Rodney Crowell David Crosby The Smiths Conor Oberst

Download Report

Transcript Rodney Crowell David Crosby The Smiths Conor Oberst

Heaven
TWEEMAANDELIJKS MUZIEKBLAD | JUL/AUG 2014 | JAARGANG 16 NUMMER 4 | € 6,95
P O P M A G A Z I N E DAT D E O R E N S P I T S T
kblad
ie
z
u
M
" or de
vo
fijnproever "
Natalie Merchant: muziek maken met een missie
rock
Hallo Venray
Bubbling under
pop
The Smiths
Made in UK
country/roots
Rodney Crowell
In de markt
folk/songwriter
Conor Oberst
Ondersteboven
wereld/reggae
Mamar Kassey
Woestijnblues
blues/jazz/soul
Kenny Wayne Shepherd
Gitaren en auto’s
extra
David Crosby
Aan de telefoon
Nits
Hollandse
meesters
The
Cats
Weerzien in
Volendam
BP
POP PALINGPOP
5 NUMMER 1-HITS, NOG 14
ANDERE SINGLES IN DE TOP
TIEN EN 22 IN DE TOP VEERTIG
- HET LEEUWENDEEL TUSSEN
1966 EN 1974. EN NU KRIJGEN
THE CATS EEN NIEUW LEVEN,
ZIJ HET ALLEEN OP DE PLAAT.
HUN VERZAMELDE OEUVRE
IS UIT, EN ZANGER-GITARIST
PIET VEERMAN (71) IS ER
ZIELSGELUKKIG MEE. “DIT IS
EEN MOOIE TIJD, NET ALS ONZE
BEGINTIJD.”
door Paul Stramrood
H
un vaders zaten al in groepen, dus
het sprak vanzelf dat Cees Veerman
en Arnold Mühren zich voegden bij
Electric Johnny & The Skyriders, en dat de
neven Jaap ‘de Koster’ Schilder en Piet ‘de
Koster’ Veerman de Everly Kosters vormden.
“We wisten van elkaars bestaan, maar dat we
bij elkaar kwamen danken we aan onze
dansleraar, Jan ‘Spruitje’ Buis. Iedereen in
Volendam heeft zo’n bijnaam.” De vier vonden elkaar in The Mystic Four, hernoemden
zich The Blue Cats en lieten Blue weer vallen
omdat zo veel groepen een kleur in hun
naam hadden, én omdat The Cats beter paste
op het basdrumvel van Theo Klouwer.
Piet Veerman legt een foto van The Cats op
tafel. We zitten in de zon aan het water. Op
de foto staat Klouwer in het midden. “Daar
heb ik lang over nagedacht. Theo heeft ons
vieren bij elkaar gehouden. Bij problemen,
en die hadden we weleens, vooral tussen de
twee voormalige koppels, was Theo de man
die raad wist. Hij was de voeger van The
Cats.” Het merendeel van de groep zat vóór
de muzikale carrière in de bouw. “We werkten bij Hein Schilder. Ik was bouwkraan­
machinist.”
Een volgende reünie is alleen fysiek al onmogelijk. Jaap Schilder leidt een teruggetrokken bestaan. Twee van de vijf zijn overleden,
Theo ‘Schuimpje’ Klouwer begin jaren nul,
Cees ‘Poes’ Veerman – geen familie van Piet
– afgelopen maart. “Ik kreeg ’s nachts een
telefoontje. Dan weet je het wel. Cees was
overleden, in Indonesië. Ik had het idee dat
hij heel graag nog eens had terug gewild
naar Nederland, maar dat dat om de een of
andere reden niet kon.”
BEGINDAGEN
Veerman en Veerman, ze waren de voorzangers in een groep van harmonieën. Wie The
Cats nauwkeurig beluistert, merkt dat de
stemmen buitengewoon lastig van elkaar
P 18 HEAVEN
Het eeuwige
leven van
The Cats
zijn te onderscheiden, en dat meezingen met
de eerste stem wel gaat maar met de andere
een stuk lastiger blijkt. “Het heeft een knappe tijd geduurd voor we wisten wat we wilden en konden. Onze voorbeelden waren de
The Hi-Lo’s en The Nylons. We hadden de
lead, het octaaf en de tweede en derde harmonie. We oefenden op zolder bij mijn moeder. Elke repetitie kwam het moment dat ze
de trap op kwam met vier kussentjes die ze
onder onze tappende voeten legde.”
The Cats
THE CATS COMPLETE
Negentien cd’s telt the cats
­complete, de zorgvuldig samen­
gestelde en zonder tierelantijnen verpakte box palingpop.
Elke elpee is voorzien van
historisch interessante bonustracks, vooral
singles die niet op lp zijn verschenen, met
achterkantjes. De remastering heeft de muziek
goed gedaan. De elpees klinken alsof ze gisteren zijn opgenomen met beduidend betere
apparatuur dan die van de jaren zestig en
zeventig, hun toptijd. Vijftig jaar na hun eerste publieke optreden op 30 april 1964, een
Koninginnedagconcert dus, zijn ze compleet.
Radio Veronica luidt het begin van hun carrière in. “We wilden wel eens weten wat het
publiek van ons vond, en vooral hoe ver we
waren. Onze eerste talentenjacht, van North
State, dat sigarettenmerk, verloren we. Dat
was niet zo gek, de winnaar was een professional. De rest hebben we gewonnen. Die
talentenjachten waren zo anders dan tegenwoordig. Je trok toen het hele land door. Nu
zit het hele land voor de tv. Bij Veronica
wonnen we een platencontract.” Dat is bij
een kleine maatschappij, Durlaphone. The
Cats brengen een paar singles uit, zonder
succes, ondanks hun toenemende populariteit live.
Jan ‘Tuf’ Buys heeft ze geld voorgeschoten
en reist op zijn brommer stad en land af om
optredens te versieren. Hij is dus hun manager. Volgens hem moeten ze naar een
grote platenmaatschappij. EMI Bovema
heeft belangstelling en begin 1966 tekenen
ze. Vanaf dan zijn The Cats vaste bewoners
van de Veronica Top-40. Ze hebben ten minste twee invloedrijke fans: Willem van
Kooten alias Joost den Draaijer, Veronica’s
beste dj, en Jip Golsteijn, popjournalist van
De Telegraaf en in 1973 auteur van de
­biografie The Cats, Een Hollands Succes­
verhaal.
EEN MENGELING VAN HARMONIE, EMOTIE EN MELANCHOLIE
En dan… Amerika
Lost On Larrabee heet het café
in Hollywood waar The Cats hun
vrije tijd doorbrachten. Veel meer
dan dat café en de studio hebben
ze niet gezien bij de opnames
van love is in your eyes, het eerste van hun twee Amerikaanse
albums. Lost On Larrabee heet
ook het historisch uitstekende
boek van Johan Tol en Michel
Veerman, chroniqueurs van The
Cats. De Volendamse groep was
in Amerika de beoogde opvolger
van Creedence Clearwater Revival
bij het label Fantasy. CCR ruziede
zich dood. The Cats deden dat
ook, maar zonder in Amerika de
sterrenstatus te halen. Een paar
fragmenten uit het boek.
Waarom gingen The Cats naar
Amerika?
Roel Kruize, directeur Bovema:
The Cats anno 1970: (vlnr) Jaap Schilder (gitaar,
piano, zang), Arnold Mühren (bas, zang),
Theo Klouwer (drums), Piet Veerman (zang, gitaar)
en Cees Veerman (zang, gitaar).
GLORIEDAGEN
What A Crazy Life (1966) is de eerste hit,
gevolgd door onder meer Sure He’s A Cat
(1967), het protestlied What’s The World
Coming To (1967) en Turn Around And Start
Again. (1968). Die laatste single, geschreven
door het Britse duo Peter Greenaway &
­Roger Cook, laat het typische geluid horen
dat Joost den Draaijer taalgevoelig ‘palingpop’ noemt. The Cats ontwikkelen in hoog
tempo hun harmonieën, producer Klaas
­Leyen en arrangeur Wim Jongbloed leveren
de orkestrale omlijsting met blazers en strijkers. “Willem arrangeerde ons in een semi­
klassieke stijl. Essentieel bij ons zijn de
­melodielijnen. Die palingsound is een mengeling van harmonie, emotie en melancholie.
De melancholie komt natuurlijk uit de vissersliedjes, die wij van onze ouders mee kregen, en die weer van hún ouders.”
Times Where When (1968) haalt de tweede
plaats en dan is het tijd voor hun eerste
nummer 1 hit: Lea. De tranentrekker bezingt
hun fan Lia, op weg naar een optreden om
P 19 HEAVEN
‘Ook vanwege de spanningen die er waren. Er was
al sprake, vlak voordat ze
dit project gingen doen,
dat er wel eens een einde aan
kon komen. De verkoopcijfers
waren a­ llemaal fantastisch maar
onderling heerste er een soort
vermoeidheid na tien jaar, en Piet
had ook wel eens het gevoel van
wat wij met z’n vijven kunnen, kan
ik misschien ook wel alleen. Ze
waren gewoon op elkaar uitgekeken, waren vermoeid.”
Bob Mercer, Fantasy Records:
“Nu Creedence uit elkaar is zoeken we al jaren desperaat naar
een opvolger. Die dachten we in
Redwing te vinden, maar dat kunnen we nou wel vergeten, denk
ik. Echt waar: The Cats zijn onze
enige hoop op dit ogenblik. Nu
het leven gekomen bij een auto-ongeluk. Die
twee doorbraakhits markeren ook de eerste
teleurstellingen. Cees moet definitief plaats
maken voor Piet als solozanger. “Dat moet
hem pijn hebben gedaan. Times Where When
paste beter bij mij, vond iedereen. Ik was
hartstikke blij met Cees naast me ter ondersteuning. Hij dubbelde altijd zijn eigen zang.
We waren inmiddels zo ver dat we vier verschillende stijlen op één album kwijt konden.”
De stem van Piet Veerman blijkt de grootsuccesfactor. Op Scarlet Ribbons (1969), vaak
en ten onrechte beschouwd als een kerstlied,
komt dat overtuigend tot zijn recht. En dan
is daar One Way Wind (1971), de grootste hit
van The Cats. Geen nummer 1 in Nederland,
wel elders, en ruim een miljoen maal verkocht. In die klassieker komt alles samen
wat hoort bij de palingsound. Een melancholieke tekst vol verlangen en heimwee, een
mooie melodie, Piet Veerman’s weemoedige
gitaar – en zijn stem. Joost den Draaijer heeft
ooit gezegd dat twee popliedjes de eeuwen
zullen trotseren: Yesterday en One Way
Wind.
NADAGEN
Vanaf 1974 begint het kwakkelen. Bovemadirecteur Roel Kruize stuurt The Cats naar
Amerika om daar een album op te nemen.
De groep lijdt onder onbenoemde interne
spanningen, heeft hij gemerkt. De beste liedjesschrijvers, Piet Veerman en Arnold Müh-
alles in Amerikaanse
handen is – productie,
begeleiding, artwork en
publiciteit – moet het
gewoon kunnen.”
Waarom lukte het niet met The
Cats in Amerika?
Frank Jansen, A&R Manager van
EMI-Bovema: “De voornaamste reden is dat The Cats niet
getourd hebben in Amerika. The
Cats werden door impresario’s en
promotors gezien als een soort
net-niet-echte ­countryband. Dat
was het probleem, want The Cats
maakten geen countrymuziek.
Onze producties waren meer
europop. The Cats, zoals wij ze
kennen, konden daardoor niet
optreden of verkocht worden in
Amerika. Het publiek wil helderheid qua stijl.”
ren, hebben steeds meer moeite met elkaar.
Veerman beaamt dat. “De samenwerking
was niet optimaal meer, nee. Het vuur doofde bij mij zo’n beetje vanaf 1973. Je moet
niet vergeten dat we al bezig waren vanaf
1958, toen we allemaal veertien, vijftien waren, en dat we een tijd ook nog hard moesten werken om gewoon de kost te verdienen.
We zijn in 1974 gestopt, maar twee jaar later
weer begonnen, met Jan Keizer op toetsen
en Evert ‘Jash’ Veerman op gitaar. Na een
paar jaar hield ik het wel weer voor gezien.”
Veerman gaat zijn eigen weg, zij het dat The
Cats af en toe nog even opleven. De logische
afscheidssingle The End Of The Show (1980)
haalt de vijfde plaats, en La Diligence (1982)
doet het niet veel slechter. “Dat laatste liedje
was een verzoek van Chris van Tilburg, een
restauranthouder. Of ik dat wilde opnemen
voor zijn clientèle, en of het wat voor The
Cats was. Dat hebben we gedaan. Toen waren we weer even bij elkaar.”
In 1984 gaat het echt mis. “Ik werd schor,
had mijn stem geforceerd. Ik mocht van
KNO-arts professor Urbanus een half jaar
niet zingen. Het was kantje boord.” De anderen nemen daar geen genoegen mee. Dat
leidt tot het dieptepunt in het bestaan van
Volendam’s grootste popgroep aller tijden:
het kort geding waarin mr. Asscher zich afvraagt hoe het nu zit met die hoog geprezen
harmonie. ‘De anderen’ verliezen, de breuk is
definitief, het is gedaan. Sure they were
Cats. ●