Schoolgids 2014-2015deelB

Download Report

Transcript Schoolgids 2014-2015deelB

Schoolgids
deel B
’14 / ‘15
Inhoudsopgave deel B
11. De school en het bestuur....................................................................................................3
12. Vakgebieden en methoden……………………………………………………………………………………………4
13. De zorg voor onze leerlingen............................................................................................8
14. Aanmelding / inschrijving / uitschrijving………………………………………………………………12
15. De school in ontwikkeling………………………………………………………………………………………………14
16. Ouderraad, Medezeggenschapsraad en Leerlingenraad………………………………15
17. Overige informatie……………………………………………………………………………………………………………….17
10. De school en het bestuur
10.1 De school, een kennismaking…
Basisschool Twickelo bestaat sinds 1976. De school is voortgekomen, nadat het toenmalige schoolbestuur twee
bestaande Deldense scholen heeft gefuseerd. De Heilig Hartschool en de Pius IX school zijn toen samengegaan
tot het huidige Twickelo. Vanaf juli 1976 zijn we gehuisvest in het huidige schoolgebouw. Gedurende de eerste
jaren van Twickelo bestond de school nog uit een kleuterschool, Twickelhof, en een lagere school Twickelo.
Nadat de basisschool zijn intrede deed zijn deze scholen één geworden.
Dit schoolgebouw is goed geoutilleerd. We zijn een moderne school met een aantal specifieke voorzieningen,
zoals een handenarbeidlokaal, een computerlokaal, een patiotuin, een speellokaal voor de lagere groepen, een
ruimte voor leerlingbegeleiding en een uitdagend speelplein.
10.2 Het Bestuur
Onze basisschool valt onder het bestuur van Stichting Katholiek Onderwijs Midden-Twente (Stichting KOMT).
Stichting KOMT hanteert de volgende missie en visie op het gebied van identiteit, onderwijs en organisatie:
Identiteit:
Stichting KOMT geeft een waarde(n)vol fundament aan kind, onderwijs en samenleving. De Stichting laat zich
leiden door haar katholieke grondslag, waarbij respect, zorg, solidariteit en aandacht voor elkaar en voor de
ons omringende wereld essentieel zijn.
Onderwijs:
Binnen onze scholen vindt het onderwijs plaats in een veilige en geborgen omgeving.
Er wordt eigentijds onderwijs op maat gegeven binnen de mogelijkheden die de organisatie kan bieden. In de
groei naar volwassenheid worden bij het kind op cognitief, sociaal-emotioneel, motorisch en creatief gebied
kennis, vaardigheden en inzicht ontwikkeld. Op deze wijze leert het kind zijn/haar weg te vinden in een snel
veranderende maatschappij. Tijdens het leerproces wordt er een sterk beroep gedaan op het ontwikkelen van
competenties, met name gericht op zelfstandigheid en het samenwerkend vermogen van het kind.
Organisatie:
Stichting KOMT is een dynamische organisatie die in goede harmonie haar medewerkers stimuleert en
ondersteunt bij het verzorgen van primair onderwijs. De Stichting wil een continue lerende organisatie zijn ter
optimalisering van haar effectiviteit.
Zij werkt vanuit gezamenlijk vastgestelde kaders waarbij transparantie en gedeelde verantwoordelijkheid
vanzelfsprekend zijn. De eigenheid van de scholen blijft gewaarborgd. Een open communicatie tussen alle
geledingen is hierbij voorwaarde.
De stichting kent een bestuursmodel met een College van Bestuur (CvB) en een Raad van Toezicht (RvT).
Het CvB bestaat bij Stichting KOMT uit één persoon. De bestuurder is de heer F.M.M. Konings MHD.
De RvT bestaat uit de volgende personen:
Dhr. A.B. van Leeuwen, onderwijskundige zaken, voorzitter;
Mr. J.G.A. Kuhlman, juridische zaken en ondernemerschap;
Mevr. H. Schaffers, personele en bedrijfskundige zaken;
Dhr. L.H.H. Rouhof, financieel-economische zaken;
Dhr. J.H.M. Poortier, zonder specifieke portefeuille
Het correspondentieadres van Stichting KOMT is:
Stichting KOMT
Postbus 94
7620 AB Borne
074-2665501
[email protected]
www.stichtingkomt.nl
Mevrouw T. Verburg is als bestuurssecretaresse aan de stichting verbonden.
Onder Stichting KOMT ressorteren de volgende scholen:
Sint Aegidius
Hertmerweg 26
Erve Hooyerinck
Hooijerinksplein 7-9
’t Iemnschelf
Fioringras 4
De Esch (dislocatie ’t Iemnschelf)
Oude Almeloseseweg 12
Flora
Meidoornhof 2
Onze Lieve Vrouweschool
Onze Lieve Vrouwestraat 6
’t Oldhof
Dingeldeinstraat 7
De Wheele
Welemanstraat 21
Twickelo
Langestraat 118b
De Vonder
Bongerdsweg 2
7626 LW
7491 DP
7623 DR
7622 CE
7621 CL
7497 MA
7621 XJ
7622 HB
7491 AK
7623 AJ
Hertme
Delden
Borne
Borne
Borne
Bentelo
Borne
Borne
Delden
Borne
11. Vakgebieden en methoden
11.1. Leesonderwijs
Het leesonderwijs start eigenlijk al in de kleutergroepen. Herkenning van klanken, rijmen, het ‘hakken’ van
woorden en het aanbieden van letters zijn startactiviteiten van de beginnende geletterdheid. Kinderen uit
groep 2 die al enigszins kunnen lezen worden daarin gestimuleerd.
In groep 3 beginnen we met het aanvankelijk leesonderwijs. We gebruiken hierbij de methode ‘Veilig Leren
Lezen’. Het leesonderwijs neemt een belangrijke plaats in binnen ons onderwijs. Middels toetsen controleren
we de vorderingen die de kinderen maken. De groepsleerkracht en de IB-er bespreken de toetsresultaten.
Medio groep 3 gaat het aanvankelijk lezen over in voortgezet technisch lezen.
In de groepen 4 en 5 wordt er intensief verder geoefend met het voortgezet technisch lezen. Dit doen we met
behulp van de methode “Estafette”
Om het leesniveau te verhogen en de leesbeleving te bevorderen wordt er dagelijks van 10.30 uur tot 11.00
uur in de groepen 6 t/m 8 individueel gelezen. Kinderen moeten dan zelfstandig lezen in een zelf gekozen
(bibliotheek-)boek. Dit gebeurt middels de “mandjes-lezen”-methodiek
Regelmatig bezoeken we de bibliotheek om het aanbod leesboeken te vernieuwen en om kinderen kennis te
laten maken met de bibliotheek. In iedere groep is ook een klassenbibliotheek, waar menige (moderne)
kinderliteratuur voorhanden is. Ook kunnen kinderen op gezette tijden lezen in studie- of stripboeken.
Kinderen die op enigerlei wijze extra aandacht behoeven t.a.v. het lezen krijgen extra leesactiviteiten
aangeboden. Dit doen we o.a volgens:
•
de Ralfi-methode. Deze methodiek biedt door herhaling de leerlingen de mogelijkheid om woorden,
zinnen en teksten eigen te maken en zodoende naar een hoger leesniveau te werken. Ralfi-lezen vindt plaats in
de eigen groep o.l.v. de eigen leerkracht of (indien aanwezig) stagiaire. Hierbij wordt vooral gebruik gemaakt
van de teksten van Nieuwsbegrip, die op verschillende leesniveaus worden aangeboden.
•
Tutorlezen. Hierbij helpt een andere leerling, b.v. uit een hogere groep, de leerling bij het lezen.
Naast technisch lezen krijgen de kinderen begrijpend (of studerend) lezen. Middels het aanleren van
leesstrategieën wordt leerlingen aangeboden op welke wijze ze een leestekst kunnen lezen en begrijpen.
Hiervoor maken we gebruik van de methode Nieuwsbegrip. Daarnaast worden regelmatig teksten uit de
methode Goed Gelezen of het Cito-hulpboek aangeboden.
11.2 Taalontwikkeling
Zowel de schriftelijke als de mondelinge taalvaardigheid is voor de ontwikkeling van het kind van groot belang.
Middels specifieke taaloefeningen, maar ook d.m.v. allerlei spelvormen, muziek, luisteroefeningen, e.d. pogen
wij de taalvaardigheid van de kinderen te vergroten. Voor de groepen 0/1 en 2 is taalvorming een voortdurend
proces. Al spelend en werkend rond thema’s die nauw aansluiten bij de leefwereld van de kinderen wordt de
taalontwikkeling bevorderd. Hierbij maken we gebruik van de methode “Schatkist” en de lessenmap
“Fonemisch bewustzijn”.
Groep 3 maakt gebruik van de methode Veilig leren lezen, een leesmethode die de kinderen de beginselen van
het leesonderwijs bijbrengt. Het taal-, lees- en schrijfonderwijs ligt in groep 3 dicht bij elkaar.
De groepen 4 t/m 8 gebruiken vanaf dit schooljaar de nieuwe methode Taal Actief versie 4, waarbinnen zowel
schriftelijke als mondelinge taalontwikkeling wordt aangeboden. De methode schenkt veel aandacht aan
taalbeschouwing, stellen en spelling. Ook woordenschat en ontleding worden ruim behandeld.
Engels
We komen dagelijks steeds vaker in aanraking met de Engelse taal. Engelstalige begrippen komen we overal
tegen, denk alleen maar eens aan de termen die bij de computer gehanteerd worden. Maar ook via de
televisie, radio, muziek e.d. komen de Engelse begrippen thuis en op school bij de kinderen. De groepen 7 en 8
krijgen derhalve wekelijks Engelse les, waarbij gebruik wordt gemaakt van de methode the Team.
11.3 Rekenen en wiskunde
Bij het rekenonderwijs is het leren ordenen van zaken uit de leefomgeving van eminent belang. Middels een
logisch en praktisch denkproces moeten de leerlingen concrete oplossingen zien te creëren en abstracte
opdrachten kunnen verwoorden en hanteren. In de groepen 0/1 en 2 komen rekenbegrippen aan de orde bij
hun spel, in de kring, tijdens opdrachten, enz. We werken hierbij met de methode Wizwijs en Schatkist
Rekenen.
Vanaf groep 3 maken we gebruik van Wizwijs, een moderne reken- en wiskundemethode met veel variatie in
opdrachten, verschillende niveaus, samenwerkend leren en aantrekkelijk lesmateriaal. Rekenen wordt hierdoor
leuk en uitdagend! In de werkboekjes die na ong. 5 weken mee naar huis gaan staat een ouderpagina waarin u
kunt zien wat en op welke wijze de kinderen hebben leren rekenen. Het automatiseren, (snel uit het hoofd
rekenen) vinden wij dusdanig belangrijk dat het dagelijks in de rekenles aan bod komt.
11.4 Oriëntatie op mens en wereld
Hieronder valt een groot aantal vakgebieden, ook wereldoriëntatie genoemd, die te maken hebben met de
maatschappij om ons heen. Hiertoe behoren: aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs, geestelijke
stromingen, sociale redzaamheid en verkeer, maatschappelijke verhoudingen en gezond gedrag.
De groepen 0/1 en 2 bespreken deze onderwerpen vanuit hun belevingswereld, waarbij de onderwerpen
thematisch aan de orde komen. Vanaf groep 3 worden sommige vakgebieden middels een methode
aangeboden, waarbij gebruik wordt gemaakt van moderne media zoals internet en school-tv.
Aardrijkskunde
We gebruiken de nieuwe methode De Blauwe Planeet. Vanaf groep 5 behandelt deze methode thematische en
topografische onderwerpen, waarbij relaties met hun eigen omgeving worden gelegd. Ook interculturele
onderwerpen en wereldgodsdiensten worden successievelijke behandeld. Het spreekt voor zich dat ook
topografie een prominente plaats inneemt tijdens de lessen.
Geschiedenis/Maatschappelijke verhoudingen
Bewust worden van het tijdsbesef in relatie met de ontwikkeling van de mens door de tijd is één van de
belangrijkste peilers van het geschiedenisonderwijs. Hierbij maken we voor de groepen 5 t/m 8 gebruik van
Tijdstip. Staatsinrichting en onderwerpen die in relatie staan tot maatschappelijke verhoudingen zullen
gedurende de geschiedenislessen behandeld worden. Ook burgerschapskunde maakt onderdeel uit van deze
methode.
Natuuronderwijs/Gezond gedrag
Binnen het natuuronderwijs komen onderdelen zoals plant-, dier- en menskunde aan bod. Daarnaast is er
aandacht voor aspecten uit het dagelijks milieu, techniek en gezond gedrag. We gebruiken de methode Naut
voor de groepen 5 t/m 8. Aspecten van gezond gedrag komen duidelijk tijdens het natuuronderwijs aan de
orde middels gezondheidseducatie. Naast lichamelijke gezondheid en sociaal-emotionele aspecten wordt er
ook aandacht aan de veiligheid geschonken.
Techniek
Techniek neemt een prominente plaats in binnen ons onderwijs. Binnen de reguliere lessen komt techniek aan
de orde tijdens de lessen natuur. Ongeveer 1/3 deel van de lessen wordt aan onderwerpen besteed die
gerelateerd zijn aan techniek of natuurkunde. D.m.v. lessen, proeven en observaties krijgt techniek steeds
meer aandacht. Daarnaast worden er extra lessen rondom techniek georganiseerd, soms met hulp van
ouders.” Soms werken de leerlingen met leskisten/-kaarten, technisch lego en Knex’.
In het handenarbeidlokaal staan speciale leskisten met gereedschappen en lesideeën.
Groep 8 doet jaarlijks mee aan de First Legoleague. Dit is een wereldwijde wedstrijd waarbij teams rondom een
thema aan de slag gaan. Enerzijds betreft dit een wedstrijd waarbij een robot zodanig geprogrammeerd en
gebouwd moet worden waardoor verschillende opdrachten effectief en snel uitgevoerd kunnen worden.
Daarnaast moeten ze een project maken en presenteren voor een jury.
Geestelijke stromingen
Dit is geen apart vak dat bij ons op het lesrooster staat. Binnen de aardrijkskunde, geschiedenis en lessen
levensbeschouwing komen verschillende onderwerpen aan bod die hierop betrekking hebben. Doelstelling van
geestelijke stromingen is het bijbrengen van kennis en begrip omtrent culturele verschillen tussen verschillende
volkeren, mede gezien onze multiculturele samenleving. Ook levensbeschouwelijke aspecten komen aan bod.
Verkeer/Sociale redzaamheid
Binnen de vakgebieden verkeer en natuuronderwijs kom je sociale redzaamheid tegen. Voor verkeer gebruiken
we katernen van de Jeugdverkeerskrant van Veilig Verkeer Nederland (VVN). Tevens maken we gebruik van de
praktische en theoretische verkeersexamens van VVN. Bij sociale redzaamheid moet men ook denken aan
normen en waarden, omgang met gevoelens, e.d. Natuurlijk heeft dit ook raakvlakken met levensbeschouwing.
Burgerschapskunde
In het huidige onderwijs wordt scholen ook gevraagd aandacht te besteden aan ‘actief burgerschap en sociale
integratie’. Centraal staat daarbij de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap
en daar een actieve bijdrage aan te leveren.
Binnen verschillende vakgebieden wordt hier aandacht aan besteed. Tijdens de geschiedenislessen komt o.a.
cultureel erfgoed, ons kiesstelsel en de staatsinrichting aan bod terwijl bij o.a. aardrijkskunde en katechese de
multiculturele samenleving besproken wordt. Respect voor de medemens staat in ons gehele onderwijs
centraal!
11.5 Levensbeschouwing (katechese)
Binnen de lessen levensbeschouwing wordt aandacht besteed aan de gevoelens van kinderen, omgang met
elkaar, samen leven en werken, bijbelverhalen, relaties, e.v.a. De methode Hemel en Aarde is een goede
handreiking om gestructureerd diverse onderwerpen te bespreken met kinderen. Ieder jaar verschijnt er nieuw
lesmateriaal. (In alle groepen wordt gemiddeld ong. 30 min. per week aan levensbeschouwing besteed.) Naast
de lessen levensbeschouwing besteden wij op school aandacht aan de grote christelijke feestdagen, de Eerste
Communie in groep 4, het Vormsel in groep 8 en de gezamenlijke vieringen binnen school, zoals de
openingsviering in het nieuwe schooljaar, de adventsviering rond kerst en de witte donderdagviering rond
Pasen. Vanuit de parochie van de H. Blasiuskerk zijn werkgroepen actief die ons helpen bij de voorbereidingen
van de diverse vieringen, m.n. de Eerste Communie en het Vormsel. Vooral de samenwerking tussen ouders,
leerkrachten en de werkgroep, waarin ook de pastor een belangrijk aandeel heeft, is van eminent belang voor
het welslagen van deze vieringen.
11.6 Bewegingsonderwijs/gymnastiek
Bewegingsonderwijs is ruimer dan alleen gymnastische oefeningen. Bewegingsonderwijs gaat immers veel
verder, nl. het bevorderen van de motorische ontwikkeling, het creëren van bewegingsplezier, het bevorderen
van het sociale gedrag en het ontwikkelen van de natuurlijke bewegingsdrang bij kinderen. D.m.v.
gymnastieklessen, buiten spelen en vanaf groep 3 zwemmen, proberen we deze doelstellingen te realiseren.
De groepen 0/1 en 2 hebben dagelijks bewegingsonderwijs op hun lesrooster staan. De groepen 3 t/m 8
hebben twee keer per week gymnastiek. Voor lesideeën en de totale leerlijn maken we gebruik van de
methode ‘Basislessen bewegingsonderwijs’.
Tevens zijn er jaarlijks enkele sportactiviteiten (sportdagen en - toernooien, wandelvierdaagse.)
Jaarlijks screenen we de grove motoriek van de kinderen van groep 1. Dit wordt uitgevoerd door onze
vakleerkracht gymnastiek Hans Braamer en vindt plaats medio maart. Na de screening worden de bevindingen
besproken met de intern begeleider en een fysiotherapeut. De school bekijkt waar extra ondersteuning
noodzakelijk is.
11. 7 Fijne motoriek/schrijfonderwijs
Goed schrijven wordt vooraf gegaan door veel oefeningen van de fijne motoriek. Vanaf groep 1 wordt hieraan
veel aandacht besteed d.m.v. tekenen, prikken en knippen. Vanaf groep 2 starten we ook met de methode
Pennenstreken. In deze groep wordt aandacht besteed aan de voorbereidende schrijfoefeningen. In groep 3
werkt deze methode parallel met de methode Veilig Leren Lezen. De aangeleerde letters worden nogmaals
geoefend. In de leerjaren daarop wordt o.a. aandacht besteed aan het schrijven van hoofdletters,
temposchrijven en creatief schrijven. Doelstelling is dat alle kinderen aan het einde van de basisschool in een
voldoende tempo leesbaar kunnen schrijven.
11.8 Culturele vorming
Jaarlijks worden er door de commissie culturele vorming in samenwerking met de Cubahof voor de Deldense
basisscholen activiteiten georganiseerd voor zoveel mogelijk groepen. Doorgaans zijn toneel, zang, dans en
poppenspel de ingrediënten van die voorstellingen. Deze worden zoveel mogelijk toegespitst op een publiek,
bestaande uit twee of meer opeenvolgende groepen. Juf Ria Sander en juf Ilona Ketelaar zijn onze
cultuurcoördinatoren.
11.9 Overige activiteiten en evenementen
Het hele jaar door worden er evenementen voor de kinderen georganiseerd. De ouderraad en het team van
Twickelo werken nauw samen om deze evenementen te organiseren. Jaarlijks worden de volgende activiteiten
georganiseerd: kinderboekenweek, sinterklaas, kerstmarkt- en viering, carnaval, wandelvierdaagse,
schoolreisjes, Twickelodag en een themaweek
Via de website en de Twickelobode wordt u nader geïnformeerd omtrent alle activiteiten, evenementen,
informatieavonden, festiviteiten e.a.
Schoolreis en schoolkamp groep 8
Een keer per jaar gaan de groepen 0/1 t/m 7 op schoolreisje. De bestemming is ieder jaar anders. U wordt tijdig
op de hoogte gebracht van het reisdoel en eventuele andere bijzonderheden. Met de ouderraad zijn afspraken
gemaakt omtrent de bekostiging van de schoolreisjes. De betaling van de schoolreisjes vindt plaats tegelijk met
de jaarlijkse ouderbijdrage. U ontvangt hierover ieder jaar een brief van de ouderraad. (Zie ook paragraaf 11.4)
Groep 8 gaat drie dagen op jeugdkamp. Evenals voorgaande jaren zal de bestemming een kampeerboerderij op
Schiermonnikoog zijn. U krijgt hierover via de leerkracht nog de nodige informatie.
Twickelodag
Jaarlijks viert Twickelo feest. Dan organiseert de school in samenwerking met al haar geledingen een actieve
feestdag of avond. Op deze dag zijn er diverse evenementen,zoals: een fiets- of wandeltocht, diverse
spelletjes, eet- en drinkgelegenheden. Kortom een zeer gezellige feestelijke dag. De baten van deze dag komen
deels ten goede aan een goed doel en/of aan de kinderen van Twickelo.
12. De zorg voor onze leerlingen
12.1 De leerlingenzorg
Ons uitgangspunt is dat kinderen verschillend leren, zowel wat betreft tempo als de manier van leren. Tot
kinderen met specifieke onderwijsbehoeften behoren o.i. niet alleen de zorg- en risicokinderen, maar ook
(hoog-)begaafde leerlingen.
D.m.v. ons leerlingvolgsysteem (LVS) worden gegevens van toetsen geordend. Daardoor, en ook middels
observaties en gesprekjes met het kind heeft de leerkracht een beeld van de onderwijsbehoeften van het kind.
De leerkracht stelt een groepsplan op waarmee hij/zij het onderwijsaanbod voor de hele groep organiseert en
waarin op 3 niveaus gewerkt kan worden. Indien een leerling niet binnen één van deze niveaus mee kan komen
kan er gekozen worden voor een individuele leerlijn of handelingsplan.
Ook kan er nader diagnostisch onderzoek of observatie plaatsvinden door de intern begeleider. In de
leerlingenbespreking worden gezamenlijk afspraken gemaakt over het toepassen van handelingsalternatieven.
In een handelingsplan, die door de groepsleerkracht wordt gemaakt, wordt de gekozen hulp vastgelegd. De
hulp wordt m.n. geboden door de groepsleerkracht in de klas.
In dat laatste geval kan externe hulp gezocht worden. Dit kan bij de schoolbegeleidingsdienst “Expertis”, een
school voor speciaal basisonderwijs zoals “De Beyaert” of andere externe hulpverleners. Na overleg in de
leerlingenbespreking, overleg met en toestemming van de ouders kan de leerling worden aangemeld bij een
van de bovenstaande instanties. Zij kunnen dan op school komen, onderzoek doen en praten met alle
betrokkenen. Afhankelijk van de uitslag en na overleg met de ouders wordt gekeken hoe en waar de leerling
het beste geholpen kan worden. Binnen het samenwerkingsverband (W.S.N.S.) zijn hier afspraken over
gemaakt. Indien een kind naar een andere vorm van onderwijs verwezen moet worden, dan zal de permanente
commissie leerlingenzorg zich hierover moeten buigen.
Door de ontwikkelingen van passend onderwijs gaat de komende jaren erg veel veranderen voor de
leerlingenzorg op regionaal niveau maar ook op schoolniveau. Het is zaak voor de stichting en de scholen deze
ontwikkelingen goed te volgen en hier tijdig op te anticiperen.
In ons zorgprofiel staat uitgebreid de huidige organisatie van onze leerlingenzorg beschreven. Het zorgprofiel
ligt ter inzage op school.
12.2 Interne begeleider (IB-er)
Marieke Kamphuis-Melcherts is bij ons interne begeleider (IB-er). Zij heeft onder meer als taak het
onderwijsproces (van met name de individuele leerling) te bewaken. Zij coördineert de toetsen, ontwikkelt
lesmateriaal, maakt het zorgplan, e.d. Tevens is zij de intermediair tussen de school en andere
onderwijsinstanties. Middels gesprekken met ouders, leerkrachten en de directie overleggen zij beide omtrent
de vorderingen van de kinderen. Iedere maandag en dinsdag is er minimaal één interne Begeleider ambulant
om haar werkzaamheden als IB-er uit te kunnen voeren. De IB-er neemt deel aan het netwerk IB-ers dat
stichtingsbreed is opgezet. Deze netwerkbijeenkomst vindt om de zes weken plaats.
12.3 Passend onderwijs: Uw school een PMT-school
Onze school maakt deel uit van de subregio Plein Midden Twente dat valt binnen het Samenwerkingsverband
23.02. Het Samenwerkingsverband richt zich op het realiseren van Passend Onderwijs.
Plein Midden Twente bestaat uit een samenwerking van dertien schoolbesturen en vier gemeenten. Die
samenwerking is gericht op het optimaal ondersteunen van alle deelnemende scholen binnen de regio
Hengelo, Borne, Hof van Twente en Haaksbergen in de zorg voor hun leerlingen.
Binnen Plein Midden Twente is een uniforme werkwijze van de zorgstructuur en mogelijke ondersteuning
afgesproken welke wordt gehanteerd op alle scholen.
Binnen ieder schoolteam zijn een aantal mensen werkzaam op het gebied van ondersteuning. In het zgn.
SchoolOndersteuningsteam (SOT)
Het SOT bestaat uit de volgende personen:
De Intern Begeleider van de school (Marieke Kamphuis)
de aan de school verbonden orthopedagoog (Mariët Streppel)
Een maatschappelijk werker (Gerloes Hesselink)
JGZ-verpleegkundige. (Anja Oldemenger)
Deze mensen maken deel uit van het schoolteam en leerkrachten en ouders kunnen in overleg, een beroep
doen op hun expertise.
U bent als ouder direct betrokkene wanneer het gaat om de ondersteuning van uw kind. U kent uw kind
immers goed en uw inbreng is dan ook waardevol. De school zal altijd samen met u bespreken wat de beste
aanpak is om uw kind zich zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen.
In een aantal gevallen lukt het de school niet alleen. In overleg met u zal dan gekeken worden welke mogelijke
vervolgacties kunnen worden ondernomen. De school kan expertise vanuit het Steunpunt PMT vragen of een
onderzoek of observatie laten doen. Het Steunpunt bestaat uit personen, in dienst bij verschillende
schoolbesturen en/of instellingen, die ten dienste staan van het SOT.
Welke disciplines zijn er binnen het steunpunt?
- (Psycho) Diagnostisch Onderzoek
- Didaktisch Onderzoek
- Observaties
- Advisering
- Ambulante Begeleiding
- Collegiale Consultatie
- SOVA-training
-Expertise op gebied jonge
kinderen
- Gedragsdeskundigen
- Jeugdarts
- Externe zorg (Jeugdzorg)
Soms lukt het, ondanks alle inspanningen, niet om het kind dat te bieden wat het nodig heeft. Samen met u zal
de school dan naar mogelijkheden zoeken waar dat wel kan. Dat kan een verzoek om extra ondersteuning zijn,
binnen school, een andere basisschool, maar ook een SBO- of een SO-school. Dat is afhankelijk van de
mogelijkheden van het kind en de benodigde ondersteuning. In overleg met u zal de school daarvoor een
aanvraag indienen bij het Zorgplatform. Het Zorgplatform kan vervolgens een advies afgeven, waarna het kind
een ondersteuningsarrangement binnen de eigen basisschool krijgt of op een andere school die tegemoet kan
komen aan de onderwijsbehoefte.
12.4 Leerling-dossier
Wij houden een leerling-administratie bij van alle leerlingen. Van leerlingbesprekingen worden notulen
gemaakt en van alle kinderen wordt een leerling-dossier bijgehouden. Hierin worden diverse gegevens
bewaard, zoals: persoonlijke gegevens; notities van gesprekken (met ouders); kopieën van aanvragen voor
onderzoeken; verslagen van onderzoeken; test- en toetsresultaten; observatieverslagen; enz.
Het dossier is strikt vertrouwelijk en is opgeborgen in een afgesloten dossierkast in het kantoor van de interne
begeleider. Ouders hebben het recht om het dossier van hun kind in te zien. Indien u hiervan gebruik wenst te
maken, kunt u hiervoor een afspraak maken met de directeur.
In sommige situaties kan het nodig zijn om het leerling-dossier aan anderen te laten zien, bijv. aan de
schoolbegeleidingsdienst of een andere school (bij bijvoorbeeld verhuizing of overplaatsing naar een speciale
basisschool). Dit kan echter alleen als de ouders daar toestemming voor hebben gegeven.
12.5 Toetsplan Twickelo
De resultaten van de leerlingen worden door het jaar goed bijgehouden. Dit gebeurt d.m.v. landelijke
(Cito)toetsen die de school hanteert. De eigen groepsleerkracht neemt de toetsen af; de IB-er begeleidt en
coördineert de toetsafname. Het doel van deze toetsen is tijdig te signaleren of een kind problemen heeft met
de leerstof. De groepsleerkracht kan dan zo snel mogelijk het didactisch handelen aanpassen aan het kind. In
het toetsplan hierboven treft u het toetsrooster voor alle leerjaren voor het hele schooljaar aan.
Om de resultaten van het onderwijs goed te kunnen meten en volgen, maken wij gebruik van het
leerlingvolgsysteem van Cito en ParnasSys. Toetsgegevens die voortkomen uit ons toetsplan worden hierin
opgeslagen. Hiermee kunnen wij de individuele en klassikale resultaten bekijken. De vorderingen per leerling of
groep worden dan goed zichtbaar. Mede op basis van een nauwkeurige analyse van de toetsresultaten wordt
een groepsplan opgesteld. In dit groepsplan staat vermeld op welke niveaus de leerstof wordt aangeboden aan
de kinderen. Ouders worden geïnformeerd wanneer er toetsen worden afgenomen en in de gelegenheid
gesteld om de resultaten te bekijken.
Naast het gebruik van Cito-toetsen worden ook methodisch gebonden toetsen afgenomen. De resultaten van
deze toetsen worden in de klassenmap genoteerd.
Toets:
Taal voor kleuters
Rekenen voor Kleuters
DMT (lezen)
Spelling
Technisch lezen
Begrijpend lezen
Lezen met begrip
Rekenen en wiskunde
Entreetoets
Eindtoets
Avi (leesniveau)
Soc. Emotionele Ontw.*
Nov
8
8
8
Dec
Jan
3t/m8
3t/m7
3/4
4t/m7
5t/m7
3t/m7
Feb
1/2
1/2
Mrt
Apr
Mei
Jun
1/2
1/2
3t/m7
3t/m7
3/4
3/4
8
3t/m7
7
8
3t/m8
1t/m8
3t/m7
1t/m8
* Dit is eigenlijk geen toets maar observatie-instrument (Eggo/Pravoo),
12.6 Remedial teaching
Kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte worden zoveel mogelijk binnen de groep door de eigen
groepsleerkracht geholpen. Deze kinderen kunnen bijv. de les gewoon volgen, maar hebben andere
verwerkingsopdrachten of werkafspraken. Elke week zullen er ook momenten zijn, waarin de kinderen werken
aan hun eigen specifieke probleem.
12.7 Leerlingen die “meer aankunnen”
Voor kinderen die extra leerstof aan kunnen wordt speciaal ontworpen leerstof aangeboden. Naast het
reguliere werk krijgen deze kinderen de mogelijkheid om moeilijke vraagstukken te gaan maken. Dit kan
individueel of in groepjes plaatsvinden. De kinderen krijgen van de leerkracht en de IB-er verdiepingsstof
aangeboden. Op school is een speciale kast aanwezig met daarin allerlei materialen voor kinderen die meer
aankunnen. Ook werken kinderen met een vreemde talenprogramma op de computer genaamd “Languagenut’
Op bovenschools niveau is er een protocol ‘hoogbegaafdheid’ waarin wordt vastgesteld op welke wijze
leerlingen met hoogbegaafdheid kunnen worden begeleid.
Met het voortgezet onderwijs zijn inmiddels afspraken gemaakt om deze kinderen de mogelijkheid te bieden
om op enkele woensdagmiddagen tijdens speciale lesmiddagen uitdagende leerstof aan te bieden om in de
behoefte van de leerlingen te voorzien. Kinderen die hier gebruik van wensen te maken moeten wel een test
ondergaan.
12.8 Externe dienstverleners
Basisschool Twickelo maakt gebruik van diverse externe dienstverleners. Zij worden o.a. ingeschakeld bij:
•
Psychologisch-Didactisch Onderzoek
•
Collegiale consultatie; samenwerking met het speciaal onderwijs
•
Nascholing leerkrachten
•
Assistentie aanschaf nieuwe methoden
•
Deskundige begeleiding bij ontwikkelingen die plaatsvinden krachtens het beleidsplan, zoals
klassenmanagement, bevordering zelfstandig werken en adaptief onderwijs.
12.9 Basisonderwijs en Jeugdgezondheidszorg
Samenwerking school met GGD Twente Jeugdgezondheidszorg
Aan onze school is een vast team van de Jeugdgezondheidszorg verbonden, bestaand uit een jeugdarts,
jeugdverpleegkundige en doktersassistente.
Zij zien alle kinderen in groep 2 en 7. Mocht u als ouder vragen hebben over de gezondheid of de ontwikkeling
van uw kind, dan kunt u ook altijd zelf met hen contact opnemen. Zo kunnen zij met u meedenken onder
andere bij ziekte (afwezigheid), bedplassen, aanpak hoofdluis en pesten.
School heeft regelmatig overleg met het team Jeugdgezondheidszorg over algemene zaken die met de
gezondheid en het welzijn van de leerlingen te maken hebben. Ook kan de IB-er of de leerkracht, met
toestemming van u als ouder, advies vragen aan de Jeugdgezondheidszorg hoe uw kind extra ondersteund kan
worden.
De Jeugdgezondheidszorg is op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur te bereiken op 0900 – 333 88 89 of per
mail: [email protected]
12.10 Logopedie
Elke basisschool binnen de Hof van Twente heeft recht op schoollogopedie. Tijdens schoolweken zal de
schoollogopedist de school wekelijks bezoeken. De logopedie voor Twickelo zal worden verzorgd door
logopediepraktijk M.M. Rouhof-Japink. De uitvoerend logopedist is Giny Withag. Zij zal in principe iedere
dinsdagochtend aanwezig zijn.De logopedist kan leerlingen met spraak-, taal-, stem-, gehoors- en
mondmotoriekproblemen helpen.
In groep 2 komen alle kinderen voor de reguliere logopedische screening bij de logopedist.
Alle logopedische aspecten worden bekeken. De resultaten worden met de leerkracht besproken. Ouders
krijgen schriftelijk uitslag hiervan. Het kan daarbij zijn dat kind slechts eenmalig bij de logopedist komt. Het kan
ook zijn dat het voor een controle nog eens terugkomt. Andere mogelijke uitslagen zijn behandeling op school,
verwijzing naar andere instanties of logopedisten en/of adviserende gesprekken met ouders en/of
leerkrachten. Voor vragen en of opmerkingen over uw kind (onafhankelijk welke groep) kunt u ten aller tijde
contact opnemen via de school of met de schoollogopedist:
Logopediepraktijk M.M. Rouhof-Japink:
Giny Withag, Marjolein Stuip en Miranda Rouhof-Japink
Torendijk 4, 7495 PX AMBT-DELDEN
Tel: 074-3767385 Email: [email protected]
12.11 Pestprotocol
Om het pesten tegen te gaan en indien pesten toch plaatsvindt dit te bestrijden werken we op Twickelo met
een pestprotocol. Dit pestprotocol is ontwikkeld met ondersteuning van de MR. In de school hangen diverse
posters waar we kinderen willen leren hoe met elkaar om te gaan en dat pesten daar geen deel van uit mag
maken. Naast het pestprotocol en genoemde waarden en normen posters werken we op Twickelo ook adhv
klassikale posters rond zinloos geweld. U herkent deze posters aan het lieveheersbeestje dat overigens ook bij
de hoofdingang in het tegelpad ligt. Met al deze maatregelen trachten wij het pesten tegen te gaan. Het
pestprotocol ligt bij de directie ter inzage.
12.12 Het protocol huiselijk geweld en kindermishandeling
Binnen onze stichting is er een protocol t.a.v. (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit
protocol is er op gericht dat van alle personeelsleden van Stichting KOMT op basis van hun
verantwoordelijkheid wordt verwacht dat zij in alle contacten met leerlingen attent zijn op signalen die kunnen
duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling. Bij de uitvoering van het stappenplan dient men de Wet
betreffende de Persoonsgegevens, de Wet op de Jeugdzorg, de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning en
de Wet op het Primair Onderwijs in achtte nemen.
Bij signalen die wijzen op acuut en zodanig ernstig geweld dat de leerling of het gezinslid daartegen
onmiddellijk moet worden beschermd, dient men direct advies te vragen aan het Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling (AMK) of aan het Steunpunt Huiselijk Geweld. Indien men op basis van de gemelde
signalen tot de conclusie komt dat er direct noodzakelijke acties dienen te worden ingezet, dan kan men direct
officieel een melding kindermishandeling of huiselijk geweld doorgeven.
In noodsituaties kan overigens ook contact opgenomen worden met de Raad voor de Kinderbescherming, met
de crisisdienst van het Bureau Jeugdzorg en/of de locale politie.
Om kindermishandeling en huiselijke geweld tijdig te signaleren en om de noodzakelijk maatregelen te treffen
is er een stappenplan ontwikkeld. Het gehele protocol is te vinden via de website van stichting KOMT.
13. Aanmelding / inschrijving / uitschrijving
13.1 Aanmelding
Jaarlijks worden er in februari informatieavonden georganiseerd voor ouders waarvan hun kind vier wordt. In
de weken daarna kunt u uw kind op school aanmelden. U bent natuurlijk ook welkom op een ander tijdstip om
de school te bekijken of informatie in te winnen. U kunt hiervoor een afspraak maken met de directeur.
Voor het aanmelden van vierjarige leerlingen hanteert Stichting KOMT de volgende aanmeldingsprocedure:
- Ouders ontvangen drie formulieren bij de aanmelding: het aanmeldingsformulier, een ouderverklaring
en het intakeformulier
- Ouders vullen alle drie de formulieren in. Hiermee is de leerling aangemeld, maar nog niet toegelaten.
- Indien er bijzonderheden worden geconstateerd bespreekt de directeur het intakeformulier met de
intern begeleider. Er wordt eventueel nader informatie opgevraagd via de ouders. Er kan vervolgens
worden overgegaan tot toelating.
- Indien er nog geen goed beeld is te vormen over de leerling wordt er vervolgens een (tweede)
intakegesprek gehouden met de ouders én de directeur en intern begeleider. Eventueel wordt de
leerkracht van groep 1 of onderbouwcoördinator gevraagd hierbij aanwezig te zijn. Na afloop van dit
gesprek wordt besloten of de leerling toegelaten wordt.
- Indien er tijdens het tweede intakegesprek nog geen goed beeld te vormen is van de leerling kan
besloten worden tot een aantal gewenochtenden voor het kind om het te kunnen observeren. Daarna
wordt besloten om een leerling wel of niet toe te laten.
- Indien een leerling niet wordt toegelaten, wordt verwezen naar een andere onderwijsinstelling. Deze
verwijzing wordt schriftelijke kenbaar gemaakt aan de ouders.
13.2 De eerste schooldag!!
Vanaf de dag dat kinderen vier jaar zijn mogen ze naar school. De leerplicht gaat in op het moment dat uw kind
5 jaar wordt. Een maand voordat uw kind vier wordt ontvangt u een brief van de leerkracht waar uw kind bij in
de groep komt, waarin uw kind uitgenodigd wordt om een ochtend op school te komen kennismaken. Uw kind
kan dan alvast kennis maken met de groepsleerkracht en de medeleerlingen.
Kinderen die binnen 4 weken vanaf de eerste schooldag in het nieuwe schooljaar vier jaar worden, mogen
vanaf die eerste schooldag starten op de basisschool voor ten hoogste tien dagdelen. In principe worden
kinderen die in de periode tot 4 weken voor de zomervakantie vier jaar worden, niet meer toegelaten tijdens
het lopende schooljaar. Wel worden zij uitgenodigd om kennis te maken.
Als uw kind naar school gaat, verwachten wij dat uw kind zindelijk is en een redelijke mate van zelfstandigheid
heeft bij het naar de toilet gaan en aankleden.
Rond de ochtendpauze wordt er met de kinderen gezamenlijk gegeten en gedronken in de klas. De ouders
dienen zelf te zorgen voor een versnapering en drinken. Omdat wij gezonde voeding promoten geniet fruit of
een boterham de voorkeur boven de kant en klare voorverpakte koeken e.d. Ook drinken uit een afsluitbare
drinkbeker prefereren wij boven pakjes.
De groep 1 kinderen (kinderen die vanaf de eerste schooldag op school komen) en de kinderen die t/m
december instromen gaan de hele dag naar school. De kinderen die vanaf januari instromen gaan in principe
alleen de ochtenden naar school. (In overleg mogen ook zij hele dagen naar school).
13.3 Vervroegde doorstroming of verlengen
Voor het vervroegd doorstromen of verlengen heeft de school een stappenplan opgesteld. Het stappenplan
vervroegde doorstroming helpt de school om te komen tot een goede afweging voor kinderen die een verkorte
(basis-)schoolloopbaan tegemoet kunnen zien. Met name rond de doorstroming van de zogenaamde vroege
leerlingen (dat zijn kinderen geboren tussen september en januari) doet dit stappenplan opgeld. Bij de
overgang van groep 1 naar 2 en van 2 naar 3 besteedt de school extra aandacht aan deze vroege leerlingen.
Een vervroegde doorstroming is een overgang die eerder dan gebruikelijk (op grond van de kalenderleeftijd)
plaatsvindt.
Het protocol overgang van groep 1-2-3 geeft de school handvatten om structureel te komen tot een beslissing
welke moet leiden naar een verlengde schoolperiode, in de volksmond zittenblijven of doubleren. In de
onderwijspraktijk is er sprake van kleuterverlenging als een kind dat voor 1 oktober zes jaar wordt niet
doorstroomt van groep 2 naar groep 3. Het beleidstuk ‘Richtlijnen verlengen/vervroegde doorstroming’ ligt ter
inzage op school. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot de directie of IB-er.
13.4 Instromen in andere groepen
Voor het aanmelden van een leerling van een andere school hanteert Stichting KOMT de volgende
aanmeldingsprocedure:
- De directeur neemt contact op met de directeur van de school waar het kind vandaan komt om zoveel
mogelijk informatie op te vragen en om eventuele achterliggende problematiek helder te krijgen.
- De ouders vullen het aanmeldingsformulier, de ouderverklaring en het intakeformulier in. Hiermee is
de leerling aangemeld, maar nog niet toegelaten.
- Het intakeformulier wordt tijdens een intakegesprek tussen ouders en directeur nader besproken.
Indien er geen bijzonderheden zijn, kan worden overgaan tot toelating. De directeur vraagt het
onderwijskundige rapport op en verslagen van eventuele onderzoeken.
- Indien er wel bijzonderheden worden geconstateerd bespreekt de directeur het intakeformulier met
de intern begeleider. Er wordt eventueel nader informatie opgevraagd via de ouders. De directeur
vraagt het onderwijskundige rapport op en verslagen van eventuele onderzoeken.
Er kan vervolgens worden overgegaan tot toelating.
- Indien er nog geen goed beeld is te vormen over de leerling wordt er vervolgens een tweede
intakegesprek gehouden met de ouders en de directeur en intern begeleider. Na afloop van dit
gesprek wordt besloten of de leerling toegelaten wordt.
- Indien een leerling niet wordt toegelaten, wordt verwezen naar een andere onderwijsinstelling of blijft
de leerling op de huidige school. Deze verwijzing wordt schriftelijke kenbaar gemaakt aan de ouders.
- Indien een leerling geplaatst wordt, wordt er in overleg met de leerkracht en de ouders een moment
gekozen dat de leerling in zijn/haar nieuwe leeromgeving kan komen meedraaien.
13.5 Vertrek naar een andere school
Wanneer een kind wegens verhuizing of om andere redenen naar een andere basisschool vertrekt, dan
ontvangt de te ontvangen basisschool een bewijs van uitschrijving, alsmede een onderwijskundig rapport,
waarin naast de door ons gebruikte lesmethoden ook de vorderingen van uw kind staan.
Wanneer een kind naar een speciale school voor basisonderwijs vertrekt, dan wordt in principe dezelfde
procedure, als hierboven beschreven, gehanteerd.
13.6 Regels voor toelating, schorsing en verwijdering
Om als leerling van een basisschool te worden toegelaten moet het kind de leeftijd van vier jaar hebben
bereikt. Leerlingen verlaten de basisschool in elk geval uiterlijk aan het einde van het schooljaar waarin zij de
leeftijd van 14 jaar hebben bereikt. Toelating van leerlingen afkomstig van een speciale school voor basisschool
en de overgang van een leerling naar een dergelijke school vindt slechts plaats in overeenstemming met de
ouders en het bevoegd gezag van de desbetreffende school. De beslissing over toelating en verwijdering van
leerlingen ligt bij het bevoegd gezag, het bestuur. De toelating mag niet afhankelijk gesteld worden van een
geldende bijdrage van de ouders. Indien het bevoegd gezag weigert een leerling toe te laten, deelt het de
reden van de weigering schriftelijk aan de ouders mee.
Het bestuur van de school heeft regels opgesteld met betrekking tot schorsing en verwijdering. Deze liggen
voor ouders op school ter inzage. Over de verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken groepsleerkracht
en de ouders van de leerling. Tot op heden hebben we van deze optie nog geen gebruik hoeven maken en wij
hopen dat dit in de toekomst ook zo zal blijven.
13.7 Overdrachtformulier peuterspeelzalen of kinderopvang
De meeste vierjarigen die bij ons op school komen zijn naar een peuterspeelzaal of een kinderopvang geweest.
We vinden het belangrijk om de overgang naar de basisschool zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarom
bieden we de kinderen van bijna vier jaar de mogelijkheid om te komen wennen (Zie 6.1), maar we willen ook
graag aansluiten op de aanpak en ervaringen van de peuterspeelzaal en kinderopvang.
De leidsters van de peuterspeelzalen in de gemeente Hof van Twente vullen voor elk kind een
overdrachtformulier in. De inhoud van dit formulier is/wordt met u besproken bij het afscheid van de
peuterspeelzaal. Een kopie van dit formulier wordt in ons dossier bewaard.
Indien noodzakelijk vragen we soms om de peuterspeelzaal of kinderopvang te mogen bellen om een
completer beeld van uw kind te krijgen. Met al die informatie zijn onze leerkrachten nog beter in staat uw kind
precies de goede begeleiding te geven. De verkregen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en op verzoek
is de inhoud van het leerlingvolgsysteem altijd in te zien.
13.8 Naar het voortgezet onderwijs
De ouders van de kinderen van groep 8 worden rond de herfstvakantie tijdens een speciale ouderavond
geïnformeerd over de diverse vormen van voortgezet onderwijs (LWOO, VMBO, Havo en VWO), de
verschillende scholen in de regio (Twickelcollege, de Grundel, OSG, AOC), de aanmelding, de toelating enz. (Zie
ook 8.1) Ook zullen de kinderen van groep 8 een kijkje nemen bij verschillende scholen van het voortgezet
onderwijs. In ieder geval wordt een bezoek gebracht aan het Twickelcollege, naast onze school, en aan het AOC
te Almelo. De leerkracht van groep 8 licht u tijdig in omtrent de ontwikkelingen die er op uw kind afkomen. Een
van de toelatingscriteria tot het voortgezet onderwijs is de uitslag van de Cito-eindtoets. Deze wordt vanaf
2015 later afgenomen dan voorheen, namelijk in april. Daardoor is het advies van de school leidend geworden
ten aanzien van plaatsing op het VO. De resultaten van de Citotoets worden schriftelijk aan de ouders
meegedeeld en door de leerkracht van groep 8 toegelicht. Mocht er een groot verschil zijn tussen het advies
van school en de Citotoets kan er evt een extra onderzoek plaatsvinden.
In de loop van het jaar houden diverse scholen van het voortgezet onderwijs open dagen en
informatieavonden. We raden ouders en kinderen van groep 8 aan om een aantal van deze open dagen te
bezoeken.
Na de Cito-eindtoets wordt er in groep 8 gewoon volgens het reguliere lesrooster gewerkt. Gedurende de
laatste maanden van het schooljaar zal groep 8 toewerken naar de brugklas. Er wordt gewerkt met een agenda,
lesrooster, planning e.d. Het hele jaar door krijgen de kinderen huiswerk mee voor rekenen en taal, om
ervaring met het maken van huiswerk te krijgen.
Ter afsluiting van de basisschool presenteren de kinderen zich nog eenmaal middels een eindmusical die aan
alle kinderen en ouders wordt opgevoerd. Ook gaat groep 8 nog op kamp naar Schiermonnikoog en worden ze
tijdens de feestelijke slotavond nog eens individueel in het zonnetje gezet. Deze slotavond is voor ouders en
kinderen van groep 8 en de leerkrachten van Twickelo.
14. De school in ontwikkeling
14.1 De resultaten van de school
Kwalitatief goed onderwijs is afhankelijk van een aantal bepalende factoren. Niet alleen de cognitieve
resultaten zijn van belang, maar ook andere factoren, zoals de sociaal-emotionele ontwikkeling, de creatieve
ontwikkeling, interesse en aanleg e.a. zullen bijdragen tot de kwaliteit van het onderwijs. De kwaliteit van het
onderwijs hangt niet alleen af van de resultaten die uit de Cito-score van de eindtoets naar voren komen. We
mogen wel constateren dat onze school qua Cito-eindtoets de laatste jaren rond het landelijk gemiddelde
scoort. In 2013 scoorden we zelfs ruim boven het gemiddelde.
De uitstroompercentages van de laatste jaren:
jaar
Praktijkonderwijs
VMBO
HAVO /VWO
2010
3%
33,%
64%
2011
0%
56%
44%
2012
0%
50%
50%
2013
0%
42%
58%
2014
0%
45%
55%
Van belang vinden wij dat een leerling die van onze school naar het voortgezet onderwijs gaat, die vorm van
onderwijs gaat bezoeken die past bij de capaciteiten en de interesse van het kind.
Ook belangrijk in deze is dat we in overleg met de ouders het advies van de school bespreken en samen de
goede school voor voortgezet onderwijs kiezen. Incidenteel wordt een kind aangemeld voor een school voor
(voortgezet) speciaal onderwijs.
14.2 Beleidsontwikkelingen
Het onderwijs is steeds in beweging. We hebben als school te maken met allerlei veranderingen, zowel politiek,
maatschappelijk, als onderwijskundig. Als school moet je hier op reageren en plannen. Daarnaast moet je ook
ondanks de veranderingen de kwaliteit van het onderwijs bewaken. De doelstelling van iedere verandering
moet ook een verbetering voor ons onderwijs betekenen.

Passend onderwijs. Een vraag die daarbij beantwoord dient te worden is wat kan de school bieden aan
haar leerlingen. Hoe zal de zorgbehoefte zich verder ontwikkelen en hoe springen we op school daar
op in. Inmiddels is erg een goede structuur opgezet om de nodige expertise te kunnen inzetten. Zie
hiervoor hoofdstuk 9 en 11 van deze gids. Als stichting hebben we richtlijnen opgesteld waaraan de
individuele scholen moeten voldoen. Op school ligt dit beleidsstuk ter inzage.

Mede op grond van passend onderwijs, maar ook omdat wij inzien dat dit in de huidige maatschappij
van belang zijn wij structureel bezig met het versterken van het Pedagogisch Klimaat. Wij doen dit
volgens de werkwijze van “Positive Behaviour Support” en onder begeleiding van het Semenarie voor
Orthopedagogiek. Een korte beschrijving vindt u in deel A van de schoolgids.

Daarnaast wordt verder gewerkt aan de zorgstructuur / klassenmanagement. Middels de werkwijze
van de 1-zorgroute, waarbij de steekwoorden handelingsgericht en opbrengstgericht werken
belangrijk zijn, wordt de zorgstructuur op groepsniveau en individueel verder verbeterd. Ook gaan we
ons aanbod voor de leerlingen die meer aankunnen nog verder uitbreiden en versterken.

We gaan starten met een nieuwe taal / spellingsmethode, Taal Actief. De implementatie hiervan zal de
nodige tijd en aandacht vergen. We willen hiermee ons Taalonderwijs op een hoger niveau brengen en
beter passen maken bij onze werkwijze.

We willen meer afwisseling en verdieping voor de creatieve vakken. We zijn op zoek naar een andere
werkwijze / methode om deze vakken meer inhoud te geven.
Voor meer informatie rondom beleidsontwikkelingen verwijzen wij u naar het schoolplan dat op school ter
inzage ligt.
15. Ouderraad, Medezeggenschapsraad en Leerlingenraad
15.1 De Oudervereniging en Ouderraad
Iedere ouder die een kind op Twickelo heeft, is automatisch lid van de oudervereniging. Hieruit wordt door de
ouders zelf een bestuur gekozen: de ouderraad (O.R.). Dit bestuur van de oudervereniging vergadert eenmaal
per maand. Bij deze vergadering is de directeur of een teamlid aanwezig.
De ouderraad probeert de belangen van alle ouders en hun schoolgaande kinderen zo goed mogelijk te
behartigen. Er zijn diverse commissies actief waarin zowel leden van de ouderraad alsmede teamleden zitting
hebben. De ouderraad houdt zich bezig met de organisatie van de activiteiten binnen de school.
In het begin van het nieuwe schooljaar is de algemene jaarvergadering. Tijdens deze jaarvergadering vindt,
indien nodig, de wisseling plaats van bestuursleden in de ouderraad. In het huishoudelijk reglement van de
O.R. kunt u meer informatie omtrent de werkwijze van de ouderraad lezen. Het dagelijks bestuur van de
ouderraad bestaat uit:
Leden dagelijks bestuur:
Karin Leenders(voorzitter)
Catja Visschedijk (secretaris)
Rian Hagedoorn (penningmeester)
Overige leden:
Sandra Tanke, Erik Exterkate, Otto de Boer, Gert-Jan Spoolder, Susan Maas, Marleen Kranenberg, Maaike
Dessens, Jolanda Vossebeld, Edwin Verburg (de schuingedrukte leden zijn nog niet officieel benoemd)
15.2 Medezeggenschapsraad en GMR
Twickelo heeft een medezeggenschapsraad (M.R.) vergelijkbaar met een ondernemingsraad in het
bedrijfsleven. Elke school is verplicht een MR te hebben om de medezeggenschap van ouders en personeel
binnen de school te regelen. De MR werkt volgens een officieel reglement, dat is opgesteld in samenwerking
met de vereniging van schoolbesturen en landelijke ouderorganisaties. De MR is bevoegd om alle zaken de
school betreffende te bespreken uitgezonderd personen. Het bevoegd gezag (Stichting KOMT) of de directeur
stelt de MR in kennis van het door hen in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens
voor het komende schooljaar ten aanzien van het financiële, organisatorische of onderwijskundige beleid.
Hierdoor wordt “openbaarheid, onderling overleg en openheid” bevorderd. Ook kunnen ouders en personeel
op deze wijze invloed uitoefenen op het gebeuren in onze basisschool. De MR heeft in bepaalde gevallen
instemmingbevoegdheid en in andere gevallen adviesbevoegdheid (volgens het reglement medezeggenschap).
In deze raad zijn ouders en teamleden vertegenwoordigd. De MR bestaat momenteel uit zes personen: drie
ouders en drie leerkrachten (zie einde tekst). Onderling worden de taken verdeeld. Als de voorzitter uit de
oudergeleding komt, moet het secretariaat bij de leerkrachten liggen v.v. De directeur is adviseur. Een MR-lid
heeft minimaal voor vier jaar zitting in de MR en kan bij herkiesbaarstelling voor één termijn herkozen worden.
De leden van de M.R. zijn altijd bereid om uw vragen en opmerkingen te aanhoren. De MR vergadert ongeveer
zes keer per jaar. Als er gegronde redenen zijn kan de voorzitter een extra vergadering bijeenroepen.
Twee leden van de M.R. hebben zitting in de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (G.M.R.) van
Stichting KOMT, dat zijn Renate Kroeze en Inge Velsing. Deze raad behartigt de bovenschoolse belangen van
alle basisscholen die bij de stichting aangesloten zijn.
Leden Medezeggenschapsraad:
Ouders:
Bas Spekreijse(voorzitter)
Leerkrachten
Renate Kroeze
Hans van Ooijen
Chantal Loohuis
Carin Sonneveld
Inge Velsing
15.3 Leerlingenraad
Op Basisschool Twickelo functioneert een leerlingenraad. Hierin zijn kinderen van de groepen 5 t/m 8
vertegenwoordigd. De leerlingenraad komt een viertal keer per jaar bijeen om verschillende schoolse zaken
met elkaar te bespreken. Het doel van de leerlingenraad is 3-ledig:
 De kinderen adviseren de directie en het team over schoolse aangelegenheden. Zo is men op de
hoogte van de mening van de kinderen en kan daar rekening mee gehouden worden. Kortom, de
kinderen krijgen een stem.
 De kinderen doen leerervaringen op m.b.t. het democratisch proces. Er worden verkiezingen
gehouden voor de vertegenwoordigers van de groepen. De kinderen leren op welke wijze ze inspraak
kunnen hebben. Ook leren de kinderen vergadertechnieken en de rollen binnen een vergadering.
Deze doelstellingen passen bij de kerndoelen m.b.t. Burgerschap.
 De kinderen leren rekening te houden met elkaar en respect te hebben voor de mening van de ander.
16. Overige informatie
16.1 Klachtenregeling
Sinds enkele jaren functioneert er een klachtenregeling. Op alle scholen binnen Stichting KOMT is een
gedragslijn ontwikkeld, waaraan we ons moeten houden. Een ieder die op een of andere wijze bij de school is
betrokken, heeft het recht om een klacht in te dienen. Deze klacht kan bijvoorbeeld gaan over de begeleiding
van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, inrichting van de
schoolorganisatie, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie, geweld of pesten. Natuurlijk dient het zo te zijn
dat de klager eerst contact opneemt met degene op wie de klacht betrekking heeft. En als dat niet voldoet met
de directie. Meestal worden klachten over de dagelijkse gang van zaken in goed overleg met de betrokkenen
opgelost. Bent U echter van mening dat de klacht niet binnen de school kan worden opgelost, dan kunt u zich
wenden tot de contactpersoon bij ons op school, juf Ria Sander. Zij kan bemiddelen en u eventueel verwijzen
naar de vertrouwenspersoon, die u kan helpen bij het indienen van uw klacht bij de klachtencommissie. Het
bestuur heeft twee onafhankelijke vertrouwenspersonen aangesteld, te weten dhr. Groot Rouwen en Mevr. ter
Morsche, die nagaan of de klacht door goed overleg alsnog kan worden opgelost. Is dat niet het geval dan
bepaalt de klager of hij de klacht bij het bevoegd gezag of klachtencommissie indient. Stichting KOMT is
aangesloten bij de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs in Noord-Nederland. Deze commissie
handelt volledig onafhankelijk van de betrokken partijen. De directie, de contactpersoon en de
vertrouwenspersonen beschikken over het actuele adres van de commissie. De volledige klachtenregeling ligt
op school ter inzage. Hier ziet u in schema hoe een klacht afgehandeld wordt:
Klager
V
Directie
V
Schoolcontactpersonen
V
Vertrouwenspersonen
V
Bevoegd gezag of klachtencommissie
> aangeklaagde
dhr. M. van ‘t Erve
mevr. Ria Sander
dhr. Groot Rouwen en Ans ter Morsche
De klachtencommissie zal binnen vijf dagen (in ieder geval zo spoedig mogelijk) een mededeling doen aan de
klager, de aangeklaagde en het bevoegd gezag. Binnen vier weken na ontvangst van de klacht zal er een
hoorzitting plaatsvinden. Binnen vier weken na de hoorzitting komt er een advies aan het bevoegd gezag. Het
bevoegd gezag geeft binnen twee maanden haar besluit op het advies aan de klager, de aangeklaagde, de
klachtencommissie en de directie van de school.
16.2 Sponsoring en acties
Bij sponsoring krijgt een school geld, goederen of diensten van een sponsor in ruil voor een verhoudingsgewijs
geringe tegenprestatie. Het kan hierbij gaan om:
betalen voor aanschaf van aanvullend lesmateriaal, zoals dvd’s, posters of spellen;
financieel ondersteunen van activiteiten zoals schoolfeesten, sportdagen, schoolzwemmen,
schoolreisjes en excursies;
meebetalen aan de inrichting van klaslokalen en aan (computer)apparatuur;
cateringactiviteiten zoals lunch, traktaties en hapjes.
Bij het sluiten van een sponsorovereenkomst hanteren wij de volgende gedragsregels:
de samenwerking mag de ontwikkeling van de kinderen niet schaden;
sponsoring mag de onderwijsinhoud niet beïnvloeden en de uitvoering van de kernactiviteiten van de
school mag hiervan niet afhankelijk worden;
in lesmaterialen mag geen reclame voorkomen. Ook niet impliciet. De objectiviteit en
betrouwbaarheid van het onderwijs mag niet in het geding zijn;
sponsoring mag niet misleidend zijn en mag niet appelleren aan gevoelens van angst en bijgelovigheid
van leerlingen;
sponsoring moet een gezonde levensstijl aanmoedigen.
Er bestaat de mogelijkheid om op een aantal vooraf bepaalde dagen oude kleding en dergelijke in te leveren bij
school. Hierbij wordt verwezen naar de nieuwsbrieven en de jaarkalender. Ook kunnen gebruikte cartridges op
school ingeleverd worden. Het geld wat hiermee wordt gegenereerd komt ten goede aan de school/leerlingen.
Wij steunen jaarlijks de kinderpostzegelactie en de vastenactie. Daarnaast wordt jaarlijks in principe één
andere actie gesteund, waarbij gelden worden opgehaald voor een goed doel. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht
worden aan plaatselijke initiatieven etc. Op de jaarlijkse Twickelodag en de kerstmarkt te Delden worden met
medewerking van ouders en anderen de nodige activiteiten georganiseerd, waarbij de opbrengsten ten
behoeve van de school/leerlingen worden aangewend.
16.3 Abonnementen
Via de school kunt u voor uw kind een abonnement op een jeugdblad nemen. Voor de groepen 1 en 2 is er
Bobo; voor de groepen 3 en 4 Okki; voor de groepen 5 t/m 8 Taptoe. Daarnaast kunnen de groepen 7 en 8 ook
een abonnement nemen op Hello You, een Engelstalig maandblad. Ook bestaat de mogelijkheid om een
abonnement op een serie leesboeken te nemen. Aan het begin van ieder schooljaar krijgt u hier de
aanmeldingsformulieren van. Deze jeugdbladen worden dan door de uitgever thuis bezorgd.
16.4 Misdienaars/Rondbrengen kerkennieuws
Kinderen van groep 7 krijgen in juni/juli het verzoek om als misdienaar opgeleid te worden. In combinatie met
het brigadieren kunnen kinderen hier voor inschrijven. Tevens wordt hen gevraagd of zij bereid zijn om
gedurende één schooljaar het kerkennieuws, een informatiebulletin van de Deldense kerken, te willen
rondbrengen aan de belangstellenden. Dit gebeurt eens per twee weken en is geheel vrijblijvend.
16.5 Mobiele telefoons/overige elektronica
Mobiele telefoons zijn in een moderne maatschappij waarin we nu leven een bijna onontbeerlijk medium
geworden. Vele kinderen in de hoogste groepen zijn in het bezit van zo’n modern apparaat. Op school is het
bezit (en dus het gebruik) van een mobiele telefoon echter niet toegestaan. Bij oneigenlijk kan dit namelijk tot
vervelende situaties leiden. Wij scharen ons achter de wet op de privacy van personen en willen op die manier
kinderen hiervoor beschermen.
Wij kunnen ons alleszins voorstellen dat in speciale gevallen om praktische redenen ouders het een veilig
gevoel geeft, wanneer hun kind een mobiele telefoon beschikbaar heeft. In deze speciale gevallen kunnen
ouders ontheffing aanvragen bij de directie. Kinderen die deze ontheffing hebben, leveren hun mobiele
telefoon overdag bij de leerkracht in en kunnen deze na schooltijd natuurlijk weer mee naar huis nemen.
Indien een kind ongeoorloofd over een mobiele telefoon op school beschikt, kan deze worden ingenomen door
de leerkracht. Ouders kunnen deze telefoon dan bij de directie ophalen.
Overigens is de school op generlei wijze verantwoordelijk voor verlies, diefstal of beschadiging van de mobiele
telefoon van een kind. Dit geld overigens ook voor andere elektronica die kinderen meenemen naar school
(zoals MP3-spelers, iPod’s e.d.) Beter is dat kinderen deze elektronica thuis laten.
16.6 Periodieke hoofdluiscontrole
Hoofdluis is een probleem dat op veel scholen voorkomt. Hoofdluis heeft niets met verminderde hygiëne te
maken, maar is wel een heel vervelend verschijnsel. Wij doen al het mogelijke om besmetting of uitbreiding
van een eventuele hoofdluisplaag te voorkomen. Daarom worden alle kinderen op de eerste maandag na
iedere vakantie door een aantal ouders op discrete wijze gecontroleerd. Deze ouders hebben allemaal
informatie gekregen van de G.G.D. Op school is een map aanwezig waarin de werkwijze staat vermeld.
Indien bij uw kind inderdaad hoofdluis wordt geconstateerd, dan wordt u daar door school persoonlijk van op
de hoogte gebracht. U krijgt dan ook informatie hoe verder te handelen. Via de kinderen gaat er dan geen
informatie mee. Bij meerdere gevallen in één groep krijgt de hele groep een brochure mee, waarin de
algemene bestrijding van hoofdluis vermeld staat.
16.7 Verzekering
De school heeft een collectieve verzekering afgesloten. Alle activiteiten die door de school worden
georganiseerd zijn daardoor gedekt. Wij hopen hiermee zoveel mogelijk risico uit te sluiten die leerlingen en/of
begeleiders bij schoolse activiteiten kunnen overkomen. De verzekering dekt de aan de leerling, ouder,
leerkracht of begeleider zelf overkomen schade. Deze verzekering is geen W.A.-verzekering, maar een
ongevallenverzekering. Aan derden toegebrachte schade, alsmede materiële schade wordt niet vergoed. Het
mag als bekend worden verondersteld dat in geval van een gebeurtenis verzekeringsmaatschappijen eventuele
schade in eerste instantie zullen proberen te verhalen op de particuliere aansprakelijkheidsverzekering van de
“tegenpartij”.