als volgt uit zien:
224
2.142
2.366
82
4.315
200
3.934
870
6.235
3.441
4.396
4.133
7.105
3.441
Bovenstaand totaaloverzicht geeft voor de investeringen met
maatschappelijk nut een indicatie van de mogelijke investeringen,
maar de bedragen worden op basis hiervan niet als krediet
beschikbaar gesteld. Dat zijn de bedragen die overeenkomstig het
advies van februari 2008 (en daarna op basis van de advisering
omtrent de evaluatie in april 2012 bevestigd) als totaalbedrag zijn
vermeld. Daarna wordt eerst bij uitvoering van het groot onderhoud
het juiste bedrag afgezonderd ten gunste van de betreffende
accommodatie en ten laste van het totaalbudget.
Voor 2016 is het totaalbudget € 716.076 (dit is het met de
gemiddelde onderwijsinvesteringen van de afgelopen 8 jaar
gecorrigeerde bedrag). Voor de jaren daarna loopt dit bedrag met
1,5% per jaar op tot € 726.818 in 2017, € 737.720 in 2018 en €
748.786 in 2019.
De investeringen met economisch nut voor het jaar 2016 zullen in
de financiële begroting overigens wel als krediet beschikbaar gesteld
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen
worden. Per programma is daar aangegeven om welke investeringen
het gaat.
O.K.
Maatschap- Herstraten Rioleringen
pelijk nut
Stand 1 januari 2016
2.084
5.844
3.402
Storting tlv exploitatie
Investeringen 2016
857
716
1.418
1.925
1.900
1.800
Stand 1 januari 2017
2.225
5.337
3.502
Storting tlv exploitatie
Investeringen 2017
869
727
1.818
2.137
1.891
2.324
Stand 1 januari 2018
2.367
5.018
3.069
Storting tlv exploitatie
Investeringen 2018
881
738
1.647
2.027
1.990
2.237
Stand 1 januari 2019
2.511
4.638
2.822
Storting tlv exploitatie
Investeringen 2019
894
749
1.674
1.979
2.020
2.105
Stand 1 januari 2020
2.656
4.333
2.737
73
§A
Paragraaf D Financiering
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
Inleiding
In de BBV is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel
de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van
de treasury-functie (financiering) van decentrale overheden. In deze
paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie
over financiering uiteengezet.
De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een
duidelijker kader voor de treasury-functie en levert een bijdrage aan
de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de
transparantie van de treasury-functie. Deze wet introduceert twee
instrumenten op het gebied van de treasury-functie:
1. Het treasury-statuut
2. De financieringsparagraaf
In artikel 1 van het treasury-statuut zijn de volgende doelstellingen
van het treasury-beleid opgenomen:
1. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
door de raad vastgestelde kaders van de begroting te kunnen
uitvoeren;
2. het beschermen van de gemeente tegen financiële risico’s,
zoals: renterisico, kredietrisico, koersrisico en intern
liquiditeitsrisico;
3. het minimaliseren van de in- en externe verwerkingskosten bij
het beheren van de geldstromen en de financiële posities;
4. het optimaliseren van het rendement van de beschikbare
liquiditeiten, binnen de gegeven kaders, zoals vastgesteld in de
Wet FIDO, RUDDO en het treasury-statuut.
§
Het tweede instrument, de financieringsparagraaf, heeft als doel
inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen
die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het
gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en
uitzettingenportefeuille.
€
Paragraaf D Financiering
Geconcludeerd kan worden dat in zijn algemeenheid voldaan wordt
aan de regels van het in door de raad op 27 april 2010 voor het
laatst vastgestelde treasury-statuut. Dit statuut zal naar aanleiding
van verschillende (wettelijke) wijzigingen op het terrein van de
financiering uiterlijk in het 1e kwartaal 2016 geactualiseerd worden.
Algemene ontwikkelingen
Zoals gezegd, is de gemeente op basis van de Wet FIDO verplicht
een financieringsparagraaf op te nemen. Er moet uit blijken dat de
uitvoering van de treasury-functie uitsluitend de publieke taak
dient, dat het beheer verstandig is en dat aan de kasgeldlimiet en
renterisiconorm wordt voldaan.
Daarnaast zijn in het vorige Regeerakkoord afspraken gemaakt over
het verplicht schatkistbankieren en de Wet HOF (Wet Houdbare
Overheidsfinanciën). De afgelopen jaren heeft de gemeente stappen
gezet om aan de voorwaarden van deze afspraken te voldoen.
De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft geen beleggingen die
niet in het verlengde van de publieke taak liggen. Momenteel heeft
de gemeente aandelen van Eneco, Oasen N.V., Milieuservices AVR
Krimpen aan den IJssel NV (MAK) en de Bank Nederlandse
Gemeenten (BNG).
Risicobeheersing is een belangrijk onderdeel van de Wet FIDO. Voor
onze gemeente gaat het daarbij om met name het renterisico en het
kredietrisico. De behoefte aan risicobeheersing is toegenomen door
de toename van voorgenomen en recent uitgevoerde grote
investeringen. Daarnaast kan een informatierisico worden benoemd.
Dat is het risico, dat relevante informatie niet tijdig of volledig
beschikbaar is voor de treasury-functie. De komende tijd zal met
name dit risico de aandacht krijgen.
74
§A
Rentevisie en rentekosten
§B
§C
§D
§E
§F
De grote algemene banken en de banken voor de publieke sector
(waaronder onze “huisbank” BNG) houden de ontwikkelingen op de
geld- en kapitaalmarkt nauwlettend in de gaten. Op het gebied van
beleggingen en leningen zijn de afgelopen jaren verschillende
besluiten genomen, die het voor de gemeente wat lastiger hebben
gemaakt om zich “vrij” op de kapitaalmarkt te begeven. Deze
laatste ontwikkelingen zijn nog niet geborgd in een eigen ontwikkeld
rentevisie. Uiterlijk in het 1e kwartaal 2016 zal ook hierover een
voorstel verschijnen.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie -dit is de mate waarin op
korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaanis de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk.
Hieronder wordt het bedrag verstaan dat maximaal als kasgeld mag
worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van
een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage,
vermenigvuldigd met het totaal van de jaarbegroting van de
gemeente bij aanvang van het jaar.
Berekening renterisico gemeente Krimpen aan den IJssel:
Daarbij zal ook zeker het doorberekenen van de rentekosten een rol
spelen. Sinds 2008 worden de rentelasten namelijk niet verrekend
met de kapitaallasten. In de advisering rondom grote investeringen
wordt sinds enkele jaren wel extracomptabel aangegeven welke
(rente)gevolgen de betreffende investeringen hebben, maar via de
staat van activa wordt vervolgens alleen rekening gehouden met de
afschrijvingslasten ervan.
Wanneer op basis van het meerjarige investeringsoverzicht blijkt
dat het aantrekken van (langlopende) leningen noodzakelijk is,
wordt uiteraard wel rekening gehouden met hogere rentelasten.
§G
Deze worden dan via de “kostenplaats rente” in zijn totaliteit
verantwoord onder het programma “algemene dekkingsmiddelen”
en het product “langlopende financiering”.
§H
Renterisico en kasgeldlimiet
P
De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in
beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van
haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het
renterisico van de vlottende schuld, terwijl de renterisiconorm het
renterisico van de langlopende schuld betreft.
§
De wettelijk vastgestelde nieuwe renterisiconorm houdt in, dat de
jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer
mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
€
Paragraaf D Financiering
75
§A
Berekening kasgeldlimiet gemeente Krimpen aan den IJssel:
Kredietrisico op verstrekte gelden
§B
Risicogroep
Woningcorporaties met garantie WSW
§C
§D
Totaal
1%
18.500
84%
3.261
15%
21.957 100%
De uitvoering van de financiering van de gemeentelijke activiteiten
is de verantwoordelijkheid van de afdeling Financiën en Control.
Hierbij wordt de gemeente als één geheel beschouwd. Dit houdt in
dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle baten en lasten
betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat
tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit
kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel
aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten
beperkt. Projectfinanciering wordt dan ook in principe niet
toegepast.
§F
§G
Naast het renterisico loopt de gemeente ook nog risico bij het zelf
verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een
zeker risico worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de
verstrekte gelden gegroepeerd naar de onderscheiden
risicogroepen.
Om aan deze doelstelling goed te kunnen voldoen wordt een
liquiditeitsbegroting bijgehouden. De opzet van de
liquiditeitsbegroting sluit aan bij de financieringsbehoefte van de
gemeente op dit moment. Regelmatig zal de organisatie om de
nodige input worden gevraagd. Bij wijzigingen van de
investeringsmomenten verandert uiteraard de
financieringsbehoefte.
Leningenportefeuille
§
€
Zonder
De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte
en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. In de loop
Paragraaf D Financiering
%
196
Financieringspositie
§E
P
Met (50%)
Hypotheekverstrekkingen aan ambtenaren Met
Overige toegestane instellingen volgens
treasurystatuut
§H
Met/zonder Restant
(hyp.)
schuld per
zekerheid 1/1/2016
76
§A
§B
§C
§D
van 2016 zal een nieuwe lening moeten worden aangetrokken in
verband met doorlopende investeringen per balansdatum 2015; het
meerjarenplan voor onderhoud aan gemeentelijk vastgoed en het
herstratings- en rioleringsplan.
Er zal naar verwachting een lening van € 15 miljoen worden
aangetrokken. Daarnaast zal afhankelijk van het verloop van de
liquiditeitspositie worden bepaald of aanvullende leningen nodig
zijn. Daarbij maken we zoveel als mogelijk gebruik van kortlopende
kasgeldleningen.
Hierna volgt het verwachte verloop van de mutaties voor 2015 en
2016 als gevolg van nieuwe leningen en aflossingen:
Mutaties in leningenportefeuille
§E
§F
§G
§H
verloop
2015/20
16
Stand per 1 januari 2015
24.595
Aflossingen (regulier) 2015
Nieuwe leningen 2015
1.365
15.000
Totaal t/m 2015
Aflossingen (regulier) 2016
Nieuwe leningen 2016
38.230
1.965
15.000
Stand per 31 december 2016
51.265
Uitzetting
P
§
€
De gemeente is verplicht om overschotten aan (kas)gelden aan te
houden in de Nederlandse schatkist (schatkistbankieren). Hierdoor
zal de Nederlandse staat minder hoeven te lenen op de financiële
markten en zal de staatsschuld dalen. De rentevergoeding voor
deposito’s met looptijden tot een jaar zal gelijk zijn aan de rente die
de Nederlandse Staat zou moeten betalen voor schatkistpapier dat
door haar wordt uitgegeven. Voor deposito’s van langer dan een
Paragraaf D Financiering
jaar is dat de rente die ze zou moeten betalen voor door haar
uitgegeven obligaties. De door de Nederlandse Staat te betalen
rente voor door haar uitgegeven schatkistpapier en obligaties is op
het ogenblik erg laag. De Nederlandse Staat kan soms tegen
negatieve rentes lenen op de financiële markten. De gemeente zal
in dat geval geen negatieve rente ontvangen. Het rentepercentage
bedraagt minimaal 0%.
Bij het aantrekken van nieuwe geldleningen wordt geprobeerd deze
gefaseerd op te nemen, zodat hierdoor geen overschotten ontstaan.
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat we geen gelden uit zullen
zetten en indien dit wel het geval is, zal de opbrengst minimaal zijn.
Aantrekken
Nieuwe leningen zullen worden aangetrokken op het moment dat de
kasgeldlimiet overschreden zal worden. Daarom zal het in de loop
van 2016 op bepaalde momenten nodig zijn voor korte tijd
deposito’s aan te trekken, om te voorzien in voldoende liquiditeiten.
Voor het jaar 2016 is, hiervan uitgaande, de volgende verwachting
opgesteld.
Mutaties in kasgeldvoorziening
(opgenomen)
Bedrag Gemiddelde Gemiddelde
rente
looptijd
Geraamde stand per 1 januari
2016
10.000
1,00%
Nieuwe leningen
Reguliere aflossingen
53.000
57.000
1,00%
1,00%
Stand per 31 december 2016
6.000
1,00%
1 maand
1 maand
77
§A
Paragraaf E Bedrijfsvoering
§B
Inleiding
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en de
ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de
daarmee samenhangende doelstellingen van de gemeente te
kunnen realiseren.
In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste
bedrijfsvoeringsprocessen binnen onze gemeente. U treft relevante
informatie aan over personeel en organisatie, informatisering en
automatisering, financiën en control, vastgoed, facilitaire zaken,
communicatie en algemene bestuurlijke en juridische
ondersteuning. Wij informeren u over de stand van zaken en de
onderwerpen waar de komende jaren het accent op ligt.
Dienstverlening
In de schaduw van ons moderne raadhuis is in 2015 de website
vernieuwd. Daarmee is een grote stap gezet in het verbeteren van
de digitale dienstverlening richting onze inwoners. Het digitale loket
biedt een prachtig portaal om onze dienstverlening 24 uur per dag
en plaats-onafhankelijk aan te bieden. Vanuit inwoners en
ondernemers komt daar steeds meer vraag naar.
Dat betekent wel dat we kritisch onze (dienstverlenings-)processen
tegen het licht moeten houden. In 2016 wordt met behulp van het
instrumentarium van “Lean denken” door gegaan met het digitaal
en efficiënter inrichten van de (dienstverlenings-) processen. Waar
mogelijk betrekken we onze burgers hierbij.
Vanuit het te vormen Klant Contact Centrum zullen we constant de
kwaliteit van onze dienstverlening gaan monitoren. Een dashboard
dienstverlening is hiervoor in de maak, waarmee prestaties
meetbaar en transparant worden gemaakt. Met de verdere uitrol
van het zaakgericht werken wordt duidelijk wat de status van de
klantvraag is. Ook hierbij speelt LEAN een grote rol. Om de
dienstverlening dichter bij de burger te brengen zal een proef
Paragraaf E Bedrijfsvoering
worden gestart met ‘dienstverlening in de brievenbus’, waarbij
reisdocumenten aan huis worden bezorgd.
Het nieuwe raadhuis
Het nieuwe raadhuis is bijna een jaar in gebruik. Uit de ervaringen
blijkt dat al aan veel van de verwachtingen, die verbonden waren
aan het Huis van Krimpen, is voldaan. Het digitaal werken heeft een
vlucht genomen en de nieuwe werkomgeving heeft geleid tot meer
kennisuitwisseling en samenwerking door de (on)georganiseerde
ontmoetingen in het pand.
Het Nieuwe Werken is, zo kan worden gesteld, inmiddels goed
ingeburgerd in Krimpen. Desondanks is verbetering mogelijk. De
mogelijkheden van het gebouw kunnen beter benut worden. Dit
geldt voor het gebruik van werkplekken, maar ook in het gebruik
van overige faciliteiten die geboden worden om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken
Er kan beter gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die het
pand biedt in werkplekgebruik maar ook van de overige faciliteiten
die geboden worden om tijd en plaats onafhankelijk te werken.
Efficiënter inrichten van werkprocessen
Gebleken is dat de processen voor het maken van producten en
diensten eenvoudiger ingericht kunnen worden. In 2016 wordt met
behulp van het instrumentarium van “Lean denken” doorgegaan
met het efficiënter inrichten van werkprocessen.
Organisatie
De gemeentelijke organisatie ondervindt continu de gevolgen van
veranderingen in de samenleving, ontwikkelingen in het
gemeentelijk takenpakket, bezuinigingen, digitalisering, enzovoort.
Ook lokale keuzes zoals de (externe) verzelfstandiging van
78
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
§
€
voorzieningen, een gewijzigd huisvestingsconcept en het op afstand
zetten van sociale zaken en ICT hebben grote impact.
Al deze ontwikkelingen zijn aanleiding voor een heroriëntatie op de
omvang en inrichting van de gemeentelijke organisatie. In de
begroting 2015 hebben wij u al via de paragraaf bedrijfsvoering
aangegeven dat aanpassing van de organisatie-inrichting, taken en
rollen, competenties, digitale en communicatieve structuren en
vaardigheden nodig is. De huidige organisatiestructuur is niet langer
houdbaar en geschikt voor hetgeen van de ambtenaren wordt
gevraagd.
De gemeente zoekt voor haar beleid de samenwerking met
buurgemeenten. Voor de bedrijfsvoering heeft de gemeente ervoor
gekozen de taken onder te brengen in de gemeenschappelijke
regeling IJssel gemeenten, een samenwerkingsverband met de
gemeenten Capelle aan den IJssel en Zuidplas.
Financieel betekent dit dat de gehele taakstelling van € 602.000 pas
in 2018 volledig kan worden gerealiseerd. In de aanloop
daarnaartoe zijn wij nog terughoudend met het inboeken van
mogelijke voordelen. Voor de jaren 2016-2017 wordt voor
incidenteel de algemene reserve, voor een totaalbedrag van
maximaal € 573.000 ingezet om het tekort op de taakstelling te
dekken. Indien in deze jaren een groter deel van de taakstelling
wordt gerealiseerd, kan deze onttrekking omlaag.
Informatisering/automatisering
Communicatie
De functie van ICT is sinds 1 januari 2015 ondergebracht bij de GR
IJsselgemeenten. Binnen de GR is men bezig met het bouwen van
een eenduidig platform (het zogenoemde Greenfield). De beide
deelnemende gemeenten gaan daar toe over. Een van de eerste
zaken die gezamenlijk worden opgepakt is het
documentmanagement systeem (DMS). We gaan over naar het DMS
van Verseon. In de loop van 2016 wordt dit gerealiseerd.
De rol tussen overheid en samenleving verandert en daarmee ook
de verwachtingen van het communicatieve vermogen van de
gemeente.
Op dit moment werkt team Communicatie aan een nieuw
strategisch communicatiebeleid. Doel van dit beleid is om de
beleidsprioriteiten te vertalen naar primaire communicatiedoelen,
een strategie en een kernboodschap die leidend zijn voor alle
beleidscommunicatie van de gemeente Krimpen aan den IJssel.
Terugdringen Overhead
Inkoop
Gewerkt wordt met nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid dat in
2013 is vastgesteld, mede gelet op de nieuwe Aanbestedingswet
2012. Sinds 2014 verlopen aanbestedingen via TenderNed. Voor
2016 wordt het gebruik van TenderNed verder uitgebouwd.
De gemeentesecretaris heeft de opdracht om de overhead terug te
dringen. Hij kan deze opdracht slechts uitvoeren als hij de ruimte
krijgt om te reorganiseren, met vernieuwende concepten aan de
slag kan gaan en daarvoor voldoende tijd krijgt. Daarmee is op
twee manieren al een begin gemaakt. De samenwerking in de GR
IJsselgemeenten is sinds begin dit jaar een feit en biedt
mogelijkheden tot uitbreiding met andere bedrijfsvoeringstaken.
Een tweede feit is de realisatie van het nieuwe raadhuis. Het
toegepaste werkplekconcept kent geheel andere uitgangspunten
dan de traditionele werkvormen en leidt mede daardoor ook tot
financiële voordelen.
Paragraaf E Bedrijfsvoering
79
§A
Paragraaf F Verbonden partijen
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
P
Inleiding
Ontwikkeling van de bijdragen
De gemeente Krimpen aan den IJssel werkt op veel terreinen samen
met partners om doelen te bereiken. Het uitgangspunt voor het
aangaan van een samenwerking is altijd de vraag of de uitvoering
van taken door een derde partij beter is voor de gemeente. Er zijn
in principe drie vormen van samenwerking te onderscheiden:
Gemeenschappelijke regelingen: samenwerking in
publiekrechtelijke vorm, waarbij de gemeente een bestuurlijk en
financieel belang heeft;
Deelnemingen: participatie in een privaatrechtelijke
samenwerking die de vorm heeft van een BV of NV en waarvan
de gemeente (mede)aandeelhouder is.
In zijn algemeenheid geldt, dat voor samenwerking wordt gekozen
indien de gemeente het betreffende beleid niet alleen dan wel niet
doeltreffend kan uitvoeren. In een aantal gevallen geldt dat uit
oogpunt van efficiency en kostenbeheersing uitvoering in een
samenwerking de voorkeur heeft. De gemeente blijft altijd
eindverantwoordelijk voor het realiseren van de beleidsdoelen.
Jaarlijks wordt regionaal afgesproken welk indexpercentage aan
gemeenschappelijke regelingen wordt toegestaan. Hierin worden
ook correcties vanwege afwijkende werkelijke prijsontwikkelingen in
voorgaande jaren verrekend. Voor de begroting 2016 is het
percentage -/- 0,65%.
Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio, besloot een
percentage van + 0,50% te hanteren. Dit besluit wijkt af van de
ingediende zienswijzen van (onder andere) gemeente Krimpen aan
den IJssel.
Overigens is in het najaar van 2015 een bestuurlijk overleg gestart,
om te verkennen hoe deelnemende gemeenten meer invloed op de
financiële ontwikkelingen binnen gemeenschappelijke regelingen
kunnen uitoefenen.
Het aantal samenwerkingsverbanden neemt de laatste jaren toe en
ook stijgt het aandeel van het begrotingsvolume dat daarmee
gemoeid is. Deze ontwikkeling geeft aanleiding om vast te leggen
onder welke voorwaarden wij kiezen voor samenwerking en op
welke wijze wij met bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden
willen omgaan. Inmiddels wordt onder de noemer ‘governance’
gewerkt aan beleid op dit terrein.
De vorig jaar aangekondigde uitbreiding van de paragraaf met
andere samenwerkingsvormen wordt in verband met de aanstaande
wijzigingen in het Besluit begroting en verantwoording (die ook
gevolgen zullen hebben voor deze paragraaf) met een jaar
uitgesteld.
Weerstandsvermogen
De gemeenschappelijke regelingen hebben en geven steeds meer
inzicht in hun risico’s en weerstandsvermogen. De aandacht voor dit
onderwerp leidt in enkele gevallen tot een behoefte aan groei van
de algemene reserve (weerstandscapaciteit). Vooruitlopend op
nader vast te stellen beleid omtrent de verbonden partijen achten
wij het niet zonder meer noodzakelijk dat de gemeenschappelijke
regelingen er zelf een toereikend weerstandsvermogen op na
houden. Zeker wanneer voor de aanvulling van het
weerstandsvermogen extra middelen van de deelnemende
gemeenten nodig zijn, geven wij er de voorkeur aan om risico’s in
de gemeentebegrotingen op te nemen.
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
80
§A
§B
Gemeenschappelijke regelingen
Streekarchief Midden-Holland
Hieronder is een overzicht van de gemeenschappelijke regelingen
opgenomen inclusief de financiële bijdrage.
Vestigingsplaats
Gouda
Doelstellingen/belang Het op een verantwoorde wijze beheren,
ontsluiten en ter beschikking stellen van
permanent te bewaren gemeentelijke
archiefbescheiden.
Financiële bijdrage aan:
§C
§D
§E
§F
Streekarchief Midden-Holland
GR IJsselgemeenten
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Technisch Bureau Krimpenerwaard
DCMR (milieu)
Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
Groenalliantie Midden-Holland
GGD Rotterdam Rijnmond
Werkvoorzieningschap PROMEN
Jeugdhulp Rijnmond
Totaal
§G
§H
PRG
1
1+6
2
2
2
2
3
4
6
6
Begroting
2016
104
3.630
1.202
380
426
72
200
196
3.021
5.338
Ontwikkelingen
Gezamenlijke aanpak informatisering en
formattering archiefbescheiden en het
opstellen van KPI’s.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
103.594
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
544.961
179.788
31-12-2016
535.540
155.445
14.569
Bij deze gemeenschappelijke regelingen is de gemeente
vertegenwoordigd in het bestuur. Aan de gemeenschappelijke
regelingen zijn financiële risico’s verbonden. Wel is het risicoprofiel
in het algemeen laag en uit dit profiel zich veelal in een redelijk
voorspelbare stijging van de jaarlijkse exploitatielasten. Bij de
tabellen over de gemeenschappelijke regelingen geeft een – aan dat
de financiële cijfers niet beschikbaar zijn.
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
81
§A
§B
§C
GR IJsselgemeenten
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats
Capelle aan den IJssel
Doelstellingen/belang Ambtelijke samenwerking tussen de gemeenten
Capelle en Krimpen aan den IJssel. gericht op
de bedrijfsvoering binnen de werkterreinen
sociale zaken en ICT & automatisering.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Doelstellingen/belang Het doelmatig organiseren en coördineren van
werkzaamheden:
• ter voorkoming, beperking en bestrijding van
brand;
• ten behoeve van het vervoer van zieken en
ongeval slachtoffers;
• ten behoeve van de geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen;
noodzakelijk voor een doeltreffende
rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Ontwikkelingen
§D
§E
De start van het openbaar lichaam
IJSSElgemeenten is voorzien op 1 januari 2015.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
3.629.529
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
0
0
§F
§G
31-12-2016
86.000
0
Ontwikkelingen
De Gemeenschappelijke meldkamer is in
transitie naar de landelijke meldkamer
organisatie.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
1.201.800
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
8.237.389
50.726.842
31-12-2016
7.868.508
47.245.792
§H
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
82
§A
§B
§C
§D
§E
§F
§G
§H
Technisch Bureau Krimpenerwaard
DCMR
Vestigingsplaats
Krimpen aan den IJssel
Doelstellingen/belang • bouw- en woningtoezicht ingevolge de
Woningwet;
• toezicht op naleving Bouwverordening;
• zorg voor technische werken op het gebied
van;
• weg- en waterbouw;
• rioleringen;
• landmeetkundige werkzaamheden;
• werkzaamheden t.b.v. berekeningen
grondexploitaties.
Vestigingsplaats
Schiedam
Doelstellingen/belang Uitvoering Wet milieubeheer
(vergunningverlening en handhaving)
Ontwikkelingen
Begroting:
Bijdrage Krimpen
De herindeling van 5
Krimpenerwaardgemeenten maakt het nodig
c.q. gewenst dat een discussie over de
toekomst van het TBK gevoerd wordt.
Ontwikkelingen
DCMR voert in 2014 een reorganisatie door
naar aanleiding van de lessen die geleerd zijn
uit het Odfjell dossier. In 2015 zal het effect
van deze wijziging zichtbaar moeten worden.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
465.341
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
4.988.291
18.368.709
31-12-2016
3.318.291
17.109.409
380.000 (betreft bouw- en woningtoezicht,
weg- en waterbouwkunde is op uurbasis)
Financiële resultaat
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
-
31-12-2016
-
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
83
§A
§B
§C
§D
Metropoolregio Rotterdam-Rijnmond
Groenalliantie Midden-Holland
Vestigingsplaats
Den Haag
Doelstellingen/belang De missie van de MRDH luidt: “Wij werken aan
een uitstekend bereikbare en economisch
aantrekkelijke metropoolregio, waarin bewoners
zich kunnen ontplooien en bedrijven en
instellingen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Internationale
bezoekers voelen zich welkom in de
metropoolregio.”
Vestigingsplaats
Schiedam
Doelstellingen/belang Aanleg en instandhouding natuur- en
recreatiegebieden in Krimpenerwaard.
Ontwikkelingen
§E
§F
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
71.553
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
0
340.413.600
31-12-2016
0
174.069.200
Ontwikkelingen
Komende jaren veel aandacht voor
(achterstallig) groot onderhoud/vervanging en
het geven van een impuls aan de kwaliteit van
de schapsgebieden in de Krimpenerwaard.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
428.832
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
-
31-12-2016
-
§G
§H
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
84
§A
§B
§C
§D
§E
§F
GGD Rotterdam Rijnmond
Werkvoorzieningschap Promen
Vestigingsplaats
Rotterdam
Doelstellingen/belang Met het productenpakket van de GGD
Rotterdam - Rijnmond geeft de gemeente
invulling aan de wettelijke taken op grond van
de wet Publieke Gezondheid.
Het productenpakket van de GGD omvat o.a.
epidemiologisch onderzoek, Infectieziekten
bestrijding, Milieu & Hygiëne en
Persoonsgerichte zorg.
Vestigingsplaats
Gouda
Doelstellingen/belang Uitvoeren van WSW taken voor de
participerende gemeenten.
Ontwikkelingen
Geen
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
196.410
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
-
Ontwikkelingen
31-12-2016
-
§G
§H
P
De gemeente heeft de afgelopen jaren, naast
de WSW-subsidies vanuit het Rijk, een extra
bijdrage geleverd in de exploitatie van Promen.
Deze extra bijdrage is naar rato met alle
deelnemende gemeente. Ook voor 2016 en de
jaren erna wordt een extra gemeentelijke
bijdrage voorzien. Afgelopen periode is het
duurzaam model van Promen door een externe
deskundige beoordeeld en is een mogelijke
splitsing van Promen in Oost (IJsselgemeenten)
en West (Gouda, Krimpenerwaard en
Waddinxveen) onderzocht. Uitkomst van dit
onderzoek is dat Promen het best rendeert
indien het niet gesplitst wordt. Gelet op het
onderzoek is er nog geen OP2016 inclusief
bijpassende begroting door Promen opgesteld.
Dit wordt voorzien in het 4e kwartaal 2015.
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
114.090
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
1.378.000
6.801.000
31-12-2016
1.378.000
6.713.000
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
85
§A
Jeugdhulp Rijnmond
§B
§C
§D
§E
Vestigingsplaats
Rotterdam
Doelstellingen/belang De inkoop van individuele voorzieningen
Jeugdhulp, Jeugdbescherming en
Jeugdreclassering.
Ontwikkelingen
Begroting:
Bijdrage Krimpen
Financiële resultaat
5.338.395
0
Balans:
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
1-1-2016
-
31-12-2016
-
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
86
§A
Deelnemingen
§B
De deelname in het aandelenkapitaal van een aantal vennootschappen vloeit vooral voort uit de van oudsher maatschappelijke belangen die
door deze vennootschappen worden/werden nagestreefd.
De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft deelnemingen in een viertal ondernemingen te weten:
§C
Naam deelneming
§D
§E
§F
Eneco
Vestigingsplaats
Rotterdam
OASEN
Gouda
Bank Nederlandse Gemeenten Den Haag
NV Milieuservices AVR Krimpen Krimpen a/d IJssel
Netto
Eigen
Vreemd
Nominale
resultaat vermogen
vermogen
deelname
2014
31-12-2014 31-12-2014
681
206.000
5.188.000
4.963.000
13
74
144
4.052
126.000
90.071
128.725
3.582.000 149.923.000
244
1.676
Dividend
Dividend
Dividend
2014
818
2015
696
2016
700
42
100
19
100
15
100
Het financiële risico strekt zich uit tot de waarde van de deelneming. In de balans is de aankoopprijs van de aandelen als waarde opgenomen.
Het risico betreft feitelijk de economische waarde van het aandelenpakket, indien deze lager ligt dan de aankoopprijs. Tevens is in de tabel de
dividenduitkering opgenomen. Mogelijke fluctuaties in de hoogte van de dividenduitkering vormen een risico, met effecten op het
begrotingsresultaat. Om deze reden zijn wij terughoudend in het ramen van de opbrengsten uit dividend.
§G
§H
P
§
€
Paragraaf F Verbonden partijen
87
§A
Paragraaf G Grondbeleid
§B
Inleiding
§C
§D
Net als geld is ‘grond’ een schaars middel. Verschillende functies,
zoals infrastructuur, woningen, bedrijven, maatschappelijke
voorzieningen en recreëren ‘concurreren’ als het ware om de
beperkte ruimte binnen onze gemeentegrenzen. Daarom is het
belangrijk om door het vaststellen van ruimtelijk beleid het
duurzame gebruik van die ruimte vast te leggen en te bevorderen.
De ruimtelijk gezien meest relevante (sectorale) beleidsnota’s zijn:
§E
§F
§G
Functie/Thema
Centrumgebied
Wonen
Werken/Economie
Maatschappelijke
voorzieningen
Vrije tijd
§H
P
Ruimtelijke
randvoorwaarden
Belangrijke documenten
Centrumvisie
Woonvisie
Detailhandelsvisie
Voortgangsrapportage(s)
Herstructurering Stormpolder
Programma Woonservice
Onderwijshuisvestingsvisie
(voorjaar 2015)
Beleidsnota "Sport en bewegen"
Beleidsvisie speelplaatsen
Welstandsnota
Duurzaamheidsvisie
Archeologische Waardenkaart
Zonebeheer(plan) Stormpolder
Cultuurhistorische Waardenkaart
§
Grondbeleid
Grondbeleid is een middel dat wordt ingezet om ruimtelijk beleid te
realiseren.
In beginsel opereren wij faciliterend, dat wil zeggen dat wij de
beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit,
€
Paragraaf G Grondbeleid
wonen, economie, recreëren en maatschappelijk voorzieningen
proberen te realiseren door het formuleren van heldere kaders (bijv.
in een bestemmingsplan of in stedenbouwkundige
randvoorwaarden) en door overleg met marktpartijen. Bij deze
vorm van grondbeleid loopt de gemeente zelf zo min mogelijk
financiële risico’s. Nadeel is echter dat de gemeente beperkt is in
haar sturingsmogelijkheden.
In sommige gevallen kiezen wij daarom voor een actief grondbeleid.
De gemeente is actief wanneer zij zelf gronden in bezit heeft (zoals
bijv. in Lansingh-Zuid en de IJsseldijkzone) of gronden verwerft
(zoals bijv. in de Stormpolder en de werf Van Duijvendijk). Duidelijk
mag zijn dat de gemeente dan wel zelf het financiële risico loopt.
Kostenverhaal
Indien de gemeente een faciliterende rol heeft, maakt de gemeente
vrijwel uitsluitend plankosten. Die kosten worden – bij voorkeur via
een anterieure overeenkomst – op de exploitant verhaald. Als de
gemeente een grondpositie heeft, worden alle kosten in principe via
de grondverkoop – ook een soort anterieure overeenkomst –
verhaald.
Meerjarenprogramma grondexploitaties (MPG)
Via een jaarlijks geactualiseerd MPG wordt u steeds in het voorjaar
een integraal inzicht in de financiële positie van de grondexploitaties
aangeboden. Tevens geeft dit document u de mogelijkheid om te
sturen in de projectenportefeuille.
Bij de opstelling van de begroting vindt geen actualisatie van de
grondexploitaties plaats. Wanneer afzonderlijke projecten aanleiding
geven tot financiële bijstelling of door besluiten van uw raad, dan
worden hiervoor separate stukken aan u voorgelegd.
Het MPG 2015, dat in april 2015 werd vastgesteld bevat 17
grondexploitaties. Daarvan zijn inmiddels 9 daadwerkelijk in
88
§A
§B
uitvoering (rood), 2 verkeren in de haalbaarheidsfase (geel) en 6
zijn nog in de initiatieffase.
uit van het gemeentelijke risicoprofiel, waarop in de paragraaf
Weerstandsvermogen verder wordt ingegaan.
De geraamde netto contante waarde per 1-1-2015 van de projecten
is hieronder weergegeven in duizendtallen.
Ontwikkelingen
NCW
§C
01-01-15
Rood
€ -1.692,18
Geel
€
§E
Groen
€ 1.244,94
§F
TOTAAL
€
§D
§G
§H
P
§
€
452,14
Met ingang van het boekjaar 2016 geldt de
vennootschapsbelastingplicht voor lokale overheden. De invoering
heeft ook (fiscale) gevolgen voor de grondexploitaties. Bij het
opstellen van deze begroting kan nog geen inschatting worden
gemaakt van de financiële gevolgen voor de resultaten van
projecten. Deze ontwikkeling is daarom vertaald in een risico.
Ook in het besluit begroting en verantwoording zijn wijzigingen in
aantocht die effect hebben op de grondexploitaties. Bij het opstellen
en aanbieden van het MPG 2016 is naar verwachting meer duidelijk
en worden wijzigingen vertaald in de Krimpense werkwijze.
4,91
Bij de besluitvorming over de toekomst van de gemeentelijke
voorzieningen zal naar verwachting gemeentelijk vastgoed worden
vrijgespeeld (Tuinstraat). Indien mocht blijken dat dit vastgoed of
deze locatie (beter) een andere functie kan c.q. moet krijgen, zal
worden bezien of één of meer grondexploitaties aan de
projectenportefeuille moeten worden toegevoegd.
Risico’s
De gemeente Krimpen aan den IJssel voert een behoudend
waarderingsbeleid ten aanzien van de grondexploitaties, waarmee
in feite risicomijdend wordt geraamd. Ondanks dit
voorzichtigheidsprincipe gaan grondexploitaties altijd vergezeld van
risico’s. In het MPG zijn per project de risico’s systematisch
geïnventariseerd. Risico’s waarvan de kans groter is dan 50%
worden integraal vertaald in de grondexploitatie. De overige risico’s
zijn gewogen waarna een netto af te dekken risico van circa € 1,85
miljoen resulteert. De risico’s van de grondexploitaties maken deel
Paragraaf G Grondbeleid
89
§A
Paragraaf H Subsidies
§B
§C
§D
Inleiding
Subsidieverlening vindt zijn wettelijke basis in de Algemene wet
bestuursrecht (Awb). Hierin zijn algemene regels opgenomen over
subsidiëring die ook voor de gemeentelijke overheid gelden. De
hoofdregel van de subsidietitel in de Awb is dat subsidies gebaseerd
moeten zijn op een wettelijk voorschrift. Voor gemeenten is dat
wettelijk voorschrift een gemeentelijke verordening als aanvulling
op en verbijzondering van de Awb.
Rol Raad
§E
§F
§G
§H
In het algemene beleidskader en de ASV 2012 zijn de vertaling van
de kaderstellende rol van de Raad uitgewerkt. Het algemene
beleidskader gaat in op de inhoudelijke afwegingen van het
subsidiebeleid van de Raad. In de ASV 2012 heeft de Raad de
procedures van subsidieverlening en –vaststelling uiteengezet.
Met de behandeling van de programmabegroting stelt de Raad de
subsidieplafonds vast. Binnen deze vastgestelde plafonds zal het
College de uitvoering ter hand moeten nemen.
Voor de Raad is er de mogelijkheid om door middel van bijvoorbeeld
nieuw beleid de (financiële) kaders bij te stellen. Tijdens de
behandeling van de jaarrekening heeft de Raad de controlerende
rol.
Waarom subsidiëring
P
§
€
De gemeente betaalt op grond van het algemeen belang een deel
van de kosten die een subsidieontvanger heeft gemaakt.
Het gaat hierbij om activiteiten die de overheid wenselijk of nuttig
vindt. Het subsidiegeld komt uit de openbare middelen. Met
subsidies wordt beoogd het gemeentelijk beleid in de praktijk vorm
te geven, of bij te sturen.
Paragraaf H Subsidies
Rubricering subsidies
Hoewel er momenteel vele namen voor verstrekte subsidies
bestaan, onderscheiden deze zich in juridische zin slechts door het
feit of het een jaarlijkse dan wel een incidentele subsidie betreft.
Daarom wordt een tweedeling in type subsidies aangebracht en
tevens een beperking van het aantal subsidienamen, ze komen
overeen met de typen en benaming uit de ASV:
Jaarlijkse subsidies
De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten
van een instelling, organisatie of vereniging en wordt bij voorkeur
voor meerdere jaren verstrekt. Hieronder vallen:
Budgetsubsidies
Overeenkomst tussen gemeente en organisatie, of groep van
organisaties, waarbij een integraal samenwerkingsverband is
ontstaan. Gericht op uitvoering van gemeentelijk beleid,
uitgewerkt in te behalen doelstellingen en prestaties, waarbij de
subsidieontvanger de uitvoering ter hand neemt.
Erkenningsubsidies
Bedoeld om erkenning voor of belang van bepaalde structurele
activiteiten aan te geven.
Eenmalige subsidie
Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een eenmalige activiteit,
of een activiteit, waarvoor het College slechts voor een van te voren
maximaal bepaalde tijd subsidie wil verlenen. Hieronder vallen:
Projectsubsidies
Een projectsubsidie is tijdelijk en doelgericht. De subsidie is
gericht op een prestatie, activiteit, evenement, product of
resultaat, die aansluit op gemeentelijk beleid, die in tijd beperkt
is en die inhoudelijk een afgerond resultaat oplevert.
90
§A
§B
§C
§D
§E
Investeringssubsidies
Investeringssubsidies kunnen alleen worden aangevraagd door
instellingen die geen budgetsubsidie ontvangen. Voor
investeringssubsidies gelden geen afzonderlijke
Subsidiebeleidsregels. De Algemene Subsidieverordening
Krimpen aan den IJssel is van toepassing. Wel zal een
onderbouwd investeringsplan ingediend moeten worden bij de
aanvraag. De subsidiebedragen worden opgenomen in de
gemeentebegroting. Voor de op termijn benodigde vervanging
van de gevraagde investering dient de organisatie zelf middelen
te reserveren.
Zoals aangegeven is niet de naam van de subsidie van belang, maar
het feit of er een structurele (jaarlijkse) subsidierelatie met de
ontvanger bestaat of dat het een incidentele subsidie betreft.
Hierdoor bestaat de mogelijkheid om in de Subsidiebeleidsregels
andere dan bovengenoemde subsidienamen te gebruiken, mits
duidelijk is welk type subsidie het betreft.
§F
§G
§H
P
§
€
Paragraaf H Subsidies
91
§A
§B
§C
§D
§E
§F
PRG
Subsidiebeleidsregel
Budgetinstelling(en)
3.0
3.1
3.2
Adviesraden Sociaal domein
Jeugdparticipatie
Bibliotheekwerk
Bibliotheek aan den IJssel
756
402
2
3.3
Kunst en musea
Streekmuseum Crimpenerhof
134
123
4
7
3.4
Muziek
15
11
4
3.5
3.6
3.7
Media
Sport
Evenementen
Maatschappelijke participatie samenleven
18
9
33
18
8
8
1
25
51
35
4
3.8
3.9
Peuterspeelzaalwerk
13
St. Reformatorische PSZ,
St. Christelijke PSZ De
Madelief, Via Futura
3.10 Verkeersbrigadiers
§G
3.11
Gemeentelijke
antidiscriminatievoorziening
4.0
4.1
P
4.2
4.3
4.4
KrimpenWijzer
Maatschappelijke participatie preventie
Deskundigheidsbevordering en werving
van vrijwilligers
Informele zorg door
vrijwilligersorganisaties
Jeugdgezondheidszorg
435
13
RADAR
10
10
10
800*
508
324
307
17
ContourdeTwern
CJG Rijnmond
12
5
10
ContourdeTwern, MEE
353
435
5
3.12 Fonds bewonersinitiatieven
§H
Uitsplitsing budgetten
Subsidieplafond Budget Erkenning Project
Huur
2016
subsidie subsidie subsidie vergoeding
113
12
135
5
17
10
10
641
641
§
€
Paragraaf H Subsidies
92
§A
§B
§C
§D
§E
§F
PRG
Subsidiebeleidsregel
4.5
Opvoed- en opgroeiondersteuning
4.6
4.7
4.8
Jeugd - en jongerenwerk
Preventie gezondheidszorg
Algemeen maatschappelijk werk
5.0
Krimpens Sociaal team
Totaal
Budgetinstelling(en)
Flexusjeugdplein,
Vluchtheuvel
Stichting JJMH
Kwadraad
Stek jeugdhulp,
Flexusjeugdplein, Begrip,
MEE
Uitsplitsing budgetten
Subsidieplafond Budget Erkenning Project
Huur
2016
subsidie subsidie subsidie vergoeding
279
279
335
130
276
327
850*
788
5.152
4.101
271
8
3
5
128
120
317
508
*De subsidieplafonds van 4.0 KrimpenWijzer en 5.0 Krimpens Sociaal team zijn hoger gesteld dan de budgetten. Deze subsidies zullen
gedurende het jaar anders vorm krijgen als gevolg van individuele voorzieningen naar basishulp. Zie ook het beleidsplan Sociaal Domein
“Kracht van Krimpen”.
§G
§H
P
§
€
Paragraaf H Subsidies
93
Uitg
B&L
Financiële begroting
Mp
Aan
Uitgangspunten
Baten en lasten 2016
Meerjarenperspectief
Aanmerkelijke verschillen
Investeringen en stelposten
Reserves en voorzieningen
Incidentele baten en lasten
EMU-saldo
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
94
Uitg
B&L
Mp
Uitgangspunten begroting 2016-2019
De uitgangspunten voor de begroting 2016 zijn vastgelegd in de Kadernota 2016.
De prognoses van de ontwikkeling van de belangrijkste sociale en fysieke kenmerken van onze gemeente vormen de basis van de ramingen in
deze begroting. Sinds de Kadernota zijn de prognoses van de kerngegevens geactualiseerd.
Kerngegevens
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
Woonruimten
WOZ-waarde woningen
WOZ-waarde niet-woningen
Inwoners
Jongeren (< 20 jaar)
Ouderen (> 64 jaar)
Ouderen (75 - 85 jaar)
Huishoudens met laag inkomen
Huishoudens
Minderheden
Eenouderhuishoudens
Bijstandontvangers
Uitkeringsontvangers
Leerlingen VO
Oppervlakte land
Oppervlakte binnenwater
Oppervlak bebouwing
Slechte bodem
Bedrijven
Eenheid
woonruimten
€ 1 mln
€ 1 mln
personen
personen
personen
personen
huishoudens
huishoudens
personen
huishoudens
personen
personen
personen
hectaren
hectaren
hectaren
percentage
vestigingen
2015
12.324
2.368
484
28.970
6.989
6.605
2.282
3.271
12.487
1.045
903
414
1.415
1.343
768
127
115
90
2.253
2016
12.324
2.367
487
29.020
6.970
6.800
2.300
3.304
12.487
1.045
903
439
1.414
1.363
768
127
115
90
2.253
2017
12.413
2.384
489
29.080
6.950
7.030
2.380
3.336
12.522
1.045
903
436
1.406
1.354
768
127
115
90
2.253
2018
12.458
2.393
492
29.120
6.930
7.240
2.430
3.370
12.589
1.045
903
441
1.406
1.344
768
127
115
90
2.253
2019
12.525
2.406
494
29.160
6.910
7.450
2.480
3.403
12.747
1.045
903
444
1.404
1.327
768
127
115
90
2.253
§
€
Uitgangspunten begroting 2016-2019
95
Uitg
In deze begroting is gerekend met de volgende trendpercentages:
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
Index
Begroting
2016
Algemene inflatie (lasten)
Algemene inflatie (baten)
Budgetten beheer
buitenruimte
Budgetsubsidies
Project- en
erkenningsubsidies
Bijdragen
gemeenschappelijke
Salarissen
Belastingen, heffingen en
overige baten
Meerjarenraming
2017
2018
2019
0,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
-0,65%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
In de begroting is voor belastingen, heffingen en overige baten
prijscompensatie toegepast, met uitzondering van de onroerendzaakbelastingen waarvoor geen verhoging, overeenkomstig een
motie van de raad, is toegepast.
Uitkering gemeentefonds
EMU
P
§
€
De uitkering uit het gemeentefonds vormt de grootste
inkomstenbron voor de gemeente en beïnvloedt sterk het
begrotingssaldo. Het gemeentefonds is gekoppeld aan de
ontwikkeling van de rijksuitgaven. Hierdoor kan de algemene
uitkering fluctueren, zelfs in het lopende jaar. De decembercirculaire
2015 is het eerstvolgende moment waarop de gemeenten
geïnformeerd worden over de ontwikkelingen omtrent het
gemeentefonds.
De in de begroting opgenomen raming van de uitkering uit het
gemeentefonds voor de jaren 2016-2019 is gebaseerd op de
informatie uit de septembercirculaire 2015. Door de toevoeging van
de middelen voor het sociaal domein aan het gemeentefonds is de
Uitgangspunten begroting 2016-2019
uitkering voor Krimpen aan den IJssel vanaf 2015 met ca. 50%
toegenomen. Deze extra middelen zijn ook dit jaar budgettair
neutraal opgenomen in de begroting en hebben dus geen invloed op
het verloop van het begrotingssaldo. In het hoofdstuk Algemene
dekkingsmiddelen wordt de uitkering uit het gemeentefonds verder
toegelicht.
Risico’s
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt
een relatie gelegd tussen de risico's en de weerstandscapaciteit.
Sinds het najaar van 2012 zijn de risico's op de grondexploitaties
volledig in beeld. Vanaf 2013 is het risicomanagement opgenomen
in de reguliere planning- en controlcyclus.
Financiering (Treasury)
In de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) zijn de kaders
gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de
treasuryfunctie. In het treasurystatuut zijn de uitgangspunten,
doelstellingen en richtlijnen van het treasurybeleid vastgelegd.
Krimpen berekent geen rente over de reserves en investeringen.
Wanneer voor de financiering van investeringen vreemd geld wordt
aangetrokken, worden rentekosten gemaakt. De rentelasten en
rentebaten lopen mee in het begrotingsresultaat via de kostenplaats
rente. Vanwege de in de komende jaren geplande investeringen is
de verwachting dat in de loop van 2016 een lening van € 15 miljoen
moet worden aangetrokken. Met de rentelasten daarvan is rekening
gehouden in de ramingen.
Voor een beter inzicht in de financieringsbehoefte wordt een
liquiditeitsbegroting bijgehouden. In de paragraaf Financiering
wordt ingegaan op de uitvoering van de treasuryfunctie.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
Volgens artikel 20 van het BBV moet in de uiteenzetting van de
financiële positie afzonderlijk aandacht worden besteed aan de
arbeidskosten gerelateerde verplichtingen. Onder deze
96
Uitg
B&L
Mp
Aan
verplichtingen moet worden verstaan de aanspraken van het
huidige en het voormalige personeel op (toekomstige) uitkeringen.
In de begroting 2016 is rekening gehouden met de volgende
arbeidskosten gerelateerde verplichtingen.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
Pensioenen voormalige bestuurders
Stand
voorziening
1-1-2016
2.704
Uitkeringen voormalig personeel
Spaarovereenkomst ambtenaren
Lasten in de
exploitatie
2016
137
216
30
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
Uitgangspunten begroting 2016-2019
97
Uitg
B&L
Mp
Aan
Baten en lasten 2016
De financiële begroting is opgebouwd uit zeven programma’s en het
overzicht algemene dekkingsmiddelen. Per programma worden de
lasten, de baten en de reservemutaties onderscheiden. Het
geraamde resultaat is het saldo van baten en lasten, waarin de
mutaties van de reserves zijn meegenomen.
De volgende tabel laat de te autoriseren bedragen voor 2016 zien.
Overzicht baten en lasten 2016
Inv
R&V
Inci
Bestuur
Woon- en leefomgeving
Samenleven
Preventie
Basishulp
Individuele hulp
Dienstverlening
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Saldo
Lasten
6.614
17.336
7.400
2.491
2.105
25.297
10.614
560
72.418
Baten
182
9.187
2.177
110
Saldo baten Reserve
en lasten mutaties
Geraamd
resultaat
115
251
87
6.600
7.897
44.816
-6.432
-8.149
-5.223
-2.381
-2.105
-18.698
-2.717
44.256
674
324
-6.317
-7.898
-5.136
-2.381
-2.105
-18.698
-2.042
44.580
70.970
-1.448
1.451
3
EMU
P
§
€
Baten en lasten 2016
98
Uitg
B&L
Meerjarenperspectief
Inzicht in het meerjarenperspectief is noodzakelijk bij de beoordeling van de financiële positie. Onderstaand is de financiële begroting
weergegeven.
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
Meerjarenperspectief
99
Uitg
B&L
Mp
Aan
Aanmerkelijke verschillen
De toelichting van de aanmerkelijke verschillen tussen de begroting van het lopende jaar en de nieuwe begroting is een verplicht onderdeel van
de financiële begroting. De indeling van de programma’s is gewijzigd vanaf 2015. Dit maakt de vergelijking met de jaarrekening 2014 lastig. In
onderstaande tabel zijn de bedragen uit jaarrekening 2014 verdeeld onder de nieuwe programma’s. Vanaf 2015 worden alle beleidsmatige uren
van afdelingen Samenleving en Ruimte verantwoord op programma Bestuur. Dit zorgt voor verschuiving van de kosten van de overige
programma’s naar programma Bestuur. Vastgoed onderhoud en vastgoed management zijn voortaan op programma Dienstverlening
opgenomen. Andere verschillen worden vooral veroorzaakt door de nieuwe budgetten voor de uitvoering van de decentralisaties.
Programma
Rekening Begroting Begroting Verschil
Verschil
2015
2016
2014-2016 2015-2016
2014
Inv
R&V
Bestuur
-5.428
-7.686
-6.432
-1.004
Woon- en leefomgeving
-7.980
-9.299
-8.149
-169
Samenleven
-6.252
-5.618
-5.223
1.030
Inci
EMU
P
Verklaring aanmerkelijke verschillen
Vanaf 2015 staan alle uren beleid van
Samenleving en Ruimte op het programma
Bestuur. Op andere programma's leidt dit tot een
voordelig verschil. Mutaties gedurende het jaar
1.254 2015 wat stond op de kostenplaatsen van
afdelingen en huisvesting komen ter
verantwoording op programma 1, wat zorgt voor
een verschil met de raming van de begroting
2016.
Incidenteel hogere kapitaallasten in het jaar
1.149 2015 (Beter Benutten). De groencontracten zijn
voordeliger aanbesteed.
De effecten van de voorzieningendiscussie
zorgen voor een voordeel vanaf 2015. Tevens
zijn veel beleidsuren van dit programma
verplaatst naar programma Bestuur, wat ook een
395 voordelig effect heeft. Het verschil tussen 2015
en 2016 is te verklaren a.d.h.v. de afschrijving
restant boekwaarde Krimpenerwaardcollege en
geen huurbijdrage voor de oude lokalen.
§
€
Aanmerkelijke verschillen
100
Uitg
B&L
Preventie
-3.355
-2.870
-2.381
974
489
Basishulp
-491
-1.941
-2.105
-1.614
-164
Individuele hulp
-6.309
-18.310
-18.698
-12.388
-387
Dienstverlening
-2.269
-2.710
-2.717
-448
-7
Algemene dekkingsmiddelen
33.393
44.516
44.256
10.863
-260
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
Het verschil bestaat grotendeels uit ambtelijke
uren: de beleidsuren staan vanaf 2015 op
programma Bestuur en een deel van de uren van
de uitvoeirng staat vanaf 2015 op programma
Basishulp.
Externe kosten en ambtelijke uren van de
toegang Sociaal Domein, KrimpenWijzer en
Krimpens sociaal team vanaf 2015. Zorg in
natura is van programma 5 naar programma 6
verhuisd in 2016.
Kosten van nieuwe taken Sociaal Domein komen
vooral ten laste van dit programma. In 2014
staan rijksbijdrage WSW en bijdrage Promen op
één programma. Vanaf 2015 valt rijksbijdrage
WSW binnen het gemeentefonds en staat bij
Algemene dekkingsmiddelen. Zorg in natura is
vanaf 2016 verantwoord op programma 6 i.p.v
programma 5
Vanaf 2015 zijn er geen kosten onderhoud
scholen in de gemeentelijke begroting. Een ander
deel van het verschil wordt veroorzaakt door de
hogere inkomsten uit leges, verkopen grond in
2015 en afval en rioleringsbeleid en meer
verantwoorde uren.
Er is sprake van een hogere uitkering
gemeentefonds door toevoeging middelen nieuwe
taken Sociaal Domein. Het verschil in 2015 is
grotendeels het saldo van de begroting 2015.
§
€
Aanmerkelijke verschillen
101
Uitg
B&L
Mp
Investeringen
De voor 2016 geplande investeringen bedragen in totaal bijna € 4,7
miljoen. Dit zijn zowel de investeringen ten laste van voorzieningen,
als investeringen waarvan de lasten via de exploitatie lopen. Op
ieder programma is inzichtelijk gemaakt welke investeringen in de
komende jaren op de planning staan. De te autoriseren bedragen
zijn hieronder in een totaal meerjarig overzicht weergegeven.
Aan
Inv
Inci
€
Mjb
Mjb
Mjb
2017
2018
2019
Onvoorziene lasten
-29
-29
-29
-29
Nieuw beleid voorgaande
begrotingsjaren
270
194
159
149
Nieuw beleid 2016-2019
Taakstellingen
248
-150
129
-225
94
-513
84
-513
Saldo stelposten
339
68
-290
-310
PRG Taakstellingen
3
3
8
EMU
§
Begroting
2016
Om een correct beeld van de begrotingscijfers en de hardheid
daarvan te geven wordt de stelpost taakstellingen toegelicht. Het
omvangrijkste deel van de stelpost heeft betrekking op de
voorzieningendiscussie. In de kadernota 2016 worden de stelposten
m.b.t. bedrijfsvoering als een geheel gezien, als zijnde een
taakstelling bedrijfsvoering.
R&V
P
Stelposten
Stelposten
Naast de verplichte stelpost voor onvoorziene lasten zijn er drie
categorieën stelposten in deze begroting. Zoals ieder jaar zijn de
onderwerpen van nieuw beleid opgenomen als stelpost. Hierbij is
onderscheid gemaakt naar nieuw beleid uit voorgaande
begrotingsjaren en nieuw beleid dat bij deze begroting is
toegevoegd. Tevens bevat deze begroting negatieve stelposten voor
taakstellingen.
Investeringen en stelposten
Kinderboerderij
Binnensport
Overhead
Totaal taakstellingen
Begroting
2016
50
50
50
150
Mjb
Mjb
Mjb
2017
2018
2019
75
50
100
225
112
50
351
513
112
50
351
513
De voorbereiding en uitwerking van de maatregelen worden
ambtelijk gemonitord. De raad wordt op de hoogte gehouden over
het proces van het concreet maken van de voorgenomen
maatregelen. Alle taakstellingen zijn per programma geraamd. De
opgenomen stelposten zijn beoordeeld op hardheid en haalbaarheid
en worden als realistisch beschouwd.
102
Uitg
B&L
Mp
Aan
Reserves
De reserves vormen het eigen vermogen van de gemeente. De reservepositie van Krimpen aan den IJssel neemt in de komende jaren af. Voor
het overige deel wordt de afname van de reservepositie verklaard door de diverse structurele onttrekkingen, die in de komende jaren zijn
begroot. De reserve bouwleges loopt in het laatste begrotingsjaar negatief. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de veranderde
marktomstandigheden. Er wordt actief ingezet om deze reserve niet negatief te laten lopen, om die reden is de stelpost Bouw en
woningtoezicht in de begroting opgenomen. De effecten van de stelpost zijn niet opgenomen in de berekening van de stand van de reserve.
Over de reserves wordt geen rente berekend. Daarom heeft aanwending geen gevolgen voor de rentelasten of -baten in de begroting. Het
mogelijk waardeverlies door niet toevoegen van inflatie aan de reserves is zeer beperkt.
Overzicht reserves
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
1-1-2016
1-1-2017
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
Algemene reserves
Algemene Dienst
Bouwgrondexploitatie
Vrije reserve
Subtotaal
5.187
2.299
497
7.982
4.863
2.017
282
7.162
4.614
1.734
207
6.555
4.614
1.434
197
6.245
4.614
1.134
197
5.945
Bestemmingsreserves
BTW-Compensatiefonds
Organisatieontwikkeling
Maatschapp vastgoed (incl. onderw)
Afschrijvingen
Raadhuis
Decentralisaties
Hoofdinfrastructuur
Subtotaal
909
1.071
1.336
52
139
908
802
5.217
909
976
1.336
909
891
1.336
909
891
1.336
909
891
1.336
139
908
952
5.220
139
908
952
5.135
139
908
952
5.135
139
908
952
5.135
Egalisatiereserves
Reiniging
Riolering
Bouwleges
Subtotaal
2.203
231
446
2.880
1.835
231
179
2.246
1.488
231
142
1.860
1.149
231
63
1.443
890
231
-197
923
16.079
14.628
13.550
12.823
12.003
Totaal reserves
Reserves en voorzieningen
103
Uitg
B&L
Alle reservemutaties lopen via de programma’s en zijn per programma toegelicht. De incidentele reservemutaties zijn tevens opgenomen in het
overzicht incidentele baten en lasten. Het totaaloverzicht van de structurele reservemutaties is in de volgende tabel weergegeven.
PRG
Structurele reservemutaties
Reserve
Begroting
2016
Meerjarenraming
2017
2018
2019
Mp
Aan
2 Grondexploitatie dekking groene projecten AR BE
7 Egalisatie afvalexploitatie
Egalisatie reiniging
7 Egalisatie opbrengst bouwleges
Egalisatie bouwleges
Totaal structurele reservemutaties
300
368
266
934
300
348
38
686
300
338
79
717
300
259
260
819
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
Reserves en voorzieningen
104
Uitg
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
§
€
Voorzieningen
De voorzieningen zijn een onderdeel van het vreemd vermogen van de gemeente. De toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste
van de exploitatie en zijn op de betreffende programma’s als lasten opgenomen. Aanwendingen van de voorzieningen worden rechtstreeks ten
laste van de voorziening gebracht en zijn niet zichtbaar in de lasten op programma’s, omdat het balansmutaties zijn.
De omvang van de voorzieningen neemt in de komende jaren af. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen worden de voorzieningen
herstraten, riolering en onderhoud gebouwen en accommodaties toegelicht.
Overzicht voorzieningen
1-1-2016
1-1-2017
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
Voorzieningen met relatie tarieven
Rioleringen
Subtotaal
3.402
3.402
3.490
3.490
3.075
3.075
2.826
2.826
2.805
2.805
Voorzieningen voor onderhoud
Onderhoud Kapitaalgoederen
Herstraten
Subtotaal
2.084
5.844
7.928
2.225
5.337
7.562
2.367
5.018
7.385
2.511
4.638
7.148
2.656
4.333
6.989
381
2.704
30
381
2.704
30
381
2.704
30
51
3.115
51
3.166
Voorzieningen voor onzekere verplichtingen
Dubieuze debiteuren
381
Pensioenvoorziening wethouders
2.704
Spaarovereenkomst ambtenaren
30
Tekort Krimpenerwaardcollege
2.007
Tekort RK-kerk appartementen
45
Herwaardering Industrieweg 13
51
Subtotaal
5.218
45
51
3.160
381
2.704
30
0
45
51
3.160
Voorzieningen derdengelden
Spaarsaldi Hypotheek Totaal Plan
Subtotaal
1.769
1.769
1.869
1.869
1.967
1.967
2.059
2.059
2.147
2.147
18.318
16.081
15.587
15.149
15.107
Totaal voorzieningen
Reserves en voorzieningen
105
Uitg
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
Incidentele baten en lasten
Bij de beoordeling of een raming structureel of incidenteel is, gaat
het om het principe of de raming voortvloeit uit de normale
bedrijfsvoering. Als dat zo is, dan is de raming structureel. Binnen
de normale bedrijfsvoering kan het voorkomen, dat er in het ene
jaar geen of nauwelijks lasten voor een bepaald onderdeel zijn (bv.
verkiezingen), terwijl dat in het andere jaar wel zo is. Ook kunnen
er in een bepaald jaar hogere lasten (bv. extra kosten
representatie) of baten (bv. bouwleges) zijn. In al deze gevallen zal
dan toch sprake zijn van structurele baten en lasten, omdat ze
voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering.
Wanneer we dit uitgangspunt hanteren is slechts sprake van
incidentele baten en lasten in de volgende situaties:
Nieuwe baten en/of lasten die zich maximaal drie jaar
voordoen;
Exploitatieverliezen;
Mogelijke effecten van het afstoten van activa en/of het doen
van extra afschrijvingen;
Investeringen met maatschappelijk nut ten laste van de
exploitatie;
Beschikkingen over en stortingen in de (algemene) reserves;
Winstafdrachten en/of verliesbijdragen van/aan het
grondbedrijf;
Verrekeningen van oude jaren.
EMU
P
§
€
Incidentele baten en lasten
106
Uitg
B&L
In het overzicht van incidentele baten en lasten zijn de reservemutaties weergegeven bij de betreffende incidentele posten. Tevens bevat het
overzicht de incidentele posten van nieuw beleid, zodat een volledig en realistisch beeld ontstaat van alle incidentele baten en lasten die voor
de komende jaren worden voorzien.
Incidentele posten inclusief mutaties reserves
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
Incidentele lasten
2016
1
Deskundige adviezen
1
Salariskosten voormalig college
1
NB: afkoop vergoeding BHV
1 & 6 Frictie- en overheadkosten GR IJsselgemeenten
2
NB: Bevordering verkeersveiligheid
2
NB: Beleid uitgifte en in gebruik genomen gemeentegronden
2
NB: Bestemmingsplannen
2
Duurzaamheid
2
Bouwgrondexploitatie
3
NB: Monumentenbeleid
3
Afschrijving sportvelden driekamp
3
Incidentele dekking taakstellingen
4
NB: Nieuwkomers
7
NB: Digitalisering dienstverlening
Totaal
2017
2018
Incidentele baten
2019
10
48
20
95
85
10
65
10
35
30
8.756 -3.234 -3.252 -3.136
15
90
20
20
10
40
25
9.214 -3.074 -3.242 -3.136
2016
2017
2018
2019
20
95
85
10
65
10
35
30
8.738 -3.250 -3.252 -3.136
15
52
324
249
20
20
10
40
25
9.423 -2.841 -3.242 -3.136
EMU
P
§
€
Incidentele baten en lasten
107
Uitg
Structureel en reëel evenwicht
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
Het bestaande begrip "evenwicht" is nader gepreciseerd in de
Gemeentewet. Voortaan zal de toezichthouder toetsen of de
begroting structureel en reëel in evenwicht is. Met het begrip
"structureel evenwicht" wordt nadrukkelijk bedoeld dat in de
begroting structurele lasten gedekt dienen te worden door
structurele baten. Het reëel evenwicht houdt in dat onderzoek wordt
gedaan naar de realiteit van de ramingen. Daarbij dienen de
begrotingen en meerjarenramingen volledig te zijn.
Het overzicht van incidentele baten en lasten is van essentieel
belang voor het toezichtcriterium structureel en reëel evenwicht.
Voor een juist beeld van de budgettaire positie worden de
incidentele componenten uit het saldo geëlimineerd.
In de volgende tabel is inzichtelijk gemaakt, dat de meerjarige
begrotingssaldi (nauwelijks) beïnvloed worden door incidentele
baten en lasten, waarmee aan het toezichtcriterium structureel
evenwicht net niet wordt voldaan.
Structureel evenwicht
Lasten
Incidentele
Incidentele
Structurele
Baten
Incidentele
Incidentele
Structurele
Begroting
2016
€
Meerjarenraming
2017
2018
2019
lasten
reservemutaties
lasten
9.045
169
63.204
-3.090
17
62.418
-3.242
-3.136
61.770
62.181
baten
reservemutaties
baten
8.738
685
62.998
-3.250
409
61.979
-3.252
10
61.936
-3.136
62.392
-206
-439
167
211
Structureel resultaat
§
de taakstellingen uit de voorzieningendiscussie in 2016 en 2017
gedeeltelijk worden gedekt uit de algemene reserve. Met ingang van
2018 moet de stelpost zijn ingevuld. Vooralsnog ziet het er naar uit
dat de taakstelling eerder wordt gerealiseerd.
De begroting voldoet niet aan het toezichtcriterium structureel en
reëel evenwicht: de structurele lasten worden niet volledig gedekt
door structurele baten. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat
Incidentele baten en lasten
108
Uitg
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
EMU-saldo
Het begrotingssaldo wijkt op een aantal punten af van het EMU-saldo. Een belangrijk verschil is dat het begrotingssaldo tot stand komt op
baten-lastenbasis. Daarin is het moment van gebruik bepalend voor het moment waarop de begroting wordt belast. Voor de bepaling van het
EMU-saldo is het transactiemoment bepalend. Het begrotingssaldo wordt alleen bepaald door lopende kosten en opbrengsten op de
exploitatierekening en niet door de investeringsuitgaven, kapitaalinkomsten en mutaties van grondvoorraden. Deze laatste drie hebben wel
invloed op het EMU-saldo. Van de investeringsuitgaven staan alleen de jaarlijkse afschrijvingen op de begroting. Voor de bepaling van het EMUsaldo spelen afschrijvingen juist geen rol en tellen investeringsuitgaven in zijn geheel in één keer mee. Voor aanwendingen van en
onttrekkingen aan reserves en voor mutaties in netto kredietverleningen en deelnemingen geldt dat deze niet relevant zijn voor het EMU-saldo.
Ook financiële transacties tellen niet mee bij de bepaling van het EMU-saldo, maar tellen wel mee in het begrotingssaldo. Ten aanzien van de
aankoop van grond geldt dat dit wel meetelt in de bepaling van het EMU-saldo, maar niet in de begroting, omdat op grond niet afgeschreven
wordt.
EMU-saldo
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
Bruto dotaties aan de post voorzieningen tlv de exploitatie
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans
worden geactiveerd
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties
met derden betreffen
Berekend EMU-saldo
Begroting
2015
Begroting Begroting
2017
2016
-3.917
5.981
4.173
-1.448
4.869
4.450
-1.284
4.119
4.880
-5.018
-223
-277
-7.438
-6.635
-5.375
-6.218
1.013
2.064
P
§
€
EMU-saldo
109
Uitg
Macronorm EMU-saldo decentrale overheden
B&L
Mp
Aan
Inv
R&V
Inci
EMU
P
Het aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo is macro
genormeerd. De rijksoverheid heeft met het Interprovinciaal
Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en
de Unie van Waterschappen (UvW) in januari 2013 afgesproken dat
het EMU-saldo van alle decentrale overheden tezamen in 2016
maximaal -0,4% van het bruto binnenlands product (bbp) mag
bedragen.
Eind 2015 wordt in bestuurlijk overleg bezien of op basis van de dan
beschikbare realisaties de daling (van 0,5 naar 0,4 in 2016 en 0,3 in
2017) verantwoord en mogelijk is
Individuele referentiewaarden EMU-saldo decentrale
overheden
Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven
wat dit voor hen betekent,
publiceert het Ministerie van BZK individuele EMUreferentiewaarden. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft
geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een gemeente
op basis van zijn begrotingstotaal in de gezamenlijke tekortnorm
heeft. In het financieel akkoord van januari 2013 opgenomen dat
het kabinet sancties als gevolg van overschrijding van de
gezamenlijke tekortnorm gedurende deze kabinetsperiode niet
toepast. Wel kan strikt genomen, conform de Wet Fido en de Wet
Hof, een eventuele boete uit Europa worden doorberekend aan de
decentrale overheden.
Op basis van de geraamde bedragen in de begroting 2016 leeft niet
de gedachte dat de gemeente met het berekende EMU-saldo de
voor 2016 nog vast te stellen referentiewaarde zal overschrijden
(2015 was € 2.443.000 de referentiewaarde).
§
€
EMU-saldo
110
Bijlage indicatoren
Hoofdtaakveld
Indicator
Meeteenheid
Overhead gemeentelijke organisatie
%
Aantal FTE per 1000 inwoners
aantal
Ziekteverzuim op formatie
%
Apparaatskosten per 1000 inwoners
Vertrouwen in de manier waarop gemeente wordt
bestuurd
Waardering ondernemers algemene dienstverlening
door gemeente
Waardering burgers algehele gemeentelijke
dienstverlening
euro
Beschikbaarheid
Ja, indien vanaf 2017 overhead in het “programma overhead
en kostentoerekening” wordt opgenomen.
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan Vensters voor Bedrijfsvoering en de ontsluiting
van deze informatie.
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan Vensters voor Bedrijfsvoering en de ontsluiting
van deze informatie.
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan Vensters voor Bedrijfsvoering en de ontsluiting
van deze informatie.
%
Oordeel burger bestuur gemeente
score 1-10
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan de Burger-/Ondernemerspeiling
score 1-10
Waardering burgers algehele dienstverlening
Totaal aantal verwijzingen Halt
Aantal harde kern jongeren per 1000 inwoners
Aantal winkeldiefstallen per 1000 inwoners
Aantal geweldsmisdrijven per 1000 inwoners
aantal
aantal
aantal
aantal
Verwijzingen Halt
0 Bestuur en
ondersteuning
1 Veiligheid
Aantal diefstallen uit woning per 1000 inwoners
aantal
Aantal vernielingen en beschadigingen (in de openbare
ruimte) per 1000 inwoners
aantal
Oordeel inwoners over veiligheid in de buurt (score 110)
score 1-10
Mate van overlast van buurtbewoners (score 1-10)
score 1-10
Bijlage indicatoren
Ja
Ja
Geweldsmisdrijven
Diefstal uit woning
Vernieling en beschadiging
Voelt zich veilig in de buurt
Overlast buurtbewoners
111
2
3
4
5
Verkeer en vervoer
Economie
Onderwijs
Sport, cultuur en
recreatie
Bijlage indicatoren
Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een
motorvoertuig
Overige vervoersongevallen met een gewonde fietser
Waardering bereikbaarheid bedrijfslocatie voor
bevoorrading
%
%
score 1-10
Ja
Ja
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan de Ondernemerspeiling
Functiemenging
Bruto Gemeentelijk Product (verhouding tussen
verwacht en gemeten product)
Vestigingen (van bedrijven) per 1000 inwoners in de
leeftijd van 15 t/m 64 jaar
%
ja
verhouding
verwacht/gemeten Bruto gemeentelijk product
Winkeloppervlakte per 1000 inwoners
m²
Leegstand kantoren
%
Waardering vestigingsklimaat gemeente
score 1-10
Waardering ondernemingsklimaat gemeente
score 1-10
Omvang absoluut verzuim
Omvang relatief verzuim
Vroegtijdig schoolverlaters (vsv-ers)
aantal
verhouding
%
Niet sporters
Speelruimte
Actieve deelname verenigingsleven afgelopen 12
maanden
%
Niet sporters
aantal 0-17 per ha ja
aantal
%
Vestigingen per 1000 inwoners 15-64 jaar
Nog niet. KING onderzoekt de mogelijkheid om deze
informatie beschikbaar te stellen.
Nog niet. KING onderzoekt de mogelijkheid om deze
informatie beschikbaar te stellen.
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan de Ondernemerspeiling
Nee; de beschikbaarheid van deze informatie hangt af van
deelname aan de Ondernemerspeiling
ja
ja
Vroegtijdig schoolverlaters
Actief in verenigingsleven
112
6
7
Sociaal domein
Volksgezondheid en
milieu
Bijlage indicatoren
Aantal banen per 1000 inwoners in de leeftijd 15 - 64
jaar
aantal
Jongeren met een delict voor de rechter
%
Kinderen in uitkeringsgezinnen
%
Kindermishandeling
%
Netto Participatiegraad
%
Achterstandsleerlingen (4-12)
%
Kinderen in jeugdzorg (nieuwe indicaties)
%
Werkloze jongeren 16-24
Huishoudens met een WWB/WIJ uitkering
Totaal aantal cliënten met een verstrekt
maatwerkarrangement per type instelling/per type
maatwerkarrangement/per ZIN/PGB/VPT
Totaal aantal verstrekte maatwerkarrangementen per
type maatwerkarrangement/per type instelling/per
ZIN/PGB/VPT
Gemiddelde duur gebruik per type
maatwerkarrangement in categorieën
Stapeling: aantal maatwerkarrangementen per cliënt in
categorieën
Stapeling: aantal maatwerkarrangementen per
huishouden in categorieën
Totaal aantal cliënten met een hulpmiddel in gebruik
per type hulpmiddel
Totaal aantal verstrekte hulpmiddelen in gebruik per
type hulpmiddel
Gemiddelde wachttijd voor start van de ondersteuning
per maatwerkarrangement
%
%
Omvang huishoudelijk restafval
kg/inwoner
Hernieuwbare elektriciteit
Waardering algehele persoonlijke gezondheid
%
score 1-10
aantal
Banen per 1000 inwoners 15-64 jaar
Kinderen voor de rechter
Kinderen in uitkeringsgezinnen
Kindermishandeling
Netto participatiegraad
Achterstandsleerlingen
Kinderen in jeugdzorg
Werkloze jongeren
ja
Deze i ndi ca toren zi jn benoemd a l s de ba s i s s et i ndi ca toren
va n de Moni tor Soci a a l Domei n (vers i e 28 november 2014). Of
deze i ndi ca toren, of toch a ndere, worden opgenomen wordt
bepa a l d door hoe deze moni tor wordt doorontwi kkel d.
aantal
tijd
aantal
aantal
aantal
aantal
tijd
ja
Nog niet. KING onderzoekt de mogelijkheid om deze
informatie beschikbaar te stellen.
Waardering persoonlijke gezondheid
113
8
Vhrosv
Bijlage indicatoren
euro
Gemiddelde WOZ waarde
Aantal nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
aantal
Grijze druk
%
Groene druk
%
Gemeentelijke woonlasten naar typen huishouden
Aantal bestemmingsplannen/beheersverordeningen
ouder dan 10 jaar
euro
Nieuwbouw
Grijze druk
Groene druk
Woonlasten
aantal
Nog niet. KING onderzoekt de mogelijkheid om deze
informatie beschikbaar te stellen.
Gemiddelde WOZ waarde
114