Piet Smit - Wonen op historische grond
Download
Report
Transcript Piet Smit - Wonen op historische grond
Wonen op historische grond
IJsselmonde is teruggekeerd naar de Maas. Langs de oevers hebben scheepswerven
en houthandels plaats gemaakt voor woningen, winkels, een bioscoop, een
politiebureau en kantoren.
In de laatste drie decennia van de twintigste
eeuw heeft de IJsselmondse rivieroever een
ware metamorfose ondergaan. De ware
industrie, opslag van goederen en
onduidelijke industrieterreinentjes
verdwenen. De havenactiviteiten trokken
steeds verder naar het westen en de
scheepsbouw ging teloor. Daarvoor in de
plaats gingen mensen weer wonen aan de
rivieroever en gebruik maken van het immer
veranderende decor van de Maas.
Op de voormalige terreinen van onder
andere "Laming", "Piet Smit" en "Hulsinga
Altona" kwamen woonwijken met
aansprekende namen als Jachthavendorp,
Waterside en de Veranda.
De bewoners van deze wijken wonen op grond met een grote historie. Neem bijvoorbeeld de
Veranda. Waar nu mensen wonen, naar de bioscoop of een restaurant gaan en winkelen,
werden in de vorige eeuw schepen gebouwd op de werf van Piet Smit.
Piet Smit
De roemruchte naam van deze scheepswerf staat in het geheugen gegrift van iedereen die
iets weet van de historie van de havenstad Rotterdam. Van 1894 tot 1983 is er op deze plek
aan de rivier, nabij de minstens zo roemruchte Kuip, gebouwd en getimmerd aan schepen.
Veel bewoners van Rotterdam Zuid hebben hier decennia lang hun brood verdiend.
Grondlegger
Piet Smit is geboren op 31 juli 1848 in Rotterdam als zoon van
Pieter Smit en Eva van Dijk. Samen met zijn oudere neef Arie
leerde hij het vak van scheepsbouwer en op zijn 20e ging hij voor
een jaar naar Amerika. Na dit jaar keerde hij terug naar
Nederland en verloofde zich al snel met Johanna, zijn jongste
nicht, waarmee hij in 1872 trouwde en in Slikkerveer ging wonen.
Piet Smit wilde een eigen werf beginnen. Het begon allemaal op
31 augustus 1871 toen hij van zijn oom Joost Pot een
scheepswerf kocht in Slikkerveer. In 1875 is het echtpaar Smit in
Rotterdam gaan wonen en begin tachtiger jaren kocht Pieter
grond in de polder Varkenoord, wellicht al met het idee in zijn
achterhoofd om hier een scheepswerf te bouwen.
In 1891 kreeg hij toestemming om een haven te graven. De afgegraven grond werd gebruikt
om het omringende land op te hogen. Daarop werden een machinefabriek en scheepswerf
gebouwd en startte de roemruchte geschiedenis van "Piet Smit" dat achtereenvolgens de
volgende namen voerde:
Scheepstimmerbedrijf 'De Industrie' (1894 -1899);
Scheepswerf en Machinefabriek 'De Industrie' (1899 - 1912);
NV Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. (1912 - 1987).
Op 63-jarige leeftijd besloot Piet Smit zijn aandelen te verkopen omdat hij zelf geen
opvolgers had. Op 22 juli 1913 overleed hij op 65-jarige leeftijd
Groei en neergang
In de bijna honderd jaar scheepsbouw aan de rivieroever maakte de werf glorietijden, maar
ook crises en twee wereldoorlogen mee.
In 1894 begon het scheepstimmerbedrijf met 120 werknemers en al na de eerste uitbreiding
bedroeg dit aantal 400 in 1899.
In de scheepsbouw is het altijd een op- en neergaande lijn geweest. In 1904 werd het
oostelijk deel tijdelijk buiten gebruik gesteld en het aantal werknemers verminderde tot 80.
Dankzij een opleving van de economie kon het gesloten gedeelte in 1910 weer in gebruik
worden genomen en werd er zelfs grond gekocht voor uitbreiding.
De concurrentie met "buurman" Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf NV. ,die
beschikte over een eigen dwarshelling, werd aangegaan door de bouw van een grotere met
een lengte van 130 meter.
Begin 1914 had het bedrijf 420 werknemers en een nieuwe uitbreiding stond op stapel met
een nieuwe timmerloods, een houtberging en kantines voor directie, personeel en
werklieden.
Om nog verder uit te kunnen breiden werd in1918 de dijk tachtig meter opgeschoven in de
richting van de spoorbaan. Zo ontstond de Kreekweg. Het vrijgekomen gebied werd verdeeld
tussen Piet Smit, Burgerhout en Van der Lugt.
In de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog deden de werven goede zaken. Veel schepen
waren verloren gegaan en de reders moesten dit tekort aanvullen. Eind 1920 echter liep de
conjunctuur hard achteruit. Er kwamen minder orders binnen en de klanten drongen aan op
snellere levering. Werknemers moesten vaak, zonder financiële vergoeding, overwerken.
Een loonsverlaging leidde in 1921 tot een staking. Bij Piet Smit staakten 1250 medewerkers
die allemaal door de directie werden ontslagen. Zij konden weer aan de slag als zij
instemden met de door de directie gestelde voorwaarden.
Vanaf 1925 gaan de zaken weer wat beter, mede dankzij het aantrekken van ander werk.
Piet Smit sloot in 1923 een overeenkomst voor de fabricage van kanonnen af.
De crisisjaren tussen 1930 en 1940 kenmerken zich door achtereenvolgens oplevingen en
dan weer drastische inkrimpingen. Begin jaren dertig krimpt het personeelsbestand in tot
eerst 868 en later nog slechts 541 werknemers
De Duitsers dwongen de scheepswerf in de oorlog tot 'samenwerking'. Als het bedrijf een
order weigerde zou het ook geen materiaal meer krijgen. In juli 1940 vorderde de
Kriegsmarine 3000 binnenschepen die omgebouwd moesten worden voor de invasie in
Engeland. Bij Piet Smit zijn 130 binnenschepen verbouwd. De schepen moesten snel klaar
zijn en de arbeiders maakten lange dagen. Tot in het laatste oorlogsjaar heeft de
scheepswerf werk gehad. Na "Dolle Dinsdag" op 6 september 1944 werd alles anders. De
Duitsers voelden zich in het nauw gedreven. Het bedrijf moest ontmanteld worden. Alles, de
machines en de voorraden, werd in schepen geladen en ging op transport naar Duitsland.
De rest van de installaties werd zwaar beschadigd.
Na de oorlog krabbelde het bedrijf langzaam maar zeker weer overeind, en in 1946 kon men
weer beginnen met het eigenlijke doel van een scheepswerf, het bouwen van schepen. In
maart 1948 werd een contract getekend voor vier Argentijnse tankers. Dit was het begin van
een serie grote schepen en het aantal werknemers liep weer op tot tweeduizend.
De watersnoodramp van
1953 veroorzaakte veel
materiële schade, maar
de scheepsbouw ging
gestaag door. In de
vijftiger en zestiger jaren
liep het ene na het andere
schip van de helling.
In 1968 werd Piet Smit
door fusies een volle
dochter van RDM (voor
die tijd had RDM slechts
de helft van de aandelen).
Maar de tijden waren somber. Geruchten deden de ronde dat de afdeling nieuwbouw zou
sluiten. In 1973 waren er geruchten over inkrimping. In 1971 bestond het bedrijf 100 jaar. De
plannen voor het jubileum zijn nooit uitgevoerd. De grootste spelbreker waren de
economische achteruitgang en de vorming van het RSV-concern. In 1976 kreeg Piet Smit
van de Algerijnse regering de opdracht een dok te bouwen. Helaas blijkt dit achteraf de
laatste bouwopdracht voor Piet Smit te zijn.
In 1977 organiseerde werknemers van Piet Smit de aktie 'Piet Smit moet blijven'.
Aanvankelijk leek het erop dat Piet Smit kon blijven bestaan, maar in 1978 draaide de
regering de geldkraan dicht en moesten er 325 mensen worden ontslagen.
De teloorgang zette door, zoals ook elders in de Nederlandse scheepsbouw, en uiteindelijk
werd het bedrijf in september 1987 failliet verklaard. In februari 1988 vond in het
Feyenoordstadion de verkoop van de inventaris plaats.
In de negentiger startte voor de historische gronden aan de Maas een nieuw leven met de
bouw van de woonwijk Veranda.