Plan van aanpak KVO 2014-2016

Download Report

Transcript Plan van aanpak KVO 2014-2016

Plan van aanpak
Keurmerk Veilig Ondernemen
binnenstad Weert
2014 t/m 2016
Werkgroep Keurmerk Veilig Ondernemen binnenstad Weert
januari 2014
1. Inleiding ................................................................................................................. 3
1.1 Het Keurmerk Veilig Ondernemen in winkelgebieden (KVO-W) ....................................... 3
1.2 De projectgroep ....................................................................................................... 4
1.3 Het KVO-W in de binnenstad van Weert ...................................................................... 5
1.4 Leeswijzer ............................................................................................................... 6
2. Evaluatie 2012 t/m 2014 ........................................................................................ 7
2.1 De samenwerking .................................................................................................... 7
2.1.1 Samenstelling van de Projectgroep ........................................................................ 7
2.1.2 Bijeenkomsten .................................................................................................... 7
2.1.3 Communicatie .................................................................................................... 7
2.1.4 Verbeterpunten................................................................................................... 8
2.2 Meetinstrumenten voor de evaluatie ........................................................................... 8
2.2.1 De ondernemersenquête: methode en respons ....................................................... 8
2.2.2 Cijfers politie en brandweer .................................................................................. 8
2.3 Doelstellingen .......................................................................................................... 8
2.3.1 Brandveiligheid ................................................................................................... 8
2.3.2 Veiligheidsbeleving binnen en buiten de onderneming ............................................ 10
2.3.3 Rondhangende groepen ..................................................................................... 11
2.3.4 Beheer van de binnenstad (schoon, heel en veilig) ................................................ 13
2.3.5 Aanpak winkelcriminaliteit (prioriteit) .................................................................. 14
3. Plan van aanpak speerpunten 2014 t/m 2016 ...................................................... 18
3.1 De samenwerking .................................................................................................. 18
3.1.1 Samenstelling van de Projectgroep ...................................................................... 18
3.1.2 Bijeenkomsten .................................................................................................. 18
3.1.3 Communicatie .................................................................................................. 18
3.1.4 Verbeterpunten................................................................................................. 18
3.2 Meetinstrumenten voor de evaluatie ......................................................................... 19
3.2.1 De bekende meetinstrumenten ........................................................................... 19
3.2.2 De wijkanalyse ................................................................................................. 19
3.3 Doelstellingen ........................................................................................................ 19
3.3.1 Verbeteren van de brandveiligheid ...................................................................... 19
3.3.2 Verbeteren veiligheidsbeleving (binnen en buiten de onderneming) ......................... 20
3.3.3 Aanpak rondhangende groepen ........................................................................... 20
3.3.4 Beheer van de binnenstad (schoon, heel en veilig) ................................................ 21
3.3.5 Aanpak winkelcriminaliteit .................................................................................. 22
4.
Organisatie en takenverdeling .............................................................................. 23
Bijlage 1: Belangrijkste uitkomsten ondernemersenquete .......................................... 25
Bijlage 2: Schouw 2012 en 2013 ................................................................................. 26
Bijlage 3: Veiligheidsboekje en Telefoonkaart 2012-2013 ........................................... 27
Bijlage 4: Overzicht financiering maatregelen 2012 en 2013 ...................................... 28
Bijlage 5: Maatregelenmaatrix 2014 t/m 2016 ............................................................ 29
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
2
1.
Inleiding
Voor het tegengaan van criminaliteit en onveiligheid is één ding van bijzonder belang:
samenwerking. Dat is dan ook het hoofdbestanddeel van het Keurmerk Veilig Ondernemen voor
bestaande Winkelgebieden (KVO-W). Dit plan van aanpak is onderdeel van het integraal
veiligheidsbeleid Weer(t) veiliger! van de gemeente Weert. In dit integraal veiligheidsbeleid zijn
tevens de doelstellingen voor de periode 2010-2014 op het gebied van sociale veiligheid
opgenomen: minder overlast (-15%), diefstallen (-17,5%) en geweld (-20%) en minder
onveiligheidsgevoelens (-3%) in 2014 ten opzichte van 2006 (nulmeting). Met dit plan van
aanpak beoogt de werkgroep KVO bij te dragen aan het integraal veiligheidsbeleid van de
gemeente Weert.
1.1 Het Keurmerk Veilig Ondernemen in winkelgebieden (KVO-W)
Het KVO-W is een hulpstructuur voor lokale winkeliersverenigingen, gemeenten, politie en
brandweer voor het organiseren van samenwerking en het denken over veiligheid. Het geeft aan
hoe de partners hun lokale projecten zelf kunnen invullen. Hiermee werken ze gestructureerd
samen aan preventie van criminaliteit en brand: voorkomen is immers beter dan genezen, en
een veiliger winkelgebied trekt meer klandizie!
Het KVO richt zich met name op:

de samenwerking;

het in kaart brengen van de lokale veiligheidsproblemen en risico’s;

het selecteren van passende maatregelen;

het toetsen van de kwaliteit van de uitvoering van de maatregelen;

de evaluatie van maatregelen en de samenwerking.
Deze procesbenadering zet een structureel verbeteringsproces in gang en zorgt daarmee
uiteindelijk voor borging van de kwaliteit van de uitgevoerde maatregelen. Het KVO is daardoor
een zichzelf versterkend instrument. Het is een voortdurende cyclus van ‘plan-do-check-act’:
de zogenaamde PDCA-cirkel.
Act
Het constateren van de
verschillen tussen de
beoogde doelstellingen
en de gerealiseerde
maatregelen, en van
daaruit aangepaste
doelstellingen
formuleren.
Check
Het bewaken en meten
van de maatregelen ten
opzichte van
geformuleerde
doelstellingen.
Plan
Het vaststellen van
doelstellingen en
maatregelen die nodig
zijn voor het verbeteren
van de veiligheid in het
winkelgebied of op het
bedrijventerrein.
Do
Het uitvoeren van de
maatregelen die leiden
tot verhoging van de
veiligheid in het
winkelgebied of op het
bedrijventerrein.
De PDCA-cirkel is niet alleen van toepassing op de uitvoering van verbetermaatregelen zelf,
maar vooral ook op het managen van het samenwerkingsverband.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
3
1.2 De projectgroep
De projectgroep is de paraplu waaronder alle betrokken organisaties bijeenkomen. Het is van
belang om een goede balans te vinden tussen de kwantiteit en de kwaliteit van de projectgroep.
Zo is het zaak om te zorgen dat alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn, maar dat er
daarnaast een werkbare situatie blijft bestaan. De projectgroep KVO-W voor de binnenstad van
Weert heeft de volgende richtlijnen als uitgangspunt genomen om de samenwerking vorm te
geven:
•
•
•
•
•
•
De gesprekspartners hebben voldoende beslissingsbevoegdheid om activiteiten uit te voeren.
De projectgroep formuleert de aanpak van het probleem (na de veiligheidsanalyse).
De deelnemers zijn op de hoogte van ieders verantwoordelijkheden.
Er zijn duidelijke afspraken over de te hanteren begrippen.
De verwachtingen van de deelnemers zijn duidelijk in beeld gebracht.
De leden van de projectgroep zorgen zelf voor terugkoppeling naar hun achterban over de
voortgang van het KVO-W.
• De leden zorgen tijdens hun afwezigheid (bijvoorbeeld ziekte of vakantie) voor een goed
ingewerkte plaatsvervanger.
• Organisaties zijn niet over- of ondervertegenwoordigd in de projectgroep.
• De projectleider is de voorzitter van de projectgroep.
Er wordt door de voorzitter waarde gehecht aan het in stand houden van deze waarborgen voor
samenwerking. Zo kan er effectief worden opgetreden bij het uitvoeren van de volgende taken:
•
•
•
•
•
Het
Het
Het
Het
Het
uitvoeren van een veiligheidsanalyse.
opstellen van een plan van aanpak.
gezamenlijk opzetten en uitvoeren van de maatregelen uit het plan van aanpak.
zorgen voor kwaliteitsbewaking en deskundigheidsbevordering.
levend houden van het onderwerp bij de participerende organisaties, bijvoorbeeld door
het verstrekken van voortgangsrapportages.
• Het evalueren en bijsturen van de verschillende deelprojecten.
• Het beoordelen van plannen en het geven van advies over mogelijk te ondernemen stappen.
• Aanvragen van het KVO-certificaat.
Naast de taken die de projectgroep op zich dient te nemen is er ook sprake van een bepaalde
werkwijze m.b.t. het formuleren van doelstellingen en maatregelen. Door de doelstellingen
SMART te formuleren kunnen deze ook efficiënt worden waargemaakt.
De afkorting SMART staat voor:
• Specifiek
De doelen moeten aangeven wat er precies wordt gedaan, helder en duidelijk.
• Meetbaar
De doelen moeten een norm aangeven om te kunnen meten of het doel wordt gehaald.
• Acceptabel
De doelen moeten worden gedragen door iedereen, zodat het engagement er is om er
energiek en met voldoening aan deel te nemen.
• Realistisch
De doelen moeten gehaald kunnen worden. Leg de lat niet te hoog(maar ook niet te laag) je
moet er vat op hebben. De doelen moeten met acceptabele inspanningen bereikt kunnen
worden.
• Tijdgebonden
De doelen moeten de termijn vermelden waarbinnen het gewenste resultaat moet worden
bereikt.
Door al de eerder genoemde voorwaarden te nemen als uitgangspunten voor de samenwerking,
heeft het KVO-W binnenstad Weert geprobeerd vorm te geven aan de projectgroep en haar
werkzaamheden.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
4
1.3 Het KVO-W in de binnenstad van Weert
In 2003 hebben in Weert lokale ondernemers(verenigingen), gemeente, politie en brandweer
nader vorm gegeven aan de samenwerking, vastgelegd in een convenant, dat in 2005 is
ondertekend. De veiligheid in het winkelgebied van de Weerter binnenstad (figuur 1) is
onderzocht aan de hand van een enquête onder ondernemers. Vervolgens is in Weert een
gezamenlijk plan van aanpak en maatregelenmatrix opgesteld en is het KVO-W aangevraagd. In
juni 2005 heeft de binnenstad van Weert voor de eerste keer het Keurmerk Veilig Ondernemen
behaald (twee jaar geldig).
Begin januari 2009 heeft er een evaluatie van de samenwerking en de gestelde doelstellingen
plaatsgevonden. Daarop volgend is er een nieuw plan van aanpak gemaakt voor 2010 en 2011
(inclusief maatregelenmatrix). Zo kon de hercertificering van het Keurmerk Veilig ondernemen in
april 2012 plaatsvinden. Het jaar 2011 is echter een hiaat in de voortgang van het KVO-W
binnenstad Weert gebleken. Door personele wisselingen bij de gemeente Weert is het project
toen op een laag pitje komen te staan. Het KVO-W is op dit moment dan ook slechts in het bezit
van een KVO-certificaat Basis Samenwerken.
Om in aanmerking te komen voor een KVO-W-certificaat Continu Samenwerken, is medio 2013
de enquête onder ondernemers in de binnenstad van Weert herhaald. Dit als belangrijk
instrument voor de analyse van de stand van zaken met betrekking tot veilig ondernemen in
Weert. De werkgroep KVO-W binnenstad Weert heeft de ingevulde enquêtes laten analyseren
door Almere Marktonderzoek Advies (AMA). De belangrijkste resultaten daarvan zijn met behulp
van grafieken weergegeven in een rapport, waarbij de onderzoeksgegevens over de jaren 20122013 zijn vergeleken met de onderzoeksgegevens over de jaren 2003, 2006, 2008 en 2010. (zie
bijlage 1) De evaluatie van de genomen maatregelen en de beoogde resultaten ervan komen
terug in deze notitie. Dit vormt een belangrijke input voor het vernieuwen van het plan van
aanpak/de maatregelenmatrix.
Figuur 1: Binnenstad Weert
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
5
1.4 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het KVO-W voor de binnenstad van Weert. Zo wordt er
ingegaan op de samenwerking, communicatie, samenstelling van de werkgroep en de
verschillende instrumenten die zijn gebruikt om een beeld te geven van de veiligheidssituatie in
Weert. Daarnaast is er per speerpunt aangegeven of er is voldaan aan de doelstellingen die door
de projectgroep gedurende 2012-2014 zijn gesteld.
Hoofdstuk 3 geeft het plan vaan aanpak voor het KVO-W voor de binnenstad van Weert 20142016 weer. Er wordt wederom ingegaan op de samenwerking, de communicatie, de
samenstelling van de projectgroep en de te gebruiken meetinstrumenten. Ook worden er
verschillende doelstellingen geformuleerd met daaraan gerelateerde maatregelen.
Hoofdstuk 4 bestaat uit een maatregelenmatrix en de financiering van het KVO-W voor de
binnenstad van Weert.
In de bijlagen is meer achterliggende informatie te vinden, namelijk een verslag van de
ondernemers enquête die in 2013 is afgenomen, een verslag van de schouw die is gelopen in
2012 en 2013, het Veiligheidsboekje en de telefoonkaart 2012-2013, de Financieringstabel en de
Maatregelenmatrix.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
6
2.
Evaluatie 2012 t/m 2014
Sinds juni 2005 heeft de binnenstad van Weert het Keurmerk Veilig Ondernemen. Om dit
keurmerk te behouden is het van belang de maatregelen en hun effecten te analyseren. Deze
analyse biedt vervolgens input voor het nieuwe plan van aanpak. Zowel de analyse als het plan
van aanpak zullen in het kader van hercertificering van het keurmerk door een onafhankelijk
certificeringbureau worden beoordeeld.
In dit hoofdstuk wordt in eerste instantie ingegaan op de manier waarop de samenwerking in de
afgelopen periode plaats heeft gevonden. Daarna zullen de instrumenten worden benoemd die
zijn gebruikt om een gegronde analyse te maken van maatregelen en hun effecten. Vervolgens
wordt per speerpunt ingegaan op het doel, de maatregelen en de mate waarin die zijn
uitgevoerd, de beoogde resultaten en behaalde resultaten. Meer achterliggende informatie is te
vinden in de bijlagen.
2.1 De samenwerking
De samenwerking binnen de projectgroep KVO-W binnenstad Weert in de periode april 2012 t/m
april 2014 wordt door alle deelnemers als zeer prettig ervaren. Het direct bespreekbaar kunnen
maken van bepaalde zaken met de juiste partners om de tafel is een van de voordelen die het
meest genoemd wordt. Zo bestaat het gevoel dat er ook daadwerkelijk wat mee wordt gedaan.
2.1.1 Samenstelling van de Projectgroep
In hoofdstuk 4 is de lijst opgenomen met de verschillende leden van de projectgroep KVO-W
binnenstad Weert. De samenstelling is zoals in de richtlijnen genoemd goed verdeeld.
Vertegenwoordigers van de politie, brandweer, gemeente, ondernemers en de bewoners van de
binnenstad zijn aanwezig. Wanneer er leden niet aanwezig konden zijn bij een bijeenkomst is er
telkens voor zover mogelijk gezorgd voor een adequate vervanging.
2.1.2 Bijeenkomsten
Er hebben in 2012 en 2013 acht bijeenkomsten plaatsgevonden. De agendapunten op de
verschillende vergaderingen zijn vaak afgeleid uit actuele signalen van de verschillende leden
van de projectgroep. Aan de hand daarvan zijn steeds maatregelen opgesteld. In de afgelopen 2
jaar is er 3 maal een schouw georganiseerd. (januari 2012, oktober 2012, november 2013).
(Bijlage 2) Er is gekozen om afwisselend de aandacht te vestigen op:
1. Schouw waarbij punten van veiligheid m.b.t. “schoon en heel benadrukt worden. Een
voorbeeld van de punten die bij deze schouw aan bod komen is in de bijlage
toegevoegd.
2. Vervolgens wordt er ook een schouw georganiseerd door de afgevaardigde van de politie
regio Limburg-Noord die deelneemt aan het KVO. Hier ligt de nadruk meer op veiligheid
m.b.t. plekken in de binnenstad die incident gevoelig zijn. Ook van deze schouw is een
overzicht in de bijlage toegevoegd.
Telkens zijn er aan de hand van de schouw actiepunten opgesteld. Ook de schouw wordt als een
waardevol instrument ervaren door de leden van de projectgroep. Het zorgt voor een andere kijk
op de binnenstad en dit kan heel verfrissend werken.
2.1.3 Communicatie
De communicatie tussen de verschillende leden van de projectgroep wordt grotendeels centraal
verzorgd door het Centrum Management Weert (CMW). De verschillende actiepunten worden
gedurende de bijeenkomsten besproken. Zoals eerder aangegeven in de richtlijnen, zorgen de
verschillende leden van de projectgroep zelf voor de terugkoppeling naar hun achterban.
Als het gaat om de uit te voeren maatregelen en de vordering daarvan is het CMW ook hier het
centrale punt waar de informatie samen komt en wordt door gecommuniceerd naar alle leden
van de projectgroep.
Informatie over de acties die zijn opgezet door het KVO is o.a. met het Veiligheidsboekje (zie
bijlage 3) gecommuniceerd naar de ondernemers in Weert. Daarin staat allerlei informatie over
de uitvoering van veiligheidsmaatregelen in de binnenstad, zoals: Collectief Winkelverbod,
Vertrouwensman bedrijfsleven, de beveiligingsscan kleine ondernemers, etc. Ook zijn
telefoonnummers, websites, de enquête uitslag 2011 en aangifte/meldingsmogelijkheden erin
verwerkt.
Verder wordt er door verschillende lokale pers ook aandacht besteed aan het KVO-W binnenstad
Weert. Weertdegekste.nl is een medium dat bijvoorbeeld in 2012 is gebruikt ter promotie van
het Veiligheidsboekje. Ook is er informatie te vinden over het KVO-W op verschillende websites,
zoals bijv. www.weert.nl en www.cmweert.nl.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
7
2.1.4 Verbeterpunten
Er blijft echter nog ruimte voor verbetering. Er heerst een gevoel dat de efficiëntie van de
projectgroep beter kan. De doelstellingen en de daarbij uit te voeren maatregelen zijn vaak niet
S.M.A.R.T. genoeg geformuleerd. Daardoor is het moeilijk om bij tussentijdse evaluatie
momenten duidelijk te krijgen wat precies de stand van zaken is.
De bijeenkomsten worden vaak niet gekenmerkt door het evalueren van gestelde maatregelen
en het opstellen van gerelateerde nieuwe tijdsgebonden maatregelen. Er worden dan vaak wel
belangrijke zaken besproken, maar er wordt niet voortgebouwd op bestaande doelstellingen en
maatregelen. Deze zijn daarnaast niet in alle gevallen realistisch geformuleerd, maar vooral heel
ambitieus.
De projectgroep kan met andere woorden slagvaardiger worden gemaakt door de maatregelen
meer specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden te maken. Zo wordt het
makkelijker om een duidelijke richtlijn te creëren die aan de hand van evaluatiemomenten met
de projectgroep kan worden aangescherpt.
2.2
Meetinstrumenten voor de evaluatie
2.2.1 De ondernemersenquête: methode en respons
In november 2013 is in de binnenstad van Weert de “Enquête veiligheid winkelgebied binnenstad
Weert” uitgedeeld aan de ondernemers en bedrijven. In het kader van het Keurmerk Veilig
Ondernemen is dit de vijfde meting. De eerdere metingen waren in 2004, 2006, 2009 en 2011.
Van de 230 persoonlijk overhandigde vragenlijsten zijn er 133 ingevuld geretourneerd. Dit
betekent een respons van 58%. In 2011 werd een respons van 66% behaald. Er zijn in 2013
echter meer enquêtes uitgedeeld, namelijk 230 t.o.v. 175 stuks in 2011. Uiteindelijk zijn er ook
18 enquêtes meer ingevuld geretourneerd, namelijk 133 t.o.v. 115 stuks in 2011.
Even als in 2011 is de verdeling van de respondenten over de verschillende winkelstraten in
Weert goed te noemen. Verder is er een gelijke verdeling in het aantal respondenten met een
eigen zaak en het aantal respondenten met een vestiging van een filiaal/keten. Dit draagt bij
aan een representatiever beeld van de mening van de ondernemers in het centrum van Weert.
Bij de evaluatie van de enquêtes is er rekening gehouden met het feit dat niet iedere respondent
op elke vraag een antwoord heeft gegeven. De percentages die in de evaluatie worden gegeven
zijn dan ook gebaseerd op het aantal respondenten dat wel antwoord heeft gegeven op de
vraag. De onderwerpen uit de vragenlijst die betrekking hebben op de speerpunten van 2012 en
2013 worden in dit hoofdstuk verder beschreven.
2.2.2 Cijfers politie en brandweer
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in 2012 in samenwerking met Politie
een monitor opgesteld. Daar is een onderverdeling gemaakt naar verschillende typen incidenten,
aangiften of daadwerkelijke registraties, de verschillende stadsdelen en de jaartallen. De VNGmonitor is gebruikt om in deze evaluatie te dienen als extra informatie over de veiligheid in de
binnenstad van Weert.
Daarnaast maakt de brandweer nog geen gebruik van een dergelijke monitor. De cijfers die van
de brandweer afkomstig zijn, hebben een meer summier karakter. Uit deze cijfers bleek ook dat
er in de afgelopen 2 jaar geen incidenten zijn geweest m.b.t. brandveiligheid. Hier is dan verder
ook geen tabel aan gewijd.
2.3
2.3.1
Doelstellingen
Brandveiligheid
Doel:
Het verder vergroten van het besef van de eigen verantwoordelijkheid in het kader van
brandveiligheid bij ondernemers.
Maatregelen 2012 en 2013:

Communiceren over brandveiligheid, preventieadviezen en
gebruiksvergunningen/gebruiksmeldingen via nieuwsbrieven CWP en CMW en via websites
en het geven van voorlichting(sbijeenkomsten).

Controleren op gebruiksvergunningen in winkels door de brandweer aan de hand van de
integrale handhavingsnota.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
8
CONCREET speerpunt 1e helft 2012:
Verspreiden flyers over het vrijhouden van nooduitgangen. Hier een kritisch criterium van maken
bij de controle door de brandweer
Beoogde effecten:

Een toename van de noodzaak en kennis van gebruiksvergunningen (doel: minimaal 60% in
de ondernemersenquête van 2013).

Een toename van de aanwezigheid van brandmelders in de winkel (doel: minimaal 60% in
de ondernemersenquête van 2013).

Een gelijkblijvende toegankelijkheid van vluchtroutes (doel: minimaal 95% in de
ondernemersenquête van 2013).

Een toename van de toegankelijkheid van nooduitgangen (doel: minimaal 95% in de
ondernemersenquête van 2013).

Een toename van het rekening houden met brandbaarheid van de inrichting en
decoratiemateriaal (doel: minimaal 75% in de ondernemersenquête van 2013).
Stand van zaken uitgevoerde maatregelen
De communicatie over brandveiligheid, preventieadviezen en de
gebruiksvergunning/gebruiksmelding hoort bij de reguliere werkzaamheden van de brandweer.
Deze activiteiten worden structureel uitgevoerd, ook in de toekomst. De controle die de
brandweer uitoefent op gebruiksvergunningen/ gebruiksmeldingen in winkels is aan verandering
onderhevig. De brandweer controleert in ieder geval die bedrijven die de vergunning en/of
melding voeren. Verschillende voorwaarden zorgen er echter voor dat niet alle ondernemingen
verplicht zijn dit te voeren. De nadruk moet dus worden gelegd op het feit dat de brandweer een
adviserende rol heeft voor iedere ondernemer. Heldere communicatie over de bereidheid van de
brandweer om aan de hand van vragen van iedere ondernemer controles uit te voeren en
advies te geven, lijkt de juiste manier om de brandveiligheid in Weert op een hoger niveau te
krijgen.
Resultaten:
Tabel 1: Percentage ondernemers dat bevestigend heeft geantwoord op verschillende onderwerpen in het
kader van Brandveiligheid. Voor de jaren 2006, 2008, 20010, 2012-2013. (Bron: Ondernemersenquête
2013)
2012Doelstelling
Doelstelling
Onderwerp
2006
2008
2010
2013
2012-2013
behaald (ja/nee)
Bekend met termen
“Gebruiksvergunning”/
67%
58%
56%
59%
Niet benoemd
“Gebruiksmelding”1 (antwoord:
ja+ooit van gehoord)
In bezit van een
51%
54%
44%
40%
≥60%
gebruiksvergunning (antwoord: ja)
Aanwezigheid brandmelders
47%
44%
52%
68%
≥60%


Brandwerende scheidingen
(antwoord: ja)
28%
18%
24%
35%
Niet benoemd
-
Vluchtroutes vrij (antwoord: ja)
95%
95%
94%
93%
≥95%
82%
80%
70%
80%
≥85%
72%
71%
73%
78%
≥75%



Openen nooduitgangen (antwoord:
ja)
Brandbaarheid van inrichtingen en
decoratiemateriaal (antwoord: ja)
In de bovenstaande tabel worden de percentages weergegeven van de respondenten die in de
ondernemersenquêtes van de afgelopen jaren bevestigend hebben geantwoord op de
verschillende onderwerpen. Er zijn positieve resultaten behaald ten aanzien van de volgende
onderwerpen: Bekend met de termen “Gebruiksvergunning”/ “Gebruiksmelding”, Aanwezigheid
brandmelders, Aanwezigheid brandwerende scheidingen, Openen nooduitgangen2 en Rekening
houden van de brandbaarheid van inrichtingen en decoratiemateriaal.
1
Gezien het feit dat sommige winkelpanden ook in gebruik mogen worden genomen zonder gebruiksbesluit
is dit jaar ook een overzicht gegeven van de bekendheid van de term “Gebruiksvergunning” en
“Gebruiksmelding” in de afgelopen jaren.
2
Het aantal ondernemers dat zegt de nooduitgangen ten alle tijden te kunnen openen is met 10% gegroeid
t.o.v. 2010. Dit is een fikse groei.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
9
In tegenstelling tot 2010 komt er in deze analyse naar voren dat twee van de vijf benoemde
doelstellingen wel zijn behaald.
Dit zijn de doelstellingen: In minimaal 60% van de ondernemingen zijn brandmelders aanwezig
en door minimaal 75% van de ondernemers wordt rekening gehouden met de brandbaarheid
van inrichtingen en decoratiemateriaal.
Opvallend is het feit dat t.o.v. 2010 meer ondernemers zeggen bekend te zijn met de termen
“Gebruiksvergunning” / ”Gebruiksmelding”, maar er minder ondernemers daadwerkelijk in het
bezit zijn van de “Gebruiksvergunning”.
Er kan dan ook gezegd worden dat het bewustzijn van de eigen verantwoordelijkheid in het
kader van de brandveiligheid bij de ondernemers groeit. Er is echter wel nog ruimte voor
verbetering.
2.3.2
Veiligheidsbeleving binnen en buiten de onderneming
Doel:
Verhogen van het veiligheidsgevoel van ondernemers binnen het bedrijf en in de omgeving van
het bedrijf.
Maatregelen 2012 en 2013:

Uitvoeren van een gezamenlijke schouw3 minimaal één keer per jaar, waarbij gelet wordt op
de items schoon, heel en veilig en de verlichting.

Inzetten biketeam politie in centrum van Weert

Communiceren over de uitvoering van de beheervisie in de binnenstad.

Onderzoeken mogelijkheden om de beleving van de consument te onderzoeken en naar
aanleiding van de resultaten activiteiten op te zetten.

Voorlichting overvallen door de verspreiding van een informatiepakket en het houden van
voorlichtingsavonden.

Stimuleren deelname 1-2 Many (community-SMS).
Beoogde effecten:

Een gelijkblijvend gevoel van onveiligheid in de omgeving van het bedrijf (doel: maximaal
25% in de ondernemersenquête van 2013).

Een afname van het gevoel van onveiligheid binnen de eigen onderneming (doel: maximaal
25% in de ondernemersenquête van 2013).

Een toename van de tevredenheid over de verlichting in de binnenstad (doel: minimaal 85%
in de ondernemersenquête van 2013).
Stand van zaken uitgevoerde maatregelen
Het onveiligheidsgevoel van de ondernemers blijft een punt van discussie. Er is in de afgelopen
periode geïnvesteerd om het onveiligheidsgevoel kleiner te maken. De zaken die als speerpunten
worden genoemd voor 2012-2013 zijn op diverse manieren ten uitvoer gelegd. Zo is er
structureel een biketeam dat wordt ingezet door de politie regio Limburg-Noord. In februari 2012
is er een voorlichtingsavond gegeven in het munttheater genaamd: “Laat je niet overvallen!”.
Ook is er in november 2012 een voorlichting theaterbijeenkomst gegeven over diefstal
genaamd: “Jatten met Jaap”. Verder is er begin 2012 een veiligheidsboekje uitgegeven aan de
ondernemers in Weert. Dit is een handboekje geworden, waarin informatie te vinden is over
veilig ondernemen en de instrumenten die de ondernemer daarbij voorhanden heeft in de
gemeente Weert. Deze is terug te vinden in de bijlage.
Specifiek gericht op overvallen is in de gemeente Weert ook de Overval App geïmplementeerd.
Dit is een uniek systeem dat zowel preventief als repressief werkt. Er zijn in Weert 430
ondernemers aangeschreven, waarvan ondertussen 17% daadwerkelijk de applicatie in gebruik
heeft. Er wordt nog steeds actief gewerkt aan het verhogen van dit percentage, ook bij nietondernemers.
Er blijkt, ondanks deze ondernomen acties, nog meer behoefte te zijn aan duidelijkheid over het
onveiligheidsgevoel en wat daar allemaal een rol in speelt. Gezien het subjectieve karakter van
dit thema zijn er concrete speerpunten nodig in 2014 t/m 2016 om het onveiligheidsgevoel
verder af te laten nemen. Dit is dan ook een prioriteit in de gestelde maatregelen voor het KVOW binnenstad Weert 2014 t/m 2016.
3
Bij deze schouw zijn minimaal de volgende organisaties aanwezig: gemeente, Bewoners Organisatie
Binnenstad (BOB), Centrum Weert Promotion, Centrum Management Weert, brandweer, Wonen Weert.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
10
Resultaten:
Tabel 2: Percentage ondernemers dat in de Ondernemersenquête bevestigend heeft geantwoord op de in de
tabel benoemde onderwerpen in het kader van Veiligheidsbeleving binnen en buiten de onderneming. Voor
de jaren 2006, 2008, 2010 en 2012-2013. (Bron: Ondernemerenquête 2013)
Onderwerp
2006
2008
2010
20122013
Doelstelling
2012-2013
Doelstelling
behaald (ja/nee)
Onveiligheidsgevoel binnen de eigen
onderneming
32%
37%
28%
30%
≤25%

Onveiligheid in de omgeving van het
bedrijf
36%
45%
25%
26%
≤25%

Tevredenheid verlichting binnenstad
69%
81%
90%
86%
≥85%

Uit de bovenstaande tabel lijkt op het eerste oog dat er geen positieve resultaten zijn gehaald in
vergelijking met 2010. Voor elk van de genoemde onderwerpen zijn de percentages in negatief
opzicht groter of kleiner geworden. Er valt wel op te merken dat het verschil in percentages zo
klein is dat er niet kan worden gesproken van een duidelijke negatieve ontwikkeling.
De doelstellingen in zake het onveiligheidsgevoel binnen de onderneming en in de directe
omgeving daarvan zijn niet behaald. Er vallen echter een aantal dingen op wanneer er naar de
grafieken van de geanalyseerde ondernemersenquête wordt gekeken. Het percentage
ondernemers dat in 2012-2013 aangeeft zich “regelmatig” onveilig te voelen binnen de
onderneming of in de directe omgeving daarvan, is kleiner geworden. Daarnaast is het
percentage ondernemers dat aangeeft zich “soms” onveilig te voelen groter geworden. Dit kan
duiden op een positieve verandering, namelijk dat ondernemers zich minder vaak onveilig voelen
binnen het bedrijf of in de directe omgeving daarvan.
De tevredenheid over de verlichting in de binnenstad van Weert voldoet wel aan het doel dat
was gesteld voor 2012-2013. De algemene doelstelling in zake de Veiligheidsbeleving binnen en
buiten het bedrijf laat geen schrikbarende fluctuaties zien.
Het is zaak om in de aankomende jaren het stabiele niveau van het veiligheidsgevoel onder de
ondernemers in ieder geval vast te houden en waar mogelijk te verbeteren.
2.3.3
Rondhangende groepen
Doel:
Verminderen van de overlast door rondhangende groepen.
Maatregelen 2012 en 2013:

Communiceren over de aanpak van rondhangende groepen (met name jeugd en
verslaafden). De aanpak van deze doelgroepen wordt bepaald in andere werkgroepen. Het
KVO kan aan deze werkgroepen input leveren.

Activeren ondernemers om deel te nemen aan weerbaarheidstrainingen/trainingen omgaan
met agressie.

Terugkoppelen aan melders door de politie, wat er met de melding is gedaan.

Toezicht en handhaving door gemeentelijke BOA’s en politie.
Beoogde effecten:

Een afname van de overlast door rondhangende groepen (doel: maximaal 65% in de
ondernemersenquête van 2013 heeft overlast van rondhangende groepen).
Stand van zaken uitgevoerde maatregelen
De informatie die vanuit het KVO boven komt drijven wordt structureel doorgespeeld aan de
werkgroepen die zich bezig houden met rondhangende jeugd. Een voorbeeld van een werkgroep
waarvoor wel eens bruikbare informatie aan het licht is gekomen is “Project 8”.
Er zijn in de afgelopen 2 jaar 4 trainingen georganiseerd in samenwerking met de Kamer van
Koophandel. Iedere ondernemer in Weert is voor deze trainingen uitgenodigd en de opkomst
was goed te noemen.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
11
De terugkoppeling die de politie doet na het afnemen van een aangifte is een prioriteit geworden
binnen de politie organisatie.
Zodoende is met dit punt actief aan de slag gegaan en wordt een groot percentage van de
ondernemers die aangifte doen binnen een korte tijd op de hoogte gesteld over de stand van
zaken door de politie.
Er is structureel meer samenwerking tussen de BOA’s en de politie. Ook is er extra capaciteit vrij
gemaakt m.b.t. in te zetten BOA’s. In 2013 is er bijvoorbeeld 13,5 uur per week extra
vrijgemaakt voor het inzetten van BOA’s. De capaciteit zal echter in de aankomende jaren alleen
maar afnemen, gezien het feit dat bezuinigingen roet in het eten gooien. Door deze
ontwikkelingen is de samenwerking tussen BOA’s en politie, maar ook zeker de eigen
verantwoordelijkheid van de ondernemer van groot belang. Instrumenten als bijvoorbeeld het
winkelverbod en/of een gebiedsverbod kunnen door deze samenwerking effectiever worden en
zo zorgen voor minder overlast van rondhangende groepen.
Resultaten:
Tabel 3: Percentage ondernemers dat aangeeft overlast te hebben van rondhangende groepen. Voor de
jaren 2006, 2008, 2010, 2012-2013. (Bron: Ondernemerenquête, 2013)
2012Doelstelling
Doelstelling behaald
Item
2006
2008
2010
2013
2012-2013
(ja/nee)
Rondhangende groepen
4
73%
61%
56%
≤65%
82%
(algemeen)

In de bovenstaande tabel is te zien dat het percentage ondernemers dat aangeeft overlast te
hebben van rondhangende groepen is gedaald. De doelstelling om de overlast van rondhangende
groepen te verminderen is met een 5% t.o.v. 2010 dan ook ruimschoots gehaald.
Tabel 4: Aantal ondernemers dat aangeeft overlast te hebben van een specifieke groep(en). Voor de jaren
2010, 2012-2013. (Bron: Ondernemerenquête 2013)
Soorten groepen5
2010
(N=76)
2012-2013
(N=82)
Stijging/Daling
2010-2013
Jongeren/scholieren
34
31
-/-
Zwervers/daklozen
19
24
+/+
Junks/alcoholisten/dealers
30
35
+/+
Straatmuzikanten
9
11
+/+
Uitgaanspubliek
9
8
-/-
In de bovenstaande tabel is te zien dat 82 ondernemers een specifieke groep of verschillende
groepen hebben aangegeven waar overlast van ondervonden wordt. Opvallend is dat de
ondernemers minder overlast hebben van “Jongeren/Scholieren” en “Uitgaanspubliek”. Dit sluit
aan op één van de benoemde doelgroepen voor 2012-2013, namelijk de jongeren die
rondhangen.
De overlast die ondernemers ervaren van “Zwervers/daklozen”, “Junks/Alcoholisten/Dealers”
en “Straatmuzikanten” is echter gestegen. Er zijn verschillende maatregelen die voor de jaren
2012-2013 zijn gesteld om ook deze overlast te verminderen. Het is opvallend om te zien dat de
overlast die ervaren word door bijvoorbeeld “Junks/Alcoholisten/Dealers” toch groter is
geworden.
4
Een dergelijk hoog percentage heeft eventueel te maken met de lage respons in 2008. Een voorbeeld
hiervan is dat enkel de mensen die last hebben van hangjongeren reageren op de enquête.
5
Bij de vraag: “Wordt de overlast veroorzaakt door een bepaalde groep?” , waren meerdere antwoorden
mogelijk. Het is dus telkens mogelijk dat een ondernemer van meerdere groepen tegelijk last heeft.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
12
Tabel 5: Aantal door de Politie regio Limburg-Noord geregistreerde overlast incidenten in het Centrum van
Weert voor de periode 2009 t/m 2013.(Bron: VNG-monitor gemeente Weert 2009-2013)
Centrum
Overlasttype
Drugs- en drankoverlast
Vernieling c.q. zaakbeschadiging
Overlastgevende
jeugd
Woonoverlast/
Burengerucht en
relatieproblemen
Overlast door
gestoord /
overspannen
persoon
Overlast door
zwervers
Totaal
Stijging/daling
2010
2011
2012
2013
2010-2013
35
25
44
61
+43%
115
107
94
71
-38%
48
32
36
21
-56%
23
25
17
30
+30%
20
19
18
29
+45%
30
19
9
18
-40%
271
227
218
230
-15%
De geregistreerde overlast incidenten die in de tabel hierboven worden weergegeven laten op
het eerste gezicht hetzelfde beeld zien als de informatie verkregen uit de Ondernemersenquête
(Tabel 4).
Zo is er een forse groei te zien van het aantal registraties van de politie betreffende “Drugs- en
Drankoverlast”. Verder is te zien dat het aantal incidenten in zaken “Overlastgevende jeugd” fors
is gedaald t.o.v. 2010.
Opvallend is echter dat de groei van het aantal “Drugs- en Drankoverlast” incidenten veel groter
is dan de groei van het aantal ondernemers dat aangeeft overlast te hebben van
“Junks/Alcoholisten/Dealers”. Een verklaring hiervoor komt voort uit de benoemde maatregelen
voor de jaren 2012-2013.
Er is gesteld dat de politie vaker en beter moet terugkoppelen over de behandeling van een
melding die de ondernemer heeft gedaan. Zo groeit het vertrouwen van de ondernemer in de
politie. De politie wordt zo in de gelegenheid gesteld om slagvaardig op te treden. Juist dit
proces zorgt ervoor dat meer ondernemers meldingen gaan doen, waardoor het aantal
geregistreerde incidenten fors stijgt. Het ongeveer gelijk blijven van het aantal ondernemers dat
daadwerkelijk overlast ervaart maakt dit nog duidelijker.
2.3.4
Beheer van de binnenstad (schoon, heel en veilig)
Doel:
Vergroten van de tevredenheid over de schoonmaak van de binnenstad.
Maatregelen 2012 en 2013:

Uitvoeren actieplan beheervisie 2009 en 2010, waaronder:
o Communiceren over de tijdstippen van de schoonmaak door de gemeente en over
het aanbieden van huisvuil en oud papier.
o Intensiveren toezicht en de handhaving op het aanbieden van afval buiten de
afgesproken ophaaltijden.
o Komen tot een collectieve aanpak van graffiti op publieke en private objecten, samen
met centrummanagement en betrokken partijen zoals vastgoedeigenaren.

Stimuleren bekendheid Servicelijn Stadsbeheer/milieuklachtenlijn tel. (0495) 575 000 voor
het doorgeven van klachten in de openbare ruimte (zoals vernielingen, scheve
stoeptegels of defecte verlichting) door de ‘telefoonkaart’ opnieuw te verspreiden onder
de ondernemers. (Zie bijlage 3)
Beoogde effecten:

Een toename van de tevredenheid over de schoonmaak (doel: minimaal 80% in de
ondernemersenquête van 2013).

Een gelijkblijvend slachtofferschap van bekladden of vernielen van het bedrijfspand (doel:
minimaal 20% in de ondernemersenquête 2013).
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
13
Stand van zaken uitgevoerde maatregelen
Het uitvoeren van het actieplan beheersvisie 2009 en 2010 heeft zich binnen het KVO concreet
gericht op heet schoon en heel houden van de binnenstad. De maatregelen die eerder zijn
genoemd zijn grotendeels uitgevoerd.
Zo is er duidelijk en helder gecommuniceerd wat de tijden zijn dat de gemeente schoonmaakt.
Ook wanneer het huisvuil en oud papier kan worden aangeboden door de ondernemers.
De toezicht en handhaving van het feit of de ondernemer zijn/haar afval wel op de juiste
tijdstippen aanbied is nog een discussiepunt. Wie de controle uitvoert over een afspraak die
gemaakt wordt door de ondernemers onderling vormt hier het spanningsveld.
Door de ondernemers persoonlijk in de winkel te bezoeken is de telefoonkaart verspreid. Verder
is er een Veiligheidsboekje ontwikkeld waarin alle belangrijke telefoonnummers voor de
ondernemers in zijn genoemd. Zo ook het nummer van de servicelijn Standsbeheer/
milieuklachtenlijn die onlangs is gewijzigd.((0495) 575 000)
Resultaten:
Tabel 6: Percentage ondernemers dat bevestigend antwoord op de verschillende onderwerpen in het kader
van het Beheer van de binnenstad. Voor de jaren 2006, 2008, 2010, 2012-2013.
2012Doelstelling
Doelstelling behaald
Onderwerp
2006
2008
2010
2013
2012-2013
(ja/nee)
Algemene Tevredenheid
schoonmaak binnenstad
77%
73%
73%
70%
≥80%

Slachtofferschap van
bekladden of vernielen van
het bedrijfspand
30%
19%
20%
11%
≤20%

Tevredenheid reperaties
wegdek
81%
78%
81%
70%
Niet benoemd
-
Tevredenheid reperaties
straatmeubilair
90%
79%
88%
82%
Niet benoemd
-
In de bovenstaande tabel wordt is af te lezen dat er in 2012-2013 minder ondernemers zijn die
slachtoffer zijn geweest van “Het bekladden of vernielen van het bedrijfspand”. Verder zijn er
minder ondernemers die: “Algemeen tevreden zijn over schoonmaak binnenstad”, “Tevreden zijn
over reparaties wegdek in de binnenstad” en “Tevreden zijn over de reparaties van het
straatmeubilair in de binnenstad”.
De doelstelling die is gesteld in zaken “Slachtofferschap van bekladden of vernielen van het
bedrijfspand” is behaald. Voor de overige onderwerpen is de doelstelling niet gehaald of is er
geen doelstelling vastgesteld voor 2012-2013.
Het doel om de binnenstad schoon, heel en veilig te houden is blijkbaar niet naar tevredenheid
van de ondernemers nagestreefd. Waar er ruimte voor verbetering is, zullen dat nieuwe
maatregelen en doelstellingen opleveren voor 2014-2015.
2.3.5
Aanpak winkelcriminaliteit (prioriteit)
Doel

Verminderen aantal gepleegde winkeldiefstallen.

Verhogen aangiftebereidheid van winkeldiefstallen.
Maatregelen

Uitvoeren project collectief winkelverbod:
o Uitbreiden deelname aan het project collectief winkelverbod door gebruik te maken van
de BIZ (bedrijven investeringszone).
o Op een goede wijze uitvoeren van het collectief winkelverbod in samenwerking tussen
politie en Centrummanagement Weert (foto’s, looptijd collectief winkelverbod e.d.).
o communiceren over de resultaten van het collectief winkelverbod veelplegers (o.a. in
nieuwsbrieven).

Onderzoeken mogelijkheid om het project overlastdonatie in te voeren.

Inzet Vertrouwensman Bedrijfsleven en hierover communiceren. De Vertrouwensman
Bedrijfsleven adviseert bij zaken die te maken hebben met interne criminaliteit, afpersing,
bedreiging, oplichting, fraude, diefstal e.d. en is te bereiken via: 06 - 25 00 11 24.

Activiteiten (zowel preventie als repressie) om zakkenrollen, straatroof en overval tegen te
gaan (o.a. voorlichting/bewustwording ondernemers en bezoekers, inzet biketeam).

Onderzoeken mogelijkheden cameratoezicht in De Munt.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
14


Communiceren aangiftemogelijkheden.
Terugkoppelen aan ondernemers door de politie over de afloop van de aangifte.
CONCREET speerpunt 2012
Veiligheidsboekje
Verspreiden veiligheidsboekje. In het veiligheidsboekje wordt allerlei informatie gezet over de
uitvoering van veiligheidsmaatregelen in de binnenstad, zoals: Collectief Winkelverbod,
Vertrouwensman bedrijfsleven, de beveiligingsscan kleine ondernemers etc. Ook worden
telefoonnummers, websites, enquête uitslag en aangifte/meldingsmogelijkheden erin verwerkt.
Nazorg overvallen
Winkeliers die zijn overvallen komen in aanmerking voor een subsidie van 1000,- euro. Dit
maximumbedrag ontvangt de winkelier nadat hij beveilingsmaatregelen heeft genomen. Jo
Leppers zal in opdracht van de gemeente Weert bij winkeliers langsgaan die onlangs zijn
overvallen (Jan Linders, Golden Tulip, Slagerij Smeets, ’t Edelsmidje, Fairplay casino).
Hij geeft de winkeliers veiligheidsadviezen. Daarnaast wijst hij hen op de mogelijkheid om deel
te nemen aan de training van de HBD om overvallen tegen te gaan. Het is namelijk mogelijk om,
naast de training van 27 februari, deel te nemen aan een kleinschaligere training met ongeveer
15 personen.
Speerpunt 2013
Communicatiecampagne om aangiftebereidheid te verhogen
Via persberichten, artikelen in ondernemersblad en via het internet communiceren over het nut
van aangifte doen en de vele mogelijkheden om aangifte te doen. De politie speelt bij deze
campagne een belangrijke rol. Daarnaast is het noodzakelijk dat zij terugkoppelen wanneer er
aangifte wordt gedaan.
Beoogde effecten:

Een toename van de aangiftebereidheid bij winkeldiefstal (doel: minimaal 50% in de
ondernemersenquête van 2013).

Een toename van het aantal deelnemers aan het collectief winkelverbod veelplegers (doel:
minimaal 80% in de ondernemersenquête van 2013)
Stand van zaken uitgevoerde maatregelen
Het collectief winkelverbod is nog niet naar alle tevredenheid in gang gezet. De basis is
inmiddels gelegd, maar er dient structureel meer aandacht te worden geschonken aan de
mogelijkheden van het collectief winkelverbod en de pluspunten die dit met zich meebrengt. Ook
ten opzichte van het directe verband dat er is tussen het opleggen van een winkelverbod en het
doen van aangifte bij de politie.
Uit onderzoek is gebleken dat maar liefst 6 procent van de Limburgse bedrijven last heeft van
afpersingspraktijken en hier geen raad mee weet. Voor deze en andere interne criminaliteit
kunnen bedrijven terecht bij Will Meijers, Vertrouwensman Bedrijfsleven voor het gebied Noorden Midden-Limburg. Deze is te bereiken op het nummer 06 - 25 00 11 24. De vertrouwensman
is vorm gegeven door het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing.
De activiteiten (zowel preventie als repressie) om zakkenrollen, straatroof en overval tegen
te gaan zijn eerder dit hoofdstuk al gedeeltelijk besproken, enkele zullen hier nog eens op een
rijtje gezet worden.

(Flex)boa’s surveilleren samen met de politie in de binnenstad tijdens opening- en
sluitingstijden. Meer blauw op straat zal mogelijke daders afschrikken, echter de
bezuinigingen maken het lastig de capaciteit hiervoor te vinden.

In opdracht van de gemeente Weert zijn de drie bedrijven bezocht en heeft er een
veiligheidsscan plaatsgevonden. Dit is gebeurd naar aanleiding van een overval die
hier had plaatsgevonden. (zie concreet speerpunt: nazorg overvallen) De drie
ondernemers waren alle drie blij verrast en stelde het zeer op prijs dat er op deze
manier aandacht voor hen was. Voor het personeel van deze bedrijven is een training
“overvalpreventie”georganiseerd. Meer dan 40 personen hadden zich hiervoor
aangemeld.

De KvK, de HBD en het CMW (KVO) hebben op 27 februari 2013 een “veiligheidspanel”
georganiseerd. Hiervoor zijn alle ondernemers uitgenodigd. Gedurende deze
bijeenkomsten zijn verschillende thema’s aan de orde gekomen.

De gemeente Weert heeft portofoons gefinancierd. Die worden ingezet voor de
integrale aanpak van inbraken, winkeldiefstal en zakkenrollerij.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
15
De mogelijkheden voor cameratoezicht in De Muntpassage zijn onderzocht. Deze mogelijkheden
bleken er wel te zijn, maar de kosten waren te groot voor de ondernemers.
In het veiligheidsboekje dat begin 2012 is gepubliceerd wordt, zoals al eerder aangegeven,
toelichting gegeven op een aantal thema’s die in het plan van aanpak KVO 2012-2013 als
prioriteit naar voren zijn gekomen. Er is ook expliciet aandacht gegeven aan het onderwerp
aangifte doen. De terugkoppeling na een aangifte is een prioriteit geworden binnen de politie
organisatie. Hier is dan ook verbetering in gekomen. Het is voor de ondernemer belangrijk dat
een aangifte snel en makkelijk gedaan kan worden. Doordat de politie tegenwoordig naar de
ondernemer toekomt en ter plekke een aangifte opneemt wordt deze wens voor een groot deel
vervuld. Er is echter nog behoefte aan meer aandacht voor de voordelen die het heeft om
aangifte te doen en welke mogelijkheden hierin zijn.
Resultaten:
Tabel 7: Percentage ondernemers dat bevestigend heeft geantwoord op verschillende onderwerpen in zake
de Aanpak van winkelcriminaliteit. Voor de jaren 2010, 2012-2013. (Bron: Ondernemersenquête 2013)
2012- Doelstelling
Doelstelling 2013 behaald
Onderwerp
2010
2013
2012-2013
(ja/nee)
Aangiftebereidheid bij
winkeldiefstal6
36%
40%
≥50%

Deelnemers aan het collectief
winkelverbod
28%
29%
≥80%

Aangiftebereidheid zal stijgen als
kosten worden vergoed
(antwoord: ja)
66%
68%
Niet
benoemd
-
In de bovenstaande tabel is te zien dat de doelstellingen in zake de aanpak van
Winkelcriminaliteit niet zijn gehaald.
Opvallend daarbij is het lage percentage deelnemers aan het Collectief Winkelverbod. Zeker
gezien het feit dat de doelstelling 80% of meer deelnemers was. Een verklaring voor dit grote
verschil is dat de doelstelling niet realistisch is. Er is wel sprake van een kleine groei t.o.v. 2010.
Het is dan ook verstandig om de doelstelling bij te stellen en de positieve ontwikkeling door te
zetten.
De aangiftebereidheid is ook gestegen t.o.v. 2010. Dit is een positieve ontwikkeling in het proces
van het vergroten van het vertrouwen van de ondernemers in de politie en de slagvaardigheid
waarmee er dan opgetreden kan worden.
Tabel 8: Aantal door de politie regio Limburg-Noord geregistreerde aangiften voor vermogens-, overlast- en
geweldsincidenten in het centrum van Weert voor de periode 2009 t/m 2013.(Bron: VNG-monitor gemeente
Weert 2009-2013)
Soorten Aangiften
Centrum Weert
2009
2010
2011
2012
2013
Vermogensincidenten
859
777
590
609
633
Overlastincidenten
66
57
54
71
49
Geweldsincidenten
79
95
106
88
87
1004
929
750
768
769
Totaal
In de bovenstaande tabel is het aantal aangiften in het centrum van Weert te zien, van 2009 t/m
2013. Opvallend is dat er in de periode 2009-2011 sprake was van een fixe daling in het aantal
aangiften. In de afgelopen 2 jaren is dit aantal weer langzamerhand aan het groeien. Dit komt
overeen met de groei in aangiftebereidheid die in tabel 7 is te zien.
6
Hierbij is voor alle meetjaren gepercenteerd op het aantal respondenten dat wel, meestal of geen aangifte
heeft gedaan. De antwoordmogelijkheid ‘niet van toepassing’ is bij dit percentage buiten beschouwing
gelaten.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
16
Tabel 9: Aantal door de Politie regio Limburg-Noord geregistreerde vermogens incidenten in het Centrum
van Weert voor de periode 2010 t/m 2013.(Bron: VNG-monitor gemeente Weert 2009-2013)
Soort incident (meetwaarde: incident)
Overvallen
Veilige
bedrijventerreinen
Veilig winkelgebied
2010 2011 2012 2013
Stijging/daling
2010-2013
1
1
7
2
100%
Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen
49
44
17
27
-45%
Veilige Bedrijventerreinen totaal
50
45
24
29
-42%
Winkeldiefstal
75
60
89
94
+25%
Inbraak winkel
13
2
10
13
-
Veilig winkelgebied totaal
88
62
99
107
+22%
In de bovenstaande tabel is te zien dat het aantal door de politie geregistreerde
“Diefstallen/inbraken bij bedrijven en instellingen” t.o.v. 2010 fors is gedaald.
Dit is een positieve ontwikkeling. Verder is het aantal door de politie geregistreerde “Inbraken bij
winkel” gelijk gebleven.
Er is een op het eerste oog negatieve ontwikkeling te vinden voor het aantal “Overvallen” en het
aantal “Winkeldiefstallen”. Het aantal geregistreerde incidenten is namelijk toegenomen t.o.v.
2010. Opvallend is dat de stijging van het aantal geregistreerde overvallen niet bijster groot is.
Het aantal winkeldiefstallen is wel significant gestegen.
Een verklaring voor de forse stijging is wederom te vinden in de doelstelling de in 2012 en 2013
zijn gesteld. Door het verhogen van de aangiftebereidheid, zullen er ook meer geregistreerde
incidenten bij de politie komen. Daarnaast betekent dit niet dat het aantal winkeldiefstallen ook
daadwerkelijk is gestegen. Een uitsluitsel van het werkelijke aantal winkeldiefstallen is namelijk
niet te geven, gezien het feit dat er ook genoeg gevallen zijn waarvoor geen aangifte is gedaan.
Deze gevallen worden niet geregistreerd en blijven zo onbekend.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
17
3.
Plan van aanpak speerpunten 2014 t/m 2016
De evaluatie van het project Keurmerk Veilig Ondernemen over de jaren 2012 t/m 2014 (zie
hoofdstuk 2) levert input voor de nieuwe speerpunten van 2014 t/m 2016. In dit hoofdstuk zal
eerst aandacht worden geschonken aan de samenwerking van de projectgroep voor de
aankomende periode. Daarna zal worden aangegeven welke instrumenten worden gebruikt voor
de verschillende evaluatiemomenten. Afsluitend zijn de doelstellingen en de daarbij horende
maatregelen genoemd, voor de aankomende periode. Om dit alles zo SMART mogelijk te
formuleren is in bijlage een maatregelenmatrix toegevoegd waar al het volgende in wordt
verwerkt.
3.1 De samenwerking
De samenwerking binnen de projectgroep KVO-W binnenstad Weert zal voor doorlopen tot de
volgende Audit. Deze zal over 2 jaar plaatsvinden, de looptijd van het certificaat. Voor de
periode van april 2014 t/m april 2016 zal er voort worden gebouwd op de evaluatie van 2012
t/m 2014. Zo wordt er geprobeerd de samenwerking nog duurzamer te maken.
3.1.1 Samenstelling van de Projectgroep
In hoofdstuk 4 is de lijst opgenomen met de verschillende leden van de projectgroep KVO-W
binnenstad Weert. Vertegenwoordigers van de politie, brandweer, gemeente, ondernemers en de
bewoners van de binnenstad zijn aanwezig. Zoals het er op dit moment naar uit ziet zal er op
een enkele plek een personele wisseling plaats vinden. Zo zal er een andere persoon van de
Bewoners Organisatie Binnenstad (BOB) aansluiten. Wie dit zal zijn is nog niet duidelijk. Verder
zal de wijkagent Joost Jelmer Casper in een ander gebied werkzaam zijn in de aankomende
periode. Diegene die hem in ieder geval voorlopig vervangt is al geregeld bij de bijeenkomsten
aanwezig, namelijk Thijs Moons. Op deze manier wordt ondanks de wisselingen van
verschillende personen, de aanwezigheid bij de bijeenkomsten gewaarborgd.
3.1.2 Bijeenkomsten
Er zijn 8 bijeenkomsten gepland voor de periode april 2014 t/m april 2016. Zoals al eerder
aangegeven zal bij de bijeenkomsten meer nadruk worden gelegd op het tussentijds evalueren
van de maatregelen die in dit hoofdstuk zullen worden besproken. In de maatregelenmatrix
worden de data genoemd en vervolgens ook de agendapunten die tijdens deze bijeenkomsten
zullen worden besproken. Er zal 4 maal een schouw plaatsvinden. De onderverdeling m.b.t. het
thema van de schouw zal behouden blijven, dus:

Schouw ‘Heel en schoon’: Waarbij de nadruk ligt op het onderhouden van de
binnenstad om zo fysieke veiligheid te garanderen en het veiligheidsgevoel te
vergroten.

Schouw ‘Onveilige plekken’: Waarbij de nadruk ligt op de incidentgevoelige
gedeelten in de binnenstad en hoe deze te verbeteren. Zo wordt de sociale
veiligheid vergroot en het veiligheidsgevoel vergroot.
Telkens worden er aan de hand van de schouw actiepunten opgesteld.
3.1.3 Communicatie
De communicatie tussen de verschillende leden van de projectgroep wordt grotendeels centraal
verzorgd door het Centrum Management Weert (CMW). De verschillende actiepunten worden
gedurende de bijeenkomsten besproken. Zoals eerder aangegeven in de richtlijnen, zorgen de
verschillende leden van de projectgroep zelf voor de terugkoppeling naar hun achterban.
Als het gaat om de uit te voeren maatregelen en de vordering daarvan is het CMW ook hier het
centrale punt waar de informatie samen komt en wordt door gecommuniceerd naar alle leden
van de projectgroep.
Informatie over de acties die zijn opgezet door het KVO wordt o.a. met een vernieuwd
Veiligheidsboekje gecommuniceerd naar de ondernemers in Weert.
Het is zaak om de overige communicatiemiddelen die voorhanden zijn nog beter te benutten. Zo
zijn er verschillende nieuwsbrieven voorhanden, bijvoorbeeld van het CMW en de
ondernemersvereniging De Muntpassage. Dit zijn middelen om de ondernemers in Weert direct
te bereiken en op de hoogte te stellen van de verschillende acties waaraan zij deel kunnen
nemen of gebruik van kunnen maken.
Ook de informatie die op de verschillende websites (zie hoofdstuk 2) wordt gegeven dient up-todate te worden gehouden.
3.1.4 Verbeterpunten
De voortdurende cyclus van ‘plan-do-check-act’ zorgt, zoals al eerder aangegeven, voor een
structureel verbeterproces. Er is in de afgelopen periode met veel enthousiasme gewerkt aan
een solide samenwerking t.b.v. het KVO-W binnenstad Weert.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
18
Uit de evaluatie van de periode 2012-2013 zijn een aantal zaken naar voren gekomen die de
samenwerking verder kunnen bevorderen. Door de werkgroep meer operationeel te maken kan
er slagvaardiger te werk worden gegaan.
Door het samenwerkingsverband dat er op dit moment is op deze manier door te ontwikkelen
wordt er een volgende stap gezet in samenwerkingsproces en de slagvaardigheid daarvan. De
nadruk dient meer komen te liggen op het structureel evalueren en verder uitbouwen van de
ingezette maatregelen. De maatregelen die al eerder zijn opgesteld voor 2012-2013, zullen in dit
nieuwe plan van aanpak dus worden aangepast waar nodig.
3.2
Meetinstrumenten voor de evaluatie
3.2.1 De bekende meetinstrumenten
De “Enquête veiligheid winkelgebied binnenstad Weert” zal in 2015 opnieuw worden verspreid
onder de ondernemers en verschillende bedrijven. Deze enquête komt elke 2 jaar terug en zorgt
zo al 10 jaar voor een duidelijke zelfrapportage van de ondernemers in Weert over de veiligheid
in de binnenstad.
De cijfers van de VNG-monitor worden standaard up-to-date gehouden. Deze cijfers zullen dan
ook in tussentijdse evaluatiemomenten worden gebruikt. Zo kunnen er trends worden
gesignaleerd m.b.t. de veiligheid in de binnenstad van Weert en kan daarop worden ingespeeld.
Daarnaast wordt er gestreefd om een dergelijk overzicht ook voor de brandweercijfers te
organiseren. Het uitbreiden van deze cijfers met bijvoorbeeld verslagen van de adviezen die de
brandweer uit brengt zou een verrijking betekenen. Dit zou vervolgens ook mee kunnen worden
genomen in de tussentijdse evaluatiemomenten.
3.2.2 De wijkanalyse
De gemeente Weert kent ook zoiets als een wijkanalyse. Deze analyse legt niet alleen de nadruk
op de ondernemers die in de binnenstad werken, maar ook aan de bewoners van de binnenstad.
Gezien het feit dat de Bewoners Organisatie Binnenstad (BOB) een deelnemer is aan de
werkgroep, maakt dit het scala aan meetinstrumenten completer. De wijkanalyse wordt jaarlijks
gehouden en zal dan ook jaarlijks terug komen in een tussentijdse analyse bij de KVO-W
projectgroep.
3.3
3.3.1
Doelstellingen
Verbeteren van de brandveiligheid
Analyse
Het bewustzijn van de eigen verantwoordelijkheid in het kader van de brandveiligheid bij de
ondernemers groeit. Er is echter wel nog ruimte voor verbetering. Door een heldere
communicatie over de brandveiligheid, preventieadviezen en de rol die de brandweer daarin kan
spelen voor elke ondernemer zal deze stijgende lijn voortgezet worden.
Doel:
Het handhaven van het besef van de eigen verantwoordelijkheid in het kader van
brandveiligheid bij ondernemers.
Beoogde effecten:

Een toename van de aanwezigheid van brandmelders in de winkel (doel: minimaal 70% in
de ondernemersenquête van 2015).

Een gelijkblijvende toegankelijkheid van vluchtroutes (doel: minimaal 95% in de
ondernemersenquête van 2015).

Een toename van de toegankelijkheid van nooduitgangen (doel: minimaal 85% in de
ondernemersenquête van 2015).

Een toename van het rekening houden met brandbaarheid van de inrichting en
decoratiemateriaal (doel: minimaal 80% in de ondernemersenquête van 2015).
Maatregelen 2014 en 2015:

Communiceren over brandveiligheid en preventieadviezen via eerder genoemde
communicatiemiddelen.

Afgevaardigden van de Brandweer stappen twee keer in het jaar bij 2 willekeurige
ondernemers die geen gebruikersvergunning hebben een kostenloos advies-/controlerondje
maken.

Zorgen dat er er parate cijfers zijn met betrekking tot registraties van de brandweer.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
19
3.3.2
Verbeteren veiligheidsbeleving (binnen en buiten de onderneming)
Analyse
De doelstellingen in zake het onveiligheidsgevoel binnen de onderneming en in de directe
omgeving daarvan zijn niet behaald. Er vallen echter een aantal dingen op wanneer er naar de
grafieken van de geanalyseerde ondernemersenquête wordt gekeken. Het percentage
ondernemers dat in 2012-2013 aangeeft zich “regelmatig” onveilig te voelen binnen de
onderneming of in de directe omgeving daarvan, is kleiner geworden. Daarnaast is het
percentage ondernemers dat aangeeft zich “soms” onveilig te voelen groter geworden. Dit kan
duiden op een positieve verandering, namelijk dat ondernemers zich minder vaak onveilig voelen
binnen het bedrijf of in de directe omgeving daarvan. De tevredenheid over de verlichting in de
binnenstad van Weert voldoet wel aan het doel dat was gesteld voor 2012-2013.
De algemene doelstelling in zake de Veiligheidsbeleving binnen en buiten het bedrijf laat geen
schrikbarende fluctuaties zien. Er is echter geen sprake van een groei. Het wordt van groot
belang geacht dat een ondernemer in Weert zich veilig voelt. Voor 2014-2015 is het vergroten
van het veiligheidsgevoel bij de ondernemers dan ook een prioriteit.
Doel:
Verhogen van het veiligheidsgevoel van ondernemers binnen het bedrijf en in de omgeving van
het bedrijf.
Maatregelen 2014 en 2015:

Uitvoeren van een gezamenlijke schouw7 minimaal twee keer per jaar, waarbij gelet wordt
op de items schoon, heel en veilig en de verlichting. Eerder dit hoofdstuk is er al meer
toelichting gegeven over de schouw. In de maatregelenmatrix zal er specifiek tijdgebonden
data worden geprikt.

Inzetten biketeam politie in centrum van Weert. Verder blijft er extra politie inzet gepland
rond de openings- en sluitingstijden van de winkels in de binnenstad van Weert.

Het toetsen van de consumentenbeleving aan de hand van de jaarlijkse Wijkanalyse. Zoals
al eerder aangegeven is dit een uitbreiding van de al eerder gebruikte meetinstrumenten.
Telkens als deze is uitgevoerd zal in de projectgroep worden besproken wat de conclusies uit
deze analyse zijn en welke actiepunten er vanuit de projectgroep moeten worden
geformuleerd. In de maatregelenmatrix zal hier specifiek een datum bij worden genoemd.

Uitvoering van de pilot Overval App. Het eerste jaar van de pilot zit er al grotendeels op. De
eerste kennismaking van de ondernemers met de Overval App heeft reeds plaatsgevonden.
Nu is het zaak om dit door middel van de eerder genoemde communicatiemiddelen te blijven
stimuleren. De gemeente Weert schrijft hier een communicatieplan voor en betrekt daarbij
het KVO-W binnenstad Weert.
Beoogde effecten:

Een afnemend gevoel van onveiligheid in de omgeving van het bedrijf (doel: maximaal 25%
in de ondernemersenquête van 2015).

Een afnemend gevoel van onveiligheid binnen de eigen onderneming (doel: maximaal 25%
in de ondernemersenquête van 2015).

Een toename van de tevredenheid over de verlichting in de binnenstad (doel: minimaal 87%
in de ondernemersenquête van 2015).
3.3.3
Aanpak rondhangende groepen
Analyse
In de eerder genoemde resultaten is te zien dat het percentage ondernemers dat aangeeft
overlast te hebben van rondhangende groepen is gedaald. De doelstelling om de overlast van
rondhangende groepen te verminderen is met een 5% t.o.v. 2010 dan ook ruimschoots gehaald.
In de evaluatie is te zien dat 82 ondernemers een specifieke groep of verschillende groepen
hebben aangegeven waar overlast van ondervonden wordt. Opvallend is dat de ondernemers
minder overlast hebben van “Jongeren/Scholieren” en “Uitgaanspubliek”. Daarnaast is het
opvallend om te zien dat de overlast die ervaren word door bijvoorbeeld
“Junks/Alcoholisten/Dealers” ondanks de genomen maatregelen in 2012-2013 toch groter is
geworden.
Bij deze schouw zijn minimaal de volgende organisaties aanwezig: gemeente, Bewoners Organisatie
Binnenstad (BOB), Centrum Weert Promotion, Centrum Management Weert, brandweer, Wonen Weert.
7
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
20
De geregistreerde overlast incidenten laten op het eerste gezicht hetzelfde beeld zien als de
informatie verkregen uit de Ondernemersenquête. Zo is er een forse groei te zien van het aantal
registraties van de politie betreffende “Drugs- en Drankoverlast”. Verder is te zien dat het aantal
incidenten in zaken “Overlastgevende jeugd” fors is gedaald t.o.v. 2010.
De politie geeft aan dat het vaak dezelfde groep is die zorgt voor de “drugs- en drankoverlast”.
Door het opnieuw inrichten van de Louis Regoutstraat buiten het centrum van Weert, waar deze
groep zich vooral ophoudt, is er sprake van een groei van overlast in de binnenstad. Dit door het
simpele feit dat de overlast zich verplaatst. Er is sprake van een continue aanpak van deze
overlast en er is dan ook goed zicht op welke personen dit betreft.
Doel:
Verminderen van de overlast door rondhangende groepen.
Maatregelen 2014 en 2015:

Communiceren over de aanpak van rondhangende groepen. De ondernemers zijn diegene
die er overlast van ervaren en de politie krijgt de meldingen binnen. Wanneer dit het geval is
wordt dit gemeld in de projectgroep.

Terugkoppeling door de politie aan de ondernemers die een overlastmelding doen. Zo wordt
er gecommuniceerd wat er met de melding is/wordt gedaan. Dit blijft een prioriteit binnen de
politieorganisatie.

Toezicht en handhaving door gemeentelijke BOA’s en politie. Zoals al eerder aangegeven is
één van de maatregelen dat er meer toezicht is gedurende de openings- en sluitingstijden
van de winkels.

Gedurende de schouw die wordt georganiseerd door een afgevaardigde van de politie is het
zaak om ook de plekken te bezoeken die in trek zijn bij de eerder besproken “drugs- en
drankverslaafden”. Aan de hand daarvan kunnen er praktische zaken worden besproken
m.b.t. het hanteren van deze overlast.

Het Collectief winkelverbod is een instrument dat door de ondernemers zelf kan worden
gehanteerd om de ervaren overlast te verminderen in de onderneming zelf. In de volgende
paragraaf zal een duidelijke maatregel worden geformuleerd m.b.t. het Collectief
winkelverbod.
Beoogde effecten:

Een afname van de overlast door rondhangende groepen (doel: maximaal 50% in de
ondernemersenquête van 2015).

Een afname van het aantal geregistreerde overlastincidenten (vooral “drugs- en
drankoverlast” en overlast door “gestoorde/overspannen personen”) in 2016 t.o.v. 2013 van
15%.
3.3.4
Beheer van de binnenstad (schoon, heel en veilig)
Analyse
Uit de analyse is op te maken dat er in 2012-2013 minder ondernemers zijn die slachtoffer zijn
geweest van “Het bekladden of vernielen van het bedrijfspand”. Verder zijn er minder
ondernemers die: “Algemeen tevreden zijn over schoonmaak binnenstad”, “Tevreden zijn over
reparaties wegdek in de binnenstad” en “Tevreden zijn over de reparaties van het
straatmeubilair in de binnenstad”.
Het doel om de binnenstad schoon, heel en veilig te houden is blijkbaar niet naar tevredenheid
van de ondernemers nagestreefd. Waar er ruimte voor verbetering is, zullen dat nieuwe
maatregelen en doelstellingen opleveren voor 2014-2015.
Doel:
Vergroten van de tevredenheid over de schoonmaak van de binnenstad.
Maatregelen 2014 en 2015:

Uitvoer geven aan de beheervisie binnenstad gemeente Weert 2013, waaronder:
o Communiceren over de tijdstippen van de schoonmaak door de gemeente en over
het aanbieden van huisvuil en oud papier. Dit zal worden gecommuniceerd via het
veiligheidsboekje 2014, de website van het CMW en de gemeente Weert.
o Signalen van het stadstoezicht en de ondernemers meenemen in de projectgroep. Zo
kunnen er m.b.t. dit onderwerp concreet maatregelen worden genomen.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
21
Gedurende de schouw gericht op “Heel en Schoon” deze zaken bekijken en aan de
hand daarvan concrete acties formuleren. De bijeenkomst die volgt op deze schouw
wordt vervolgens geëvalueerd in hoeverre de acties zijn uitgevoerd.
Stimuleren bekendheid Servicelijn Stadsbeheer/milieuklachtenlijn tel. (0495) 575 000 voor
het doorgeven van klachten in de openbare ruimte (zoals vernielingen, scheve stoeptegels of
defecte verlichting) door de ‘telefoonkaart’ opnieuw te verspreiden onder de ondernemers.
Dit zal gelijktijdig met het verspreiden van het Veiligheidsboekje plaatsvinden.
o

Beoogde effecten:

Een toename van de tevredenheid over de schoonmaak (doel: minimaal 75% in de
ondernemersenquête van 2015).

Een afnemend slachtofferschap van bekladden of vernielen van het bedrijfspand (doel:
maximaal 15% in de ondernemersenquête 2015).

Toename van de tevredenheid over de reparaties van het wegdek (doel: minimaal 75% in de
ondernemersenquête van 2015).

Toename van de tevredenheid over de reparaties van het straatmeubilair (doel: minimaal
85% in de ondernemersenquête van 2015).
3.3.5
Aanpak winkelcriminaliteit
Analyse:
Uit de eerdere evaluatie blijkt dat de doelstellingen in zake de aanpak van Winkelcriminaliteit
niet zijn gehaald. Opvallend daarbij is het lage percentage deelnemers aan het Collectief
Winkelverbod. Er is wel sprake van een kleine groei t.o.v. 2010. De aangiftebereidheid is ook
gestegen.
Verder blijkt uit de analyse dat het aantal door de politie geregistreerde “Diefstallen/inbraken bij
bedrijven en instellingen” t.o.v. 2010 fors is gedaald. Verder is het aantal door de politie
geregistreerde “Inbraken bij winkel” gelijk gebleven.
Er is een op het eerste oog negatieve ontwikkeling te zien voor het aantal “Overvallen” en het
aantal “Winkeldiefstallen”. Het aantal geregistreerde incidenten is namelijk toegenomen t.o.v.
2010. Opvallend is dat de stijging van het aantal geregistreerde overvallen niet bijster groot is.
Het aantal winkeldiefstallen is wel significant gestegen.
Een verklaring voor de forse stijging is wederom te vinden in de doelstelling de in 2012 en 2013
zijn gesteld. Door het verhogen van de aangiftebereidheid, zullen er ook meer geregistreerde
incidenten bij de politie binnen komen. Daarnaast betekent dit niet dat het aantal
winkeldiefstallen ook daadwerkelijk is gestegen. Een uitsluitsel over het werkelijke aantal
winkeldiefstallen is namelijk niet te geven, gezien het feit dat er ook genoeg gevallen zijn
waarvoor geen aangifte is gedaan. Deze gevallen worden niet geregistreerd.
Doel

Verminderen aantal gepleegde winkeldiefstallen.

Verhogen aangiftebereidheid van winkeldiefstallen.

Verhogen deelname Collectief Winkelverbod
Maatregelen

Het Collectief winkelverbod is een instrument dat door de ondernemers zelf kan worden
gehanteerd om de ervaren overlast te verminderen in de onderneming zelf.

Met de projectgroep zal een stappenplan worden gevormd, waarin duidelijk
wordt aangegeven hoe in de aankomende twee jaar het Collectief Winkelverbod
ingezet gaat worden. Er dient rekening te worden gehouden met de
communicatie over en de voorlichting.

Het “Donkere Dagen Offensief” wordt jaarlijks ingezet gedurende de wintermaanden.
Concreet houdt dit in de maanden november, december, januari en februari. Dit zijn de
maanden in het jaar waarin er de meeste vermogensdelicten plaatsvinden. Het KVO-W
binnenstad Weert organiseert in deze periode ook een schouw, waarin de nadruk komt te
liggen op de plekken waar de meeste overlast op dit gebied is. In de bijeenkomst
voorafgaande aan deze schouw zal er een voorlichting worden gegeven over de extra
maatregelen die in deze periode worden genomen.

Terugkoppelen aan ondernemers door de politie over de afloop van de aangifte. Zoals al
eerder aangegeven is dit al een prioriteit binnen de politie organisatie.
Beoogde effecten:

Een toename van de aangiftebereidheid bij winkeldiefstal (doel: minimaal 50% in de
ondernemersenquête van 2015).
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
22
Een toename van het aantal deelnemers aan het collectief winkelverbod (doel: minimaal
40% in de ondernemersenquête van 2015)
Afname van het aantal door de politie geregistreerde winkeldiefstallen in 2016 t.o.v. 2013
van 15%.


4.
Organisatie en takenverdeling
De werkgroep Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit
plan van aanpak en bestaat uit de volgende partners die de genoemde taken en
verantwoordelijkheden hebben.
Partner
Taak/bevoegdheden

(interim) Voorzitter
Gemeente Weert (coördinator

Zorgen voor de afstemming over (en bewaking van) de
integrale veiligheid,
activiteiten.
bedrijfscontactfunctionaris,

Rapporteren aan, overleggen met en zorgen voor afstemming
coördinator stadstoezicht)





Politie Weert (wijkagent)



Brandweer Weert
(preventiemedewerker)




De ondernemers


Koninklijke Horeca Nederland
afdeling Weert
(horecaondernemer)
Centrum Management Weert
(centrummanager en
secretariaat)












Bewoners Organisatie
Binnenstad (bewoner
binnenstad)



tussen alle betrokkenen.
Implementatie van het project.
Verantwoordelijkheid voor het project budget.
Optreden als contactpersoon.
Benoemen van een project secretaris.
Verwerken van de tussentijdse evaluatiemomenten in de
maatregelenmatrix
Heeft structureel of naar aanleiding van incidenten overleg
met de gemeente over de veiligheid, vooral over de wijze
waarop toezicht en handhaving plaatsvindt. De politie maakt
in het KVO-samenwerkingsverband melding van deze feiten.
Levert objectieve gegevens aan over de aangiften, meldingen
en incidenten met betrekking tot criminaliteit en overlast. Dit
is een belangrijke bijdrage in de veiligheidsanalyse. Deze
gegevens worden ook meegewogen bij de prioritering van de
maatregelen in het plan van aanpak.
Zorgt voor korte lijnen tussen politie en ondernemer. Dit
sterkt het KVO-verband. Door de aanwezigheid in het overleg
en in het KVO-gebied krijgt de politie voor de ondernemers
een gezicht. Tevens is de politie ‘leverancier’ of ‘kenner’ van
maatregelen.
De brandweer is op verschillende terreinen betrokken bij de
veiligheid in een winkelgebied en op bedrijventerreinen. Denk
aan repressie (uitrukken), preventie (advies) en
voorbereiding (aanvalsplannen).
Geeft inzicht in de bestaande en potentiële risico’s.
Levert objectieve gegevens over branden, meldingen en
incidenten met betrekking tot brandrisico’s.
Is een belangrijke partner, gezien het grote aantal aan ‘brand’
gerelateerde maatregelen binnen het KVO.
Zijn direct belanghebbende en kunnen dus duidelijk aangeven
welke knelpunten zij ondervinden.
Zijn de vertegenwoordigers voor alle ondernemers, dus ook
de ondernemers die niet in de projectgroep zitten.
Geven(informeel) feed-back aan hun achterban.
Zijn direct belanghebbende en kunnen dus duidelijk aangeven
welke knelpunten zij ondervinden.
Zijn de vertegenwoordigers voor alle horecaondernemers, dus
ook de horecaondernemers die niet in de projectgroep zitten.
Geven(informeel) feed-back aan hun achterban.
Geeft secretariële ondersteuning aan de projectleider.
Bewaakt de planning en de maatregelenmatrix.
Geeft ondersteuning bij de verwerking en rapportage van de
onderzoeksresultaten.
Onderhoudt contact met de leden van de projectgroep.
Volgt de landelijke ontwikkelingen.
Pr en voorlichting.
Optreden als contactpersoon.
Verwerken van de tussentijdse evaluatiemomenten in de
maatregelenmatrix
Signaleren knelpunten
Vertegenwoordigen bewoners
Betrokkenheid van een Vereniging van Eigenaren of een
buurtcollectief levert een beter beeld op van de
problematiek in het gebied.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
23
Email-adres/ Telefoon
nummer
Naam
Professie
Adres
Geert Vossen
Brandweer Weert
Dr. Schaepmanstraat 23
6004 AD Weert
Thijs Moons
Wijkagent Politie Weert
Postbus 961
6000 AZ Weert
Joost Jelmer
Kasper
Wijkagent Politie Weert
Postbus 961
6000 AZ Weert
Hub Kremers
Bewoners Organisatie
Binnenstad (BOB)
Driesveldlaan 65
6001 KD Weert
[email protected]
Tel: 088-1190700
[email protected]
Tel: 06-52532149
[email protected]
Tel: 06-41462495
[email protected]
Tel: 0495-450515
Marcel Gijsberts
Filiaalhouder Albert
Heijn
Karin Kirkels
HEMA
Muntpassage 49
6001 GL Weert
Nieuwe Markt 7
6001 EL Weert
[email protected]
Tel: 0495-531415
[email protected]
Tel: 0495- 524311
Koos van
Heugten
Eetkamer De Oude
Schut
De Oude Schut 9
6001 JL Weert
[email protected]
Tel: 0495-526103
Carola Metten
Parfumerie Douglas
Langstraat 17
6001 CS Weert
[email protected]
Tel: 0495-520759
Hugo Zontrop *
Bedrijven contact
functionaris gemeente
Weert
Postbus 950
6000 AZ Weert
[email protected]
Tel: 0495-575245
Willie Konings
Coördinator
Stadtoezicht gemeente
Weert
Postbus 950
6000 AZ Weert
[email protected]
Tel: 0495-575653
Gerard Lenders
Coördinator integrale
veiligheid gemeente
Weert
Postbus 950
6000 AZ Weert
[email protected]
Tel: 06-46363527
Brigitte de Jong
Secretariaat CMW
Postbus 125
6000 AC Weert
[email protected]
Tel: 0495- 534681
* aanwezig als agenda dit vraagt
Manier van samenwerken
Iedere vertegenwoordiger binnen de werkgroep neemt deel vanuit zijn/haar
verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Indien nodig, kunnen ook andere personen aansluiten,
bijvoorbeeld iemand van de gemeentelijke afdeling Inrichting en Gebruik Openbare Ruimte, of
iemand van de afdeling Welzijn in het kader van wijkgericht werken. Wanneer iemand niet
aanwezig kan zijn, en in het bijzonder een ondernemer, dan probeert hij/zij voor vervanging te
zorgen.
Aan de hand van een maatregelenmatrix worden de verschillende voorgestelde maatregelen
voor de aankomende twee jaar in tijdsperspectief geplaatst. Daar wordt ook aangegeven wie de
verantwoordelijkheid draagt over het uitvoeren van de verschillende maatregelen. Het
daadwerkelijk actief deel nemen aan het samenwerkingsverband en de te nemen maatregelen
wordt gezocht in de professionele houding van de verschillende leden aan tafel. Door het laten
plaatsvinden van tussentijdse evaluatiemomenten proberen we deze motivatie nog extra kracht
bij te zetten.
De uit te voeren maatregelen worden vooral gefinancierd vanuit de gemeente Weert en Centrum
Management Weert. (Zie bijlage 4)
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
24
Bijlage 1: Belangrijkste uitkomsten ondernemersenquete
Zie aparte bijlage van Almere Marktonderzoek Advies (AMA).
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
25
Bijlage 2: Schouw 2012 en 2013
Zie aparte bijlagen Fotocollage Schouw.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
26
Bijlage 3: Veiligheidsboekje en Telefoonkaart 2012-2013
Zie apparte pdf-bijlage.
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
27
Bijlage 4: Overzicht financiering maatregelen 2012 en 2013
maatregelen 2013
kosten
betaald door:
3 jarige Pilot Overval App
(oktober 2013)
€ 9750,-
gemeente
Nazorg overvallen (2x)
€ 226,-
gemeente
Overvaltrainingen (4x)
€ 287,63
gemeente
Training “on the job”
€ 450,-
gemeente
toelichting
Het systeem is gekocht
voor gebruik door de
ondernemers in Weert
Tips en hulp na overval
Catering gedurende de
trainingen
Tegen diefstallen
Totaal
€ 10713,63
maatregelen 2012
kosten
betaald door:
toelichting
Nazorg overvallen (8x)
€ 1540,-
gemeente
Overvaltrainingen (2x)
Training “veilig in de winkel”
(2x)
€ 2002,-
gemeente
€ 1000,-
gemeente
Veiligheidsboekje
€ 1725,94
gemeente
Training “laat je niet overvallen” € 3289,75
gemeente
“Jatten met Jaap Show”
€ 3544.10
gemeente
Totaal
€ 13101,79
Begrote Financiën
(uitgaven 2014)
maatregel/activiteit
Hercertificering KVO (2014)
Analyse ondernemersenquête
(oktober 2013)
Veiligheidsboekje
Overvalapp
Trainingen
Collectief winkelverbod
Totaal
kosten
€ 1900,€ 1400,€
€
€
€
1750,500,3500,1500,-
De trainingen zelf
Informatie boekje voor
veilig ondernemen
Betaalde acteur die show
geeft
wie betaald?
gemeente
gemeente
gemeente
gemeente
gemeente
gemeente
€ 10550,-
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
28
Bijlage 5: Maatregelenmaatrix 2014 t/m 2016
Zie aparte Excel bestand
Plan van aanpak Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad Weert 2014 t/m 2016
29