Lees hele bericht… - Elza-Vis de Clercq Stichting

Download Report

Transcript Lees hele bericht… - Elza-Vis de Clercq Stichting

Op de praatstoel

‘t Pallieterke, 5 november 2014 Foto: Luk Schelfhout

Pieter Vis: leraar, zanger, organisator, mecenas en…

Ja, beste lezer, lees en vul zelf maar aan, want deze Dietse Vlaming (of Vlaamse Dietser?) die nu eens in het Utrechtse Houten en dan weer in het Vlaamse Antwerpen verblijft, heeft nog zoveel meer in zijn mars. Op onze praatstoel weidt hij daar honderduit over uit.

P: Pieter, jij lijkt je, als ik met deze woordspelerige deur in huis mag vallen, in Vlaanderen thuis te voelen zoals een… vis in het water. Wanneer en hoe is dat begonnen?

PV: Dat is begonnen in 1977 bij het AMVC (Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven, nu Letterenhuis), waar Marc Somers net als conservator benoemd was. Daar ontmoette ik Prof. dr. Ludo Simons, die op een dag tegen me zei: ‘Je zou eens iets moeten doen met Vlaamse kunstliederen’. Hij was toen bezig met de voorbereiding van een Guido Gezelleherdenking in 1980, de 150 Andriessen en anderen. Die plaat werd goed ontvangen: 10.000 exemplaren verkocht!

P: En daarmee voelde Pieter Vis zich op slag thuis in Vlaanderen?

het hart van het Vlaamse muziekleven was. ste verjaardag van diens geboorte. Mijn moeder zong ‘Kleengedichtjes’ van priester Gezelle en dus wou ik daar heel graag aan meewerken, maar ik ben mij toen ook gaan verdiepen in die ontzettend rijke Vlaamse liederenschat, waarvoor ik bij het AMVC de vrije hand kreeg. Mijn belangstelling voor die liederenschat was gewekt doordat ik veel had gehoord over de vermaarde baritonzanger Renaat Verbruggen, de alt Ria Bollen en de sopraan Mia Vinck. In 1979 bracht ik een Gezelleplaat uit met, half om half, Vlaamse en Nederlandse toondichters. Aan Vlaamse kant waren dat Ivo Mortelmans, de zoon van Lode, Peter Cabus, Lodewijk De Vocht, Raf Belmans, Flor Peeters en anderen. Aan Nederlandse kant stonden op die plaat Catharina van Rennes, die in 1904 haar bundeltje ‘Kleengedichtjes’ had opgedragen aan pr. Hugo Verriest, Hendrik PV: Ja, bij de presentatie van de Gezellefonoplaat leerde ik in 1981 o.m. Flor Pirar kennen en die vroeg mij of ik ook iets wou doen met Armand Preud’homme die

P: Even terug in de tijd. Je kan ervan uitgaan dat de basis voor je prachtige zangloopbaan eigenlijk gelegd is in Wenen, bij de streng gedisciplineerde Wiener Sängerknaben. Hoe ben je daar als Nederlandse knaap bij terechtgekomen?

PV: Dat is een heel verhaal. Ik ben geboren en getogen in Rotterdam, waar ik als jonge knaap zong bij zo’n jongenskoor met matrozenpakjes. Wat men daar vandaag ook over mag denken, dat had wel iets. De dirigent van dat koor had nog les gekregen van de Weense dirigent van de Wiener Sängerknaben en omdat ik ook wel iets in die aard wou, heeft hij mij meegenomen naar Wenen en zo ben ik, met Weense Punktlichkeit, voor twee jaar in een internaat terechtgekomen als Wiener Sängerknabe onder leiding van Hans Gillesberger, die o.a. dirigent was van vermaarde koren en van de Wiener Symphoniker. Toen mijn stembreuk kwam, heb ik hoogtes verloren en laagtes aangekweekt, zodat ik eigenlijk spelenderwijs contratenor werd, maar omdat daar in die tijd nog geen richting voor was, ben ik een zingende bard geworden, een bas-bariton.

P: En dan komt Vlaanderen. Onder ons gezegd, in heel veel actieve belangstelling vanuit het noorden heeft Vlaanderen na de jammerlijke scheiding van 1830, zich niet mogen verheugen. Mensen als Pieter Geyl die de IJzerbedevaarders kwam toespreken, Anton van Duinkerken die dik bevriend was met Anton van Wilderode, Godfried Bomans die hier lezingen kwam geven en Dr. Paardekooper die hier geen lezingen mocht geven, kregen in het noorden niet veel navolgers. Hoe is dat bij jou gegaan?

PV: Spelenderwijs, omdat ik in Vlaanderen open deuren vond. Ik kreeg hier zoveel vragen voor Guldensporen vieringen. Mon De Clopper vroeg mij voor de Dag van het Vlaamse Lied in De Singel. In de jaren ‘80 mocht ik op het Festival van Vlaanderen zingen. Wat mij daarbij heel veel plezier deed, was dat ik in àlle kranten gunstige recensies kreeg. Pagina’s vol kreeg ik! Er werd mij wel eens gezegd dat ik moest oppassen voor…’t Pallieterke (lach). Ik heb ook op de Gentse Feesten opgetreden. Dank zij Mon De Clopper, leerde ik o.a. Vera Versieck kennen. Met hààr prachtige mezzo-sopraanstem en de medewerking van de internationaal vermaarde sopraan Marie-Cécile Moerdijk naast het Rotterdams Jongenskoor e.v.a. heb ik de Hullebroeckplaten opgenomen.

P: Al is er in Vlaanderen niemand die zoveel voor onze rijke liederenschat heeft gedaan en doet als die Vis uit het noorden, toch schijnen er ook Vlamingen rond te lopen die jouw inzet voor het Vlaamse lied menen te moeten afdoen als winstbejag. Misschien heb je weet van die kritische geluiden en wat is jouw antwoord daarop?

PV: Daar heb ik geen weet van, maar ik kan je wel zeggen dat ik àlle Guldensporenvieringen in Vlaanderen en alle Borms-herdenkingen in Sint-Niklaas voor niks heb gedaan. Dieter van Handenhoven en Carlo Claes, organisten uit die tijd, kunnen dat getuigen. Ik heb daar meer aan toegelegd dan ik eraan verdiend heb. Omdat ik geen vrouw heb en geen nakomelingen, kan ik mijn geld besteden aan mijn grote hobby. Bij al mijn concerten heb ik zo’n 2.000 euro moeten bijleggen. Ik kon mij dat veroorloven dank zij het verstandig investeren van mijn inkomen als concertzanger, zangpedagoog en dirigent.

P: Er zijn ook wel Vlamingen, verneem ik zo af en toe, die hun wenkbrauwen fronsen bij jouw huwelijk met de veel oudere dochter van René De Clercq. Die criticasters ruiken alweer winstgevende bijbedoelingen. Uiteraard vind jij dat zij het helemaal verkeerd voor

hebben, maar welke argumenten kan je bovenhalen om hun kritiek doeltreffend te ontkrachten? PV: Daar is niks te ontkrachten, want ik heb Elza’s geschreven woord. Zij heeft mij ten huwelijk gevraagd, niet andersom. Zij heeft geschreven: ‘Ik wil alles aan jou schenken, want jij hebt René De Clercq herontdekt. Ik kan jou niks geven, want ik ben al twee keer gebroodroofd, maar jij kan het werk van vader voortzetten’. Het kleine kapitaaltje dat zij bezat (haar huisje in Sint-Niklaas) is in het fonds van de Elza Vis-De Clercq Stichting gestoken. Dat fonds heeft o.m. de steun gekregen van vele vooraanstaande Nederlanders zoals bisschop Philippe Bär en prins Bernhard naast enkele Vlamingen te noemen professor dr. Ludo Simons, Marc Somers en Mia Brans-Dujardin. Elza is met mij getrouwd mede op raad van de notaris. In een krabbeltje liet zij mij weten dat zij niet zo zot was om alles aan de staat te geven maar jij, schreef ze: ‘kan het werk van vader rehabiliteren’. Het zegt toch wel iets dat in februari 1988 Frans De Meyer en pater Marcel Brauns de getuigen waren bij ons huwelijk. Karel Dillen had dat ook graag gedaan, maar hij moest die dag in Straatsburg zijn. Ik ben trouwens geen uitzondering: de wereldvermaarde pianist Vladimir Horowitz trouwde met de dochter van Toscanini, die 40 jaar jonger was, koning Willem III was in de 60 toen hij trouwde met de Duitse prinses Emma van rond de 20 en koningin Beatrix en prins Claus scheelden ook meer dan 12 jaar.

P: Toen ik enkele jaren geleden, samen met Ward Steffens, eens in je stulpje in het Utrechtse Houten te gast was, heb ik zowat mijn ogen uitgekeken op die indrukwekkende schat aan boeken die jij bezit over de Vlaamse geschiedenis en de Vlaamse Beweging. De geschiedenis van Vlaanderen betekent voor Pieter Vis dus wel héél wat meer dan alleen maar de geschiedenis van schoonvader René De Clercq. Vind jij, als Vlaams belezen Nederlander uit het noorden dat de zuidelijke Nederlanders te weinig willen weten over hun eigen geschiedenis en over mensen die deze geschiedenis mee gemaakt hebben?

PV: Ja, dat komt omdat bij jullie altijd alles binnenskamers moest gehouden worden. De Vlamingen zijn altijd stiefmoederlijk behandeld en zijn niet meer trots op het volk dat toch grootmeesters heeft voortgebracht, maar de Vlaamse geschiedenis houdt niet op bij Rubens. Die wordt ook vandaag nog geschreven. In China en Japan kijken ze met grote ogen naar de Nederlanden. Het probleem van de Vlamingen is dat ze denken niet trots te mogen zijn, want dan wordt hun weer verweten dat ze nationalisten zijn.

P: Bestaat er in Nederland dan geen nationalisme?

PV: Wij zijn te weinig fier (het schijnt dat ik trots moet zeggen in goed Nederlands…) op onze cultuur. Noem het chauvinisme, maar onze havens en al wat wij hebben, is toch om trots op te zijn. Gelukkig heeft Balkenende de geschiedenis weer naar onze scholen gebracht. In Vlaanderen is het probleem politiek. Vlaanderen mag niet, het moet belgië blijven. Ik zie belgië als een moederfiguur met twee zonen: een eigen zoon en een stiefzoon. Vader is op de dool en moeder is haar greep op haar gezin kwijt. Normaal zou ze moeten zeggen: stiefzoon het huis uit en ik zorg voor mijn eigen zoon. Het is echter de stiefzoon die zij in de watten legt, want die is wat gehandicapt, die mankeert iets. En daarom blijft België bestaan. Het grote verschil met Nederland is dat wij één geheel zijn.

P: Als lezer van ’t Pallieterke lijk jij ook te lijden aan een slecht karakter, want je probeert Vlaamse critici het gras voor de voeten weg te maaien door jezelf nu en dan nogal cynisch ‘een arrogante Hollander’ te noemen. Vind je de Vlamingen en, meer bepaald, de Vlaamse Beweging, te weinig arrogant?

PV: Ja, als arrogant niet negatief bedoeld wordt. Misschien geen beter, maar een ander woord is zelfverzekerd. Ervan overtuigd zijn dat wat je is aangeleerd, goed is. In die zin wou ik dat de Vlamingen arroganter, zelfverzekerder waren in plaats van zich te laten behandelen als klootjesvolk. De Vlaming is heel gauw geneigd om wat een beetje anders is, opzij te zetten. In Nederland gaan we dat niet uit de weg, maar gaan we in discussie. Sommige Vlamingen hebben mij al gezegd: ‘Pieter, jij bent geen echte Hollander, want je bent niet zo arrogant’. Wij komen voor ons ‘sakie’ op.

P: Ik kan me voorstellen dat sommige organisatoren van cultureel getinte feestelijkheden, met een tikkeltje afgunst opkijken naar wat jij in Vlaanderen gefikst kan krijgen. De concerten die jij de Vlamingen aanbiedt, trekken steevast volle zalen of kerken. Hoe flik je dat in ‘s hemelsnaam?

PV: Enthousiasme is de eerste investering, je omringen met mensen die je bevlogen maakt en publiciteit en zelf naar de media stappen, zelf voor PR zorgen. Maak gebruik van de kranten en van internet. In ’t Pallieterke hebben ze allemaal meegeholpen (dank je, Pieter), maar ook op Malpertuus, Broederband, Dietsland-Europa en ‘t Periodiekske kon ik rekenen. En dan zijn er nog de streekkranten die hun nek uitsteken. Ik heb veel te danken gehad aan Mia Brans-Dujardin, Lea De Jonghe, Edmond Borms, Frans De Meyer en Karel Dillen. Weet je dat ik in 25 jaar ruim 500 concerten heb gegeven in Vlaanderen: inloopconcerten, kerstconcerten, ook in Nederland. Mijn volgende kerstconcert in de Sint-Andrieskerk zal in het teken staan van ‘14-‘18. In Oostenrijk heb ik muziek gevonden die op een tekst van René De Clercq geschreven is aan het IJzerfront.

P: Ook over cultuurjournalist Erik Verstraete had je niet te klagen, heb ik begrepen.

PV: Erik heeft heel wat over mij geschreven en aan hem heb ik ook een knappe hertaling te danken van het bekende gedicht van Joseph von Eichendorff ‘Door nood en vreugde gingen wij’, dat ik op muziek heb gezet en als Requiem opgedragen aan mijn moeder die in 2007 overleed.

P: De Elza Vis-De Clercq Stichting heeft al heel wat verwezenlijkt voor de volkscultuur in Noord- en Zuid-Nederland: platenalbums vol volksliederen, concerten met klassieke en soms wat minder klassieke inslag, bekendmaken van jonge en soms wat minder jonge zangers en muzikanten met talent… Best om trots op te zijn, maar omdat de Stichting nu haar 25 jarig bestaan mag vieren, heb je nog een wel heel bijzondere verrassing in petto die alle minnaars van volkskunst voor een niet te versmaden feestprijsje uren luistergenot wil verschaffen. Ik weet al wat het is, want ik heb al je teksten nagelezen, maar mogen onze lezers het bij deze ook weten?

Foto: Luk Schelfhout PV: Elza wou graag een fonoplaat met liederen van haar vader en omdat ik, na een jarenlange procedure, een proces tegen de stad Sint-Niklaas gewonnen heb, kon ik aan haar wens voldoen en na 25 jaar de 2 fonoplaten van toen vervangen door CD’s met 115 liederen, gebundeld in de box ‘Pieter Vis zingt’. Op 9 mei 1989 werd de Elza Vis-De Clercq Stichting opgericht en dat zilveren jubileum leek mij de gedroomde gelegenheid om die CD’s uit te brengen als waardering voor het vele werk dat Elza, o.m. als zangeres en als voordrachtkunstenares voor haar vader heeft gedaan. Het is mijn eerbetoon aan haar én aan de Vlaamse Liedbeweging! Omdat ik geen nakomelingen heb, wil ik dat Vlaanderen zich Pieter Vis herinnert als een goeie en veelzijdige zanger. In de eerste persing worden duizend exemplaren gemaakt: 3 CD’s met samen 240 uren zang! Dank zij ‘t Pallieterke, kon de prijs bespottelijk laag worden gehouden: 28 euro! Willen de kopers hun uren gezang thuis bezorgd krijgen, dienen ze wel 4 euro te betalen voor de verzending. Let wel, bij die gunstkoop hoort ook een boek met vraaggesprekken, een verantwoording van de uitgave door de samensteller, een levensbeschrijving van René De Clercq enzovoort, met heel veel illustraties. Het wordt een boek van circa 160 bladzijden, dat ook voor oudere lezers toegankelijk zal zijn dank zij het grotere lettertype. Met die 28 euro kan ik amper de gemaakte onkosten terugbetaald krijgen en ik heb alles zelf geschreven en ingevormd.

P: Pieter, waar mogen onze lezers en rechthebbenden die zich jouw gulle cadeau voor dat zachte prijsje willen aanschaffen, nu heel concreet naar uitkijken?

PV: Op CD I krijgen zij veertig maal Hullebroeck, op CD II de hele levensloop van René De Clercq met bijhorende muziek (De Noodhoorn e.a.) en op CD III, onder de titel ‘Kunst is Kracht’, komt de Groot-Nederlandse gedachte aan bod met het Gebed voor het Vaderland en de bekende nationale liederen, maar ook met Marialiederen, Kerstliederen van René De Clercq, het Amnestielied van Armand Preud’homme en - zeker niet te vergeten - de Ode aan Vlaanderen - van Mia Dujardin die door mij op muziek gezet is.

P: Als dàt niet om naar uit te kijken is! Toch nog een vraagje: Eindigt het leven van de Stichting Elza Vis-De Clercq bij 25?

PV: Ik ga nog één keer per jaar een kerstconcert geven, maar de tijd van 20 concerten per jaar is inderdaad voorbij. Ik heb nog een massa werk met mijn hobby’s en ik word nog geregeld gevraagd om in jury’s te zetelen voor muziek- en zangwedstrijden en ook mijn privélessen zet ik voort. Ik wil ook wel eens orde gaan scheppen in mijn eigen archief.

P: Werk te over dus, maar waarover zou je, als vriend en kenner van Vlaanderen, nog eens een kritisch geluid willen laten horen?

PV: Over de VRT. Vroeger kwam ik veel bij de BRT, maar sinds wat krijg je, sinds die VRT geworden is, nog te horen aan Vlaamse muziek? Nul. Ze houden daar zo weinig mogelijk rekening met eigen cultuur, eigen muziek en eigen componisten. De eigenheid wordt opzij gegooid. Daardoor hebben jonge Vlaamse musici geen weet van onze eigen cultuur. Zij kennen enkel Mozart, Beethoven, enzovoort. Vroeger maakten Vlaamse componisten naam in Vlaanderen dank zij de radio. Dat is allemaal uit. Heel jammer, want muziek verheft, streelt, heelt, verzacht. Ook daarom heb ik die 3 CD’s willen uitgeven, maar nu ik toch het laatste woord krijg, ik vind dat ook op de IJzerwake meer ruimte moet zijn voor samenzang. Vlaanderen zingt niet meer zoveel als dertig jaar geleden. Als de Vlamingen meer zouden zingen, zouden muren kunnen springen, zoals lang geleden in Jericho. Hector Van Oevelen

Oprecht dankwoord!

In het 25ste sterfjaar van Elza De Clercq vonden vele muzikale activiteiten plaats door de naar haar genoemde, in 1989 in leven geroepen Elza Vis-De Clercq Stichting. Toch vond er na dit alles een heel bijzondere gebeurtenis plaats die mij diep heeft geraakt! Op zondag 24 augustus j.l. werd op de 13 het tijdelijke voor het eeuwige wisselde: e IJzerwake te Diksmuide een prachtig en waardige herdenkingsmoment ingepast voor de gestorven Vlaamse voormannen en- vrouwen; eenieder kreeg afzonderlijk een waardige bloemengroet. De ruim 4500 oprechte Vlaminganten waren er getuigen van omdat ze waren afgereisd naar dit historische landsdeel van West-Vlaanderen. Als vermaard liedzangeres en voordrachtkunstenares heeft Elza in de gehele Lage Landen meer dan een halve eeuw het muzikale patrimonium van haar beroemde vader, volksbard en toondichter, de letterkundige Dr. René De Clercq met veel bevlogenheid uitgedragen. Op het moment dat haar naam werd afgeroepen en een grote bloemenkrans haar symbolisch werd overhandigd, brak de zon door de grijze wolken en kleurde de hemel helder blauw. Als haar echtgenoot is het mijn taak om u allen hiervoor te danken en in het bijzonder het hoofd en werkbestuur van IJzerwake. Om met vader De Clercq’s vers mijn dankwoord te onderstrepen, haal ik de laatste woorden aan van Elza toen ze

‘Wanneer de tijd zal komen dat ik in eigen land zal vreemde zijn, dan zoek ik vruchteloos naar de oude bomen en de oude vrienden mijn. Ik heb mijn lief, mijn leed en leven mijn arme volk gegeven; schenk velen veel, vraag niemand iets. Mocht moeder aarde mij bedekken als goed koren. Alwaar ik lig, zal men een wonder horen: schoon ruisend Diets.’

Dr. Pieter Vis

Voorzitter Elza Vis-De Clercq Stichting