1 EXAMENREGLEMENT MAVO LVO-WEERT
Download
Report
Transcript 1 EXAMENREGLEMENT MAVO LVO-WEERT
EXAMENREGLEMENT
MAVO
LVO-WEERT
Versie 16 september 2014
Inhoudsopgave
pagina
1. Begripsbepaling
2
2. Indeling examen
2
3. Organisatie van het examen
2
3.1. Schoolexamen
2
3.2. Centraal Schriftelijk Examen
3
3.3. Nadere aanwijzingen voor het Centraal Schriftelijk examen
4
3.4. Cijfergeving
3.4.7.
Correctie Centraal Schriftelijk Examen
3.4.8.
Slaag-/zakregeling
3.4.9.
Uitslag
3.4.10.
Herkansing
3.4.14.
Diploma en cijferlijst
3.4.15.
Certificaten
3.4.16.
Gegevensverstrekking aan minister en inspecteur
5
5
6
7
7
7
7
8
3.5.
8
Bewaarplicht examenwerk
4. Onregelmatigheden
8
4.1.
Procedure onregelmatigheden
8
4.2.
Geheimhouding
9
4.3.
Commissie van beroep
10
5. Afwijkende wijze van examineren
10
6. Spreiding examen
11
7. Bijzondere bepalingen
11
1
EXAMENREGLEMENT
MAVO
LVO-WEERT
Versie 16 september 2014
1. Begripsbepaling
In dit reglement wordt verstaan onder
‘LVO’:
stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, gevestigd te
Sittard;
‘het bevoegd gezag’:
de centrale directie van LVO Weert namens het college van
bestuur van LVO;
‘directeur’:
de locatiedirecteur of degene aan wie hij de taak
gedelegeerd heeft;
‘examinator’:
degene die belast is met het afnemen van het examen;
‘kandidaat’:
een ieder die door het bevoegd gezag tot het examen wordt
toegelaten;
‘examenprogramma’:
kennis, vaardigheden en inzicht die de kandidaat moet
hebben om aan de exameneisen te voldoen.
‘PTA’:
programma van toetsing en afsluiting; inhoud en organisatie
van het schoolexamen
‘schoolexamen’:
SE; dat deel van het examen dat door de school zelf wordt
afgenomen en wordt beoordeeld volgens de door de minister
bepaalde voorschriften;
‘centraal examen’:
CE; examen, afgenomen als onderdeel van het landelijk
examen; CSE; schriftelijk examen, afgenomen als onderdeel
van het landelijk examen
‘CvTE’:
College voor Toetsen en Examens; waarborgt de kwaliteit en
de organisatie van de examens.
2. Indeling examen
Het examen bestaat voor elk vak uit een schoolexamen, of uit een centraal examen, of
uit een schoolexamen én een centraal examen. Het centraal examen bestaat,
afhankelijk van het vak, uit een centraal schriftelijk examen, eventueel digitaal, al dan
niet aangevuld met een centraal praktisch examen.
3. Organisatie van het examen
3.1. Schoolexamen (SE)
3.1.1.
Het schoolexamen MAVO bestaat uit een examendossier en omvat
toetsen, praktische opdrachten*, handelingsdelen * en het
sectorwerkstuk**. De inhoud en organisatie van het schoolexamen
staan in het PTA (programma van toetsing en afsluiting).
*)
Voor elke praktische opdracht geldt een uiterste inleverdatum. In overleg met
de docent kan uitstel verleend worden tot een maximum van 5 werkdagen.
Een kandidaat die in gebreke blijft krijgt voor de betreffende opdracht het
cijfer 1,0.
2
De beoordeling van een handelingsdeel wordt weergegeven in de kwalificatie
‘goed’, ‘voldoende’, of ‘onvoldoende’. Vóór het begin van het CE dienen alle
handelingsdelen ten minste ‘voldoende’ te zijn afgerond. Indien de kandidaat
het handelingsdeel of de handelingsdelen nog niet met ‘voldoende’ of ‘goed’
heeft afgerond, dan ontvangen de kandidaat en ouders, verzorgers of voogd
een aangetekende brief van de directeur met daarin de mededeling dat de
kandidaat een onregelmatigheid heeft begaan. Wanneer een kandidaat zich
aan het schoolexamen onttrekt of zich ten aanzien van het schoolexamen of
een deel daarvan aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, is het gestelde
in lid 4 van het Examenreglement van LVO-Weert, van overeenkomstige
toepassing.
**)
Uit het sectorwerkstuk voor MAVO en de bijbehorende presentatie blijkt dat de
kandidaat geïntegreerde kennis, vaardigheden en inzicht heeft die in de
betreffende sector van betekenis zijn.
3.2.
Centraal Schriftelijk Examen (CSE)
3.2.1.
Het centraal schriftelijk examen wordt afgenomen op de door het
CvTE vastgestelde data in de door de directeur aangewezen
lokalen.
3.2.2.
De kandidaten maken het examen onder toezicht van zoveel
personeelsleden als voor een zorgvuldig verloop noodzakelijk is; de
directeur regelt het toezichtrooster.
3.2.3.
Over het verloop van elk examen wordt een proces-verbaal
opgemaakt; elke toezichthouder ondertekent dit. In het procesverbaal staan minstens de namen van de kandidaten; de namen
van de toezichthouders; de datum, begin- en eindtijd van het
examen; het examenvak; tijdstip van binnenkomst en vertrek, indien
deze afwijken van de begin- en eindtijd van het examen; alle
bijzonderheden die van belang zijn voor de vereiste zorgvuldigheid
bij het afnemen van het examen.
3.2.4.
Vóór de aanvang van elk examen leest een toezichthouder hardop
de tekst voor op het schutblad van de examenopgaven. Bij aanvang
verwijdert hij de verzegeling in aanwezigheid van alle kandidaten.
Als een deel van de kandidaten in een ander lokaal is
ondergebracht, en dit leidt tot oponthoud, kan de gemiste tijd aan
het eind van de zitting worden ingehaald.
3.2.5.
De opgaven worden onmiddellijk na verwijdering van de
verzegeling in volkomen stilte uitgedeeld.
3.2.6.
De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een centraal
examen blijven in het examenlokaal tot aan het einde van de zitting.
3.2.7.
De kandidaten mogen vanaf één uur na aanvang van het examen
het lokaal verlaten en vervolgens om het kwartier, op aangeven van
één van de toezichthouders. Men kan ook ervoor kiezen de
kandidaten tot het einde van de zitting in het examenlokaal te laten
verblijven.
3.2.8.
Tot een half uur na aanvang van de zitting mag een kandidaat die
te laat komt in het lokaal worden toegelaten. Op de reguliere
eindtijd levert hij zijn werk in. Een kandidaat die zonder geldige
reden meer dan een half uur te laat komt, wordt van het examen in
3
3.2.9.
3.3.
dat vak uitgesloten, krijgt daarvoor het cijfer 1,0 en wordt naar het
tweede tijdvak verwezen om dat vak te herkansen en daarmee zijn
examen compleet te maken. (Zie artikel 3.3.11., 3.3.12. en 3.3.13.)
Meteen na afloop van het examen levert een toezichthouder het
examenwerk en het proces-verbaal in bij de examensecretaris.
Nadere aanwijzingen voor het Centraal Schriftelijk Examen
3.3.1.
De toezichthouders ontvangen vóór het begin van het centraal
schriftelijk examen duidelijke schriftelijke instructies.
3.3.2.
De kandidaten ontvangen vóór het begin van het centraal
schriftelijk examen duidelijke schriftelijke instructies.
3.3.3.
De school verstrekt het examenpapier en kladpapier, tenzij dit
papier door de commissie belast met de vaststelling van de
opgaven is verstrekt.
3.3.4.
De kandidaat plaatst zijn naam en examennummer op het
examenpapier.
3.3.5.
Omtrent de opgaven mag niemand mededelingen doen of
inlichtingen verstrekken aan de kandidaten, behalve de officiële
mededelingen van het CvTE.
3.3.6.
De kandidaat mag geen boeken, logaritmetafels, tabellen of andere
hulpmiddelen gebruiken, met uitzondering van de hulpmiddelen
waarvan het gebruik is toegestaan door de commissie die belast is
met de vaststelling van de opgaven. De toegestane hulpmiddelen
worden in het examenlokaal door de toezichthouders
gecontroleerd.
3.3.7.
Het schrijven met potlood is niet toegestaan. De volgende zaken
dienen buiten de examenzaal te blijven: tipp-ex(-pen), hoes van
elektronische rekenapparaten, alle overige elektronische apparaten.
3.3.8.
Zonder toestemming van een toezichthouder mag een kandidaat
het examenlokaal niet verlaten. Krijgt de kandidaat toestemming,
dan dient een toezichthouder hem te begeleiden.
3.3.9.
Een kandidaat die onwel wordt kan onder begeleiding van een
toezichthouder het examenlokaal verlaten. Na overleg met de
kandidaat beslist de directeur of de kandidaat het werk later kan
hervatten. Wordt het werk hervat, dan kan de directeur toestaan dat
de kandidaat de gemiste tijd inhaalt na het einde van de zitting.
Hervat de kandidaat het werk niet, dan kan de directeur, indien
mogelijk na overleg met de kandidaat, vóór het einde van de zitting
het betreffende examenwerk ongeldig verklaren. De kandidaat
wordt dan geacht met een geldige reden verhinderd te zijn om aan
het betreffende examen deel te nemen.
3.3.10.
Vóór het verlaten van het examenlokaal levert de kandidaat zijn
werk bij een toezichthouder in.
3.3.11.
Indien een kandidaat verhinderd is aan een of meer onderdelen van
het centraal schriftelijk examen deel te nemen, dient een ouder,
verzorger of voogd de directeur binnen 48 uur een schriftelijke
verklaring te overleggen, waaruit de reden van verhindering blijkt.
Een meerderjarige kandidaat dient deze verklaring zelf in. De
directeur bepaalt of de opgegeven redenen geldig zijn in de zin van
artikel 45 van het ‘Eindexamenbesluit vwo-havo-MAVO-vbo’.
4
3.3.12.
3.3.13.
3.4.
Een kandidaat die aan één of meer onderdelen van het centraal
examen niet deelneemt, wordt verwezen naar het tweede of derde
tijdvak.
Een kandidaat die verhinderd is aan één of meer onderdelen van
het tweede tijdvak deel te nemen, wordt in de gelegenheid gesteld
het centraal examen te voltooien in het derde tijdvak, ten overstaan
van de staatsexamencommissie
Cijfergeving
3.4.1.
Het eindcijfer voor een vak wordt bepaald door het gemiddelde van
het cijfer voor het schoolexamen (SE) en het cijfer voor het centraal
schriftelijk examen (CSE) en of het centraal praktisch examen
(CPE). Dit eindcijfer is een geheel cijfer in de reeks 1 tot en met 10.
3.4.2.
Het gemiddelde SE cijfer wordt berekend in de verhouding die in
het reglement schoolexamen bij de afzonderlijke vakken staat
aangegeven. Per vak moeten de cijfers op 1 decimaal nauwkeurig
gegeven worden. Bij een vak met alleen een SE is het SE cijfer,
uitgedrukt in een geheel cijfer, tevens het eindcijfer.
3.4.3.
Indien een vak alleen een SE afneemt, worden de twee decimalen
achter de komma lager dan 50 naar beneden afgerond; 50 of hoger
naar boven
(vb.: 6,49 wordt 6; 6,50 wordt 7).
3.4.4.
Het SE cijfer van vakken met een CSE en/of CPE wordt tot op 1
decimaal afgerond; deze decimaal wordt met 1 verhoogd als de
tweede decimaal 5 of hoger is
(vb.: 5,44 wordt 5,4; 5,45 wordt 5,5; 5,46 wordt 5,5)
3.4.5.
De examinator bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig
gemiddelde van het SE cijfer en het CE cijfer. Is dit gemiddelde niet
een geheel getal, dan wordt, indien de cijfers achter de komma 45
of minder zijn, naar beneden afgerond; indien deze 50 of meer zijn,
naar boven afgerond
(vb: 6,45 wordt 6; 6,50 wordt 7).
3.4.6.
Niet van toepassing
3.4.7.
Correctie centraal schriftelijk examen
3.4.7.1.
3.4.7.2.
3.4.7.3.
De examensecretaris geeft het gemaakte werk met een
exemplaar van de opgaven, het door het CvTE
voorgeschreven correctiemodel, de regels voor het bepalen
van de score en het proces-verbaal aan de examinator. De
examinator kijkt het werk na en geeft het met zijn
beoordeling terug aan de examensecretaris. Bij zijn
beoordeling past de examinator de CvTE-voorschriften enregels toe.
Aansluitend stuurt de examensecretaris de complete stukken
naar de tweede corrector (gecommitteerde).
De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk;
hij past de CvTE-voorschriften en -regels toe.
5
3.4.7.4.
3.4.7.5.
3.4.7.6.
3.4.7.7.
3.4.8.
In onderling overleg stellen de gecommitteerde en de
examinator de score voor het centraal examen vast.
Zij dienen er alles aan te doen om tot overeenstemming te
komen; middelen is niet vanzelfsprekend.
Komen zij niet tot overeenstemming, dan vindt op initiatief
van het bevoegd gezag van de gecommitteerde overleg
plaats tussen het bevoegd gezag van de eerste en de
tweede corrector en daarna eventueel met de examinator en
de gecommitteerde. Indien het geschil door het bevoegd
gezag van beide scholen niet kan worden opgelost, wijst de
inspectie een derde, onafhankelijke gecommitteerde aan.
Het oordeel van deze gecommitteerde is bindend.
De omrekening van score CE naar cijfer CE komt tot stand
door toepassing van de normering van het CvTE.
Slaag-/zakregeling MAVO
De examenkandidaat is geslaagd als hij:
Alle eindcijfers 6 of hoger zijn;
Alle cijfers gehaald bij het centraal examen gemiddeld een
5,5 zijn (dus met een gemiddelde van 5,49 ben je gezakt);
Ten hoogste één 5 heeft en al je andere eindcijfers 6 of
hoger zijn;
Ten hoogste één 4 heeft, al zijn andere eindcijfers 6 of hoger
zijn en ten minste één 7 of hoger;
Voor twee vakken een 5 heeft, al zijn andere eindcijfers 6 of
hoger zijn en ten minste één 7 of hoger.
Het vak Nederlands moet ook worden afgesloten met
minimaal het cijfer 5 ( referentiekader ).
En:
Voor Kunstvakken 1, Lichamelijke Opvoeding en voor het
sectorwerkstuk minstens de kwalificatie 'voldoende' heeft
behaald.
De kandidaat doet weliswaar geen centraal examen
Maatschappijleer 1, maar het vak telt wel mee in de
uitslagregeling!
Als de kandidaat dus een compensatie-7 nodig heeft, mag
die bij het vak maatschappijleer 1 staan. En als hij een 3
haalt voor Maatschappijleer 1, is hij gezakt.
De kandidaat kan slagen op grond van 6 cijfers en
maatschappijleer 1. Een kandidaat die een 7e vak volledig
heeft gevolgd en daarbij het examen heeft afgelegd, mag
onder bijzondere omstandigheden een niet verplicht of een
niet sector gebonden vak inzetten om alsnog te voldoen aan
de slaagregeling.
NB: De rekentoets wordt in 2013-2014 ingevoerd; voor
alle leerlingen is deze dan een verplicht onderdeel van het
6
examen. Echter, tot 2015-2016 maakt de rekentoets nog
geen deel uit van de slaag-/zakregeling. Wel komt het cijfer
ter informatie voor het vervolgonderwijs op de cijferlijst.
3.4.9.
Uitslag
Een MAVOleerling heeft 7 eindcijfers die meewegen in de
slaag-/zakregeling: de cijfers voor Nederlands en Engels, voor 4
sectorvakken en het cijfer voor Maatschappijleer. Eventueel komt
daar het cijfer voor het extra vak nog bij.
3.4.10.
Herkansing
De kandidaat die niet voldoet aan de in 3.4.8. genoemde
voorwaarden is afgewezen, behoudens de mogelijkheid tot
herkansing.
De kandidaat heeft, nadat de uitslag is vastgesteld, het recht om
voor 1 vak van het eindexamen, waarin hij reeds centraal examen
heeft afgelegd, in het tweede tijdvak of, indien artikel 45 eerste lid
Eindexamenbesluit van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw
deel te nemen aan het centraal examen.
De directeur bepaalt uiterlijke dag en tijdstip, waarop de kandidaat
hem zijn cijferlijst en gewaarmerkte kopieën kan overhandigen en
schriftelijk melden dat hij van de herkansing, bedoeld als in 3.4.10.
gebruik maakt.
Het hoogste van de beide cijfers, behaald bij het eerder afgelegde
centraal examen en bij de herkansing, geldt als definitief cijfer voor
het centraal examen.
3.4.11.
3.4.12.
3.4.13.
3.4.14.
Diploma en cijferlijst
Op grond van de definitieve uitslag geeft de directeur elke
kandidaat de lijst van het SE cijfers, CE cijfers en eindcijfers; de
uitslag van het examen. Elke geslaagde kandidaat ontvangt één
uniek exemplaar van zijn diploma.
Heeft een kandidaat in meer vakken examen gedaan en deze
vakken zijn niet bij de bepaling van de uitslag betrokken, dan
bepaalt de kandidaat welke cijfers op de lijst worden opgenomen.
De directeur en de examensecretaris ondertekenen elke cijferlijst en
elk diploma.
3.4.15.
Certificaten
Een kandidaat die definitief is afgewezen en die de school verlaat,
kan zijn cijferlijst als certificatenlijst gebruiken.
7
3.4.16.
Gegevensverstrekking aan minister en inspecteur
Na de vaststelling van de uitslag stuurt de directeur de minister en
de inspecteur een volledige kandidatenlijst, waarop staan vermeld
De vakken, waarin examen is afgelegd;
De cijfers van het SE;
De cijfers van het CE;
De eindcijfers;
De uitslag van het examen of deelexamen.
3.5. Bewaarplicht examenwerk
De school bewaart het werk van het CSE en de in 3.4.14. genoemde
lijsten minstens tot 1 januari van het jaar, volgend op de vaststelling van
de uitslag. Inzage is alleen mogelijk voor de betreffende kandidaat in het
bijzijn van de directeur, nadat de kandidaat de directeur schriftelijk hierom
verzocht heeft.
De school bewaart de reguliere toetsen totdat de leerling zijn persoonlijk
examendossier heeft geautoriseerd.
4. Onregelmatigheden
4.1. Procedure onregelmatigheden
4.1.1.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het
eindexamen, dan wel ten aanzien van een aanspraak op vrijstelling,
aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan
de directeur maatregelen nemen.
4.1.2.
Indien de toezichthouder vermoedt dat een kandidaat zich schuldig
maakt aan enige onregelmatigheid, stelt hij de kandidaat hiervan
onmiddellijk in kennis.
4.1.3.
Als het mogelijk is, wordt de kandidaat in staat gesteld het werk af
te maken. In geval van schriftelijk werk, krijgt de kandidaat een
nieuw antwoordblad. De toezichthouder tekent de onregelmatigheid
op het oorspronkelijke antwoordblad aan en neemt dit in beslag.
4.1.4.
De toezichthouder stelt de directeur in kennis van de
geconstateerde onregelmatigheid.
4.1.5.
De directeur stelt een onderzoek in, waarbij de betrokkenen
gehoord worden. De kandidaat kan zich laten bijstaan door een
door hem aan te wijzen meerderjarige.
4.1.6.
Na het onderzoek kan de directeur beslissen over te gaan tot de
volgende maatregelen, al dan niet in combinatie met elkaar:
4.1.6.1. Het toekennen van het cijfer 1,0 voor een toets of een
praktische opdracht van het SE of het CE;
4.1.6.2. Het toekennen van het cijfer 1,0 voor een toets of een
praktische opdracht van het SE of het CE, waarbij tevens het
recht op herkansing van het betreffende onderdeel vervalt;
4.1.6.3. Het ontzeggen van deelname of verdere deelname aan één
of meer zittingen van het SE of CE;
8
4.1.6.4.
Het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het
reeds afgelegde deel van het SE of CE;
4.1.6.5. Het opleggen van een hernieuwd examen in door de
directeur aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd
examen, zoals bedoeld in de vorige volzin, betrekking heeft
op één of meer onderdelen van het centraal examen, dan
legt de kandidaat dat examen af in het volgende tijdvak van
het centraal examen, dan wel ten overstaan van de
staatsexamencommissie.
4.1.7. De directeur deelt de kandidaat en zijn ouders/verzorgers of
voogd deze beslissing schriftelijk mee en wijst op het bepaalde in
4.1.8. Een afschrift wordt de inspecteur van het voortgezet
onderwijs toegestuurd.
4.1.8. De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur in beroep
gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen
‘Commissie van Beroep Eindexamenaangelegenheden’ (zie
4.3.1.). De voorzitter van de commissie van beroep is de directeur
van een van de beide ander locaties van LVO-Weert. Naar gelang
de klacht stelt de voorzitter een adequate commissie van beroep
in van minstens drie leden. De kandidaat dient schriftelijk beroep
aan te tekenen bij deze commissie binnen vijf werkdagen nadat hij
de schriftelijke kennisgeving van de beslissing heeft ontvangen.
De commissie van beroep neemt het beroep binnen 15
werkdagen in behandeling en stelt een onderzoek in. De
commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de
kandidaat alsnog in de gelegenheid wordt gesteld het eindexamen
geheel of gedeeltelijk af te leggen. De commissie van beroep deelt
haar beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat; aan diens
ouders/verzorgers of voogd indien de kandidaat minderjarig is;
aan de voorzitter van de centrale directie en aan de inspecteur
van het voortgezet onderwijs.
4.2.
Geheimhouding
Iedereen die betrokken is bij de uitvoering van deze beslissing en die de
beschikking krijgt over gegevens waarvan hij weet of redelijkerwijs kan
vermoeden dat deze vertrouwelijk zijn, en voor wie niet reeds uit hoofde
van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt,
is verplicht tot geheimhouding van deze gegevens, tenzij de wet hem tot
bekendmaking verplicht ofwel bekendmaking van de gegevens
noodzakelijk is bij het uitvoeren van de beslissing.
9
4.3.
Commissie van beroep
4.3.1. De in 4.1.8. bedoelde commissie van beroep is door de directeur
van de locatie ingestelde ‘Commissie van Beroep
Eindexamenaangelegenheden’. Zij bestaat uit minstens 3 leden;
de directeur maakt geen deel uit van deze commissie.
4.3.2. Een beroepschrift dient gericht te worden aan de voorzitter van de
Commissie van Beroep Eindexamenaangelegenheden op het
adres van de betreffende locatie:
p/a Het College, Parklaan 1A, Postbus 69, 6000 AB Weert
p/a Het Kwadrant, Thornstraat 7, Postbus 140, 6000 AC Weert
p/a Philips van Horne, Wertastraat 1, Postbus 190, 6000 AD Weert
5. Afwijkende wijze van examineren
5.1.
De directeur kan toestaan dat een lichamelijk of geestelijk gehandicapte
kandidaat het examen of het schoolexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op
een wijze die is aangepast aan demogelijkheden van de kandidaat. In dat
geval bepaalt de directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd.
De directeur meldt dit bij de inspectie.
5.1.1.
Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke
handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde
aangepaste wijze van examineren dat:
a.
b.
c.
5.1.2.
er een deskundigenverklaring is die door psycholoog of
orthopedagoog is opgesteld,
de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal
examen in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de
duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met
ten hoogste 30 minuten, en
een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor
zover daartoe in de onder a. genoemde deskundigenverklaring
ten aanzien van betrokkene een voorstel wordt gedaan dan wel
indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de
begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
De directeur kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die
met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt ten
hoogste 6 jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor
wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het vak
Nederlandse taal of tot enig vak waarbij het gebruik van de
Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken
van de voorschriften gegeven bij of krachtens dit besluit. Voor zover
wordt afgeweken van de voorschriften wordt deze afwijking
meegedeeld aan de inspectie. De afwijking kan voor zover dit het
centraal examen betreft slechts bestaan uit een verlenging van de
duur van het examen met ten hoogste 30 minuten en het toestaan
10
5.1.3.
5.1.4.
van het gebruik van een verklarend woordenboek van zijn eigen
taal naar het Nederlands.
Voor kandidaten die door langdurige ziekte of overmacht
belemmerd worden om zich voor te bereiden op een geheel
eindexamen is het mogelijk om gespreid examen te doen. Zij zullen
net zoals de kandidaten die in één jaar een geheel examen
afleggen onvoldoendes mogen
compenseren. (zie artikel 59, Eindexamenbesluit)
Indien een kandidaat meent in aanmerking te komen voor een
regeling zoals vermeld in artikel 5, dient hij daarvoor zo spoedig
mogelijk doch uiterlijk vóór 1 november een schriftelijk verzoek in bij
de secretaris van het examen.
De directeur beslist over dit verzoek.
6. Spreiding examen
De directeur kan, de inspectie gehoord hebbende, toestaan dat kandidaten die
tijdens het examenjaar langdurig ziek geweest zijn of die lange tijd buiten hun
schuld niet in staat geweest zijn het onderwijs te volgen, het eindexamen gespreid
over twee schooljaren afleggen.
7. Bijzondere bepalingen
7.1.1.
Elke kandidaat krijgt vóór 1 oktober van het examenjaar een
exemplaar van dit examenreglement en het reglement
schoolexamen/programma van toetsing en afsluiting. Iedere
kandidaat wordt geacht bekend te zijn met de inhoud van deze
documenten.
7.1.2.
Dit examenreglement treedt in werking op 1 augustus 2014
7.1.3.
Wijzigingen van dit reglement zijn eerst van toepassing op delen
van het schoolexamen dat afgenomen wordt na 1 oktober,
ingaande de wijzigingsdatum, tenzij de wijzigingen namens de
minister met onmiddellijke ingang worden voorgeschreven.
7.1.4.
In alle gevallen waarin dit reglement niet of niet naar billijkheid
voorziet, beslist de directeur van de betreffende locatie.
7.1.5.
Dit reglement kan geciteerd worden als
‘Examenreglement MAVO LVO-Weert’.
Vastgesteld per 16 september 2014
De examencommissie:
Dhr. R. Hulleman, examensecretaris MAVO
Dhr. G. Ceelen, examensecretaris HAVO/VWO
Dhr. P. Penders, Teamleider MAVO 3&4
11