Lees hier - BANNING Advocaten

Download Report

Transcript Lees hier - BANNING Advocaten

Voorwaarden aan het verlof: herhaald gebruik van beslagverlof en repeterend beslag
141. Voorwaarden aan het verlof: herhaald gebruik van beslagverlof en repeterend beslag
mr. L.F.P. Coehorst1
Er heerst verdeeldheid over de vraag of het mogelijk is om op basis van een verlof meerdere malen beslag te
leggen, indien niet uitdrukkelijk om een repeterend beslag is verzocht en daarvoor verlof is verleend. In de
regel wordt daarom verzocht om verlof voor ‘repeterend beslag’. De Hoge Raad lijkt ruimte te geven voor een
praktische en flexibele toepassing van het beslagrecht.
Inleiding
Een partij die meerdere keren op basis van een verlofbeschikking beslag wil leggen, doet er goed aan te verzoeken om
een ‘repeterend beslag’. De jurisprudentie en de literatuur
zijn verdeeld over de vraag of het mogelijk is om op basis
van een verlof meerdere malen beslag te leggen, indien
niet uitdrukkelijk om een repeterend beslag is verzocht
en daarvoor verlof is verleend. Met ‘herbruikbaar verlof’
en ‘herhaald beslag’ zal ik deze laatste variant aanduiden.
Repeterend beslag zal ik steeds als zodanig benoemen.
Met de prejudiciële beslissing over bewijsbeslag heeft de
Hoge Raad de flexibiliteit van het beslagrecht bevestigd. In
dit artikel verken ik in hoeverre dat de mogelijkheid van
herhaald beslag beïnvloedt.
Verlof en beslag
In Nederland krijgt men relatief gemakkelijk verlof om
beslag te leggen. Het relatieve gemak waarmee beslag kan
worden gelegd vindt zijn weerslag in de (risico)aansprakelijkheid van de beslaglegger indien zijn gestelde vordering
in rechte niet (geheel) stand houdt.
Art. 700 lid 1 Rv bepaalt dat verlof van de voorzieningenrechter is vereist om conservatoir beslag te leggen. Blijkens
de parlementaire geschiedenis van art. 700 Rv kwalificeert
het het daarin genoemde verlof als een nihil obstat, een
officiële verklaring van geen bezwaar.2 Als de verzoeker
nog geen eis in de hoofdzaak heeft ingesteld, verbindt de
voorzieningenrechter aan het verlof de voorwaarde dat
1
2
Met dank aan mr. MA.J.G. Janssen (Partner sectie Cassatie BANNING N.V.)
voor zijn suggesties en commentaar.
Zie noot E. Loesberg sub 4 bij HR 13 september 2013,
ECLI:NL:HR2013:BZ9958 (Molenbeek Invest).
BESLAG EN EXECUTIE IN DE RECHTSPRAKTIJK NUMMER 6, SEPTEMBER 2014 / SDU UITGEVERS
de verzoeker dat doet binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn van ten minste acht dagen na
het beslag. Indien de beslaglegger niet tijdig de eis in de
hoofdzaak instelt, vervalt van rechtswege het beslag. Zulks
op grond van art. 700 lid 3 Rv.
De verlofbeschikking is een beschikking als bedoeld in
art. 287 Rv3. Die schakelbepaling verklaart de eisen die
art. 230 Rv aan het vonnis stelt eveneens van toepassing
op de verlofbeschikking. En op grond van art. 3:296 lid 2
BW kan hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling
tot een handelen is gehouden, onder die voorwaarde of
tijdsbepaling worden veroordeeld.
Aldus is het beslag geldig zolang de termijn voor het
instellen van de eis in de hoofdzaak nog niet is verstreken.
Naast het niet tijdig instellen van de eis in de hoofdzaak
kan een beslag vervallen doordat de verzoeker niet (tijdig)
schriftelijk mededeling doet van een verlenging van de
termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak bij
een derdenbeslag of beslag op aandelen als vereist door art.
700 lid 3 Rv.
Verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven
vormen staat blijkens art. 705 Rv niet aan geldigheid
van het beslag in de weg. Indien daarvan sprake is zal de
(voorzieningen)rechter het beslag op vordering van een
belanghebbende opheffen. Op grond van art. 705 lid 3 jo
438 lid 2 Rv kan de rechter opheffing echter weigeren indien
hij herstel van het verzuim passend acht. Voorts spreekt hij
de opheffing uit, als summierlijk van de ondeugdelijkheid
van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het
onnodige van het beslag blijkt. Wanneer het beslag is gelegd
voor een geldvordering heft de rechter het beslag op indien
voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.
3
Zie noot E. Loesberg sub 4 bij HR 13 september 2013,
ECLI:NL:HR2013:BZ9958 (Molenbeek Invest).
27
Wanneer is een verlof ‘uitgewerkt’?
Jurisprudentie
In het beslagrecht is nog niet uitgekristalliseerd of de
verzoeker herhaald beslag mag leggen. Deze situatie moet
worden onderscheiden van die waarbij verlof is verleend
om beslag te leggen op meerdere goederen, die los van
elkaar moeten worden beslagen.4
De twee uitspraken die mij bekend zijn en waarin de vraag
aan de orde was, zijn inmiddels meer dan een decennium
oud.5 Kennelijk is het niet opportuun geweest deze
kwestie opnieuw aan de rechter voor te leggen. Zoals in
het beslagrecht niet ongebruikelijk is, zal de vraag naar de
In het beslagrecht is nog niet uitgekristalliseerd of
de verzoeker herhaald beslag mag leggen.
herbruikbaarheid van een verlofbeschikking doorgaans
praktisch worden opgelost. Dat doet overigens niets af aan
het belang van deze vraag voor de rechtspraktijk.
De eerste uitspraak over deze kwestie is die van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam6. In het
kader van een vordering tot opheffing van een conservatoir
derdenbeslag onder een bank overwoog de voorzieningenrechter dat een verzoeker op basis van een verlof slechts
eenmaal beslag mocht leggen. De voorzieningenrechter
overwoog:
“(…) dat nu met het op 24 december 2001 verleende verlof reeds op dezelfde datum beslag was gelegd met hetzelfde verlof van 24 december
2001 niet nogmaals op 27 december 2001 beslag kon worden gelegd.”
Ter ondersteuning daarvan wijst de voorzieningenrechter
op het volgende:
“Gelet op het zeer ingrijpende karakter van het conservatoir beslag is
de voorzieningenrechter van oordeel dat voor elk conservatoir beslag
verlof van de voorzieningenrechter vereist is. Het verleende verlof kan
volgens de voorzieningenrechter slechts één maal gelden. Heeft de beslaglegger van dat verlof gebruik gemaakt, doch zonder resultaat, dan is
het verlof uitgewerkt, en kan het niet ten tweede male worden gebruikt.
Dit is slechts anders, indien uit de verlofbeschikking het tegendeel blijkt,
hetgeen in casu gesteld noch gebleken was.”
Dat een beslag (zeer) ingrijpend kan zijn, onderschrijf ik.
Het ontgaat mij echter waarom het ingrijpende karakter
van een conservatoir beslag in de weg zou staan aan een
herhaald beslag indien het eerdere beslag geen doel trof
(zolang alle overige feiten en omstandigheden onveranderd
zijn, waarover hierna meer). Door de eerste onsuccesvolle
beslaglegging zal de beslagene in de regel immers niet of
4
5
6
28
H.G. Punt, Memo Beslagrecht 2013, Deventer: Kluwer 2013, p. 116.
Zie ook M.A.J.G. Janssen, ‘Enkele perikelen rondom het beslagverlof en
de conservatoire beslaglegging’ in: N.E.D. Faber e.a., Serie Onderneming
en Recht deel 49, Knelpunten bij beslag en executie, Deventer: Kluwer
2009, p. 272 e.v.
Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam 1 oktober 2002, rolnr.
180592/KG/ZA 02-783 (niet gepubliceerd).
nauwelijks zijn benadeeld. Maar ook indien een beslag wel
succesvol was, kan een verlof grondslag bieden voor (een)
herhaald(e) beslag(en).
Tegenover de visie van de voorzieningenrechter van de
rechtbank Rotterdam staat de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond.7 Ook deze zaak
betrof een kort geding tot opheffing van een conservatoir
derdenbeslag onder een bank. De voorzieningenrechter
oordeelde dat zolang de in het verzoekschrift aangevoerde
feiten niet waren gewijzigd, er in beginsel niets in de weg
stond aan een tweede beslag op basis van hetzelfde verlof,
indien een eerder beslag geen doel trof omdat onvoldoende
saldo aanwezig was.
De systematiek van het beslagrecht brengt echter mee dat
een verzoeker niet opnieuw beslag kan leggen indien hij
niet binnen de in de verlofbeschikking opgenomen (of
verlengde) termijn de eis in de hoofdzaak heeft ingesteld.
Het verlof is immers gegeven onder de voorwaarde dat
de verzoeker die eis tijdig instelt. Doet hij dat niet, dan
vervalt naast het (eventuele) beslag tevens het verlof. De
beschikking is dan niet langer bruikbaar.8 Dit geldt tevens
wanneer de verzoeker de door de voorzieningenrechter verlengde termijn voor het instellen van de eis in de
hoofdzaak niet tijdig schriftelijk mededeelt aan de in art.
700 lid 3 Rv genoemde partij. Zie voor dit laatste ook de
eerdergenoemde uitspraak van de voorzieningenrechter
van de rechtbank Roermond.
Een zaak die speelde voor het Hof ‘s-Hertogenbosch9
raakte ook zijdelings aan de vraag of een verlof grondslag
bood voor herhaalde beslagen. In die kwestie had de
beslaglegger verlof gevraagd en verkregen voor het leggen
van conservatoir (derden)beslag tot afgifte van bepaalde
gegevensdragers. De door de beslaglegger ingeschakelde
deurwaarder had echter abusievelijk conservatoir
verhaalsbeslag gelegd. Daarop had de voorzieningenrechter de beslaglegger aanbevolen op basis van het door hem
verleende verlof opnieuw – en ditmaal het juiste – beslag te
leggen. Op grond van die beschikking legde de beslaglegger
vervolgens het bedoelde beslag tot afgifte. In hoger beroep
voerden de wederpartijen van de beslaglegger aan dat een
tweede beslag op basis van hetzelfde verlof slechts mogelijk
is indien dat uitdrukkelijk uit de beschikking blijkt. Het hof
overwoog (r.o. 4.4.3):
“Het hof deelt in het onderhavige geval deze visie niet. (…) Het ten tweede male door de deurwaarder gelegde beslag – nu wel in de juiste vorm
van beslag tot afgifte – betrof dezelfde beslagdebiteur, dezelfde beslagcrediteur, dezelfde vordering en hetzelfde beslagobject. In dit geval is er
naar het voorlopig oordeel van het hof geen sprake van het vaak geuite
bezwaar dat het opvolgend beslag gelegd wordt zonder voorafgaande
toetsing door de voorzieningenrechter, en dat zulks in strijd met het wettelijk systeem is. Immers, in dit geval had voor de vraag of het (uitein-
7
8
9
Voorzieningenrechter rechtbank Roermond 14 februari 2002,
ECLI:NL:RBROE:2002:AV7625, JBPR 2003, nr. 34, m.nt. M.A. Broeders.
Zie ook M.A.J.G. Janssen, ‘Verlof tot het meerder malen leggen van
beslag’, Advocatenblad 16 juli 2004, nr. 10.
Hof ’s-Hertogenbosch 2 november 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AU3429,
NJF 2005/323.
SDU UITGEVERS / NUMMER 6, SEPTEMBER 2014 BESLAG EN EXECUTIE IN DE RECHTSPRAKTIJK
Voorwaarden aan het verlof: herhaald gebruik van beslagverlof en repeterend beslag
delijk) gelegde beslag (tot afgifte) gelegd mocht worden, immers juist
wel een rechterlijke toetsing plaatsgevonden en was het verlof gegeven.”
Met de toevoeging ‘in het onderhavige geval’ lijkt het hof
duidelijk te maken dat zij niet in alle gevallen van mening
is dat een tweede beslag op basis van hetzelfde verlof
aanvaardbaar is indien het dezelfde beslagdebiteur en –
crediteur, vordering en hetzelfde beslagobject betreft. Zoals
hierna nog zal blijken sluit dit aan bij de Beslagsyllabus, die
aangeeft dat een herhaald beslag ‘in beginsel’ niet mogelijk
is.
Literatuur
Ook in de literatuur is discussie gevoerd over de herbruikbaarheid van een verlof. Stein10 en Broeders11 zijn van
mening dat een verlof slechts eenmalig bruikbaar is. Broeders
spitst zijn betoog toe op het conservatoir derdenbeslag en
beroept zich op de drie volgende argumenten.
Ten eerste geeft Broeders aan dat zodra de deurwaarder
het verlof ten uitvoer heeft gelegd er conservatoir beslag
is gelegd, onafhankelijk van of het beslag doel heeft
getroffen. Art. 700 Rv bepaalt dat geen beslag kan worden
gelegd zonder verlof van de voorzieningenrechter. Volgens
Broeders brengt dit mee dat voor een tweede beslag een
nieuw verlof vereist zou zijn. Deze visie lijkt mijns inziens
te berusten op een te strikte lezing van de wetsbepaling. Op
grond van bepaalde feiten is verlof gegeven om beslag te
leggen. Zolang die feiten niet zijn veranderd valt niet in te
zien waarom de beslaglegger het verlof niet nogmaals zou
mogen gebruiken.
Ten tweede wijst Broeders er op dat uit de door de derde
binnen vier weken af te leggen verklaring moet blijken
of het beslag kleeft. Volgens Broeders zou voor de derde
onduidelijk zijn hoe vaak hij moet verklaren indien hij
meerdere malen een beslagexploot ontvangt met daarbij
steeds hetzelfde verlof. Broeders meent dat de derde
beslagene op grond van de wet slechts eenmaal verklaring
zou behoeven te doen. Dit argument komt mij onvoldoende
gewichtig voor. De derde moet bij ieder (herhaald) beslag
verklaring doen, tenzij sprake zou zijn van misbruik van
recht.
Ten derde betoogt Broeders dat een verlofbeschikking
geen aanknopingspunt bevat om te bepalen wanneer de
beslaglegger voldoende heeft beslagen. Mijns inziens wijst
Broeders er terecht op dat de begroting van de vordering er
slechts toe strekt te bepalen voor welk bedrag de beslagene
zekerheid moet stellen om het beslag door de beslaglegger
te doen opheffen.12 Op basis van het verlof meen ik dat de
beslagene weet waar hij aan toe is: indien hij voldoende
zekerheid stelt moet de beslaglegger het beslag opheffen.
Dat geeft de beslaglegger de ruimte om beslagen te leggen
10 H.A. Stein, ‘Beslag en Executie’, BJu 2002, p. 33 en H.A. Stein, Goed
beslagen, vormen en aspecten van het Nederlands privaatrechtelijke
executie- en beslagrecht, Deventer: Kluwer 2010 (4e druk), p. 116.
11 Voorzieningenrechter rechtbank Roermond 14 februari 2002, JBPR 200,
nr. 34, m.nt. M.A. Broeders.
12 A.J. Gieske, Tekst en Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, Deventer:
Kluwer 2012 (vijfde druk), aantekening 5 onder d bij art. 700 Rv, p. 1270.
BESLAG EN EXECUTIE IN DE RECHTSPRAKTIJK NUMMER 6, SEPTEMBER 2014 / SDU UITGEVERS
totdat zijn behoefte aan verhaalsobjecten bevredigd
is. Uiteraard tenzij en totdat de beslaglegger zijn recht
misbruikt.
Ook Gieske13 deelt de visie van Broeders en Stein. Volgens
Gieske moet een eenmaal gegeven verlof beperkt worden
uitgelegd omdat de voorzieningenrechter het beslagrekest
slechts summier toetst en omdat het conservatoir beslag
een ingrijpend karakter heeft. Deze beperkte uitleg
brengt volgens Gieske mee dat een verlof doorgaans na
beslaglegging is uitgewerkt. Maar ook indien de beslaglegger
opnieuw verlof moet vragen toetst de voorzieningenrechter het verzoek slechts summier. De beschermende werking
van het verlof die Gieske lijkt voor te staan is dus relatief.
Met betrekking tot het argument inzake het ingrijpende
karakter van het conservatoire beslag verwijs ik naar de
bespreking van de eerdergenoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Ynzonides14 en Van Mierlo15 zijn van mening dat de
verzoeker een verlof meerdere malen ten uitvoer kan
leggen, zolang de in het beslagrekest gestelde feiten niet
zijn veranderd. Een andere rechterlijke uitspraak kan
meermalen ten uitvoer worden gelegd indien de eerdere
tenuitvoerlegging niet tot (volledige) voldoening van de
schuld heeft geleid. Volgens Ynzonides dient datzelfde te
gelden voor een beslagverlof. Met Broeders merk ik hierbij
op dat de verlofbeschikking geen concreet minimum of
maximum bedrag bepaalt waarvoor de verzoeker beslag
mag leggen. Dat behoeft echter geen beletsel te zijn voor
een herhaald beslag op basis van hetzelfde verlof.
Zowel Ynzonides als Van Mierlo wijzen er terecht op dat
de mogelijkheid een verlof vaker te benutten de efficiency
in het beslagrecht bevordert. De belasting op de rechterlijke
macht en de kosten voor de beslaglegger voor onder
andere griffierecht en rechtsbijstand nemen daardoor af.
Met de eis dat de in het verzoekschrift vermelde
feiten niet zijn veranderd, zijn de belangen van de
beslagene voldoende gewaarborgd.
Bovendien kan de beslagene (gedeeltelijke) opheffing van
het beslag vragen indien de beslaglegging (al dan niet door
herhaaldelijk gebruik) disproportioneel is.
Loesberg16 kiest ervoor om de vraag naar de herbruikbaarheid van het verlof te beantwoorden aan de hand van uitleg
van het beslagrekest en de verlofbeschikking.17 Tenzij de
verzoeker daar uitdrukkelijk om heeft verzocht, zullen deze
13 A.J. Gieske, Tekst en Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, Deventer:
Kluwer 2012 (vijfde druk), aantekening 5 onder b bij art. 700 Rv, p. 1270.
14 M. Ynzonides, Executie en beslag, Vademecum Burgerlijk Procesrecht, 2001,
p. 120-121.
15 A.I.M. van Mierlo, Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, aantekening
13 bij art. 700 Rv (online versie, bijgewerkt tot 1-3-2005) alsmede in:
Onderneming en vijf jaar Nieuw Burgerlijk Recht, 1997, p. 550, noot 43.
16 E. Loesberg, ‘Enige beschouwingen over beslag en executierecht’, JBPr
2004, p. 397-398.
17 A.I.M. van Mierlo, Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, aantekening
13 bij art. 700 Rv (2005).
29
stukken in de regel echter niet of nauwelijks aanknopingspunten bevatten op basis waarvan de beslaglegger met
voldoende zekerheid kan vaststellen of hij op grond van
het verlof herhaald beslag mag leggen.
Een andere vraag is wat de geldigheidsduur van een eenmaal
gegeven verlof is. Anders dan Stein18 meen ik dat het verlof
geen vaste houdbaarheidsdatum heeft. Zolang de aan het
verzoek ten grondslag liggende feiten en omstandigheden
niet zijn gewijzigd is het verlof uitvoerbaar.19 Gieske
spreekt van een “redelijke marge”.20
Repeterend beslag
De Beslagsyllabus21 (versie augustus 2013) hanteert de
regel:
“In beginsel mag een verkregen verlof slechts éénmaal worden gebruikt.”
Verder geven de opstellers van de Beslagsyllabus aan dat
blijkens jurisprudentie en literatuur het verlof tot het
herhaald leggen van het beslag kan worden toegestaan. Bij
het verlenen van een dergelijk verlof acht de Beslagsyllabus
het wenselijk dat het herhalen van het leggen van het beslag
in aantal en tijdsduur wordt beperkt. Daarvoor wordt de
volgende standaardformulering voorgesteld:
“Uit het oogpunt van een behoorlijke rechtsbedeling acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk het aantal malen dat het beslag mag worden herhaald te beperken tot * keer en de termijn waarbinnen dat mag
gebeuren te beperken tot * dagen na het eerstgelegde beslag.”
Op basis van de hierboven genoemde argumenten ten
faveure van herhaalde beslaglegging, meen ik dat een
behoorlijke rechtsbedeling ook zonder voornoemde
beperking reeds voldoende is gewaarborgd. Het vereiste dat
de in het verzoekschrift vermelde feiten niet zijn veranderd
speelt daarin een belangrijke rol. De Beslagsyllabus meldt
tot slot dat de zojuist geciteerde formule in de regel
zodanig zal worden ingevuld dat binnen 30 dagen na
het eerstgelegde beslag nog driemaal beslag mag worden
gelegd. Dit kan anders zijn indien het financieel belang van
het ingeroepen recht de aan een herhaald beslag verbonden
extra kosten niet rechtvaardigt.
Het leggen van repeterend beslag op basis van de in de
Beslagsyllabus opgenomen regeling is vaste praktijk. Voor
voorbeelden van zaken waarin een repeterend beslag aan
de orde was, zie onder andere rechtbank Rotterdam22, en
rechtbank Amsterdam23.
18 H.A. Stein, ‘Beslag en Executie’, BJu 2002, p. 33.
19 Zie ook M.A.J.G. Janssen, ‘Enkele perikelen rondom het beslagverlof en
de conservatoire beslaglegging’ in: N.E.D. Faber e.a., Serie Onderneming
en Recht deel 49, Knelpunten bij beslag en executie, Deventer: Kluwer
2009, p. 273.
20 A.J. Gieske, Tekst en Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, Deventer:
Kluwer 2012 (vijfde druk), aantekening 5 onder c bij art. 700 Rv, p. 1270.
21 Beschikbaar op: http://www.rechtspraak.nl/procedures/landelijkeregelingen/sector-civiel-recht/documents/beslagsyllabus.pdf, p. 14.
22 Rechtbank Rotterdam 13 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:7382.
23 Rechtbank Amsterdam 17 februari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4070.
30
Voorlopig verlof
Het gebruik van het repeterende beslagmodel maakt
duidelijk dat het beslagrecht sterk is gericht op praktische
hanteerbaarheid. Ook de praktijk van het niet-IE
bewijsbeslag op grond van art. 730 jo 843a Rv – ook
zoals die reeds bestond voorafgaand aan de richtinggevende prejudiciële beslissing van de Hoge Raad24 – maakt dat
inzichtelijk. In die beslissing heeft de Hoge Raad tevens een
interessante prejudiciële vraag over voorlopige verlofverlening beantwoord. Deze kan relevant zijn voor de vraag
of de verzoeker op basis van een verlofbeschikking vaker
beslag mag leggen.
Volgens de Beslagsyllabus kan het verlof ook voorlopig
worden verleend indien er gerede twijfels bestaan over
de gegrondheid van de vordering of de noodzaak van het
verlangde beslagverlof, maar de vrees gerechtvaardigd is
dat het beslagobject aan het zicht van de beslagcrediteur
zal worden onttrokken indien partijen zouden worden
gehoord voordat op het beslagrekest wordt beslist.25
De voorzieningenrechter hoort dan eerst beide partijen
voordat hij definitief het verlof beslist. In de beslagsyllabus
is bepaald dat de voorzieningenrechter partijen zal horen
op een in het verlof te noemen dag en uur. Ook bepaalt het
verlof dat de verzoeker het alleen mag gebruiken als hij het
beslag ten minste drie dagen voor die datum legt (en - voor
zover van toepassing - aan de beslagdebiteur overbetekent).
Dit laatste om te voorkomen dat de beslaglegger eerst heel
kort voor de dag van het horen het beslag legt, waardoor
de beslagdebiteur onvoldoende gelegenheid heeft zich op
dat horen voor te bereiden. De Beslagsyllabus verwijst in
dat kader naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch 7 oktober
2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9816.
De grondslag voor het voorlopig verlof wordt wel
gevonden in het uitgangspunt dat het meerdere ook het
mindere omvat.26 Terecht karakteriseert Loesberg het
voorlopig verlof als “een nihil obstat (geen bezwaar) onder
de ontbindende voorwaarde dat de voorzieningenrechter
het verlof alsnog weigert.”
In haar conclusie27 inzake de prejudiciële vragen aan de
Hoge Raad over het niet-IE bewijsbeslag28 plaatst advocaat-generaal Wesseling-Van Gent diverse kanttekeningen
bij het voorlopig beslagverlof. Hoofdzakelijk toegespitst op
het spanningsveld tussen het voorlopig verlof en de regels
rondom de prejudiciële procedure. In dat licht geeft zij
onder meer aan dat van een voorlopige toewijzing van een
verlof onmiddellijk in hoger beroep kan worden gekomen,
terwijl dat niet geldt voor een definitieve toewijzing. Ook
geeft de advocaat-generaal aan dat door een voorlopig
verlof de eis van het tijdig instellen van een eis in de
24 Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:HR:2013:BZ9958.
25 Beslagsyllabus versie augustus 2013, p. 9.
26 HR 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ9958, conclusie advocaatgeneraal , r.o. 2.35.
27 HR 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ9958, conclusie advocaatgeneraal.
28 Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 4 december 2012,
ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6220.
SDU UITGEVERS / NUMMER 6, SEPTEMBER 2014 BESLAG EN EXECUTIE IN DE RECHTSPRAKTIJK
Voorwaarden aan het verlof: herhaald gebruik van beslagverlof en repeterend beslag
hoofdzaak wordt omzeild.29 Voorts is zij van mening dat
het voordeel van het voorlopig verlof voor de beslagene
(te weten: gehoord worden voorafgaand aan de definitieve
beschikking) beperkt is. Volgens de advocaat-generaal zou
de beslagene namelijk geen opheffing kunnen vorderen van
het voorlopig verleende beslag.
Voor dit artikel voert het te ver om de door de advocaatgeneraal aangevoerde knelpunten inzake het voorlopig
beslagverlof inhoudelijk te bespreken. Interessant om
te zien is echter dat de Hoge Raad in zijn prejudiciële
beslissing30 geheel niet ingaat op de aangevoerde bezwaren.
Zonder verdere motivering oordeelt de Hoge Raad:
“De door de voorzieningenrechter gevolgde procedure is in een spoedeisend geval als het onderhavige verenigbaar met de in de vraag genoemde wetsbepaling.”31
Aldus heeft de Hoge Raad de toelaatbaarheid van het
geven van een voorlopig beslagverlof in verband met het
stellen van prejudiciële vragen bevestigd. Dat geldt mijns
inziens ook in algemene zin. De voorzieningenrechter
kan verlof verlenen onder de ontbindende voorwaarde
dat hij na partijen gehoord te hebben het alsnog definitief
kan weigeren. Dat de voorzieningenrechter aan het verlof
voorwaarden kan verbinden, zette ik hiervoor reeds uiteen.
Volgens Loesberg kan hieruit echter “niet met zekerheid
worden afgeleid dat de Hoge Raad het voorlopig verlof
passend vindt in ons systeem.”32 Hoe dan ook lijkt de
Hoge Raad ruimte te geven voor een praktische en meer
flexibele toepassing van het beslagrecht.
Conclusie
De voorzieningenrechter heeft een zekere mate van
vrijheid om zijn verlof te modelleren. Hij kan daar onder
meer voorwaarden aan verbinden. De literatuur en de
jurisprudentie zijn verdeeld over de vraag of een verzoeker
op basis van eenzelfde verlofbeschikking meerdere
malen beslag mag leggen indien niet uitdrukkelijk om
een repeterend beslag is verzocht en daarvoor verlof is
verleend. De Beslagsyllabus stelt dat zulks in beginsel niet
mogelijk is, tenzij de voorzieningenrechter uitdrukkelijk
een repeterend beslag heeft toegestaan.
Onder meer om redenen van efficiency in het beslagrecht
heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond33
geoordeeld dat een verlof herbruikbaar is. Uit de eveneens
besproken zaak die speelde bij gerechtshof ’s-Hertogenbosch34 volgt eveneens dat (onder omstandigheden)
herhaald beslag mogelijk is. Inmiddels heeft ook de Hoge
Raad in zijn genoemde prejudiciële beslissing aan het
29 HR 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ9958, conclusie advocaatgeneraal , r.o. 2.42.
30 Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958.
31 Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958, r.o. 3.9.6.
32 JOR 2013/330 met annotatie door mr. E. Loesberg.
33 Voorzieningenrechter rechtbank Roermond 14 februari 2002,
ECLI:NL:RBROE:2002:AV7625, JBPR 2003, nr. 34, m.nt. M.A. Broeders.
34 Hof ’s-Hertogenbosch 2 november 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AU3429,
NJF 2005/323.
BESLAG EN EXECUTIE IN DE RECHTSPRAKTIJK NUMMER 6, SEPTEMBER 2014 / SDU UITGEVERS
beslagrecht een praktische toepassing gegeven.
Het uitgangspunt dat de verzoeker op basis van een verlof
herhaald beslag kan leggen komt de efficiency in het
beslagrecht ten goede. Daarbij geldt de harde eis dat de
feiten en omstandigheden zoals de beslaglegger die aan zijn
verzoek ten grondslag heeft niet zijn gewijzigd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek immers op basis van
die feiten en omstandigheden toegewezen. De bezwaren
tegen deze visie zijn naar mijn mening onvoldoende
steekhoudend. Voor de bescherming van de belangen van
de beslagene biedt het beslagrecht voldoende waarborgen.
De beslaglegger zal bij een herhaald of repeterend beslag
met name belang hebben indien hij beslag wil leggen
op financiële middelen van de beslagdebiteur die aan
schommelingen onderhevig zijn. Denk hierbij aan beslag
op kasgeld of derdenbeslag onder een financiële instelling.
Ook in het IE-recht kan een herhaald of repeterend beslag
uitkomst bieden. Bijvoorbeeld indien zij vreest dat een
inbreukmakende partij middels nieuwe voorraad opnieuw
inbreuk zal maken en bij ontdekking direct beslag tot
afgifte (en inbewaringgeving) gelegd moet worden.35
Het rekest en de verlofbeschikking moet de beslaglegger
op grond van art. 702 lid 2 Rv en/of de beslag-specifieke bepalingen aan de beslagdebiteur (over)betekenen.
Vanaf de betekening is de inhoud van die stukken bij de
beslagdebiteur bekend. De beslaglegger die na dat moment
nogmaals beslag wil leggen terwijl in het rekest gemotiveerd
om repeterend beslag is verzocht en daarvoor verlof is
verleend, loopt een risico. Op basis van de wetenschap
dat hij een repeterend beslag kan verwachten, kan de
beslagdebiteur immers maatregelen treffen die aan een
succesvol opvolgend beslag in de weg staan. Een herhaald
beslag op basis van een verlof waarin repeterend beslag niet
uitdrukkelijk is toegestaan kan dan de voorkeur hebben.
In ieder geval totdat de discussie over de vraag of
een herhaald beslag op grond van een verlofbeschikking mogelijk is, adviseer ik de verzoeker die (mogelijk)
vaker beslag wenst te leggen in zijn beslagrekest daar
uitdrukkelijk om te vragen. Dit tenzij het opportuun is om
de ‘gok’ met het herhaalde beslag te nemen. Het praktijkgerichte karakter van het beslagrecht lijkt mee te brengen
dat het risico beperkt is, zolang de beslaglegger voor het
herhaalde beslag gegronde redenen heeft. Indien de voorzieningenrechter het verlof slechts voor eenmalig gebruik
geschikt acht, zou ik willen aanbevelen dat expliciet in het
verlof op te nemen. In het licht van het voorgaande meen
ik dat herhaald beslag in beginsel zou moeten worden
toegestaan, tenzij bepaalde omstandigheden zich daartegen
verzetten.
Over de auteur
L.F.P. Coehorst is advocaat op de sectie Cassatie bij BANNING N.V. te
’s-Hertogenbosch.
35 Rechtbank Amsterdam 17 februari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4070.
31