Lees meer - Doopsgezind.nl

Download Report

Transcript Lees meer - Doopsgezind.nl

04
2016
Koningsnummer
foto Jan Versweyveld (eigendom Toneelgroep Amsterdam)
april 2016 | Algemene Doopsgezinde Sociëteit
uitgelicht
vooraf
eerste lustrum
Geweldloze communicatie
Actief bijdragen aan vrede en een
vreedzame omgang met elkaar.
Vanuit die gedachte startte in 2011 in
Almere de cursus Geweldloos Communiceren, een samenwerkingsproject
van de doopsgezinde gemeente en
Inloophuis De Ruimte. De belangstelling was overweldigend en er
volgden dan ook snel meer cursussen. In totaal zijn inmiddels meer dan
dertig cursussen gegeven, waar in
totaal 250 personen aan deelnamen.
Het model voor geweldloos of
‘verbindend’ communiceren is
ontwikkeld door Marshall Rosenberg,
die werd geïnspireerd door onder
meer Mahatma Gandhi en Martin
Luther King. Geweldloos communiceren richt zich op het oplossen of
het voorkomen van conflicten en
conflictsituaties, waarbij de elementen waarneming, gevoel, behoefte en
verzoek van belang zijn. De jakhals en
de giraffe staan daarbij symbool voor
verschillende manieren van communiceren.
Het eerste lustrum van Geweldloos
Communiceren in Almere wordt op
zaterdag 16 april gevierd met oudcursisten en trainers. Zij komen bij
elkaar voor ontmoeting en uitwisseling van praktijkervaringen.
Op het programma staan onder
meer workshops en een lezing over
De Vreedzame School door Joost de
Bruin, directeur van basisschool
Syncope in Muziekwijk Almere.
De cursus is met name opgezet als
dienst aan de inwoners van Almere.
Inmiddels vindt Geweldloos Communiceren navolging op andere
plaatsen in Doopsgezind Nederland.
In het volgende nummer van
Doopsgezind NL leest u hier meer
over.
Meer informatie op:
www.geweldlooscommuniceren.info
advertentie
Donatus ver zekert
vert ro uwd
Donatus verzekert kerkgebouwen en wat daar
bij hoort, zoals ruimtes voor kinderopvang,
doopvonten, kanselbijbels en orgels. Donatus
is een betrokken specialist. Klein genoeg om
u persoonlijk van dienst te zijn. Groot genoeg
om uw verzekeringsbelangen aan toe te vertrouwen. Samen met u zorgen we ervoor dat
wat waardevol is, behouden blijft voor onze
kinderen en hun kinderen en hun kinderen…
w w w .donat us.nl t el. 073 - 5221700
inhoud
Iedereen staat te wachten tot Hij binnenkomt. Kopje in de
hand, het lepeltje lichtelijk nerveus door de koffie roerend.
Er worden gesprekjes gevoerd, maar niet met volle aandacht. Want straks komt Hij. Op voorhand heb ik mezelf
nog zo voorgehouden dat het zo bijzonder niet is. Ook
Hij is gewoon een mens. Die ’s avonds gaat slapen in een
pyjama, die weleens een mop vertelt die niet zo leuk is
en die ook gewoon naar de wc moet. En die net als alle
andere stervelingen, op een dag, ooit… Dan verandert
plots de sfeer in het lokaaltje. De deur gaat open. Iedereen
gaat een beetje meer rechtop staan, probeert zo normaal
mogelijk te doen. Alle ogen loeren dezelfde kant op.
Hij is er. Cruyff.
Hij komt een naar hem genoemd trapveldje openen
op De Regenboog, een school voor lichamelijk en meervoudig gehandicapte kinderen. De plaatselijke profclub
verleent haar medewerking aan de opening en omdat ik
daar ga over ‘maatschappelijke dingen’ mag ik er bij zijn,
samen met een paar van onze voetballers. Niet één van
de kinderen herkent ze. Cruyff wel en hij komt een
gesprekje aanknopen. Ik pers er vlug een zin tussendoor,
over hoe belangrijk we het vinden om initiatieven als deze
te ondersteunen. Zo is het ook zo ongeveer met koningen
(m/v), vermoed ik. Je weet dat het gewone mensen zijn,
met als enige bijzondere eigenschap dat ze in een royale
wieg geboren zijn. Maar toch…
En toen werd het Pasen. Ik sta voor de kerkdeur te
wachten op de laatste bezoekers, als een man resoluut
mijn kant op beent en vraagt of ik ook geloof dat God
de sadist is. Ik antwoord ontkennend en krijg een tekst
geciteerd die ik op de gok in het bijbelboek Openbaringen
plaats. De man komt nog twee keer terug met meer
leestips en verdwijnt weer. Even later, tijdens de dienst,
valt mijn oog op een lied en denk ik terug aan de man.
Verheug u, gij dochter van Sion. (…) Uw koning rijdt binnen,
het rijk gaat beginnen. (…) Rechtvaardig, zachtmoedig, de
aarde zal spoedig een bloeiende tuin zijn van vrede en recht,
de Heer heeft het heden gezegd. Als Hij komt, als het nog
eens wat wordt met dat Koninkrijk, dan staan we vast niet
met kopjes koffie te wachten tot Hij door de deur komt.
Dan komt Hij niet met groot vertoon of een mantel of
een kroon. Maar zomaar, onverwacht, op een ochtend
in de Mennokapel. Ik ga me toch maar eens in Openbaringen verdiepen. Je weet maar nooit.
Johan Tempelaar
Coördinator communicatie ads
[email protected]
5 12
16 24
5
Koningschap als drama
Toneelgroep Amsterdam speelt Kings of war
12 David 2.0
De ene koning is de andere niet
16Godsdienstvrijheid
Doopsgezinden en het verhaal van Oranje
24 Uit volle borst
Het Wilhelmus in de liturgie?
en verder…
4ingekomen
9 de vreemde vrijheid
Inauguratie Laurens ten Kate
10 de Schepper
Hans de meubelmaker
14WereldWerk
Muziekonderwijs in gevaar
18 boeken & bladen
20 mondig en bondig
Relie Koning-van Reenen
22 verhalen van Franciscus
Tentoonstelling Catherijneconvent
23kort
ingekomen
Kings of war
Vermaningspad 2016
De doopsgezinde gemeenten van de
Ring Waterland organiseren dit jaar
het Vermaningspad, te houden op
Hemelvaartsdag 5 mei.
De deelnemende vermaningen zijn
open tussen 9.30 uur en 16.00 uur,
waarbij in De Rijp de dag om 16.00
uur met een vesperdienst wordt
afgesloten. Een fiets- en een autoroute van ongeveer 45 km is samengesteld die langs alle vermaningen
voert.
De volgorde is: De Rijp > OostGraftdijk > Purmerend > Middelie >
Noord Beemster/Oosthuizen >
De Rijp. U kunt echter ook starten in
Purmerend of Middelie.
Het zijn prachtige routes die u voeren
door het land van Leeghwater, langs
de polders De Beemster, de Purmer
en de Eilandspolder, en een stukje
Stelling van Amsterdam. Met uiteraard veel water, rietkragen, oneindige
vergezichten, ringvaarten, molens en
weidevogels. Bovendien houden in
de Beemster de meeste bedrijven op
Hemelvaartsdag open dag, zodat u
vrijwel overal een kijkje kunt nemen.
Locaties
De deelnemende Vermaningen zijn:
>doopsgezinde gemeente De Rijp
Jan Boonplein 18 | De Rijp
>doopsgezinde gemeente
Oostgraftdijk 27 | Oost-Graftdijk
>doopsgezinde gemeente
Purmerend
Julianastraat 7 | Purmerend
>doopsgezinde gemeente
Middelie 79 | Middelie
>doopsgezinde gemeente
Noord-Beemster/Oosthuizen
Middenweg 86 | Beemster
blinde vlekken
Schrijf mee!
De doopsgezinde geloofsgemeenschap gaat in het
seizoen 2016/2017 aan de slag met het thema Blinde
Vlekken. Na het lopende doopsgezinde jaarthema Geroepen
om te leven, dat draait om het ervaren van de vreugde van
het leven en de schepping, wordt de blik nu gericht op
datgene wat het gezegende leven in de weg zit, wat ons
hindert op onze pelgrimage van vrede.
We richten onze ogen op het lijden in de wereld, op het
geweld en het kwaad. Niet alleen ver weg, maar ook dichtbij, in onze eigen maatschappij, onze geloofsgemeenschap, onszelf. Hebben wij hier oog voor, of leven we
eraan voorbij? We kijken wel, maar wat zien we eigenlijk?
Waar zijn we blind voor, wat zijn onze blinde vlekken?
Wat zien we niet en een ander juist wel? Maar ook: waar
kunnen onze ogen voor opengaan, wat durven we onder
ogen te zien? In hoeverre zijn we bereid en in staat om
los te laten wat ons in de weg zit? Welk licht valt er zo op
ons leven?
We dagen u uit om in pen of toetsenbord te klimmen en
bij dit thema een persoonlijk stuk te schrijven. De bijdragen kunnen worden gebruikt in het themaboekje dat
in september bij het jaarthema verschijnt. De inzendingen
worden beoordeeld door Machteld Stam (consulent
Praktische informatie:
>starten vanaf 9.30 uur
>fietsverhuur: bij hotel De Rijper
Eilanden | Zuiddijk 2a | De Rijp
06 21 98 69 70. Vooraf reserveren
gewenst.
Of bij ov-fietskluizen
Stationsweg 1 | Purmerend
Daar zijn enkele exemplaren
>een programmaboekje met route beschrijvingen is in alle verma ningen beschikbaar.
>op elke locatie is er koffie, thee
of een sapje, met iets erbij.
In Purmerend zullen soep en
broodjes verkrijgbaar zijn.
>afsluiting om 16.00 uur in De Rijp
met een vesperdienst o.l.v. ds. Jaap
Klanderman.
Voor verdere informatie kunt u contact
opnemen met Erica Ernsting:
0299 43 43 69 | [email protected]
Koningschap als drama >>
gemeenteopbouw ads), Gerke van Hiele (voorganger
Arboretumkerk), Dirk Visser (journalist, o.m. anp) en
Johan Tempelaar (hoofdredacteur Doopsgezind NL).
Bijdragen mogen maximaal 500 woorden bedragen. Inzenden
voor 1 juni 2016 naar [email protected]
Frits Kuiper
Nieuw boek kan besteld
Frits Kuiper was de meest markante en dwarse doperse
theoloog van de twintigste eeuw. Felle socialist, verzetsman, met al vóór 1940 grote aandacht voor de theologie
van Karl Barth en vooral voor de prominente plaats van
het jodendom en land en volk van Israël in de christelijke
theologie. Deze nieuwe uitgave bevat bijdragen over
Kuipers leven en werk en een selectie van omstreeks
125 brieven aan familie, leerlingen, vrienden en bekenden,
alsmede aan beroemde theologen zoals Karl Barth en
Heiko Miskotte.
Frits Kuiper (1898-1974) – doopsgezind theoloog. Voordrachten
en getuigenissen over Kuiper en een selectie van zijn brieven,
redactie: Alle G. Hoekema en Pieter Post, uitgeverij Verloren,
€ 29,–
Het boek is te bestellen via www.verloren.nl
4
5
foto Jan Versweyveld (eigendom Toneelgroep Amsterdam)
interview
‘Elke koning heeft iets
menselijks. Elke koning heeft
een eigen verhaal.’ Toneelgroep
Amsterdam-dramaturg Peter
van Kraaij praat over Henry V,
Henry VI en Richard III alsof
hij ze persoonlijk heeft gekend.
Kings of war van Toneelgroep Amsterdam ging in juni 2015 tijdens
de Wiener Festwochen in première. In april 2016 speelt de voorstelling
nog in Londen. Volgend seizoen zal de voorstelling in reprise gaan.
Houd voor de speeldata de website van Toneelgroep Amsterdam in
de gaten: www.tga.nl
Peter van Kraaij (1961) is sinds 2007 één van de vaste dramaturgen van
Toneelgroep Amsterdam. In die functie staat hij aan de basis van succesvolle producties als Angels in America (07/08), La voix humaine (08/09),
Kinderen van de zon (09/10), The Fountainhead (13/14) en Medea (14/15).
In 2013 verscheen zijn eerste roman: Wat rest.
machthebbers, maar leidinggeven
aan een staat is nu eenmaal heel
complex. Die nuance wilden we
belichten. Zo lijkt Henry V tijdens het
al genoemde Mladic-moment een
doortastend warlord. Maar zodra de
camera uit is, is hij helemaal kapot
van wat hij zojuist heeft moeten
doen. Ook al was dat als leider het
beste.’
‘Een koning zou een verbindende factor moeten zijn’
tekst Kalle Brüsewitz
& Jan Willem Stenvers
foto’s Jan Versweyveld
(eigendom Toneelgroep
Amsterdam)
E
n dat is niet zo verwonder
lijk, want hij pluisde de
personages die Shakespeare
van hen maakte, tot op het
bot uit. Ze werden tot leven gebracht
in Kings of war, een theaterepos over
macht, leiderschap en persoonlijke
drama’s aan het hof. Aan de basis
van de viereneenhalf uur durende
voorstelling staan drie stukken van
William Shakespeare: Henry V, Henry
VI en Richard III. Drie verschillende
verhalen, maar allemaal spelend in
tijden van oorlog. Het was aan de
dramaturg om de stukken tot de kern
terug te brengen en ze met elkaar te
verbinden. Zo ontstond een verhaal
over de vele aspecten van koningschap. Een verhaal vol slechte en
machtsbeluste raadgevers en worstelingen met autoriteit, verantwoordelijkheid en persoonlijkheid.
De originele teksten van Shakespeare
zijn omwille van de tijd en spanning
flink ingekort. Maar het script telt
slechts één zin die niet in de oorspronkelijke teksten voorkomt – tijdens een
ingebeeld telefoongesprek van
Richard III met de Duitse bonds-
6
kanselier Angela Merkel. Er wordt wel
meer gespeeld met heden en verleden, via verwijzingen naar huidige
machthebbers en -structuren. Oorlog
vormt steeds de achtergrond, maar er
is geprobeerd historische referenties
naar de Honderdjarige oorlog en de
Rozenoorlog tot een minimum te
beperken. Er is bijvoorbeeld een hele
harde speech van Henry V recht in de
camera, geïnspireerd op een speech
van de Bosnisch-Servische generaal
Mladic. ‘Het was ook niet de bedoeling een feitelijk juist drama neer te
zetten’, vertelt Van Kraaij. ‘De drie
stukken van Shakespeare zijn zelf
ook niet accuraat. Zo maakt hij van
Richard III een soort monster, terwijl
die in werkelijkheid ook heel veel
goede dingen heeft gedaan. Dat gaf
ons de vrijheid om de karakters wat
meer naar onze eigen hand te zetten.’
Hoe heeft u de koningen uiteindelijk
weergegeven?
‘Henry VI wordt afgeschilderd als een
zwak leider, een man met een hoge
morele standaard maar een totaal
gebrek aan politiek inzicht. Hij gaat
gebukt onder zijn strenge geloof
en omringt zich met verkeerde en
slechte raadgevers. Hij is een machthebber tegen wil en dank en heel
kwetsbaar. Dat verhaal is het middelste, maar het beginpunt van Kings of
war. De andere delen hebben we daar
tegenover gezet. Henry V wordt in
Engeland gezien als het prototype
van een geslaagd en succesvol staatsman. Hij groeit in zijn rol: van jeugdige losbol wordt hij een verantwoordelijk leider die zijn rijk uiteindelijk
door een zware periode heen leidt.
De tegenstelling met zijn zoon Henry
VI kan bijna niet groter. Van beiden
laten we zien dat ze kwetsbaar zijn,
maar Henry V toont zich naar de
buitenwereld toe veel meer een
leider. Dan is het natuurlijk interessant om Richard III daar tegenover te
zetten. Een totaal egocentrische,
megalomane en bange man die
uitgroeit tot een despoot en een
extreem gewelddadig machthebber.
Zo krijg je een glimp van de verschillende facetten van het koningschap.’
Waarom wilden jullie die facetten
op die manier belichten?
‘Onze regisseur Ivo van Hove is erg
geïnteresseerd in leiderschap. Het is
heel makkelijk om te schieten op de
Het decor bestaat uit ruimtes,
gangen en schermen. Op welke
manier draagt dat bij aan de
voorstelling?
‘De basis wordt gevormd door de
ruimte vooraan, een soort war room.
Alle koningen hebben daar hun
centrale plek. Daarachter zijn eindeloze witte gangen waar de hoofdrolspelers letterlijk en figuurlijk ronddwalen. Henry V zit veel in zijn hoofd.
Bij hem fungeert de war room als een
plaats waar hij veel alleen is, terwijl in
de gangen de buitenwereld raast.
Henry VI is onzeker en laat zich
leiden door alles en iedereen.
Bij hem is de centrale ruimte een
soort parlement waar iedereen maar
in en uit loopt. De gangen zijn juist
veel meer onderdeel van zijn
gedachten: hij dwaalt daar in slow
motion rond tussen feestgangers en
schapen. Richard III tot slot sluit
letterlijk alles af. De in- en uitgangen
naar de war room gaan letterlijk met
zware deuren dicht. Hij sluit zich af
zowel van de buitenwereld als van zijn
binnenwereld, en is alleen met zichzelf. Het toneelstuk bevat een cyclus
waarin de wereld eerst een gerucht is,
dan in alle heftigheid binnendringt
en vervolgens totaal buitengehouden
wordt.’
Op een bepaald moment is de war
room een soort tearoom waar
aandachtig een taart wordt
verdeeld.
‘Dat is een overgang, een korte periode van vrede voordat Richard III een
burgeroorlog ontketent. Er heerst
relatieve rust, aan het hof wordt thee
gedronken en taart gegeten. Iedereen
krijgt letterlijk en figuurlijk zijn of
haar gelijke deel. Het is een soort
stilte voor de storm. Het publiek weet
dat Richard III vlak daarna aan de
macht komt. En hoe dat afloopt is
bekend.’
Heeft u na deze productie nu een
idee van wat goed koningschap is?
‘Er is geen antwoord op die vraag.
Elke koning is een ander mens met
een eigen karakter, die op zijn manier
een land probeert te besturen.
Koningschap is een lot, soms een
noodlot, dat iedereen op zijn manier
probeert te dragen. De een vanuit een
hoge morele standaard, de ander
vanuit angst, weer een ander vanuit
liefde. Dat maakt dat het fenomeen
koningschap zich op verschillende
manieren laat herkennen.’
Veel herkenning zit hem in de
rituelen, toch?
‘Daarom maken we ook gebruik van
een kroon en een mantel. Daarom
zijn de kroningen ook nagenoeg
hetzelfde, zodat de mensen het
gebeuren herkennen als kroning.
En het maakt de personages voor
het publiek herkenbaar als koning.
Ivo van Hove wilde de voorstelling
uitdrukkelijk structureren rond de
rituelen van kroning, begrafenis,
huwelijk.’
De koning is legitiem koning
vanwege de kroon, niet vanwege
zijn leiderschapskwaliteiten.
‘Dat maakt het juist zo fascinerend.
Over heel Kings of war hangt de
schaduw van niet-legitiem koningschap. Henry IV greep ooit de macht
en zorgde er daarmee voor dat zijn
zoon Henry V die automatisch ook
kreeg. Terwijl hij niet per se een
‘geboren’ leider was. Maar misschien
is dat ook helemaal geen vereiste
voor goed koningschap.’
Wat zijn dan wel belangrijke
vereisten?
‘Raadgevers en vertrouwelingen zijn
heel belangrijk. Henry V kan op
goede mensen bouwen, waardoor hij
met zijn krachtige persoonlijkheid
uitgroeit tot een sterk leider. Richard
III laat zich daarentegen door niemand tegenhouden, vermoordt
iedereen en keert volledig in zichzelf.
Daarom zie je alle deuren en doorgangen op het podium dichtgaan,
totdat hij helemaal alleen is en gek
wordt. Je zou dus kunnen zeggen dat
het belangrijkste voor een goede
koning is dat hij zich laat omringen
door de juiste mensen en zelf boven
de partijen staat. Een koning zou een
verbindende factor moeten zijn.’ <<
7
inauguratie
Dopersduin
Pin
Wees welkom
n
e
r
e
kst
ma
16 me
i
De vreemde vrijheid
foto Kirsten den Boef
Op zoek naar nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid
en in de 21ste eeuw. Dat is het vertrekpunt van Laurens
ten Kate bij de inaugurele rede die hij op 11 mei
‘De vreemde vrijheid en de vreemde
uitspreekt.
In 2009 zingt de cabaretier Herman
t/
mei
vr 1 3
m
Met passende zorg, langer
zelfstandig en thuis bij Oldael
Zorggroep Oldael beheert twee woonzorgcentra
in goede wijken in Den Haag, met ruime appartementen, een eigen keuken en begeleiding, zorg
en verpleging op maat. U bent van harte welkom
voor een rondleiding in Aelbrecht van Beijeren
(Benoordenhout) en Oldeslo (Duttendel).
~ v.a. €115,- p.p.
Bel voor een afspraak of meer informatie met
onze cliëntadviseur op 070 - 530 05 08
Oorsprongweg 3
1871 HA Schoorl
tel. 072 509 12 74
dopersduin.nl
www.oldael.nl
L
aurens ten Kate spreekt
deze rede uit in verband
met zijn benoeming als
bijzonder hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme
aan de Universiteit van Humanistiek
te Utrecht.
‘Hoe is die vreemde vrijheid van het
scheppen mogelijk in een tijd van
ideologieën die de mensen in hun
greep houden?’
Deze vraag van de Franse schrijver en
denker Albert Camus, geformuleerd
in een lezing in 1954, klinkt ruim zestig jaar later heel anders. De ideologieën waar Camus naar verwijst
hebben immers grotendeels afgedaan. De mens is vrijer dan ooit; de
enige ideologie die ons resteert is die
van de wereld als neoliberale markt.
Toch is de vraag naar een andere
vrijheid, die Camus als ‘scheppen’
aanduidt, actueler dan ooit. Camus
is iets op het spoor: vrijheid is een
confrontatie met het vreemde, in
de wereld,
in onszelf.
Daarom
noemt hij haar
‘vreemde vrijheid’.
Finkers in zijn programma Na de
pauze een liedje getiteld: Dus daarboven in de hemel. Dat maakt hem
volgens velen onmiddellijk tot ‘de
belangrijkste theoloog van Twente’.
Finkers verheldert de ‘vreemde vrijheid van het scheppen’ op een
speelse manier: de hemel hebben
we verzonnen… maar als zodanig
bestaat hij. Wie de hemel bezingt, laat
hem in dat zingen opengaan. In deze
vreemde vrijheid worden feit en fictie
op elkaar betrokken. Hun onderlinge
tegenstelling, tot grote hoogte
gebracht in de moderne cultuur,
wordt op het spel gezet. En dat maakt
het noodzakelijk ons denken over
religie radicaal te herzien. Want
religie is misschien iets heel anders
dan de zekerheid dat er een God en
een hemel bestaan. Natuurlijk
‘bestaan’ ze, maar dan in
ons handelen en spreken,
in ons zingen, hier en nu.
mens zoals die klinken bij Camus en
Finkers’, zo licht Laurens ten Kate toe,
‘zijn ook de vrijheid die klinkt in het
woord ‘vrijzinnigheid’ en de mens
die klinkt in het woord ‘humanisme’.
In mijn inaugurele rede onderzoek ik
de mogelijkheden om het begrip
vrijheid van een nieuwe, tegendraadse betekenis te voorzien. Ik vertrek
vanuit de these dat het neoliberalisme een radicale consequentie is
van de moderne cultuur, dat uitgaat
van de idee dat menselijke vrijheid
gelijk staat aan zelfverwerkelijking
en zelfontplooiing. Ik analyseer de
schijnbare vanzelfsprekendheid van
deze werkelijkheid kritisch, als zijnde
een vorm van religie. Ik kritiseer dat
moderne vrijheidsbegrip, maar laat
ook zien dat de wortels ervan mede
liggen in het christendom, en breder:
in de monotheïstische tradities.
Vervolgens verken ik de mogelijkheden om een ander vrijheidsbegrip
te ontwikkelen. Deze vrijheid bestaat
juist in de ervaring van, en de blootstelling aan, de grenzen van het ‘zelf ’,
en verwijst naar de transcendentie
van de vrijheid.’ <<
De leerstoel Vrijzinnige
religiositeit en humanisme
is geïnitieerd door de Stichting
Stimulering Vrijzinnig
Gedachtengoed, die het vrijzinnig denken en handelen
in de Nederlandse samenleving wil bevorderen. Deze
Stichting is een gezamenlijk
initiatief van Vrijzinnigen
Nederland, de Algemene
Doopsgezinde Sociëteit en de
Remonstrantse Broederschap.
De inaugurele rede van
Laurens ten Kate wordt
gehouden op woensdag
11 mei, aanvang 15.00 uur,
en is vrij toegankelijk voor
alle geïnteresseerden.
Academiegebouw
Hogeschool Utrecht
Domplein 29 | Utrecht
9
de Schepper
liefde voor het ambacht
Hans de meubelmaker
In het sjoeltje in Zuidlaren klinken vanaf de lessenaar en
voor de Heilige Ark lofprijzingen op de Schepper van het Al.
De schepper van de lessenaar en de Heilige Ark is timmerman
en restaurateur Hans de Jong uit Noordlaren.
tekst Tea G. Rienksma – foto’s Rienk van der Star
H
ij is een man die van
zijn hobby zijn werk
heeft gemaakt: oude
meubels restaureren
en nieuwe meubels maken. Aan de
rand van het dorpje Noordlaren, met
in de verte de schittering van het
Zuidlaardermeer, heeft Hans samen
met zijn vrouw Roelie al meer dan
dertig jaar een eigen bedrijf onder
de naam Quercus (Latijn voor eik).
De werkplaats staat vol met antieke
kasten, stoelen en bedden, al gerestaureerd of nog wachtend op een
restauratiebeurt. Nieuw zijn de
boekenmolens, de op de draaibank
gemaakte schaakstukken, de houten
dozen. Een eigenhandig gesneden
Jezus aan het kruis hangt aan de
muur. ‘Ik ben een overtuigd atheïst,
hoor’, zegt de maker bijna verontschuldigend. Het ruikt er naar was,
politoer en houtlijm. Hier wordt een
ambacht beoefend. Met veel liefde
voor het materiaal.
Hans de Jong werkte aanvankelijk
als tuin- en landschapsarchitect bij
de Provinciale Planologische Dienst
Drenthe. In zijn vrije tijd timmerde
hij voor de hele familie meubels.
Halverwege de twintig realiseerde hij
zich dat hij niet zijn hele leven ambtenaar wilde blijven. Door toeval kwam
hij terecht in de werkplaats van een
restaurateur en belandde hij in de
10
wereld van antiekhandelaren. Daar
ging hij werken en koos vervolgens
voor zijn eigen bedrijf. De Jong: ‘Ik
had in de avonduren de kunstacademie gedaan, maar ontdekte dat ik
helemaal geen kunst wilde maken.
Ik wilde vooral ambachtelijk bezig zijn
en zo mooie dingen maken. Hout is
levend materiaal en heeft een verhaal.
Bovendien zijn er heel veel verschillende soorten hout met verschillende
toepassingsmogelijkheden. Ik hou
ervan de grenzen op te zoeken van
die mogelijkheden.’ De Jong pakt een
stukje eikenhout. Hij legt uit dat het
kwartier gezaagd is en laat op de zijkant de jaarringen van de boom zien.
‘We hebben op dit stukje hout van
zeven centimeter 116 jaarringen
geteld. Het stukje komt uit een plank
van 35 centimeter, dus je kunt uitrekenen dat dit hout afkomstig is van
een boom die al bestond toen Columbus nog naar Amerika moest varen.’
Voor de synagoge van Zuidlaren
maakte Hans de Jong een verrijdbare
lessenaar van eikenhout en een kast
waar de Thorarollen in worden bewaard. Ook die kast is van eikenhout.
De ronde pilaren die als versiering
dienen van beide voorwerpen, zijn
gemaakt van iepenhout. ‘Iepenhout
splijt niet wanneer je een ronde vorm
maakt. Eikenhout doet dat meestal
wel – vraag me niet waarom. Bij het
restaureren moet ik daar goed op
letten. Voor het houtwerk in de synagoge moest ik rekening houden met
grote temperatuurverschillen. Daarom
heb ik oud eikenhout gebruikt.’ Hans
en Roelie de Jong werken al twintig
jaar voor de Groninger Studentenvereniging Vindicat. Voor het nieuwe
gebouw aan de oostkant van de Grote
Markt hebben zij diverse zalen ingericht, en stoelen, tafels en kasten
gemaakt. ‘Tja’, zegt Hans de Jong met
een grijns, ‘we moeten jaarlijks de
boel weer helemaal oplappen, want
de dames en heren studenten gaan
niet zachtzinnig om met hun spullen.’
Het echtpaar De Jong heeft met
hard werken een naam opgebouwd.
Maar wat zal de toekomst brengen?
Hans denkt dat het een uitstervend
beroep is. ‘We merken nu al dat het
steeds moeilijker wordt om aan
bepaalde materialen als kleurstoffen,
politoeren en beslag te komen. Straks
komen de meubels uit de 3d-printer.
Bovendien wordt alles tegenwoordig
in geld uitgedrukt. Dat kan met dit
werk niet. Zeker de helft van onze tijd
krijgen we niet terugverdiend. We
krijgen wel andere dingen terug,
zoals tevreden en dankbare klanten.
Bovendien zijn we eigen baas en
werken we mee aan het behoud van
cultureel erfgoed.’ Roelie vult aan:
‘We zeggen weleens dat dit ons kleine
klooster is. We zijn een rustpunt
voor veel mensen die hier graag
even langskomen om een praatje te
maken. We vinden het prima om hier
wat achteraf te zitten en zijn tevreden
met dit bestaan zo.’ <<
11
koningschap in de bijbel
tekst Wieteke van der Molen – foto Depositphotos
David 2.0
De ene koning is de andere niet. Zeker niet.
Je hebt er flapdrollen tussen. Maar ook
grote helden, spreekwoordelijke wijzen,
halve tovenaars, oorlogsmisdadigers.
N
ee, de ene koning is
bepaald de andere niet.
En dat was altijd al zo,
zelfs in bijbelse tijden.
Het hele koningschap is bijbels
gezien sowieso nogal een waagstuk.
Eigenlijk houdt de bijbel er niet van,
van koningen. Er is er immers maar
Eén? Eén koning der koningen. De
HEER zelf.
De fabel van Jotam in Richteren 9
laat onverbloemd de bijbelse afkeer
voor koningen blijken. In Deuteronomium wordt de macht van de koning
dusdanig gereguleerd dat hij vooral
dienend is en zijn koninklijke macht
niet kan botvieren op zijn volk.1 Ook
de profeet Samuël waarschuwt het
volk op niet mis te verstane wijze als
het volk een volk wil zijn als alle
andere volkeren en dus vraagt om
een koning.2 Saul, de allereerste
koning van het volk Israël ooit, valt
vrijwel meteen door de mand en
eindigt verdoemd. En zelfs Salomo,
politiek en economisch succesvol tot
en met, spreekwoordelijk wijs – zelfs
die Salomo krijgt achteraf nog een
veeg uit de pan vanwege zijn talloze
huwelijken met ‘vreemde’ vrouwen
12
Zo vroom dat het glazuur van je tanden spat
vrouw op het dak… en dat David dan
verliefd op haar wordt… Ja, want ook
koningen zijn net mensen. Ook
koningen worden verliefd. Zelfs in de
bijbel.
die hem met hun eigen godsdienst
beïnvloeden. Foei!
Nee, de ene bijbelse koning is echt
de andere niet. Het allermeest geldt
dat voor David. De ene David is
namelijk de andere David niet. Juist
in de bijbel niet. Het verhaal van
David wordt namelijk verteld in 1 en 2
Samuël en in de eerste hoofdstukken
van 1 Koningen, maar óók in 1 Kronieken. En dat is toch wel even een
ander verhaal. 1 en 2 Samuël vertellen
het hele wordingsverhaal van de
herdersjongen David die later koning
wordt. Het jongste broertje, de
muzikant, de dichter. De epische
strijder. Noem David en Goliath en
we hebben allemaal dat ene klassieke
plaatje op ons netvlies: een klein lelieblank roodhaartje dat tegenover de
enorme, zwaarbewapende, geharnaste, donkerharige reus Goliath
staat.3 Die David, David 1.0, is de
koning die in zijn ondergoed voor de
ark uit danst. Ook een beeld waar we
dol op zijn. Het is vertederend. David,
zo zeggen we dan, die hield zoveel
van God… het kon hem allemaal
niets schelen. Och, en dan dat
romantische stukje over de badende
door die voor te stellen als een
instelling van deze koning der koningen. Alles wat David ook maar een
beetje smeuïg en menselijk maakt is
zorgvuldig uitgegumd. Deze David
2.0 heeft ons beeld van een ideale
godvrezende koning gevormd.
Anderen zijn er naar gemodelleerd.12
En dat is zo. Ook koningen zijn
net mensen. Zeker David 1.0. Niets
menselijks is hem vreemd. Daarom
houden we zoveel van hem. Tegelijkertijd zijn het precies de écht
menselijke stukjes van die David die
we heel kies weglaten uit het preekrooster. Want David mag best verliefd
worden, oh ja. Maar dat David zo’n
koning was dat hij overspel pleegt,
gewoon omdat hij de koning is, dus
waarom niet?4 Dat hij vervolgens zijn
macht als koning misbruikt door haar
man te laten vermoorden als zij
zwanger van hem raakt? 5 Dat hij liegt
en bedriegt en bedreigt? 6 Dat hij als
een ware maffioso ‘protectie’ biedt
tegen betaling? 7 Een koning David
die niet ingrijpt als zijn oudste zoon
Amnon zich vergrijpt aan zijn halfzus
Tamar, Davids eigen dochter? 8 Een
David die jarenlang in oorlog is met
zijn eigen zoon Absalom? David 1.0 is
intrigerend, smeuïg, complex en echt
menselijk. Maar koninklijk? Niet
volgens onze huidige maatstaven,
nee.
Dat vonden ze in de tijd dat de
bijbel geschreven werd eigenlijk ook
al. En dus kwam er David 2.0, de
David van 1 Kronieken. Een David
waarvan de hele voorgeschiedenis,
dus voor zijn werkelijke koningschap,
zo wordt samengevat: ‘De geschiedenis van koning David is van het begin
tot het eind opgetekend in de geschriften van de ziener Samuël, de
profeet Natan en de schouwer Gad.’ 9
David 2.0 wordt niet gezalfd, er is
Ook bij ons is dit ideaalbeeld van
geen sprake van boevenstreken. Het
is een David die Goliath nooit ontmoet heeft. Een David die geen
Batseba gekend – of in bijbelse zin
bekend – heeft.10 Een David waarbij
de vuile was van alle familieruzies
keurig binnen wordt gehouden. Die
maar één zoon lijkt te hebben:
Salomo.
‘Ik ben een kroon op de mensheid,
door God zelf verheven…’ 11 De sympathieke schurk David opgepoetst tot
David 2.0. Werkelijk koninklijk. Zo
vroom dat het glazuur van je tanden
spat. Voorbeeldig. 1 Kronieken
gebruikt deze versie van David om
haar eigen ideale maatschappelijkeen tempelstructuur te legitimeren,
David als de grote Voorbeeldkoning
blijven hangen. Het beïnvloedt tot op
de dag van vandaag onze beoordeling
van alle koningen, in goed of slecht.
En net als 1 Kronieken lezen we het
liefst over de schurkachtige kant van
David heen. Past niet. Geef ons maar
David 2.0 met wat schattige zondagschoolverhalen die nog van David 1.0
overblijven. David 2.0, op één kleine
toevoeging van 1 Kronieken na. David
1.0 liet de overwonnen inwoners van
Ammon werken in steengroeven.
Slavenarbeid dus. Niet netjes, in
onze ogen. Conventie van Genève et
cetera. Maar in de ogen van 1 Kronieken was David hier veel te soft. De
tekst wordt ge-upgrade tot: ‘Hij liet
de inwoners buiten de stad brengen
en met steenzagen in stukken zagen
en met ijzeren houwelen doorklieven.’ 13 En hoe dol we ook zijn op die
brave, vrome, saaie David 2.0 van 1
Kronieken, dit past dan weer niet in
ons beeld van een ideale koning.
Daarom staat het ook nooit op het
leesrooster waarschijnlijk. David en
Goliath is dan ‘leerzamer’.
1 Deut. 17:14-20
2 1 Sam. 8
3 Of David inderdaad
degene was die Goliath
versloeg is onzeker. In 2
Sam. 21:19 wordt die
overwinning namelijk
toegewezen aan ene
Elchanan.
4 2 Sam. 11:4. Hoewel er
voor de goede orde nog wel
even gemeld wordt dat de
voorgeschreven tijd van
onthouding na haar
onreinheid gelukkig al
verstreken was. Want dat
moest er nog eens bijkomen
zeg!
5 2 Sam. 11:14 en verder
6 1 Sam. 27:7-12
7 1 Sam. 25:8
8 2 Sam. 13
9 1 Kronieken 29:29
10In 1 Kronieken heet ze
Batsua, en er wordt geen
woord gerept over de
hele onverkwikkelijke
voorgeschiedenis
11Vrij naar 1 Kronieken
17:17b
12Koning Arthur bijvoorbeeld
131 Kronieken 20:3
Ach ja. Zo zie je maar. Het ene beeld
van een koning is het andere niet.
Welke versie je ook neemt… <<
13
om gevoelens en gedachten te kanaliseren, nieuwe
woorden te vinden en zo de eigen identiteit te ontdekken.
>Een project met dove en slechthorende kinderen en
jongeren in de West Bank.
>Muziekworkshops voor kinderen met een geestelijke
beperking.
Deze programma’s hebben gemeenschappelijke uitgangspunten: hoop scheppen, saamhorigheid ontwikkelen en
meedoen op het eigen niveau.
Organisatie
Muziekonderwijs in gevaar
Voor Palestine Community Music is Fabienne van Eck, die
cello studeerde aan het conservatorium in Den Haag, de
projectmanager en de muziekcoach. Zij zet de grote lijnen
uit, heeft de artistieke leiding en legt verantwoording af
aan MwB. Haar collega Ahmad al Azzeh is manager in het
veld en trainer in geweldloosheid. Hij organiseert lokaal
de logistiek en verzorgt geweldloosheidtrainingen voor
iedereen die MwB opleidt en begeleidt in Palestine
Community Music.
Samenwerking
Het leven van kinderen in vluchtelingenkampen op de West
Bank in Palestina is vaak uitzichtloos. Er is veel pijn en verdriet.
Geweld kan dagelijks losbarsten en dat heeft een enorme
invloed. Terwijl deze kinderen gewoon verlangen naar een leven
zonder angst, zonder voortdurende dreiging. Een leven met
hoop voor de toekomst. tekst Pieter Kat – foto’s Musicians without Borders / Sounds of Palestine
R
uim zeven jaar geleden startte Musicians
without Borders het project Palestine
Community Music. Kinderen krijgen de
mogelijkheid hun trauma’s te verwerken door
muziek te maken, en zo hun gevoelens en frustraties op
een geweldloze manier te uiten. En trauma’s zijn er veel,
zoals bij Sadira (7 jaar) uit het vluchtelingenkamp Aida bij
Bethlehem. Zij zag hoe een jongetje werd neergeschoten
door een soldaat. Ze bleef huilen, was ontroostbaar, totdat ze werd opgenomen in de klas van coach Fabienne
van Eck. Daar kalmeerde ze langzamerhand, en overwon
de muziek haar tomeloze verdriet.
Het hoofddoel van het project is om door middel van
allerlei vormen van muziek de kinderen met elkaar te
verbinden, de wonden van de oorlog te helen en het weer
fijn te vinden om te leven. En dat lukt door steeds weer te
verlangen naar het samen muziek maken, en te voelen dat
ondanks alles muziek heel diep zit. Zo vertelde Faida
nadat ze een liedje met haar ogen dicht op de cello had
14
gespeeld haar juf: ‘Nu heb ik de muziek echt gevoeld!’
De taal van muziek spreekt daar waar woorden tekortschieten.
Programma
Musicians without Borders (MwB) houdt kantoor in
Amsterdam onder leiding van Laura Hassler. Sinds 2008
zijn diverse projectlijnen ontwikkeld in respons op lokale
behoeften en in nauwe samenwerking met lokale
muzikanten en organisaties:
>Trainingen voor leerkrachten, maatschappelijk werkers
en jonge culturele leiders in vluchtelingenkampen, op
het gebied van geweldloosheid en leiderschap in gemeen schapsmuziek (community music). De bedoeling is om
jongeren en kinderen na traumatische ervaringen weer
terug te brengen in de gemeenschap.
>Rap-project met rappers uit de kampen, bestaande uit
didactische training, uitwisseling met Nederlandse
rap-artiesten die jonge Palestijnse rappers opleiden, en
rap-projecten voor kinderen. Het rappen wordt gebruikt
In hetzelfde gebied, ook in vluchtelingenkampen in Bethlehem, werkt Sounds of Palestine, een project opgezet
door een Zwitserse organisatie. Er is een natuurlijke
samenwerking ontstaan met MwB. Sounds of Palestine
heeft Fabienne aangetrokken als cellolerares en muziekcoördinator, terwijl Ahmad is aangesteld als projectmanager. Zij werken dus voor beide organisaties in complementaire programma’s die elkaar versterken. Om het
beste van beide projecten bij elkaar te brengen hebben
Fabienne en Ahmad een nieuwe vorm bedacht: Musical
Playground. Hierin werken alle lokale trainers van beide
projecten samen, onder leiding van Fabienne en Ahmad.
Hele schoolpopulaties – kinderen, leerkrachten en
families – worden erbij betrokken met als doen het
gezamenlijk beleven van een muzikaal evenement. Een
belangrijke ontwikkeling, omdat zo zoveel mogelijk
kinderen en hun families bij het project betrokken raken.
De muziek staat steeds centraal en dat zorgt ervoor dat
de kinderen weerbaarder worden en eigenschappen
worden getraind die hen ondersteunen om een verantwoordelijk burger te worden.
Nieuwe plannen
Voor 2016 zijn de volgende plannen gemaakt:
>Uitbreiding van het lokale team van muziekworkshop leiders om meer kinderen te kunnen bereiken;
>Uitbreiding van muziektherapie voor kinderen met
een beperking;
>Uitbreiding van Musical Playground, o.a. in dorpjes
zonder stromend water, met het programma wash
(water-sanitatie-hygiëne). Daarin rappen en zingen de
kinderen over handen wassen, vrijwilligerswerk zoals
school en omgeving schoonmaken, en doen de
‘waterdruppeldans’: douchen met een druppeltje water.
Financiële situatie
Voor het totale programma in Palestina wordt over 2016
een bedrag van ruim € 71.000,– aan kosten geraamd.
De opbrengsten komen van vaste en eenmalige donateurs
en van fondsen. Doopsgezind WereldWerk stelt weer
€ 5.000,– ter beschikking. MwB investeert meer dan 93%
van de begroting direct in de projecten. Eén van de vaste
donateurs goed voor een jaarlijks bedrag van € 25.000,–
trekt zich na dit jaar terug. Dat brengt MwB in een
moeilijke situatie en de ambities voor uitbreiding van het
programma in gevaar. MwB zoekt daarom naar sponsors
die een meerjarige verbintenis willen aangaan en kijkt
samen met WereldWerk op welke manier doopsgezind
Nederland een rol kan spelen.
In overleg met MwB zijn wij tot het volgende gekomen:
>Gezamenlijk doopsgezinde fondsen benaderen;
>Doopsgezind NL en de website van Doopsgezind
WereldWerk benutten als pr-kanalen om het werk van
MwB onder de aandacht te brengen;
>Activiteiten:
• organiseren van benefietconcerten;
• beleggen van een gemeenteavond over MwB met een
presentatie in woord en beeld door Pieter Kat, en een
optreden van Sherwin Kirindongo met body percussion;
• ‘liken’ van de Facebookpagina van MwB;
• een oproep doen om via de website in te schrijven
op de nieuwsbrief van MwB;
• een oproep doen om donateur te worden
(met belastingaftrek);
• producten van de West Bank kopen bij Marijke Kruyt.
Oproep
Dit belangrijke werk mag niet in gevaar komen door
gebrek aan sponsoren! Wij kunnen de politieke situatie
niet oplossen, maar we kunnen wel helpen om het
prachtige werk van Musicians without Borders te ondersteunen, werk dat met hart en ziel wordt uitgevoerd.
Doopsgezind WereldWerk roept doopsgezind Nederland
op om de kinderen in Palestina niet in de steek te laten.
Geef u op als donateur en doe mee aan bovenvermelde
activiteiten. Laat deze jonge generatie niet verloren
gaan! <<
Giften kunnen worden
gestort op:
nl 11 ingb 0008 1148 42
t.a.v. Musicians without
Borders, Amsterdam.
Pieter Kat is te bereiken
via [email protected]
15
Huis van Oranje
Doopsgezinden en het verhaal van Oranje
Godsdienstvrijheid
Staat en religie zijn in Nederland veelal
gescheiden werelden. Geloof behoort
tot de persoonlijke levenssfeer. Mensen
moeten in vrijheid hun religie kunnen
belijden. Dat geldt in Nederland ook
voor de koning. tekst Alex Noord – illustraties Feiko Wouda
Berichten over het kerkbezoek van een Nederlands
staatshoofd worden dan ook slechts sporadisch gevonden. Kerkbezoek wordt terecht als een privézaak gezien.
Desondanks bestaat er van oudsher een band tussen de
protestantse religie en het Huis van Oranje. Tegenwoordig is het Nederlandse
koningshuis in principe lid
van de Protestantse Kerk
in Nederland. Van slechts
één Nederlandse
koningin – koningin
Juliana – is bekend
dat zij met enige regelmaat een doopsgezinde kerkdienst
bezocht. Dat deed zij overigens het liefst anoniem,
kerkbezoek was immers privé. De scheiding tussen kerk
en staat bleef dus geëerbiedigd.
Zo beschouwd is het verhaal van Oranje voor doopsgezinden nogal mager. Toch is er vanuit doopsgezind perspectief wel degelijk een omvangrijker verhaal te vertellen.
Doopsgezinden stelden als getolereerde minderheid in
het land namelijk keer op keer hun vertrouwen in de
Oranjes. Dat begon al in de zestiende eeuw, waarin op
verschillende momenten door doopsgezinden een beroep
werd gedaan op Willem van Oranje. Deze Oranjeprins
streed voor gewetensvrijheid. Hij kwam op voor doopsgezinden, bijvoorbeeld inzake kwesties als eed zweren en
wapens dragen, en riep op ‘huerlieden conscientie voirder
nijet te beswaren’. Het geweten is vrij, zo was de diepste
overtuiging van de prins: laat doopsgezinden dan ook in
vrijheid leven. Ook van prins Maurits is bekend dat hij de
doopsgezinden beschermde.
Tegenover deze support van de Oranjes stond overigens
wel geldelijke steun door doopsgezinden in de strijd
tegen de Spaanse overheersing. Er was dus sprake van
een win-winsituatie. In ruil voor hun geld werd doopsgezinden bescherming geboden en kregen zij bepaalde
vrijstellingen. Doopsgezinden stonden zo vanaf het begin
welwillend ten opzichte van staat en overheid. De overheid werd als een ‘dienaresse Gods’ gezien die je had te
eerbiedigen. Hoezeer wereldmijding ook een thema was
bij doopsgezinden, uiteindelijk zag men de overheid toch
als een werktuig in Gods hand.
Van bescherming naar gelijkberechtiging
In de zeventiende eeuw brak er, na een eeuw van vervolging, voor doopsgezinden een nieuw tijdperk aan. Er
volgde een proces van sociale aanpassing en stapsgewijze
integratie in de samenleving. De overheid moest het
goede in de samenleving bevorderen en het kwade straffen vonden de doopsgezinden, en tevens zorgen voor
rust, orde en veiligheid in het land. Die opvatting is terug
te vinden in doopsgezinde liedboeken uit de eerste helft
van de zeventiende eeuw. De prins en de onderdanen
werden in liederen en gebeden opgeroepen den quaden
te bedwinghen en den vroomen Godsdienst vry te laten zijn.
16
Een interessante doopsgezinde figuur in de latere
zeventiende eeuw was de arts, hoogleraar en schrijver
Govert Bidloo. Hij vormde samen met de etser en
tekenaar Romeyn de Hooghe een belangrijk propagandateam ten gunste van koning-stadhouder Willem III.
Verschillende pamfletten verschenen er van hun hand.
Later werd Bidloo aangesteld als lijfarts van de koningstadhouder en stond hij de vorst terzijde aan diens
sterfbed. Voor de doopsgezinde Bidloo was de Oranjevorst de beste garantie voor vrijheid, vrede en welvaart in
het land. Hij vertolkte daarmee de mening van het gros
van de doopsgezinden in de zeventiende eeuw: Oranje
was de beste bescherming die zij zich konden indenken.
Koning-stadhouder Willem III kwam overigens ook
daadwerkelijk op voor bedreigde doopsgezinden. Zo
stuurde hij in 1694 een brief naar zijn collega-vorst in
de Palts waarin hij de doopsgezinden roemde vanwege
hun ‘onderdanigen en vreedsame geest’. Deze daad
maakte koning-stadhouder Willem III onder doopsgezinden tot een legendarische figuur.
In de achttiende eeuw verlangden de doopsgezinden er
ten diepste naar eindelijk eens volledig mee te kunnen
doen in de samenleving. Nog altijd waren doopsgezinden
uitgesloten van overheidsambten. Dat stak. Werd het niet
eens tijd deze achterstelling op te heffen? Ondertussen
lieten doopsgezinden zich in allerlei genootschappen en
in het culturele leven niet onbetuigd. Zo speelden zij een
niet onaanzienlijke rol in het maatschappelijk leven. De
Utrechtse doopsgezinde dominee Marten Schagen
beschreef de ‘blijde komst en intrede’ in Utrecht van twee
stadhouders: Willem IV in 1747 en Willem V in 1766. Beide
keren werden ter ere van de nieuwe stadhouder een
indrukwekkende rijtoer en een feestelijk vuurwerk in de
stad gehouden. Schagen betoonde zich niet als enige een
enthousiast aanhanger van Oranje. Van meerdere doopsgezinde predikanten in de achttiende eeuw zijn toespraken bekend waarin zij de Oranjes bejubelden als
beschermers van de geloofsvrijheid en als garantie voor
de vrede, rust, en welvaart van het land. Pas later in de
achttiende eeuw sloeg de stemming om en kwam er een
meer kritische toon. De verzwakte stadhouder Willem V
werd verantwoordelijk gehouden voor de algehele malaise
in het land. Religieuze minderheden eisten eindelijk
gelijke berechtiging. Doopsgezinden sloten zich aan bij
de patriottenbeweging en de Bataafse Republiek werd
met instemming begroet.
Orangisme
Toch lijkt de patriottentijd slechts een korte onderbreking
te zijn van een langer verhaal van doopsgezinde Oranjeliefde. De Fransen hadden dan wel gelijkheid, vrijheid
en broederschap gebracht (ook de gelijkberechtiging van
doopsgezinden was nu een feit) – in het eerste decennium
van de negentiende eeuw nam
de teleurstelling over het
nieuwe bewind toe. De
Franse overheid dwong
sterke censuur af en ontpopte zich steeds meer als
onderdrukker. Van de vrijheid
bleef uiteindelijk niet veel meer over.
Zo draaide de doopsgezinde dominee
van Harlingen, Freerk Hoekstra, om als
een blad aan de boom. Van aanhanger
van de patriotten ontwikkelde hij zich
tot orangist. En beroemd werd de
Haarlemse schrijver en drukker
Adriaan Loosjes, die van vurig patriot
overtuigd Oranjeklant werd. Hij
schreef in 1813 een orangistisch liedboek waarin hij de
Oranjes in alle opgewektheid bezong.
Dit orangisme zou ook later in de negentiende eeuw
onder doopsgezinden een constante factor blijven. Geen
moeite was hen teveel om koning Willem I hulde te
bewijzen. Inmiddels was godsdienstvrijheid werkelijkheid
geworden; de versmade positie van ‘getolereerde’ godsdienst was verdwenen. Willem I zorgde als een goed
huisvader voor de onderdanen van zijn land. Met enthousiasme deden doopsgezinden dan ook mee aan de
opbouw van de nieuwe natie, het Koninkrijk der Nederlanden.
Zo bewaarden de doopsgezinden in de loop der eeuwen
een eigen verhaal van Oranje. In hun visie zorgden de
Oranjes voor vrede en veiligheid in het land en hadden
zij oog voor religieuze minderheden. Doopsgezinden
konden dankzij het Huis van Oranje in rust en zekerheid
leven. Dat een Nederlandse koningin in de twintigste
eeuw doopsgezinde kerkdiensten bezocht was dus in
zekere zin niet zo verwonderlijk. De Oranjes hadden
immers sinds Willem van Oranje een waakzaam oog
op hen gehouden? <<
17
boeken & bladen
braaf
Zalvende lofzang
Tricia Goyer is een Amerikaanse
schrijfster die het schrijven van
romans over de Amish ziet als Gods
plan met haar. Ze raakte geïnspireerd
door de Amish-levenswijze en schreef
naast romans ook een dagboek:
Amish levenskunst voor elke dag. Met
daarin veel Amish-spreuken, voor
iedere dag een bijbeltekst, een
praktische toepassing en een leuk
Amish-weetje. Het boek ziet er aantrekkelijk uit, maar is qua taal en in-
houd voor mij bepaald een uitdaging.
Na de bijbeltekst volgt een er enigszins met de haren bijgesleept Amishgebruik, en daarna een zalvende
afsluiting met een vraag ter overdenking. Er staan zinnen in als: ‘Veel
Amish moeders zullen met een loflied
op de lippen aan hun dagelijkse taken
beginnen…’ Over de voorjaarschoonmaak: ‘Wanneer we samen met
anderen schoonmaken… krijgen we
nieuwe energie. Onze aanbidding
zwelt nog meer aan als we de mensen
om ons heen ook God horen aanbidden… dan gaan we vanzelf nadenken over welke dingen God in ons
schoongemaakt wil hebben.’
Het boek is een lofzang op een traditionele eenvoudige levensstijl. Daar is
niets mis mee, maar al lezend begon
ik wel een beetje een hekel te krijgen
aan die brave Amish. ‘Amish katten
kotsen niet’, riep ik na een paar dagen
tegen mijn rode kater. Ook is de
schrijfster heel dankbaar dat er, als
gevolg van ‘de ongelofelijke honger
naar nieuw leven’, onder de Amish er
een ‘geestelijk ontwaken’ is ontstaan,
dankzij de opkomst van de Evangelicalen. Daar was ik al bang voor...
Er staan overigens ook leuke dingen
in, zoals het verschijnsel Ordnungzondag: twee keer per jaar neemt de
herkenning
Het boek Ik kom terug van Adriaan van Dis kwam op mijn pad als geschenk. Ik was benieuwd naar
Indië-ervaringen van ouderen. Wat kan oorlogstijd veel (negatieve) invloed hebben op iemands
verdere leven. Adriaans moeder maakte zowel de Tweede Wereldoorlog als Indië mee, maar zweeg in
alle talen over deze tijden, totdat ze eraan toe was om te overlijden. Van Dis beschrijft in dit boek de
geschiedenis van hemzelf en zijn moeder. Hoe zij opgroeide op de boerderij in Brabant en met haar
militaire echtgenoot meeging naar Indië. Aan het eind van haar leven, waarin natuur, spiritualiteit
en herinneringen blijven, wordt ze een moeder die veel aandacht eist. Adriaan bezoekt haar in het
verzorgingshuis vol zorg, maar ook met gemengde gevoelens. Het boek leest makkelijk en is zeer
inlevend geschreven.
Ik herken in de moeder mijn 88-jarige altijd stille vader, die beide periodes ook heeft meegemaakt.
Af en toe laat hij wat los over Indië, een indrukwekkende periode in zijn leven. En in Adriaan herken ik
mijn soms ongeduldige zelf. Er is wel een verschil met mijn vader: Adriaans moeder geloofde dat ze
terugkomt nadat ze gestorven is, dus moet haar appartement nog even blijven zoals het altijd geweest is.
AnneJet Bennink, Apeldoorn
Ik kom terug, Adriaan van Dis, uitgeverij Atlas Contact, € 24,99
18
voorganger met de gemeente de
kerkregels door. Dat duurt twee uur
en biedt een overzicht van wat wel en
niet mag. Ik weet niet of daar in
Nederland ongelofelijke honger naar
is, maar mij lijkt het een fantastisch
idee!
gids
Taal van het hart
door Dink Pfister
Amish levenskunst voor elke dag, Tricia
Goyer, uitgeverij Voorhoeve, € 22,50
overzicht
Steiner-adepten
De handelseditie van de oorspronkelijke dissertatie van Janine Verdonk
biedt een gedegen godsdienstantropologisch onderzoek naar de
Antroposofische beweging in Nederland. De antropologe kwam in aanraking met de antroposofie toen haar
kinderen naar de Vrije School gingen.
Later kreeg zij een mogelijkheid tot
onderzoek, en die spitste zij toe op
deze beweging. Hoe verhouden
hedendaagse geestverwanten van
Rudolf Steiner zich tot de steeds
meer individualiserende reli-markt?
Het boek biedt een keur aan achtergrondinformatie, over de beweging,
over Steiner, alsook een kort overzicht
van visies op religieuze bewegingen
in een tijd waarin het individu steeds
belangrijker wordt. De afwisseling
van literatuuronderzoek en theorie,
interviews en informatie opgedaan
door middel van participerende
observatie, houdt het geheel levendig.
Het is wel een beetje stug lezen – het
is en blijft een promotieonderzoek
natuurlijk, geen roman. Maar voor
mensen met een antroposofische
achtergrond is het zeker interessant.
Niet makkelijk misschien, maar dat is
het nooit als een ‘buitenstaander’
jouw manier van leven of overtuiging
onderzoekt en analyseert. Herkenning – oh ja, de seizoenstafels! – vervreemding, ontkenning, soms een
kwartje dat valt. Mensen die geen
idee hebben waar de antroposofie
vandaan komt, wat die inhoudt en
wat de moderne verschijningsvormen
zijn, krijgen met dit boek een gefundeerd beeld van een sympathieke
beweging van bewogen en betrokken
mensen. Dat die beweging ietwat
wereldvreemd en sektarisch aandoet
mag de pret niet drukken. Dat kan
tenslotte ook door de onderzoekstijl
komen, moet je maar denken.
door Wieteke van der Molen
Het denken van rabbijn, psychoanalyticus, filosoof en dichter MarcAlain Ouaknin is toegankelijk gemaakt in een handig boekje. Bedoeld
voor wie openstaat voor levensoptimisme, humor en confrontatie.
Je moet wel willen ‘lernen’, net als
Ouaknin zelf: kenner van kabbala,
chassidisme en de Talmoed. Ouaknins invloed reikt tot ver buiten de
joodse gemeenschap. Al waardeert
niet iedereen zijn humor. Want hij
zegt bijvoorbeeld: ‘Ik ben een
atheïstische rabbijn, God zij dank!’
En hij blijft maar vragen. Gelukkig
vanuit een diepe verwondering, ook
over zijn medemensen, over elkaar.
‘Er bestaat tussen de zielen van de
mensen een soort sympathie, een
interne band die alle vonkjes licht
die voortkomen uit dezelfde kern,
aan elkaar koppelt. Deze vonkjes licht,
en alleen zij, kunnen elkaar helpen en
beïnvloeden om tot gezamenlijk
herstel te komen.’ Al concludeert
Ouaknin: ‘Neen, de mensen zijn niet
genereuzer en intelligenter geworden! Intolerantie, fanatisme en
domheid zijn jammer genoeg wijd
verbreid!’
Ouaknin definieert het joodse volk
niet als volk van het Boek, maar als
een volk van interpretatie. In Weg met
alle dogma’s leren de Tien Geboden
ons dat onze daden van geweld haaks
staan op de bevrijding als wet van
God. Iets van die bevrijding kunnen
wij ervaren door niet alleen de taal
van ratio en kennis te zoeken, maar
vooral die van ons eigen hart. Want
een zinvol leven bestaat volgens
Ouaknin nooit zonder eigen verhalen
en persoonlijke boeken.
Lezen blijft dan wel een eenzame
bezigheid, een goede gids kan zeker
helpen.
Tenzij anders vermeld,
zijn de bijdragen op deze
pagina’s van de hand van
Martin Maassen, martin.
[email protected]
door Hedi Hegeman
Marc-Alain Ouaknin. De joodse gids van
deze tijd, Christiane Berkvens-Stevelinck,
uitgeverij Skandalon, € 13,95
verzet en hoop
Hernieuwde poging
Mitri Raheb, theoloog en vredesactivist, woont en werkt in Bethlehem.
In de epiloog van zijn boek Geloven
onder bezetting. Een Palestijnse theologie van verzet en hoop schrijft hij:
‘In 1993 gaven Yassar Arafat en Yitzhak
Rabin elkaar een hand in het Witte
Huis. Ik dacht toen dat Israëli’s en
Palestijnen eindelijk in vrede met
elkaar zouden leven.’ In het boek doet
hij een hernieuwde poging die vrede
dichterbij te brengen. Iedere poging
om daaraan zonder geweld een bijdrage te leveren verdient onze
aandacht. Met een voorwoord van
Erik Borgman.
Geloven onder bezetting. Een Palestijnse
theologie van verzet en hoop, Mitri Raheb,
uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer,
€ 12,50
De zonnetjes bij de besproken boeken
en bladen geven de waardering van de
recensent weer. Die kan uiteenlopen van
De Antroposofische Orde. Geestverwanten
van Rudolf Steiner in Nederland, Janine
Verdonk, uitgeverij VU University Press,
€ 39,95
één zonnetje (niet best) tot vijf (mag op
uw nachtkastje niet ontbreken).
19
mondigenbondig
zo blij dat ik doopsgezind ben. Dat ik de vrijheid heb om
te denken wat ik wil, en dat dat door mijn medebroeders
en zusters wordt geaccepteerd. Dat ieder voor zich mag
zeggen hoe hij of zij over het leven denkt.’
Bijbel
‘Om de veertien dagen hebben we bijbelles van onze
predikant. Elke keer is het weer een verademing hoe
enthousiast hij een bijbelstuk uitlegt. Er gaat een wereld
voor je open. Vaak blijven we steken in één zin waar we
de hele avond mee bezig blijven. In dat opzicht heeft de
bijbel niets van z’n waarde verloren.’
Twijfel
Relie Koning-van Reenen (83) gaat nog vrijwel elke zondag
met haar man naar de doopsgezinde kerk in het Drentse Roden.
Ze is zestig jaar getrouwd, heeft vier kinderen en elf kleinkinderen. tekst Kalle Brüsewitz – foto Rienk van der Star
Hemel en hel
Trouw
‘In de jaren vijftig vroeg dominee Treffers, destijds onze
predikante in Berlikum, of ik al eens had nagedacht over
mijn doop. Ik was heel actief bij de Doopgezinde Jongeren
Bond en als zondagsschoolleidster, maar ik twijfelde. Als
ik mij liet dopen was er geen weg terug. Dan zou ik mijn
hele leven doopsgezind moeten blijven. Zo voelde ik dat.
Ik heb er toen voor gekozen het niet te doen. Twee jaar
later liet ik mij toch dopen. Ik was er nu wel klaar voor.
Ik kreeg als dooptekst Psalm 25 vers 4 mee: “Heer maak
mij uw wegen bekend, leer mij Uw paden”.’
Geloven
‘Tot mijn huwelijk bleef ik mij inzetten voor verschillende
activiteiten. Al snel raakte ik in verwachting; mijn man
ging het zeegat uit en ik bleef alleen achter, drie maanden
zwanger. Ruim een jaar bevoer hij de wereldzeeën en toen
hij weer thuiskwam was ons zoontje acht maanden oud.
Ik heb in die tijd veel aan mijn geloof gehad, het gaf mij
steun.’
20
‘Het leven hier op aarde kan zowel een hemel als een hel
zijn, denk ik. Ik geloof niet in het hiernamaals, juist omdat
er niets mooier is dan eeuwige rust! Eén dag is dan hetzelfde als meer dan duizend jaren. Dat is ook het mooie
van de dood. We moeten het hier met elkaar rooien en
proberen harmonieus met elkaar om te gaan. Elk leven
heeft de hemel en de hel in zich. Ze wisselen elkaar af.’
Jezus
‘Mijn vader geloofde niet dat Jezus had geleefd. Dat
maakte voor hem ook niets uit. Hij zei dat het uiteindelijk
ging om de inrichting van je leven en hoe je gerechtigheid, liefde en respect in je leven toepast. Ik ben in zijn
voetsporen getreden. Maar in tegenstelling tot mijn vader
geloof ik wel dat er een Jezus heeft geleefd die het goede
met de mensen voorhad.’
Vrijheid
‘Ik ben momenteel een boek aan het lezen over de
historische en mythologische Jezus. Zelfs de Griekse
mythologie komt er veelvuldig aan te pas. Ik was ineens
‘Ik heb echt wel getwijfeld. Niet over mijn geloof, maar
over mijn houding in het leven. Een echte feministe ben
ik nooit geworden. Een feministe komt op voor zichzelf
en is strijdvaardig, terwijl ik voor het gezin koos. Mijn
oudste dochter vroeg me laatst waarom ik niet naar
buiten ben getreden. Ik antwoordde dat ik daar te laf voor
was. Bovendien had ik een man die net als veel anderen
in die tijd het feminisme nog moest aanvaarden. Ik heb
kansen gehad om de politiek in de gaan of om lekenprediker te worden, maar dan had ik moeten kiezen. En
of ik dat er voor over had gehad? Of mijn keus de goede
is geweest betwijfel ik soms nog weleens. Maar in elk
geval is het vrijwilligerswerk binnen de geloofsgemeenschap en daarbuiten niet aan mij voorbijgegaan. Zo heb
ik toch een beetje voor de buitenwereld gekozen.’
‘Ik heb echt wel getwijfeld.
Niet over mijn geloof,
maar over mijn houding
in het leven.’
mij parten. Ik denk dan aan mijn kleinkinderen en vraag
me af hoe ze deze maatschappij moeten doorkomen. Mijn
man zegt dat ik daar niet aan moet denken. Het loopt
toch anders dan je denkt.’
Spijt
‘Zo ben ik bezig en blijf ik bezig. Alleen of met mijn man.
Eigenlijk heb ik niets te klagen. Edith Piaf zou zeggen:
“Non, je ne regrette rien”.’ <<
advertentie
Dichter bij de natuur
kun je niet komen
Daden
‘De voormalige zusterkring heet nu Doopsgezinde
vrouwengroep Roden. We dachten dat de nieuwe naam
meer leden zou trekken – nou, vergeet het maar. De
vrouwengroep organiseert allerlei activiteiten, zoals een
kledingmarkt en een boekenmarkt. Het bevordert de
saamhorigheid en dienstbaarheid. We hebben zoveel
plezier tijdens het samenzijn, het uitzoeken van de
kleding en de boeken, en de twee verkoopdagen. Vooral
de koffiehoek is onmisbaar, dat is de plek waar iedereen
samenkomt. Dan weet je weer wat het is om gemeente
te zijn. En net als dat alles achter de rug is staat er weer
iemand op om een pannenkoekendag te organiseren.
We blijven bezig, maar gezien onze leeftijd zijn we wel
bang voor de toekomst.’
Kom kamperen midden in de natuur! Er zijn
132 Natuurkampeerterreinen in Nederland, waar
u geniet van rust, ruimte en vrijheid. Ook leuk voor
kinderen! Met de Natuurkampeerkaart (in Het Groene
Boekje) kunt u op alle terreinen terecht. Kijk voor meer informatie
op www.natuurkampeerterreinen.nl, of download de gratis Kamperen app.
Loslaten
‘De tijden veranderen voortdurend, de laatste tien jaar wel
heel snel. Soms speelt de gedachtegang van de jongeren
21
tentoonstelling
kort
stichting studiefonds plus
Mag ik even bij u doopsgezinden binnenvallen? Ik ben zomaar
een vrijwilliger die hulp biedt aan asielzoekers. Daartoe richtte ik
in 2008 Stichting Studiefonds plus op. In de loop der jaren zijn
veel jonge mensen door de stichting geholpen. Onlangs kon
de stichting twee jonge vluchtelingen ophalen uit een overvol
Asielzoekers Centrum (azc) en hun huisvesting bieden in
Amsterdam, zodat ze sneller kunnen inburgeren. Adrian uit
Jamaica* en Ibrahim uit Syrië staan te popelen om hier hun
universitaire studies (Informatica en Bouwkunde) voort te zetten.
tekst Nelleke Kan-van Dishoeck
G
een heilige die zoveel
naam heeft gemaakt
buiten de Rooms-katho
lieke kerk als Franciscus.
Elke dierenliefhebber, gelovig of niet,
sluit hem in zijn hart. Tegelijkertijd is
hij naamgever en inspiratiebron van
de huidige paus – de man die midden
in die kerk staat.
Henk van Os, onze nationale
Achterzijde van een reliekhouder met stigmatisatie
van Franciscus, Limoges,
ca. 1250-1270, Musée National
du Moyen Âge-Thermes de
Cluny, in langdurig bruikleen
van Musée du Louvre, Parijs
foto © rmn-Grand Palais
(Musée de Cluny | Musée
National du Moyen-Âge) |
Jean-Gilles Berizzi)
kunstverhalenverteller, is zo ongeveer
zijn hele leven al fan van Franciscus.
Dat is goed te merken op de tentoonstelling die hij in Museum Catharijneconvent mocht inrichten.
Verhalen over Franciscus zijn er te
over en of ze allemaal waar zijn is de
vraag. Maar maakt dat uit? Als een
verhaal verteld wordt, bestaat het. En
dat Franciscus een bijzonder mens
was staat buiten kijf. Hij verkoos een
leven in dienst van de minsten met
alle ontberingen van dien, boven het
luxebestaan van de familie waarin hij
werd geboren: zijn vader was een
rijke stoffenhandelaar. Franciscus trok
weg om het leven met ‘Vrouwe
Armoede’ te delen. Nam de opdracht
die hij van het kruisbeeld in het kerkje
van San Damiano kreeg, serieus:
‘Franciscus, herstel mijn huis’. Trad de
vijandige Saracenen vreedzaam en
dienstbaar tegemoet in plaats van
hen met een kruistocht te bestrijden,
zoals paus Innocentius III verkoos.
Ontfermde zich over melaatsen en
andere uitgestotenen.
Al snel kreeg hij volgelingen om
zich heen: het begin van de Orde der
Franciscanen die nog altijd bestaat.
Mensen helpen werd hun opdracht,
evenals Gods woord verkondigen.
Terwijl Franciscus zich met dat laatste
bezighield ontmoette hij Christus
steeds intenser. In de pasgeborene in
het bos bij Greccio – we hebben de
kerststal eraan te danken – en als
gekruisigde. Zo intens dat de kruiswonden ook in zijn lichaam ontstonden.
Al twee jaar na zijn dood in 1226
werd Franciscus heilig verklaard. Nog
dezelfde eeuw verrees de fraaie kerk
ter ere van de heilige in zijn geboortestad. Lopend door de tentoonstelling krijg je zin om op reis te gaan
naar Assisi en al die andere mooie
plekken, in het spoor van Franciscus.
Al snel ook kwamen er levensbeschrijvingen en kunstwerken over zijn
wonderen. De hier afgebeelde reliekhouder, een fijnzinnig stukje emailwerk, is een tekenend voorbeeld hoe
de middeleeuwer Franciscus zag: zo
ongeveer gelijk aan Christus zelf.
Talloze kunstenaars lieten zich door
de verhalen inspireren – juweeltjes
zijn er te zien. Al werden er steeds
merkwaardiger wonderen weergegeven, wat in de zestiende eeuw
resulteerde in stevige kritiek uit
protestantse hoek. In de negentiende
en vooral in de twintigste eeuw werd
Franciscus ‘van iedereen’. Het accent
verschoof naar zijn bewondering voor
de natuur, Gods heerlijke schepping,
zo mooi bezongen in het Zonnelied.
En natuurlijk naar de vogels die
ophielden met kwetteren als Franciscus voor hen preekte.
De uiteenlopende kunstwerken
brengen een man tot leven van wie
we allemaal houden. <<
De tentoonstelling ‘Franciscus’ is t/m
5 juni te zien in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Praktische informatie
staat op www.catharijneconvent.nl, waar
tevens meer te vinden is over de
tentoonstelling en alles daaromheen,
inclusief verhalen.
* In Jamaica worden mensenrechten grof geschonden
Verhalen van Franciscus
De overheid neemt de inburgering voor haar rekening. Maar voor
extra (academische) taallessen en voor hun gewone Hollandse
levensbehoeften hebben zij dringend extra financiële steun nodig:
voor een fiets met een goed slot, een stoel, tafel, klerenkast en
beddengoed, een laptop, beltegoed, een ov-chipkaart met korting,
studieboeken en voetbalschoenen. Dat alles hadden ze niet bij zich
in die ene rugzak… Wilt u van al die duizenden deze twee helpen?
Ik hoop het van harte. Dank u, dank u!
Met vriendelijke groet, Françoise Gaarlandt-Kist
06 536 11 609 | [email protected] | www.studiefondsplus.nl/
donateur-worden | nl 76 abna 0893 9337 32 (Anbi-fonds)
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en
het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen
zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden,
dat geworden is. (Johannes 1:1-4)
Zeer bedroefd geven wij kennis van het overlijden van
Folkert Rintje van der Meulen
doopsgezind predikant
* Hazerswoude
6 januari 1929
Wind, neem mij mee nog eenmaal over bergen, over zee
de wereld is zo wijd, de hemel zo vol licht
rusten ga ik nu in vree.
Na een leven dat gekenmerkt werd door eenvoud, hartelijkheid, bezorgdheid en liefde is toch nog plotseling van ons
heengegaan ons aller mama, oma en omi
Maria Jacoba Jongens-Loon
Rie
* Zaandam
22 oktober 1921
Echtgenote van Jacob Jongens †
Kinderen, klein- & achterkleinkinderen
Correspondentieadres:
Onlandstraat 6 | 6915 ba Lobith
Wij hebben in besloten kring afscheid genomen
volgende nummer
Thema: Oorlog
colofon
Doopsgezind NL is een uitgave van
de Algemene Doopsgezinde Sociëteit
(ads) en verschijnt tien keer per jaar.
† Amsterdam
12 maart 2016
Het blad wordt tegen een vrijwillige
bijdrage toegezonden aan alle leden
van doopsgezinde gemeenten.
Van Markelo via Ternaard naar het heerlijk goddelijke,
goddeloze Amsterdam
Vrienden en belangstellenden die
het blad willen ontvangen, betalen
€ 40,– per jaar. U kunt zich opgeven
Bon Hiddema (overleden 5 juli 2014)
Marit
Jaap
Nynke
Moon
Marjolijn
Harke Jan
Helma
Klaske Saskia
Marcus
via de aangegeven contactgegevens
in dit colofon.
U kunt uw bijdrage overmaken op
iban nl19 abna 0243 4938 86 t.n.v.
Algemene Doopsgezinde Sociëteit
onder vermelding van ‘dnl 2015?’.
Hoofdredactie Johan Tempelaar
Winand, Wilmar, Alma, Mees, Nena
(coördinator communicatie)
Eindredactie Marijke van Duin
Harke Jan van der Meulen (overleden 1941)
Saakje van der Meulen (overleden 2013)
Redactie Kalle Brüsewitz, Yko van
der Goot, Martin Maassen, Wieteke
van der Molen, Tea Rienksma, Marjon
22
De crematie heeft in besloten kring plaatsgevonden
† Arnhem
4 maart 2016
Slotboom, Jan Willem Stenvers
Ontwerp & opmaak Susan
de Loor, Kantoordeloor, Haarlem
Druk gbu Grafici, Urk
Advertenties Saskia Meerts
Oplage 7.500
Papier G-Print Proost & Brandt,
fsc-gecertificeerd
Contact redactie & advertenties
Singel 454 | 1017 aw Amsterdam
t 020 623 09 14 | [email protected]
www.doopsgezind.nl
Abonnement Groot letter
cbb 0341 56 54 99 of [email protected]
Het volgende nummer van
Doopsgezind NL verschijnt begin
mei 2016. Reacties voor ‘ingekomen’
uiterlijk 10 april 2016 aanleveren.
Brieven dienen kort en zaakgericht
te zijn. De redactie behoudt zich
het recht voor om bijdragen in te
korten of niet op te nemen.
© ads 2016
column
Wilhelmus
Carolien Cornelissen
is predikant in de doopsgezinde gemeente
Utrecht en lid van de
Adviesgroep Geestelijke
Zaken van de ads.
E
en van mijn eerste preekbeurten – ik studeerde
nog aan het seminarium – viel rond de mei
dagen. Een oudere collega die de DoRe
gemeente goed kende, drukte mij op het hart
om rond dit thema een passende dienst te maken.
De gemeenteleden zouden het zeker waarderen als het
Wilhelmus in de dienst gezongen zou worden.
Ik was jong en onervaren en wilde de raad van mijn
collega graag ter harte nemen, maar ja: het Wilhelmus?
Het mag dan een godsdienstig lied zijn, het is niet zomaar een lied. Aan het Wilhelmus kleven allerlei nationale
(nationalistische?) sentimenten. Op het seminarium had
ik juist geleerd dat wij als kerkelijke gemeente niet zozeer
onderdanen zijn van het Koninkrijk der Nederlanden,
maar van het Koninkrijk van God, afdeling gevestigd te
Lutjebroek of waar ook maar. Hoe past het zingen van het
Wilhelmus in die context?
Ik besloot een middenweg te zoeken. Het Wilhelmus
kwam in de liturgie, maar als Gezang 411 uit het Liedboek
voor de Kerken. Het eerste couplet sloeg ik over, want dat
roept meteen de sfeer van het volkslied op. In plaats daarvan koos ik twee coupletten waarin God voorop staat. Ik
weet niet meer precies welke, misschien wel het tweede:
‘Maar God zal mij regeren’, en het zesde: ‘Mijn schild
ende betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer!’ Ik koos ervoor
het lied op een niet al te prominente plaats in de liturgie
in te passen, na een van de lezingen. Niet een moment
waarop de gemeente gewoonlijk gaat staan tijdens de
dienst. De organist vroeg nog: ‘Zingen we niet couplet 1?’
‘Nee’, antwoordde ik, ‘we zingen het als kerklied, niet als
volkslied.’ Ik dacht dat ik het zo goed opgelost had.
24
tekst Carolien Cornelissen – foto Johan Tempelaar
Het is halverwege de dienst. De bijbeltekst gelezen.
Ik kondig het te zingen lied aan: Gezang 411, de verzen dit
en dat. De organist begint te spelen, hij trekt alle registers
open. De kerkenraad gaat staan, de gemeente volgt. Men
zet couplet 1 in, uit volle borst, daarna volgen de twee
aangegeven coupletten. Ze houden nog net niet, zoals
Amerikanen dat doen, hun hand op het hart. Ik sta perplex, maar uiterlijk onbewogen heb ik de dienst gewoon
vervolgd.
Nee, nooit meer zal ik het Wilhelmus in een dienst laten
zingen. Zelfs niet met de toelichting dat we een godsdienstig lied gaan zingen, niet het volkslied. Die twee
aspecten zijn niet te scheiden. Op gelegen momenten,
zoals de Dodenherdenking op 4 mei, wil ik het Wilhelmus
best zingen en dan ook graag het zesde couplet. Ik vind
het mooi als al die mensen dat samen zingen. In vergelijking met andere volksliederen vind ik het Wilhelmus
best bijzonder. Waar andere volksliederen bol staan van
nationalistische leuzen, over ‘wij zijn het beste volk’,
‘wij hebben onze vijanden in de pan gehakt’, daar zet het
Wilhelmus meteen in met diversiteit: Spanje, Duitsland,
Frankrijk (Oranje) en het ‘vaderland’. Vanaf het tweede
couplet gaat het voluit over God en geloof. In onze multiculturele en schijnbaar seculiere maatschappij vind ik het
mooi dat wij zo’n volkslied hebben. Opvallend trouwens
dat er nog geen motie in de Tweede Kamer is ingediend
om God uit het Wilhelmus te schrappen.
Toch zal ik het Wilhelmus niet meer in een kerkdienst
(laten) zingen. Liever zing ik daar een ‘volkslied’ over Gods
Koninkrijk. Ik ben tenslotte toch het meest Gods onderdaan. <<