Lesbrief Fruitbomen - Centrum Biologische Landbouw
Download
Report
Transcript Lesbrief Fruitbomen - Centrum Biologische Landbouw
Lesbrief Fruitbomen
Proef de Smaak van Flevoland
Inhoudsopgave
LESBRIEF FRUITBOMEN .................................................................................................................................... 1
PROEF DE SMAAK VAN FLEVOLAND ................................................................................................................. 1
INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................ 2
INTRODUCTIE PROEF DE SMAAK VAN FLEVOLAND ........................................................................................... 3
DE LESBRIEF IN HET KORT ................................................................................................................................. 3
BEOOGDE LEERDOELEN ............................................................................................................................................. 3
AANSLUITING BIJ LESPROGRAMMA .............................................................................................................................. 3
OPBOUW VAN DE LESSENSERIE ................................................................................................................................... 3
VOORBEREIDINGEN DOOR DE LEERKRACHT .................................................................................................................... 3
LES 1: INTRODUCTIE ‘DE APPELBOOMGAARD’ ................................................................................................. 4
1.1 KLASSENGESPREK
(ALLE NIVEAU’S)................................................................................................................. 4
1.2 OPDRACHTJES MET FRUIT (ALLE GROEPEN, OP EIGEN NIVEAU)................................................................................. 4
1.3 DE APPELBOOMGAARD HET HELE JAAR ROND
(GROEP 5-8) ................................................................................... 5
1.4 VIERSEIZOENEN BOOM MAKEN
(GROEP 5-8) .................................................................................................... 5
LES 2: SAMENWERKEN MET INSECTEN EN DIEREN ........................................................................................... 6
2.1 KLASSENGESPREK OVER INSECTEN EN DIEREN IN DE BOOMGAARD (GROEP 6-8) .............................................................. 6
2.2 BIJEN EN BLOESEMS MAKEN
(GROEP 6-8) ..................................................................................................... 6
LES 3: VERSCHILLENDE RASSEN ........................................................................................................................ 7
3.1 LES OVER DIVERSITEIT IN SMAAK, GEUR, KLEUR (GROEP 5-8) ............................................................................... 7
3.2 PROEVEN
(ALLE GROEPEN) ....................................................................................................................... 7
3.3 NABESPREKING
(ALLE GROEPEN)................................................................................................................... 7
LES 4: ZORGEN VOOR DE BOOM ....................................................................................................................... 8
4.1 FRUIT TELEN: SNOEIEN, OOGSTEN EN ZIEKTES BESTRIJDEN (GROEP 1-5) .................................................................. 8
4.2 NAAR BUITEN MET DE KLAS
(GROEP 1-5)....................................................................................................... 8
BIJLAGEN .......................................................................................................................................................... 9
BIJLAGEN LES 1: INTRODUCTIE ‘DE APPELBOOMGAARD’ ................................................................................................ 10
BIJLAGEN LES 2: SAMENWERKEN MET INSECTEN EN DIEREN ............................................................................................ 11
BIJLAGEN LES 3: VERSCHILLENDE APPELRASSEN (GROEP 6-8) ..................................................................................... 13
BIJLAGEN LES 4: ZORGEN VOOR DE FRUITBOOM (GROEP 6-8) .................................................................................... 14
BIJLAGE 5: APPELMOES RECEPT
(ALLE GROEPEN) ................................................................................................... 16
BIJLAGE 6: MEER INFORMATIE EN WEBSITES ............................................................................................................... 17
KOPIEERBLADEN: ........................................................................................................................................... 18
1. DE APPELBOOMGAARD, HET HELE JAAR ROND
(GROEP 5-8) ................................................................................. 19
2. VIERSEIZOENENBOOM (GROEP 5-8, KLEUTERS OP EIGEN NIVEAU, EVENTUEEL VERGROTEN) .......................................... 25
3. BLOESEMTAK MET BIJEN
(GROEP 1-5) ............................................................................................................. 26
4. APPELBLAD 1
(GROEP 5-8) .......................................................................................................................... 29
2
Introductie Proef de Smaak van Flevoland
Vanuit het project Proef de Smaak van Flevoland van Centrum Biologische Landbouw zijn er in
Flevoland op meer dan 18 basisscholen fruitbomen geplant. Hiermee brengen we seizoens- en
streekgebonden voeding in het dagelijkse leven van Flevolanders. Naast het planten van fruitbomen
organiseert het Centrum Biologische Landbouw binnen dit project ook kinderkookcafé’s, Mooie
Maaltijden bij zorginstellingen en evenementen zoals de Week van de Smaak. Voor het planten van
fruitbomen werkt Centrum Biologische Landbouw samen met Landschapsbeheer Flevoland.
De lesbrief in het kort
In deze lesbrief vindt u een aantal uitgewerkte lessen, aanvullende lessuggesties en
aanknopingspunten om aandacht te besteden aan fruit, fruitteelt en fruitbomen voor het
basisonderwijs.
Beoogde leerdoelen
-
Leerlingen weten wat fruitteelt is
Leerlingen kunnen verschillende soorten fruitbomen noemen
Leerlingen kunnen verschillende insecten noemen die een rol spelen bij de fruitteelt
Leerlingen leren het verschil tussen de seizoenen
Leerlingen weten globaal wat er in de vier seizoenen gebeurt met de fruitbomen
Leerlingen weten wat het verschil is tussen ‘gewone’ en biologische fruitteelt
Aansluiting bij lesprogramma
De lessen in deze projectmap passen binnen de ruimte die basisscholen hebben voor
‘wereldoriëntatie’. De school kan Fruitbomen als schoolproject nemen voor de hele school en kan dit
met behulp van de lesmaterialen in deze map zelf invulling geven. Er is voor elk niveau iets terug te
vinden, van kleuter tot groep-8er. En in elke les zijn er aansprekende activiteiten, tips voor verdieping
en bezoeklocaties. Ter afsluiting van een projectweek kan er een bezoek gebracht worden aan een
fruitteeltbedrijf.
Opbouw van de lessenserie
Onderdeel
Les 1 Introductie: De
appelboomgaard
Les 2 Samenwerken met
dieren en insecten
Les 3 Verschillen tussen rassen
Les 4 Zorgen voor de boom
Activiteit
1. Zintuig-opdrachten
2. Vragenblad De appelboomgaard
3. Seizoenenboom maken
1. Klassengesprek
2. Bloesemtak met bijen maken
Verschillende rassen proeven
1. Klassengesprek
2. Naar buiten met de klas
Leerniveau
alle groepen, afhankelijk van
opdracht
Groep 6-8
alle groepen, afhankelijk van
opdracht
Onderbouw en middenbouw
Voorbereidingen door de leerkracht
-
Verzamel voor elke leerling de benodigde materialen. Dit staat bij elke les apart beschreven
in het tekstvak ‘nodig’.
Lees de lessen vooraf door.
3
Les 1: Introductie ‘De appelboomgaard’
Begin met een klassengesprek over fruit. Vervolgens kunt u het begrip fruitteelt uitleggen aan de
hand van de vragen op het invulblad ‘De appelboomgaard het hele jaar rond’. Om de seizoenen beter
in de vingers te krijgen maken de leerlingen zelf een papieren boom met de vier jaargetijden.
De fruitteler zorgt voor het produceren van het fruit dat in de winkels ligt. Veel fruit komt van bomen
en wordt gekweekt in fruitboomgaarden. Dit wordt ‘groot fruit’ genoemd. In Nederland is het
meeste fruit dat wordt geteeld appels en peren. Ook wordt er ‘klein fruit’ geteeld, zoals aardbeien en
bessen.
Biologische teelt
Biologisch telen is eigenlijk heel slim omgaan met alles wat leeft. Als je goed zorgt voor de natuur,
zorgt die ook goed voor jou. Planten en dieren krijgen de tijd om te groeien en de bodem raakt niet
uitgeput. Dus geen kunstmest, geen chemische middelen en geen gentechnologie. Onkruid wordt
niet platgespoten, maar met maaien, schoffelen en harken aangepakt. De fruitteler probeert samen
te werken met koolmezen die rupsen eten, zweefvliegen die bladluizen eten, enzovoort. Met
nestkastjes en bloembedden worden deze helpers gelokt. In de volgende les wordt er aandacht
besteed aan insecten en dieren in de boomgaard.
Biologische fruitteelt is een van de ingewikkeldste vormen van landbouw. De teler moet zeer
zorgvuldig gebruik maken van het natuurlijk evenwicht om de uitbraak van plagen te voorkomen. Ten
eerste moet de fruitteler verstand hebben van alle dieren en diertjes die in en rondom de
boomgaard kunnen leven. Verder van schimmels en ziektes en de invloed van het klimaat hierop.
Daarnaast is het ook een kunst om een appelboom zover te krijgen dat hij elk jaar weer goed
produceert. De verschillende appelrassen stellen allemaal hun eigen eisen.
1.1 Klassengesprek
(alle niveau’s)
Alle leerlingen hebben wel eens fruit gegeten. U kunt het begrip fruitboomgaard met de leerlingen
bespreken aan de hand van een klassengesprek met de volgende vragen:
-
Welke vruchten kennen de leerlingen allemaal?
Welk fruit vinden de leerlingen lekker?
Weten de leerlingen waar het fruit groeit?
Weten de leerlingen hoe het fruit groeit?
Welke vruchten worden in ons land / onze provincie geteeld?
Wie kent enkele fruittelers?
1.2 Opdrachtjes met fruit
(alle groepen, op eigen niveau)
Kinderen kunnen het beste leren wat fruit is door het zelf te proeven! In bijlage 1 vindt u
verschillende opdrachtjes om de zintuigen te prikkelen, die met kinderen van alle niveaus kunnen
worden uitgevoerd.
4
1.3 De appelboomgaard het hele jaar rond
De kinderen hebben net met de docent gepraat over fruit,
waar en hoe het groeit. Aan de hand van het invulblad
kunnen de leerlingen deze informatie herhalen en meer
leren over de vier seizoenen. Dit gebeurt aan de hand van
de appelboom: wanneer bloeit de boom, wanneer groeien
de appels en wanneer worden de appels geoogst. U gaat als
volgt te werk:
(groep 5-8)
Nodig
Vraagblad De
appelboomgaard
Doorgesneden appels
1. Lees samen met de kinderen wat er op de invulbladen staat.
2. Samen met de klas worden de antwoorden besproken, die ze vervolgens kunnen invullen op
het blad.
1.4 Vierseizoenen boom maken
Laat alle leerlingen een vierseizoenenboom maken, zie
hiervoor ook het kopieervel achter in de map. Ga als volgt te
werk:
(groep 5-8)
Nodig
Kleurplaat
Vierseizoenenboom
Schaar
Lijm
Kleurpotloden
1. Kleur de bomen in volgens de seizoenen: één
lenteboom met bloesem, één zomerboom met appels
en groene blaadjes, één herfstboom met appels en
herfstbladeren en één winterboom zonder blaadjes
en zonder appels; Hier kunnen de leerlingen zelf hun
fantasie gebruiken en bijvoorbeeld de weersomstandigheden en/of dieren die bij het seizoen
passen tekenen.
2. Knip de horizontale en vertikale lijnen op het papier tot vier losse bomen;
3. Vouw de vier bomen dubbel op de stippellijn (in het midden);
4. Plak de bomen in de juiste volgorde tegen elkaar aan, van links naar rechts lente-zomerherfst-winter.
5
Les 2: Samenwerken met insecten en dieren
Deze les gaat over de insecten en dieren die belangrijk zijn voor de fruitteelt. Voor meer informatie
voor groep 6-8, zie de bijlage.
2.1 Klassengesprek over insecten en dieren in de boomgaard (groep 6-8)
Vertel dat de leerlingen nu weten dat veel vruchten aan bomen groeien. Omdat bomen buiten
groeien heeft het weer veel invloed (verwijs hier eventueel naar de seizoenen en de seizoenenboom
die de leerlingen in les 1 hebben gemaakt), maar ook de insecten en dieren die in de boomgaard
voorkomen. Sommige insecten en dieren zijn goed voor de boom, van andere wordt de boom ziek.
Het is de kunst van de fruitteler om de dieren goed te
TIP:
kennen en zo met ze om te gaan dat de fruitbomen zo veel
mogelijk fruit produceren.
Vertel de leerlingen over de verschillende insecten en
dieren in de boomgaard (zie hiervoor bijlage xx
‘Samenwerken met dieren’). De belangrijkste is misschien
wel de bij.
2.2 Bijen en bloesems maken
Laat alle leerlingen een bij en een bloesem maken. Zie
hiervoor ook het kopieervel ‘Bloesemtak met bijen’ achter in
de map. Ze gaan als volgt te werk:
1. Leg twee vierkante stukjes gekleurd papier over
elkaar heen en draai het tweede papier een slag
zodat alle punten te zien zijn. Pak het papier in het
midden en vouw vanuit het midden de uiteinden
rommelig naar elkaar toe zodat er een bloem
ontstaat (zie hiervoor bijlage xx ‘Bij en bloesem
maken’).
2. Pak de elzenprop/kurk en de vleugels van wit
vloeipapier. Leg de vleugels op de elzenprop/kurk en
maak deze vast met het gele of bruine draad.
3. Hang van alle leerlingen de bijen en bloesems in een
grote plant of losse tak.
YouTube video ‘Op bezoek bij de
Bio+ appelteler’ (5:38 min.):
https://www.youtube.com/watch?v
=7mYPsA5vRog
(groep 6-8)
Nodig
Grote plant of tak om de
bloesems en bijen in te
hangen
Voor elke leerling:
Elzenprop/kurk/ander klein
ovaal voorwerp
Gele of bruine draad
Vleugels van wit vloeipapier
Twee velletjes gekleurd
papier
> Zie ook het kopieervel achter in de
map
6
Les 3: Verschillende rassen
Deze les gaat over de verschillende rassen die bestaan en waarin deze rassen kunnen verschillen.
3.1 Les over diversiteit in smaak, geur, kleur
(GROEP 5-8)
De leerlingen weten nu ongeveer hoe een fruitboom groeit en welke insecten en dieren daarbij
belangrijk zijn. Er zijn heel veel verschillende rassen die
geschikt zijn om te groeien onder verschillende
Nodig
Appels van een aantal
omstandigheden en die verschillend ruiken en smaken.
verschillende rassen,
1. Vertel de leerlingen dat er niet alleen heel veel
bijvoorbeeld Janogold,
Goudreinette en Granny
verschillende vruchten zijn, maar dat er van elke soort
Smith.
vrucht ook nog eens heel veel verschillende ‘rassen’
Mes (voor docent)
bestaan. Leg het begrip ‘ras’ kort uit (zie voor een
wetenschappelijke definitie bijlage 3. ‘Appelrassen’);
2. Vertel de kinderen over de ontwikkeling van de appel van kleine zure appel die alleen dieren
aten tot smakelijke zoete appel geschikt voor menselijke consumptie (zier hiervoor bijlage 3
‘Appelrassen’).
3.2 Proeven
Leg uit dat verschillende rassen anders smaken, ruiken en
verschillende kleuren kunnen hebben. Dit gaan de leerlingen
zelf ontdekken.
(alle groepen)
Nodig
Invulblad ‘Appelblad’
Kleurpotloden
Pen
Schaar
Lijm
Papier
1. Deel de leerlingen in groepjes van vier in en geef elk
groepje een appel;
2. Geef alle leerlingen het invulblad ‘Appelblad’ en laat
ze stap voor stap de vragen beantwoorden en de
appel proeven.
3. Geef de groepjes stukjes appel te proeven van verschillende rassen. Deze kunnen ze
vergelijken met de appel waarvoor ze het appelblad hebben ingevuld.
3.3 Nabespreking
(alle groepen)
Bespreek na afloop met de leerlingen wat ze van de smaak van de verschillende appels vonden.
Welke appel is het lekkerst? Waarom?
In de volgende les wordt besproken waar de fruitteler allemaal op moet letten bij het snoeien en
verzorgen van de bomen.
7
Les 4: Zorgen voor de boom
Deze les gaat over de kunst van het fruit telen. De leerlingen hebben in de vorige lessen geleerd over
de verschillende seizoenen, insecten en dieren die voorkomen in de boomgaard en de ontwikkeling
en smaak van verschillende rassen. Hoe gaat de fruitteler hier mee om? Wat doet een fruitteler
allemaal?
4.1 Fruit telen: Snoeien, oogsten en ziektes bestrijden
(GROEP 1-5)
Vertel de klas over de verschillende taken die een fruitteler heeft:bemesten, snoeien, oogsten en
ziektes bestrijden. Zie hiervoor bijlage Les 4: ‘Zorgen voor fruitbomen’.
4.2 Naar buiten met de klas
(GROEP 1-5)
Ga met de leerlingen bij de fruitbomen op het plein kijken (als die er zijn). De leerkracht die
verantwoordelijk is voor het onderhoud van de bomen kan de leerlingen vertellen hoe oud de bomen
zijn, hoe ze verzorgd en gesnoeid zijn.
Bij het kijken naar de bomen kun je de leerlingen vragen stellen over:
-
Hoe hoog de bomen zijn
Of ze weten of het laag-, midden-, hoogstam of leibomen zijn
Of er insecten te zien zijn
Welk seizoen het is en welke kenmerken daarbij horen: blaadjes/ bloesems/ appels/ …
Tips
Als er geen fruitbomen op het schoolplein staan kunnen de
leerlingen een bezoek brengen aan een fruitteeltbedrijf of
heemtuin in de buurt. Zie voor een paar ideeen de adressen
in bijlage 6.
Video:
Op bezoek bij de Appelhof in Zeewolde. De appel, van
kweker tot winkel (11:59 min) Dit is een vrij lange video,
maar zeer geschikt om stukken uit te laten zien ter
ondersteuning van de les.
https://www.youtube.com/watch?v=62tNgSSrXNs
8
Bijlagen
Bijlagen les 1: Introductie ‘De appelboomgaard’
Bijlagen les 2: Samenwerken met insecten en dieren
Bijlagen les 3: Verschillende appelrassen
Bijlagen les 4: Zorgen voor de fruitboom
Bijlage 5: Appelmoes recept
Bijlage 6: Meer informatie en websites
9
Bijlagen les 1: Introductie ‘De appelboomgaard’
1.1: Opdrachten met fruit
(Groep 1-8, op eigen niveau)
Fruit herkennen aan de smaak of geur
Suggestie:
De leerkracht neemt verschillende vruchten mee naar de klas en snijdt die in stukjes. De
leerkracht laat hiervan niets zien aan de leerlingen. Eén voor één worden de leerlingen
geblinddoekt en wordt hen een stukje fruit aangeboden in een lepel of op een prikker. Daar
mogen zij aan ruiken, en daarna ook van proeven. De bedoeling is uiteraard dat zij raden
welk stukje fruit zij ruiken en proeven.
Fruit herkennen aan de vorm
Suggestie:
De leerkracht neemt verschillende vruchten mee naar de klas en verstopt de vruchten onder
een grote doek of in een ‘voeldoos’. De leerling mag het fruit voelen en raden wat het is.
Vruchten ontleden
Suggestie:
De leerlingen krijgen een stuk fruit dat ze gaan ontleden. Zij kunnen hiervoor individueel of in
groepjes werken.
De kinderen gebruiken hiervoor het werkblad ‘Snoepen van fruit’.
Fruitspiesjes maken
Suggestie:
De klas maakt fruitspiesjes met alle soorten fruit. Neem houten satéstokjes en geef
die door. Elke leerling steekt er een stukje van zijn vrucht op. Dit wordt een zoet, kleurrijk en gezond
tussendoortje.
10
Bijlagen les 2: Samenwerken met insecten en dieren
2.1: Achtergrond informatie insecten en dieren
(alle groepen, op niveau)
Bijen
Bijen zijn heel belangrijk voor de fruitteelt. Een vrucht ontstaat nadat de bloem is bestoven met
stuifmeel. Het stuifmeel uit de bloem kan worden verspreid door de wind of door insecten.
Fruitbomen zijn voor de bestuiving vooral afhankelijk van bijen. Bloemen van fruitteeltgewassen zijn
ingericht voor insectenbestuiving.
Bloemen die zijn ingericht voor de bestuiving door insecten hebben de volgende kenmerken:
• Ze zijn vaak groot of hebben grote bloeiwijzen en zijn rijk van kleur;
• Ze produceren meestal nectar en geurstoffen;
Video over bijen:
• Ze produceren minder stuifmeel dan bloemen
die afhankelijk zijn van windbestuiving;
De BIJ en WIJ – 20 min. Dit is een YouTube mirror
• Ze bezitten stuifmeel dat gemakkelijk plakkerig
van de voorlichtingsfilm 'De Bij en Wij', gemaakt
gemaakt kan worden of dat al plakkerig is,
door de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV).
zodat het aan de insecten blijft plakken.
Oorwurmen
Er zijn drie soorten luizen die de appel-oogst
bedreigen: de gewone bladluis, de roze appelluis en de
bloedluis. Gelukkig zijn er ook veel beestjes die luizen
eten.
De oorwurm bijvoorbeeld. Hij maakt nestjes in de
grond tussen het onkruid en komt in het voorjaar naar
buiten. Sommige telers schoffelen in de lente niet, om
de nesten niet te verstoren.
Mijten en mijten
Spintmijten zijn minuscule insecten die
bladcellen leegzuigen en daardoor de
boom flink kunnen verzwakken. Gelukkig
zijn er weer roofmijten die spintmijten
eten. De biologische teler zet dus roofmijt
uit op de boom. Na twee jaar ontstaat er
dan een evenwicht tussen de verschillende
soorten mijten en richten ze geen schade
meer aan.
De film behandelt op eenvoudige wijze het
bijenleven en vertelt waarom de honingbij zo
belangrijk is voor ons! De film is uitermate geschikt
bij het geven van voorlichting op bijvoorbeeld
basisscholen. Ook voor het hoger onderwijs is het
een bron van informatie.
https://www.youtube.com/watch?v=Zf50ougdGrI
Mooie beelden van bijen (6:18 min.):
https://www.youtube.com/watch?v=YUxGtAtMGuQ
Video sluipwespen en mijten:
Spint mijt:
https://www.youtube.com/watch?v=ee3ckHBY1_I
Sluipwespen en Roofmijt (vanaf minuut 2:30
over roofmijt):
https://www.youtube.com/watch?v=BCa5BkkZgco
Deze animatievideo laat zien hoe sluipwespen
en roofmijten de voor de fruitteelt schadelijke
insecten bestrijden.
Zweefvliegen en sluipwespen
Sommige telers planten weelderige bloemenperken tussen de bomen. Het ziet er mooi uit en het
trekt zweefvliegen en sluipwespen aan. Deze bestrijden luizen en witte vliegjes. Geschikte bloemen
zijn onder andere vergeet-me-nietjes, kaasjeskruid, wilgenroosjes en akelei. Ook paardebloemen, die
vaak als onkruid worden beschouwd, mogen blijven staan.
11
Koolmezen
Koolmezen eten graag rupsen, en de fruitteler wil er graag vanaf. Tijdens de broedperiode kan één
paartje ruim negenduizend rupsen aan de jongen voeren, en zelf eten ze er net zoveel. Dus hangen
veel fruittelers nestkastjes op in de boomgaard. Hoewel jonge mezen ook wel graag aan een peer
pikken, weegt deze schade niet op tegen de voordelen.
Torenvalken
Muizen en andere knaagdieren zijn ongewenste gasten in de
boomgaard, want ze knagen de wortels van de bomen door.
Torenvalken eten graag muizen, dus hangt de fruitteler
nestkasten op voor deze roof-vogels. Niet teveel en niet te
weinig, want de torenvalk moet wel genoeg te eten hebben,
anders gaat hij weer weg.
Video:
Torenvalk in actie (3:43 min.):
https://www.youtube.com/watch?v
=F9HJeBSiYXs
Motten in de war
Bepaalde soorten motten kunnen veel schade aanrichten. Om te voorkomen dat deze diertjes zich
vermenigvuldigen, plaatst de fruitteler kunststof stripjes in de boomgaard, waarin de feromonen
(seksuele lokstoffen) van deze fruitmot zitten verwerkt. Het resultaat is dat de mannetjes in de war
raken, geen vrouwtjesmotten meer kunnen vinden en zich dus niet voortplanten.
Bron: Adopteer een appelboom
12
Bijlagen les 3: Verschillende appelrassen
(Groep 6-8)
3.1: Wat is een ras?
Definitie ‘ras’: de laagst bekende rang van een plantengroep.
1. kan worden gedefinieerd aan de hand van de expressie van eigenschappen die het
resultaat is van genen / DNA (een bepaald genotype of een combinatie van
genotypen);
2. kan worden onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie
van ten minste één van die eigenschappen; en
3. kan worden beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te
worden vermeerderd.
3.2:Hoeveel appelrassen zijn er op de wereld?
Er zijn wereldwijd 7500 appelrassen. Sommige daarvan zijn knalrood, andere bijna wit, sommige
honingzoet, andere bitterzuur. In de winkel zijn meestal maar een paar rassen te krijgen. De maatstaf
is Elstar geworden, want die smaakt erg goed. Elstar is echter ook tamelijk schurftgevoelig, net als
Jonagold. Biologische telers geven de voorkeur aan de schurftresistente rassen Santana en Topaz. In
de teelt van deze appels hoeven nauwelijks middelen te worden gebruikt. Het zijn erg smakelijke
appels, die ook lang te bewaren zijn. In een recente smaaktest kwam de Topaz er zelfs als beter uit
dan Elstar. Vraag je natuurvoedingswinkelier dus naar Santana en Topaz!
3.3: Geschiedenis van de appel
De allereerste appeltjes groeiden duizenden jaren geleden in China. Deze appels waren erg klein en
zuur. Alleen dieren aten ze. Via verspreiding door mest trok de appel langzaam naar het westen en
kwam terecht in Kazachstan. Ongeveer 6000 jaar geleden ontdekten nomaden deze appels en namen
ze mee naar Perzië; daar werden ze veredeld tot steeds betere appels. Ongeveer 2300 jaar geleden
werd Perzië veroverd door Alexander de Grote, die de appel meenam naar Griekenland. Later
overwonnen de Romeinen de Grieken. Ze verspreidden de appel over heel Europa. En zo kwam de
appel in Nederland!
Bron: Adopteer een appelboom
13
Bijlagen les 4: Zorgen voor de fruitboom
(groep 6-8)
Licht in de boom
Om te zorgen dat een boom elk jaar weer appels produceert, moet de fruitteler de boom zorgvuldig
"lezen". De boom bepaalt aan het einde van de oogsttijd hoeveel knoppen hij gaat aanmaken voor
volgend jaar: aan de knoppen kun je zien wat volgend jaar bloemknoppen worden (en dus appels). Bij
het snoeien in het voorjaar moet de teler ervoor zorgen dat de boom mooi "open" blijft, zodat het
licht goed kan doordringen tussen de takken. Een andere truc die de fruitteler hiervoor gebruikt, is
het ombuigen van de takken naar omlaag.
Dunnen
Na de bloeitijd komen in mei, juni de jonge vruchten aan de boom, maar dit zijn er veel te veel. Als
deze allemaal zouden uitgroeien tot appels, heeft de boom geen energie over om nieuwe knoppen te
maken voor volgend jaar. Daarom moet er "gedund" worden; de minder mooie appeltjes worden uit
de boom gehaald, de mooie blijven hangen. In de gangbare landbouw gaat dit met een spuitmiddel,
in de biologische landbouw handmatig. De boom stoot trouwens in juni ook uit zichzelf een deel van
de kleine appeltjes af.
Oogsten
Voor elk appelras valt de oogsttijd op een ander moment. Appels die lang bewaard moeten worden,
pluk je enigszins onrijp; want tijdens de opslag rijpen ze nog na. De zomerrassen zijn in augustus al
rijp, andere rassen pas eind september, begin oktober. Bepaalde rassen zijn het lekkerst als je ze rijp
plukt, en snel opeet. Andere rassen zijn pas op z'n lekkerst na een maand opslag. Het is in elk geval
belangrijk dat een boom vroeger of later wordt geplukt, anders raakt hij uitgeput en zullen er in het
volgend jaar nauwelijks appels aangroeien.
Bestrijding van ziektes: Het voordeel van biologische fruitteelt
In het vochtige Nederlandse klimaat zijn schimmelziektes een grote vijand van de fruitteler. Om deze
te bestrijden mag de biologische fruitteler spuiten met
Video:
stoffen van natuurlijke herkomst, zoals zwavel. Dit is in
Europese regels vastgelegd. Het liefst gebruikt een
‘Alles over bestrijdingsmiddelen:
biologische teler ook deze stoffen niet, en daarom worden
appels en peren’ (3:51 min.)
er veel proeven gedaan met appelrassen zoals Santana en
Topaz, die een grote natuurlijke weerstand hebben.
gangbare fruitteler:
Middelen die biologische fruittelers wel gebruiken zijn
https://www.youtube.com/watch?v
bijvoorbeeld neem-olie (van een boom in India) piretrum
=4DftP3Upo9E
(van een bloem).
Al met al is biologische fruitteelt qua bestrijdingsmiddelen
25 keer zo milieuvriendelijk als gangbare fruitteelt, volgens een onderzoek van het Centrum voor
Landbouw en Milieu uit 2000. Andere geconstateerde verschillen in dit onderzoek:
betere biodiversiteit (meer dieren en planten);
mooier landschap;
minder afval;
minder cadmium in het milieu.
Wat betreft water, energie, koper en zink werden er geen noemenswaardige verschillen tussen
biologisch en gangbaar gevonden.
14
High tech schurftbestrijding
Sommige mensen denken dat biologische landbouw een terugweg naar "ouderwetse" landbouw
betekent. Niets is minder waar. De biologische landbouw loopt juist voorop in technische
vernieuwing. Een voorbeeld hiervan is de schurftbestrijding. In de biologische fruitteelt is schurft
verreweg het grootste probleem. Schurft is een schimmel die een ruwe schil geeft. Het tast bladeren
aan, waardoor de boom minder energie heeft om vruchten te produceren. Het kan ook de vrucht zelf
aantasten.
Biologische fruittelers gebruiken vernuftig gereedschap om schurft te voorkomen. De meeste telers
hebben een eigen weerstation waarmee ze de luchtvochtigheid, de temperatuur, enzovoort, continu
bijhouden. Het weerstation wordt direct aan de computer gekoppeld. Met behulp van een
schurftsimulatieprogramma bepaalt de fruitteler wanneer hij moet ingrijpen. De fruitteler gebruikt
zwavel om schurft te voorkomen. Het liefst zo min mogelijk, want daarmee "pest" hij in feite de
boom. Het weerstation stelt hem in staat om de hoeveelheid te minimaliseren.
Bron: Adopteer een appelboom
15
Bijlage 5: Appelmoes recept
(alle groepen)
Niets is makkelijker dan zelf appelmoes of stoofpeertjes maken! Het gaat er ook lekker van ruiken.
Met de suiker en specerijen kun je naar hartelust variëren. Veel plezier!
Appelmoes
Bereidingstijd: 10-20 minuten
Hulpmiddelen: Mesje, kookpan
Ingrediënten:
4 flinke appels, liefst zoetzuur zoals
goudreinetten (ca. 1 kg)
25 a 100 gram suiker (naar smaak)
1 dl water
Kaneel (naar smaak)
Bereidingswijze:
Schil de appels, verwijder het klokhuis en
snijd ze in kleine stukjes
Doe de stukjes appel in de pan met het
water en kook dit op een gematigd vuur tot
de appelstukjes helemaal tot moes gekookt
zijn (duurt ca. 10 minuten)
Blijf wel regelmatig roeren!
Meng de suiker er naar smaak doorheen
Eventueel nog wat kaneel door de
appelmoes mengen voor wat extra smaak
Serveertips:
Je kan de appelmoes warm of koud eten.
16
Bijlage 6: Meer informatie en websites
Adopteer een Appelboom
Adopteer een Appelboom is een initiatief van BioNext, de ketenorganisatie voor de biologische
sector. http://www.adopteereenappelboom.nl
Het Kleine Loo
Een website vol informatie over landbouw voor het onderwijs, waaronder fruitteelt.
www.hetkleineloo.nl
Prisma, coöperatieve vereniging voor biologische fruittelers
Op deze website kun je ook meer vinden over biologische fruitteelt. www.prismafruit.nl
Smaaklessen CAH Dronten
Smaaklessen is een lesprogramma over eten voor groep 1 t/m 8. Door te proeven, voelen, horen,
ruiken en kijken, verkennen kinderen hun eten. Contactpersoon voor Provincie Flevoland is Nicolette
van de Kamp van CAH Dronten. www.smaaklessen.nl
Wandelingen
Ter inspiratie een link naar een appels en peren smaaktour met basisscholieren in 2011:
http://www.weekvandesmaak.nl/2011/09/basisscholieren-verleid-met-smaaktour-voor-appels-enperen
Bezoekadressen fruitteeltbedrijven in Flevoland:
Zorgboerderij De Pruimenpot
De Pruimenpot is een appel en pruimenbedrijf aan de rand van Dronten. In de winkel wordt het fruit
en de eigen gemaakte producten verkocht.
Contact: Adres: v/d Hamlaan 12, 8251 RZ Dronten
website: www.depruimenpot.nl
Verhage Fruit
In onze boomgaard gebeurt het hele jaar door van alles om ervoor te zorgen dat eind augustus de
bomen vol hangen met prachtige vruchten. Maak uw keuze uit de vier seizoenen en bekijk wat er in
dat seizoen gebeurt. In de winkel zijn naast fruitproducten ook andere ambachtelijke producten te
koop.
Contact:Adres: Oosterringweg 33, 8315 PS Luttelgeest | Tel. 0527-202480 | Fax. 0527-202484|
[email protected]
http://www.verhagefruit.nl
Vink’s Fruitboerderij, Kraggenburg
Familie Vink teelt sinds 1956 appels, peren en pruimen voor de detailhandel. In de voorlichtings- en
verwerkingsruimte waar toeristen, scholieren en voorbijgangers ontvangen kunnen worden en
kunnen leren over het proces van de pluk tot en met de verwerking van het fruit. De bezoekers
kunnen met eigen ogen zien hoe vers geplukte pruimen worden verwerkt tot pruimenjam of
pruimensap en zelf proeven hoe heerlijk zelf geperst appelsap smaakt.
Contact: 0527-252556
** TIP: van eind april tot tweede week mei staat staan alle appel en
perenbomen in bloei!! Goed te combineren met de tulpenroute **
17
Kopieerbladen:
1. De appelboomgaard, het hele jaar rond
2. Vierseizoenenboom
3. Bloesemtak met bijen
4. Appelblad 1
5. Appelblad 2
18
1. De appelboomgaard, het hele jaar rond
(groep 5-8)
19
20
21
22
23
24
2. Vierseizoenenboom
vergroten)
(groep 5-8, kleuters op eigen niveau, eventueel
25
3. Bloesemtak met bijen
(groep 1-5)
26
4. Appelblad 1
(groep 5-8)
27
5. Appelblad 2
(groep 4-8)
28
Colofon
Initiatief, tekst en samenstelling:
Didi van Dijk, Centrum Biologische Landbouw
Kopieervellen en activiteiten:
Arda van der Lee, Landschapsbeheer Flevoland
Met dank aan:
Ingrid Cremer, Centrum Biologische Landbouw
Renee Faber, adjunct-directeur basisschool De
Wingerd, Biddinghuizen
Bronnen:
Adopteer een appelboom
WUR
Het Kleine Loo
Deze lesbrief is één van de resultaten van het project Proef de Smaak van Flevoland en is
mogelijk gemaakt door bijdragen van Stichting Biologische Landbouw Flevoland,
Landschapsbeheer Flevoland, de gemeenten Lelystad, Noordoostpolder en Urk, Rabobank
Flevoland, Provincie Flevoland, en het Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.
Centrum Biologische Landbouw
Bronsweg 22a
8222 RG Lelystad
T: 0320-281222
W: www.biologischelandbouw.org
29