peelmail - Postactieven Groepen Geleide Wapens

Download Report

Transcript peelmail - Postactieven Groepen Geleide Wapens

Koninklijke Landmacht
Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht!
PEELMAIL
Nieuwsbrief
Nummer 3 | september 2016 | Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando
Sectie Communicatie
[email protected]
Facebook.com/dglc_kl
Twitter: dglc_kl
Instagram: dglc_kl
Peelmail september 2016
Voorwoord Commandant DGLC
Veiligheid. Een simpel drielettergrepig woord dat de afgelopen jaren
veel meer en gevoelsmatig een diepere betekenis heeft gekregen.
Veiligheid in onze maatschappij. Zijn wij wel veilig? Voelen we ons
veilig? Met de aanslagen en de dreiging die nu voelbaar is, zijn dat
terechte vragen die in onze Nederlandse samenleving en daarbuiten
worden gesteld. We zien en voelen het in onze eigen directe omgeving. Vanwege de afgekondigde substantiële dreiging mogen wij,
militairen, niet zonder meer in uniform op straat lopen. Voor de
veiligheid van anderen en van onszelf. Wellicht vinden velen van
ons dat belachelijk, we zijn toch immers niet voor niets militair geworden, maar we mogen en moeten een dreigingsduiding en een
opdracht van onze hoogste militair niet negeren, noch terzijde
schuiven. Hier geldt dat we als militair de discipline moeten tonen
om te doen wat van ons wordt gevraagd.
Veiligheid. Afgelopen weken ontdekten we tijdens de voorbereiding voor Kreta dat onze shelters en aggregaten niet waren gekeurd. Daardoor waren ze potentieel onveilig voor jullie om
mee te werken. Ook hier geldt dat negeren en doorgaan geen optie is. Want stel dat als gevolg
van een defect in een shelter of aggregaat een van ons gewond raakt? …of erger! Voor mij was
de constatering voldoende reden om op de rem te trappen. Dat dit heeft geleid tot een wat
rommelige oefenweek voor 13 Luchtverdedigingsbatterij, dat accepteer ik. Ik accepteer niet,
en ik verwacht dat jullie dat ook niet doen, dat wij in met mogelijk onveilig of ondeugdelijk
materieel onze opdracht moeten uitvoeren. Gelukkig werd dit ook buiten ons DGLC zo gevoeld
en velen hebben ons geholpen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in gekeurd materieel dat nu
op de boot staat en naar Kreta vertrekt.
Veiligheid. Zowel binnen als buiten ons DGLC. Als militairen wordt ons gevraagd op te treden
om de veiligheid waar ook ter wereld te helpen waarborgen. Dat is ons bestaansrecht. Maar
tevens zijn we het aan onszelf verplicht om ook binnen het DGLC, tijdens onze dagelijkse
werkzaamheden, na te blijven denken over veilig werken, veilig handelen en te waarschuwen
als onze veiligheid in het gedrang komt. Ieder van ons moet met een gerust hart zijn of haar
dagelijkse werkzaamheden kunnen uitvoeren in de wetenschap dat dit ook veilig kan. Daarvoor
moet ons materieel door onszelf goed worden onderhouden. Daarbij moeten we onszelf niet uit
het veld laten slaan als een gemeld gebrek niet direct verholpen kan worden. Voor ons geldt
dat we duidelijk aangeven wat wel en wat niet klopt en als een voertuig of ander middel niet
geschikt is om te gebruiken, dan melden we dat.
Veiligheid. Het betekent ook dat de keuringen tijdig worden uitgevoerd. Onderhoud, tellingen
en keuringen zijn immers belangrijke onderdelen in onze bedrijfsvoering. We moeten deze
uitvoeren om niet alleen beeld te krijgen van de toestand van ons materieel, maar ook om
onze steunende eenheden en staven te tonen wat zij moeten doen om ons te helpen. Zodat wij
met ons materieel onze taak kunnen uitvoeren.
Veiligheid. Het is een verantwoordelijkheid van ons allen. Wij moeten ons iedere dag ervan
bewust zijn dat wij de verantwoordelijkheid dragen, niet alleen voor ons materieel, maar zeker
ook voor elkaar. Dat wij tezamen verantwoordelijkheid dragen voor een veilige werkomgeving,
of dat nu is op missie buiten Nederland, een nationale operatie, tijdens een oefening, of gewoon tijdens onze dagelijkse werkzaamheden op de Luitenant-generaal Bestkazerne. We dragen een gedeelde verantwoordelijkheid. Blijf dus signaleren en blijf het vooral ook melden.
Spreek elkaar aan op onveilige situaties en help elkaar. Alleen op die wijze kunnen we
gezamenlijk zorgen voor een veilige werkomgeving. Ik reken en vertrouw op jullie!
Kolonel Gielen
Commandant DGLC
Peelmail september 2016
2
OTC
In de vorige edities van de Peelmail hebben we u beloofd verder in te gaan
op de afzonderlijke subeenheden van het OTC GLRV. In deze editie willen we
graag de Afdeling Opleidingen en de Afdeling Simulatie aan u voorstellen.
Afdeling Opleidingen
De Afdeling Opleidingen faciliteert en verzorgt alle opleidingen en cursussen binnen het DGLC. Er
is een onderverdeling gemaakt in de instructiegroepen niveau I/II, niveau III, niveau IV & advance en een rijschool. Majoor Wesley geeft leiding aan de Afdeling Opleidingen.
Leerlingen en cursisten worden opgeleid, begeleid en gevormd in de diverse disciplines van luchten raketverdediging en krijgen daarnaast functiegerichte opleidingen. Hierbij wordt er gewerkt
conform de visie Beroepsgericht Opleiden & Taakgericht Trainen (BGO & TT) van het Expertisecentrum Opleidingskunde Defensie (ECOD).
De Afdeling Opleidingen maakt gebruik van diverse hoogwaardige (keten)simulatoren, levert een
bijdrage aan de (door)ontwikkeling van het O&T traject van alle opleidingen en cursussen van het
OTC, stelt personeel als O/T&E (Observer/Trainer & Evaluator) beschikbaar voor (inter)nationale
gereedstellingsactiviteiten, waaronder certificeringen, van de operationele eenheden van het
DGLC en van internationale partners en ondersteunt C-OTC in zijn bedrijfs- en projectvoering.
Instructiegroep niveau I/II
De instructiegroep niveau I/II is onderdeel van de Afdeling Opleidingen van het OTC GLRV en is
verantwoordelijk voor alle opleidingen en cursussen op het niveau van groep, ploeg, sectie en het
individu. De instructiegroep is als volgt samengesteld:
- Commandant instructiegroep niveau I/II & vakcoördinator PATRIOT
(stafadjudant CLSK Ton)
- Instructeur onderofficieren KMS & KMSL
(adjudant Marcel)
Peelmail september 2016
3
OTC
- 2 x Instructeur onderofficieren & functieopleidingen
(opperwachtmeesters Helko en Sandra)
- 2 x Instructeur LAN PATRIOT
(sergeant-majoors Joost en Erik)
- 5 x Instructeur functieopleidingen niveau I/II
(wachtmeesters der 1e klasse Bas, Martijn, Micha, Wouter en Martijn)
Deze CLAS- en CLSKK-instructeurs leiden, begeleiden en vormen (toekomstig) onderofficieren,
korporaals en manschappen op in initiële- en functiegerichte-opleidingen en -cursussen.
Instructiegroep niveau III
De instructiegroep niveau III is onderdeel van de Afdeling Opleidingen van het OTC GLRV en is
verantwoordelijk voor alle opleidingen en cursussen op het niveau van peloton en Fire Unit. De
instructiegroep is als volgt samengesteld:
- Commandant instructiegroep niveau III
(kapitein Stephan)
- Docent functieopleidingen niveau III
(eerste luitenant Jeroen)
- Instructeur opleidingen doorlopende leerlijn senior
(opperwachtmeester Erwin)
- Instructeur functieopleidingen niveau III senior
(opperwachtmeester Arjan)
- Instructeur functieopleidingen niveau III
(wachtmeester der 1e klasse Leon)
- 3 x Instructeur vuurleiding PATRIOT
(sergeant-majoors Yvonne, Marc en Guido)
Deze CLAS en CLSK instructeurs leiden, begeleiden en vormen (toekomstig) onderofficieren en
officieren op in initiële en functiegerichte opleidingen en cursussen.
Instructiegroep niveau IV & advance
De instructiegroep niveau IV & advance is onderdeel van de Afdeling Opleidingen van het OTC
GLRV en faciliteert en verzorgt alle opleidingen en cursussen van het niveau IV (batterij) en hoger
(advance). De instructiegroep bestaat uit een majoor, docent niveau IV & advance (tevens hoofd
Afdeling Opleidingen) en de adjudant Johan, instructeur advance & doorlopende leerlijn (DLL).
Daarnaast wordt de instructiegroep niveau IV & advance daar waar nodig versterkt door instructiecapaciteit uit de andere instructiegroepen en/of subject matter experts (SME) vanuit het
DGLC.
Instructiegroep rijden/Rijschool DGLC
De instructiegroep rijden is onderdeel van de Afdeling Opleidingen van het OTC GLRV en verzorgt
een breed scala aan rijopleidingen, bijscholingen, familiairisaties en cursussen. De primaire
doelgroep is het CLAS en CLSK personeel werkzaam bij het DGLC. Dit onderwijs beslaat zowel
theorie als praktijk en is er op gericht om militaire rijbewijzen, rijontheffingen en rijmachtigingen
te verlenen. De instructiegroep bestaat uit:
- Commandant instructiegroep / examinator
(sergeant-majoor Remco)
- 3 x Instructeur rijopleiding
(sergeanten der 1e klasse John en Michel (1x vacature)
Peelmail september 2016
4
OTC
Afdeling simulatie
Organisatiestructuur
Aan het hoofd van de afdeling SIM staat de Kap Ruud (tevens werkzaam bij
ADOS)
Zijn taken zijn:
-
1. verantwoordelijk voor het ontwerpen, ontwikkelen, en implementeren van
simulatie producten tbv opleidingen en trainingen door:
- het analyseren van een O&T voorstel vwb simulatiebijdrage;
- het participeren in de totstandkoming van scenario's ten behoeve van duale
onderwijstrajecten examens;
het analyseren van het grofontwerp TSP vwb simulatiebijdrage;
het (laten) ontwikkelen van kwalitatief voldoende simulatie content tbv de O&T cyclus;
het bewaken van het ontwerp-, ontwikkel-, en implementatietraject irt de wensen van de
klant;
het evalueren van de kwaliteit van de ontwikkelde producten;
2. Participeert in de kwaliteitsbewaking en vernieuwingen tbv simulatieontwikkeling door:
- het coördineren met de afd KZ over de bevindingen van de klant op simulatiegebied;
- het kunnen optreden als OT/E (observer trainer en evaluator);
- het in (inter)nationaal verband kunnen ontwikkelen van simulatiescenario’s tbv evaluaties.
- het volgen van de ontwikkelingen in het vakgebied;
- het uitwerken van de vernieuwingen op het gebied van simulatietechnieken en -middelen ;
- het geven van adviezen over de vernieuwingen.
3. Is verantwoordelijk voor alle simulatoren door:
- het bedrijfsgereed houden van alle simulatoren;
- het maken en afstemmen van beschikbaarheids planningen;
- het opgeleid hebben en houden van alle operators simulatie binnen het DGLC.
4. Geeft leiding aan afd Sim;
De Afdeling SIM bestaat uit 2 simulatiedelen.
1. Ketensimulatie
2. Wapensysteem simulatie
Ketensimulatie
Aan het hoofd van de afdeling Ketensimulatie staat de Elt Nico.
Werkzaamheden
1. Faciliteert bij het ontwerpen, ontwikkelen, en implementeren van de door het
bureau Ketensimulatie ontwikkelde content in de O&T cyclus door;
- het inbrengen van zijn expertise omtrent toepassen simulatie-content binnen het O&T
voor
stel.
- het inbrengen van expertise tijdens het ontwikkelen van simulatie-content tbv een O&T
draaiboek;
- het coördineren van de inhoud en ontwikkeling van de diverse simulatiescenario’s voor
wat betreft
complexiteit en creativiteit.
- het laten implementeren van de opleidings- trainingsproducten.
2. Participeert in de kwaliteitsbewaking en vernieuwingen van de producten van het bureau
Ketensimulatie
door;
- het onderkennen en rapporteren van verbeterpunten cq tekortkomingen;
- het inbrengen van zijn expertise omtrent toepassen ET-AGBADS producten binnen het
Peelmail september 2016
5
OTC
-
het bijstellen cq aanpassen van opleidingen, trainingen, databases, scenario’s en lessen;
het toetsen van de uitgevoerde werkzaamheden aan de gestelde eisen;
te participeren bij de totstandkoming van de simulatie-content.
het volgen van de ontwikkelingen in het vakgebied simulatie;
3. Beheert en beheerst de afdelingen ADOS, CAMDEN, SGG en ET door:
- het vastleggen van het kwaliteitsniveau van div. scenario’s
- het plannen van onderhoud- en vernieuwingswerkzaamheden op software- en hard
waregebied van de diverse computersystemen in de simulatieketen.
- toezicht te houden op de beveiligingsmaatregelen van diverse applicaties in overeenstemming met de beveiligingsautoriteit.
- toezicht te houden op de accreditatieprocessen van de diverse computersystemen in de
simulatieketen.
4. Geeft leiding aan bureau Ketensimulatie;
De afdeling ketensimulatie bestaat uit de volgende simulatoren:
1. Embedded trainer AGBADS (Aooi Frans, Owi Hilke)
De Embedded Trainer Army Ground Based Air Defence Systems (ET-AGBADS) heeft als doel het
ondersteunen van de opleidingen en trainingen binnen de O&T cyclus in het kader van engagementoperations.
ET-AGBADS draagt zorg voor het ontwikkelen, beschikbaar stellen en het evalueren van content
voor betreffende simulator teneinde de betrokken gebruikers zowel voor, tijdens als na de opleiding en training te ondersteunen.
De Taken van de ET
1. Adviseert en ondersteunt de ontwikkeling en implementatie van de ET-AGBADS producten in
de O&T cyclus door:
- het inbrengen van zijn expertise omtrent toepassen ET-AGBADS producten binnen het
O&T voorstel.
- het inbrengen van expertise en het ontwikkelen van ET-AGBADS producten tbv een O&T
draaiboek;
- het implementeren van de opleidings- trainingsproducten
2. Faciliteert de ET-AGBADS gebruikers door:
- het bedrijfsgereed maken van de juiste ET-GBADS configuratie voor iedere sessie;
- het aanbieden van de ET-AGBADS configuratie en producten tijdens de O&T cyclus;
- coördinatie omtrent beschikbaarheid en het beschikbaar stellen van de benodigde
AGBADS hardware tijdens trainingssessies in de O&T cyclus.
- het opleiden van de gebruikers van ET-AGBADS configuraties.
3. Beheert en beheerst het ET-AGBADS systeem door:
- het beheren, creëren en modificeren van scenario’s aan de hand van Intell gegevens van
de sie S2 en de specifieke doelen per sessie;
- het beheren en evalueren van de bestaande scenario’s en zorg dragen dat deze alle eisen
binnen de O&T cyclus faciliteren;
- het uitvoeren van (hardware en software) onderhoudswerkzaamheden;
- het beheren van alle opgeslagen data.
- het volgen van de ontwikkelingen in het vakgebied simulatie;
- het uitwerken van de vernieuwingen op het gebied van trainingen in de simulator;
- het geven van adviezen over de vernieuwingen.
Peelmail september 2016
6
OTC
4. Evalueert ET-AGBADS producten door;
-
het
het
het
het
registreren van de geconstateerde gegevens;
rapporteren van zijn bevindingen;
bijstellen cq aanpassen van opleidingen, trainingen, databases, scenario’s en lessen;
toetsen van de uitgevoerde werkzaamheden aan de gestelde eisen.
2. ADOS (Aooi Rene, Piet)
Het systeem Air Defence Operations Simulator (ADOS) heeft als doel het ondersteunen van de
opleidingen en trainingen binnen de O&T cyclus in het kader van force en engagement operations.
ADOS draagt zorg voor het ontwikkelen, beschikbaar stellen en het evalueren van applicaties en
content voor betreffende simulator teneinde de betrokken gebruikers zowel voor, tijdens als na de
opleiding en training te ondersteunen.
De Taken van ADOS
1. Ontwikkelt lessen en de benodigde scenario’s welke worden gebruikt in de Air Defence Operations Simulator (ADOS) door;
- adviseert en levert op grond van zijn expertise een bijdrage aan het vaststellen van de
doelstellingen van de les;
- adviseert en levert op grond van zijn expertise een bijdrage aan het realiseren van een
scenario waarin de doelstellingen worden bereikt;
- het samenstellen van de trainingslessen;
- het ontwikkelen van lessen.
2. Faciliteert de ADOS gebruikers door:
- het bedrijfsgereed maken van de juiste samenstelling van ADOS werkstations voor iedere
sessie;
- trainees op te leiden in het gebruik van de voor ADOS specifieke toepassingen;
- instructeurs en role players op te leiden in het gebruik van de desbetreffende HMI (Human
Machine Interface);
- instructeurs en role players op te leiden in het gebruik van de Marker Tools;
- ADOS in te stellen en voor te bereiden zodat het ontwikkelen van Doctrine, Techniques,
Tactics and Procedures (DTTP’s) hiermee wordt ondersteund
3. Beheert en beheerst het ADOS systeem door:
- het beheren, creëren en modificeren van entiteiten aan de hand van Intell gegevens van
de sie S2 en de specifieke doelen per sessie;
- het beheren en evalueren van de bestaande terreindatabases en zorg dragen dat deze alle
eisen binnen de O&T cyclus faciliteren;
- het beheren, instellen en aanpassen van de voice communicatie netwerken;
- het uitvoeren van (hardware en software) onderhoudswerkzaamheden;
- het beheren van alle opgeslagen opname data en het beschikbaar stellen hiervan voor een
evaluatie en of presentatie.
- het volgen van de ontwikkelingen in het vakgebied simulatie;
- het uitwerken van de vernieuwingen op het gebied van trainingen in de simulator;
4. Evalueert ADOS producten door;
-
het
het
het
het
registreren van de door de gebruiker geconstateerde bevindingen;
rapporteren van zijn bevindingen;
bijstellen cq aanpassen van opleidingen, trainingen, databases, scenario’s en lessen;
toetsen van de uitgevoerde werkzaamheden aan de gestelde eisen.
Peelmail september 2016
7
OTC
3. CAMDEN (Aoo Rob, Sm Bram)
Het systeem CAMDEN heeft als doel het ondersteunen van de opleidingen en trainingen binnen
de O&T cyclus in het kader van force en engagement operations.
CAMDEN draagt zorg voor het ontwikkelen, beschikbaar stellen en het evalueren van applicaties
en content voor betreffende simulator teneinde de betrokken gebruikers zowel voor, tijdens als
na de opleiding en training te ondersteunen.
De Taken van Camden
1. Is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van scenario’s voor gesimuleerde inzet van Lucht- en
Raketverdediging systemen aan de hand van doctrines, TTP’s en operatieconcepten, alsmede
borgen van systeemanalyse (adjudication) door:
- het analyseren van de operationele trainingsbehoefte op het gebied van synthetische
scenario’s en naar aanleiding hiervan ontwikkelen van een realistisch tactisch/ synthetisch scenario; het analyseren van reeds ontwikkelde scenario’s en systeemdata ter verbetering van de operationele simulatie behoefte, alsmede in het kader van adjudication
doorspreken van de scenario’s met de operators;
- het inbrengen van de praktische operationele component in de voorbereiding van (inter)
nationale TAMD oefeningen (JPOW). F treedt hierbij op als SME op het gebied van synthetische oefenscenario’s in het projectteam van JPOW;
- het in het kader van Concept Development & Experimentation (CD&E), bijhouden van
toekomstige ontwikkelingen (Simulation Tools), mogelijke doctrineontwikkelingen, or
ganisatie- en inzet veranderingen en toekomstige trainingsbehoefte met het oogmerk op
significante verbeteringen binnen Future Operations.
2. Levert een bijdrage aan de ‘lessons learned’ voor het bureau kwaliteitszorg van het OTC door:
- Het analyseren van opgenomen DIS scenario’s in FLOTSAM en op basis van een gedegen
analyse terugkoppelen van geïdentificeerde tekortkomingen in zowel software van het
wapensysteem alsmede eventuele verbeterpunten met betrekking tot procedures en
getraindheid van de operators.
3. Is verantwoordelijk voor het beheer van het CAMDEN-netwerk, de hierbij behorende computer
-apparatuur, alsmede de overige applicatie systemen als FMSD en JROADS door:
- Aanvragen van Intermediate Approval to Operate (IATO) voorafgaande aan testen;
- Voldoen aan de Foreign Disclosure eisen m.b.t. ‘need to know principes’ van andere
netwerk gebruikers;
- Up to date houden van de accreditatie van het secret netwerk en voldoen aan de door de
BA gestelde veiligheidsbepalingen inzake dit secret netwerk;
- Up to date houden van de software applicaties i.o.m. de technische ondersteuning van
IM.
4. Draagt zorg voor de ontwikkeling van specialistische cursussen zoals Pelorus(Camden), Flotsam, TDACS en FMS/D, alsmede het verzorgen van deze cursussen door:
- Het naar aanleiding van opgedane kennis bij de industrie ontwikkelen en schrijven van
een cursusmodule voor de respectievelijke applicaties;
- Het verzorgen van theoretische en hands-on equipment cursussen aan specialistisch
wapensysteem-gebonden personeel;
5. Ondersteunt NATO Active Layered Theatre Ballistic Missile Defence (ALTBMD) m.b.t. scenario’s, testen van life en simulated scenario-feeds in combinatie met het CFBL-netwerk door:
- Het gereed stellen van alle benodigde apparatuur ter ondersteuning van deze testen;
- Het analyseren van de testprotocollen met betrekking tot de noodzakelijk input vanuit
het bureau in het netwerk;
- Na afloop van de testen, vastleggen van DAT, lessons learned en lessons identified en
deze ter beschikking stellen aan NC3A en NATO ALTBMD.
Peelmail september 2016
8
OTC
4. SGG (Aoo Ruud, Sm Boy)
Het systeem PCoFT (Patriot Conduct of Fire Trainer) heeft als doel het ondersteunen van de
opleidingen en trainingen binnen de O&T cyclus in het kader van force en engagement operations.
SGG draagt zorg voor het ontwikkelen, beschikbaar stellen en het evalueren van applicaties en
content voor betreffende simulator teneinde de betrokken gebruikers zowel voor, tijdens als na de
opleiding en training te ondersteunen.
De Taken van SGG
1. Leidt het personeel van het bureau door;
- Het bewaken van de eindeisen van de functionaris;
- Het vertalen van opleiding- en trainingsdoelstellingen naar simulatie ondersteuning;
- Het genereren van trainingsscenario’s voor zowel de opleidings/trainingssimulator als de
embedded trainers in de operationele wapensystemen voor basisopleidingen, operationele
vervolgopleidingen, examens, nationale en internationale evaluaties;
- Het ontwerpen en genereren van trainingsscenario’s voor PATRIOT en AGBADS training
met operationele systemen;
- Vaststellen van de resultaten en evalueren van het product en proces.
2. Draagt zorg voor het beheer van de apparatuur en programmatuur voor het
ontwikkelen en uitvoeren van trainingsscenario’s door;
- Het bedienen van de Patriot Conduct of Fire Trainer (PCoFT) simulator, simulatie
werkstations en randapparatuur bestemd voor het creëren van scenario’s, alsmede het
prepareren van de PCoFT voor de diverse toepassingen;
- Het signaleren van tekortkomingen in de trainingssoftware van Patriot en het rapporteren
van tekortkomingen aan DMO;
- Het uitvoeren van periodiek preventief onderhoud aan de PCoFT en SGG;
3. Neemt deel aan nationale en internationale werkgroepen, o.a. gericht op het waarborgen
van standaardisatie en gelijke niveaus van scenario’s binnen NATO-partners, door;
- Deel te nemen aan ACO Tactical Evaluation Simulation Sub Working Group (ACO TE Sim
SWG) van AIRNORTH, Patriot Users Software Working Group.
- Treedt op als lid van analyse- of evaluatieteam tijdens nationale en internationale
oefeningen.
4. Initieert tactische en technische ontwikkelingen door;
- Het volgen van ontwikkelingen op het vakgebied
- Het analyseren van de bruikbaarheid van vernieuwingen voor het vakgebied;
- Het uitwerken van de vernieuwingen;
- Het (doen) beslissen over de invoering van de vernieuwingen
- Het (doen) implementeren van nieuwe tactische en technische ontwikkelingen
5. Controleert de uitvoering van het Computer Based Training door:
- Het evalueren van de eisen waaraan het Computer Based Training product moet voldoen;
- Het toetsen van de uitgevoerde werkzaamheden aan de gestelde eisen;
- Het registreren van de geconstateerde gegevens;
- Het (doen) optreden bij geconstateerde afwijkingen;
- Het rapporteren aan de opdrachtgevers.
Wapensysteem simulatie (Owi Wouter, Wmr1 Robin)
Het bureau Wapensysteemsimulatie bestaat uit 2 medewerkers.
De Wapensysteemsimulatie heeft als doel het ondersteunen van de opleidingen en trainingen binnen de O&T cyclus in het kader van stingeropleidingen.
Wapensysteemsimulatie draagt zorg voor het ontwikkelen, beschikbaar stellen en het evalueren
van applicaties en content voor betreffende simulator teneinde de betrokken gebruikers zowel
voor, tijdens als na de opleiding en training te ondersteunen.
Peelmail september 2016
9
OTC
Taken van de AST
1. Ontwikkelt scenario’s t.b.v. de trainingslessen door;
- Het vaststellen van de doelstellingen van de les
- Het realiseren van een scenario waarin de doelstellingen worden bereikt
- Het samenstellen van de trainingsles
- Het voorbereiden van de uitvoering van de trainingsles.
2. Opleiden van de Stinger functionarissen (nationaal en internationaal) door;
- Het interpreteren van de gestelde eisen en aanvangsniveau van de cursist of leerling
- Het aanbieden van het aansluitende trainingsplan dan wel trainingsles
- Het begeleiden van de verrichtingen van de cursist of leerling
- Het bepalen van het vervolgtraject
3. Begeleidt de opleiding en trainingsfunctionarissen van de eenheden door;
- Het verifiëren van het niveau van de begeleider dan wel trainingsfunctionaris van de
Stinger functionaris
- Het volgen van de verrichtingen van de begeleider
- Het aansturen dan wel corrigeren van de begeleidingsactiviteiten van de begeleider dan
wel trainingsfunctionaris
- Het evalueren van de verrichtingen van de Stinger functionaris en begeleider
4. Programmeert de noodzakelijke trainingslessen en scenario’s door;
- Het interpreteren van de specificaties voor het te schrijven scenario
- Het opbouwen van de noodzakelijke functionaliteitblokken
- Het koppelen van de gebouwde functionaliteitblokken
- Het opbouwen van de benodigde uitvoerschermen
- Het testen van de werking van het programma
5. Geeft leiding aan het personeel van de Wapensysteemsimulatie door:
- Het initiëren van uit te voeren opdrachten dan wel werkzaamheden;
- Het coördineren van de voor uitvoering benodigde randvoorwaarden;
- Het aansturen en motiveren van het beschikbare personeel;
- Het controleren van de correcte uitvoering van werkzaamheden;
- Het afstemmen van het resultaat van de uitvoering met opdrachtgevers.
Peelmail september 2016
10
Kenniscentrum
RAm ProjectIle Detection Life Demonstrator
RAm ProjectIle Detection Life Demonstrator kortgezegd RAPID
LD is een project dat momenteel door THALES Nederland wordt
uitgevoerd onder supervisie van de Defensie materieel Organisatie (DMO).
De staat heeft THALES Nederland verzocht een C-RAM en Class
1 RPAS detectiecapaciteit te ontwikkelen en te bouwen ten
behoeve van een mogelijke toekomstige verwerving.
Deze beoogde capaciteit moet op termijn de huidige WLR
capaciteit in gebruik bij 13 luverdbt “YPENBURG” vervangen.
Het is dus niet zo dat THALES de opdracht voor het bouwen van “onze” Multi Missie Radar (MMR)
al binnen heeft. THALES is wel kanshebber op het moment dat zij succesvol de Life Demonstrator
aan het eind van het project kunnen aanbieden waarbij het prototype aan zowel de technischeen operationele-eisen voldoet als ook binnen de financiële bandbreedte kan blijven.
Het project RAPID LD is formeel in april van start gegaan en duurt 14 maanden. Het project wordt
vanuit het KC GLRV en het VUSTCO ondersteunt. Met name in de eindfase van het project zal
deze ondersteuning meer vorm krijgen. In de maanden februari en maart 2017 zullen de
zogenoemde Field Trials uitgevoerd worden waarbij de radar in het veld getest dient te worden.
Dit gebeurt in diverse omgevingen met diverse doel voorstellingen variërend van 5.56 mm tot
122 mm raketten en van FW tot Class 1 RPAS en alles wat daartussen mogelijk is.
Een groot deel van de Field Trials zullen op het ASK ’t Harde plaats vinden maar wellicht zullen er
ook testen plaats vinden tijdens SOB SOMS in Duitsland of tijdens CAS/FAC oefeningen op de
Peel.
Momenteel wordt er door THALES hard gewerkt aan het 20 voets flat rack onderstel waarop de
complete hardware configuratie geplaats moet worden.
THALES heeft bewust voor een 20 voets constructie gekozen omdat deze op een heel scala aan
gangbare voertuigen en zeecontainers bevestigd kunnen worden op zogenoemde ISO corners.
Onderstaande afbeelding geeft de gedachte oplossing en dimensionering van de MMR weer in
zowel de bedrijfsstand als de transportstand.
Afbeelding 1: Bedrijfsstand
Peelmail september 2016
11
Kenniscentrum
Afbeelding 2: Transportstand
Er is nog geen duidelijkheid wat het dragende voertuig voor de MMR moet gaan worden maar de
Buschmaster is bijvoorbeeld als optie genoemd. Daarnaast is een van de eisen dat het systeem in
een C-130 getransporteerd kan worden.
THALES is zeer optimistisch over de haalbaarheid van dit project en zij hebben er alle vertrouwen
in dat deze radar aan de vraag zal voldoen.
Komende maanden zullen wij vanuit het KC met regelmaat een update over de voortgang van dit
project met u delen.
MvG
Majoor Derk
Staan u en uw collega’s niet in de
Peelmail en heeft u wel iets dat u
met de Peelgemeenschap wilt
delen, lever dan voor 1 december
2016 uw artikel met foto’s aan bij
de sectie Communicatie DGLC.
[email protected]
Peelmail september 2016
12
DGLC Beachvolleybal Toernooi 2016
De Peelmail voor en door perso-
Op donderdag 14 juli vond alweer het derde DGLC sportevenement
plaats. Na zaalvoetbal en volleybal, stond nu beachvolleybal op het programma. Sgt Jeroen van Jong DGLC had deze organisatie i.s.m. de LO/
Sportgroep opgepakt. Alles was geregeld, alleen het weer kon nog de
spelbreker zijn. Uiteindelijk hadden zich zes team opgegeven. Door dit
aantal was het niet nodig om een hele dag vrij te plannen, maar werd er
vanaf 13:00 uur om de prijzen gestreden.
neel!
De teams speelden in een halve competitie, waarbij dus alle ploegen
een keer tegen elkaar speelden. Uiteindelijk is het team Banaan op
doelsaldo kampioen geworden. De weergoden waren ons goed gezind en
was ook dit evenement geslaagd.
De Peelmail wordt met uw input
gemaakt
Uitslag
1.Banaan
2.FU 3
3.FU 1
4.Staf
5.De Natte Groep BV
6.Portemonnee gevonden op veld 2
Afbeelding 1: de winnaars, team banaan.
Peelmail september 2016
13
Post actieven—dagtocht Zeeland
Als altijd werd deze dagtocht georganiseerd door de het bestuur van de
Contact Groep Postactieven Groepen Geleide Wapens. De weersverwachting voor deze dag was zeer warm en wel ongeveer 33 graden, wat
de 89 deelnemers niet weerhield om met vol goede moed aan deze trip
te beginnen.De eerste deelnemers waren al om kwart over zeven bij de
Luitenant-Generaal Best kazerne aanwezig en toen de twee bussen van
de OAD om kwart voor acht arriveerden bij de Peel was iedereen al aanwezig. Gelukkig waren de bussen van een goed werkende airco voorzien. Toen om precies 8 uur werd vertrokken richting Zeeland zat de
stemming er al goed in.
Bij het naderen van de provincie Zeeland werd het verkeer veel
drukker, waarschijnlijk door dagjesmensen die verkoeling aan de
Zeeuwse kust zochten. Daardoor zou het programma wel uitlopen.
Onze eerste halte was in Kruiningen bij het Dorpshuis. Hier werden we ontvangen met twee kopjes koffie en een traditionele Zeeuwse Bolus. Een Zeeuwse Bolus is een zoet koffiebroodje
samengesteld uit luxe wit brooddeeg dat door de bruine basterdsuiker wordt gerold en aangevuld
met kaneel. Tijdens het tweede kopje koffie werd er een korte film vertoond over de Zeeuwse
mosselcultuur.Hierna ging de tocht door naar Yerseke. Hier werd, na uitstappen, het gezelschap
verdeeld in 3 groepen, die elk onder leiding van een gids werden rondgeleid en hierbij werden er
diverse zaken verteld en getoond over de mosselcultuur. Het werd al snel duidelijk dat je voordat
de mosselen op je bord liggen er nog heel wat moet gebeuren. De Zeeuwse mosselvangst is van
overheidswege gereguleerd. Dit houdt in dat de vangstperiode, de vismethode en de grootte van
de mosselen is vastgelegd. Het mosselzaad wordt bewerkt en beheerd door de mosselboeren. De
plek waar daarna het mosselzaad wordt heengebracht, wordt verzorgd en de mosselen na twee
jaar tijd naar boven gehaald door de mosselvissers. Van deze volgroeide mosselen worden een
bepaalde hoeveelheid aangeboden op de veiling, waarna ze bewaard worden in de zee in
zogenaamde verwaterpercelen en van hier uit vers aan de wal worden aangevoerd.
Na een rondleiding van ruim een uur stapte iedereen weer de koele bussen in en gingen we op
weg naar ‘s Heerenhoek. Hier werd een uitstekende koffietafel met de alom bekende kroket geserveerd in het restaurant ‘de Geveltjes’. Dit restaurant is voor een groot deel ingericht op traditioneel Zeeuwse stijl. Na een uurtje waren de gidsen gearriveerd die ons meenamen in de bus
voor een heel leuke rondrit langs onder andere Zierikzee en de Deltawerken. Daarna gingen we
via de Zeelandbrug weer richting Middelburg. Hier kon iedereen van 16.00 uur tot 17.30 uur even
lekker de benen strekken, misschien snel winkelen of gewoon lekker een terrasje pakken. Daarna
gingen we tevreden in de bus om via Bergen op Zoom naar Werkendam te gaan. Hier werd ons in
restaurant ‘de Waterman’ een voortreffelijk diner geserveerd. Af en toe bleek de zon door de ramen vervelend in je ogen te schijnen.
Na het diner werd begonnen met de terugreis richting Luitenant-Generaal Best kazerne. Daar
kwamen we tegen 11:45 uur aan. Al met al een fijne, maar zeker een vermoeiende reis en een
geslaagde dag.
Henk Timmer
Bestuurslid CGPA – GGW, Organisator van de reis naar de provincie Zeeland
Peelmail september 2016
14
Discus
Waarom is het DISCUS system nog niet in gebruik genomen?
Voordat er een wapensysteem in gebruik kan worden genomen,
moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Het materieel moet compleet en werkend worden overgedragen aan de
gebruikers, het onderhoud moet goed geregeld zijn en de mensen moeten opgeleid zijn. Alle hardware, software en diverse
andere componenten moeten samen een geïntegreerd systeem
vormen. Dan pas kunnen we als het DGLC de nieuwe systemen
succesvol inzetten zoals ons is opgedragen.
De invoering van het DISCUS is door diverse oorzaken vertraagd. Dit komt mede door tussentijdse gewijzigde systeemeisen en personele wisselingen binnen de projectorganisatie.
Voorlopig zijn er nog wat werkzaamheden te doen, zoals afspraken met betrekking tot onderhoudscontracten. De projectorganisatie van Defensie Materieel
Organisatie is verantwoordelijk dat degelijke onderhoudscontract worden afgesloten.
Het systeem is nu bij het KC aanwezig en het projectbureau aldaar is druk doende met de realisatie van detaillijsten e.d. Ook ziet het er naar uit dat de diverse contracten snel geregeld gaan
worden. Als het onderhoud is ingeregeld en de software en camera zijn geïntegreerd, kunnen we
formeel het systeem in gebruik gaan nemen. Dan kunnen we echt laten zien wat we met dit systeem allemaal kunnen doen. Tot die tijd zitten we dus nog steeds in de “ projectfase” en zijn we
de gebruiker van het systeem en blijft DMO eigenaar.
SIE S4
Afbeelding 1: discus systeem tijdens inzet
Peelmail september 2016
15
Adaptatie van de andere kant bezien
Vrijwel iedereen bij het DGLC is nu wel 1 of meerdere keren op
uitzending geweest; zeker na de inzet in Turkije. Bij een
uitzending hoort aan het eind een adaptatie. Met zo’n adaptatie
moet de overgang naar de gewone Nederlandse dagelijkse
werkelijkheid zo soepel mogelijk verlopen.
Sinds kort wordt het DGLC ook structureel aangewezen voor
het leveren van adaptatieteams voor de adaptatie van andere
eenheden. Ook u kunt hiervoor worden aangewezen. Via dit
artikel krijgt u een beeld van wat dit allemaal inhoudt.
In een adaptatie zitten 3 elementen:
-De verplichte medische briefing (medische bijzonderheden van het inzetgebied);
-Het verplichte adaptatiegesprek
-De mogelijkheid tot ontspanning.
De adaptatie vindt ergens plaats tussen het inzetgebied en Nederland en wordt meestal zo
gekozen dat het met de ontspanningsmogelijkheden wel goed zit, in de praktijk vaak nabij een
toeristisch oord in een hotel.
Maar wie “doet” nou die adaptatie; wie zijn erbij betrokken ?
De steunopdracht.
Net zoals andere opdrachten komt de steunopdracht tot het leveren van een Vaste KampStaf
(VKS) voor een adaptatie binnen bij de Staf. Let op: dit is geen verzoek maar een opdracht.
Iedere eenheid binnen de Krijgsmacht levert haar steun naar vermogen en logica.
Een compleet adaptatieteam is samengesteld uit:
-SNR; Senior National Representative. De eindverantwoordelijke voor het
adaptatieprogramma. Hij/zij houdt contact met Nederland.
-HID; Hoofd Inwendige Dienst. Het aanspreekpunt voor het hotel en vast aanspreekpunt
voor iedereen.
-Kassier; niet alleen voor financiële afwikkeling van het ontspanningsprogramma en het hotel
maar ook noodzakelijk voor financiële verplichtingen bij medische problemen,
-HOVJ (hulp officier van justitie)/KMAr; draagt zorg voor de contacten met de lokale
politiediensten.
-LO-functionaris; verantwoordelijk voor de organisatie van het ontspanningsprogramma.
-AMVer; draagt zorg voor de verplichte medische briefing en doet de verkenning/contacten
naar de lokale medische faciliteiten.
-Supervisor met gespreksleiders; ze zijn verantwoordelijk voor de goede afwikkeling van de
adaptatiegesprekken.
-Handlangers; toegewezen op basis van de grootte van de adaptantengroep. Kleinere
adaptaties van rond de 30 personen krijgen geen handlangers mee maar met 120 man in
adaptatie kan je er zo maar 4 meekrijgen.
Daarnaast komt er een toewijzing vanuit DVVO/MOVECON die 1 a 2 personen afvaardigt voor de
contacten met de lokale busmaatschappij en voor het afhandelen van de militaire vlucht van/naar
het inzetgebied (op een militair vliegveld). In principe komt de VKS 2 dagen voor de adaptanten
binnen; de supervisor met gespreksleiders komen 1 dag van te voren. Op zich heel bijzonder dat
personen met totaal andere achtergrond, zonder dat ze elkaar kennen elkaar ontmoeten op
Schiphol en vervolgens een opdracht uitvoeren. Na de adaptatie blijven de SNR, HID, kassier en
de HOVJ een dag langer om (administratieve / juridische) zaken af te wikkelen. Vervolgens wordt
de VKS ontbonden en iedereen meldt zich vervolgens weer bij zijn/haar onderdeel.
Peelmail september 2016
16
Adaptatie van de andere kant bezien
Voorbereiding.
Vanuit Nederland worden een aantal zaken vast geregeld door DOPS/J1:
-Alle vliegtickets voor de VKS (je gaat op basis van Meerdaagse Activiteiten en niet op
dienstreisbasis);
-Huurauto’s; zowel personenauto’s als busjes;
-Een SOP die daadwerkelijk wordt bijgehouden;
-Een hoeveelheid materiaal in het hotel waar de adaptatie gaat plaatsvinden (mobieltjes,
computers, schrijfwaren, EHBO-kit, etc).
Nadat de VKS in het hotel is gesetteld gaat iedereen zijn/haar voorbereidingen doen:
-De HOVJ/KMAr gaan de lokale politieposten af (waar meestal geen Engels wordt gesproken);
-De AMVer doet een zoekslag bij de lokale medische faciliteiten. Ook hier is vaak een
taalbarrière;
-De LOer gaat allerlei evenementenverhuurbedrijven af en stelt een geschikt ontspanningsprogramma samen;
-MOVECON overlegt met de lokale luchtvaartautoriteiten hoe de militaire vlucht wordt afgehandeld;
-De Supervisor met gespreksleiders gaan in overleg hoe ze de gesprekken aan gaan lopen
(afhankelijk wat er met de eenheid is gebeurd);
-De HID/handlangers doen een kamercheck om eventuele onterechte claims te vermijden.
Daarnaast zorgen ze ervoor dat ze routes op locatie kennen om snel ergens te kunnen
komen. Als service maken ze kleine contactkaartjes met het adres van het hotel (voor
taxiritten) en de telefoonnummers van de HID (ongevalletjes) en de KMAr (bij “contact”
met de lokale politie).
Afbeelding 1: toestel met vracht en personeel van uitzending
Uitvoering.
En dan komen de adaptanten. Meestal helemaal gaar van de vlucht; wel/niet gegeten; hopelijk op
een schappelijke tijd. Na het ophalen op de militaire vliegbasis ontvangst bij het hotel, het eerste
biertje en een uitleg van het adaptatieprogramma. In de praktijk verslapt de aandacht heel snel
dus dit moet kort !
Vervolgens de toewijzing van de kamers en dan duiken de adaptanten, wel/niet voorzien van het
Peelmail september 2016
17
Adaptatie van de andere kant bezien
contactkaartje, het uitgaansleven in. Het tijdstip van terugkeer is voor iedereen anders maar
het kan zomaar voorkomen dat de VKS de terugkerende adaptanten moet ondersteunen om
hun kamer te vinden. Al was het maar om de overige hotelgasten te ontzien. De dag na
aankomst vind de medische briefing plaats en het adaptatiegesprek. Meestal in de middag
brengt een bus de adaptanten naar hun ontspannings-evenement van keuze. Die avond is er
weer stapgelegenheid maar een gezond aantal adaptanten vindt het welletjes en duikt op tijd
in bed om goed uitgeslapen de dag erna de relatie op Eindhoven te ontmoeten. Dat is de theorie. In de praktijk wordt het plan verstoord door omstandigheden zoals ongelukkige
vluchttijden die de planning volledig overhoop gooien. En dan heb je ook nog individuele
akkefietjes die wel voor leuke verhalen achteraf zorgen maar je ter plaatse goed bezig
houden. Het is steeds de flexibele en facilitaire instelling van de VKS die dit moet oplossen.
VKS – DGLC.
Het DGLC zal vaker de opdracht krijgen tot het leveren van (delen van) een VKS. Zie het als een
uitdaging; zie het als een onderbreking van je huidige werk. Je helpt er een uitroterende collega
mee en eigenlijk hoop je dat het ook geregeld is als jezelf een adaptatie mag ondergaan.
En het levert leuke verhalen op!
Majoor Reinout
Hoofd Bureau Projecten KC
SNR Adaptatie MINUSMA week 16 en 35
Afbeelding 2: mogelijke adaptatie bestemming
Peelmail september 2016
18
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
In 2017 vieren we het 100-jarig bestaan van de Nederlandse luchtverdediging. In de aanloop naar dit heuglijke feit publiceert de Historische Collectie
Grondgebonden Luchtverdediging een aantal artikelen over de lange en soms
moeizame weg die gedurende deze periode is bewandeld. Tijd voor deel 5.
De inzet van de luchtdoelartillerie tijdens de meidagen ’40 is veelvuldig en
uitgebreid beschreven. Zonder deze inzet te willen bagatelliseren wordt er in
deze serie geen aandacht aan besteed. Ook de periode Nederlands-Indië 1932
-1949 blijft onbelicht.
De wederopbouw 1945 - 1956
De jaren na de oorlog waren jaren van wederopbouw. Het defensiebeleid was in eerste instantie
gericht op de situatie in Nederlands-Indië. Het verdrag van Brussel, in 1947 ondertekend door
de Benelux, Frankrijk en Groot-Brittannië leidde tot vorming van de West Europese Unie (WEU).
Om de collectieve verdediging meer inhoud te geven werd bovendien toenadering gezocht tot
de Verenigde Staten. Dit resulteerde in 1949 tot oprichting van de NAVO.
De landmacht in een westerse Defensie
Tot 1949 verkeerde de regering in onzekerheid over de rol
van de krijgsmacht in het Europa van de toekomst. Daar
kwam een einde aan toen de KL zich uit Indië terugtrok en
Nederland zich aansloot bij de NAVO. De dreiging werd geschetst als een strategische overval, een plotselinge, snelle en
directe aanval uit het oosten. Hoofdzakelijk een dreiging vanuit de lucht dus vormde een sterke luchtverdediging een
wezenlijk onderdeel van onze defensie. De lua diende een
deel van de luchtverdediging te realiseren. Hiertoe maakte
het wapen een ongekend snelle groei door; in de jaren vijftig
bezat ze, na de infanterie, het meeste personeel.
De NAVO bepaalde dat de Rijn en de IJssel de gezamenlijke
hoofdweerstandslijn zou vormen. De geallieerde
troepenmacht kreeg een tweeledige taak. Het afslaan van
een aanval en het vergelden van de agressie. Het Europese
grondgebied werd in sectoren verdeeld, verdedigd door NAVO
-troepen; de verdediging van eigen grondgebied was een nationale verantwoordelijkheid.
Nederland splitste zijn strijdkrachten in territoriale troepen,
waaronder de territoriale lua, en een veldleger (het Eerste
Legerkorps). De Nederlandse landstrijdkrachten vormden met
Britse en Belgische eenheden de Northern Army Group. Een
Afbeelding 1: De IJssellinie
deel van de troepen diende paraat te zijn om een onverhoedse aanval te kunnen afslaan. Omdat de verdediging
van de NAVO was gebaseerd op de IJssellinie bleef enerzijds een groot deel van noordoost Nederland onverdedigd, anderzijds vielen de territoriale en de NAVO-verdediging deels samen.
Onze territoriale lua droeg dus indirect bij aan de NAVO-verdediging.
De opbouw van de luchtdoelartillerie
Na de bevrijding moest de luchtdoelartillerie weer worden opgebouwd. Wie kon dit aan? Van de
vooroorlogse generatie luchtdoelartilleristen waren nog maar enkelen beschikbaar. Kapitein
Feitsma, een van de meest vooraanstaande deskundigen, werd opgedragen een ontwerp te
maken voor de luchtverdediging organisatie. Feitsma had al snel een acceptabel ontwerp klaar.
Hij kon echter, gezien zijn rang, geen commandant lua worden, daarvoor moest een veldartillerist worden gezocht. De keus viel op tijdelijk-kolonel van Nijnatten, een inspirerend en energiek organisator. De legertop vond het geen probleem dat hij geen enkele kennis van luchtverdediging of luchtdoelgeschut had, Feitsma werd immers chef-staf en bezat die kennis wel.
Op 16 maart 1949 werd het Commando Luchtdoelartillerie opgericht.
Peelmail september 2016
19
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
Vanaf 1953 stond de commandant lua rechtstreeks onder de
chef van de Generale Staf en was
hij nevengeschikt aan de commandant Eerste Legerkorps en
de Nationaal Territoriaal Bevelhebber, een duidelijk bewijs
van het grote strategische belang
dat aan het wapen werd
toegekend. Het was voor de lua
een turbulente tijd. Behalve
onderscheid tussen luchtdoelartillerie voor de territoriale
verdediging en de mobiele lua bij
het leger te velde, werd onderscheid gemaakt in zware (90 mm
en 3.7 inch) en lichte lua (20 en
40 mm). Tegen laagvliegende
doelen beschikte men over .50
mitrailleurs.
Afbeelding 2: Vuurmond 3.7 inch tijdens schietoefening
De territoriale luchtdoelartillerie
In 1946 werden de vredeseenheden luchtdoelartillerie
heropgericht. Als eerste: 1 Regiment lua (in Utrecht), 2
Regiment lua (Breda) en 3 Regiment lua (Amersfoort).
Ze werden samengevoegd tot de Brigade Luchtdoelartillerie, een commando zonder staf. Uit 1 en 2 Regiment
werden de oorlogsregimenten gevormd die bestemd
waren voor uitzending naar Indië.
Afbeelding 3: 1946 lua opleiding
Het belang dat aan de territoriale lua werd toegekend
bleek uit de ambitieuze plannen. Voor 1954 was gepland
dat de lua, naast allerlei stafeenheden en kleine detachementen, zou gaan bestaan uit 59 afdelingen territoriale
lua (49 lichte en tien zware afdelingen) en vijftien
afdelingen mobiele lua voor het legerkorps.
De territoriale lua was belast met de verdediging van objecten in het achterland zoals belangrijke weg- en spoorverbindingen, havens, vliegvelden en militaire bases en commandocentra. Waar strategisch belangrijke plaatsen bij elkaar lagen werden afdelingen onder eenhoofdige leiding geplaatst en tot een luchtverdedigingkring (LVK) geformeerd. Zo ontstonden er
in 1953 vier kringen. Alle kringen stonden onder bevel van het Commando Luchtdoelartillerie.
De zenuwcentra bevonden zich in gecamoufleerde bunkers. De Haagse bijvoorbeeld lag onder
een villa, die zich slechts onderscheidde door een iets hogere ligging omdat de bunker er onder
lag. Een aantal objecten, waarbij door hun ligging in dicht bevolkte gebieden alleen plaatsing op
het object zelf acceptabel was, werd verdedigd door lichte lua.
Op 31 december 1955 was de territoriale lua uitgegroeid tot veertien parate afdelingen lichte en
negen (al dan niet parate) afdelingen zware lua. Daarnaast beschikte de commandant lua over
zes mobilisabele afdelingen lichte lua. Deze focus op luchtverdediging werd niet altijd
gewaardeerd door de NAVO-staven. De Amerikanen lieten begin jaren vijftig weten dat de opbouw van de territoriale troepenmacht niet ten koste mocht gaan van de Nederlandse NAVObijdrage.
Peelmail september 2016
20
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
De luchtdoelartillerie van het veldleger
De lua bij het veldleger – later legerkorps – was onderverdeeld in afdelingen onder bevel van de
commandant van de Strijdmacht te Velde en eenheden ingedeeld bij de divisies. Het Eerste
Legerkorps omvatte de eerste helft van de jaren vijftig vier divisies waarvan één paraat. Voor
de luchtverdediging ervan waren afdelingen lichte lua gevormd met als taak de eigen divisie te
beschermen. De vier afdelingen bestonden ieder uit vier dubbelbatterijen en hadden elk een
organieke sterkte van 930 man. Het legerkorps beschikte ook over de legerkorpsartillerie (Lka).
De in juni 1953 opgerichte 101 Luchtdoelartilleriegroep (101 Luagp) vormde een onderdeel
hiervan. De nummering beginnende met honderd gaf aan dat het behoorde tot de legerkorpstroepen. De 101 Luagp had tot taak eenheden, kwetsbare gebieden en objecten in het legerkorpsgebied te beschermen tegen luchtaanvallen. Een belangrijk deel van de lua van het legerkorps was ingedeeld bij de beveiliging van de IJssellinie. In de ‘plannen C en D’ zou een deel
van Gelderland en Overijssel onder water gezet worden door de Waal en de Rijn bij Nijmegen
en Arnhem af te sluiten. Het water kon dan alleen via de IJssel weg en zou dan buiten de
oevers treden. De plannen voor de IJssellinie waren begin jaren vijftig ontworpen. Initieel werd
de 25 Afdeling lichte lua hiervoor ingezet, in 1952 afgelost door territoriale afdelingen. Zij
verdedigden onder andere noodbrugpontons bij Arnhem en Nijmegen en rivierovergangen bij
Deventer, Wijhe en Olst. Het gevaar voor een verrassingsaanval werd zo serieus genomen, dat
bij hoog water de stellingen tussen Arnhem en Nijmegen voortdurend bezet moesten zijn,
omdat ze in de ondergelopen uiterwaarden onbereikbaar zouden zijn. In de herfst en winter
werden de stukken op terpen geplaatst en de bemanningen per boot gewisseld. De IJssellinie
hield stand tot begin jaren zestig toen de NAVO-verdediging naar het oosten verschoof.
De parate en mobilisabele afdelingen van het Legerkorps waren mobiel, ze verplaatsen zich organiek. De meeste afdelingen van de Nationale Sector waren semimobiel en slechts in slagen
verplaatsbaar. Pas na toevoeging van een transportpeloton was zo’n afdeling in zijn geheel mobiel. De territoriale lua bezat ook eenheden die uitsluitend met steun van een transportcompagnie verplaatsbaar waren.
Het beroeps personeel
Direct na de Tweede Wereldoorlog leverde de opleiding van personeel een probleem op. Het
bleek niet eenvoudig instructeurs voor het technisch gespecialiseerde wapen van de luchtdoelartillerie te vinden. Het korps deed daarom een beroep op instructeurs uit het vooroorlogse
leger en reservisten die in beroepsdienst waren overgegaan. In 1950 bestonden er nog steeds
aanzienlijke tekorten. Om dit op te vangen wierf de lua vrijwilligers en lieten officieren en
onderofficieren van andere wapens zich omscholen tot luchtdoelartillerist. De snel groeiende lua
bood goede carrièrekansen. Zo groeide het korps weliswaar kwantitatief snel, maar kwalitatief
liet het te wensen over. Wegens tijdgebrek volgden nieuwkomers korte, gespecialiseerde cursussen met als keus: lichte of zware lua en tussen vuurmonden, radar, vuurleiding en
verbindingen. Pas veel later zou men tot allround instructeur uitgroeien. In 1952 kon het Commando Luchtdoelartillerie nog niet aan de gestelde eisen voldoen. De opleiding van de eenheden zware lua ondervond vertraging omdat het Amerikaanse 90 mm geschut te laat in Nederland aankwam. De regimenten zware lua konden pas halverwege 1951 beginnen met de
opleiding van ‘zware’ kanonniers.
De opleiding van dienstplichtingen
In 1949 werd de diensttijd voor gewone soldatenfuncties vastgesteld op twaalf maanden. Onder
invloed van de Koude Oorlog werd de dienstplicht
verlengd tot 18 en later zelfs tot 22 maanden.
Vanaf 1954 kreeg de dienstplichtige na 18
maanden vier maanden klein verlof, hetgeen inhield dat hij binnen 24 uur kon worden opgeroepen. Naar rang en specialisatie kende men
hierop variaties. De vredesorganisatie werd juli
1950 gewijzigd. Van de lua werden de afdelingen
territoriale lichte lua en de vredesregimenten
mobilisabel gesteld. Daar kwamen zes nieuwe
vredesregimenten voor in de plaats.
Peelmail september 2016
Afbeelding 4: dienstplichtigen lua 1951
21
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
De namen van de regimenten herinnerden aan plaatsen waar de lua in 1940 met succes strijd
had geleverd tegen de Duitse luchtmacht. Drie regimenten zware lua: Ypenburg, Waalhaven en
Rhenen en drie regimenten lichte lua: Betuwe, Hoek van Holland en Kornwerderzand. De regimenten Rhenen en Betuwe leidden dienstplichtigen op voor het veldleger en de overige voor de
territoriale troepen. Op 1 december 1956 werden alle regimenten verenigd in het korps
Luchtdoelartillerie. In 1952 werd het regiment Hoek van Holland gewijzigd in zware lua; de
opleidingscapaciteit voor de zware lua groeide en de opleiding van de lichte lua concentreerde
men bij het Regiment Betuwe.
Tot 1953 volgde iedere lichtingsploeg een eerste opleiding bij de regimenten, waarna complete,
nieuwe onderdelen werden gevormd als ´tijdelijke oorlogsonderdelen te velde’. Omdat de
parate sterkte moest toenemen, wilde de KL de opleidingstijd verkorten en het parate deel van
de diensttijd verlengen. Daarom voerde de KL het Amerikaanse Fillersysteem in wat ook bij de
lua tot ingrijpende organisatorische veranderingen leidde. Na een basisopleiding van vier
maanden in de depots maakten soldaten, ook tijdens hun voortgezette opleiding, direct deel uit
van een paraat onderdeel. Ze bleven veertien maanden bij het onderdeel en kregen dan vier
maanden klein verlof. Alleen specialisten en kader volgden een voortgezette opleiding. Parate
onderdelen werden uit meerdere ploegen samengesteld. Om de twee maanden zwaaide een
deel af en werd vervangen door een nieuwe ploeg dienstplichtigen. Voordeel was uitbreiding
van parate mankracht en constante gevechtskracht.
De lua concentreerde de basisopleiding in twee depots. Het 1 Depot in Ossendrecht, hier kregen
kanonniers een basisopleiding voor de zware lua en de territoriale lichte lua. Het 2 Depot was
gelegerd in Kamp Crailo te Laren, daar kregen de kanonniers een basisopleiding voor de mobiele lichte lua. Het 2 Depot ging in 1954 op in het 1 Depot. Dit depot, waar zo’n 4000 luadienstplichtigen per jaar werden ‘ontgroend’, was gevestigd in een nieuw kazernecomplex. Het
soldatenleven bestond uit hard werken - en veel poetsen en blancoën – vanaf reveille, om 6
uur, tot einde dienst om half zes ’s avonds. Om half tien diende iedere dienstplichtige weer in
bed te liggen, wat de sergeant van de week (spottend het weekdier genoemd) persoonlijk controleerde. De huisvesting van het personeel was schamel. De strozak bijvoorbeeld was tot ver in
de jaren zestig nog ruim verspreid binnen de landmacht. Soms waren 33 manschappen op een
kamer van 14,5 bij 2,4 meter ondergebracht. Verlichting en ventilatie was slecht, verwarming
‘nauwelijks voelbaar’. Volgens de rapporterende officier van gezondheid was sprake van een
‘noodtoestand die ogenblikkelijke en radicale verbetering vereist’. Zo snel zou die echter niet
komen.
De opleiding en sfeer bij de lua door de ogen van een radiodiskjockey, in januari 1953 gestart
met zijn opleiding tot dienstplichtig wachtmeester bij de lichte lua. “Twee maanden oefenen
onder een streng regime (in het depot), maar nog niet zo erg als op de kaderschool in Amersfoort. Ik kreeg op de Willem II kazerne twee dagen licht arrest omdat er een stofje zat op mijn
weekendtas”. Over het ‘comfort’: “We sliepen op strozakken die af en toe werden bijgevuld. We
lagen op een kamer waar een kolenkacheltje als verwarming fungeerde. De kaderopleiding was
gruwelijk. We gingen ’s avonds nooit uit, daar was je te moe voor. En we moesten regelmatig
’s nachts de stormbaan op”.
In die tijd regeerde de roemruchte kolonel Greter over de kazerne in Ossendrecht. “Als sergeant
van de wacht stond je al met één been in het cachot. Die man had vreemde ideeën. Hij heeft
ooit een dienstfiets vier dagen zwaar gegeven omdat het vehikel volgens hem verkeerd stond
geparkeerd. De tweewieler bleek van de dokter, die toen een verklaring heeft afgegeven dat de
fiets wegens ziekte uit de cel moest. Dat soort dingen gebeurde daar gewoon”.
Andere opleidingen
Andere opleidingsinstituten die in die jaren het licht zagen waren de Lua-school en het schietkamp (Luask), de School samenwerking grond- luchtstrijdkrachten, de Benelux luchtdoelartillerieschool en het Instructieteam herhalingsoefeningen. De Lua-school werd in 1950 heropgericht. In de vijftiger jaren was de school het grootste vredesonderdeel van de KL. De commandant had ongeveer 2500 man onder zich. Sinds 1925 schoot iedere luchtdoelartillerist met
scherp op een, achter een vliegtuigje gehangen, doelschijf vanaf schietbanen van het Luask bij
Den Helder. Het kamp beschikte over het schietterrein Kijkduin.
Peelmail september 2016
22
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
Direct na de Tweede Wereldoorlog werd korte tijd gebruik gemaakt van schietbanen bij Ermelo,
maar men keerde al snel terug naar Den Helder. In 1951 werd het Luask opgericht, nu met drie
schietterreinen: Botgat, Grote Keeten en Falga. Deze terreinen werden ook gebruikt door
andere onderdelen. Ook de Belgen, Engelsen en Duitsers maakten er gebruik van. De lua schoot
hier met licht en zwaar geschut en met de vierling .50 mitrailleur. De vliegtuigjes stegen op van
Texel of Leeuwarden en omdat de sleepschijf nogal eens compleet van het vliegtuig werd
geschoten moesten de schutters regelmatig zo’n anderhalf uur wachten op het volgende doel.
Slecht weer leidde ook tot vertraging. Begin jaren zestig werden radiografisch bestuurde toestelletjes ingevoerd die opstegen vanaf het schietterrein. De zware lua oefende ook in Todendorf aan de Oostzee. Voor de inzet van het 90 mm luchtdoelkanon als veldgeschut oefende de
lua daarnaast op het Ask Oldebroek.
Ten behoeve van de geïntegreerde luchtverdediging verzorgden lucht- en landmacht vanaf 1955
samen cursussen op de School samenwerking grond- luchtstrijdkrachten op de vliegbasis GilzeRijen. Officieren bestudeerden daar o.a. de samenwerking in het kader van integrale luchtverdediging. Voornaamste doel was kennismaking met en begrip kweken voor elkaars
werkzaamheden. Tenslotte droeg de lua actief bij aan samenwerking tussen België, Nederland
en Luxemburg. In 1951 begonnen aan de Benelux Luchtdoelartillerieschool in Lombardsijde cursussen voor (onder-) officieren. Streven was te komen tot een gemeenschappelijke luchtverdediging van het Benelux grondgebied. Vanwege het toenemende verschil in materieel
(radar en vuurmonden) en opleiding tussen de betrokken landen en omdat geen overeenstemming kon worden bereikt, is de school in 1956 opgeheven. Aan enkele jaren van vrij intensieve
Belgisch-Nederlandse samenwerking kwam zo een eind. Maar in 1966 opende de school zijn
deuren weer voor een Belgisch-Nederlandse opleiding voor geleide wapens van de luchtmacht.
Het korps Nationale Reserve
Een aparte groep vormde de lua van het Korps Nationale Reserve (de Natres). Vanwege toenemende internationale spanningen werd in 1948 de Natres opgericht. Doel was ons land
beschermen tegen een binnenlandse vijand en bijstand verlenen bij de handhaving van orde en
rust. Het bestond uit vrijwilligers die werden ingezet in de buurt van hun woonplaats. Kennis
van de omgeving en directe beschikbaarheid maakte de Natres uitermate geschikt voor het bestrijden van vijandelijke infiltraties, saboteurs en een vijfde colonne. Ze kreeg ook oefenverbanden luchtdoelartillerie, die door de commandant lua belast zouden worden met de luchtverdediging van kleine, plaatselijke objecten en, samen met andere lua-onderdelen, met de
verdediging van grotere objecten zoals het havencomplex van Rotterdam. Werving voor deze
tak van de Natres vorderde traag. Jaarlijks werden een of twee achtdaagse herhalings- of
alarmoefeningen gehouden op het Luask bij Den Helder of het Ask Oldebroek. Omdat steeds
minder personeel kwam opdagen werd in 1958 de lua van de Natres opgeheven. Met de opheffing verdwenen ook de vuurmonden “20 millimeter tegen luchtdoelen” bij de lua.
Vrouwelijke militairen binnen de luchtdoelartillerie
Tweede bijzonderheid bij de lua was de vroege aanwezigheid van
vrouwen bij het korps. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren in
Groot-Brittannië vrouwen ingedeeld bij de luchtverdediging. De
goede ervaringen daarmee vormden ook voor Nederland reden een
beroep op vrouwen te doen.
Vanaf de oprichting van het Commando Luchtdoelartillerie had de
commandant regelmatig gepleit voor werken met vrouwelijk personeel in de ‘ops rooms’. Gebleken was dat vrouwen nauwkeuriger
‘plotten’. De commandant lua legde in 1951 aan het ministerie de
voordelen van vrouwen uit:
-De stem leent zich over het algemeen beter voor de telefoon.
-Vrouwen zijn geschikter om langere tijd rustig te zitten en dan
plotseling in actie te komen.
-Vrouwen zijn over het algemeen nauwkeuriger en
plichtsgetrouwer dan mannen.
-Door het gebruik van vrouwelijk personeel kan mankracht
Afbeelding 5: wervingsaffiche
uitgespaard worden voor functies, die niet door
vrouwen vervuld kunnen worden.
Peelmail september 2016
23
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
De minister liet zich overtuigen en de vrouw deed haar intrede bij de lua. Bij de oprichting werd
de lua een van de vijf onderafdelingen van de Milva. Drie jaar later werd die afdeling gereorganiseerd tot de Compagnie Luchtdoelartillerie.
De commandant van de Onderafdeling Luchtdoelartillerie en de haar toegevoegde Milva officieren en onderofficieren waren in volledige dienst (voor zes jaar) de ´plotsters´ kwamen in
part/time dienst, dat wil zeggen dat zij één avond per week het uniform aantrokken. In totaal
hebben enkele tientallen vrouwen bij de lua gediend. Ze zijn zonder problemen geaccepteerd
door de mannen bij de lua en hebben, in gemengde ploegen, hun taak goed verricht. Uiteindelijk zou met het verdwijnen van de zware lua eind vijftiger jaren ook een eind komen aan de
Milva´s binnen de lua.
De bewapening
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde
geen enkel wapen zich zo snel als het luchtwapen. Vooral de hoge snelheden van de
straalvliegtuigen leverden voor de lua
problemen op, omdat de beschikbare tijd
voor het bestrijden korter werd. Wenselijk
leken een hogere mondingsnelheid en vergroting van het kaliber: voor het zware geschut van 90 naar 120 mm, voor het lichte
geschut 30 mm en een verbeterde versie
van de 40 mm Bofors. Maar de financiële
situatie liet aanschaf van nieuw materieel
niet toe. Daarom moest de lichte lua het
Afbeelding 6: M4 High-Speed M-4 18 ton Rdrtst
doen met uit dumps van de geallieerde
troepen afkomstige oorlogsvoorraden en na de oorlog achtergebleven Engels, Amerikaans en
Canadees 40 mm geschut, dat grotendeels identiek was. Het Canadese SP ‘self propelled’ stuk
was een 40 tl op voertuigchassis. De Engelse stukken werden getrokken door de luatrekker, een
drietons Chevrolet. In 1954 beschikte de landmacht over 54 Canadese, 214 Britse en 200
Amerikaanse stukken 40 mm, waaraan verscheidene modificaties werden aangebracht. Verder
beschikte de lua over de .50 mitrailleur. De vierling .50 kon als M55, of op een half-track als
M16 door zijn enorme vuurkracht worden ingezet tegen grond- en luchtdoelen. De enkele .50
mitrailleur kon op een voertuig of op een luchtdoelaffuit ‘M3’ dienen voor de beveiliging tegen
luchtdoelen, maar was op een eenvoudiger drievoetaffuit (M63) ook geschikt voor de verdediging tegen gronddoelen. De 25 en 35 Afdeling lichte lua van het Legerkorps bezaten bijvoorbeeld vier dubbelbatterijen. Drie met ieder acht Canadese SP 40 mm en acht stukken M16 en
één batterij met acht Engelse 40 mm en acht stukken M16. Ieder batterij had ook nog drie
mitrailleurs .50 op affuit M63.
De zware lua kreeg vanaf 1951 de beschikking over Amerikaanse luchtdoelvuurmonden van 90
mm. De levering liep vertraging op, waardoor het geringe aantal beschikbare vuurmonden zo
intensief werd gebruikt in de opleiding dat er hinderlijke storingen ontstonden. Een praktisch
probleem bij de mobiele batterijen zware lua waren de brandstof verslindende 18-tons high
speed trekkers. Verder waren de zware batterijen uitgerust met een lichte bulldozer voor het
ingraven van de radar.
Radarvuurleiding
Bijkomend probleem tot eind jaren vijftig was het gebrek aan
radarvuurleidingssystemen voor de lichte lua. De toenemende
vliegsnelheden vereisten voortdurend technische aanpassingen. De lichte lua was daarom genoodzaakt bij duisternis gebruik te blijven maken van zoeklichten. De eerste afdelingen
lichte lua die apparatuur ontvingen kregen de “Vuxy”, een opsporingsradar en de “Waxy”, een vuurleidingtoestel.
Daarnaast maakte de lichte lua gebruik van een overzichtsradar, de AN/TPS 1D “Tipsy”, met een bereik van bijna 300
km. In 1954 beschikte de zware lua over twee verschillende
radars: de 3Mk7 en de 4Mk6, een overzichtsradar.
Peelmail september 2016
24
HISTORISCHE COLLECTIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGING
De operationele werkwijze
De actieve luchtverdediging was gecentraliseerd in het Sector Operations Centre (SOC) in
Driebergen. Bij de gevechtsleiding werd door de lua en de KLu intensief overlegd. De Nederlandse luchtverdedigingsector was opgesplitst in drie gebieden, Track Production Areas, die
ieder beschikten over een Control and Reporting Centre (CRC). Zo’n CRC was voor informatie
afhankelijk van radars en luchtwachtposten. Radarstations bestreken alleen het luchtruim boven
de 1000 meter en waren niet in staat type of aantal vliegtuigen te onderscheiden. Daardoor was
de aanwezigheid van het Korps Luchtwachtdienst, een KLu-onderdeel, onontbeerlijk. Vrijwilligers op de luchtwachtposten, onder wie veel vrouwen, speurden de hemel af met een verrekijker, het blote oog of op gehoor. Drie posten vormden een luchtwachtkring, die verbonden
was met een luchtwachtcentrum. De luchtwachtcentra en de radarstations verzorgden de
meldingen aan het CRC. Het CRC inventariseerde dan de positie, hoogte, aantal en koers van de
vliegtuigen en gaf dit door aan het SOC, dat de vliegtuigen identificeerde en bepaalde hoe een
eventuele luchtaanval bestreden zou worden. Het SOC deed dit door middel van Minute-toMinute Control. Via het CRC en diverse schakelorganen, operatiekamers lua, belandden de
orders uiteindelijk bij de batterijen en de stukken. Die kamers werden bij de zware lua AntiAircraft Operation Centre (AOCC) en bij de lichte lua Light Anti-Aircraft Control Centre (LAACC)
genoemd.
Op batterijniveau beschikte de zware lua na de oorlog over radarvuurleidingtoestellen. Een
elektronisch rekentoestel zette de waarnemingen om in schietgegevens voor de stukken. Deze
verwerking mocht maar 5 seconden duren. Er kon pas tot actie worden overgegaan op het
moment dat het doel binnen bereik van de vuurmonden kwam. Operationele activiteiten kenmerkten zich dan ook door lange wachttijden, afgewisseld met korte en hevige gevechtsacties.
De lichte lua moest door het ontbreken van radarvuurleiding bij duisternis zoeklichten gebruiken, met als nadeel dat deze de locatie van de stelling prijs gaven. Daar stond tegenover
dat de piloot verblind kon raken. Door het ontbreken van radarvuurleiding was identificatie van
het doel nauwelijks mogelijk, zodat bij de lichte stukken waarnemers een plaats kregen met
zowel een waarschuwende als herkennende taak. Ze bleven tot halverwege de jaren zestig bij
de lichte lua ingedeeld. Nadat een stukscommandant van het LAACC doelmeldingen had
ontvangen bepaalde hij zelf zijn doelselectie en besliste over de vuuropening. De vuurleiding
van de lichte lua berustte vooral op menselijk handelen, waardoor de kans op fouten niet
uitgesloten was.
Nabeschouwing
Nog voordat Nederland begon met de serieuze opbouw van het leger, was in 1948 het grote belang van
de lua al onderkend. Dit hield niet in dat de taak van
het CoLua eenvoudiger werd. Deelname van Nederland aan een West-Europese defensie leidde regelmatig tot aanpassing en versnelling van opbouwplannen. Het ontbreken van voldoende financiële middelen
kwam de gevechtswaarde van de lua niet ten goede.
Daarnaast had het commando te kampen met personeelstekort en ontbrak voldoende materieel. Desondanks wist het commando met een minimum aan beschikbare middelen resultaat te boeken en uit het
niets een omvangrijke lua-organisatie op te bouwen.
2 tl Hispano Suissa
Midden jaren vijftig was de lua uitgegroeid tot het
onderdeel van de KL met, na de infanterie, de grootste personeelssterkte. Grote oefeningen waarbij de lua als volledige evenknie van de KLu functioneerde, bevestigden de wezenlijke rol in de Nederlandse defensie. De omvangrijke opleidingscapaciteit leek een goede basis voor de toekomst te vormen. Dat de lua de jaren zestig
nauwelijks zou overleven kon toen niemand vermoeden.
Bron: 75 luchtdoelartillerie 1917—1992
Auteur: W.klinkert
Peelmail september 2016
25
100 jaar
Grondgebonden Luchtverdediging
Boek
“Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht”
“100 jaar grondgebonden luchtverdediging 1917-2017”
In 2017 vieren we het eeuwfeest van de grondgebonden luchtverdediging. Vanwege dit heugelijk
feit wordt er naast een Symposium en een Reünie een boek uitgebracht met als titel:
‘Verenigd op de grond, daadkrachtig in de lucht’
Al eerder zijn boeken over de grondgebonden luchtverdediging uitgebracht. In 1992 werd het boek ’75 jaar
Luchtdoelartillerie 1917-1992’ uitgegeven ter gelegenheid van
het 75 jarig bestaan van het Korps Luchtdoelartillerie. In 2009
werd de historie van de toen 50 jarige GGW belicht in het
boek ’50 jaar Groep Geleide Wapens’.
Waarom opnieuw een boek?
Dit nieuwe boek besteedt vooral aandacht aan de
ontwikkelingen van de laatste 25 jaar van de grondgebonden
luchtverdediging. Daarbij wordt de nadruk gelegd op
operationele inzet en de werkzaamheden en ervaringen van
de luchtverdedigers zelf en minder op de organisatorische
aspecten.
Verder zal verhoudingsgewijs veel aandacht worden besteed aan de historie van de Nederlandse
ground based air defense (GBAD)-eenheden ná de Koude Oorlog.
De volgende hoofdstuk verdeling zal worden gebruikt:
Hoofdstuk 1: De beginjaren (1917-1936)
Hoofdstuk 2: Uitbreiding en modernisering (1936-1940)
Hoofdstuk 3: Inzet in Nederlands-Indië (1930-1950)
Hoofdstuk 4: Koude oorlog (1950-1964)
Hoofdstuk 5: Koude oorlog (1964-1990)
Hoofdstuk 6: Post-Koude oorlog (1990-2001)
Hoofdstuk 7: Op weg naar het DGLC (2001-2017)
Het boek wordt rijk geïllustreerd met fotomateriaal en zal omstreeks mei 2017 verschijnen. De
prijs van het boek zal maximaal €27,50 bedragen (het aantal inschrijvingen bepaalt de prijs).
Heeft u interesse in dit schitterende boek dan kunt u zich nu
inschrijven zodat u als één van de eersten dit boek zal
ontvangen.
Door middel van een mail te sturen naar:
[email protected]
bent u gegarandeerd van een schitterend boekwerk.
Geef in de mail uw naam en aantal af te nemen exemplaren
aan.
Foto’s: Collectie NIMH
Peelmail september 2016
26
PRAKTIJKDAG MANOEUVRE
De foto’s zijn te vinden op
de N-schijf:
+DGLC-ALG/Foto activiteiten DGLC
Peelmail september 2016
27
DGLC INFODAG
+DGLC-ALG/Foto
activiteiten DGLC
Peelmail september 2016
28
EEMSHAVEN
Peelmail september 2016
29
Eens een luchtverdediger, altijd een luchtverdediger!
Donateursformulier
Ondergetekende:
Naam:
…………………………………….
Adres:
…………………………………….
Postcode:
…………………………………….
Woonplaats:
…………………………………….
Steunt de Stichting Historische Collectie Grondgebonden Luchtverdediging
op de volgende wijze:

Met een éénmalige gift € ……,…

Met een periodieke gift van gift € ……,… per maand/jaar*

Op andere wijze, namelijk ……………………………………………………………………………………………………….
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………….
………………………….
………………………
(datum)
(plaats)
…………………………..
(handtekening)
*doorhalen wat niet gewenst wordt
Ingevuld formulier per (dienst)post opsturen naar een van de twee onderstaande adressen:
Historische Collectie Grondgebonden Luchtverdediging
Luitenant-Generaal Bestkazerne
Historische Collectie
Grondgebonden Luchtverdediging
Ripseweg 1
5816 AC Vredepeel
Postbus 5034 MPC 88A
5800 GA Venray
of breng het gewoon even langs en neem meteen een kijkje!
NOOT: MAAK EEN COPIE TBV UW EIGEN ADMINISTRATIE
Historische Collectie Grondgebonden Luchtverdediging
T (0493)-598850  E [email protected]  I www.hcglvd.nl
BIC: INGBNL2A ▪ IBAN: NL83INGB0005244286 ▪ K.v.K. 14101034
Peelmail september 2016
30