0000446-03_16 Operatie op de afdeling

Download Report

Transcript 0000446-03_16 Operatie op de afdeling

Tijdens een gesprek met uw behandelend arts op de polikliniek is besproken dat u voor een
operatie wordt opgenomen op de afdeling Neurochirurgie. In deze folder leest u over de gang
van zaken rondom deze operatie.
Dag van opname
Bij binnenkomst in het Erasmus MC schrijft u zich in bij de Inschrijving in de Centrale Hal.
Nadat u bent ingeschreven wordt u doorverwezen naar het medicatie-opnamegesprek van
de apotheek om uw medicatie door te nemen. Ook als u geen medicatie gebruikt wordt u
hier verwacht. Hierna kunt u zich melden aan de balie op de afdeling Neurochirurgie, deze
afdeling bevindt zich in het H-gebouw op de 7e etage (7-Zuid). Een verpleegkundige voert
een opnamegesprek met u en beantwoordt uw vragen. Als u reeds op het Verpleegkundig
Opname Spreekuur (VOS) bent geweest, worden alleen eventuele veranderingen in uw
situatie aangepast. Er worden enkele controles gedaan zoals het opnemen van uw bloeddruk
en temperatuur. Ook wordt er bloed bij u afgenomen.
Op de opnamedag ziet u een co-assistent en/of een arts-assistent die u een aantal vragen
zal stellen en die bij u een aantal neurologische onderzoeken zal doen. Als u voor een
operatie wordt opgenomen komt de anesthesist bij u langs om u te informeren over de
anesthesie. Uw neurochirurg of een vervangend collega komt meestal de dag voor de
operatie bij u langs om eventuele vragen te beantwoorden, tenzij u recent voor uw operatie
nog op de polikliniek bent geweest.
Soms is voor de operatie nog een nieuwe MRI-scan of CT-scan nodig. Deze wordt dan op de
dag van opname gemaakt.
Operatie op de afdeling Neurochirurgie
Voorbereiding
Afhankelijk van welke operatie er bij u uitgevoerd zal worden, start u met medicatie.
Als uw operatie langere tijd gaat duren wordt Fraxiparine voorgeschreven. Fraxiparine is een
antistollingsmiddel, wat ervoor zorgt dat het samenklonteren van bloed wordt verminderd.
U krijgt Fraxiparine om de kans op trombose (verstopping van een ader) na de operatie te
verminderen. Na de operatie bent u namelijk gemiddeld één tot drie dagen minder mobiel
waardoor u een verhoogde kans op trombose heeft. Fraxiparine zal de avond voor de
operatie voor het eerst worden toegediend, de verpleegkundige injecteert dit in uw buik of
bovenbeen. Zodra u 3 uur per dag uit bed bent, wordt de Fraxiparine gestopt.
Soms, meestal bij operaties van hersentumoren, wordt het medicijn Dexamethason
voorgeschreven. Dexamethason vermindert de vochtophoping in uw hersenen, die meestal
wordt gezien rondom hersentumoren. De werking van Dexamethason begint binnen enkele
uren na inname van de eerste tablet en houdt geruime tijd aan. Dexamethason heeft
verschillende bijwerkingen, die vaker voorkomen bij een hogere dosis en langdurig gebruik:
toename van de eetlust en gewicht, ontstaan van een bol gezicht, verminderde afweer tegen
infecties en maagklachten. Ter voorkoming van maagklachten wordt bij het gebruik van een
hoge dosering Dexamethason een maagbeschermer voorgeschreven. Stop nooit uit eigen
beweging met Dexamethason of met de maagbeschermer en waarschuw bij maagklachten,
koorts of algemene ziekteverschijnselen. Dexamethason wordt na de operatie afgebouwd
volgens een schema dat u meekrijgt bij ontslag. Bij kortdurend gebruik zal de arts het na de
operatie direct stoppen, in dit geval is afbouwen niet nodig.
Dag van de operatie
Afhankelijk van het tijdstip van de operatie moet u op de dag van de operatie vanaf 0.00 uur
nuchter blijven (dat wil zeggen dat u niet meer mag eten en drinken). Wordt u later op de
dag geopereerd, dan zal de verpleegkundige u vertellen vanaf welk tijdstip u niet meer mag
eten en drinken.
Bij een operatie aan de schedel wordt het haar op de plaats waar de operatie uitgevoerd
wordt op de operatietafel verwijderd door de neurochirurg. Het is belangrijk dat u eventuele
nagellak of kunstnagels verwijderd heeft, zodat de bewakingsapparatuur, die op uw
nagelbed geplaatst wordt, goed functioneert.
Omdat u tijdens de narcose niet zelf ademt en geen slijm uit uw longen kunt ophoesten,
kunnen er rond een operatie gemakkelijk problemen met de longen ontstaan. Roken heeft
een slechte invloed op het functioneren van de longen rond een operatie en verhoogt daarmee de kans op het ontstaan van een longontsteking. Het is daarom verstandig om met het
roken te stoppen. Hoe eerder u voor de operatie stopt met roken, des te beter is de conditie
van uw longen rond de operatie.
2
De anesthesioloog maakt afspraken met u over het eventueel gebruik van een slaaptablet op
de avond vóór de operatie en over het eventueel innemen van een rustgevend tabletje op de
ochtend vóór de operatie. Als u medicatie gebuikt, zal de anesthesioloog beoordelen of u
hiermee moet doorgaan of dat de medicatie tijdelijk gestaakt moet worden.
De operatie
Op de dag voor de operatie hoort u hoe laat de operatie gepland staat. Dit tijdstip kan op de
dag zelf nog wijzigen als een eerdere operatie uitloopt of als er een spoedoperatie tussendoor
komt. De verpleegkundige zorgt op de operatiedag dat u op tijd klaar bent voor de operatie.
U krijgt een operatiejasje aan. Sieraden en eventuele protheses blijven op uw kamer.
Waardevolle spullen kunt u het beste thuis laten, maar kunnen eventueel achter slot
worden bewaard.
Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de holding, de plaats waar
patiënten wachten totdat zij naar de operatiekamer gebracht worden, waar de zorg door de
anesthesioloog overgenomen wordt. Het kan zijn dat deze anesthesioloog een andere is dan
u op de polikliniek heeft gesproken, maar ook deze anesthesioloog is volledig op de hoogte
van uw situatie. U krijgt voor de operatie altijd een infuus. Verder wordt u aangesloten op
een monitor, om onder andere uw hartslag en bloeddruk te bewaken. U wordt hierna in
slaap gebracht, door middel van medicatie via het infuus. U krijgt tevoren een kapje op uw
neus waardoor u ademt voor extra zuurstof. Zodra u onder narcose bent, plaatst de anesthesioloog via de mond een buisje in uw luchtpijp; via dit buisje wordt u aangesloten op het
beademingsapparaat. Nadat u onder narcose bent gebracht, zal de anesthesioloog meestal
een blaaskatheter inbrengen. Er wordt voor een blaaskatheter gekozen omdat u langere tijd
niet zelf in staat bent om te plassen. Via een blaaskatheter kan de urine tijdens uw operatie
aflopen. Omdat u dan al onder narcose bent, zult u van het plaatsen van deze katheter niets
merken. Het anesthesieteam waakt tijdens de gehele operatie over u.
Na de operatie
Na de operatie gaat u niet altijd meteen terug naar de afdeling Neurochirurgie, maar soms
eerst naar een afdeling waar u intensief wordt bewaakt. Op deze afdeling wordt, net als op
de verpleegafdeling, onder andere zeer regelmatig uw bewustzijn gecontroleerd, er wordt
gekeken of u uw armen en benen goed kunt bewegen en of uw spraak in orde is. Op deze
afdeling bent u aangesloten aan een monitor die continu uw hartslag en bloeddruk meet.
Is de verwachting dat de intensieve bewaking slechts voor één nacht nodig is, dan zult u
naar de Post Anaesthesia Care Unit (PACU) gaan. Wordt verwacht dat de intensieve
bewaking meerdere dagen en nachten nodig zal zijn, dan zult u naar de afdeling Intensive
Care (IC) gaan. De beslissing over de afdeling waar u na de operatie naar toe gaat, wordt door
de neurochirurgen en anesthesiologen in gezamenlijk overleg genomen. In principe wordt u
hierover de dag voor de operatie geïnformeerd.
3
Het moment waarop de narcose wordt beëindigd kan verschillend zijn: soms wordt het
beademingsbuisje op de operatiekamer verwijderd zodra de operatie klaar is. Soms is het
nodig om de hersenen nog wat ‘rust te gunnen’ en wordt besloten om u na de operatie nog
enige tijd onder narcose te houden en u op de PACU of IC wakker te laten worden. Dit hoeft
beslist niet te betekenen dat er een complicatie is opgetreden.
Na de operatie heeft de operateur, als dit van tevoren met u is afgesproken, een gesprek met
uw naaste(n), dit kan telefonisch of op de afdeling, waarin hij / zij kort het verloop van de
operatie vertelt. Zodra u goed wakker bent zal een van onze artsen u zien en onderzoeken.
Het kan zijn dat u na de operatie wat hees bent en keelpijn heeft als gevolg van het
beademingsbuisje. Ook kunt u last hebben van misselijkheid en braken, maar dit komt
tegenwoordig veel minder vaak voor dan vroeger. U kunt na de operatie tijdelijk wat
problemen hebben met uw geheugen of uw concentratie. Dit komt niet alleen door de
narcose, maar heeft ook te maken met de invloed die een operatie in zijn algemeenheid
heeft op de functies van lichaam en geest.
De eerste 24 uur na de operatie zullen zeer regelmatig ‘neuro-controles’ uitgevoerd worden.
Bij deze controles wordt uw bewustzijn getest en kijkt de verpleegkundige of u alles nog
goed kunt bewegen. Ook zal er met een lampje in uw ogen geschenen worden om te kijken
of uw pupillen reageren op licht.
Zodra uw toestand het toelaat, wordt u teruggebracht naar de afdeling Neurochirurgie.
Terug op de afdeling
Eenmaal teruggekeerd op de afdeling neurochirurgie zal er allereerst gekeken worden naar
uw algehele conditie. Als u niet misselijk bent en/of inmiddels zelf wat gegeten en gedronken heeft, koppelt de verpleegkundige uw infuus af. Mogelijk blijft het infuus nog even
zitten, soms voor de zekerheid, soms vanwege een MRI-scan die ter controle na de operatie
plaatsvindt.
De herstelperiode
Zodra uw lichamelijke toestand het toelaat mag u uit bed, meestal mag dit dezelfde avond
nog of de dag na de operatie. Als u mag gaan mobiliseren, wordt ook de blaaskatheter
verwijderd. Belangrijk is dat u hierna weer spontaan plast. Wanneer u TED-kousen heeft
om trombose te voorkomen, dan mogen de kousen weer uit als u voldoende mobiel bent. U
bent voldoende mobiel als u 3 uur per dag uit bed kunt zijn.
De wond zal dagelijks door de verpleegkundige bekeken en verbonden worden. Afhankelijk
van de genezing van de wond, worden de hechtingen of agraves na 10 dagen verwijderd. Dit
gebeurt meestal bij uw huisarts.
4
Ontslag
Als het herstel probleemloos verloopt, kunt u na een aantal dagen naar huis. Gemiddeld
duurt een opname op de afdeling Neurochirurgie drie dagen.
Mocht er sprake zijn van complicaties of andere problemen, dan zal de opname langer duren
en kan het zijn dat u niet direct vanuit het ziekenhuis naar huis gaat:
-
Als u uit een ander ziekenhuis komt en een langere herstelperiode nodig heeft, wordt u
vaak teruggeplaatst naar het betreffende ziekenhuis en wordt vanuit dit ziekenhuis de
verdere zorg geregeld.
-
Mocht een herstelperiode in een revalidatiecentrum nodig zijn, dan wordt dit met de
-
Is er een herstelperiode in een verpleeghuis of verzorgingshuis nodig, dan wordt dit door
revalidatiearts besproken en aangevraagd.
een transferverpleegkundige van Bureau Nazorg geregeld. Tevens regelen zij eventuele
thuiszorg. Transferverpleegkundigen hebben kennis van en informatie over de mogelijkheden voor zorgverlening buiten ons ziekenhuis.
Bij uw ontslag krijgt u een afspraak voor de polikliniek mee. Meestal is dit zeven weken na
opname.
Als er bij u een tumor is verwijderd dan heeft er een weefselonderzoek plaatsgevonden,
waarvoor na ongeveer een week de uitslag volgt. Is de uitslag bekend voordat u naar huis
mag, dan wordt de uitslag op de afdeling met u besproken. U krijgt dan nog een polikliniek
afspraak mee voor na ongeveer 7 weken. Als de uitslag nog niet bekend is, krijgt u hiervoor
een polikliniek afspraak op korte termijn. Ook komt u daarnaast na ongeveer 7 weken terug
op de polikliniek. De zaalarts of physician assistent informeert uw huisarts schriftelijk over
uw behandeling in het ziekenhuis en uw gezondheidstoestand op het moment van ontslag.
Na ontslag
In de periode na uw ontslag uit het ziekenhuis tot aan de eerste poliklinische controle, is het
van belang dat u weet wat u kunt verwachten en waar u rekening mee moet houden.
Ontslag betekent nog niet dat u volledig hersteld bent. Allereerst zult u lichamelijk weer op
krachten moeten komen. Belangrijk is om er een regelmatig leefpatroon op na te houden en
goed te luisteren naar uw lichaam. Voordat u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, geeft de
zaalarts of physician assistent u informatie over mogelijke klachten die kunnen optreden als
gevolg van de operatie. Deze mogelijke klachten én specifieke adviezen voor thuis vindt u
terug in de informatiefolder over het ziektebeeld wat op u van toepassing is.
Nazorg
De poliklinische nazorg is onder andere afhankelijk van het soort operatie, en indien er een
tumor is verwijderd, van de uitslag van het weefselonderzoek en de nabehandeling. Als er
geen nabehandeling volgt, worden met u afspraken gemaakt over de poliklinische controles
en eventuele scans ter controle, afhankelijk van uw ziektebeeld.
5
Het zal de nodige tijd kosten om uw ziekte en de gevolgen daarvan te verwerken. Het
uitwisselen van ervaringen met patiënten en directe naasten die in een vergelijkbare
situatie verkeren kan daarbij een steun zijn. Dit is mogelijk via patiëntenverenigingen.
Deze verenigingen brengen lotgenoten en hun directe naaste(n) samen, geven u emotioneel
een steuntje in de rug, verzorgen voorlichtingen en bieden praktische adviezen.
Emotionele problemen kunnen niet alleen ontstaan door het verwerkingsproces, maar bij
bijvoorbeeld een hersentumor kan een verminderde hersenfunctie ook storingen in het
emotionele en/of in het denkvermogen teweeg brengen. Hierdoor kunnen misverstanden
ontstaan die tot extra spanningen leiden tussen de patiënt en de mensen in zijn of haar
omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen die dicht bij u staat, zo volledig mogelijk
is ingelicht over de veranderingen die een ziekte en/of hersentumor teweeg kunnen
brengen. Wilt u extra informatie hierover of begeleiding, dan kunt u contact opnemen met
ons verpleegkundig spreekuur (zie telefoonnummer onder “vragen”). Deze verpleegkundige
kan indien nodig een afspraak regelen met onze nurse practitioner of met een medisch
maatschappelijk werker van het ziekenhuis.
Vragen
Mochten er tijdens de periode tussen uw polikliniekbezoek en uw opname vragen zijn over
bijvoorbeeld de opname, operatie en dergelijke of als uw situatie verslechtert, dan kunt u
contact met ons opnemen:
Als u wilt weten wanneer uw operatie gaat plaatsvinden:
Planbureau Neurochirurgie,
telefoonnummer (010) 703 36 89, bereikbaar maandag t/m donderdag van 13.00u-15.00u
Als u gezondheidsklachten heeft voor of na uw opname óf als u vragen heeft:
Verpleegkundig spreekuur,
telefoonnummer 06 34860549, bereikbaar maandag t/m vrijdag van 09.00u-10.00u
Buiten de tijden van het verpleegkundig spreekuur:
Polikliniek Neurochirurgie,
telefoonnummer (010) 704 01 29, bereikbaar maandag t/m vrijdag van 08.30u-16.00u
Buiten kantoortijden:
Afdeling Neurochirurgie,
telefoonnummer (010) 703 32 36
6
Vragen en aantekeningen
7
www.erasmusmc.nl
0000446
© Erasmus MC - Patiëntencommunicatie - 03/16
Aan de inhoud van deze folder kunnen geen rechten worden ontleend