T Arsenaal 2014 NR 10
Download
Report
Transcript T Arsenaal 2014 NR 10
‘ T - A R S E N A A L
E-Magazine
M A A N D E L I J K S E
U I T G A V E
Nummer 10, Mei -Juni-Juli 2014 vakantie
uitgave - Jaargang 2. Extra Dik.
Onafhankelijk digitaal informatieblad over
Hedendaagse en Historische Militaire
Onderwerpen met als specialiteit de Koude
Oorlog.
‘ T A r s e n a a l
COLOFON
VAN DE REDACTIE
2 0 1 4
In de spotlight: de Amerikaanse
burgeroorlog
Artikel: Rob Vaneker
Pagina 3
Beste Lezeressen en lezers,
De slag om de Schelde
Artikel: Maurits Cornelis Escher
Pagina 10
In de spotlight: Het eerste IJzeren
Gordijn?
Artikel: Rob Vaneker
Pagina 15
Uit de oude doos van de koude
oorlog
Artikel: Rob Vaneker
Pagina 27
Signalen en Mysterieuze Signalen
in/uit de koude oorlog
Artikel: Rob Vaneker
Pagina 31-34
De vergeten soldaten
Artikel: Piet Walraeven
Bewerking: Rob Vaneker
Pagina 36
Advertentie’s: Pagina 40-41
Redactie team:
Hoofdredacteur: Rob Vaneker
Redactie/layout/opmaak: Rob Vaneker
Advertenties: © 2013 designbureau Neerbeek
Uitgave: © 2013 designbureau Neerbeek
Email adres voor de redactie en advertenties:
Vanwege de aankomende zomervakantie periode is
deze extra dikke en uitgebreide uitgave van
T’Arsenaal, die drie maanden gaat
overbruggen,
voorlopig even de laatste die u per Email gaat
ontvangen. Gedurende deze periode gaat intussen
uw redacteur ook “even” met vakantie naar zijn
favoriete Verenigd Koninkrijk om o.a. aldaar nieuwe
ideeën op te gaan doen en enigszins op onderzoek
uit te gaan naar de aldaar nog steeds voldoende
aanwezige relieken uit de periode van de koude
oorlog en niet te vergeten, eerste en tweede
wereldoorlog.Natuurlijk is deze vakantie ook
evenzeer bedoeld om te genieten van de rust en
tevens het mooie en afwisselend landschap.
Uiteraard onthoudt ik u niet in deze driedubbele
aflevering van een aantal gevarieerde verhalen die
zowel een periode bestrijken vanaf 1861 via 1914,
meidagen 1940, periode 1944 en tot ver in de jaren
zeventig. De jaren zeventig hebben in het bijzonder
betrekking tot allerlei Militaire verwikkelingen uit de
koude oorlog’s jaren. Dit keer zijn wij ook weer in de
gelukkige omstandigheden dat een tweetal nieuwe
gast auteurs met hun bijdragen de gevarieerdheid in
dit blad hebben mee bewerkstelligd.
Ik wens u allen vanuit de redactie een hele fijne en
zonnige vakantie toe en hoop u weer te mogen
begroeten als trouwe lezer vanaf 1 augustus 2014
Veel leesplezier toegewenst!
Uw Hoofdredacteur.
Rob Vaneker
[email protected]
Opgericht per 1 augustus 2013
2
‘ T A r s e n a a l
2 0 1 4
DE AMERIKAANSE BURGEROORLOG:
DOODSSTEEK VOOR DE VS?
De Amerikaanse Burgeroorlog, ook wel bekend
als de 'Civil War' en de 'War Between the
States', was een oorlog die van 1861 tot 1865
w o e d d e t u s s e n d e Ve r e n i g d e S t a t e n v a n
Amerika (de Unie) en de Geconfedereerde
Staten van Amerika (de Confederatie). Over de
oorzaken van en gebeurtenissen tijdens en na
deze bloedige burgeroorlog, die een grote,
duidelijke voetafdruk zou achterlaten in de
wereldgeschiedenis.
DE OORZAAK VAN DE AMERIKAANSE
BURGEROORLOG
De oorzaken van de Amerikaanse Burgeroorlog
staan te boek als gecompliceerd en omstreden.
Vast staat echter dat er een conflict ontstond
tussen het noorden en het zuiden, dat
uiteindelijk zou resulteren in de afscheiding van
een aantal zuidelijke staten van de Unie, wat op
zijn beurt weer zo leiden tot het uitbreken van
de Amerikaanse Burgeroorlog. Aan het conflict
tussen de Unie en de Confederatie lagen
diverse zaken ten grondslag, waarvan de
belangrijkste nader zullen worden uitgelicht. In
tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, was
het al dan niet afschaffen van de slavernij geen
directe noch de enige belangrijke oorzaak van
de Amerikaanse Burgeroorlog. Indirect heeft de
kwestie, die niet los kan worden gezien van
territoriale, economische en – jawel – religieuze
conflicten, er echter wel degelijk toe geleid.
Tussen 1803 en 1854 had de Verenigde Staten
haar grondgebied middels aankopen,
onderhandelingen en veroveringen flink uit
weten te breiden. De staten die op deze manier
werden toegevoegd – Arkansas, Florida,
Louisiana, Missouri, Texas evenals delen van
Alabama en Mississippi – waren de Unie allen
binnengekomen als staten waarin slavernij
plaatsvond. In het noorden begon ondertussen
echter steeds meer het idee te leven dat er
geen slavernij mocht plaatsvinden in nieuwe
staten die bij de Unie werden gevoegd. Dat
stond lijnrecht tegenover het economische
beleid van het zuiden, waarbij grootschalig
gebruik werd gemaakt van slaven die op de
lucratieve katoen- en tabaksplantages werkten
en daarmee van cruciaal belang waren om de
regionale economie draaiende te houden. Ten
gevolge van de monoculturen katoenplantages
raakte de grond in het zuiden echter uitgeput,
waardoor men zich genoodzaakt zag om elders
cq. in de staten die erbij waren gekomen
nieuwe plantages aan te leggen. Het conflict
draaide dus – in tegenstelling tot wat vaak
wordt gedacht – niet zozeer om de bestaande
slavernij in het zuiden, maar om het te voeren
(economische) beleid voor nieuwe staten. In de
Amerikaanse politiek kwam dit tot uiting
middels felle debatten tussen de overwegend
zuidelijke democraten en voornamelijk
noordelijke republikeinen.
3
De spanningen tussen het noorden en het
zuiden bereikten een hoogtepunt tijdens de
Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1860,
waarin de republikein Abraham Lincoln het
opnam tegen de democraat John C.
Breckinridge. Lincoln won, waarmee hij de
zestiende president van de Verenigde Staten
werd. Die uitslag schoot het door democraten
vertegenwoordigde zuiden in het verkeerde
keelgat. In het bijzonder in South Carolina werd
woedend gereageerd, waarna men zich als
eerste staat onafhankelijk verklaarde van de
Unie en op 8 februari 1861 samen met de
staten Alabama, Florida, Georgia, Louisiana en
Mississippi de Geconfedereerde Staten van
Amerika vormde met Jefferson Davis als
president. Enkele weken later sloot Texas zich
formeel aan bij de Confederatie als zevende
staat. Dit gebeurde nog voor Lincoln’s
inauguratie, die op 4 maart plaatsvond.
2 0 1 4
AMERIKAANSE PRESIDENTSVERKIEZINGEN VAN
1860 VEROORZAKEN ESCALATIE
‘ T A r s e n a a l
We zien dat het conflict tussen de Unie en de
Confederatie na verloop van tijd steeds meer
om slavernij zelf gaat draaien, waarbij beide
kanten met van alles en nog wat aan kwamen
zetten als argumenten om de discussie in hun
voordeel te beslechten. Zo werd ook de Bijbel
erbij gehaald, waaruit over en weer passages
werden geciteerd waaruit zou blijken dat
slavernij wel of niet geoorloofd was.
Verschillende kerken kwamen met verschillende
interpretaties, waardoor de kloof tussen het
industriële noorden en het agrarische zuiden
extra werd versterkt. De religieuze
tegenstellingen die op deze manier ontstonden
hebben veel bijgedragen aan de escalatie van
het conflict, dat uiteindelijk uit zou monden in
de Amerikaanse Burgeroorlog
merken dat er in deze oorlog twee
legendarische Amerikaanse generaals naar
voren traden die lijnrecht tegenover elkaar
kwamen te staan, maar beiden geschiedenis
zouden schrijven: Ulysses S. Grant aan de zijde
van de Unie en Robert E. Lee aan de kant van
de Confederatie. Vanaf mei 1864 tot aan het
einde van de burgeroorlog vochten zij bloedige
veldslagen tegen elkaars troepen uit, waarbij
over en weer van elkaar werd gewonnen en
verloren.
DE AMERIKAANSE BURGEROORLOG BREEKT UIT
Na de onafhankelijkheidsverklaring van de
Geconfedereerde Staten van Amerika volgen de
gebeurtenissen elkaar snel op. Nadat South
Carolina zich in december onafhankelijk had
verklaard en van de Unie eiste dat ze haar in
Charleston Harbor gestationeerde troepen zou
terugtrekken, besloot de commandant van deze
troepen, majoor Robert Anderson, zijn mannen
van het moeilijk te verdedigen Fort Moultrie
naar Fort Sumter te verplaatsen, het bolwerk
dat de toegang van Charleston Harbor
bewaakte. Dit deed hij zonder daartoe orders te
hebben gekregen, maar dat maakte het
enthousiasme in de Unie over zijn actie er niet
minder om: men zag hierin een duidelijk gebaar
tegen de afscheiding van de zuidelijke staten.
In South Carolina werd aanzienlijk minder
enthousiast gereageerd: men sprak van
verraad, waarna Davis orders geeft om het fort
te bezetten.
T WEE LEGENDARISCHE GENERAALS TEGENOVER
ELKAAR
Alvorens we het gaan hebben over de manier
waarop de Amerikaanse Burgeroorlog
vervolgens uitbrak en verliep, dienen we op te
Robert E.Lee
4
Lincoln had nog voor het uitbreken van de
Amerikaanse Burgeroorlog aangekondigd een
eventuele afscheiding van de zuidelijke staten
niet te zullen tolereren. Desalniettemin had hij
daarbij gesteld geen militaire acties te zullen
nemen zolang die ook niet tegen de Unie
werden ondernomen. Nu zijn troepen op Fort
Sumter onder vuur werden genomen, was de
maat voor hem vol. Drie dagen na de aanval
roept hij 75.000 man op. Op diezelfde dag
wordt de uit Virginia afkomstige veteraan
Robert E. Lee het commando aangeboden over
een leger van de Unie. Deze wijst het aanbod
echter af en keert de Unie naderhand zelfs de
rug toe met de boodschap dat hij “niet de
wapens op kan pakken tegen zijn
geboorteplaats, zijn thuis en zijn kinderen.“ Hij
vertrekt naar Richmond, Virginia alwaar hij het
bevel krijgt aangeboden over het complete
militaire apparaat van de staat, inclusief de
marine. Lee accepteert het aanbod, waarmee
hij definitief over is gelopen naar de
Confederatie, waar Virginia zich inmiddels bij
had aangesloten. Ook Arkansas, North Carolina
en Tennessee sluiten zich bij het zuiden aan.
2 0 1 4
De militaire operatie daartoe begint op 12 april
met een geconfedereerde aanval op het fort
onder leiding van generaal Pierre Beauregard.
Hiermee is de Amerikaanse Burgeroorlog
definitief begonnen. Anderson en zijn mannen
houden het even vol, maar raken al snel door
hun munitie heen en geven zich twee dagen
later over. Daarmee wordt de eerste slag van
de oorlog gewonnen door de Confederatie. Er
vielen tijdens deze slag geen doden of
gewonden, afgezien van een unie soldaat
tijdens een explosie van een vuurwapen bij de
overgave ceremonie.
‘ T A r s e n a a l
1861
De Confederatie boekt opnieuw een
overwinning in juli, als een leger van de Unie
tijdens de Eerste Slag om Bullrun wordt
verslagen. Dit was de eerste slag van de
Amerikaanse Burgeroorlog (zie afbeelding
hieronder) waarbij (vele) doden en gewonden
vielen. Begin november benoemt Lincoln
George B. McClellan tot opperbevelhebber van
alle strijdkrachten van de Unie.
1862
Namens de Unie boekt Grant in februari een
overwinning in de staat Tennessee: hij en zijn
troepen slagen erin om achtereenvolgens Fort
Henry en (10 dagen later) Fort Donelson te
veroveren. Een maand later rukken McClellan’s
troepen op naar een schiereiland ten zuiden
van de Geconfedereerde hoofdstad Richmond.
In april vindt er een Geconfedereerde
verrassingsaanval plaats bij Shiloh, Tennessee
op de onvoorbereide troepen van Grant. Deze
draait uit op een uitermate bloedige veldslag:
er vallen 13.000 doden aan de kant van de
Unie en 10.000 doden aan Geconfedereerde
zijde. Dat was een groter aantal doden dan dat
er gevallen waren in alle voorgaande
Amerikaanse oorlogen samen. Ook de
Geconfedereerde generaal die de
verrassingsaanval leidde, Albert S. Johnston,
komt om het leven. De Unie slaat de aanval
succesvol af. Nog diezelfde maand wordt New
Orleans, de grootste zuidelijke zeehaven, door
17 schepen van de Unie onder het commando
van vlagofficier David Farragut ingenomen.
5
‘ T A r s e n a a l
2 0 1 4
Eind mei vallen de troepen van de Geconfedereerde
generaal Joseph E. Johnston het nog altijd ten zuiden
van Richmond gelegen leger van McClellan aan en
slagen er bijna in om de daaropvolgende veldslag in hun
voordeel te beslechten. Johnston raakt echter gewond en
wordt vervangen door Lee. McClellan is niet onder de
indruk en bestempelt Johnston’s opvolger als "timide en
besluiteloos".
Hij blijkt Lee echter ernstig te onderschatten:
een maand later worden zijn troepen
aangevallen, waarna hij gedwongen wordt om
zich terug te trekken richting
Washington.Hoewel fors in de minderheid,
slaagt een 55.000 man sterk leger van de
Confederatie onder bevel van de generaals
Thomas J. Jackson en James Longstreet eind
augustus erin om 75.000 soldaten van de Unie
te verslaan tijdens de Tweede Slag om Bull
Run. Na dit debacle voor de Unie wordt
generaal John Pope, die de 55.000 man tijdens
deze slag onder zijn bevel had, door Lincoln uit
zijn functie ontheven.
om de manschappen van Lee een aantal dagen
later tot stilstand te brengen. Bij de veldslag
die daarop volgt wordt bijzonder veel bloed
vergoten: tegen de tijd dat de nacht valt zijn er
in totaal 26.000 doden, gewonden en vermisten
te betreuren. Lee’s leger trekt zich hierna terug
richting Virginia. McClellan blijkt echter nogal
traag te zijn als het gaat om het voortborduren
op zijn eigen successen en het geduld van
Lincoln daarmee is op. Lincoln tegen
McClellan:”als je geen gebruik wil maken van
het leger, dan zou ik het graag een tijdje van je
willen lenen." McClellan wordt in november
vervangen door generaal Ambrose E. Burnside.
Met 50.000 Geconfedereerde soldaten rukt Lee
de maand erop richting Harpers Ferry. 90.000
unie soldaten van McClellan weten hem en zijn
troepen terug te slaan. McClellan, die zich
tegen die tijd kennelijk gerealiseerd had dat
Lee een heel wat serieuzere tegenstander was
dan hij aanvankelijk had gedacht, lijkt geen
risico te willen nemen en zet hierna de
achtervolging in. Hij en zijn troepen slagen erin
6
‘ T A r s e n a a l
2 0 1 4
Opnieuw slecht nieuws voor de Unie volgt in
december, als Burnside op pijnlijke wijze
geconfronteerd wordt met Lee’s vernuftige
militaire strategieën tijdens de Slag om
Fredericksburg, Virginia. Ingegraven soldaten
van de Confederatie hakken Burnside’s troepen
compleet in de pan na 14 roekeloze, frontale
aanvallen van de Unie.
1863
Lincoln, de wanhoop nabij omdat strijdmacht
van de Confederatie bijzonder taai blijkt te zijn
en bij vlagen zelfs de overhand lijkt te hebben,
kondigt
op
nieuwjaarsdag
de
emancipatieproclamatie af waardoor de slaven
in de staten van de Confederatie vrij zijn.
Lincoln tracht daarbij om zoveel mogelijk
voormalige slaven dienst te laten nemen in het
leger van de Unie. Met deze maatregel wordt
de Confederatie in economische chaos
gestort.In mei lijdt het leger van generaal
Joseph Hooker, de door Lincoln aangewezen
opvolger van de weinig succesvolle Burnside,
dankzij Lee’s briljante en gewaagde tactieken
een verpletterende nederlaag tegen de
Confederatie en wordt op 4 mei definitief
verslagen in de Slag om Chancellorsville,
Virginia. Ondanks de overwinning op de Unie
wordt generaal Jackson per ongeluk dodelijk
verwond door één van zijn eigen soldaten. Lee
groeit in het zuiden ondertussen steeds meer
uit tot oorlogsheld.
Het leger van de Unie wankelt, terwijl het de
Confederatie voor de wind gaat. In juni trekt
Lee met 75.000 soldaten het noorden binnen en
rukt op richting Gettysburg, Pennsylvania.
Niemand aan de zijde van de Unie lijkt hem te
kunnen stoppen. Tegen het einde van de
maand benoemt Lincoln generaal George G.
Meade tot opvolger van Hooker. Meade is
daarmee de vijfde commandant van het leger
van de Unie binnen één jaar.Toch komt er een
einde aan de succesreeks van Lee. Gettysburg
blijkt een brug te ver te zijn: de Unie boekt
begin juli een uiterst belangrijke overwinning,
waarna het tij begint te keren in het voordeel
van het noorden. Grant slaagt er een dag later
in om Vicksburg, het laatste Geconfedereerde
bolwerk op de Mississippi, in te nemen na een
wekenlange belegering. Nu de Unie de controle
heeft veroverd over de Mississippi, wordt de
Confederatie in tweeën gedeeld, waardoor het
zuiden wordt afgesloten van haar bondgenoten
in het westen.De Confederatie is echter nog
lang niet verslagen. Sterker nog, in september
boekt het zuiden opnieuw een verpletterende
overwinning als de troepen van generaal
Braxton Bragg die van generaal William S.
Rosecrans definitief verslaan bij Chickamauga,
Georgia. Rosecrans weet op het nippertje te
ontkomen aan totale vernietiging.
Geconfedereerde troepen trekken vervolgens
Tennessee binnen, waar Grant’s leger twee
maanden later echter een einde maakt aan de
Geconfedereerde belegering van Chattanooga.
7
Begin september slaagt Sherman erin om
Atlanta te veroveren en ruim een maand later
boekt generaal Philip H. Sheridan namens de
Unie een beslissende overwinning in de
Shenandoah Vallei. In november wordt Lincoln
herkozen als president van de Verenigde
Staten. De successen van de Unie stapelen
zich hoe langer hoe meer op: halverwege
december wordt het 23.000 man sterke Leger
van Tennessee, één van de laatste
overgebleven effectieve legers van de
Confederatie, onschadelijk gemaakt door
troepen van de Unie. Sherman en zijn troepen
houden tegen die tijd flink huis in Georgia,
waar ze een spoor van dood en verderf
achterlaten.
2 0 1 4
Grant begint met een dure fout die ertoe leidt
dat hij binnen een tijdsbestek van slechts 20
minuten 7000 man verliest tijdens de Slag om
Cold Harbor. Opvallend is dat veel van zijn
soldaten een nederlaag zagen aankomen,
getuige onder meer de laatste zin uit het
dagboek van één van hen: "3 juni 1864, Cold
Harbor, Virginia, ik kwam om het leven." Na
deze nederlaag mist het leger van Grant
vervolgens een kans om Petersburg in te
nemen, waarna er een belegering van de stad
door de Unie plaatsvindt die 9 maanden zou
duren, waarbij Lee’s strijdmacht werd
omsingeld.
‘ T A r s e n a a l
1864
Dit jaar stond in het teken van een aantal
grootschalige operaties van de Unie. In maart
benoemde Lincoln Grant tot opperbevelhebber
van alle strijdkrachten van de Verenigde
Staten, terwijl generaal William T. Sherman tot
Grant’s opvolger in het westen wordt benoemd.
In mei rukt Grant met maar liefst 120.000 man
op richting Richmond om de confrontatie met
Lee en diens 64.000 man aan te gaan. Sherman
begeeft zich ondertussen met 100.000 man
richting Atlanta, Georgia, om de strijd aan te
binden met 60.000 man van de op het slagveld
teruggekeerde Johnston.
1865
We zijn nu in de laatste fase van de
Amerikaanse Burgeroorlog gekomen. Op 3
februari mislukt een vredesoverleg in Virginia
tussen Lincoln en vice-president van de
Confederatie Alexander Stephens. De oorlog
wordt voortgezet, ook al is het inmiddels
duidelijk geworden dat de Unie de oorlog aan
het winnen is: namens de Confederatie vechten
namelijk alleen de legers van Lee in Petersburg
en van Johnston in North Carolina door. Het
leger van de Unie is tegen die tijd gegroeid
naar maar liefst 280.000 man.
In maart presteert Lee het om zowaar nog een
laatste, serieuze Geconfedereerde aanval te
organiseren op het hart van Grant’s troepen.
Het offensief mislukt, waarna Grant een counter
aanval begint. Lee evacueert zijn troepen uit
Petersburg. Ook Richmond wordt ontruimd. Een
dag later trekken troepen van de Unie
Richmond binnen. Lee ziet in dat alles verloren
is en geeft zich enkele dagen later over aan
Grant in Appomattox, Virginia. Daarbij geeft
Grant verrassend genoeg toestemming aan
Geconfedereerde officieren om hun wapens te
houden. Soldaten mogen hun paarden en ezels
houden.
Al snel bereikt het nieuws dat de grootste
generaal van de Confederatie eindelijk
verslagen is Washington. Er barst een waar
volksfeest los, hoewel de oorlog officieel nog
altijd niet voorbij is. Op 14 april slaat voor
Lincoln het noodlot toe: tijdens een
theatervoorstelling wordt hij van achteren door
het hoofd geschoten en overlijdt de volgende
ochtend. 3 dagen daarna capituleert ook
Johnston, de laatste strijdende
Geconfedereerde generaal, in mei gevolgd
door de tot het laatst vechtende soldaten van
de Confederatie. De Amerikaanse Burgeroorlog
is definitief ten einde gekomen in het voordeel
van de Unie. In de nasleep van de oorlog wordt
op 6 december het dertiende amendement van
de grondwet van de Verenigde Staten
geratificeerd waarmee er een einde komt aan
de slavernij in Amerika. Grant wordt enkele
jaren later president van de Verenigde Staten.
8
2 0 1 4
De Amerikaanse Burgeroorlog had een uiterst
bloedig karakter. Aan de zijde van de Unie, die
2,1 miljoen man sterk was, vielen er in totaal
een slordige 365.000 doden, waarvan meer dan
140.000 op het slagveld. Daarnaast vielen er
meer dan 275.000 gewonden. De Confederatie,
iets meer dan een miljoen man sterk, moest
eveneens enorme verliezen slikken: 260.000
doden (daarvan ruim 72.500 op het slagveld)
en meer dan 137.000 gewonden.
Vermeldenswaardig is dat diverse
oorlogsslachtoffers uit beide kampen samen
begraven liggen in Arlington Memorial Park,
een bijzondere Amerikaanse begraafplaats.
‘ T A r s e n a a l
DE BAL ANS:
Generaal Lee capituleert.
BRONNEN GEBRUIK:
http://www.historyplace.com/civilwar/
http://www.naqt.com/YouGottaKnow/civil-warbattles.html
http://en.wikipedia.org/wiki/
Origins_of_the_American_Civil_War
http://en.wikipedia.org/wiki/
American_Civil_War
http://en.wikipedia.org/wiki/
United_States_presidential_election,_1860
http://en.wikipedia.org/wiki/
Confederate_States_of_America#Secession
http://en.wikipedia.org/wiki/
Battle_of_Fort_Sumter
http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Shiloh
http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_E_Lee
9
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
DE SL AG OM DE SCHELDE. 1944
De Slag om de Schelde was een zeer belangrijke militaire operatie in het
noorden van België en het zuidwesten van Nederland (Zeeland) op het
einde van de Tweede Wereldoorlog.
Het doel was eenvoudig: de Scheldemonding
vrijmaken zodat Antwerpen een belangrijke
geallieerde aanvoerhaven zou worden voor
de geallieerde legers. De stad Antwerpen
was reeds bevrijd; maar het gebied van de
Scheldemonding tot de stad nog niet. Die
taak werd opgedragen aan het Canadese
eerste Leger.
far” gaat hierover)
De hoop op een spoedig einde van de oorlog
verzwond. Het veroveren van een belangrijke
havenstad werd nu een topprioriteit met de
lange aanvoerlijnen en de winter in het
vooruitzicht. Het Britse Tweede Leger had
Antwerpen met haar havens nog bijna intact in
handen kunnen krijgen.
Na vijf weken met enkele van de moeilijkste
gevechten uit de gehele oorlog, waaronder een
aantal amfibie landingen en aanvallen over
open terrein, was de slag gewonnen door de
Canadezen, Polen en Britten van het Canadese
eerste Leger.Ondertussen was het Britse
Tweede Leger opgerukt tot in Zuid-Nederland.
Op 17 september landden drie Britse en een
Amerikaanse luchtlandingsdivisie, samen met
een Poolse luchtlanding brigade, achter de
Duitse linies bij Nijmegen, Eindhoven en
Arnhem. Deze landingen, codenaam “Operatie
Market Garden”, hadden als doel een brug over
de Rijn bij Arnhem in handen te krijgen en door
te stoten naar het IJsselmeer. De operatie
mislukte en bij Arnhem werden 1400 van de
11.000 man gedood en ruim 6000 man
krijgsgevangen gemaakt. (De film “A bridge too
10
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
VERSPERRINGEN OP DE
DE STRIJD OM WALCHEREN EIND 1944
STRANDEN
Op 4 september 1944 was Antwerpen in
handen van de geallieerden gevallen. Van daar
uit trokken de geallieerden op naar Zeeuws
Vlaanderen, dat voor het eind van de maand
oktober was bevrijd. Doordat aan de overkant
van de Schelde het Duitse leger zich
verschanst had was het echter onmogelijk de
voor de oorlog voering belangrijke
aanvoerhaven te gebruiken. De Duitsers
hadden, vooral op Walcheren, grote bunker
stellingen met vérdragend geschut gebouwd.
Men besloot een strategische inundatie (onder
water zetten) van Walcheren uit te voeren om
de Duitse positie te verzwakken.
De Duitsers echter beheersten nog de oevers
van de Westerschelde, de zeearm via welke
Antwerpen vanuit de Noordzee bereikbaar is.
Het was absoluut nodig om beide zijden van de
toegangsweg in handen te krijgen.
HET PL AN
Het plan voor de opening van de
Scheldemonding bestond uit vier operaties: De
eerste operatie was het bevrijden van het
gebied ten noorden van Antwerpen om de
toegang tot het schiereiland Zuid-Beveland
veilig te stellen. De tweede was het opruimen
van de Breskens pocket ten noorden van het
Leopoldkanaal (“Operatie Switchback”). De
derde, “Operatie Vitality”, was de verovering
van Zuid-Beveland.
De slotfase zou de verovering van Walcheren
zijn, dat door de Duitsers in een sterke vesting
was veranderd, een moeilijke klus.
WAARSCHUWING VOOR DE BOMBARDEMENTEN
Op de middag van 3 oktober 1944 volgt de
eerste aanval. 247 Lancaster bommenwerpers
vallen de Westkapelse Zeedijk aan. Deze wordt
over een lengte van 120 meter weggevaagd,
het dorp wordt vrijwel geheel verwoest. Hierbij
vallen meer dan 120 doden. Het doel, geheel
Walcheren onder water zetten, wordt echter
met dit bombardement nog niet bereikt.
11
2 0 1 4
Op 7 oktober volgt weer een bombardement met 59 Lancasters op de Vlissingse
Nolledijk. Daar wordt een gat van twintig meter in geslagen. Tegelijk wordt de
zeedijk bij Rammekens aangevallen. Daar ontstaat een gat van vierhonderd meter.
De omvang van de inundatie is de geallieerden nog steeds onvoldoende.
T - A r s e n a a l
GAT IN DE NOLLEDIJK.
De geplande invasiedatum wordt 1 november
1944.
O p 11 o k t o b e r v o l g t e r n o g m a a l s e e n
bombardement. Nu bij de Oostwatering bij
Ve e r e , w a a r z e s t i g L a n c a s t e r s d e d i j k
aanvallen. Na deze dijkaanvallen volgen nog
vele aanvallen op de kustbatterijen. Deze
verlopen echter lang niet zo succesvol.
Hoewel het water nu wat sneller oprukt, is het
nog niet genoeg en op 11 oktober wordt ook de
dijk tussen Veere en Vrouwenpolder op
verschillende plaatsen vernield en op 17
oktober volgt nog een tweede bombardement
bij Westkapelle. Tot slot worden op 24 oktober
de sluizen bij Vlissingen gebombardeerd
waardoor het zeewater door het Kanaal door
Walcheren kan oprukken. Plannen van de
Duitsers om nooddijken aan te leggen lopen
stuk op de onwil van de bevolking zich hiervoor
in te laten schakelen. Enkele dagen daarna
heeft de Duitse verdediging zich in enkele
geïsoleerde hooggelegen stellingen
teruggetrokken.middelen buitgemaakt. Stalin
ontwikkelde zich tot kenner van de nietRussische volkeren, en werd als zodanig door
Lenin gerespecteerd.
Op 1 november 1944 is het winderig en koud
weer, maar de invasie gaat toch door. Om
04.45 uur begint het artilleriebombardement op
Vlissingen. Een uur later volgt de eerste
aanvalsgolf.
Op 1 november om 03.15 uur gaat operatie
Infatuate II van start. Om 08.20 uur openen de
Warspite en de Roberts het vuur op de
kustbatterijen. De batterijen W15 (Westkapelle)
en W17 (Domburg) worden uitgeschakeld. Even
na 10.00 uur bereikt het eerste
landingsvaartuig de kust van Westkapelle. Er
zijn dan al negen ondersteuningsvaartuigen
gezonken en elf uitgeschakeld.
VERWOESTING WESTKAPELLE
Het geallieerde opperbevel stelt een plan op
voor de bevrijding van Walcheren. Dit plan
bestaat uit verschillende operaties:
1. Operatie Infatuate I: Een landing in
Vlissingen vanuit Breskens
2. Operatie Infatuate II: Een landing in
Westkapelle vanuit Oostende
3. Operatie No name: een aanval via de
Sloedam vanuit Zuid-Beveland.
12
In de ochtend van 2 november wordt
Zoutelande bevrijd en worden de vele Duitse
soldaten er gevangen genomen. De opmars
gaat nu verder richting Vlissingen. Bij Dishoek
lukt het die dag echter niet meer batterij W11 in
te nemen.Pas na versterking is een nieuwe
aanval op de batterij W11 succesvol. Ook bij
Domburg stokt de aanval door felle Duitse
tegenstand. DeDuitsers zich pas over op 6
november. Driehonderd Duitsers worden er
gevangen genomen.
Het laatste Duitse bolwerk is batterij W19 bij
Vrouwenpolder. Op 8 november geven ook daar
de troepen zich over.
2 0 1 4
Diverse Noorse, Belgische en Nederlandse
commando’s slagen erin om voet aan wal te
zetten. De kustbatterij W15 wordt veroverd en
rond 11.45 uur is Westkapelle in geallieerde
handen. De voortgang wordt vertraagd door de
grote verliezen aan materieel en mensen.
Tevens zijn veel commando’s noordelijk van het
dijkgat geland, terwijl ze zuidelijk hadden
moeten landen. Pas tegen de avond van 1
november geeft de Zoutelandse batterij W13
zich over.
T - A r s e n a a l
AANVAL OP WESTKAPELLE-INAME
officier. Majoor Johnston blijkt de enige
aanwezige officier te zijn met een hoge rang.
Hij is de commandant van het 7/9 Bataljon
Royal Scots. Johnston laat zich tijdelijk tot
‘kolonel’ promoveren en weet zo de generaal
tot overgave te dwingen. Die levert zijn pistool
in.Op de Markt van Middelburg staan enige tijd
circa tweeduizend Duitse krijgsgevangenen. Ze
worden door een 120-tal Schotten en enkele
manschappen van de Orde Dienst bewaakt. De
volgende dag komt er versterking en worden de
gevangenen afgevoerd.
FRANSE COMMANDOS MIDDELBURG
Al op 2 november 1944, nog tijdens de
gevechten, beginnen de eerste mijnenvegers
de Westerschelde schoon te vegen. Dit karwei,
bekend onder de naam ‘operatie Calendar’,
neemt veel tijd in beslag. Pas op 26 november
wordt de Westerschelde vrijgegeven van
magnetische en oestermijnen voor het
scheepvaartverkeer. Diezelfde dag lopen al
drie kustvaarders de haven van Antwerpen
binnen.
Generaal Daser.
Op Walcheren is geen tankmacht aanwezig. De
geallieerden besluiten op 6 november dan maar
de elf aanwezige Buffalo’s naar Middelburg te
sturen. De Duitse Generaal Daser wil zich over
geven, maar dan wel aan een hooggeplaatste
13
De dorpskernen, die van oudsher al op hoger
gelegen plaatsen zijn gesitueerd, bleven vaak
droog. Doordat het water maar langzaam steeg
waren er als direct gevolg van de inundatie
weinig slachtoffers, maar vooral in Westkapelle
zijn veel slachtoffers onder de bevolking
gevallen door het eerste bombardement. Toch
zijn daar mensen verdronken, maar dat kwam
doordat ze gekneld zaten onder het puin en niet
weg konden komen.
Veel vee kon niet worden geëvacueerd en
verdronk. Alle vegetatie die in het zoute water
stond ging dood en de bodem raakte met zout
doortrokken, waardoor land- en tuinbouw
langere tijd bemoeilijkt werden. Het dichten van
de dijken, al in november 1944 begonnen,
ondervond ernstige problemen door gebrek aan
materialen zoals rijshout en stenen, slechte
transportmiddelen en het ontbreken van
infrastructuur. De aanwezige mijnenvelden
leverden gevaar op.
2 0 1 4
Tweemaal per dag stroomde de Noordzee vloed
Walcheren binnen. Grote, diepe geulen
ontstaan landinwaarts bij de plaatsen waar het
water binnenkwam. Ook nu nog zijn deze
plaatsen te herkennen in het landschap als
kreken of welen vlak bij de zeewering. Een zo’n
Kreek is nu een toeristische trekpleister (de
kreek bij Westkapelle). De lagere gedeeltes
stonden permanent onder water, de hogere
vielen droog bij eb.
T - A r s e n a a l
VERDRONKEN WESTKAPELLE
Pas in juli 1945 komt de operatie goed op gang.
Dat duurde zo lang omdat personeel en
materieel uit de rest van Nederland pas na 5
mei 1945 ingezet konden worden. Toen kwam
ook zwaar materieel van het leger beschikbaar,
zoals bulldozers en vrachtwagens. Op 3
september lukt het om de Nolledijk bij
Vlissingen te sluiten, om drie weken later door
slecht weer opnieuw door te breken. Op 2
oktober wordt het gat weer gesloten en
dezelfde dag wordt ook de dijk bij Westkapelle
gedicht. Op 23 oktober wordt het gat bij Veere
gesloten. Het westelijke deel van Walcheren, 14
duizend hectare groot, is hiermee afgesloten.
De ‘Shermantank’ op de zeedijk bij Westkapelle,
opgericht voor de 4e Commando Brigade
BRONNEN GEBRUIK:
Privé archief van auteur: Maurits Cornelis Escher
14
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
HET EERSTE IJZEREN
GORDIJN?
We schrijven 4 augustus 1914. Op die warme
zomerdag, ‘s morgens tussen 7 en 8 uur, valt
het Duitse Maas leger België binnen in de buurt
van Gemmenich in het noord oosten van de
provincie Luik. Op die dag begon voor ons land
de Eerste Wereldoorlog. Het aantal slachtoffers
was zo onvoorstelbaar groot dat men na afloop
ervan over de Grootte Oorlog sprak. Deze
oorlog speelde zich in België vooral af aan het
IJzerfront, zodat men op enkele uitzonderingen
na met geen woord repte over de BelgischNederlandse grens, meer speciaal over de
elektrische draadversperring die er geplaatst
werd in 1915. Het aanvalsplan von Schlieffen
werd lichtjes gewijzigd door zijn opvolger von
Moltke: de mobiele rechtervleugel werd verkort
waardoor Nederland, in het bijzonder
Nederlands Limburg, aan de Eerste
Wereldoorlog zou ontsnappen, maar de
linkervleugel werd versterkt.
Om diverse redenen wilde Duitsland de
neutraliteit van Nederland niet schenden. Eerst
en vooral zouden de Nederlanders natuurlijk
weerstand bieden: de Duitsers beslisten daarom
geen bijkomende troepen op Nederlands
grondgebied in te zetten en ze eerder te
gebruiken voor de aanval op België en
Frankrijk. Verder hield de schending van de
Nederlandse neutraliteit risico’s in voor de
bezetting van de Noordzeehavens: Engeland
zou overigens al snel een alibi vinden om zich
ook in de oorlog te storten. En verder kon een
neutraal Nederland dienst blijven doen als
toevoerkanaal voor de Duitse oorlogseconomie.
Hierdoor zou Nederland dus aan het
rechtstreekse oorlogsgeweld ontsnappen.
INTENS GRENSVERKEER AAN DE BELGISCHNEDERLANDSE GRENS
Ten gevolge van de oorlogsomstandigheden
ontwikkelden er zich aan de BelgischNederlandse grens een aantal zeer specifieke
grensactiviteiten. Voor de bezetter stelden er
zich fundamenteel zes verschillende
problemen.Allereerst en voornamelijk brachten
de Geallieerden talrijke jongeren over naar
Nederland. Het ging hierbij om het opzetten
van lijnen om ontvluchtingen te organiseren en
vooral om duizenden vrijwilligers naar het
neutrale Nederland te brengen zodat ze van
daaruit het front konden vervoegen achter de
IJzer. Dit gebeurde na oproepen van de
Belgische regering in Le Havre, van koning
Albert I en van kardinaal Mercier.
15
Daarom ging de Duitse overheid midden 1915
over tot het technisch afsluiten van de grenzen:
het plaatsen van een schrikdraad aan de grens
met Nederland,een draadversperring waarop
hoogspanning stond! Zo dacht de bezetter het
voor hem ongeoorloofde en clandestiene
grensverkeer te kunnen tegenhouden door van
België een getraliede kooi te maken!
2 0 1 4
Tenslotte was er het actief of passief verzet van
de bevolking tegen de strenge maatregelen die
de Duitsers hadden genomen in bezet België,
o.a. het drukken en verspreiden van verboden
kranten.
T - A r s e n a a l
In Nederland gevestigde Britse
inlichtingendiensten coördineerden de
spionageactiviteiten in bezet gebied. De
Duitsers ondervonden dat er regelmatig
berichten van militair-strategisch belang
werden over gesmokkeld naar Nederland.
Talrijke poststukken werden naar Nederland
over gesmokkeld, vooral brieven van
familieleden van aan het front strijdende
soldaten, en dat hield het moreel van de
tegenstander hoog. Vele personen van alle slag
werden naar Nederland overgebracht. Zoals
een Duits auteur het stelt “nach Holland war Tor
und Tür geöffnet”. Voor heel wat Belgen drong
een vlucht naar het vrije Nederland zich op en
er zouden ook talrijke Duitse deserteurs naar
Nederland vluchten, al bij het begin van de
oorlog. Er was de klassieke grenssmokkel.
Ondanks de grensbewaking door de Duitsers
werden nog steeds veel goederen over
gesmokkeld
Pruisisch leger verricht onderzoek over
elektrotechnische oorlogstoepassingen. Zo
blijkt duidelijk dat de Duitsers tijdens de Eerste
Wereldoorlog, toch aan het Oostfront, over
verschillende zogenaamde Elektra bataillone
beschikten die gespecialiseerd waren in die
materie.Het plaatsen van de draadversperring
gebeurde tussen april en augustus 1915. De
draad werd op Belgisch gebied aangelegd
vanaf het noorden van het Drielanden punt,
enkele kilometers over Duits gebied, net voorbij
Vaals, en zo verder langs de BelgischNederlandse grens tot aan de Belgische kust.
De bouw van de versperring werd vrij goed
voorbereid – tenminste beter dan sommige
bronnen laten vermoeden. Op 6 juni 1615
stuurde de Duitse gezant een nota naar het
Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken,
waarin stond dat de militaire autoriteiten het
nodig hadden geacht om langs bepaalde delen
van de Nederlands-Belgische grens – eigenlijk
langs de ganse grens – een draadversperring
aan te leggen. Waar de draad precies zou
lopen, hebben de Duitsers toen niet aan de
Nederlanders verteld: in juni 1915 geeft de
bevelhebber van het Nederlands veldleger
immers de opdracht om uit te zoeken welk
traject de versperring volgt. Wanneer de
Nederlanders dachten dat de versperring op
hun grondgebied liep, hebben zij de Duitse
autoriteiten verzocht om ze naar het zuiden of
het westen te verschuiven.
HET BEGIN VAN DE AANLEG VAN DE
VERSPERRING
Wie precies het bevel gaf tot het bouwen van
de draadversperring en wanneer die beslissing
eigenlijk werd genomen, is niet helemaal
duidelijk. De idee kwam hoe dan ook van een
toenmalig Duits officier, D. Schütte, adjunct bij
een in België actief Duits inlichtingsofficier. We
hebben de hand kunnen leggen op een
zeldzame publicatie uit 1919, waarin uitgebreid
melding wordt gemaakt van het binnen het
16
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
Originele documenten uit de Voerstreek geven
ons een idee hoe er bij de aanleg van de
versperring werd gewerkt. Dat zal uiteraard
langs de hele grens op een min of meer
gelijkaardige manier gebeurd zijn. Duitse
archieven bevatten echter bijzonder weinig
bronnen of informatie over de troepen die de
Elektrische Grenzabsperrungszaun bewaakten.
Zo trekt op 16 juni Grenzschutz-Kommandeur
Graf von Faber-Castell in de Voerstreek door
het veld met Oberstleutnant (luitenant-kolonel)
Riecke, Verkehrsoffizier van de Platz Lüttich,
om de grenszone te inspecteren en na te gaan
waar de versperring precies kan opgetrokken
worden. Op 17 juni zal hij op zijn hoofdkwartier,
de Kommanderie van Sint-Pieters-Voeren,
samen met majoor Meichsner de regeling van
de pasjes bespreken. Op 19 juni legde FaberCastell het tracé van de versperring vast rond
de Vierländerblick, het huidige drielanden punt
– het betwiste Kelmis is inmiddels Belgisch
geworden. In de Voerstreek werd de
versperring tijdens de maanden juni tot
augustus aangelegd door het ongeveer 250
man sterke Beierse 2. Landsturm Pionier
Kompagnie (BLPK) o.l.v. ingenieur majoor
Franz Kleber. Die compagnie beschikte over
een vijftal paarden en enkele vrachtwagens.
Manschappen van het 60. Armierungs bataillion
uit Luik kwamen regelmatig een handje
toesteken. Na het vereiste administratief
voorbereidingswerk werd het terrein
klaargemaakt – één of twee dagen vooraf kwam
er meestal een ploeg om de strook te ontruimen
– palen werden in de grond geslagen,
isolatoren werden er op gemonteerd en
tenslotte werd de draad gespannen. De Luikse
pater Charles O’Kelly zou al op 25 juli melden
dat “de grens nu afgesloten is door een
draadversperring”. Op 1 juli vermeldt ook het
Grenzschutz-Befehl dat er een mit Starkstrom
geladener Draht gespannen werd.
vanaf het Drielanden punt tot ongeveer 18 km
verder, bij Ottegroven, tussen Schalthaus 9 en
10. Op zondag 29 augustus kwam een
resterend stuk, tot aan de Maas, onder
spanning. Doorgangspoorten waren er onder
meer bij ’s-Gravenvoeren (op de weg naar
Warsage) en Teuven (voor de splitsing naar
Remersdaal). Van Gemmenich tot ’s-Graven
voeren stonden er om de 2 km schakelhuisjes,
in totaal 12. De stroom kwam van de
bovenleiding van de trammaatschappij AkenKohlscheid in het Brauhaus bij Valser kwartier
op iets meer dan 2,5 km van het Drielanden
punt. De hoogspanningsleiding van Reutershag
naar het Drielanden punt liep over een
verzinkte draad van 4 mm doorsnede op om de
60 meter geplaatste palen, en verder langs de
versperring. Ottegroven was afgesloten van ’sGravenvoeren; Teuven en Sippenaeken lagen in
het spergebied.
Het waren meestal de genietroepen van de
Landsturm-compagnies – soldaten van de
zogeheten Pionier-Kompagnie, eventueel
aangevuld met andere eenheden – die de
draadversperring moesten bouwen en
bewaken. Sommige bronnen, waaronder M.
Lekeux en Van Haelst, beweren dat een ploeg
van ongeveer 60 à 70 man, waaronder 8 tot 12
bewakers, er per dag in slaagde om 1 km
versperring te bouwen; andere bronnen
spreken dan weer van een kleine maand voor
de aanleg van ongeveer 10 km versperring.
Soms werden Belgen of Russische gevangenen
verplicht om mee te helpen; de Duitsers deden
evenwel slechts zelden beroep op de
plaatselijke bevolking – wanneer dat wel het
geval was, werd dat de voor de Duitsers
werkende arbeiders uiteraard niet altijd in dank
afgenomen. Overigens was het vaak zo dat de
bevolking weigerde om mee te werken aan de
bouw van de versperring: “We creperen liever
van armoe dan voor den Duitsch te werken en
onz’eigene muit te vlechten”.
Volgens sommige bronnen werd het allereerste
stuk draad bij Vaals waarschijnlijk op maandag
23 augustus 1915 volledig onder stroom gezet
17
2 0 1 4
Een fragment van een zeer duidelijke stafkaart
van het Belgisch leger uit 1910 geeft een beeld
van de vanaf het drielanden punt tot aan de
Schelde bij Antwerpen. De Duitsers hebben er
een aantal interessante aanwijzingen omtrent
de draadversperring op aangebracht.De
Absperrung was een meestal ongeveer 2 meter
hoge versperring met vijf tot soms wel tien op
20 à 30 cm van elkaar liggende zinken en
koperen en – vaak om beurten – geladen
stroomdraden vanaf ongeveer 15 à 20 cm van
de grond. De soms tot 5 mm dikke draden
waren bevestigd aan de gekende porseleinen
isolatoren – potjes of isoleerpotjes – met een
doorsnede van 4,5 cm. Die isolatoren stonden
op dennenhouten telefoonpalen, hier en daar
met carbolineum of teer bewerkt, op 3 à 4
meter van elkaar in de grond geheid. Ongeveer
om de 50 meter stond een hogere paal met de
aanvoerleiding de Speiseleitung. Op
regelmatige afstanden werd de stroom dan
afgetakt naar een Schalthaus of schakelhuisje.
In de meeste ervan stonden ook nog
generatoren ofwel voor het optransformeren
van de van ver aangevoerde stroom ofwel om in
geval van panne, voor kleinere stroken zelf
stroom te genereren. Volgens originele bronnen
stond er om de 2.000 meter een dergelijk
Schalthaus. Dat maakte het mogelijk om vanuit
een schakelhuisje bepaalde sectoren al dan
niet stroom vrij te maken.
De stroom kwam van enkele centrales of
generatoren van bestaande fabrieken langs de
grens of van enkele eigen meestal door
dieselmotoren aangedreven generatoren. Voor
de strook van Vaals tot Veldwezelt was er maar
één centrale die stroom leverde, namelijk
Kohlscheid (Reutershag).Waar de
aanvoerleiding van het binnenland naar de
versperring liep, werd ze uiteraard bewaakt.
Niet alle schakelhuisjes waren met de
hoogspanningslijn verbonden. Waar de
aanvoerleiding te ver van de schakelhuisjes
liep werd de stroom ook wel eens opgewekt
met generatoren (locomobielen) in de op
regelmatige afstanden geplaatste houten
barakken. Dergelijke generatoren werden ook
ingezet wanneer de lijn gesaboteerd was of de
stroomvoorziening onderbroken was.
T - A r s e n a a l
TECHNISCHE BESCHRIJVING VAN DE
ELEK TRISCHE DRAADVERSPERRING
Aan beide kanten van de centrale stroomdraad,
op 1 tot 6 of zelfs 10 meter afstand, naargelang
van de plaats en de aard van het terrein,
werden er nog twee rijen van ongeveer 1 tot 2
meter hoge beschermende draad – veelal
prikkeldraad – aangebracht, die evenwel niet
onder spanning stond. Het ging dus in feite om
een drievoudige versperring. De palen in de
middenstrook waren meestal steviger en hoger
dan de buitenste. Vaak bestonden de buitenste
beschermingen uit een minder verzorgd
vlechtwerk van draden, ijzeren staven, latten of
dooreen gevlochten prikkeldraad.
18
VERSPERRING
Tot diep in de herfst van 1916 zouden
eenheden van de genie op militair politionele
basis de strijd aanbinden tegen de nietaflatende spionage en de smokkel aan de
grensversperring. Daarna zouden diverse
andere eenheden – vooral samengesteld uit
oudere soldaten – de aanvankelijk ingezette
Württembergers vervangen. In de Duitse
naoorlogse literatuur wordt meermaals gewezen
op het feit dat deze eenheden vaak te
grootmoedig waren. Zij zagen nogal dikwijls
wat door de vingers en werkten niet zelden zelf
mee aan ontsnappingspogingen, in ruil voor
kostbare smokkelwaar, levensmiddelen of
andere goederen en diensten. Niet zelden werd
een Duits grenswachter geëxecuteerd nadat
was uitgelekt dat hij gecollaboreerd had met
grensgangers …Wanneer de te tolerante
troepen werden afgelost, werden ze vervangen
door soldaten die geen ervaring hadden met de
lokale toestand: zij kenden de gepatenteerde
smokkelaars en passeurs niet en hadden
evenmin ervaring met de karakteristieken van
het terrein.
2 0 1 4
ORGANISATIE VAN DE BEWAKING AAN DE
Wij konden de hand leggen op een bijzonder
zeldzaam documen:de Grenzschutz
anweisungen of instructies voor
grensbewaking, bestemd voor de Duitse
troepen die verantwoordelijk waren voor het
beheer en de bewaking van de elektrische
draadversperring. Wij lichten er enkele
interessante elementen uit.
T - A r s e n a a l
Om te vermijden dat smokkelaars,
grensgangers (passeurs) of spionnen een
ladder tegen de hoge palen van de versperring
zouden plaatsen en vandaar door of over de
bovenste draden zouden kruipen, spanden de
Duitsers soms diagonale draden aan de
hoogste palen. Ook sloegen ze vaak in het
midden tussen twee palen een klein stukje paal
in de grond, dat ze dan verbonden met de
onderste draad, deze kon dan moeilijker
opgelicht worden; dat was onder meer het
geval aan de grens met Zeeuws Vlaanderen. Bij
regenweer konden er op die plaatsen soms
vonken overslaan. Op andere plaatsen werden
ook de andere draden verticaal met elkaar
verbonden, zodat de draadversperring er als
een raamwerk uitzag.
Allereerst en voornamelijk waren de organisatie
en de werking van de elektrische
draadversperring, de centrales en alle
toebehoren uiteraard strikt geheim. Een
wachtpost bestond uit een peloton soldaten dat
verantwoordelijk was voor de bewaking van een
zone langs de versperring. Het
hoogspanningscommando, een belangrijk
hoger echelon, stond in voor de militaire en
technische coördinatie van een aantal lokale
wachtposten langs de draadversperring. Het
was ongeveer een regionaal opperbevel van de
versperring. Alle militairen die in dienst waren
in de omgeving van de draadversperring, de
wachtlokalen of het hoogspanningscommando
droegen op de linkerarm een armband waarop
een rode pijl was aangebracht, in de vorm van
een bliksemflits. De Streckenmeister of
wachtmeester – soms ook hoofdwachter
genoemd – had de leiding over het personeel
van een wachtpost – de Streckenmeisterei. Dit
personeel huisde in de Schalthausposten of
schakelhuisjes. Het lage deel van de barakken
was meestal het soldatenverblijf, in het hogere
deel
stonden
generatoren
of
schakelapparatuur. De hoofdwachter of zijn
vervanger was verantwoordelijk voor alles wat
gebeurde binnen het gebied waarvoor hij
verantwoordelijk was: hij kende de bevelen en
voorschriften, onderrichtte grondig alle
schildwachten en testte regelmatig de
waakzaamheid en de kennis van zijn
ondergeschikten.
19
Aangehouden personen werden naar het
wachtlokaal gebracht. De schildwachten
mochten niets in ontvangst nemen en mochten
tijdens hun wacht geen contacten onderhouden
met Nederlanders of Belgen, tenzij wegens van
de uitoefening van hun opdracht. Wanneer hen
goederen werden aangeboden, moesten zij dat
meteen melden aan de hoofdwachter. Zij
mochten alle brieven en pakketten in beslag
nemen.Alles wat de patrouille tijdens haar
rondgang opmerkte, moest meteen bij de
aflossing van de wacht gemeld worden. In
dringende gevallen – ongevallen aan de draad,
een storing in de middelste versperring, een
draad die stuk was, kettingen, koorden of
andere draden die over de versperring werden
geworpen enz. – moest het wachtlokaal
onmiddellijk gewaarschuwd worden.Wanneer
de bovenste draad stuk was moesten ook de
verantwoordelijke zone commandant van het
2 0 1 4
De patrouilles hadden de formele opdracht om
– meestal zonder enige bericht – te vuren op
alles wat in de buurt van de versperring
bewoog! Wanneer er mist hing of het ondanks
de verlichting niet mogelijk was om eventuele
personen in de nabijheid van de versperring te
herkennen, riepen de schildwachten: “Halt! Wer
da? Näher heran!”. Indien de persoon niet
reageerde of indien hij poogde te vluchten,
moest er meteen geschoten worden – zonder
enig voorafgaand waarschuwingsschot. Wel
moest zoveel mogelijk vermeden worden om in
de richting van het Nederlands grondgebied te
schieten.
Het was verboden om gedode personen of
diere,of
voorwerpen
aan
de
hoogspanningsdraad weg te nemen: dat was
overigens levensgevaarlijk! Krengen van dieren
die tegen de draad waren aangelopen, werden
op regelmatige tijdstippen weggehaald nadat
de stroom was afgezet. Om die dieren weg te
halen staken de Duitsers een stok in de hals
van een lege fles waarmee ze het dier van de
versperring wegtrokken. Het was voor alle
schildwachten en patrouilles uiteraard
verboden om de centrale versperring – waar
stroom op stond – hetzij rechtstreeks hetzij
door een voorwerp aan te raken: dat kon
immers fataal zijn. Het was ook niet steeds
zonder gevaar om de draden aan te raken van
de buitenste versperring.In geval van dodelijke
ongevallen mocht de hoogspanning slechts
worden afgezet of opnieuw aangezet door de
zone
commandant
van
het
hoogspanningscommando of door zijn
vervanger. In elk geval dienden zone
commando en compagnie telefonisch
gewaarschuwd
te
worden.
De
startcodewoorden voor een dergelijk gesprek
waren: Hochspannung, Lebensgefahr.
T - A r s e n a a l
De schildwachten patrouilleerden binnen vooraf
duidelijk afgebakende grenzen. Schildwachten
die ’s nachts aan de schijnwerpers stonden,
moesten overdag patrouilleren. Om te bepalen
welke soldaten buiten de wacht optrokken en
welke in het wachtlokaal bleven, werd er
geloot. De schildwachten hielden altijd de
wacht met geladen geweer en hadden als
opdracht elk verkeer en elke vorm van
communicatie in de omgeving van de
grensversperring te verhinderen.
hoogspanningscommando (de compagnie of
het eskadron) en de wachtposten aan de
grensdoorgangen onmiddellijk op de hoogte
gebracht worden – telefonisch of per fiets.
20
Aan de doorgangen was uitsluitend
personenverkeer en het uitwisselen van
levensmiddelen mogelijk. Het aannemen of
afgeven van levensmiddelen gebeurde steeds
onder toezicht van een officier die daarbij nota
nam van hoeveelheden en prijzen. In geval van
overbrenging van bijvoorbeeld brood, graan of
koren aan Belgen die in Nederland grond
hadden, dienden de goederen zeer nauwgezet
te worden onderzocht: zakken omschudden,
pakjes open maken, karren soms volledig
lossen. Bij het overbrengen van brood moesten
steekproeven genomen worden: een aantal
broden moest doorgesneden worden. Al deze
controletaken werden uitsluitend uitgevoerd
door militairen; Belgische burgers moesten
buiten de veiligheidszone blijven. In
uitzonderlijke gevallen – vooral wanneer de
Duitse wachtposten niet al te streng waren –
konden in Nederland verblijvende familieleden
wel eens geld overbrengen naar België.
De schakelhuisjes werden dag en nacht
speciaal bemand en bewaakt. Schildwachten
aan de schakelkasten moesten 24 uur op 24
bijzonder aandachtig toezien dat de
schakelaars allemaal dicht bleven. Wanneer
een van de alarmlampen oplichtte, moest de
verantwoordelijke aan de schakelkast
vaststellen welke lamp het was om te weten in
welke richting het alarm moest gegeven
worden. Dan stuurde hij onmiddellijk de zich in
het lokaal bevindende fiets ordonnans of
eventueel
een
man
van
het
De fiets van de ordonnans in kwestie moest ’s
nachts met een acetyleen lamp uitgerust zijn.
De fietspatrouille ging vaststellen waarom de
controlelamp was opgelicht en bracht verslag
uit in zijn wachtlokaal. Eventueel werd het
hoogspanningscommando in kennis gesteld
indien er telefoon was – zo niet reed hij naar
het dichtstbijzijnde wachtlokaal met telefoon
om het betrokken hoogspanningscommando te
waarschuwen. Op diverse plaatsen werden
zelfs namaak schakelkasten aangebracht om
spionnen en smokkelaars te misleiden.Het
hoogspanningscommando had als voornaamste
opdracht de elektrische draadversperring te
onderhouden en storingen te herstellen in
functie van de binnenkomende meldingen. De
permanente controle bestond uit dagelijks
minstens twee keer aflopen of affietsen van het
gebied langs de draad waarvoor het
hoogspanningscommando verantwoordelijk
was, het regelmatig testen van de
hoogspanning met de proefstaaf en het
verzamelen van alle storing meldingen.
2 0 1 4
Als personen aan de versperring omgekomen
waren of als zij met duidelijk boosaardige
bedoelingen schade aan de versperring
hadden veroorzaakt, moesten de
omstandigheden van het gebeurde vastgesteld
worden door de plaatselijke technische en
medische verantwoordelijken, eventueel door
het gerecht. In geval van een ongeluk met een
Duitse militair werd er meteen een militaire arts
er bij geroepen. Ondertussen werden de eerste
zorgen aan de gewonde verleend.
T - A r s e n a a l
hoogspanningscommando in de richting van
het alarm.
De periodes waarin de versperring onder
stroom stond, werden voor de bevolking
evenals voor de schildwachten absoluut
geheim gehouden. Controles, aan en afzetten
gebeurden volstrekt willekeurig en moesten
steeds
onvoorzien
blijven.Het
hoogspanningscommando stelde elke dag een
zogeheten Tagesbericht op voor het zone
commando, met de volgende vermeldingen:
aard, oorzaak en uur van de storingen; het
overstijgen of doorbreken van de draad door
onbevoegden, met opgave van plaats, tijd en
gebruikte middelen; het aantal dode dieren; de
eventuele afsluiting van de aanvoerlijnen;
andere waarnemingen of suggesties i.v.m. de
versperring of de uitrusting er van. Deze
dagelijkse verslagen werden ’s anderendaags
aan de leiding overhandigd.
21
HET GEVAAR VAN DE
ELEKTRISCHE DRAAD, MET
ENKELE VOORBEELDEN
Op een dag dat de stroom
was afgeschakeld ging
Edward Appelberg uit Vaals
met een vriend door de draad
dicht bij het drielanden punt.
Toen zij terugkwamen stond
de spanning van 2000 Volt er
opnieuw op; Appelberg stierf
in gruwelijke pijnen.Velen
“Pinkstermaandag 1917 …
vóór de vespers. Een
geweldig onweer tekende zich
af aan de horizon, maar omdat
ik misdienaar was, was er
geen sprake van thuisblijven!
Het onweer kwam dichterbij
e n w e r d s t e e d s h e v i g e r,
zodanig dat de arme oude
koster ons vroeg te bidden
want ik denk dat dit het einde
van de wereld is, zei hij. Een
orkaan stortte regenvloeden
uit en de bliksem viel eerst op
de grote toren en vervolgde
zijn verwoesting over het dak
van de kerk tot de kleine
toren, waar een klok in hing,
die door de misdienaars
geluid werd. Een stalen kabel
verbond de klok met de
sacristie, en was aan het
uiteinde voorzien van een
houten beschermingshandvat.
De bliksem volgde de kabel en
2 0 1 4
Zoals blijkt uit gegevens op
het kaartmateriaal maakten de
Duitsers een onderscheid
tussen Militärdurchlässe en
Zivildurchlässe. De eerste
waren uiteraard enkel voor
militair gebruik. Sommige
doorgangspoorten hadden
een dubbele functie en waren
zowel voor militairen als
burgers bestemd.
Getuigenis ontleend aan de
persoonlijke nota’s van Mr.
Hubert Lennarts:
verbrandde drie van de zeven
aanwezige misdienaars; de
vier andere, waaronder ikzelf,
en de koster werden op de
grond geslingerd, weliswaar
zonder erg. De grootste pijn
kwam toen we hoorden dat
drie jongen mannen de grens
naar Nederland hadden willen
oversteken om het Belgisch
leger te vervoegen, dachten
dat de Duitsers de stroom
hadden afgezet tijdens het
onweer, en kwamen om het
leven toen ze de elektrische
draad wilden overschrijden.
Zij kwamen om zonder te
kunnen vechten tegen
degenen die de oorzaak
waren van hun dood
T - A r s e n a a l
De zone langs de versperring
mocht enkel betreden worden
door schildwachten en
personeel
van
het
hoogspanningscommando.
Andere militairen moesten
zich kunnen legitimeren. Allen
moesten de bestaande wegen
en paden gebruiken. Het
militair commando van het
gebied gewaarschuwde de
bevolking dat het verboden
was in de buurt van de
versperring te komen, op een
afstand van minstens 100
meter van de draad. Op wie
zich zonder toelating in deze
zone
bevond,
werd
onherroepelijk geschoten.
stierven aan de draad omdat
zij het gevaar van elektriciteit
niet kenden. Dat was onder
meer het geval met mevrouw
Bindels-Vaessen, uitbaatster
van een herberg op de hoek
van de Gemmenicherweg en
de Wolfshaag bij Vaals: zij
bleef aan de draad hangen
toen ze die uit onwetendheid
aanraakte. Een ander
slachtoffer uit Vaals was ene
Gruters: nieuwsgierig als hij
was, raakte hij de draad aan.
Hij werd zodanig verbrand dat
zijn arm moest geamputeerd
worden; ook zijn gezicht werd
verminkt.
In de archieven van
Gemmenich en Sippenaeken
worden enkele namen
vermeld van aldaar gevallen
slachtoffers aan de
versperring – voor het
grootste deel ontvluchte
Russische gevangenen.
Tussen 1916 en 1918 werden
in Gemmenich 18 lijken
teruggevonden en tussen
1916 en 1917 ook 4 in
Sippenaeken.
22
Ondanks de versperring ging
op de eenzame heidevlakten,
in de bossen en de vennen,
soms redelijk ver van de
grens af, het intens verkeer
tussen België en Nederland
toch door. Kandidaten om
door de draad te geraken
bleven zich aandienen, en
blijkbaar reeds vrij snel na het
optrekken van de versperring.
De spionage, het overbrengen
van brieven en de traditionele
grenssmokkel moesten
kunnen
doorgaan.
Smokkelaars, grensgangers
en spionnen moesten er dus
wel iets op vinden. Zowel de
schaarste in het gebied als
de zin voor avontuur en de
vaderlandsliefde waren zo
De meest eenvoudige maar
niet altijd toepasbare techniek
bestond er in de Duitse
grenswachten om te kopen.
Zij zorgden er dan voor dat
een of andere strook van de
versperring gedurende een
bepaalde tijd niet onder
stroom stond. In andere
gevallen bezorgden bepaalde
Duitsers aan de passeurs
informatie over de perioden
dat er herstellingen werden
uitgevoerd
aan
de
versperring: dan stond er
evenmin stroom op. Tot slot
waren er perioden waarin de
Duitsers zelf problemen
hadden met het genereren
van elektriciteit en de
versperring dus niet
permanent onder stroom
stond: dergelijke informatie
werd soms ook door de
passeurs van de grensposten
afgekocht. Wij weten dat een
Duitse wachtpost gemakkelijk
per persoon 100 mark vroeg,
toen ongeveer 125 BF. Vooral
in
tijden
van
voedselschaarste die
natuurlijk ook heerste bij de
Duitsers – waren deze laatste
vaak tevreden met een hesp
of een paar dozijn eieren...
De eenvoudigste passeer
wijze bestond er in om onder
de onderste draad een kuil of
sleuf te graven en onder de
draad door te kruipen. Om het
onderdoor kruipen te
vergemakkelijken en minder
gevaarlijk te maken, zette
men soms enkele stokjes op
de grond, waarmee men de
draad kon optillen. Men moest
uiteraard wel diep genoeg
graven en bijzonder
voorzichtig zijn. Een nadeel
bij deze techniek was dat niet
alle terreinen geschikt waren
om onder de laagste draad te
graven. Soms was de grond
immers zo hard dat men
amper kon graven. Verder is
het ook zo dat de Duitse
grenswachters na enige tijd
de techniek ook kenden en de
onderste draden met verticale
stukjes draad vastmaakten in
de grond zodat de onderste
draad niet meer kon opgetild
worden.
2 0 1 4
Honderden zijn er aan de
draad dood gebleven … doch
geen honderden, maar wel
duizenden kropen door, over
of onder de schrikdraad naar
het vrije Nederland: spionnen,
deserteurs, passeurs,
oorlogsvrijwilligers, gewone
burgers, smokkelaars …
Voorzichtige schattingen laten
ons toe te zeggen dat
waarschijnlijk meer dan
30.000 Belgen over de grens
trokken, waarvan vermoedelijk
meer dan 20.000 door of
onder de draad, en dit
ondanks de zeer grote
gevaren...
groot, dat sommigen grote
risico’s wilden lopen zelfs op
gevaar af neergeschoten te
worden. Lukte een overtocht
niet door het omkopen van de
grenswachters, dan moesten
de passeurs de grootste
moed, creativiteit en
behendigheid aan de dag
leggen.
T - A r s e n a a l
HOE GINGEN
SMOKKELAARS,
GRENSGANGERS EN
SPIONNEN DE DRAAD TE
LIJF?
23
Een andere wijze om over de
versperring te geraken was
het gebruik van een al dan
niet dubbele ladder. Aan de
ene zijde van de draad werd
de ladder tegen de
versperring geplaatst,
meestal tegen een paal zodat
hij boven de hoogste draad
uitkwam. Dan sprong de
passeur aan de andere zijde
naar beneden. In zeldzame
gevallen kreeg men hulp van
de andere kant en kon men
met een andere ladder
opnieuw naar beneden
klauteren. Er waren diverse
nadelen aan deze zeer
eenvoudige techniek. Het leek
al verdacht als een of
verschillende kerels overdag
of ’s nachts met een ladder
rond zeulden. Erger was dat
met het gebruik van ladders
regelmatig ongelukken
gebeurden aan de draad:
Daar waar de centrale
versperring maar even hoog
was als de twee buitenste
versperringen, en de afstand
tussen de buitenste
versperringen en de centrale
versperring niet te groot was,
plaatste men een trapladder
aan elke kant van de
buitenste versperring en
legde men er een plank
bovenop om goederen of
personen over de draad te
brengen. Toen men merkte
dat het gebruik van ladders
nogal wat gevaren inhield,
gebruikte men ook nog een
andere techniek. Men zorgde
voor een ton die men
onderaan en bovenaan
opensloeg. Die ton werd dan
onder de onderste draad
geplaatst of tussen twee
draden. Door die ton heen
raakte men dan aan de
andere zijde van de draad.
Het grootste nadeel was dat
het
alweer
niet
vanzelfsprekend was om met
een ton rond te lopen in het
geval men door de Duitsers
werd tegengehouden. In
plaats van een ton gebruikte
men ook wel eens een wissen
mand, een bak zonder bodem
of een opvouwbaar kistje –
dat echter al te gemakkelijk
dichtklapte – en heel vaak
ook een houten fietsvelg die
gemakkelijk tussen de
onderste draad en de grond
kon worden gespannen. Niet
zelden ontstonden rond een
niet volstrekt kurkdroge mand
of ton kleine vlammetjes.
c o m p a n y
Anderzijds had men voor een
dergelijke klus toch wel een
beetje tijd nodig, zodat het
graafwerk meestal in beurten
moest uitgevoerd worden.
Men moest dan maar wat
geluk hebben dat een
patrouillerende schildwacht
de pas gegraven sleuf niet
ontdekte. Daarnaast moesten
de grensgangers natuurlijk
bijzonder geruisloos tewerk
gaan. Anderzijds werd
iemand die met een schop
rondliep meestal zonder enig
argwaan bekeken door een
Duitser: het kon immers
gewoon een boer zijn die naar
zijn land ging.
ladders waren immers niet erg
stabiel, ze gleden makkelijk
weg, het was moeilijk om met
grote ladders aan de draad te
werken, enz. Daarbij was het
gebruik van de ladder
bijzonder gevaarlijk – zo niet
onmogelijk – aan een
versperring in een open
vlakte: passeurs werden dan
gemakkelijk opgemerkt door
de schildwachten.
Echte acrobaten probeerden
niet zelden om met een
polsstok over de versperring
te springen … Graaf Sécillon,
burgemeester
van
SintMartens-Voeren heeft in
zijn paviljoen talrijke militairen
en vluchtelingen leren
polsstokspringen om zo over
de versperring heen te
komen.Toen de passeurs
dankzij agenten uit Engeland
en Nederland inzicht kregen
in wat elektriciteit was en hoe
men er mee moest omgaan,
ontwikkelden zij dan weer
andere
en
meer
g e s o f i s t i k e e r d e
technieken.Men kwam te
weten dat het wikkelen van
droge wollen dekens rond de
eventueel onder stroom
staande draden geen of
nauwelijks gevaar voor
elektrocutie inhield. Een
boven- en een onderdraad
werden omwonden en men
kroop dus door de dekens
heen naar de andere kant. Dit
was een vrij eenvoudige
techniek maar ze kon pas ’s
nachts worden toegepast.
24
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
De Duitsers wisten dat immers
ook en duldden niet dat
iemand met wollen dekens
rondliep. Anderzijds was een
kleine regenbui voldoende om
alle plannen in de war te
sturen: natte of zelfs vochtige
wollen dekens werden
levensgevaarlijk...
Een nog beter inzicht in de
werking van elektriciteit deed
de passeurs met metalen
emmers naar de draad
trekken. Ze vulden ze met
water, groeven ze naast de
versperring in, verbonden het
vocht met de versperring of
wierpen een koperdraad over
de versperring, waarvan ze
beide uiteinden in de emmers
hadden gestoken. Er ontstond
dan een kortsluiting of
ernstige spanningsval, zodat
het gevaar op elektrocutie
veel kleiner werd. Deze
techniek was natuurlijk niet
waterdicht en vergde heel wat
voorbereidingswerk. Voor dat
werk hadden de passeurs aan
de draad evenwel niet altijd
voldoende tijd. Als ze dan in
de buurt van de versperring
met emmers en draad werden
betrapt, was hun rekening
vlug gemaakt...
Soms gebruikten de passeurs
kleine tafeltjes die ze op
porseleinen pootjes plaatsten.
Als men op zo’n tafeltje stond
mocht men de draad gerust
aanraken … Men moest dan
nog wel handig zijn om
heelhuids aan de overzijde te
geraken. Op deze techniek
bestond ook nog een nietongevaarlijke variante: men
kroop onder de draad door,
maar bevestigde aan handen,
knieën en voeten porseleinen
borden als isolatie.
worden. Sommige auteurs
beweren dat het passeurs
raam enkel werd gebruikt om
pakjes en brieven door de
draad door te geven; wij
beschikken evenwel over
voldoende getuigenissen over
het gebruik van het passeurs
raam als middel om personen
door de versperring te
loodsen. Uit eigen ervaring
hebben we kunnen vaststellen
dat het altijd bijzonder
moeilijk en gevaarlijk moet
geweest zijn om met een
dergelijk passeurs aam door
de draad te kruipen. Bronnen
getuigen evenwel dat de
passeurs zo handig waren dat
zij het meestal klaarden.
Naar het einde van de oorlog
toe werden de technieken
verfijnd en gebruikten
sommige handige passeurs
een zelf gemaakt houten
kader of raam dat tussen de
draden kon opgespannen
25
In 1940 was het monument uiteraard een
doorn in het oog van de Nazi’s, vanaf
september wilden zij het dan ook
neutraliseren. De Duitsers beweerden dat het
niet de minste artistieke waarde had en dat
zij het als kitsch beschouwden! Zij
oordeelden overigens dat het opschrift poogt
om het Duitse Rijk de schuld te geven voor
de dood van een aantal onbevoegde Belgen
die door de versperring probeerden te
geraken. Ze lieten het dan ook volledig
bestrijken met cement! Later werd het met de
grond gelijk gemaakt. In 1962 werd evenwel
op dezelfde plaats een nieuw monument neer
gezet.
2 0 1 4
Meteen na de oorlog hebben vooral Belgische
grensbewoners onmiddellijk de
draadversperring afgebroken: op bepaalde
plaatsen werd ze reeds enkele dagen – soms
zelfs weken – vóór de Wapenstilstand
afgebroken … En dat gebeurde zeer snel! In
bepaalde gemeenten gebeurde dat op last en
onder controle van het gemeentebestuur.
Sommige gemeenten verkochten openbaar het
materiaal van de versperring en verdienden er
zodoende nog een flinke stuiver aan... Op
andere plaatsen gingen vooral de boeren of de
bevolking meteen zelf over tot de ontmanteling
van de versperring. De boeren konden de
draad goed gebruiken: tijdens de oorlog
hadden de Duitsers immers meer dan eens
prikkeldraad en andere draad opgeëist voor het
bouwen en onderhouden van de versperring.
Zij gebruikten de draad en de stevige palen om
hun eigen akkers, velden en weiden opnieuw af
te palen. Zo zag men vaak rond weiden nog
lang palen staan waarin de sporen van kogels
te zien waren of palen versierd met
isolatiepotjes. Nog op andere plaatsen
vernielde de bevolking reeds op 11 november
1918 niet enkel de hele draadversperring, maar
ook de schakelhuisjes en grensbarakken van
de Duitsers. Veel materiaal werd door de
burgers of door Nederlanders weggehaald of
soms gewoon feestelijk verbrand op een
brandstapel
T - A r s e n a a l
WAT GEBEURDE MET DE
DRAADVERSPERRING AAN HET EINDE VAN
DE OORLOG?
Eperhei, op een hoogte van 225 meter aan de
provinciegrens van Limburg en Luik, ter
nagedachtenis aan allen die de dood hadden
gevonden in het bos van Beusdal, bij hun
poging om de draad te overschrijden.
-------------------------------------------------------------
BRONNEN GEBRUIK:
- “Het eerste “IJzeren Gordijn”? De elektrische
draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse
grens tijdens de eerste Wereldoorlog”, door Alex
Vanneste, verschenen in Het Tijdschrift van Dexia
Bank nr 214,2000/4.
- Histoire d’une imposture avortée, Marc Lennarts
- Kaleidoscope 1, Joseph Langoh r
- h t t p : / / w w w. w e r e l d o o r l o g 1 4 1 8 . n l / e l e k t r i s c h e n draad/
EN NADIEN
Bij dit alles is het nogal merkwaardig dat er in
België slechts één enkel monument werd
opgetrokken voor de slachtoffers van de
dodendraad, in het bijzonder dit in het bos bij
Sippenaeken. Graaf d’ Oultremont, kasteelheer
van Beusdal, liet dit monument in 1920
oprichten aan het kruispunt van de weg naar
Beusdal en de bosweg Laschet (Hombourg) en
26
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
Minister tekent contract
voor aankoop F-16
VREDELING IN NOTA:
ONDER VOORWAARDEN
27 mei 1975
UIT DE OUDE DOOS VAN
DE KOUDE OORLOG
DEN HAAG 27 mei 1975 — Nog in die bewuste
week tekent minister Vredeling (Defensie) het
voorlopig koopcontract voor de aanschaf van de
Amerikaanse F-16, welk toestel de Starfighter
moet vervangen. Voorwaarde is echter, dat
België, Denemarken en Noorwegen hetzelfde
vliegtuig kopen. De ministers van de twee
Scandinavische landen zullen onder dezelfde
voorwaarden eveneens een voorlopig contract
tekenen. Dit deelt minister Vredeling mee in de
nota over de keuze van het kabinet voor de F-16,
welke hij vandaag aan de Tweede Kamer heeft
aangeboden.
27
De programmakosten van de F-16 vallen in
tegenstelling tot die van Mirage en de Viggen,
binnen het bedrag, dat tot en met 1984 is
geraamd voor de vliegtuigvervanging, terwijl de
exploitatie- en andere bijkomende kosten veel
lager liggen dan van het Franse en het
Zweedse vliegtuig. Er zijn, zo schrijft minister
Vredeling in zijn nota, geen buitenlands
politieke overwegingen die zich tegen
vervanging door de F-16 verzetten.
EUROPESE JAGER
De keuze van een Amerikaans toestel, met het
oogmerk dit later ook te bestemmen tot
opvolger van de NF-5, zou industrie-politieke
en/of buitenlands-politieke nadelen kunnen
opleveren. Aan deze bezwaren zou kunnen
worden tegemoet gekomen door een in
Europees verband te ondernemen poging, om
de omstreeks 1985 uit te voeren vervanging
van de NF-5 niet te doen geschieden door de
F-16, maar door een te ontwikkelen lichte
Europese jager.Bij het slagen van een dergelijk
Europees project dient te zijner tijd te worden
overwogen om de verkenningstaak, die nu aan
2 0 1 4
DE F-16 VOLDOET HET BESTE AAN DE MILITAIRE
CRITERIA, WELKE IN DE NAVO VOOR
NEDERLAND ZIJN VASTGESTELD, ZIJ HET DAT
HIJ NIET VOORNEMENS IS VOORZIENINGEN TE
TREFFEN T.B.V. DE NUCLEAIRE TAAK
T - A r s e n a a l
Het gaat om de aankoop van 84 toestellen en
een optie op nogmaals 18 vliegtuigen van
h e t z e l f d e t y p e . Va s t g e l e g d i s d a t d e
overeenkomst zal worden ontbonden, als niet
uiterlijk op 15 juni a.s. de vier Europese landen
haar hebben bevestigd. De vier ministers van
defensie hebben al op 15 mei af gesproken te
zullen bevorderen dat hun regeringen uiterlijk
op 31 mei a.s., de datum waarop de huidige
offerte voor de F-16 afloopt, een beslissing
nemen. Minister Vredeling zal de Kamer over de
besluitvorming in België nog nader informeren.
een van de squadrons van de „Starfighters" is
opgedragen — na overleg met de bondgenoten
in de centrale sector en vanwege het streven
van de regering naar specialisatie en
taakverdeling — over te dragen aan een van de
bondgenoten. Indien, het Europese project voor
de ontwikkeling van een lichte jager succes
oplevert, zullen geen F-16 toestellen voor het
vijfde squadron, waarvoor thans een optie
wordt genomen, worden aangeschaft.
Vredeling: "Ik hoor nu tot het soort waar ik zelf
zo de pest aan had" Een oud verzetsman die
allergisch was voor uniformen, maar
uiteindelijk één van de beste ministers. Na
die tijd was het weinig soeps meer
Uit politieke overwegingen was hij aanvankelijk
voor de Mirage, maar verkoos uiteindelijk toch
de F16. Met meer als reden, als oud
verzetsman, dat militairen met goede spullen
een oorlog in moeten gaan en niet met minder
kwalitatief materiaal.Henk Kamp was het tot
voor kort. Eimert van Middelkoop wordt het
misschien. Maar één ding is zeker: tussen 1978
en 2003 heeft Nederland het zonder minster
van defensie moeten stellen. In die periode
traden er wel capabele en mindere capabele
lieden aan op het departement. Zoals Roelof
Kruisinga, Bram Stemerdink, Hans van Mierlo,
Frits Bolkestein, Joris Voorhoeve, Relus ter
Beek, Job de Ruiter, Frank de Grave, Wim van
Eekelen of Benk Korthals. Maar hun hart en hun
talent lagen elders.
De laatste minister die echt pal stond voor de
krijgsmacht en die haar belangen soms voor de
poorten van de hel moest wegslepen, was Henk
Vredeling. En hoe.
28
Vredeling verkeerde in de veronderstelling dat
dit het best kon worden bereikt door de
aanschaf van de Franse Mirage F-1.De
Nederlandse minister van Defensie wilde een
eventuele aanschaf van de Mirage bovendien
aangrijpen om de Franse krijgsmacht weer aan
de NAVO te binden. President de Gaulle had
deze in 1966 uit het Atlantische
bondgenootschap teruggetrokken omdat hij de
Amerikaanse invloed te groot vond. De Mirage
was weliswaar iets duurder en technisch van
mindere kwaliteit, maar het mocht van de
Nederlandse minister van Defensie best wat
kosten om Frankrijk weer in het Atlantische
gelid te krijgen.
Aan het Franse toestel zaten echter nogal wat
haken en ogen. Frankrijk bood geen enkele
garantie voor de ontwikkeling van een
Europese militaire vliegtuigindustrie en ging
niet in op de Nederlandse eis zich weer bij de
NAVO aan te sluiten. Bovendien stelde Parijs
zich maar weinig flexibel op als het ging om
prijsafspraken, industriële compensaties,
coproductie en zeggenschap in de verkoop.
Met name dit laatste was een netelig punt,
omdat Nederland vreesde te moeten bijdragen
aan de verkoop van Franse gevechtstoestellen
aan omstreden staten als het Libië van Khadaffi
of Zuid-Afrika.
opvolger van de Starfighter beïnvloeden door
meerdere factoren. Vredeling, die tijdens de
Tweede Wereldoorlog in het verzet had
gediend, wilde voorkomen dat de Nederlandse
piloot in oorlogstijd het luchtgevecht zouden
verliezen vanwege een inferieur
gevechtstoestel.
2 0 1 4
Voormalig Europarlementariër Vredeling had een voorkeur voor een Europees
toestel. Met de aanschaf van een nieuw gevechtsvliegtuig waren miljarden gemoeid
die konden worden ingezet om een Europese militaire vliegtuigindustrie te
ontwikkelen.
T - A r s e n a a l
GESCHIEDENIS AANKOOP F16
Wat verder zwaar meewoog was dat hij niet de
geschiedenis in wilde gaan als ‘de minister die
de Nederlandse krijgsmacht de nek had
omgedraaid’, zo heeft hij zelf eens verklaard.
Ondanks zijn initiële voorkeur voor een Frans
toestel was hij niet te spreken over de
kwaliteiten van de Mirage: ‘Het vliegt, en dat is
eigenlijk het hele verhaal,’ verklaarde hij
tegenover een journalist in januari 1975 na een
bezoek aan een Franse luchtshow.
Tijdens een in april 1975 gehouden PvdAcongres over ‘vrede en veiligheid’ werd
duidelijk hoe de kaarten lagen. Het congres
botste met de minister over de aanschaf van de
F-16. In een motie keurde de PvdA-achterban
de aankoop af.
Vredeling had daar echter weinig boodschap
aan: ‘Partijcongressen kopen geen
vliegtuigen,’ wierp hij de congresgangers
toe.
Daar kwam nog eens bij dat de Franse
luchtmacht zelf geen enkele interesse toonde in
het toestel, dat technologisch gezien maar een
aftands gevecht’s vliegtuig was. Ten slotte lag
het ministerie van Buitenlandse Zaken dwars.
Van der Stoel oefende druk uit op Vredeling:
het moest een Amerikaans toestel worden of
helemaal geen toestel.De Nederlandse minister
van Defensie liet zich bij zijn keuze voor de
29
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
In discussie gaan met de merendeels jongere
generatie was volgens de minister volstrekt
zinloos. ‘Dat zou slechts leiden tot de conclusie
dat er een sportvliegtuigje zou moeten worden
aangeschaft.’
door samenwerking binnen Europa speelde
daarbij een belangrijke rol. Nergens was deze
tegenstelling duidelijker zichtbaar dan bij de
aanschaf van de Amerikaanse F-16’s.
Ook Vredeling deed overigens water bij de
wijn. De 138 Starfighters zouden in eerste
instantie worden vervangen door ‘slechts’ 84
F-16’s – met een optie op nog eens 18
toestellen. Zo werd de bijdrage aan de
wapenwedloop toch enigszins beperkt. Zoals
voortgekomen uit de NAVO-taakverdeling
zouden het binnendringen in verafgelegen
vijandelijk gebied en het opereren onder alle
weersomstandigheden niet tot de taken van de
nieuwe F-16’s behoren, wat een besparing van
150 miljoen gulden opleverde.Het geld voor de
18 overige toestellen zou worden gereserveerd
voor de aanschaf van een nog te ontwikkelen
Europees gevechtsvliegtuig. Daarmee werd de
door Vredeling zo gewenste optie een
Europees toestel te ontwerpen toch nog
opengehouden. Ook deze toestellen zouden
uiteindelijk echter F-16’s worden, omdat de
ontwikkeling van een Europees
gevechtsvliegtuig niet van de grond kwam.
Uiteindelijk werden er 102 F-16’s aangeschaft
voor een bedrag van 2,3 miljard gulden.
De conservatievere PvdA-ministers Van der
Stoel en Vredeling hadden bovendien geen
behoefte aan radicale progressieve
veranderingen. Zij hadden niets op met de
ideeën van Nieuw Links en gaven de voorkeur
aan continuïteit in het buitenlandse en
defensiebeleid.Alle progressieve voornemens
voor het buitenlandse en defensiebeleid ten
spijt, wendde het progressieve kabinet-Den Uyl
‘de steven’ van de Nederlandse politiek zo veel
mogelijk in Atlantische richting. Het besef dat
de Nederlandse belangen beter werden
verdedigd door intensivering van de
betrekkingen met de Verenigde Staten dan
BRONNEN GEBRUIK:
http://www.historischnieuwsblad.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Henk_Vredeling
http://www.volkskrant.nl/
http://www.parlement.com
www.rekenkamer.nl/
http://zarco-macross.wikidot.com/wiki:saab-37viggen
Boek: de memoires Leo Tindemans,Lannoo,Tielt
2002,pag.278
30
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
SIGNALEN IN DE KOUDE
OORLOG
OORLOG OVER RADIOGOLVEN
Een belangrijk deel van de Koude Oorlog werd
uitgevochten in de ether en deze oorlog over
radiogolven duurt voort tot op vandaag. Allerlei
radiosignalen worden verzonden, van spraak,
Morse en data tot technische signalen zoals
radar, navigatie en stoorzenders
Vooral tijdens de Koude Oorlog waren de
wapenwedloop en de nood aan
inlichtingenvergaring de aanzet tot de
ontwikkeling van gesofistikeerde elektronica.
De onderschepping en analyse van vijandige
signalen werd net zo belangrijk als de
prestaties en bescherming van de eigen
signalen. Signals intelligence (SIGINT), het
verzamelen van inlichtingen via onderschepte
signalen, omvat twee belangrijke delen:
communications intelligence (COMINT) en
electronic intelligence (ELINT).
communicatie is dikwijls vercijferd om ze te
beschermen tegen afluisteren, waardoor crypto
analyse vereist is na onderschepping. Zelfs
wanneer alle cryptoanalytische technieken
falen kan met nog steeds informatie verkrijgen
door trafiek analyse, het afleiden van informatie
uit patronen in communicatie (bericht grootte,
aantal, tijd en locatie).
ELINT focust op signalen, afkomstig van o.a.
wapensystemen, navigatie, geleidings- en
radarsystemen, om te ontdekken van welk
systeem het signaal afkomstig is, wat het
verteld over het materieel van de tegenstander
en de prestaties ervan. Doel is het beoordelen
van de tegenstander zijn capaciteiten, zijn
slagorde en het ontwikkelen van elektronische
tegenmaatregelen (electronic counter measures
of ECM). De tegenstander tracht daartegen ook
weer tegenmaatregelen te ontwikkelen
(electronic counter-counter measures of
ECCM), bijvoorbeeld door vercijfering van de
signalen of frequentie hopping, om exploitatie
of storing van de eigen systemen te
verhinderen.
COMINT focust op spraak, Morse en data
communicatie om de inhoud van berichten te
achterhalen, de identiteit van de persoon,
organisatie of eenheid te ontdekken die uitzend
en de zendfrequenties en zendschema's. Deze
31
De scheiding van deze twee werelden was
nergens zichtbaarder dan op de grens tussen
West Europa en de Sovjet Unie, het
zogenaamde IJzeren Gordijn. Het was een
grens die weinigen mochten overschrijden en
inlichtingenvergaring ter plaatse was een zeer
riskante onderneming. Daardoor was een
decennia lang weinig geweten van de
tegenstander en waren er enorme inspanningen
nodig om zelfs nog maar het kleinste beetje
militaire, politieke of economische informatie te
verkrijgen van "de andere kant". Het waren de
hoogdagen van inlichtingendiensten, spionage
en SIGINT operaties.
Zowel het westen als de Sovjet Unie hadden
grote legers met een enorm arsenaal
opgebouwd. De lucht was overvol van
radiosignalen en SIGINT was een ideale
methode om inlichtingen te vergaren van op
een - relatief - veilige afstand. Enorme veel
middelen en geld werden uitgegeven om
elkanders signalen te onderscheppen en beide
zijden ontplooiden vele mobiele en vast
onderschepping stations.
Desondanks hadden zowel de Westerse landen
als de Sovjets hun successen. Belangrijk bij het
kraken van vercijferde signalen was het
verzamelen van voldoende data. Meer data
betekent meer statistische informatie voor de
wiskundigen die de codes kraken. Zowel de
Verenigde Staten als de Sovjet Unie hadden
bergen van briljante wiskundigen. Nu nog
bergen van data. Geen probleem!
2 0 1 4
n de wereld van vandaag, met wereldwijde
communicatie, Internet en vrijheid van reizen,
vergeten we snel dat er slechts enkele jaren
geleden twee aparte werelden waren op deze
planeet. Oost en West. Tot de val van de
Berlijnse muur in 1989 waren Oost en West niet
zomaar geografische uitdrukkingen. Vrijwel elk
land had, willen of niet, een kant moeten
kiezen. De Koude Oorlog raasde bijna 45 jaar
over de ganse wereld en was dikwijls alles
behalve koud in vele Aziatische, Afrikaanse en
zuid Amerikaanse landen.
ontwikkeling van veel complexere encryptie
mogelijk.
T - A r s e n a a l
OOST TEGEN WEST
De wereldwijde onderschepping mogelijkheden
van het Amerikaanse ECHELON systeem, in
nauwe samenwerking met NSA's codebrekers,
zijn gerenommeerd. Tijdens de Koude Oorlog
hadden ASA, en later NSA, belangrijke SIGINT
stations in Duitsland, Engeland en Nieuw
Zeeland, waarvan sommigen nog steeds
operationeel. In Duitsland, de frontlinie van de
Koude Oorlog, waren het Amerikaanse SIGINT
Field Station in Berlin, op de top van
Teufelsberg, en ASA Det J in Schneeberg, nabij
Tsjecho-Slowakije, enkele wel bekende
voorbeelden.
De Sovjets hadden ook hun aandeel in de
wereldwijde afluistercompetitie met onder meer
SIGINT installaties op Lourdes in Cuba, Cam
Ranh Bay in Vietnam, nabij Tallinn in Estland en
in Zuid-Jemen. Zij hadden ook verschillende
stations in oost Duitsland zoals Yenisei en
Urian luisterposten in Brocken. GRU (militaire
inlichtingendienst), KGB' zestiende Directoraat
(onderschepping en SIGINT) en het achtste
Hoofddirectoraat (communicatie en
cryptografie) deden hun deel in het verwerken
van het onderschepte verkeer. Ze controleren
tevens over de ganse wereld onderschepping
stations en een groot netwerk van satellieten
voor onderschepping en communicatie
LUISTEREN NAAR DE VIJAND
De inhoud of technische eigenschappen van
sommige signalen kon onmiddellijk gelezen of
geanalyseerd worden, maar veel was
onleesbaar omdat the vercijferd was. De
introductie van digitale systemen maakte de
32
Na de ontbinding van de Duitse Democratische
Republiek werd echter duidelijk dat het Stasi
SIGINT Directoraat HA III niet minder dan 25
departementen had, meer dan 2000
stafofficieren en zo'n 80 installaties in oost
Duitsland. Zij onderschepten o.a.
kortegolftransmissies en meer dan 30.000 west
Duitse telefoons van militair, diplomatiek en
inlichtingenpersoneel, van zowel west Duitsland
als van de NAVO. Ze onderschepten ook
straalverbindingen (telefoon) van de
Bundespost en zelfs VHF radio's van de BND
(West Duitse inlichtingendienst) surveillance
teams. Vrijwel alle west Duitse satelliet
telefonie, Telex, Fax en dataverbindingen
werden gecontroleerd.
Signalen met gering bereik (VHF, radar,
missile-geleiding) vereisten meestal
onderschepping van op kleiner afstand.
Vliegende SIGINT en ELINT platforms
patrouilleerden constant vlak bij of net over de
grens om de vijandige signalen af te luisteren.
Dit waren zeer gevaarlijke missies, zelfs in
vredestijd. Vele crews keerden nooit terug.
De C-130 die in 1958 werd neergehaald boven
Armenië en de EC-121 in 1968 boven de Zee
van Japan zijn enkele van de meer dan 40
Amerikaanse toestellen die verloren gingen.
Deze verkenningsprogramma's waren zeer
geheim en het grote publiek kwam deze
verliezen nooit te weten. Ander bekende
Amerikaanse SIGINT platforms zijn de RC-135,
EA-3B en EA-6B. Ook de beruchte Sovjet TU-95
en TU-142 waren gekend was voor het
SIGINT verzamelen met schepen was al even
riskant, met de entering van de AGER-2 USS
Pueblo door noord Korea in 1968 als beruchtste
en meest beschadigende voor de veiligheid
van de Amerikaanse communicatie. Maar ook
de Russische spionagetrailers waren
regelmatige bezoekers in Westerse
kustwateren. Sommige SIGINT operaties waren
zeer gedurfd.
2 0 1 4
Enkele kleinere landen waren nochtans ook
zeer productief. De HVA, de Oost Duitse
buitenlandse inlichtingendienst onder controle
van het Ministerium für Staatssicherheit (Stasi),
was alom bekend en gevreesd om zijn
uitstekende spionage door human intelligence
(HUMINT) met een enorm aantal agenten die
opereerden in het westen. Decennia lang
werden hun technische mogelijkheden echter
zwaar onderschat.
T - A r s e n a a l
regelmatig uittesten van de limieten op NAVO
grenzen.
AGER-2 USS PUEBLO SIGINT SCHIP IN 1967
Tijdens operatie Ivy Bells in 1971 plaatste de
Amerikaanse duikboot USS Halibut een 6 ton
wegende aftap installatie over een onderzeese
communicatiekabel in de Zee van Okhotsk. De
kabel verbond de Sovjet duikbootbasis in
Kamchatsky, noordoost van de Koerilen, met
het vloothoofdkwartier in Vladivostok. De Zee
van Okhotsk was Sovjet territoriaal water,
verboden voor buitenlandse scheepvaart,
zwaar beveiligd en speelterrein voor tal van
Sovjet oppervlakte- en onderwateroefeningen.
Niet echt een vriendelijke omgeving voor
Amerikaanse duikboten. Gelijkaardige Sovjet
SIGINT duikbootmissies blijven ongetwijfeld
verborgen in de Russische archieven.
BRONNEN GEBRUIK:
h t t p : / / n l . w i k i p e d i a . o r g / w i k i /
Hollandse_Signaalapparaten
http://resourcessgd.kb.nl
Boek: Yvan VANDEN BERGHE, De Koude Oorlog. Een
nieuwe geschiedenis. (1917-1991). M.m.v. Doeko
Bosscher en Rik Coolsaet. Leuven-Voorburg, 2008.
ACCO. 526 blz.
33
Eén zo'n station had de bijnaam Russian
Woodpecker (specht) vanwege zijn typische
repetitieve tikken. De Woodpecker zijn
enerverende signaal van hoog vermogen
(geschatte 10 Megawatt) schakelde over en
weer tussen verschillende kortegolffrequenties
en stoorde de legale radioverbindingen van
overheden en radioamateurs over de ganse
wereld. De uitzending startte in 1976 en duurde
10 jaar. Al die tijd was het geheim achter deze
zender onbekend voor het grote publiek.
De Verenigde Staten hadden ook hun aandeel
in het spieden op lange afstand. Hun MELODY
systeem, een zogenaamde bi-static
onderschepping’s systeem dat objecten zoals
de Sovjets hun eigen raketten of zelfs de maan
gebruikte om radarsignalen over zeer grote
afstanden, ver voorbij de horizon, te
reflecteren. Dit maakte analyse en volgen van
ver afgelegen Sovjet radars mogelijk.
2 0 1 4
Dikwijls werden de geheimen achter
onbereikbare signalen ontsluierd door
ELINT, COMINT of spionage. Ondanks
grote inspanningen en risico's bleven
sommige signalen ongeïdentificeerd en
sommige kregen zelfs een sterrenstatus
onder de mysterieuze signalen van de
Koude Oorlog. Deze signalen trokken
de
aandacht
van
zowel
inlichtingendiensten als van
radioamateurs. Er was veel speculatie
over het doel van deze signalen, in
spraak of Morse of vreemde analoge of
digitale transmissies, die decennia lang
continu uitzonden.
oorlog. De site ligt momenteel binnen de 30 km
Chernobyl exclusie zone.
T - A r s e n a a l
MYSTERIEUZE SIGNALEN
UIT DE KOUDE OORLOG
Een ander berucht Sovjet signaal is gekend
onder zijn roepnaam UVB-76. Het station met
de bijnaam Buzzer begon uit te zenden in 1982
met een twee seconden beep en wijzigde na 10
jaar naar een monotone 25 beeps per minuut.
Continu, elke minuut, elke dag, jaar na jaar. Het
station is intensief geobserveerd door
radioamateurs (zonder twijfel een even
monotoon werk) en slechts een handvol
spraakconversaties werden opgemerkt in zijn
28 jaar in de ether. Zijn roepmaan UVB-76 werd
ontdekt tijdens één van die zeldzame
conversaties. Het station, dat in 2010 blijkbaar
van locatie veranderde, is momenteel bekend
onder zijn nieuwe roepnaam UVB-76 / MDZhB.
Het doel van de Buzzer is tot op vandaag
onbekend.
Na de val van de Sovjet Unie werd bekend dat
het vreemde signaal van een over-the-horizon
(OTH) radar kwam die deel uitmaakte van het
Sovjet vroege waarschuwingssysteem tegen
intercontinentale ballistische raketten. De
enorme antenne van het Duga-3 OTH systeem
staat in Chernobyl (nu Oekraïne). De site,
Chernobyl-2 genaamd, kreeg de codenaam
Steel
Yard
van
de
Westerse
inlichtingendiensten die het enorme ding
blijkbaar konden fotograferen tijdens de Koude
34
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
Een andere icoon van de Koude Oorlog zijn
natuurlijk de nummerstations. Deze stations
verzenden reeksen van nummers of letters, in
spraak, Morse of data. Deze zenders zonder
licentie en officieel onbestaande zijn al vele
decennia in de ether. Tijdens de Koude Oorlog
was er veel speculatie door radioamateurs die
deze mysterieuze berichten onderschepten.
Sommigen geloofden dat het spionagezenders
waren, maar overheden ontkenden hun bestaan
of beweerden dat het weersignalen, boeien of
bakens waren. Vandaag is er heel wat bewijs,
van rechtszaken over spionage en archieven,
dat het inderdaad vercijferde berichten zijn van
inlichtingendiensten naar hun geheime agenten
die opereren in andere landen. Meestal worden
deze berichten vercijferd met het onbreekbare
one-time pad systeem. Hoewel de Koude oorlog
officieel ten einde is zijn er nog veel
nummerstations actief en blijven er nieuwe
opduiken die uitzenden in veel verschillende
talen. Het blijft een mysterie voor wie de
berichten bestemd zijn.
BRONNEN GEBRUIK:
http://communicatiekoudeoorlog.blogspot.nl
Cees Wiebes - Dutch Sigint During the Cold War
Complete artikel: www.scribd.com
De wereld dichter bij oorlog – Paul Craig Roberts
Bron / origineel: (c) www.paulcraigroberts.org
Het westen tegen China: de nieuwe koude oorlog
begint in Libië
Bron / origineel: www.globalresearch.ca
Woodpecker" Duga-3 antenne op Chernobyl-2
site
35
T - A r s e n a a l
2 0 1 4
DE VERGETEN SOLDATEN
In de vroege morgen van 10 mei 1940, liggen
Pieter Walraeven en Harry Custers, behorend
tot het I-II-37 Regiment Infanterie, Limburgse
Jagers, bewapend in de verdedigingswerken,
die zijn opgeworpen ter verdediging van de sluis
van Born.Kogels en granaten vliegen hun om de
oren, maar eerste luitenant H.Bekkering belast
met de verdediging van de sluis, wil van geen
wijken weten. Pas na enkele uren, als blijkt dat
de Duitse overmacht te groot is, geeft de
luitenant het grootste deel van zijn
manschappen het bevel, zich terug te trekken
richting Maas.Een man of acht blijven achter,
om al schietend de terugtocht voor de andere
manschappen te dekken.Met ware
doodsverachting zet dit handje vol soldaten de
strijd verdere, totdat zij tenslotte door de Duits
vijand overspoeld worden.De Nederlandse
soldaten capituleren, maar voor twee soldaten
komt de witte vlag te laat, Pieter Walraeven uit
Maastricht sneuvelt, enkele dagen later bezwijkt
ook Harie Custers uit Einighausen aan zijn
v e r w o n d i n g e n . P i e t e r Wa l r a e v e n , i n z i j n
dagelijks leven, ontwerper van serviesgoed bij
MOSA in Maastricht, laat zijn vrouw en zoon
Piet van acht jaar achter.
HET PERSOONLIJK OPGESCHREVEN VERHAAL VAN ZOON
PIET, TER OVERDENKING
Pieter Leonardus Walraeven werd geboren in
Amsterdam. Op 30 januari 1909 hij trouwde met
Maria Barbara, geboren op 13 februari 1908 in
Heer. 11 oktober 1930 was hun trouwdatum.Op
21 september1931 werd de zoon uit dit huwelijk
geboren, namelijk Pieter Hubertus Walraeven.
Toen de oorlog uitbrak woonde hij met zijn
vrouw en zijn achtjarige zoon in Maastricht. In
vredestijd werkte hij als ontwerper voor de
Mosa-porseleinfabriek. Op 9 mei had hij nog
toestemming gehad om zijn gezin te bezoeken.
Het laatste dat hij tegen zijn vrouw en zoontje
zei voor hij 's avonds weer op de fiets stapte
was: 'Maak jullie geen zorgen, alles is rustig, er
komen geen aanvallen'. Zelf genoot ik een
vrolijke jeugd en mijn ouders deden hun best
mij een goed en gezellig leven te geven. Alles
werd gedaan om het gezin liefde vol te
koesteren. Onbewust werden in gezin
meermaals afscheid genomen van elkaar omdat
mijn vader werd opgeroepen om zijn plicht als
militair te doen. De eerste keer rond 1938 werd
de standplaats Borgharen lekker heel kort bij
huis.Maar augustus 1939 verrichte hij
dienstplicht een stukje verder van huis namelijk
in Born. Als soldaat telegrafist verzorgde hij de
verbindingen tussen de forten langs en aan het
Juliana kanaal. Deze taak blijkt op dat moment
voor iedereen uitvoerbaar. Op alle plekken van
onze omgeving staat er wel iemand het laatste
nieuws te vertellen. Mijn moeder en ik bleken
het goed met elkaar te kunnen vinden ofschoon
het leek dat zij het verblijf van haar echtgenoot
in de bunkers in Born maar heel erg eng vond
en deze kennis maar heel beangstigend
aanvaarde.
36
Diverse soldaten van 1-ll-37RI
namen standplaats bij de
sluis in Born in het terugpomp
station. In deze stinkende
pompen werkplaats moesten
de dienstplichtige militairen
zich zien te vermaken met
lezen en liggen op de
strozakken en denken wat
komt er op ons af! Op 9 mei
1940 bleek mijn vader even
van zijn plichten te zijn
ontheven en daarom
verscheen hij per fiets nog
2 0 1 4
Ofschoon ons gezin maar drie
mensen groot was moest er
ook aan de toekomst worden
gedacht. En daarom deed
mijn vader in zijn vrije tijd nog
diverse kleine zelfstandige
zaakjes, hij verkocht worst en
sigaren aan liefhebbers zoals
slagers en winkels.Met dit
beetje extra geld beleefden
wij op vrije dagen heerlijke
uitstapjes. Mijn vader die zijn
tweede huis had ontdekt bij
de Fam. Hamers te
Grevenbicht, die een café met
zaal exploiteerden langs de
dijk van de Maas en
onderlangs de beek. Indien
even bij ons thuis om te
vertellen dat alles wel goed
zou komen omdat Nederland
niet voor de oorlog wilde
kiezen.
T - A r s e n a a l
Wij
kregen
veel
ansichtkaarten van mijn vader
(porto vrij) thuis gestuurd,
waarin altijd de spanning en
dreiging van de op stapel
staande oorlog werd
omschreven. Een heel enkele
keer vertelde mijn moeder,
het is toch jammer dat Pieter
er niet is want zijn studie om
zich verder te bekwamen in
het ontwerpen van modellen,
kwam zeer zeker in de knel.
En de Mosa waar hij werkte
moest het doen zonder een
bekwaam medewerker die
altijd zijn uiterste best deed
om iets nieuws te bedenken in
het vervaardigen van
porselein, in die tijd begeerd
door iedereen. Hij deed zijn
uiterste best om een goed
loon mee naar huis te
brengen maar in die tijd
moest men hard en lang
werken om een gezin te
onderhouden.
moeder en ik op bezoek
kwamen werden wij als zijnde
de eigen kinderen begroet
met veel vlaai en koffie. En
als Maastrichtenaar vergeet je
dit nooit. De “zoete inval”
waar vele militairen in de zaal
op strozakken sliepen is
helaas in vergetelheid
geraakt. Bij mijn bezoeken
aan Grevenbicht bleek elk
fietstochtje een hindernis race
te zijn om maar niet in de
“koe-flatten” = koeienvlaaien
te rijden die er rijkelijk
aanwezig waren omdat elk
van de inwoners enkele
koeien liet grazen op de
uiterwaarden langs de Maas.
En deze tegen melktijd elk
zijn eigen weg naar de stal
terug vonden. Wat waren er
een vliegjes die je teisterden
als je door de straten fietsten.
Natuurlijk het voedsel lag op
straat tussen de keien en het
grind, goede bestrating kwam
later. De “gastvrijheid” van
moeder Hamers kwam snel te
einde want de dreiging tot
oorlog werd merkbaar.
(troepen verplaatsingen door
de Duitsers)
De sluis moest kost wat kost
verdedigd worden want bij
vernietiging had het geen zin
het kanaal te verdedigen
omdat het hoger gelegen
kanaalvak zou leeglopen. Met
het gevoel van dienst
betrachting vertrok mijn vader
richting sluis Born. Naar later
bleek voor de laatste keer.
Mijn moeder en de buren
hadden aangedrongen te
blijven maar uit plicht vertrok
hij in de late avond naar zijn
onderdeel, waar op dat
moment de spanning hoog
bleek te zijn.
37
Mijn vader Pieter is toen vrijwillig een
versperring gaan aanbrengen om de vijand de
doortocht te verhinderen met de woorden “ik
zal ze nog even tegen houden “. Helaas deze
daad heeft hij moeten bekopen met de dood.
Hij werd geraakt door een Duitse kogel aan zijn
hoofd en overleed ter plekke om 8 uur in de
morgen. (10 uur eerder was hij bij vrouw en
kind) Deze helden daad bleek grote gevolgen
voor ons kleine gezin. Mijn Opa nam ons mee
naar zijn eigen woning in Limmel waar wij met
17 mensen vier kamers bewoonden. De oorlog
c o m p a n y
De vijand stond aan de grens en men had al
enkele “nep”soldaten gevangen genomen die
met motoren en zijspan de grens waren over
gekomen, verkleed als Nederlands militair. Na
een spannende nacht waarbij mijn vader de tijd
kreeg motoren en zijspan de grens waren over
gekomen, verkleed als Nederlands militair. Na
een spannende nacht waarbij mijn vader de tijd
kreeg om een kaartje naar zijn naaste familie te
schrijven en waar hij verwoorde “het is echt
spannend “. In de morgen van 10 mei 1940
verschenen de vijandelijke troepen bij het
kanaal die met zware wapens onze troepen
snel wisten te overmeesteren. Het aanvallen
van de Duitsers ging beslist niet zonder
verliezen gepaard want het handje vol
Nederlandse “helden “ die hebben zich verzet
met lichte mitrailleurs en weinig kogels tot het
uiterste. Luitenant Bekkering heeft toen het
bevel gegeven terug te trekken.
hebben wij samen beleeft als een strijd om te
overleven mijn moeder (naar later bleek) heeft
dit geestelijk nooit kunnen aanvaarden.Nooit
heeft zij een woord kunnen praten over het
verdriet dat de Duitsers ons hadden aangedaan
om een mooi gezin met zoveel toekomst in de
vernieling te helpen.(Wil er verder niet op
ingaan!)
Harie Custers in uniform, links zijn grafsteen op
de Grebbeberg. Dat de Oorlogsraven stichting
soms door de bomen het bos niet meer zag met
de duizenden doden, blijkt ook uit de gegevens
op het graf van Custers. Zowel zijn geboortejaar
als zijn sterfdag staan fout vermeld!
38
GERARDUS HENDRICUS CUSTERS
Door bekenden Harie genoemd, werd geboren
op 22 maart 1919 in Einighausen. Toen de
oorlog uitbrak woonde hij nog bij zijn familie.
Nadat Custers op 10 mei 1940 zwaargewond
naar het Sittardse ziekenhuis was afgevoerd,
leek hij een dag later aan de beterende hand te
zijn. Hij was aanspreekbaar en kreeg onder
andere bezoek van zijn ouders. Op de twaalfde
2 0 1 4
Ons gezin bleek gebroken want het is nooit
meer geworden zoals voor 1940. Mijn moeder
haar hart bleek niet meer de juiste plaats in
haar lichaam te hebben, NOOIT heeft zij iets
verteld over haar verlies en de liefde voor haar
man, op 9 februari 1980 is zij overleden.In de
oorlogsjaren wilde zij kosten wat kost mij
beschermen want dit was haar vlees en
bloed.Nu kan ik met veel trots langs de sluis te
Born komen en even stil staan bij het
monument ter nagedachtenis aan mijn vader
Pieter Walraeven en zijn dienstmakker Harie
Custers die allebei in gedachte als de helden
van toen worden gezien.
T - A r s e n a a l
Wat ik zelf misschien als kind gemist heb zal ik
niet hebben meegekregen maar wel moest ik
alles zien uit te vinden hoe plak je de band van
je fiets, hoe krijg ik een spijker die krom is weer
recht? Hoe moet je aan eten komen als er geen
geld voorhanden is? Mijn vader bleek wel een
held volgens vriendjes, die hadden wel aan
elke hand een ouder. Een bescheiden pensioen
viel mijn moeder ten deel Fl.500,= per jaar.
Gelukkig hadden wij ook nog goede buren die
wel eens iets over de draad hebben gezet.
Deze buren waren bij de N.S.B. misschien
schaamden zij zich voor het verlies van de
buurvrouw,die haar man had verloren. Dit
hebben wij nooit kunnen achterhalen want ze
zijn vertrokken op het einde van de oorlog en
nooit meer gezien. Zo moeten wij allemaal
ervaren dat vijanden ook soms vrienden kunnen
zijn!
ging Harie's situatie plotseling snel achteruit.
Er werd een priester opgeroepen die hem de
laatste sacramenten gaf. Een paar uur later
overleed Harie Custers. Hij werd slechts 21. Na
de oorlog werd zijn lichaam herbegraven op
het Nederlandse ereveld bij de Grebbeberg.
In 1948 ontvingen beide soldaten postuum het
Bronzen Kruis wegens getoonde heldenmoed. In
2005 werd bij de sluis in Born een monument
voor hen onthuld.
BRONNEN GEBRUIK:
Privé archief Piet Walreaven voor tekst en foto’s
https://sites.google.com/site/oorloginlimburg/home/
invasie01/invasie02/bron
39
ADVERTENTIE PAGINA
T - A r s e n a a l
LEZERS VAN ‘ T ARSENAAL KORTING
VRAAG NAAR DE VOORWAARDEN BIJ JOPIES WEBSHOP
2 0 1 4
.
Nieuw:
de 4-daagse Hi-tec wandelschoen
Het mooie weer is weer in aantocht, korte-broeken, afrits-broeken, T-shirts, zomerbodywarmers en heel veel andere leuke dingen. Profiteer van leuke aanbiedingen in
onze winkel of bestel via onze webshop.
http://www.jopieswebshop.nl
T - A r s e n a a l
ADVERTENTIE PAGINA
2 0 1 4
AFDELING ROERMOND
VOORZITTER
Frits Paulissen voor actuele informatie
Telefoon: 0475-350395
Via-email:[email protected]
http://www.wapenbroederszuidelijknederland.nl/roermondbestuur.htm
KOVOM - UNV
IMOSPHINX ACADEMY BELGIUM
Contact informatie
INTERESSE?
Voor meer actuele informatie:
http://www.kovom.net/
Of per email:
[email protected]
Per Post aan:J.M.van Dijk
Van Eesterenplein 274
3315 KX Dordrecht
Postadres:
Duinenstraat 21
B 8450 BREDENE (B)
Internet: http://www.imossphinx.eu
Email: [email protected]
Telefoon: +32(0)59- 32.33.68.
Interallied Military Organization Sphinx
Nationale Vriendenkring der Veteranen van de Strijdkrachten
http://www.nvvs-anvfa.be
41