Transcript downloadbare bundel - Drentse Historische Vereniging
1
O O R S P R O N G van P L A A T S N A M E N in D R E N T H E Ir. Albert J. Mantingh
2
Inleiding
In 1969 begon ik met een onderzoek naar de afstamming van de naamdragers Manting(h). Al snel werd mijn interesse gewekt voor de geslachts- en plaatsnamen die eindigen op ‘ing(h)(e)’. En dat leidde er toe dat het onderzoek zich uitbreidde tot heel West-Europa. Door bestudering van de ing-namen in het Nederduitse taalgebied was ik zelfs in staat om op basis van een ing-namen-vergelijking een bewijs te leveren voor de stelling van de bekende latinist Kiliaan die de naam Drenthe afleidde van Tencteren, een Germaanse stam die in de eerste eeuw van onze jaartelling wordt genoemd. (blz. 51: 19) Deze bundel van verklaringen van de oorsprong van een aantal plaatsnamen in Drenthe is samengesteld om aan te tonen dat ten eerste de huidige gangbare verklaring van de Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘ing(e)’ onjuist is, en ten tweede om aan te tonen welke huidige plaatsnamen in Drenthe, die eindigen op ‘en’, afgesleten vormen zijn van plaatsnamen die oorspronkelijk plaatsnamen waren die eindigden op ‘ing(e)‘. Zo verklaart dr. J. de Vries in zijn ‘Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen’ o.a. de plaatsnamen Alting, Balinge, Mantinge en Weerdinge door ze af te leiden van een persoonsnaam Alte, Balle /Bale, Mante en Wardo/Warto respectievelijk. Uiteraard is de naam Alting eens in een ver verleden -ik schat vóór 500- afgeleid van Alte, maar de plaatsnaam van het gehucht Alting in Drenthe heeft in de dertiende eeuw zijn naam ontleend aan de stichter van dit gehucht; die stichter heette Alting(e) en niet Alte. Indien men deze Drentse plaatsnamen ziet in het licht van de algemene naamgeving in Drenthe door de eeuwen heen, en hoe het afslijten van plaatsnamen buiten Drenthe plaatsvond; plaatsnamen die 400 jaar eerder werden genoemd dan die in Drenthe, meen ik te kunnen aantonen dat de verklaringen van dr. J. de Vries en die van drs. J. Naarding onjuist zijn. (blz. 51: 1 en 31) Hiervoor verwijs ik naar mijn verhandeling‘ ‘De oorsprong van de Drentse ing-plaatsnamen’. ‘Voornaam of geslachtsnaam?’. (blz. 4) Deze weerlegging is tevens gepubliceerd in ‘Fragmenten, uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork, nummer 05-2, juni 2005, onder het hoofd Ter ondersteuning zijn de plaatsnamen in Drenthe die eindigen op ‘elte’, ‘hoorn’ en ‘loo’ aan een nader onderzoek onderworpen om vast te stellen of deze namen ook van een persoonsnaam zijn afgeleid. Drenthe behoorden. tijd gebruikt om bezit aan te duiden alsook de hele familie, de sibbe. Adawala, Childebert, Folcwin, Regenbald, Walaric. (blz. 51: 18) (blz. 41-45) enkelvoudige voornamen afgeleide ing-namen als Bering, Culing, Manting, enz. ver voor 822 ontstaan zijn. In de periode 300-400 blijken o.a. Germaanse stamhoofden al samengestelde voornamen te dragen. Deze bundel begint met een aantal korte verhandelingen over de ing-namen opdat de lezer de gedach tengang bij elk afzonderlijke verklaring van een plaatsnaam kan volgen. De verklaring van de oorsprong van een aantal plaatsnamen is overgenomen zoals die door mij in een aantal historische tijdschriften is gepubliceerd met de bijbehorende verwijzing naar de bronnen. Voor de andere plaatsnamen is volstaan met een kortere beschrijving en een gemeenschappelijke verwijzing naar de bronnen. Tot de Drentse plaatsnamen worden ook gerekend die in het Gorecht Groningen liggen en in Weststellingwerf, gebieden die eens tot Vóór 1000 werden de personen meestal in de kerkelijke registers slechts met hun voornaam aangeduid, een achternaam was blijkbaar niet nodig vanwege de toen nog grote verscheidenheid aan voornamen. Maar het feit dat in 822 nabij Gent in België akkers, boerderijen en plaatsen aangeduid worden als bv. Beringhamma, Culingahem, Mantingalanda betekent, dat de namen Bering, Culinga en Mantinga reeds in 822 bestonden. Immers, Beringhamma betekent de hamma (weide) van Bering, Culingahem betekent het heim/erf van Culinga en Mantingalanda betekent het land van Mantinga. Deze namen op ing werden in die In de oorkonde van 822 worden 227 voornamen genoemd waarvan slechts Abba, Ado, Boso, Ello en Gero enkelvoudige voornamen zijn, m.a.w. het zijn voor 98 procent samengestelde voornamen als bv. De hieruit te trekken conclusie is dat de van (blz. 17, bron 8) teruggaan.
In Zuid-Duitsland vindt men veel ingen-plaatsnamen die ontstaan zijn in in de periode 300-500 toen de Romeinen zich daar teruggetrokken hadden. die van een samengestelde voornaam afgeleid zijn. De conclusie uit voorgaande is dat veel namen, die op ’íng’ eindigen en van een enkelvoudige voornaam zijn afgeleid, tot voor 300 teruggaan. Alleen al het feit, dat vele Drentse ing-namen voorkomen in Belgisch Vlaanderen, Duitsland, Engeland en Zuid-Zweden wijst op een zeer hoge ouderdom, namelijk van voor de zogenaamde volksverhuizingen, dus van voor ca. 350, en men mag aannemen –om de woorden van Rietschel te gebruiken- dat de ing-namen tot vóór onze jaartelling (blz. 51: 26) (blz. 8) Onder deze ingen-namen zijn ook plaatsnamen Deze ing-namen werden tevens gebruikt om het bezit –huis en land- een naam te geven. Zolang de mens landbouw bedreven heeft, moesten de woonerven, akkers en weiden een naam hebben; een naam die nodig was om huis, akker en weide te kunnen localiseren Ir. Albert J. Mantingh
3
Inhoud
1 2 3 4 5 6 Inleiding 2 Inhoud De oorsprong van de Drentse ing-plaatsnamen 3 4 Overzicht: De Drentse plaatsnamen eindigend op ing(e) 7 Voorbeelden van afgesleten ing-plaatsnamen in België, Noord-Nederland en Westfalen 8 Overzicht: De Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’ De afgesleten Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’ Verklaring van een aantal Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’ 6.1 De naam Amen via Ame uit Aminge 6.2 Oorsprong van de plaatsnaam Annen 6.3 6.4 6.5 Oorsprong van de plaatsnaam Ansen Oorsprong van de plaatsnaam Assen Beilen, zwelling of Belinge / Balinge 9 10 11 13 14 15 16 18 9 10 11 12 13 14 7 8 6.6 6.7 6.8 6.9 De plaatsnaam Bonnen uit Bon(n)inge De plaatsnaam Buinen uit Buninge De plaatsnaam Drouwen De plaatsnaam Een uit Edinge 6.10 6.11 6.12 6.13 Erm –Erme / Arme – Ermen / Arminge – Erminge De plaatsnaam Gieten Oorsprong van de naam van de stad Groningen Halen, dorre grond of (H)Alinge / Helinge 6.14 Hesselen, hazelaarsbos of Hesselingen 15 16 6.15 6.16 6.17 De plaatsnaam Hijken uit Hiken, Ikinge Lieveren uit Leveringe Odoorn - Oderen – Oring – Oderinge 6.18 Schieven, brug of Schevinge 6.19 Witten Overige afgesleten Drentse ing-plaatsnamen 7.1 7.2 Bronneger Makkum Drentse plaatsnamen op ‘en’ die moeilijk op een ing-naam terug te voeren zijn 8.1 Aalden 8.2 8.3 Anderen Dalen 8.4 Donderen 8.5 Eemten 8.6 Emmen – Empne, een omwalde vesting 8.7 8.8 8.9 8.10 8.11 Glimmen Meppen Haren, lange hoogterug Hemmen onder Haren Laren, Zuid-, Noord-, Mid- 8.12 8.13 8.14 8.15 Onnen Roden Ruinen Zeijen Samenvatting van de Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘en’ Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘loo’ Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘hoorn’ 36 36 36 36 36 36 37 29 30 31 33 34 35 35 35 38 38 39 39 39 39 39 40 40 40 41 42 Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘elte’ Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘mond’ en ‘veen’ Overige plaatsnamen 14.1 Zwiggelte / Zwichtler en Vrijthof 14.2 Westerbork, Schipborg, 44 45 46 46 Terborch 48 14.3 14.4 Exloo Valthe Gelijknaminge plaatsen in Drenthe en aangrenzend Duitsland Bronnen 20 21 21 22 24 25 26 27 28 49 49 50 51
De oorsprong van de Drentse ing-plaatsnamen
4 De veronderstelling van drs. J. Naarding (1) In Drenthe en elders komen diverse plaatsnamen voor die eindigen op de uitgang ing of inge. Het kenmerkende aan deze ing(e)-namen is dat deze in Drenthe ook voorkomen als geslachtsnaam. In eerste instantie zou men denken dat deze plaatsnamen ontleend zijn aan het geslacht met dezelfde naam. In sommige publicaties kan men echter een andere mening lezen, zoals die van drs. J. Naarding. Zo schrijft Naarding in 1946 dat de plaatsnamen Balinge, Brunstinge, Garminge en Mantinge onder Westerbork hun naam ontleend zouden hebben aan de voornaam van de eerste kolonist aldaar, te weten respectievelijk Bale/Bole, Brunt, Garm en Mante. Voor alle duidelijkheid zij vermeld dat deze eerste kolonisten niet bij name worden genoemd. In het volgende meen ik te kunnen aantonen dat Naardings veronderstelling onjuist is. De Drentse ing-namen Veel van de Drentse ing-namen die eindigen op ing komen of kwamen tevens als geslachtsnaam voor. In het hierbij afgebeelde overzicht worden de namen van die gehuchten genoemd. De niet in het overzicht vermelde ing-plaatsnamen zijn niet van een ing-geslachtsnaam afgeleid. Zo was Dikninge bij de Wijk eens de naam van een klooster. Eursing bij Beilen en de drie Eursinges bij Havelte, Pesse en Westerbork betekenen ‘over de es’. Kavelingen bij Valthermond betekent: ‘waar het hoogveen is verkaveld’; het komt dus niet van Keveling. Vledderinge bij Meppel is waarschijnlijk afgeleid van vledder, wat in Drenthe grasland betekent. Bij Bultinge zou moeten worden nagegaan of de naam is ontleend aan de geslachtsnaam Boltinge of Boldinge of dat het hier betekent ‘op de bult’. Drentse plaatsnamen afgeleid van een Drentse geslachtsnaam eindigend op ing(e)
Oorspronkelijke naam: Gelegen nabij:
Altinge Beilen
Huidige naam:
Alting
Geslachtsnaam vóór 1500:
Altinge Balinge Broningehem Brunstinge Bruntinge Buddingewold Bultinge Dunningen Garminge / Ger- Geusinge Gro(e)ningen* Hamingen ^ Holtinge Klateringe Latyngewold Lievinge Lubbinge Mantinge Westerbork Borger Beilen Westerbork Ruinen Ruinen De Wijk Westerbork Ruinen Meppel Havelte Beilen Roden Beilen Zuidwolde Westerbork Balinge Bronneger Brunsting Bruntinge Ruinerwold Bultinge Dunningen Garminge Geusinge Groningen Hamingen Holtinge Klatering Leutingewold Lieving Lubbinge Mantinge Balinge Broninge Brunstinge Bruntinge niet gevonden Boltinge Dunninge Garminge / Ger- Geusinge Gro(e)ninge Haminge Holtinge Klateringe Lodinge L(i)evinge Lubbinge Mantinge Rabbinge Veeninge Zuidwolde Zuidwolde Werdinge / Wee- Emmen * Groningen was eens een Drents dorp. ^ Nu Overijssel. Rabbinge Veeningen Weerdinge Rabbinge Veeninge Wer- , Wordinge Oorsprong van de gehuchten Van de bovengenoemde eenentwintig Drentse ing(e)-plaatsnamen, ontleend aan een overeenkomstige geslachtsnaam, kan men zeggen dat deze Drentse gehuchten alle nabij een groter en ouder dorp liggen. Deze gehuchten zijn –misschien op een paar na- in of omstreeks de 13 de eeuw ontstaan vanwege de grote bevolkingsgroei in de periode van omstreeks 1000 tot 1348, (2) en mede dankzij de warme periodes in die tijd, die het ontginnen van lager gelegen land mogelijk maakten. (KMNI, Klimaat Optimum: eind 12 de eeuw tot in de 14 de eeuw). In navolging van Naarding, die zoals gezegd de plaatsnamen Balinge, Bruntinge, Garminge en Mantinge onder Westerbork afleidde van de voornamen van de niet bij name genoemde eerste kolonisten aldaar, zouden ook de andere zeventien plaatsen hun naam ontleend hebben aan de voornaam van de eerste kolonist aldaar.
5 Weerlegging van de stelling Met de volgende argumenten meen ik de onbewezen stelling van Naarding te kunnen weerleggen. a. Mensinge, Olde-zitsinge, Papinge, Sickinge. b. In het boek ‘
Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum’
periode 1205-1237 reeds dertig geslachtnamen vermeld, waaronder vijftien ing(a)-geslachtsnamen, terwijl in Drenthe in de periode 1225-1285 worden genoemd: Alinghe, Belinge, Berninge, Ebbinge, Ieminge, 1200 in zwang zijn geweest. (7, 8) Hetzelfde valt te zien bij de Olde en Nye ing-namen, die tot in de 18 (3) worden in Noord-Groningen in de Reeds bij de eerste schriftelijke vermeldingen kort na 1200 blijkt dat zekere families al consequent een geslachtsnaam voeren, en het mag worden aangenomen dat dit reeds tijden vóór 1200 ook gebruikelijk was. Is het nu logisch om te veronderstellen dat een zoon Bale uit bijvoorbeeld een boerengezin Alinge in Drenthe, die ten zuiden van Westerbork de woeste grond ging ontginnen, zich en zijn boerderij nu Balinge ging noemen, terwijl hij een Alinge was? In 1284 wordt een Bertoldus Oldezitsinge genoemd en in 1347 een Bartold Oldemantinge in Mantinge. De naam Oldemantinge geeft aan dat de familie Mantinge aldaar twee boerderijen had; de oude werd Oldemantinge genoemd en de nieuwe Mantinge. Indien Naardings gedachtengang juist zou zijn, had men mogen verwachten dat de naam van de nieuwe boerderij afgeleid zou zijn van de voornaam van de eerste bewoner/eigenaar. De eerste geschiedkundige aantekeningen in Drenthe laten echter zien dat de achternamen van de boerenfamilies van vader op zoon overgingen. En waarom zou het daarvóór anders zijn geweest? de eeuw tot stand kwamen indien een familie een tweede boerderij in dezelfde plaats kreeg. Als we zien dat het hier om een zeer stabiele naamgeving gaat, zal dit type naamgeving echt niet omstreeks 1200 zijn ontstaan, maar ook eeuwen vóór De lijst van hoofdgeldplichtigen van omstreeks 1460, waarop circa de helft van de boeren in Drenthe met voor- en achternaam worden genoemd, noemt onder anderen: Altinge 5 keer, Ban(n)inge 9 keer, Haninge 13 keer, Hovinge 12 keer, Husinge 24 keer, Kampinge 10 keer en Schuringe 5 keer. geweest dat bepaalde ing-namen zo vaak voorkwamen. c. samengestelde namen. (5) (4) Maar de voornamen Alte, Ban(n)e, Hane, Huse, Kampe, Schure worden niet genoemd. Hieruit kan worden afgeleid dat de familienamen reeds eeuwen vóór 1460 van vader op zoon zijn overgegaan, anders was het niet mogelijk De in het overzicht genoemde eenentwintig Drentse ing-namen zijn, op Klatering na, afgeleid van een enkelvoudige voornaam en niet van een samengestelde. Deze enkelvoudige voornamen zijn respectievelijk: Alte, Bale, Brone/Broen, Bruns, Brunte, Budde, Bulte/Bolte, Dunne, Garm/Germ, Groen, Guese, Ham(m)o, Holte, Lote, Lieve, Lubbe, Mante, Rabbe, Vene en Werde. Klateringe is afgeleid van Klatert, dus een samengestelde naam. Klatert is een voornaam; vergelijk Kloot, Clothilde, Clodawina en de plaatsnaam Kloetinge. Indien Naarding nu gelijk zou hebben, zouden de enkelvoudige voornamen na 1200 nog volop in Drenthe moeten voorkomen. Maar wat ziet men? De mensen dragen, op een uitzondering na, in die tijd een samengestelde voornaam. Zeer populaire voornamen in Drenthe waren toen: Albert, Arnold/Arend, Bernhard/Berend, Egbert, Frederik, Gerhard/Geert, Hendrik, Johan, Lambert, Rudolf, Willem, allemaal Van deze namen had men in die tijd van de nieuwe ontginningen en dus nieuwe boerderijen naar verhouding zeer veel ing-namen afgeleid mogen zien, althans, indien Naarding gelijk zou hebben. Maar wat blijkt? In de genoemde eenentwintig Drentse ing(e)-plaatsnamen blijkt niet één van deze populaire samengestelde voornamen uit die tijd voor te komen. Sterker nog; de enkelvoudige voornamen, die in bovengenoemde Drentse ing(e)-plaatsnamen voorkomen, worden op een hoge uitzondering na niet in de Drentse bronnen genoemd. Dit had men wel mogen verwachten indien Naarding gelijk zou hebben. Nu zou men kunnen zeggen: Misschien zijn de mensen na de dertiende eeuw, na de ontginningen, ineens van enkelvoudige op samengestelde voornamen overgegaan. Dit is echter niet het geval. De samengestelde voornamen kwamen reeds eeuwen vóór 1200 veel meer voor dan de enkelvoudige. Zo worden bijvoorbeeld in Gent in Vlaanderen in 822 in een oorkonde 227 voornamen genoemd waarvan maar 5 (2%) enkelvoudige, alsook 27 ing-plaatsnamen waarvan één is afgeleid van een samengestelde voornaam. enkelvoudige voornamen. (7) (6) Eender beeld ziet men in de graafschappen Gelre en Zutfen in de periode 709-800; van de 115 voornamen zijn 3 (3%) In Drenthe schijnt het niet anders geweest te zijn. Er is slechts één oorkonde uit de 9e eeuw waarin Drenten worden genoend. In 820 worden in Arlo in de pagus Trent (Drenthe) drie Drenten genoemd; ze heten Aldgrim, Ricfrid en Theodgrim. Tevens worden nog achttien getuigen genoemd, ook zij dragen allen een samengestelde voornaam, o.a. Aldger, Altbert, Eburg, Egilhard, Marcrad, Osger, Waldric. (8) Bij al deze namen gaat het om samengestelde namen. De ing-namen zijn al zeer oud. Het feit dat ze in het hele Germaanse gebied in Europa voorkomen, geeft aan dat deze namen van zeer oude datum zijn. De Angelen en Saksen namen ze vanaf 450 mee naar Engeland, de Noormannen namen ze kort voor 900 mee naar Normandië. In Zweden zijn zelfs dingspel namen met een ing-naam; Färingja, Närdingja (Drents Naarding), Sämingja en Snäfingja. Deze namen zouden volgens Rietschel tot vóór onze jaartelling teruggaan. (9) In de ‘Nieuwe Drentse Volksalmanak’ van 1904 noemt E. Pelinck in de 6 e en 7 e eeuw de volgende geslachtsnamen: In Engeland Esing en Inguing, en in Duitsland Alting, Billing, Husinc en Retinc. De ing-namen komen bij de eerste schriftelijke vermeldingen al in het hele Germaanse gebied voor. Dit
6 is niet alleen een teken van zeer hoge ouderdom, maar het geeft ook aan dat men verder moet kijken dan de grenzen van Drenthe indien men tot een gefundeerde mening wil komen aangaande de ing-namen, vooral als men weet dat de schriftelijke bronnen met ing-namen in Drenthe zo’n vier eeuwen later beginnen, op die ene uitzondering na uit het jaar 820, dan bijvoorbeeld in Vlaanderen. Bij de Germaanse ing-namen gaat het om oude clannamen. Oorspronkelijk leefde de Germaanse bevolking, maar ook elders in de wereld, in groot-familieverband, in een clan, in Oost-Nederland een sibbe genoemd. Volgens sommigen zou het sibbeverband tot circa 800 hebben standgehouden. Na het uiteenvallen van de sibben zijn de sibbenamen uiteindelijk boerderij- en geslachtsnamen geworden. Conclusie: Als men ziet dat: a) De ing-namen al eeuwen bestonden vóór 1300, en b) dat de mensen in die tijd hoofdzakelijk samengestelde voornamen droegen, en c) de ing-namen van vader op zoon werden overgedragen, dan hebben de Drentse ing-plaatsnamen hun naam ontleend aan de ing-naam van de eerste kolonist en niet aan diens voornaam. 6.
7.
8.
9.
Geraadpleegde bronnen: 1.
Naarding, drs. J. ‘De geschiedenis van de gemeente Westerbork’. Een Typoscript, een lezing gehouden in 1946. 2.
3.
4.
5.
Heringa, J. e.a. redactie, ‘Geschiedenis van Drenthe’, Uitg. Boom, Meppel, ISBN 90-6009-584-7. Jansen, H.P.H en Janse, A. ‘Kroniek van het klooster Bloemhof’. Uitg. Verloren, 1991. ISBN 90-6550-227-0. Alma, Redmer. ‘De vijftiende-eeuwse schattingslijst van Drenthe‘.Drents Genealogisch Jaarboek, 1997. Mantingh, A.J. ‘Oorsprong en ontstaan van namen’. Uitg. Stubeg. Drie delen: ‘ ‘Voornamen in Drenthe’. ISBN 90-6523-071-8. ‘Achternamen in Drenthe’, ISBN 90-6523-072-6. ‘De afstamming van de Drenten en Twenten’. ISBN 90-6523-073-4. Gysseling M. & A.C.F. Koch, redactie. ‘Diplomata Belgica ante annum millesium centesimum. 822. Uitg. Belgisch inter-universitair centrum voor Neerlandistiek, 1950. Mantingh, Albert J. ‘Lijsten met oude Germaanse voornamen en ing-namen’. Typoscript. ‘Oorkondenboek van Groningen en Drenthe’, (www.cartago.nl) Rietschel, S. ‘Untersuchungen zur Geschichte der germanischen Hundertschaft‘. Zeitschrift der Savignystiftung für Rechtsgeschichte. Weimar. 1907. .
7
2 Overzicht: De Drentse plaatsnamen eindigend op ‘ing(e)’
A. Huidige plaatsnamen ontleend aan gelijknamige Drentse ing(h)(e)-geslachtsnamen de bevolkingsgroei.
(2) (1) Algemeen wordt aangenomen dat vele van deze plaatsen in de dertiende eeuw zijn ontstaan vanwege De overeenkomstige geslachtsnamen eindigen nu op –ing, -inge of -ingh. Alting nabij Beilen 1284 Altinghen, in 1372 Altynghe (3, ogd) Balinge ,, Brunsting ,, Bruntinge ,, Garminge ,, Dunningen ,, Westerbork Beilen Westerbork Westerbork De Wijk 1381/83 Gerd Guedinch houdt de tiende to Balinghe 1563 Leffert Breustinge 1409 Johan Nysinge to Bruntynck 1409 Dunnynghe (dik) (goorspraak ) (ordel) 1347 Gherminge, 1394 Ghermeringhe (ogd), (ogd) 1402 to Garminge (ordel) Holtinge ,, Klatering ,, Leutingewolde ,, Lieving ,, Lubbinge ,, Mantinge ,, Rabbinge ,, Havelte Beilen Roden Beilen Zuidwolde Westerbork Zuidwolde 1438 Holtinge (ngn), 1553 Klateringe 1521 het erf Holtinge (ordel) ca. 1335 Lockincwolde (ogd), (ordel) 1563 Luttingewolde (goorspraak) 1335 Mantinc, 1347 Manthing, 1399 Mantinghe (ogd) 1577 Wolter toe Rabberinge (goorspraak Zuidwolde-Zuideinde) Veeningen ,, Weerdinge ,, Zuidwolde Emmen 1386 Venynghe (ogd) 1317 Weerdinghen (3), van We(u)rdinge / Woer(d)ing(e) * In 1602 Cornelys Lubbinck en Jan Hindriks ’t Linde; blijkbaar woonde Cornelys in Lubbinge.(goorsp.) In 1549 Albert Lubbinge.(ordel) (2) 1543 Johan Leuijnghe toe Beijlenne (ordel) = Johan Levinge te Beilen Niet in de oorkonden, ordelen en goorspraken voor 1600 vermeld*. B. Ing-plaatsnamen die zijn afgesleten tot een andere vorm Broningehem Bron(ne)ger bij Borger, in 1381/83 Bronyncgem(ogd ); aldaar een familie Broninge. Buddigwolt Makinge erf* 1236 1362 (ogd), (odg) 1517 Buddingewold. Nu het oostelijke deel van Ruinerwold. , in 1612 het gehucht Mackinge onder Beilen. Oderinge 1323 Oderen, Odoorn, 1376 Oderinge (3); volksmond Oring, tot ca. 1800 Oderen.
* um = hem = heim. Makkum is waarschijnlijk een afslijting van Makkingehem, vergelijk Broningehem.
C. Ing-plaatsnamen die een geografische kenmerk in zich hebben Eursing nabij Beilen 1563 Oirsche, 1589 Overschinge (goorspraak); betekent ‘over de es’. Eursinge Eursinge ,, ,, Havelte Pesse ca. 1313 Oeveressingen/Ovesinghe goet (hvp), betekent ‘over de es’ betekent ‘over de es’ Eursinge ,, Kavelingen ,, Westerbork 1408 Oversinghe (dik), betekent ‘over de es’ Valthermond Verkavelde veenplaatsen in de periode 1853-1865 ontgonnen. D. Ing-plaatsnamen in vroegere Drentse gebieden Het huidige Stellingwerf werd kort voor 1324 van Drenthe afgescheiden en aan Friesland toegevoegd, ook de stad Groningen en het Gorecht Groningen behoorden eens tot Drenthe. Aekinga nabij Appelscha (Fr) Drents Aekinge Buttinga ,, Hamingen ,, Oosterwolde (Fr) Meppel Drents Bu(i)tinge, Fries Buttinga Hamingen, was met Staphorst eens Drents gebied (wikipedia) Jardinga ,, Makkinga ,, Gro(e)ningen Oosterwolde (Fr) Oosterwolde (Fr) de stad Groningen Drents Mackinge Drents Gro(e)ninge E. Plaatsnamen op ‘en‘ die mogelijk zijn ontleend aan ing(e)-geslachtsnamen (4) Anderen Buinen Annen Dalen Ansen Drouwen Assen Beilen Een (1376 Eden) Gieten Bonnen Hijken Schieven Witten 1. Compact Provincie Atlas Drenthe, 1 : 50.000. ISBN 9001-87127-5. 2. Geschiedenis van Drenthe. Redactie o.a.dr. J. Heringa. Uitg. Boom, Meppel/Amsterdan. ISBN 90-6009-584-7. 3. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. De Vries. Aula. Uitg. Het Spectrum, 1962. 4. Verklaring van een aantal Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’. (blz. 11 - 40) Afkortingen: ogd = Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, ordel= Ordelen van de Etstoel, dik=archief Dickninge, ngn=Nomina Geographica Neerlandica, sedert 1885-. hvp=Staat van bezittingen van Herbertus van Putten
8
3 Voorbeelden van afgesleten ing-plaatsnamen in België, Noord-Nederland en Westfalen
Onderstaande tabellen geven een indruk hoe de ing-plaatsnamen buiten Drenthe, genoemd vóór en na het jaar 1000, in de volgende eeuwen zijn afgesleten. Aan de hand van deze voorbeelden kan men zich een idee vormen hoe het proces van afslijten zich in de Drentse ing-plaatsnamen heeft voltrokken.
België, ing-namen genoemd vóór en na het jaar 1000
(blz. 51: 1) Huidige naam: Adegem br** Amegem ovl Anzegem wvl Bettegem br Oude naam vóór 1000: 840 803 960 830 Addingahem Ramaringahemia Ansoldingehem Bettingaheim Huidige naam: Oude naam na 1100: Baardegem ovl** 1240 Bardenghem Balegem ovl 1181 Badelenghem Beertegem ovl 1158 Bertinghem Beigem br 1155 Beingem Bonegem wvl Hillegem ovl Kolegem ovl Makegem ovl Papegem ovl Tiegem wvl 844 825 768 7e eeuw Machingahem 976 840 Boningaham Hildeningahem Culingahem Papingehem Thiaboldingahem Bellegem wvl 1195 Bellenghem Bijzegem br 1286 Bisenghem Bissegem wvl 1238 Bissenghem Boeregem ovl 1185 Budrengem Bollezele wvl 1119 Bullingasela Bunegem br 1215 Bunenghem ** br = provincie Brabant, ovl = provincie Oost-Vlaanderen, wvl = provincie West-V;laanderen
Noord-Nederland, ing-namen genoemd vóór en na het jaar 1000
(blz. 51: 1) Huidige naam: Oude naam vóór 1000: Huidige naam: Oude naam na 1100: Dedgum f^* Denekamp o Dokkkum f Hesingen o 855 Deddingiuuerbhe 10e eeuw Deginghem 8e eeuw Tochingen 799 Hasungum Beetgum f 1399 Betinghim Bronneger d 1382 Bronyncem Dronrijp f 1132 Denningrip Dongjum f 1433 Donninghamma Firgum f Krassum g Lonneker o 8e eeuw Fardincheim 8e eeuw Creslinge Eppenhuizen g 1390 Eppingahusum Kornjum f 1484 Korningen ca. 900 Loningheri Lippenhuizen f 1315 Luppingahusen Saaksum g Ulrum g Oude naam: Butilingtharpa 8e eeuw Sahsingenheim ca. 1000 Vulviringahem Mantgum f 1386 Mantinge Pingjum f 1371 Penninghum Waaxens f 8e eeuw Wacheringe Tjum f 1222 Chzimingen ^* d = Drenthe, f = Friesland, g = Groningen, o = Overijssel
Westfalen, ing-plaatsnamen afgesleten na 1050
(blz. 51: 16) Huidige naam: Buttrup Oude naam: Huidige naam: Liveredingtharpa Lentrup Haringtharpa Heppingtharpa Katingtharpa Hentrup Hentrup Kettrup Stellingtharpa Teltingtharpa Vrilingtharpa Stentrup Tentrup Frintrup Ziet men de bovengenoemde ing-plaatsnamen in België dan ziet men daaronder ook Drentse ing-namen als Betting, Boning, Koeling, Macking, Paping. M.a.w. in die tijd –vóór 900- bestonden reeds deze ing namen. In België ziet men vooral dat de uitgang ‘heim’ afgesleten is tot ‘hem’ en daarna tot , em’, in Friesland en Groningen tot ‘um’. In Westfalen -rondom Münster- was de uitgang ‘tharpa’ sterk vertegenwoordig en werd ‘trup’, wat ‘dorp’ betekent.
Afslijten van de ing-plaatsnamen:
Bovenstaande voorbeelden laten duidelijk zien dat: a Het afslijten van de ing-vorm in plaatsnamen in België, Noord-Nederland en Westfalen heeft zelfs nog na 1500 plaatsgevonden. b De ing-vorm is in de bovengenoemde plaatsnamen in België, Noord-Nederland, en Westfalen verdwenen c Drenthe heeft nauwelijks ing-plaatsnamen gekend die eindigden op ‘heim/hem’ of ‘tharpa’. Indien dit het geval was geweest, hadden er nu, zoals in Groningen en Friesland, veel afgesleten plaats- namen in Drenthe moeten zijn die eindigden op ‘um’ of ‘em’ of ‘trup’ in plaats van op ‘en’. (blz. 9)
Ontstaan van de ingen-plaatsnamen in Zuid-Duitsland:
De plaatsnamen op ingen zijn in Zuid-Duitsland in de 4de en 5de eeuw ontstaan toen de Romeinen zich terugtrokken. (Die Alamannen. Rainer Christlein. Konrad Theiss Verlag. ISBN 3-8062-0190-0).
9 4
Overzicht:
Oudere vorm
De Drentse-plaatsnamen eindigend op ‘en’*
Betekenis volgens J. de Vries Amen Annen Ansen Assen Beilen Bonnen Buinen Dalen Drouwen Een Erm (blz. 51: 1 en 12) 1460 Ame 1309 Anne, Annum 1178-1196 Ansen 1381/83 Druwen 1276 Ascen 1139 Bele, 1206 Beile 1309 Bunnen 1335 Bune 1160 Dalon Gieten Groningen 1223 Geten 1200 Groningen Halen (Hoog-) 1217 Halen Hesselen 1206/7 –helsel/-heslel PN Anno PN Anso PN Drouwe 1335 Ede,1381/1460 Eden PN Eda, brandhout 1302 Ermen, 1397 Armen armelijke nederzetting? PN Gete, Giete? hazelaarsbos PN Asko/Asso bele = zwelling uit Bonninge / Bonneheem PN Bunna / Bunno in de dalen groene beek / PN Grono uitgedroogd, schraal Hijken Lieveren Makkum Odoorn Schieven Witten Zeijen 1370 Hyken 1460 Leveren 1362 Makinge erf Scheven 1294 Withen 1327 Oderen/1376 Oderinge 1370 Zien, 1436 Zijen PN Odhere PN Hike PN Livere / Libheri PN Makko scheven=brug ? druppelend water Oorsprong / betekenis volgens A. J. Mantingh Am(m)ing An(n)ing Ansing Assing Be(i)ling Bon(n)ing Bu(i)ning Daling? ? Eding Erming / Arming Gthelinge Groeninge Aling / Heling Hesselinge? (H)Iking Lievering Makking Oderinge Scheving Witting mogelijk Siding? Anderen
Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’ zonder de ing-vorm
Vermeld in: Blz. 51: 12, 1) Aalden 1010 Alodun 1217 Andere Betekenis volgens J. de Vries woest gebied / waterloop (blz. 51: 1, 12,27) Annerhorne? /hoek van Anno? Blz. 51: 1) Coevorden 1148 Koiforde Donderen 1113 Donren,1335 Dunre Echten Eemten 1181 Echtene 1421 Eemptuen voorde waardoor de koeien gedreven werden duinbewoners / duinhoek echte hofhorig goed ? Emmen Essen Gasteren Glimmen Haren Hemmen 1300 Ghestre 12 e eeuw Glemmene 1249 Haren 1323 Heumawalda Laren (Zuid-) 1160 Suetlare Kalteren 1139 Emme / 1376 Empne 1276 Yesse 1209 Calthorne Meppen Onnen Roden Ruinen 1335 Meppen 1323 Hunne 1139 Roiden/Raden 1141 Runa, 1176 Runen emna = effen, vlak bijbels Jesse / PN Jesse gast=geest= hoge zandgrond ? haar=woeste plek met struikgewas familie Hewma weideplaats, moerassig land koude hoek moerassige weide hun= donker ontgonnen woeste grond rune=smal dalletje Sleen 1355 Scleen, 1538 Schleen slade=dal? Steenbergen Veenhuizen 1276 Venehus/1381/83 Fenehusen huizen in het veen Zwinderen 1276 Swinre, 1460 Zwijnre land met veel stenen bij de waterloop Swin
Drentse veldnamen
branden = landen die regelmatig gebrand worden; bv. hoogveen voor de boekweitcultuur, dobben = kuilen, groeven, hemmen , hammen =, afgeperkte of omheinde stukken land, weiden holten = met hout begroeide landerijen, kwabben = bultige weke gronden strengen = stroken land, kolken = land met waterdiepten. *Drenthe, Compact Provincie Atlas. 1 : 50.000. Wolters Noordhoff Atlasproducties. ISBN 9001-87127 5
10
4 De afgesleten Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’
Onder afgesleten namen verstaat men namen die in de loop der eeuwen steeds korter geworden zijn ofwel gecomprimeerd zijn, afgesleten zijn. Wil men een goed beeld krijgen van hoe en hoeveel plaatsnamen in het Nederduitse taalgebied in de loop der eeuwen zijn afgesleten, dan is het boek ‘Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen van Dr. J. de Vries aan te bevelen. Onder het Nederduitse taalgebied wordt min of meer verstaan het gebied dat ten noorden van de lijn Brussel – Kassel – Berlijn ligt tot aan de Noordzee. Wil men de ontwikkeling van de Drentse plaatsnamen of namen in het algemeen begrijpen dan is het zonder meer noodzakelijk om ook de namen in het Nederduitse taalgebied te bestuderen, omdat in vele streken buiten Drenthe de schriftelijke bronnen van een vaak veel oudere datum zijn, bijvoorbeeld de bronnen begin negende eeuw in Vlaanderen. In Drenthe is een aantal plaatsnamen dat eindigt op ‘en’, maar dat oorspronkelijk eindigde op ‘ing(e)’. Alvorens een beschrijving te geven van de oorsprong van dit aantal plaatsnamen is het wenselijk om volgende aspecten van de ing-namen in gedachten te houden en wel: 1 Plaatsnamen eindigend op ‘ing(e)’ komen in het hele West-germaanse gebied voor; o.a. Zuid-Zweden, Denemarken, Engeland, Nederland, Belgisch en Frans Vlaanderen, Duitsland, Elzas. 2 De ing-namen werden reeds vanaf de derde eeuw gevoerd door aanzienlijke geslachten. 3 Meer dan 90 procent van de Drentse ing-namen zijn afgeleid van enkelvoudige voornamen, zoals bv. Benno, Hiddo, Menso, Sicco, Tabo, Willo. 4 Slechst weinige ing-namen zijn afgeleid van samengestelde voornamen zoals bv. Albert, Berend, Gerard Hendrik, Rudolf, Willem. 5 Tussen 500 en 800 droegen reeds meer dan 90 procent van de mensen samengestelde voornamen. 6 Uit punt 3, 4 en 5 is te concluderen dat het gros van de enkelvoudige voornamen vóór 500 zijn gevoerd. 7 De ing-namen werden gebruikt niet alleen om geslachten of families aan te duiden maar ook onroerend goed, bv. in 822 nabij Gent in Vlaanderen. 8 In het hele Westgermaanse gebied vindt men ing-plaatsnamen waarvan de oorspronkelijke kern de boerderij van dezelfde naam is geweest. 9 Vele oude ing-plaatsnamen zijn in de loop der eeuwen afgesleten. 10 Drenthe was een provincie waar de eigenerfde boeren vóór 1400 bijna allen een ing(e)-naam voerden alsook de boerderijen. De naam van de boerderij ontleende haar naam aan die van de particuliere eigenaar. 11 De huidige ing(e)-plaatsnamen in Drenthe zijn van een jongere datum, ze zijn overwegend in de 13 e eeuw ontstaan. Vanwege de directe schriftelijke vastlegging zijn deze namen niet afgesleten. 12 De huidige Drentse ing(e)-plaatsnamen zijn ontleend aan de gelijknamige namen van de eerste stichters. 13 Plaatsnamen afgesleten en-plaatsnamen niet aan te tonen. bestaande uit een enkelvoudige voornaam en eindigende op ‘en’ zijn afgesleten ing-plaatsna men en zijn na 1000 afgesleten; vóór 1000 zijn deze Verwijzingen: ad1- 12 Voor algemeen overzicht, zie: Lijsten met oude Germaanse voornamen en ing-namen. Typoscript. Ir. ad 1 Elke atlas toont dergelijke namen, of ‘De afstamming van de Drenten en Twenten, blz. 51-85, ISBN Albert J. Mantingh. Herzlake 2011. 90-6523-073-4. ( blz. 51, 19) ad 2 Germaanse stammen tussen 270 en 330: Greutungen, Juthungen, Terwinger, Hasdingen, Silingen, Toringi/ Thüringer. Die Germanen. Malcolm Todd. ISBN 978-3-8289-0870-3. Vertaling van : The Early Germans. ad 3 Achternamen in Drenthe. A.J. Mantingh. ISBN 90-6523-072-6 en Voornamen in Drenthe. A.J. Mantingh. ISBN 90-6523-071-8. ad 4 Zie ad 3, Achternamen in Drenthe. ad 5 Zie ad 3, Voornamen in Drenthe, blz. 13 – 15. ad 7 Zie ad 1-12, blz. 110 en 117. Diplomata Belgica ante annum millesimum centesimum scripta. Uitg. het Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek. 1950. (onroerend goed nabij Gent in 822) ad 8 Zie ad 11 en ad 12. ad 9 Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula85. 1962 Het Spectrum. ad 10 Drents Genealogisch Jaarboek, 1997, blz. 65 - 78. ad 11 Geschiedenis van Drenthe. Redactie J. Heringa e.a. Assen 1985. ISBN 90-6009-657-6. ad 12 Voornaam of geslachtsnaam? Fragmenten uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork. Nr. 05-2, juni 2005. A.J. Mantingh. ad 13 Lijsten met oude Germaanse voornamen en ing-namen. Typoscript. Ir. Albert J. Mantingh.
11 5
Verklaring van een aantal Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’
In het onderhavige artikel wordt getracht de verklaring te vinden van de oorsprong van een aantal Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘en’ en die al tijden bestonden voordat zij schriftelijk ons werden overgeleverd. Het gaat hier dan om de tijd vóór 1100. Een probleem bij zeer oude plaatsnamen is dat we niet zeker kunnen zijn dat de eerste schriftelijke vastlegging overeenkomt met de oorspronkelijke naam. Vele namen zijn in de loop der tijden gecomprimeerd oftewel samengeperst, afgesleten. Een paar voorbeelden: Het in 1132 genoemde Friese Denningrip is gecomprimeerd tot Dronrijp en het in 1381 genoemde Drentse Broningehem tot Bronger.
(1) Dit comprimeren zien we niet alleen bij plaatsnamen, maar ook bij namen van personen. Zo is Geert ontstaan uit Gerhard, Henk uit Hendrik (2), Betten uit Betting(e), Hoven uit Hoving(e).
(3) Voor 1500 vindt men in de ordelen van de Etstoel de volgende namen gecomprimeerd: Heringe tot Heren, Synnynge tot Synnen, Zuringe tot Zuren. Nog steeds worden in het Drents vele ing-namen als en-namen uitgesproken; Hovinge als Hoov’n, Keveling als Keev’n enz. Om nu oude Drentse plaatsnamen te kunnen verklaren waarvan de oorspronkelijke schrijfwijze niet bekend is, is het gewenst om na te gaan hoe andere soortgelijke plaatsnamen in Drenthe zijn ontstaan en zich door de tijden hebben vervormd. Het blijkt dat plaatsnamen vooral aan namen van personen, meestal de stichter, zijn ontleend of aan een geografische gesteldheid. Drenthe is het land waar oorspronkelijk bijna alle eigenerfde geslachten een ing-naam voerden; bv. Abbing(e) --- Zegering(e). De lijst van hoofdgeldplichtigen in Drenthe van omstreeks 1460 is hiervan een overtuigend bewijs. Alleen al in Drenthe zijn voor 1800 meer dan 550 verschillende ing-namen aan te tonen. ( 4) De ing-namen komen niet alleen in Drenthe voor, maar in heel West-Europa; het zijn typisch Westgermaanse familienamen; hiertoe behoren ook de Friese inga-namen en de Twentse ink-namen. Dit wijdverspreide voorkomen bewijst de hoge ouderdom van de ing-namen. Zo namen de Angelen en Saksen deze ing-namen tijdens de zogenaamde volksverhuizing (300-500) mee naar Engeland. Met behulp van de oude ing-namen in Drenthe, de afslijting van ‘ing’ tot ‘en’, en de jongere ing plaatsnamen in Drenthe, acht ik het mogelijk dat de meeste Drentse plaatsnamen van vóór 1100, die eindigen op ‘en’, én die een persoonsnaam in zich dragen, zijn afgeleid van een geslachtsnaam, die eindigde op ‘ing(e)’. Met de jongere ing-plaatsnamen in Drenthe, die in de dertiende eeuw ontstaan zijn, worden bedoeld o.a. Alting, Balinge, Brunsting, Bruntinge, Garminge, Lieving, Mantinge, Rabbinge, Weerdinge. Deze plaatsnamen zijn ontleend aan de geslachtsnaam van de eerste kolonist aldaar. zodanig bekend.
(6) Bij Odoorn gaat het om een plaats die na 400 ontstaan is .(7) (5) Broningehem gecomprimeerd tot Bronger. Maar omstreeks 1460 wordt het als Broninge vermeld Odoorn is een mooi voorbeeld van een ing-plaatsnaam, die in vroegere tijd is afgesleten tot een en plaatsnaam. Odoorn, werd in 1324 als Oderen, in 1376 als Oderinge en daarna als Oderen geschreven. Dat Oderinge de oorspronkelijk naam is, bewijst de naam Oring voor Odoorn en bij de Odoorners als We zien hier dus Oderinge afgesleten tot Oderen/Odoorn. Zoals hiervoor is vermeld, is het in 1381 genoemde .(8) Het is blijkbaar tot Bron-
ger
afgesleten en niet tot Bronen of Bronum, omdat het nabij Bor-
ger
lag. Ook buiten Drenthe hebben vele ing-plaatsnamen de ing-vorm verloren. (1) Onderstaande tabel geeft een overzicht van oude Drentse en-plaatsnamen die De Vries van een persoonsnaam afleidt. Met voorgaande argumentatie acht ik het meer voor de handliggend dat deze en plaatsnamen oorspronkelijk ing(en)-plaatsnamen zijn geweest en evenals de jongere Drentse ing plaatsnamen aan de ing-naam van de eerste stichter of aan diens boerderij met dezelfde naam zijn ontleend. Dat de jongere Drentse –ing-plaatsnamen niet zijn afgesleten, moet worden toegeschreven aan het feit dat zij kort na hun ontstaan schriftelijk zijn vastgelegd. A Drentse plaatsnamen met achtervoegsel ‘en’ en afgeleid van een Drentse ing-geslachtsnaam Huidige naam Anderen Annen Persoonsnaam volgens De Vries Anno Anno (1) Drentse ing(e)-naam Anning(e) (4) Ansen Assen Bonnen Buinen Drouwen Een, in 1335 Ede, 1460 Eden Gieten Groningen (oorspr. Drenthe) (9) Hijken, in 1370 Hyken z.o.z. Anso Asko of Asso Bonninge Bunna / Bunno Drouwe Eda Gete, Giete Gr ô no Hike Ansing(e) / Ensing(e) As(s)ing(e) Bon(n)ing(e) Buining(e) Eding(e) Gthelinge Gro(e)ninge (H)iking(e)
12 Lieveren Makkum*, 1612 Mackinge Odoorn, in 1376 Oderinge Livere Mago Odhere Lieveringe Mackinge Oderinge * In 1362 is er sprake van een Makinge-erf in Holthe, 5 km ten zuiden van Makkum. (Archief Dickninge) In 1397 wordt een Hillebrant Mackinge als buur te Beilen vermeld. (Oorkondenboek van Groningen en Drenthe) In 1588 is sprake van de buren van Mackinge. (goorspraken) B. Drentse plaatsnamen met achtervoegsel ‘en’ en mogelijk afgeleid van een Drentse ing-geslachtsnaam. Huidige naam Ame 1403, Amen 1426^ Volgens De Vries niet genoemd (1) Drentse ing(e)-naam Ameling, Amming (4) Beilen Dalen Schieven bele = zwelling? in de dalen brug op palen? Be(i)ling(e) Daling(e), Deling(e) Sch(i)eving(e) Witten ^ Vergelijk Een-Eden, tabel A C. geen verklaring Witting(e) Drentse plaatsnamen met achtervoegsel ‘en’ en mogelijk niet af te leiden van een ing-naam Emmen, in 1313 Emne, in 1376 en daarna tot 1500 als Empne geschreven. De Vries verklaart deze naam met het woord emna, dat ‘effen, vlak’ betekent. Gezien de vroegere schrijfwijzen moet met de Drentse geslachtsnaam Em(m)inge geen verband worden gezocht. Ruinen, in 1141 Runa, in 1176 Runen. De Vries schrijft: -Misschien te verbinden met rune wat ‘smal dalletje’ betekent.- Een ing- of ink-naam is in Drenthe of daar buiten niet aan te tonen. afslijting van Zi(e)den kunnen zijn, wat weer een afslijting van Drents Siding(e) kan zijn. (4, 10) Zeijen, in 1370 Zien, in 1436 Zijen (uit te spreken als Zien) , wat volgens De Vries ‚druppelend water’ betekent (daarbij ligt de Masloot of de sloot door de made ‚weiland’). Maar wat als Zien eender is afgesleten als Een dat in 1381 en omstreeks 1460 als Eden werd geschreven? Analoog zou Zien een Samenvatting Tracht men vele oude Drentse plaatsnamen, die op ‘en’eindigen, te verklaren overeen-komstig de overheersende ing-naamgeving en ing-afslijting van namen in Drenthe en de honderden ing-plaatsnamen buiten Drenthe, dan wordt de verklaring van deze oude Drentse plaatsnamen vele malen eenvoudiger en geloofwaardiger. Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula boeken. 2. Oorsprong en ontstaan van namen. Deel I, Voornamen in Drenthe. ISBN 90-6523-071-8. A.J. Mantingh. 3. Oorsprong en ontstaan van namen. Deel II, Achternamen in Drenthe. ISBN 90-6523-072-6. A.J. Mantingh. 4. Zeshonderd ing(e)-namen en sibben in Drenthe. Typoscript van ir. A.J. Mantingh. 5. Voornaam of achternaam. Fragmenten uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork, nummer juni 2005. A.J. Mantingh. 6. Odoorn – Oderen – Oring – Oderinge. Typoscript van Albert J. Mantingh. 7. Odoorn im frühen Mittelalter. Bericht der Grabung 1966. Harm Tjalling Waterbolk. 8. Lijst van hoofdgeldplichtigen in Drenthe omstreeks 1460. Drents Genealogisch Jaarboek, 1997. 9. Groningen ontleend aan de naam van een familie. Nieuwsblad v/h Noorden, 25 maart 1993. A.J. Mantingh. 10. Encyclopedie van Namen. A. Huizinga. 1955. Uitg. A.J.G. Strengholt’s N.V. Amsterdam.
13 6.1.
De naam Amen via Ame uit Aminge
Onder Rolde ligt het plaatsje Amen. Dank zij een zestiende eeuwse schattingsregister weten we dat in 944 er twee boerderijen in het huidige Amen stonden. (1) Dat er maar twee boerderijen stonden is een aanwijzing dat het in 944 om een jongere plaats gaat. Helaas weten we niet hoe Amen toen geheten heeft. Bestudeert men de plaatsnamen, die reeds vóór het jaar 1000 in Engeland, Nederland, Vlaanderen en Westfalen schriftelijk zijn opgetekend dan komt de naam Amen over als zijnde niet de oorspronkelijke naam. (2) De plaatsnamen waren voor 1000 veel langer en zijn in de loop der eeuwen steeds korter geworden, ofwel afgesleten, gecomprimeerd. Uit het gegeven dat Amen in 944 uit slechts twee boerderijen bestond, mag geconcludeerd worden, dat de naam Amen ontleend is aan de eerste boerderij. Wil men een idee hebben hoe Amen oorspronkelijk geheten heeft, dient men de plaatsnamen in o.a. België, Engeland en Normandië te bestuderen. Na 450 hebben de Angelen en Saksen uit Denemarken en Noord-Duitsland zich in Engeland gevestigd. De door hen gestichte gehuchten ontleenden hun eerste naam aan die van de stichter. Die namen eindigen meestal op ‘ingdon’, ‘íngham’, ‘ington’; bv. Abingdon, Bellingham, Warrington. Eenzelfde naamgeving hadden de Noormannen die zich vóór 900 in Normandië vestigden; bv. Alincthun (thun = ton = omheining) , Balinghem, Bavenghem. In Westfalen vindt men in de elfde eeuw o.a. de namen Amelincburen, Haringtharpa (tharpa = dorp), Isingtharpa, Hesselingk, Menering, Teltingtharpa.
(2) Deze ing-namen werden al in de vierde eeuw door koningsgeslachten gevoerd en in de zesde en zevende eeuw zijn er geslachten die deze ing-namen voeren; bv. in Engeland Esing, Inguing, in Duitsland Alting, Billing, Husinc, Retinc. (2) Vele van voornoemde lange plaatsnamen zijn in de loop der eeuwen afgesleten; bv. in Westfalen: Haringhtharpa werd Hentrup, Isingtharpa werd Isendorf, Teltingtharpa werd Tentrup. in 1132 werd Dronrijp, Sahsingeheim in de achtste eeuw werd Saaksum. (3) (2) De Vries noemt een paar honderd plaatsnamen die afgesleten zijn; bv. Broningehem in 1381 werd Bronger bij Borger, Denningrip In het Drents en het Gronings wordt Groningen als Grunnen uitgesproken, m.a.w. de ing-vorm verdwijnt. Vóór 1800 ziet men dikwijls de ing-namen in Drenthe als en-namen geschreven; bv. Hovinge als Hoven, Harkinge als Harken. Bovenstaande uiteenzetting in gedachten houdende, is het waarschijnlijk dat het bij Amen niet om de oorspronkelijke vorm gaat. Hoe schreef men Amen in voorgaande eeuwen? De schrijfwijzen waren in 1403/1408/1435/1460 Ame, in 1563/1572/1573/1576/1577 Amen, en in 1588 Aem (4,5,6) in 1691/1742/1754/ 1764/1774/1784/1794/1804 Amen. (7) Als men de ing-plaatsnamen van de gehuchten in Drenthe bestudeert, die in de dertiende eeuw ontstaan zijn, dan hebben die plaatsen, die uit één boerderij ontstaan zijn, hun naam aan de ing-naam van de eerste stichter ontleend. Bv. Alting, Balinge, Dunningen, Garminge, Makkum (was Mackinge), Mantinge, Rabbinge, Weerdinge .(8) En het is logisch dat in de eeuwen vóór 1200 de plaatsaanduiding eender was. Immers, als men de 13 e eeuwse Drentse ing-plaatsnamen ziet, en die vóór 1000 in Engeland, Normandië, Vlaanderen en Westfalen, dan ligt het wel zeer voor de hand dat het bij Ame en Amen om een afgesleten vorm gaat. In navolging van deze namen zal de oorspronkelijke vorm van Ame en Amen zijn geweest Aminge of Amingen of misschien Amingeheim. De eerste boerderij in het huidige Amen is dan vóór 944 door een Aminge gesticht of hij was de latere eigenaar. Dat dit wel zeer mogelijk is, wordt bevestigd door de familienaam Aminge in Drenthe. Deze wordt vermeld in: (4,5,6) 1373 in de stad Groningen stond een Aminghe-erf. (9) (P.S. Groningen was eens een Drents dorp), 1412 1452, 1467/8 Rotger Amynck, 1460 Wessel Amynge pleit met den Besten van Deveren (Diever), Engbert Ammynck in Balloo, Ludeke to Amynge in Annen, 1519 1612 Conclusie Henric Amynge pleit met Jacob Klateringe, (P.S. Henric woonde blijkbaar in Zwiggelte, zie 1612) Remmelt Aminge te Zwiggelte. (10) Als men ziet dat de naamgeving en het afslijten van plaatsnamen in Drenthe en daarbuiten eenzelfde patroon vertoont, dan ligt het zeer voor de hand dat Amen ontstaan is uit Aminge, de boerderij die vóór 944 in het huidige Amen stond en in 944 of daarvoor als eigenaar had een persoon die Aminge heette. Bronnen: 1. Geschiedenis van Drenthe. Redactie. O.a. Dr. J. Heringa. ISBN 90-6009-584-7. 2. Lijsten met oude Germaanse voornamen en ing-namen. Ir. A.J. Mantingh. Typocsript. 3. Woordenboek van de Zuid- en Noord-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula 85, Uitg. Het Spectrum. 4. De ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1399-1447. F. Keverling Buisman. 1987. ISBN 90-6011-514-7. 5. De ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1450 - 1504/1518. F. Keverling Buisman. 1994. ISBN 90-6011-892-8. 6. De ordelen van den Etstoel van Drenthe, 1518 – 1604. Mr. J.G.Ch. Joosting. Uitg. Martinus Nijhoff. 1893. 7. Haardstedenregisters. Zie www.drenlias.nl 8. Fragmenten, uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork. A.J. Mantingh. Juni 2005. 9. Oorkondenboek van Groningen en Drenthe. Zie www.cartago.nl 10. Lijst van bezaaide landen in 1612. Zie: www.drenlias.nl
14 6.2
Oorsprong van de plaatsnaam Annen
Dr. J. de Vries schrijft bij Annen: Zal wel uit een heemnaam zijn verkort, waarvan het 1 ste lid de per soonsnaam Anno is. vermeld. (blz. 51: 1) Evenals bij de andere plaatsnamen waarin De Vries een persoonsnaam ziet, is volgens mij de naam Annen een afgesleten vorm van de naam Anninge. De naam Anninge wordt voor 1600 diverse malen 1519 In de ordelen van de Etstoel: De hoofdgeldlijst: (blz. 51: 17) (blz. 51: 2,3,4) 1400 -1442 Roloff Anninge. Hij schijnt nabij Grolloo, Midlaren, Peize te wonen, 1416-1422 HinrickAnninge in of nabij Dalen genoemd, Hendrick Annijnghe pleit met Jacob Klateringe. 1460 o.a. in Donderen een Tydeman Anynge. Dezelfde lijst noemt niet minder dan dertien personen met de naam Hanninge/Hanynge/Hanync/Hanynck in o.a. Exloo, Noordbarge, Weerdinge + Westenes, Yde, Zweeloo. Het komt mij voor dat de namen Anynge en Hanynge voor personen uit dezelfde familie gebruikt werden. www.cartago.nl: 1495/1500 Roloff Anninge(n) in de stad Groningen. 1565 Goorspraken: Jan Aninge, (goorspraak Gasteren, blz. 51: 5) Buiten Drenthe noemt De Vries in Friesland de plaatsnaam Anjum, oude vormen zijn 945 Anigheim, Anenghem, Aninghem. In Friesland zien we de inghem-vorm dikwijls afslijten tot ‘um’. In Drenthe vindt men zelden plaatsnamen op ‘um’ maar des te meer op ‘en’. Na voorgaande lijkt het voor de hand te liggen dat de huidige plaats Annen in Drenthe een afgesleten vorm is van Anningen, zijnde de eerste boerderij aldaar van een Anninge of later in eigendom van een Anninge. De vraag is altijd of de eerste boerderij na de stichting nadien ook overgegaan is in eigendom van een andere familie. In Drenthe had de boerderij de naam van de particuliere eigenaar. Opvallend is dat in de 15 e eeuw een aantal personen Anninge in de kop van Drenthe genoemd wordt, daar waar Annen ligt.
15 6.3
Oorsprong van de plaatsnaam Ansen
Volgens dr. J. de Vries is Ansen op dezelfde wijze te verklaren als Annen. Ansen is afgeleid van een persoonsnaam Anso. 1460 Evenals voor Annen een ing-naam Anninge is aan te tonen, is het voor Ansen. En wel: Willem Ansinc te Zuidlaren (hoofdgeldlijst, blz. 51: 17) 1474/75 1481 1500 1519 Gert Ansijnge, ( ordelen, blz. 51: 3) Zweder Ansynge, (ordelen, blz. 51: 3) Ansynge, i.v.m. een zaak te Zuidlaren (ordelen, blz. 51: 3) Ghese Ansinghe en haar tante Lamme van Ees. (kerspel Borger, blz 51: 4) Luitgen Ansinger, schaapherder, die in 1594 te Ansen op de goorspraak verschijnt, had zijn naam uiteraard- ontleend aan de plaats Ansen. (blz. 51: 9) 1417 Naast Ansinge komt ook de naam Ensinge in Drenthe voor, en wel o.a.: Lammert Ensinge, (ordelen, blz. 51: 2) 1460 1462 Jan Ensing in Gieten, Wermbolt Ensinge, (hoofdgeld, blz. 51: 17) (ordelen, blz. 51: 3) 1510 1521 1540 1548 1548 Melcher Ensinck, (blz. 51: 27) Luytgen Enxynck en Ter Apel, (ordelen, blz. 51: 4) Johan Ensinck, provenier in klooster Ter Apel, Heer Lubbert Ensinck, pastoor in Kolham, Luytgen Ensinge te Groningen, (blz. 51: 27) (blz. 51: 27) (blz. 51: 27) De plaats Ensingen ligt circa 20 kilometer noordwest van Stuttgart in Duitsland. (blz. 51: 34) Bovengenoemde namen tonen dat de naam Ansinge vanouds in Drenthe voorkwam. En gezien het afslijten van de uitgang ‘ing’ in namen in Drenthe tot ‘en’, ligt het voor de hand dat Ansen is voortgekomen uit Ansinge(n), zijnde de eerste boerderij aldaar gesticht door een Ansinge of van een latere eigenaar van die naam.
16 6.4
Oorsprong van de plaatsnaam Assen
Eerst in het kort iets over de ontwikkeling van Assen. In het ‘Oorkondenboek van Groningen en Drenthe’ wordt Assen onder Rolde in 1276 vermeld als Ascen. Assen was toen een buurschap in het kerspel Rolde.(7) In 1260/61 werd het nonnenklooster St.-Mariakamp bij Coevorden verplaatst naar Assen. Bij de verbeurdverklaring van de geestelijke goederen in 1598 viel het klooster St.-Mariakamp in handen van de overheid in Drenthe. Voorheen had de Landdag van Drenthe en de Etstoel van Drenthe in de open lucht vergaderd. Kort na de verbeurdverklaring werd nu in het voormalig klooster St.-Mariakamp vergaderd. En zo werd het gehucht Assen het bestuurlijke centrum van Drenthe en uiteindelijk de hoofdstad van Drenthe. Dr. J de Vries verklaart de naam Assen als volgt: De vorm in de 13 niet in de archiefstukken met betrekking tot Drenthe. e eeuw Hassen, zal wel een verkeerde spelling zijn. Waarschijnlijk een heem-naam verbonden met een persoonsnaam Asko of Asso; vergelijk Assum. Assum in Noord-Holland: Een heemnaam, verbonden met de persoonsnaam Asso, vergelijk Assen en Assink.(1) De Vries heeft het over de voornamen Asso en Asko. Deze voornamen vindt men echter Plaatsnamen in Drenthe die eindigen op ‘en’ zoals Annen, Ansen, Assen, Drouwen, Gieten, Hijken, en waarin De Vries een persoonsnaam ziet, kan men alleen verklaren als men weet hoe en wanneer de boerderijnamen en plaatsnamen, die in Drenthe eindigen op ‘ing(h)(e)’ onststaan zijn. (2) Hierover het volgende: 1. Wat aangetoond kan worden, is dat de gehuchten, die in de dertiende eeuw ontstaan zijn en waarvan de plaatsnamen eindigen op íng(e) aan de gelijkluidende geslachtsnamen zijn ontleend en wel aan degene die de eerste boerderij aldaar gesticht heeft. Voorbeelden zijn: Alting, Garminge, Lieving, Makkum (was in 1612 nog Mackinge), Mantinge, Weerdinge, enz. Deze plaatsnamen zijn niet, zoals o.a. door dr. J. Naarding werd beweerd, in de 13 e eeuw afgeleid van de enkelvoudige voornamen; Alto, Garmo, Manto, Makko, Wer(d)o, respectievelijk, maar ontleend aan de overeenkomstige naam van de eerste kolonist aldaar. (3) 2. In Drenthe werden de namen die eindigen op íng(h)(e)’ meestal uitgesproken en soms geschreven alsof ze eindigden op ‘en’. Bv. Grunnen voor Groningen, Harken voor Harkinge, Hoven voor Hovinge, enz. Een paar voorbeelden hoe de ing-namen gecomprimeerd konden worden, ofwel konden afslijten zijn: Saaksum heette in de 8ste eeuw Sahsingenheim, en Bronger bij Borger in 1381 Broningehem (1) naar de familie Broninge uit Drouwen. (2) 3. De Drentse geslachtsnamen op ‘ing(h)(e)’ zoals Aling, Benning, Hidding, Mensing, enz. zijn op een uitzondering na afgeleid van een enkelvoudige voornaam en niet van een samengestelde voornaam. Enkelvoudige zijn bv. Alte, Benno, Hidde, Mense. Samengestelde zijn bv. Albert, Gerhard, Hendrik, Rudolf, Willem. 4. De circa 600 ing-namen in Drenthe zijn op enkele uitzonderingen na van een enkelvoudige voornaam afgeleid. De Drentse boeren en hun boerderijen hebben oorspronkelijk op een uitzondering na een ing-naam gehad. Zo voerden in 1460 alle genoemde personen in Balloo, Buinen, Ees, Schipborg en Zuidvelde een achternaam die eindigde op ‘íng(h)(e)’. (2) De boerderij moest uiteraard, evenals de akkers en weiden, een naam hebben als plaatsaanduiding. 5. In de periode 500-800 had 98 procent van de Frankische adellijken een samengestelde voornaam. In 822 hadden nabij Gent in België van de 227 personen 98 procent een samengestelde voornaam, en waren de ing namen reeds gebruikelijk, zeker om bezit aan te duiden.(4) Dit gegeven houdt in dat omstreeks 500 de enkelvoudige voornamen nauwelijks meer werden gevoerd. En dit betekent dat de ing-namen, die van een enkelvoudige voornaam zijn afgeleid, van vóór 500 moeten dateren. Met voornoemde gegevens kan nu worden nagegaan of Assen mogelijk afgeleid is van de naam Assing(e). Bij Assinge / Assingen / Assingeheim zou het dan moeten gaan om een boerderij van die naam die stond waar nu de plaats Assen ligt. De naam Assinge bestond inderdaad in Drenthe zowel als geslachtsnaam als boerderijnaam. En wel: --1298/1304 wordt in Gasteren een Asscingehus vermeld. (5, ogd. no. 199) --1372 is er sprake van een goed te Assinghe in Vuesloe (archief Dikninge, no. 089, www.cartago.nl) --1379 De Etstoel van Drenthe noemt voor 1500 vier personen die de naam Assinge voeren: (6) --1400 is er sprake van hetzelfde goed en nu genoemd als Assinghegoet te Obeslo in de buurschap van Halen in het kerspel Beilen. (Archief klooster te Assen, no. ass029, www.cartago.nl) Albert Assinge, 1435 Barteld Assinge, 1498 Dirk en Johan Assinge; beiden wonen in het kerspel Beilen. Uit voorgaande blijkt dus dat zéér nabij de buurschap Assen de naam Assinge zowel als geslachts-naam als boerderijnaam gevoerd wordt. In 1372 is er zelfs sprake van een goed te Assinghe in Vuesloe. Wat werd met Vueslo of Obeslo bedoeld? Fursa betekent stekende brem / gaspeldoorn, dus een bos met veel stekende bremmen? (Vorselaar)? Obeslo Bovenbos?, als Obdam is bovendam. (blz. 51: 1) Dat Assing als boerderijnaam en dus ook als geslachtsnaam tevens voorkwam buiten Drenthe, toont de lijst van boerderijnamen van Slicher van Bath. (7) Hij noemt in Gelderland, Overijssel en het Graafschap
17 Bentheim acht erven die de naam Assinc(k) / Assing(h) hebben. Assink bij Borculo wordt in 1188 als Assinc vermeld. De naam Assinge als geslachts- en boerderijnaam werd dus vóór 1400 rondom Assen vermeld. De logische conclusie is dan ook, dat de huidige plaatsnaam Assen een vervorming, een comprimering, is van Assinge(n) of Assingeheim. De naam Assen is dan ontleend aan de eerste boerderij op die plaats waar eens een familie Assinge woonde. Het nonnenklooster St.-Mariakamp is blijkbaar kort voor 1260 in het bezit gekomen van de Assinge boerderij en het klooster zal op het Assinge-erf gebouwd zijn. In de akte van anno 1379 is sprake van verkoop van 2/3 mudde winterrogge uit Assingghegoet te Obeslo aan de abdij van Assen. Hier ziet men dus zakelijke contacten tussen Assinge en het klooster St.-Mariakamp. Indien men zich in die tijd probeert te verplaatsen, kan men zich afvragen of de familie Assinge haar boerderij in het huidige Assen vóór 1260 overgedragen of verkocht heeft aan het klooster St.-Mariakamp en daarmee het recht van de bisschop van Utrecht verkreeg om te mogen ontginnen op de plek Obeslo / Vueslo in de marke van Halen. Dat de boerengeslachten al ing-namen voerden vóórdat die voor het eerst schriftelijk werden opgetekend in de 13 e eeuw is niet te verwonderen als men ziet dat de konigsgeslachten van de Oostgoten reeds in de 3 e eeuw namen voerden als Greutungen, Juthungen of in 330 de koningsgeslachten Terwinger, Hasdingen en Silingen (8), en in de achtste eeuw de Merovinger en Karolinger. Tot slot de betekenis van de naam Assinge. Het suffix ‘íng’ betekent ‘behorende bij, afstammende van’. Assing betekent dus de volgelingen, de nakomelingen van Asso/Asse. Huizinga geeft als betekenis voor Asse: Naar de heilige Ansuerus, van oudgermaans Ans = een oudgermaanse godheid. (9) Zie de plaatsnaam Ansen. Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamem. Dr. J. de Vries. Aula 85. Uitg. Het Spectrum. 2. Oorsprong en ontstaan van namen. Achternamen in Drenthe. A.J. Mantingh. Uitg. Stubeg. 1993. ISBN90-6523-072-6. en ‘De vijftiende eeuwse schattingslijst. Drents Genealogisch Jaarboek. 1997 3. Voornaam of Geslachtsnaam? De oorsprong van de Drentse –ing-plaatsnamen. Albert J. Mantingh. Fragmenten (uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork). Nummer 05-2.Juni 2005. 4. Over namen en bevolking in Drenthe. De enkelvoudige voornamen van voor 600. Albert J. Mantingh. Typoscript. 5. Oorkondenboek van Groningen en Drenthe. Tevens: www.cartago.nl 6. Ordelen van de Etstoel van Drenthe. F. Keverling Buisman. ISBN 90-6011-514-7 en 90-6011-892-8. 7. Mensch en Land in de Middeleeuwen. Deel II. B.H. Slicher van Bath. Gysbers & Van Loon. Arnhem. 8. Die Germanen (Duitse veraling van The Early Germans). Malcolm Todd. ISBN 978-3-8289-0870-3. 9. Encyclopedie van voornamen. A. Huizinga. Uitg. A.J.G. Strengholt N.V. Amsterdam. 1957.
18 6.5
Beilen, zwelling of Belinge / Balinge
Dr. J. de Vries schrijft: --Beilen, heette in 1139 Bele, in 1206 de Beile, later geregeld Beilen. Men zal wel aan een afleiding van een woord bele, oudfries, beile moeten denken, dat ‘zwelling’ betekent (vergelijk nederlands buil), dus genoemd naar heuveltjes. (blz. 51: 1) (Hier kan men de Engelse woorden belly =buik, en to belly out = zwellen aan toevoegen. Ziet men echter hoe in Drenthe de plaatsnamen hun naam kregen en hoe oude namen dikwijls zijn gecomprimeerd ofwel afgesleten, meen ik dat een andere afleiding eerder in aanmerking komt, en wel de naam Belinge. Immers, de uitgang ‘ing(e)’ is in Drenthe vaak afgesleten tot ‘en’. Een paar voorbeelden: Betten uit Betting(e), Hoven uit Hoving(e), Oderen uit Oderinge, en in het Drents heet Groningen nog steeds Grunnen. (blz. 51: 20, 22) Onderstaande laat zien dat de naam Belinge en de voornaam Bele in Drenthe bekend waren. Bij www.cartago.nl: (blz. 51: 27) 1276 Ecberti Belingge als bemiddelaar. Andere bemiddelaars zijn: Liudolfi de Bunne (Buinen), Annekonis Berninge, Folcari Eninge, Sigheri de Dunren (Donderen), Alverici de Swinre (Zwinderen), Alardi Ovinge de Bonevelde (Benneveld), Bolonis Ieminge de Ghees (Gees). 1392 1460 Wynant van Belen, (hij kwam blijkbaar van Beilen) Roloff vorge(noemd) myt Belen syne zuster, 1502 1543 Henrick van Ossebrugge ende Bele syn echte huesfrouwe verkopen goederen in de stad Groningen, Bele(n) salighe Roloff Sissinge naegelaten weduwe, De ordelen van de Etstoel noemen in: (blz. 51: 2, 3) 1405 Wyllem Beylinge wordt genoemd in verband met een brand in de plaats Beylen, 1477 1484 1489 Vrancke to Gasteren ende Johan Beylinge, Mensen Adelvinge ende Johan Beylinge, Lueken Klateringe ende Jan Beylinge. (Klatering ligt nabij Beilen). Of Egbert Belinge in 1276 uit Beilen kwam, is niet met zekerheid te zeggen, maar laat zich vermoeden aangezien de andere bemiddelaars ook van verre kwamen, Benneveld, Buinen, Donderen, Zwinderen. In de akte gaat het om een geschil tussen de burggraaf van Koevorden en de buren van Dalen. Het feit dat Egbert Belinge als bemiddelaar optrad, doet vermoeden dat hij een aanzienlijk persoon was. Op de namen Egbert Belinge, Folkert Eninge en Alard Ovinge af te gaan gaat het bij deze drie mannen om Drentse eigenerfden. Gaat het hier om etten van de Etstoel? Immers de etten werden aangewezen om in geschillen te bemiddelen. Was Egbert Belinge mischien een nazaat van een Belinge uit Beilen die eens betrokken was bij het stichten van de kerk in Beilen? Immers, het waren de aanzienlijken die dikwijls belang hadden om een kerk te stichten omdat hen dit financiële voordelen opleverde. Hoe er nog in de 13e eeuw gevochten werd om wie een kerk mocht stichten, kan men lezen in ‘Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum’. ‘Beylen’ of ‘van Beylen’ geheten hadden. Dat Bele(n) in de 13 e Garminge en Mantinge zijn in de 13 in het kerspel Beilen is aan te tonen. e eeuw ontstaan in het kerspel Westerbork. ontginning van een nieuwe boerderij kon financieren. (blz. 51: 11) (blz. 51, 13) In 1405 en 1489 worden twee personen in het kerspel Beilen genoemd die Beylinge heten. Als deze personen hun naam ontleend hadden aan de plaatsnaam Beilen, hadden we mogen verwachten dat ze eeuw Beile(n) genoemd werd, heeft volgens mij te maken met het ontstaan van het gehucht Balinge dat circa tien kilometer zuidoost van Beilen ligt. De gehuchten Balinge, Bruntinge, De vraag doet zich hier nu voor of Balinge en Belinge eenzelfde oorsprong hebben. Is Balinge voortgekomen uit de eerste boerderij gesticht door een Belinge uit het kerspel Beilen? De verandering van Belinge in Balinge lijkt voor de hand te liggen om plaatsnaam-verwarring tussen de beide nabij gelegen plaatsen te voorkomen. De naam Balinge wordt relatief weinig in de Drentse archiefstukken genoemd, wat een aanwijzing is dat het hier om een nieuwe naam gaat. De in 1276 genoemde Egbert Belinge was ongetwijfeld een vermogend man die de Als men voornoemde optekeningen van de geslachtsnaam Be(i)linge overziet, en men weet hoeveel van de oude plaatsnamen in het Nederduits gebied –het gebied ten noorden van de lijn Brussel, Kassel, Berlijn- zijn afgesleten en in vele plaatsnamen de ing-vorm is verdwenen of afgesleten tot ‘en’ dan lijkt het logisch dat de naam Beilen is voortgekomen uit de naam Beylinge, en wel vooral omdat de geslachtsnaam Be(i)linge Belinge(n) was blijkbaar in het huidige Beilen de eerste boerderij of de belangrijkste en ontleende haar naam aan die van de gelijknamige eigenaar, zoals nadien in de dertiende eeuw het geval was met de gehuchten Balinge, Bruntinge, Garminge en Mantinge in het kerspel Westerbork. pas in de 13 e (blz. 51: 21) eeuw zijn ontstaan en gelijk of kort daarna schriftelijk zijn vastgelegd. Dat de ing-vorm bij deze plaatsnamen niet veranderd is in de en-vorm is toe te schrijven aan het gegeven dat deze plaatsnamen
19 Dat Belinge en Balinge ook buiten Drenthe oude geslachtsnamen zijn, bewijzen de plaatsnamen Behlingen, circa 16 km ten zuiden van Günzburg, en Balingen, circa 30 km zuidzuidwest van Tubingen, in Duitsland. Das Telefonbuch Deutschland geeft anno 2014 136 telefoon-aansluitingen met de naam Beling. Bij de ontleding van de oorsprong en betekenis van de naam Zwiggelte, vóór 1811 gelegen in het kerspel Beilen, heb ik aangetoond dat de oude schrijfwijze van Zwiggelte namelijk Swicler, Zwichtler, Swichtelaer overeenkomt met de plaatsnaam Schwichteler onder Cloppenburg in Duitsland. (blz. 51: 25) Tevens viel het op dat in 1612 de namen Bussinge, en Lievinge in Drenthe alleen in Zwiggelte / Schwichtelaer of in het kerspel Beilen genoemd worden. Opvallend is dat de namen Büssing en Lieving tevens voorkomen in Duitsland in de Kreisen Cloppenburg en Minden-Lübbecke. De naam Beling vindt men over heel Duitsland verspreid. Was er een verband tussen deze namen in het kerspel Beilen aan de ene kant en nabij Cloppenburg aan de andere kant, of is het louter toeval? Cloppenburg viel onder het bisdom Osnabrück/Ossenbrugge alsook het aan Drenthe grenzende Westerwolde. Wat betreft een mogelijke migratie van mensen uit het bisdom Osnabrück naar Drenthe het volgende. Bij de verklaring van de naam Emmen kwam ik tot de conclusie dat Emmen waarschijnlijk een stichting geweest is van de bisschop van Utrecht. bereikte. (blz.37-38) Kan de kerk in Beilen misschien mede een stichting geweest zijn vanuit het bisdom Osnabrück? De kerken in Beilen en in Emmen behoren immers tot de eerste zes kerken in Drenthe. En dat het opleggen van het christendom met geweld en van bovenaf plaatsvond is wel bekend. En laatste kon alleen maar plaatsvinden door getrouwe dienstmannen van de bisschop die veelal van buiten Drenthe kwamen. In dit verband kan men eveneens denken aan de deportaties van de Saksen uit Noord-Duitsland door Karel de Grote en het vermoorden in 782 van 4500 Saksen nabij Verden (onder Bremen) om aldaar het christendom op te leggen. In welke mate is destijds de heidense bevolking door elkaar geschud? Beweerd wordt dat het bisdom Osnabrück door Karel de Grote (747 – 814) is gesticht. Dat ook in Drenthe behoorlijke dwang van bovenaf moet zijn geweest, ligt voor de hand als men ziet dat de vrije Drentse boeren zich door de eeuwen heen met succes verzet hebben om niet onder het economische juk van de katholieke kerk te komen, een strijd tegen de bisschop van Utrecht die in slag bij Ane in 1227 zijn toppunt Dat de naam Beling in Nederland in 1947 slechts acht maal genoemd wordt, en in 2007 minder dan vijf maal, doet vermoeden dat het hier om een naam gaat die van over de grens is gekomen. Indien het bij deze naam Beling om een naam zou gaan die vanouds in Nederland voorkomt, had men in 1947 een groter aantal mogen verwachten. In Drenthe wordt de naam Beling in 1947 niet genoemd . (blz. 51: 28) Conclusies: a De naam Beilen, in 1206 Bele geschreven, is een afslijting van de naam Belinge, later als Beilinge geschreven. b Het gehucht Balinge is op de naam af te gaan door een Balinge , en dus mogelijk door een Belinge, gesticht. c Neemt men de overeenkomst in geslachtsnamen Bussing en Lieving en de naam Zwiggelte in aanmerking, dan is het niet uit te sluiten dat er vóór 1300 enig migratie vanuit de regio Cloppenburg naar het kerspel Beilen is geweest.
20 6.6
De plaatsnaam Bonnen uit Bon(n)inge
Dr. J. de Vries schrijft bij Bonnen: Kan afgesleten zijn uit een Bonninge of uit een Bonneheem. In beide gevallen afgeleid van de persoonsnaam Bunno, vergelijk Buinen. (51: 1) In Drenthe wordt Bon(n)inge als volgt vermeld: 1335 1452 1453 1460 1462 1483 1488 1584 een goed/boerderij in Arlo geheten Bonekinc Johan Bonynge te Elp, (ordelen, blz. 51: 3) lutke Bonekinge-erf in Witten een geschil tussen den Bonnygen ende Bunnygen, Roloff Bonyng en Willem Bonyng te Zweeloo, , (blz. 51: 12) , (blz. 51: 27)** (ordelen blz. 51: 3) (hoofdgeld, blz. 51: 17) Albert Boninge en de schulte van Beilen , (ordelen, blz. 51: 3) Johan Bonynge en Harder Wyltinge, ( ordelen, blz. 51: 3) Harmen Bonninge, goorspraak te Aalden. (blz. 51: 8) ** In Drenthe werden de ing-namen vóór 1500 soms vervormd tot kink-namen of ling-namen. Bv. Abbinge naast Abbekinge, Ebinge naast Ebekinge, Hamming naast Hammekinge, Assinge – Asselinge, Rading - Radelinge. (blz. 51: 20, 32) 1.
2.
3. 4. De naam Boninge komt ook buiten Drenthe voor: Slicher van Bath noemt o.a. de volgende erven: Bonynchort - 1370 Gendringen, Bonigh – 1381 Didam, Boninc - 1456 Itterbeek, Boningerdam – 1457 Mander. (blz. 51: 12) Bonegem in West-Vlaanderen bij Duinkerken wordt in 844-864 vermeld als Boningaham, dus een ham of een landpunt, tenzij ham eem verschrijving is voor haim. (blz. 51: 1) In Duitsland grenzend ten noorden van Hamburg ligt Bönningstedt. (blz. 51: 34) In Zwitserland ligt de plaats Boningen circa 30 kilometer ten zuidoosten van Basel, bij Olten. Uit het voorgaande mag geconcludeerd worden dat voor Bonnen in Drenthe een afgesleten vorm is van Bonninge, en evenals de vele andere plaatsen die eindigen op ‘en’, de oorsprong gezocht moet worden in een eerste boerderij van die naam aldaar, gesticht door een Bon(n)inge of de latere eigenaar die de naam Boninge aan de boerderij gaf. Als men ziet dat in 822 en daarvóór de plaatsnamen al een ing-naam hadden, waarom zou men dan voor Drenthe, in hetzelfde taalgebied gelegen, aannemen dat Bonnen gesticht zou zijn na 800 door een Bonne? (51, 18) Te meer daar al die oude ing-plaatsnamen afgesleten zijn tot een uitgang ‘em’, ‘um’ of ‘en’. De Vries geeft zeker een paar honderd voorbeelden van dit soort afslijtingen alsook het “Heberegister van het klooster Freckenhorst nabij Münster in Duitsland. (blz. 51: 16)
21 6.7
De plaatsnaam Buinen uit Buninge
Dr. J. de Vries schrijft: Buinen, ouder Bunne gespeld, ziet er uit als een afslijting van een heem-naam, waarbij de persoonsnaam Bunna / Bunno gevoegd is. De naam Buning komt tevens voor in: --Bunegem, in Belgisch Brabant, in 1215 Bunenghem, gespeld is dus‚ het heem van de mannen van Buno, Bunno’, waarvoor zie ook Bonnen, en Buinen. --Bunnik, heette in de 10 e eeuw Bunninchem en betekent dus hetzelfde als Bunegem. (blz. 51: 1) Het’Oorkondenboek van Groningen en Drenthe’ noemt een groot aantal personen dat in of nabij de stad Groningen woonde. In de 13 e , 14 e en 15 e eeuw worden daar diverse personen Buninge / Buninc genoemd. Deze familie was uit de functies op te maken gegoed. Enige voorbeelden: (blz. 51: 27) 1262 Otto Buninge koopt onroerend goed in de stad Groningen, 1344 1347 1396 1452 1501 1572 1577 Rodolpho Buninc is een van de burgemeesters van Groningen, Jacobo Buninge/Buninc is een van de burgemeesters van Groningen, Bertoldus Buninc is pastoor van de Martinikerk in Groningen, Gheert en Johan Buninc zijn mede-eigenaars van een aalstal in het Westerdiep bij Dilgt, Amele Buninge, en de burgemeesters van Groningen, Lubbert Bunninge is gevolmachtigde van Haren, Flocko Buninge is buur in ‘den Gherichte van Selwert’. In Duitsland, acht kilometer ten noordoosten van Hamburg ligt Bünningstedt en tussen Hamm en Lippstadt ligt Bünninghausen. (blz.51: 34) Bünnighausen ligt in het Lippegebied dat de grootste overeenkomst in ing-namen heeft met Drenthe. Deze overeenkomst heb ik als bewijs aangevoerd voor de stelling van de bekende latinist Kiliaan, die de naam Drenthe afleidde van de naam van de Germaanse stam Tencteren, die kort na onze jaartelling door Julius Cesar nabij Nijmegen verslagen werd en daarop moest een deel der Tencteren zich vestigen in het Lippegebied. (blz. 51: 19) Ziet men de namen Bunne en Buinen in Drenthe in het licht van de plaatsnamen buiten Drenthe met de naam Buning, dan mag men op goede gronden aannemen dat het bij Bunne of later Buinen ook om een afgesleten vorm gaat van de naam Buningen of minder waarschijnlijk van Buninghem, zijnde het heim van een Buning. 6.8
De plaatsnaam Drouwen
Dr. J. de Vries schrijft: Drouwen, de oude vormen zijn Druwen, Druewen. Er is een friese persoons- naam Drouwe, waarnaar het dorp genoemd zal zijn. In Elzas ligt een plaats Drulingen. (blz. 51: 34) (blz. 51: 1) De ing-naam Dr(o)uwing(e) heb ik niet kunnen vinden onder de Drentse ing-geslachtsnamen. Vóór 1500 kan men in Drenthe naast de gewone ing namen nog een aantal overeenkomstige ling-namen tegenkomen. Bv. As(s)inge naast Asselinge, Lubbinge naast Lublinge. Kan Drulinge van Dru-inge komen, dus van Druwinge?
22
6.9
Oorsprong
De plaatsnaam Een uit Edinge
De plaats Een in Drenthe ligt circa vier kilometer ten westen van Norg. De naam Een is een van de plaatsnamen die in de loop der eeuwen een verandering heeft ondergaan en wel afgesleten / gecomprimeerd is. Bij De Vries (1), de ordelen van de Etstoel, de goorspraken en de haardsteden-schattingsregisters van Drenthe kan men de volgende schrijfwijzen lezen: 1335 Ede, 1381 Eden, 1438 Eede, 1460 Eeden, 1469/1483 Ede, 1508 Eede, 1612/1672/1784 Een. (2) Uit deze schrijfwijzen meen ik de conclusie te mogen trekken dat de de plaatsnaam na 1300 eigenlijk Eeden was en tussen 1600 en 1800 afgesleten is tot Een. Dat Eden tot Een kon afslijten door ‘de‘ in Eden weg te laten tonen volgende voorbeelden: Zo ontstond Dilbeek (bij Brussel) uit Dedelbecha, Halingen in Belgisch Brabant uit Hadelingen, ‘de’ weg krijgt men Oring. (3) (1) Ramaker uit Rademaker, voer uit voeder, weem (= pastorie) uit wedeme. En de plaatsnaam Odoorn, vóór 1800 als Oderen geschreven en bij de Odoorners zelf als Oring bekend, is ontstaan uit Oderinge. Laat men uit Oderinge de Maar de plaatsnaam Eden is ongetwijfeld op zijn beurt voortgekomen uit de naam Edinge. De volgende gegevens onderbouwen deze veronderstelling: 1. In Drenthe kon de uitgang ‘inge’ gemakkelijk afslijten tot ‘en’. De Drenten en Groningers noemen Groningen nog steeds op z’n plat Grunnen. Zo zijn bijvoorbeeld in Drenthe de volgende namen ontstaan: o.a. Betten uit Betting(e), Hoven uit Hoving(e), Makkum bij Beilen uit Mackinge. De Vries haalt wel een paar honderd namen aan die in de loop der eeuwen zijn afgesleten. Een paar voorbeelden zijn: Dronrijp uit Denningrip in 1132, Bronger uit Broningehem in 1381, (een familie Broninge woonde in het nabijgelegen Drouwen, ( 2. 2 ), Saaksum uit Sahsingeheim in de 8 e eeuw. Dit afslijten van de ing-plaatsnamen vond niet alleen in Nederland plaats maar tevens in Normandië, Vlaanderen en Westfalen. In Drenthe hadden de boeren en boerderijen oorspronkelijk alle een naam die eindigde op ‘ing(e)’. Bv. Aling, Eding, Heling, Mensing, Oosting, Woering. Omstreeks 1460 hebben alle personen nog een ing-naam in de volgende plaatsen: Balloo, Buinen, Ees, Schipborg, Zuidvelde.
(2) 3. Vele gehuchten, die in de 13 e eeuw in Drenthe ontstaan zijn, dragen ook een ing-naam ontleend aan de eerste boerderij, die op haar beurt weer de ing-naam ontleende aan die van de stichter. Bv. Alting, Balinge, Dunningen, Garminge, Klatering, Lieving, Mantinge, Rabbinge, Weerdinge .(4) 4. De ing-namen werden al in de derde eeuw gevoerd door koningsgeslachten. naar Normandië. (5) De ing-namen als familienaam en plaatsnaam vindt men over het hele Westgermaanse gebied. Zo namen de Angelen en Saksen tijdens de zogenaamde volksverhuizing na 450 deze namen mee naar Engeland, de Noormannen vóór 900 Verspreiding De naam Eding(e) komt zowel in Drenthe als daar buiten voor als boerderijnaam, familienaam en plaatsnaam. Als boerderijnaam wordt in Loon omstreeks 1300 Edinge-hus, -erf genoemd. (6) Als familienaam worden vóór 1500 o.a. de volgende personen in Drenthe genoemd; in 1422 Albert Edinge, (7) ca. 1460 Egbert Edingh in Loon en Rolef Edinges in Rolder dingspel, Edinghe in Noordsleen en Edinge in Exloo.
(2) Bij beide laatsten wordt de boerderij Edinge bedoeld, maar ook daar woonden personen die de naam Eding(e) voerden. In Nederland dragen anno 2007 297 personen de naam Eding. (9) In Duitsland wordt de naam Eding in o.a. de Kreise Augsburg, Düsseldorf en Hamburg vermeld en Edinger vooral in zuidwest-Duitsland.
(10) Met Google vindt men de naam Eding(e) tevens in Engeland en Zweden. Als plaatsnaam vindt men Eding in: België: Engeland: Edingen in Henegouwen als Adenghem in 1185, Edegem in Brabant in 1138 als Edinc-heim, Duitsland: Edingen bij Mannheim, Edington in Wiltshire, de veldslag in 878, Zweden: Edinge. Betekenis Dat de oorspronkelijk naam van Een niet Ede of Eede geweest is, maakt de betekenis van Ede en Eede duidelijk. De Vries geeft voor Ede in Gelderland de betekenis van: Zal wel afgeleid zijn van de persoonsnaam Eda, waarbij een woord als heem is weggelaten. Dit soort voorbeelden van deze enkelvoudige voornamen zijn in Drenthe slechts bij uitzondering aan te tonen. Bovendien droegen de Westgermanen in 500 al samengestelde voornamen, bv. Albert , Gerard, Hendrik, Willem. Voor Eede in Zeeland geeft De Vries de betekenis: Genoemd naar het water Eede, een hypercorrecte schrijfwijze voor Ee.
23 Dat Een in Drenthe van Ee (= water) afgeleid zou kunnen zijn, lijkt mij niet aanneemlijk. Een ligt op ca. één kilometer van het stroompje Schipsloot. Bovendien waren de vormen Eden en Een dan onlogisch geweest. De Vries geeft als mogelijke betekenis voor Een in Drenthe: Heette in 1335 Ede, en 1381 Eden. Men kan het dus gelijkstellen aan de plaatsnaam Ede (in Gelderland, dus de persoonsnaam Eda). Maar men heeft ook gedacht aan het woord ede ‘brandhout’. De verklaring van De Vries lijkt mij niet steekhoudend gezien de naamgeving in Drenthe van personen, boerderijen en plaatsen, én het voorkomen van de naam Eding over Noord- en West-Europa. Het suffix ing betekent ‘de volgelingen van, de afstammelingen van’. Edinge(e) betekent dus de ‘afstammelingen, de volgelingen van Edo’. Huizinga geeft geen betekenis voor Edo.
(8) Conclusie Neemt men in aanmerking, a) hoe in Drenthe en daar buiten door de eeuwen heen de ing-namen konden afslijten tot en-namen, b) de naamgeving in Drenthe aan de boerderijen, c) het voorkomen van de naam Eding(e) in Drenthe, dan ligt het voor de hand dat de naam Een oorspronkelijk een comprimering van Edinge is geweest, en dat de naam Eden en Een zijn voortgekomen uit de naam Edinge(n), zijnde de naam van de eerste boerderij aldaar of van een latere eigenaar.
Een uit Eyen?
In het ‘Oorkondenboek van Groningen en Drenthe’ is sprake van een plaats Enon die men gelijkstelde met Eenum in de provincie Groningen. Anne Post komt voor Enon met een andere verklaring. Op de website van Anne Post www.dorpshistorie.nl meent hij dat het bij Enon om het huidige Een bij Norg gaat. Hij toont fragmenten van twee kaarten uit 1579 waarop Een geschreven staat als Eeijen en Eyen. Indien deze namen meer overeenkomen met de oorspronkelijke naam voor Een, houd ik de afleiding uit Edinge voor minder waarschijnlijk. Doch waarom wordt Een in de Drentse ordelen en goorspraken vóór 1600 slechts als Ede of Eden geschreven? Is bij Eeijen en Eyen misschien sprake van Friese invloed? Immers op z’n Fries wordt Een als Ein / Ejin uitgesproken. J.S. Magnin, in de 19 e eeuw archivaris in Drenthe, meende dat Een oorspronkelijk uit Eden is voortgekomen.
* www.cartago.nl Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula 85. Uitg. Het Spectrum. 2. De vijftiende-eeuwse schattingslijst van Drenthe. Drents Genealogisch Jaarboek, 1997. 3. Odoorn – Oderen – Oring – Oderinge. A.J. Mantingh. Spitwaark, Historische Vereniging Oderen. December 2010. 4. Voornaam of geslachtsnaam. De oorsprong van de Drentse -ing-namen. A.J. Mantingh. Fragmenten. uit de 5. Die Germanen. (vertaling The Early Germans). Malcolm Todd. 1992. Weltbild GmbH. ISBN 978-3-8289-0870-3. 6. Mensch en Land in de Middeleeuwen. Deel II. B.H. Slicher van Bath. Uitg. Gysbers & Van Loon. Arnhem. 7. Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1399 – 1447. F. Keverling Buisman. Walburg Pers. 1987. ISBN 90-6011-514-7. 8. Encyclopedie van Voornamen. A. Huizinga. Uitg. A.J.G. Strengholt. 1957. 9. www.meertens.knaw.nl Geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork. Nummer 05-2, juni 2005. 10. Bij Google: Verteilung des Namens
24 6.10
Erm – Erme/Arme – Ermen/Armen – Erminge/Arminge
Twee grote problemen bij de verklaring van oude plaatsnamen zijn, dat de oorspronkelijke vorm meestal niet is vastgelegd en dat in de loop der eeuwen vele namen een steeds kortere vorm kregen, werden afgesleten ofwel werden gecomprimeerd. Vele plaatsen bestonden al eeuwen voordat hun naam schriftelijk werd vastgelegd. Hoe plaatsnamen konden afslijten, tonen volgende voorbeelden: Saaksum heette in de achtste eeuw Sahsingenheim, Dronrijp in 1132 Denningrip, Bronger in 1381 Broningehem; Odoorn in 1376 Oderinge.
(1) De Vries schrijft over de betekenis van de plaatsnaam Erm: -Gehucht bij Sleen; oude vormen zijn 1302 Ermen, 1397 Armen. Duidt dit op een armelijke nederzetting?- oorspronkelijke naam van Erm aan te tonen. (1) De Vries twijfelt dus. Het lijkt mij trouwens niet voor de hand te liggen, dat de bewoners hun eigen plaats “arm” gaan noemen. Waarom zou men zich op arme grond vestigen? Bovendien, is de grond in Erm slechter dan die van de omgeving? In deze verhandeling wil ik proberen overeenkomstig de ontwikkeling van andere Drentse plaatsnamen de Alvorens op de naam Erm in te gaan, is het aan te bevelen de naam Ermelo nader te bekijken. De Vries schrijft over Ermelo: -Heette in 855 Irmenlo. Men kan dit woord verklaren als ‘groot bos’, maar de eigenlijke betekenis zal wel geweest zijn: het bos aan de god Irmin gewijd, vergelijk de door Karel de Grote in 772 vernielde Irminsûl der Saksen.- Deze verklaring van De Vries lijkt mij zeer voor de hand te liggen. De vraag is dan meteen of de naam Erm ook van Irmin is afgeleid, omdat Erm vóór 1600 dikwijls als Ermen of Armen werd geschreven. Indien Erm(en) gewijd was aan de god Irmen had men mogen verwachten –evenals bij Ermelo- dat achter Ermen nog een aanduiding was gekomen van bijvoorbeeld loo (=bos), of holt (=hout) of elte (=hout), zoals we zien bij andere plaatsnamen. Wordt getracht Erm of Ermen/Armen te verklaren overeenkomstig de ontwikkeling van de namen in Drenthe, komt een meer geloofwaardige verklaring te naar voren. Volgt men deze ontwikkeling van namen dan is het aanneemlijker dat het huidige Erm oorspronkelijk Erminge of Arminge heeft geheten. Hiervoor pleiten stapsgewijs de volgende feiten. 1. In 1302 en 1397 werd Erm als Ermen en Armen geschreven. 2. Tussen 1400 en 1600 wordt Erm in de ordelen van de Etstoel in Drenthe en in de goorspraken van Drenthe als Erme of Ermen/Armen genoemd. De goorspraken in de zestiende eeuw noemen Erm als Erme/Ermen (ca. 70%) en als Arme/Armen (ca. 30%). Daar nu de goorspraken ter plaatse werden opgetekend mag men aannemen dat hier de meest juiste naam werd opgetekend; namelijk zoals die ter plaatse werd uitgesproken. De conclusie uit 1 en 2 is dat Erm een afgesleten vorm is van Ermen of Armen. 3. Ook in Drenthe waren vele namen onderheving aan een inkorting. Hierboven werden al een paar voorbeelden genoemd als Odoorn uit Oderinge, Bronger uit Broningehem.
Hovinge – Hoven, Sickinge – Zikken.
nabij Mühldorf aan de Inn in Beieren. volgende voorbeelden. (4) (3) feit geworden, en kwam de en-vorm naast de ing-vorm voor. --In Oostenrijk is de dirigent Christian Arming bekend. Lubbinge, Mantinge, Rabbinge, Veeningen, Weerdinge. (2) De Vries noemt in zijn boek honderden plaatsnamen die een afslijting of inkorting hebben ondergaan. In de Drentse spraak worden veel geslachtsnamen, die eindigen op ing, uitgesproken alsof ze eindigen op en. Zo werd Bettinge – Betten, In 1813 moesten de mensen op last van Napoleon hun geslachtsnaam officieel vastleggen, en daarmee was de vervorming van vele Drentse ing-geslachtsnamen een 4. Daar Ermen of Armen waarschijnlijk niet aan de naam van de Germaanse god Irmin is ontleend, is volgens mij Ermen of Armen ook een afslijting van Erminge of Arminge. De naam Erminge of Arminge heb ik niet kunnen aantonen in Drenthe onder de circa 600 verschillende Drentse geslachtsnamen op ing(e) die ik voor 1800 heb kunnen vinden. Dat ing-geslachtsnamen konden verdwijnen is na 1400 aan te tonen. Oderinge is een van de voorbeelden. Dat het bij Oderinge om een originele naam gaat, bewijst het plaatsje Odering Dat de geslachtsnamen Erming(e) en Arming bestonden en bestaan in het Westgermaanse taalgebied, tonen --In Duitsland ligt de plaats Ermingen, nu een deel van de stad Ulm, en in Duitsland komt de geslachtsnaam Arminger voor; Arminger betekent afkomstig van de boerderij of de plaats Arming. --In Engeland liggen de dingspelen Armingford (graafschap Cambridgeshire) en Ermington (Devon). 5. In Drenthe was het gebruikelijk, dat wanneer een persoon een nieuwe boerderij stichtte of kocht, deze boerderij tevens werd aangeduid met de geslachtsnaam van de stichter of van de nieuwe eigenaar. Algemeen wordt aangenomen dat de huidige Drentse plaatsnamen die eindigen op ing(e) in de de dertiende eeuw zijn ontstaan, en hun naam ontleend hebben aan de stichter van de eerste boerderij aldaar. Voorbeelden zijn: Alting, Balinge, Brunstinge, Bruntinge, Bultinge, Dunninge, Garminge, Holtinge, Klatering, Lieving, Deze relatief jonge plaatsnamen zijn niet onderhevig geweest aan het slijtageproces omdat deze plaatsnamen –toen nog boerderij-namen- min of meer kort na hun ontstaan schriftelijk zijn vastgelegd. De hoofdgeldlijst van omstreeks 1460 laat zien dat bijna alle eigenerfde boeren in Drenthe een inge-naam voerden.
25 6. Dat ook eeuwen vóór de dertiende eeuw nieuwe gehuchten veelal een ing-naam kregen, tonen de honderden ing-plaatsnamen in Duitsland, Engeland, Belgisch en Frans Vlaanderen, namen die eeuwen teruggaan vóór het jaar 1000. In Engeland hebben 51 van 776 dingspelen een ing-naam, o.a. Cannington, waarschijnlijk in de zevende eeuw ontstaan. Deze dingspelnamen zijn ontstaan na de trek van de Angelen en Saksen in de vijfde eeuw uit Denemarken en Noord-Duitsland naar Engeland Odoorn, Saaksum.
.(5) Tot deze oude ing-plaatsnamen horen ook de hier boven afgesleten plaatsnamen Bronneger, Dronrijp, Samenvatting Neemt men in aanmerking dat in Drenthe de ing-namen vóór 1400 verreweg de meest voorkomende geslachtnamen waren, de boerderij haar naam aan die van de eigenaar ontleende, hoe zich de afslijting van honderden ing-namen in en buiten Drenthe voltrok, dan is Erm via Ermen of Armen waarschijnlijk een afslijting van Erminge(n) of Arminge(n). Bronnen: 1. De Vries, dr. J. Woordenboek der Noord- en ZuidNederlandse plaatsnamen. Utrecht, Aula boeken. 2. Mantingh, A.J. Odoorn – Oderen – Oring – Oderinge. Typoscript, 2007. 3. Mantingh, A.J. Oorsprong en ontstaan van namen, deel II, Achternamen in Drenthe. ISBN 90-6523-062-9. Stubeg, Hoogezand 4. Google: o.a. List of hundreds in Engeland and Wales, Arming, Erming. 5. Rietschel, dr. Siegfried. Untersuchungen zur Geschichte der Germanischen Hundertschaft. 1907. Weimar. Hermann Böhlaus Nachfolger.
6.11
De plaatsnaam Gieten
Dr. J. de Vries schrijft: Gieten, in de 14 e eeuw Gheten genoemd. Onduidelijke afstamming. Misschien van een persoonsnaam Gete, Giete afgeleid? (blz. 51: 1) In 1460 en in de 16 e eeuw wordt Gieten nog als G(h)eten geschreven, in 1601 als Gieten.
(blz. 51, 17, 4, 10 ) Onder de Drentse ing-geslachtsnamen heb ik geen G(i)eting(e) of Getelinge kunnen vinden. Wel wordt in 1284 in Zuidlaren een Gthelinge (Gethelinge ?) erf genoemd. (blz. 51: 27)
26 6.12
Oorsprong van de naam van de stad Groningen
De stad Groningen is van oorsprong een Drents dorp gelegen op de noordelijkste punt van de Hondsrug. Vóór 1200 is het Gorecht Groningen van Drenthe afgescheiden; waarschijnlijk onder druk van de bisschop van Utrecht. Vóór 1600 werd de naam geschreven als Groeningen, Groningen en Gronningen. De naamkundige dr. j. de Vries schrijft het volgende over de verklaring van de plaatsnaam Groningen: --Kan verschillend verklaard worden; enerzijds naar de Gronebeke, een zijstroom van de Hunze, dat dan de ‘groene beek’ betekent. Men kan er ook een patronymicum van de persoonsnaam Grôno in zien.-- Groeninge in West-Vlaanderen en Groeningen bij Boxmeer verklaart hij met de persoonsnaam Grôno. (1) Dat de stad Groningen haar naam ontleend zou hebben aan Gronebeke lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. Met de volgende argumenten meen ik dit voldoende te kunnen weerleggen. --1. Groningen, ook wel als Groeningen geschreven, was dus een Drents dorp. In Drenthe voerden de boeren in vroegere eeuwen bijna zonder uitzondering een ing-naam. In 1460 voeren alle genoemde boeren in de dorpen Ballo, Buinen, Ees, Schipborg en Zuidvelde een ing(h)(e)-naam. Voor de dingspelen Zuidenveld en Oostermoer was het percentage in 1460 87 procent. (2) --2. In Drenthe werd de naam Groninge als geslachtsnaam gevoerd. Op de goorspraak van Orvelte in 1565 verschijnt een Roeloff Groninge. In 1493 noemt de Etstoel van Drenthe een Gronynge-erf in Westerhesselen- bij Havelte --3. In Duitsland komt de familienaam Gröning in zeer veel Kreise voor, o.a. Coesfeld, Recklinghausen, Berlijn, Groening eveneens in veel Kreise, o.a. Hannover en Berlijn, Groeninger en Gröninger in Zuid Duitsland. Grünninger / Grüninger (grün = groen) komt niet in Duitsland voor. (3) --4. Huizinga noemt de volgende familienamen die afgeleid zijn van de voornaam Groen: Groenema, Groenen, Groening, Groeninga, Groenink, Groeninx, Gronenga. (4) Anno 2007 worden in Nederland 29 personen met de naam Gröning, en 7 met de naam Gröninger genoemd; blijkbaar van Duitse oorsprong. (5) --5. Er zijn meerdere plaatsen die Groningen of Groeninge(n) heten. In Nederland ligt Groeningen bij Boxmeer, in België Groeninge bij Kortrijk, in Duitsland Gröningen bij Halberstadt, Gröningen bij Crailheim, en in Zweden Grönningen. In Drenthe kan men vele plaatsen aanwijzen die hedentendage met een ing-naam aangeduid worden. Deze plaatsen hebben hun naam ontleend aan de eerste boerderij in die plaats. Voorbeelden zijn: Alting, Balinge, Brunsting, Dunningen, Garminge, Mantinge, Weerdinge; plaatsen waar in de 13 e eeuw of kort daarvoor de eerste boerderij van die naam gesticht werd. Tevens gaan vele plaatsen in Drenthe, die eindigen op ‘en’, op een persoonsnaam terug. (1) Voorbeelden zijn o.a. Annen, Bonnen, Buinen, Hijken (1) Deze plaatsnamen gaan zeer waarschijnlijk terug op Anningen, Bonningen, Bu(i)ningen, Ikinge spectievelijk. (6) In Drenthe werd de uitgang ‘íngen’ als ‘en’ uitgesproken. Zo wordt Groningen in het Drents nog steeds als Grunnen uitgesproken Dat de naam van de stad Groningen niet is afgesleten tot Grunnen is waarschijnlijk te danken aan het feit dat Groningen al in 1040 als plaatsnam schriftelijk is vastgelegd. In het Nieuwsblad van het Noorden, van 25 maart 1993, werd mijn visie op de verklaring van de naam Groningen gepubliceerd. Conclusie: Overziet men hoe de namen Groninge en Groeninge als familienaam en plaatsnaam voorkomen in België, Duitsland, Nederland en Zweden dan lijkt het niet aannemelijk dat de naam van de stad Groningen is afgeleid van de naam van Gronebeke, het zijriviertje van de Hunze. Gronebeke zal zo genoemd zijn, omdat het bij Groningen liep. Immers, in Drenthe krijgt dezelfde stroom dikwijls een andere naam, afhankelijk van de plaats waar het voorbij stroomt. De stad Groningen zal, evenals al die andere plaatsen in Drenthe, haar naam ontleend hebben aan de eerste boerderij die aldaar stond, of aan de naam van een latere eigenaar. Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Uitg. Het Spectrum 1962. 2. Een hoofdgeldlijst van omstreeks 1460. Drents Genealogisch Jaarboek. 1997. 3. In het internet; ‚Verteilung des Namen’ 4. Encyclopedie van namen. A. Huizinga. Uit. A.J.G. Strenholt.1955. 5. www.meertensknaw.nl 6. Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘en’. Albert J. Mantingh. Typoscript.
27 .
6. 13
Halen, dorre grond of (H)Alinge / Helinge
De plaatsnaam Hooghalen in Drenthe is voortgekomen uit Halen. Vóór 1600 is er slechts sprake van Halen. Naast Hooghalen heeft men nu ook Laaghalen en Oosthalen. Dr. J. de Vries verklaart de naam (Hoog)Halen in Drenthe eender als Halen in Belgisch Brabant namelijk als: Kan zijn de 3 de naamval meervoud van het woord halha. Hal betekent 1. grote woonzaal, gebouw, 2. uit ouder halha; bocht of uitloper van het hoogland. Mogelijk is tevens Halen als Haelen in Limburg te verklaren; zal wel samenhangen met Middelnederlands hael, uitgedroogd, dor, schraal. (1) Naast Halen in Drenthe, Belgisch Brabant en Haelen in Limburg ligt er nog een Halen zes kilometer ten oosten van Cloppenburg en een Halen vijf kilometer ten noordwesten van Osnabrück in Duitsland. Al met al dus vijf dezelfde plaatsnamen. Daar er zoveel plaatsnamen met Halen zijn in het Nederduitse taalgebied komt de verklaring van De Vries zeer aannemelijk voor. Maar het zou voor Drenthe toch anders kunnen zijn. In Drenthe, het land van de ing-namen, waar zoveel plaatsnamen, die op ‘en’ eindigen, afgeleid kunnen worden van een overeenkomstige ing-naam, is de vraag terecht of Halen in Drenthe misschien afgeleid is van een ing-naam, in dit geval van Halinge. De naam Halinge bestaat inderdaad. In Belgisch Brabant ligt de plaats Halingen (1) en in Duitsland ligt Hallungen, 12 kilometer ten zuidwesten van Mühlhausen. En de geslachtsnaam Hallink komt vooral in Overijssel voor, en wel in 1947 105 maal in Overijssel van een totaal van 112 maal in Nederland. (2) De geslachtsnaam Haling(e)( heb ik in Drenthe niet kunnen aantonen. Ook in Nederland komt de naam Haling anno 1947 en 2007 niet voor. (2) De geslachtnamen Helinge en Alinge kwamen van oudsher in Drenthe voor en zijn typisch Drentse geslachtsnamen. (3, 4 en 2) Bij de naam Hijken, vroeger Hiken, is aangetoond dat Hijken waarschijnlijk afgeleid is van de geslachtsnaam Iking(e). Is Halen op eender manier afgeleid van de naam Aling(e)? Het geslacht Alingh woonde eeuwenlang in Gasselte, een dorp dat circa 20 km van Halen gelegen is. Dat de letter h vóór een naam geplaatst kan worden, zien we bij de naam Hamelinsbrugge in West-Vlaanderen, in 1072 als Amelinipotum geschreven, bij Harmelen, in 1225 als Ermale gespeld, en bij Hissegem in Oost-Vlaanderen, in de 15e eeuw als Eesegem en Isegem gespeld. (1) Mogelijk is tevens dat Halen afgeleid is van de naam Helinge. De e - a wisseling kwam wel meer voor in Drenthe. Bij de namen Balinge en Belinge vermoed ik dat het gehucht Balinge, ontstaan in de 13e eeuw, zijn naam te danken heeft aan een Belinge, die aldaar de eerste boerderij gesticht heeft. Dat de e - a wisseling vaker voorkwam, kan men bij De Vries lezen; een paar voorbeelden: Hanekenswere, in 1169 Henekingwerue, Hardinxveld, in 1105 Herdingfelde, en Harenkarspel, in 1316 Herenkerspel. (1) Als men ziet dat De Vries de plaatsnamen Assen, Bonnen, Buinen, Drouwen, Gieten, Hijken, Odoorn in verband brengt met de naam van een persoon, en dat deze plaatsen in hetzelfde gebied liggen als Halen, is het dan niet voor de handliggend dat de naam Halen eenzelfde oorsprong heeft? Indien de geslachtsnamen Aling en Heling vanouds niet in Drenthe aan te tonen zouden zijn, kwam de verklaring van De Vries sterker te staan. Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula 85. 1962 Het Spectrum. 2. www.meertens.knaw.nl 3. Ordelen van de Etstoel van Drenthe. F. Keverling Buisman. ISBN 90-6011-514-7 en 90-6011-892-8. 4. www.cartago.nl
28 6.14
Hesselen, hazelaarsbos of Hesselingen
In Drenthe waren oorspronkelijk twee plaatsen met de naam Hesselen. Tussen 1402 en 1553 wordt Hesselen onder Havelte in de ordelen van de Etstoel tien maal als Hesselen gespeld en negen maal als Hesselte. In 1206 en 1328 echter al als Westerheslen. Hesselen nabij Sleen wordt –op Oesterhelsel na in 1207- als Hesselen vermeld in de oorkonden vóór 1600. (www.cartago.nl).
1206 De vraag is nu: Wat was de oorspronkelijk naam van Hesselen of Hesselte onder Havelte? De volgende gegevens brengen meer duidelijkheid. Westerheslen, (Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, no 43, en blz. 51: 27) 1207 1328 Oesterhelsel, (Oorkondenboek van het Sticht. no. 578 en 27) Westerheslen, (Oorkondenboek van Groningen en Drenthe, no 315, en blz. 51: 27) Ordelen van de Etstoel van Drenthe: (2) 1402/3 tussen Reyneken Evesynge ende Rembolt Hesselinge, (blz. 51: 2) 1416/7 Tusschen Claes Jacobs ende Rembolt Hesselinge / Rembolt to Hesselinge, (blz. 51: 2) De oorkonden van vóór 1600 noemen in: (blz. 51: 27) 1355 Johan en Henris van Kuinre, ridders, i.v.m. zekere rechten in Staphorst, Hesselinghe en Waerghast, 1542 1573/5 Hesselinge gelegen onder de klok van Staphorst, Cornelia van Hesselinghe, abdis van het klooster in Assen,. 1565 Goorspraken van Drenthe: Goorspraak Diever: Henrick Heslinge / Henrick van Hesselinge, (blz. 51: 5) 1601 Goorspraak Diever: Herman Mewes heeft een vrijster gehaald van Hesselinge, afkomstig uit het gebied van Staphorst. (blz. 51: 10) Uit voorgaande optekeningen is duidelijk dat de personen, die met Hesselinge worden aangeduid, uit de buurschap Hesselinge kwamen, gelegen tussen Meppel en Staphorst, en aan het gehucht Hesselinge hun naam ontleenden. Staphorst hoorde eens bij Drenthe en men kan dus zeggen dat de plaatsnaam Hesselinge bij Meppel een Drentse plaatsnaam is die zijn oorsprong gehad heeft in een aldaar gelegen boerderij van die naam. En dat lijkt aannemelijk indien men weet dat de uitgang ‘inge‘ in Drenthe vaak afgesleten is tot ‘en’ en dat de naam betekent dat daar eens een familie Hesselinge gewoond heeft. Havelte en Meppel liggen slechts circa tien kilometer van elkaar. Zal een familie Hesselinge ook een boerderij in Hesselen onder Havelte gehad hebben? Het lijkt aannemelijk als men weet dat de uitgang ‘inge’in Drenthe vaak afgesleten is tot ‘en’. In Drenthe heb ik voor 1600 geen geslacht kunnen vinden dat zich van generatie op generatie Hesseling(e) noemt. De naam Hesseling als geslachtsnaam kwam vroeger echter veelvuldig buiten Drenthe voor. Slicher van Bath noemt in zijn lijst van boerderijnamen van vóór 1500 in Overijssel niet minder dan tien Hesseling / Hesselinck erven, waaronder Hesselinghe/Heslinchem in 1355 in Staphost, Hesselinc erf in 1381/83 in Zuidveen en Hesseling huis in 1456 in Steenwijkerwold, nabij Meppel en Havelte. (blz. 51, 12) De naam Hesseling is in Nederland onder de ing-namen een naar verhouding veel voorkomende naam. In 1947 heetten 723 personen Hesseling en in 2007 1118 personen. Terugkomend op de naam Hesselte. Hesselte/Hesselen onder Havelte werd in navolging van de nabij gelegen plaatsen Havelte en Wittelte ook wel verbasterd tot Hesselte. ‘Elte‘ betekent holt/ hout/bos. . Dr. J. de Vries verklaart Hesselen als volgt: Hesselen, bij Havelte, betekent ‘hazelaarsbos’. ‘inge’ afgesleten is tot ‘en’. Conclusie: plaatsnaam Hasselt verwacht zoals in Overijssel en België. (blz. 51: 1) Echter, nu aangetoond is dat de geslachtsnaam Hesselinge o.a. veelvuldig in Overijssel voorkwam, mag men zich terdege afvragen of de twee Hesselen in Drenthe ook tot die plaatsnamen behoren waarvan de uitgang Dat de plaatsnamen Hesselen bij Havelte en Hesselen bij Sleen hun naam ontleend hebben aan het woord ‘hasala’, dat hazelaar betekent, is mogelijk, maar neemt men de algemene naamgeving in Drenthe en de namen van de drie Hesselinge-boerderijen nabij Havelte in aanmerking, dan lijkt het meer voor de hand te liggen dat de twee plaatsnamen Hesselen in Drenthe zijn voortgekomen uit de boerderijnaam Hesselinge(e). Indien de beide plaatsnamen Hesselen van ‘hasala’ afgeleid waren, had men eerder de
29 6.15
De plaatsnaam Hijken uit Hiken, Ikinge
Dr. J. de Vries geeft als verklaring voor de Drentse plaatsnaam Hijken: beter Hiken, in 1370 Hyken, is afgeleid van de friese persoonsnaam Hike. Groningen van vóór 1600 (blz. 51: 27) (blz. 51: 1) Volgens mij is Hijken niet afgeleid van de Friese voornaam Hike maar van de Drentse naam Ikinge. Weliswaar worden de voornamen Ike en Hike een enkele maal genoemd in de oorkonden van Drenthe en , maar gerekend naar de ontwikkeling van namen door de eeuwen heen is de afleiding van Ikinge logischer. (blz. 51: 21, 18) In de Drentse archieven wordt de naam Ikinge diverse malen genoemd. www.cartago.nl: 1302 Ykinge-erf in Witten, (ogd no.215) 1370 de buren van Hyken, (dik080) 1451 Wilhelmus Ykinge is executeur testamentair, Wilhelmus Sporkes, priester te Emmen, (kla0288) 1458 1461 1471 Ykingheguet en Bonekingheguet te Witten, (ass069) Johan Ykinge is buur te Zeijen, (ass078) Willem Hykinck wordt genoemd in verband met de marke van Weerdinge, (kta022) 1495 Hike Buwens, hij schijnt een man te zijn, (par419) 1538 / 1566 Ike Entens, weduwe zalige Hilbrandt Entens, (msc084, par847) De ordelen van de Etstoel: 1403 1426 1446 Knasse Ykinge, (blz. 51: 2) Hugen Ykinge in Zeijen, (blz. 51: 2) Johan Ykinge en de buren van Donderen. (blz. 51: 2) 1460 De hoofdgeldlijst: (blz. 51: 17) Olde Rolef Ycking in Sulte, Jan Ykinge, in Weerdinge of Westenes Jan Ykinge in Drouwen. Bovenstaande optekeningen van de naam Ikinge tonen dat dit geslacht redelijk vertegenwoordigd was in de 15 e eeuw in Drenthe. Zoals bij Assen duidelijk is aangetoond dat de naam Assen voortgekomen moet zijn uit een boerderij met de naam Assinge, die het eigendom van een Assinge was, mag men ook aannemen dat in het huidige Hijken –vroeger uitgesproken als Hieken- een boerderij gestaan heeft met de naam (H)Ykinge. voortgekomen uit Oderinge (blz. 51: 22) wordt in het Drents als Grunnen uitgesproken. (blz. 51: 23) Bij Hyken gaat het dan ook om een naam waar de uitgang’ inge’ afgesleten is tot ‘en’. Zo is Odoorn , en de geslachtsnamen Betten en Hoven uit Betting(e) en Hoving(e) respectievelijk. Nog steeds spreekt men in het Drents deze ing-namen uit als Betten en Hoven, en Groningen In de 13 e eeuw zijn o.a. de plaatsen Alting, Balinge, Bruntinge, Garminge, Lieving, Mantinge, Weerdinge ontstaan. gebruikt werden? (blz. 51: 11) Deze gehuchten hebben hun naam ontleend aan de achternaam van degene die aldaar de eerste boerderij stichtte. (blz. 51: 21) En waarom zou de naamgeving in voorgaande eeuwen anders geweest zijn toen de ing-namen ook al gebruikt werden om bezit aan te duiden en als geslachtsnaam Dat naast Ikinge in Drenthe eveneens Hikinge –dus met een h- voorkwam, zien we ook bij: Elinge, Elminge, Emminge, Enninge, Essinge, Evinge, Obinge, Offeringe, Ovinge, Udinge. (blz. 51: 32) Huizinga schrijft: Hieke, vermoedelijk een andere schrijfwijze voor Ike. wordt en in 1356 onder Lochem een Ickinc erf. (blz. 51: 12) (blz. 51: 14) Of Hieke –volgens De Vries- en daarmee Ike ook fries is, is te betwijfelen, omdat in 1284 in Enschede ook een Ickinc huis vermeld Conclusie: Gezien de naamgeving in Drenthe en de afslijting van ing-namen ligt het voor de hand dat Hijken een vervorming is van (H)Ikinge. De plaatsnaam is dan ontleend aan de naam van de eerste boerderij (H)Ikinge aldaar of aan die van de latere eigenaar, genaamd Ikinge. Immers, in Drenthe bepaalde de particuliere eigenaar de naam van de boerderij.
30 6.16
De plaatsnaam Lieveren uit Leveringen
Dr. J. de Vries schrijft: Lieveren gehucht bij Roden bevat de persoonsnaam Livere = Libheri. (blz. 51: 1) De ordelen van de Etstoel noemen vóór 1604 slechts éénmaal een Lievering, namelijk in 1603 Hindrick Lijverinck. (blz. 51: 4) In 1460 wordt een Bertolt to Leveren in Lieveren vermeld. 1260 Lifrenghem gespeld. (blz. 51: 1) (blz. 51: 17) Dat L(i)e vering echter een oude ing-naam is, toont de plaatsnaam Leveringhausen, gelegen 8 kilometer ten zuidoosten van Iserlohn in het Ruhrgebied en Lieferinge in Belgisch Brabant, in 1126 Leffrengen, en in Dat de naam Levering in Nederland onder de ing-namen naar verhouding redelijk voorkomt, toont onderstaande tabel. In Nederland wonen: (www.meertensknaw.nl) Lievering Levering 1947 0 377 2007 0 610 over heel Nederland verspreid Leverink Conclusie: 92 109 vooral in Twente Dat de plaatsnaam Lieveren een afgesleten vorm is van de oude ing-naam Leveringe(n), zijnde de eerste boerderij van die naam en gesticht door een persoon Leveringe of van een latere eigenaar genaamd Leveringe, is hiermee aannemelijk verklaard.
31 6.17
Odoorn - Oderen - Oring - Oderinge
De Vries (1) schrijft over de betekenis van de plaatsnaam Odoorn: -In 1376 Oderinge, dat dus betekent "de afstammelingen van Odhere". Er is geen aanleiding aan een 2e lid hoorn te denken.- De voornaam Odheri wordt omstreeks 1050 genoemd onder de schatplichtigen van het klooster Freckenhorst nabij Warendorf in Westfalen.
dus zoveel als ‘de strijder om het goed’. Bron(ne)ger respectievelijk. die in de l3e eeuw zijn ontstaan.
(3) (8) In 1324 wordt Odoorn als Oderen vermeld.
Odheri is een samengestelde naam uit ‘od’ en ‘heri’. Od betekent: bezit, goed, rijkdom, geluk, erfdeel, en ‘heri’ of ‘her’ betekent: leger, heir.
(2) (9) Daar leger en volk één waren kan men bij uitbreiding spreken van ‘volk’; voorts kampvechter, heerser, strijder. Odheri betekent Hoewel Odoorn ons dus schriftelijk het eerst als Oderen is overgeleverd, mag men aannemen dat de oorspronkelijke naam Oderinge is geweest. Met volgende argumenten kan dit worden onderbouwd. We zien namelijk dat over heel Noordwest-Europa de plaatsnamen, die aan een persoonsnaam zijn ontleend, meestal een "ing-vorm" in zich dragen en dat na verloop van tijd de ing-vorm afslijt oftewel verdwijnt. Bij De Vries kan men van dit afslijten tientallen voorbeelden vinden. Een paar voorbeelden: zo heette Bronger / Bronneger bij Borger in 1381 Broningehem, Mantgum onder Leeuwarden in 1386 Mantinge, Saaksum in de 8ste eeuw Sahsingeheim.
Ramaker uit Rademaker, voer uit voeder, weem (=pastorie) uit wedeme. (1) Dat Odoorn oorspronkelijk Oderinge heeft geheten, wordt tevens onderbouwd door het feit dat Odoorn door de plaatselijke bevolking door de eeuwen heen Oring werd genoemd; dus met de ing-vorm. Dat Oderinge een originele naam is, bewijst de plaats Odering nabij Mühldorf aan de Inn in Beieren. Dat Oderinge kon afslijten tot Oring door weglating van de letters 'de' tonen volgende voorbeelden: Dilbeek bij Brussel is ontstaan uit Dedelbecha, Halingen (Belgisch Brabant) uit Hadelingen, neer uit neder, Dat Oderinge tevens kon afslijten tot Oderen tonen niet alleen de voorbeelden Bronger/ Bronneger, Mantgum, en Saaksum, maar ook in de 18e eeuw zien wij in het kerspel Odoorn namen als Harkinge, Hovinge, en Mantinge soms geschreven als Harken, Hoven, en Manten respectievelijk; overeenkomstig de lokale uitspraak. Ook de plaatsnaam Makkum bij Beilen is ongetwijfeld afgesleten tot Makkinge; in 1362 wordt namelijk een Makinge-erf in Holte -5 km ten zuiden van Makkum- genoemd, en in 1397 is Hillebrant Mackinge buur in Beilen. In 1612 wordt het gehucht Mackinge op de lijst van bezaaide landen genoemd. De plaatsnamen Oderinge en Broningehem -en Mackinge- zijn, voor zover ik heb kunnen vaststellen, de enige ing-plaatsnamen in Drenthe die bewijsbaar zijn gecomprimeerd (samengeperst, afgesleten) tot Odoorn en ln Drenthe zijn meer huidige plaatsnamen met de ing-vorm. Het gaat hier echter om ing-plaatsnamen ook in Drenthe is aan te tonen. ing-familienaam zijn ontleend Deze plaatsnamen zijn ontleend aan gelijknamige familienamen van die tijd. Voorbeelden zijn: o.a. Alting, Balinge, Brunstinge, Bruntinge, Dunninge, Garminge, Geusinge, Holtinge, Lieving, Klatering, Mantinge, Rabbinge, Veeningen, Weerdinge. Tot deze reeks reken ik ook Broningehem omdat omstreeks 1462 deze plaats als Broninge wordt vermeld en de familienaam Broninge Oderinge is echter een uitzondering op deze Drentse ing-plaatsnamen uit de 13e eeuw omdat een familienaam Oderinge niet in Drenthe is vastgelegd en Odoorn vóór 1300 een kerkdorp is en niet een gehucht met een paar boerderijen zoals de andere Drentse ing-plaatsen. Ook de voornaam Odhere is in Drenthe niet aan te tonen. Hoewel de familienaam Oderinge in Drenthe niet schriftelijk is vastgelegd, mag men voor zeker aannemen dat deze familienaam heeft bestaan. Opgemerkt zij dat de vier Eursinges in Drenthe niet aan een .(1, 4) Eursinge betetekent namelijk "over de es". Vandaar dat er ook vier Eursinges in Drenthe voorkomen. De plaatsnaam Oderinge is van oudere oorsprong dan de andere l3e eeuwse ing-plaatsnamen in Drenthe. Toen de kerk in Odoorn in de l2e eeuw gesticht werd, bestond de plaats Odoorn uiteraard. worden aangelegd .(6) en naam ook tot deze categorie. mij dunkt dat het eerder gaat om een oude Drentse ing-geslachtsnaam gezien de Anninge, Ansen – Ansinge, Assen – Assinge, Buinen – Bu(i)ninge, Hijken – Hikinge. (7) (5) Maar bij Odoorn, of juister gezegd Oderinge, moet eerder aan een bestaan van voor 800 worden gedacht. In 1966 zijn opgravingen verricht ongeveer 300 meter ten zuiden van het centrum van Odoorn waar een sportveld zou Het blijkt dat hier in de 5e tot de 9/l0e eeuw een nederzetting gelegen heeft. De periode van de 5e tot de 10e eeuw is nu de periode van de zogenaamde volksverhuizing van Jutten, Angelen en Saksen naar o.a. Engeland. In Engeland, Duitsland, België en Normandië komen naar verhouding zeer veel ing-plaatsnamen voor, die uit de tijd van de zogenaamde volksverhuizing dateren. Oderinge behoort naar tijd Naar analogie van de afleiding Oderinge – Odoorn zijn volgens mij meer plaatsnamen in Drenthe van een ing-naam af te leiden. In de volgende plaatsnamen meent De Vries een persoonsnaam te herkennen, maar gebruikelijke afslijting van ing-namen en de zeer vele ing-namen in Drenthe. Voorbeelden zijn: Annen –
32 Bronnen: 1. Dr. J. de Vries. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. 1962 by Het Spectrum. 2. J. G.C. Joosting . De archieven der elkander vóór 1814 opgevolgde gewestelijke besturen van Drente, 1909. 3. J. Heringa en anderen. De Geschiedenis van Drenthe. ISBN 90-6009-584-7. 4. A.J. Mantingh. Voornaam of geslachtsnaam. Fragmenten uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork. Nummer 05-2, juni 2005. 5. H. Gras, redactie. Rond Hunze en Hondsrug. ISBN 90-9011183-2. 6. Harm Tjalling Waterbolk. Odoorn im frühen Mittelalter. Bericht der Grabung 1966. 7. Verklaring van een aantal Drentse plaatsnamen eindigend op ‘en’. Typoscript. Albert J. Mantingh. 8. Die Heberegister des Klosters Freckenhorst. Herausgegeben von Dr. jur. Ernst Friedlaender. Münster, E.C. Brunn’s Verlag, 1872. 9. A. Huizinga. Encyclopedie van voornamen. A.J.G. Strengholt’s uitgeversmaatschappij N.V., Amsterdam.
33 6.18
Schieven, brug of Schevinge
Dr. J. de Vries schrijft over de Drentse plaatsnaam Schieven: bij Rolde, ook Scheven gesproken; misschien mag men vergelijken het duitse Schievenhövel bij Lüdinghausen en Schevenriede bij Gehrde; in dezen woorden betekent scheven een brug, die op houten steunblokken rust, en over een beek of moerassig stuk voert. (blz. 51: 1) Schieven ligt inderdaad aan een water, het Anreperdiep. Maar er is nog een andere verklaring voor de plaatsnaam Schieven. In Drenthe worden vele namen, die eindigen op ‘ing’, uitgesproken alsof ze eindigen op ‘en’. Een paar voorbeelden zijn: Betting als Betten, Hoving als Hoven, Zantinge als Zaanten’, en nog steeds wordt Groningen in het Drents als Grunnen uitgesproken. Tevens kan in sommige Drentse plaatsnamen, die eindigen op ‘en’ aangetoond worden dat ze oorspronkelijk op ‘ing(e)’ eindigden, bv. Bronneger – Broningehem, Makkum – Mackinge, Odoorn – Oderinge. Dit wetende, dient men zich bij de naam Schieven af te vragen of Schieven of Scheven ook een afgesleten vorm is van Schievinge of Schevinge. Er is inderdaad een aantal argumenten aan te halen dat Scheven / Schieven is afgeleid van de Drentse geslachtsnaam Schevinge. De Drentse archiefstukken noemen inderdaad de geslachtsnaam Scheven en Schevynge. Ordelen van de Etstoel: 1400 Johan Schevynge, (blz. 51: 2) 1476 Hinrick Scheven, genoemd met Johan van Ees en de buren van Zuidlaren. (blz. 51: 3) 1517 tot 1556 is Warmelt / Warmolt Schijfve / Sceue / Sceuen ette voor het dingspel Rolde. (blz. 51: 4) 1612 Hendryck Scheve in Anreep, (lijst van bezaaide landen in 1612) 1695 Geert Scheven in Amelte. (haardstedenregister) Ziet men bovenstaande gegevens in verband, namelijk dat de eerste persoon in 1400 Schevynge genoemd wordt, en dat de andere vier personen in of nabij Schieven woonden, dan lijkt het logisch dat de naam Scheven een afgesleten vorm is van Schevynge. Uit de functie van ette en het feit dat een Geert Scheven in 1695 vier gulden haardstedengeld betaalde, is af te leiden dat het bij het geslacht Schevynge om een geslacht van eigenerfde boeren ging. Hier zien we dus personen met de naam Scheven in de aangrenzende plaatsen van Schieven wonen. In 1734 wordt Pieter Schieven begraven, hij woonde in Veenhof bij Gieten. naam Schieving van wie 46 in Drenthe. Overijssel, 14 in Drenthe, en 15 in Groningen. (blz. 51: 29) Dat Schevinge een oude geslachtnaam is, bewijst ook de plaatsnaam Scheveningen. De Vries schrijft: Scheveningen ook Schevelingen*, is een patronymicum van een persoonsnaam verkleinwoord van Scheve. De geslachtsnaam Schieving komt in Nederland voor. In 1947 dragen 127 personen in Nederland de De naam Schievink wordt in 1947 door 259 personen in Nederland gevoerd, van wie 139 in Friesland, 23 in (blz. 51: 28) Nu aangetoond is dat de naam Scheve een persoonsnaam is en dat de geslachtsnaam Schieving tevens wordt vermeld in Nederland, in Drenthe al in 1400 als Schevynge, en dat vele plaatsnamen in Drenthe, die eindigen op ‘en’, oorspronkelijk op ‘ing(e)’ eindigden, zoals Assen uit Assinge, Makkum uit Mackinge, Odoorn uit Oderinge, dan lijkt het meer voor de hand te liggen dat ook Scheven of Schieven van oorsprong Schevinge(n) geheten heeft, zijnde de eerste boerderij aldaar of van een latere eigenaar Schevinge. Oorspronkelijk hadden alle Drentse eigenerfden en hun boerderijen namen die eindigden op ‘inge’. Zo voeren zelfs nog in 1460 alle genoemde boeren in Balloo, Buinen, Ees, Schipborg en Zuidvelde een achternaam die eindigde op íng(h)(e)’. (blz. 51: 17) In zeer veel plaatsnamen is de ing-vorm in de loop der eeuwen na 1100 verdwenen. Zowel in Nederland als Vlaanderen en Westfalen. (blz. 51: 1, 17) * In Drenthe kwamen voor 1500 naast de ing-namen ook de gelijknamige ling-namen voor, o.a.: Assinge – Asselinge, Hessinge – Hesselinge, Lubbinge – Lublinge, Sobringe – Soberlinge, (blz. 51: 32)
34 6.20
De plaatsnaam Witten uit Wittinge
Dr. J. de Vries schrijft: Witten bij Assen, geen oudere vormen en dus onzeker. Is het ontstaan uit Wittem? Wittem in Limburg, in 1125 Witham. Beide delen zijn op verschillende wijze te verklaren: het laatste deel als heem of ham, het eerste deel als wit, maar mogelijk ook als widu ‘bos’. (blz. 51: 1) Ik meen dat Witten, op dezelfde manier als Assen, verklaard kan worden, en wel als een afgesleten vorm van Wittinge(n). In Drenthe worden twee families Wittinge vanaf 1460 genoemd en wel in of nabij Eext en in of nabij Erm. Onder anderen werden gevonden: Ordelen: (blz. 51: 2, 3, 4) 1400 tusschen Roloff Bensinge ende Wytten, (in 1460 Bensinge in Aerlo en Vries, blz. 51, 2 ) 1403 lutteke Witten ende Lefart Schadinge, (in 1460 Schadynge in Benneveld, blz. 51, 2 en 17 ) 1409 1476 Eext: 1460 1563 1573 1574 1584 1589 Erm: 1460 1563 1564 1578 1584 Bertolt Clencken ende Johan Witten, (Johan Witten kwam waarschijnlijk van Erm of nabij) Coep Wyttynge (blz. 51: 3) Willem Wittinge en Egbert Wittinge, buren te Eext (blz. 51: 27) Wyllem Wittinge en Hendrick Wittinge, buren te Eext (blz. 51: 5) Joannes Wittinck, (goorspraak Anloo, blz. 51: 6 ) Jannes Wittinge, (goorspraak Zuidlaren, These Wittinge, (goorspraak Anloo, blz. 51: 6 blz. 51: 8 ) Theso Wittinge voogd over St. Antonius Gasthuis te Groningen. Jan Wyttynge, buur te Sleen + Erm, (blz. 51: 17) Arent Wittinge, (goorspraak Erm, blz. 51: 5 ) Roelof Wittinge te Erm, (blz. 51: 5) Wittinge tienden te Erm, (goorspraak Erm, Roleff Wittinge, (goorspraak Erm, blz. 51: 8 ) ) blz. 51: 7 ) (blz. 51: 27) 1589 Arent Wittinge, nabij Emmen. (blz. 51: 8) In Duitsland komen enige plaatsnamen voor met de naam Witting en Wittling:* Wittingen 20 kilometer ten zuidwesten van Salzwedel, Wittighausen 22 km ten zuidwesten van Würzburg, Wittlingen Wittlingen 14 km ten noorden van Basel, 16 km ten oosten van Reutlingen. Witting-naamdragers in Nederland (www.meertensknaw.nl) 1947 2007 Witting Wittink 218 42 292 87 met een sterke concentratie in Drenthe vooral in Zuidwest-Drenthe Indien men weet dat Drenthe de provincie bij uitstek was waar de vrije boeren voor 1500 -op enkele uitzonderingen na- een ing-naam voerden, en hun boerderij eveneens met die naam aanduidden, en als men weet dat de ing-vorm zowel in Drenthe, Nederland, België en Westfalen in de loop der eeuwen veelal is afgesleten, dan is de meest logische verklaring voor de naam Witten dat hij een afgesleten vorm van Wittinge(n) is, de naam van de eerste boerderij aldaar of van een latere eigenaar Wittinge. Eender werd voor Assen geconcludeerd. * Evenals in Drenthe komen in Duitsland blijkbaar ook gelijknamige ling-namen naast de ing-namen voor: In Drenthe kwamen voor 1500 o.a. voor: Assinge – Asselinge, Hessinge – Hesselinge, Lubbinge – Lublinge, Sobringe – Soberlinge, (blz. 51: 32)
35
7 Overige afgesleten Drentse ing-plaatsnamen
Van een paar Drentse ing-plaatsnamen, namelijk Bronneger en Makkum, is in de archieven na te gaan hoe het proces van afslijten zich heeft voltrokken in de loop der eeuwen. Aan deze twee namen kan Odoorn ook toegevoegd worden, omdat van de oorspronkelijke naam drie vormen zijn bewaard gebleven namenlijk Oderen, Oring en Oderinge in 1376. (blz. 51: 1) 7.1
Bronneger
Onder Borger ligt het gehucht Bronneger. Bronneger is een goed voorbeeld hoe een plaatsnaam in de loop der eeuwen kon afslijten. In 1381/83 wordt hij als Bronynchem gespeld, in 1473 als Broeninghem, dus de woonplaats (heim) van de familie Broninge. De lijst van hoofdgeldplichtigen vermeldt omstreeks 1460 onder Drouwen een Jan en een Willem to Broninge. (blz. 51: 17) In 1453 vermelden de ordelen van de Etstoel een Lambert Bron(n)ynge, in 1481 een Heyne Bronninge. (blz. 51: 3) In 1473 is er sprake van de Bronnigers, in 1503 van Bronyngghers, in 1516 van Bronniger, in 1612 van Warmolt Bronniger onder Gasselte. (blz. 51: 29) Bronniger betekent hij die afkomstig is van Bronninge. In de kerkelijke administratie van Borger wordt deze familie in de 18 e eeuw vermeld als Bronneger, Bronniger, Brunnigers. Na 1811 is de naam officieel vastgelegd als Brongers. Het huidige Bronneger is dus voortgekomen uit een boerderij die een Broninge –waarschijnlijk uit Drouwen- aldaar gesticht heeft. Onder invloed van de naam Borger is Broninge-hem uiteindelijk afgesleten tot Bronger en Bronneger. Ook buiten Drenthe komt de naam Broninge voor. Slicher van Bath noemt o.a. de volgende erven: Broninchusen –voor 1380 Ootmarsum, Broningreve – 1381/83 Goor. (blz. 51: 12) 7.2
Makkum
Makkum is met Alting, Brunsting, Lieving en Klatering één van die zogenaamde satellietgehuchten die in de 13e eeuw rondom Beilen ontstaan zijn. (blz. 51: 11) Makkum is een afgesleten vorm van Mackinge. In 1362 is er sprake van een Makinge-erf in Holthe, dus in het huidige Makkum. (blz. 51: 27) In 1397 wordt een Hillebrant Mackinge als buur in Beilen vermeld. (blz. 51: 27) In 1588 is er sprake van de buren van Mackinge. (blz. 51: 8) Tevens woonde er een familie Mackinge in Taerlo. In 1399 hebben Gert Eggyge en Coep Makynche een geschil over een goed te Taerle. (blz. 51: 2) Omstreeks 1460 wordt een Hinric Mackingh in Taerlo + Zeegse vermeld. (blz. 51: 17) De Vries noemt in Oost-Vlaanderen bij Oudegem Makegem, in de zevende eeuw als Machingahem vermeld en in 868 als Makingeheim. (blz. 51: 1) Makkum in Friesland wordt in 945 Maggenheim genoemd en in 1397 Mackinghe. (blz. 51: 1) In Weststellingwerf ligt het dorp Makkinga. Voorgaande gegevens bewijzen dat de naam van het huidige gehucht Makkum onder Beilen zijn naam ontleend heeft aan de naam Mackinge, de naam van de stichter van de eerste boerderij aldaar.
36 8
Drentse plaatsnamen op ‘en’ die moeilijk op een ing-naam terug te voeren zijn
8.1
Aalden
Dr. J. de Vries verklaart Aalden als volgt: In circa 1010 als Alodun vermeld, dat zou kunnen betekenen ‘geheel woest gebied’. Men noemt echter ook als oudste naam Alede in 1332 en verklaart dat dan als a + lede, dus waterloop. (blz. 51: 1) Voor 1600 heb ik in de oorkonden, de ordelen en de goorspraken van Drenthe geen ing-naam kunnen vinden waar Aalden van afgeleid zou kunnen zijn. De naam Alede met de betekenis waterloop lijkt wel het meest aannemelijk. 8.2
Anderen
Dr. J. de Vries verklaart de naam Anderen in Drenthe als volgt: In 1217 Anderne. Misschien mag men denken aan een grondvorm Annerhorne, dus ‘hoek’, uitspringend landstuk van Anno. De verklaring uit een keltisch anderna ‘vaarzenweide’ is natuurlijk in Groningen uitgesloten. (blz. 51: 1) P.S. Anderen ligt niet in Groningen. Dat Anderen een afgesleten vorm is van Andringe is niet aan te tonen. De naam Andring(e) wordt niet genoemd in de ordelen van de Drentse Etstoel in de periode 1399 – 1602, in de oorkonden van voor 1600, die men kan vinden bij www.cartago.nl of in de goorspraken van Drenthe van vóór 1600. (blz. 51) In 1947 heten in Nederland 750 personen Andringa en in 2007 1341, met een zeer sterke concentratie in Friesland. (blz. 51, 28) In de periode 1529-1591 worden al 160 personen in Friesland genoemd die de naam Andringa voeren. (www.tresoar.nl, Quaclappen) Huizinga leidt de naam Andringa af van de voornaam Andries wat een andere vorm van Andreas is. (blz. 51, 14) Grieks. Andreas komt van het Grieks andreia wat manhaftigheid betekent, van anér = man. De naam is die van een der apostelen. Betekent de sterke. (blz. 51: 3) Indien Huizinga gelijk heeft, dat de naam Andringa een patronymicum van Andreas uit het Grieks is, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat Andringa een oude Drentse of Friese naam is van vóór 1000. Vóór 1000 hadden onze landbouwende voorouders nog geen kennis van het Dat er een voornaam Andert en de ing-vorm Andringa / Andringe bestaan hebben, is zeker mogelijk. Zo worden onder de Friese voornamen omstreeks 1000 genoemd Andger en Andulf. (blz. 51: 32) H et is dus niet uit te sluiten dat Anderen toch door een Friese Andringa of Drentse Andringe is gesticht. 8.3
Dalen
Dr. J. de Vries verklaart Dalen als volgt: Blijkens de oude vorm Dalon is het de 3de naamval meervoud van het woord dal en betekent dus ‘in de dalen’. (blz. 51: 1) De naam Dalinge komt echter vanouds in Drenthe voor, en wel: --1460 Rolof Jan Delynghe wordt omstreeks 1460 onder de hoofdgeldplichtigen in Gees plus Zwinderen vermeld. (blz. 51: 17) -- De haardstedenregisters in Drenthe noemen vanaf 1691 tot en met 1804 de naam Dalinge vooral in Witten. -- In 1947 heetten 148 personen in Nederland Daling, en in 2007 309 van wie 69 in de huidige gemeente Midden-Drenthe. (blz. 51: 28) Daling als boerderijnaam wordt in 1381/83 als Dalingcamp onder Raalte vermeld.
(blz. 51: 12) en in Duitsland in Dahlinghausen, acht kilometer ten westen van Lübbecke. nog enige plaatsen die beginnen met Dahlen. (blz. 51: 34) In Duitsland vindt men niet minder dan drie plaatsen die Dahlen genoemd worden, twee plaatsen Dahlem en Het probleem bij verklaring van oude plaatsnamen doet zich ook bij Dalen in Drenthe gelden, namelijk de vraag “Wat is de eerste juiste schrijfwijze geweest?’ Dus misschien toch een verband Dalen- Dalinge?
8.4
Eemten
Dr. J de Vries schrijft: Eemten in 1421 die Eemptuen, in 1569 die Empten; moeilijk te verklaren; middelnederlands eemte ‘mier’ kan hier moeilijk stemmen. (blz. 51: 1) 8.5
Dat Eemptuen een afgesleten vorm van een ing-naam zou kunnen zijn, is niet aan te tonen.
Donderen
Dr. J. de Vries schrijft: Donderen heette in 1113 toe Donren, in 1491 tot Donre. Er liggen in dit gebied barre duinen en daarom heeft men gedacht aan een herkomst uit ‘Dûn-wari’ ‘duinbewoners’. Anders kan men denken aan de in de nabijheid liggende Dunhornsloop en dan kan de naam ontstaan zijn uit Dunhorn, duinhoek’. (blz. 51: 1) Met een ing-naam is Donderen niet in verband te brengen.
37 8.6
Emmen – Empne; een ‘omwalde vesting’
Alvorens mij te wagen aan de verklaring van de plaatsnaam Emmen in Drenthe, is het goed om eerst de aandacht te vestigen op een aantal plaatsnamen dat eender wordt geschreven. Naast Emmen in Drenthe heb ik de volgende plaatsnamen Emmen gevonden: -- Emmen bij Dalfsen in Overijssel, -- Emmen nabij Haren aan de Eems in Duitsland, -- Emmen nabij Hankenbüttel, tussen Braunschweig en Uelzen in Duitsland, -- Emmen nabij Hollenstedt, ten zuiden van Buxtehude, circa 30 km ten zuidwesten van Hamburg Alle plaatsnamen hebben uiteraard een betekenis. Wat is de naamsverklaring voor Emmen, gelegen in Drenthe? De Vries schrijft het volgende hierover: -- In 1313 als Emne, in 1376 als Empne vermeld, zou men kunnen afleiden van een oud woord ‘emna’ , dat ‘effen, vlak’ betekent.
schreef men in het begin Em
p
het begin Eme. De letter p in Empne vraagt om een nadere verklaring. (1) Emmen zou dan de tegenpool van Barge (Noord- en Zuidbarge) kunnen zijn, wat Huizinga verklaart met een daar gelegen heuvel. Al met al lijkt het een logische verklaring voor beide plaatsnamen. Maar het zou wel eens anders kunnen zijn. Waarom ne in plaats van Emne / Emmen? Voor Emmen nabij Dalfsen schreef men in Dank zij het internet en www.cartago.nl kan men beter een overzicht van namen krijgen. Www.cartago.nl vermeldt in de akten van vóór 1600 de huidige plaats Emmen 113 maal als Empne en 37 maal als Emne; van 1139 tot 1374 zeven maal als Emne en na 1500 30 maal als Emne. Als Empne wordt Emmen het eerst in 1327 vermeld, vóór 1500 67 maal en na 1500 46 maal als Empne. Al met al geven deze getallen de indruk dat Empne de meest oorspronkelijke naam is, en de meest logische, en wel omdat de namen de neiging hadden steeds meer te comprimeren, af te slijten; dus Empne werd Emne. Toetst men bij Google ’Empne’ in, krijgt men o.a.: -- Empne of ook Empeda was de voorloper van de stad Gronau (nabij Enschede). In 1279 verwoestte hertog Albrecht de Grote van Braunschweig de vesting Empne, die ten zuiden van de huidige stad Gronau lag. In Gronau is nog een Empedastrasse. Empeda komt uit het Latijn ‘en pedôi’, wat betekent: “vaststaand, zeker en veilig, letterlijk: staande in de aarde”.-- Kan deze betekenis van toepassing zijn op Emmen? Wij moeten dan teruggaan in de tijd waarin helaas weinig schriftelijk is vastgelegd. Met het volgende wordt aangetoond dat Empne in Emmen en in Gronau dezelfde betekenis kunnen hebben. De afstand tussen Emmen en Gronau is hemelsbreed circa 52 km. Empne in Drenthe is niet de enige plaats met een gelijknamige in het aangrenzende Duitse gebied. Enige voorbeelden zijn: Noord- en Zuidbarge (was: Barge)- Berge, Borger-Börger, Emmen–Emmen, Haren-Haren, Meppen-Meppen, Wachtum Wachtum. Is hier sprake van migratie van plaatsnamen? Tussen Drenthe en het aangrenzende Duitse gebied is in de Middeleeuwen zeker een migratie van personen geweest. In de late Middeleeuwen worden in Drenthe diverse geslachten vermeld, die op hun naam af te gaan, uit het aangrenzende Duitsland kwamen. Voorbeelden zijn: --Het geslacht Schuttrups, ook Van Schuttorpe genoemd, kwam ongetwijfeld van Scuttorp, nu Schüttorf geheten. --Het geslacht Nyenhuis kwam op de naam af te gaan van Nienhuys/Nyehus, nu Neuenhaus geheten. --Vanwaar kwam het Drentse geslacht De Mepsche? Van Meppen in Drenthe of van Meppen vlak over de grens? --Het geslacht Hubbeldinge; in 1362 wordt een Hummeldinck-huus in Emmen genoemd, en in 1457 een Hubbeldinck-erf in Emblichheim. Voornoemde namen van plaatsen en personen laten zien dat Drenthe en het aangrenzende Duitsland in die tijd tot hetzelfde maatschappelijke en taalkundige gebied behoorden. Empne in Emmen kan evenals Empne in Gronau van hetzelfde begrip Empeda zijn afgeleid. Empeda komt van het Latijnse ‘en pedôi’. Doch dit zou betekenen dat de plaatsnaam Empne pas is ontstaan nadat de bevolking was gechristaniseerd; m.a.w. na 800. Men kan niet van de Drentse bevolking van vóór 800 verwachten dat zij met het Latijn op de hoogte was, tenzij men aanneemt dat Empne uit de Romeinse tijd stamt. Dat zou betekenen dat er in de Romeinse tijd –dus vóór circa 257- in Emmen een Romeinse vesting zou hebben gestaan. Geen enkel gegeven wijst daarop. Aannemelijker is dat de naam Empne uit de christelijke tijd stamt, dus na 800. Drenthe viel onder de bisschop van Utrecht. Emmen was voor de bisschop van Utrecht een belangrijke plaats. In Emmen bezat hij een hof waar hij kon overnachten; De betekenis van ‘hof’ is ‘omheinde ruimte’. In deze ruimte stond een grote boerderij met een spijker (opslagschuur) waarin voor de bisschop de hem toevallende afdrachten in natura werden opgeslagen. Hier moet op de naam af te gaan schulte Egbert hebben gewoond. Hij wordt in 1488 Egbert ten Dyke genoemd, in 1491 Egbert
in
binnen de wal oftewel binnen de dijk van de Hoff. den Spiker en tevens Egbert
in den
Hoff. Het zal duidelijk zijn dat Egbert woonde in de spijker; in elk geval op het terrein van de hof. De versterkte boerderij met erf werd de Saalhof genoemd. Vandaar dat schulte Egbert in 1488 Egbert ten Dyke werd genoemd; hij woonde
38 De Saalhof was een “een omwald gebied”. Volgens L.J.F Janssen vierkant, doch volgens een tekening van Reuvens ovaal van vorm en ter grootte van een voetbalveld. Reuvens hield de Saalhof voor een “legerplaats”.
(2) En nu zijn we gekomen aan het eind van deze ontleding. Zoals reeds vermeld betekent Empeda -en dus Empne- letterlijk “staande in de aarde, zeker en veilig, vaststaand”. Deze omschrijving komt dus volledig overeen met de beschrijving en functie van de Saalhof. De Saalhof lag in een omwalde versterking (Empne) van de bisschop van Utrecht. Deze versterking had hij ook zeker nodig gezien de niet bepaald vriendelijke houding van de Drenten ten opzichte van de bisschop van Utrecht. De omwalde vesting van de bisschop van Utrecht was blijkbaar zo belangrijk in het gebied rondom het huidige Emmen, dat de vesting en omliggende huizen uiteindelijk Empne werden genoemd; zeker door de geestelijken. En dat de bisschop een van oorsprong Latijnse naam aan zijn versterking gaf, ligt voor de hand; Latijn was de voertaal van de Rooms katholieke kerk. Dat Emmen oorspronkelijk een andere betekenis heeft dan Emmen bij Dalfsen en Emen aan de Eems kan uit de ligging van deze plaatsen worden verklaard. Emmen bij Dalfsen werd oorspronkelijk Eme genoemd. De geografische namen met “eme” en ‘ame” geven aan dat deze een water voorstellen of plaatsen zijn die aan een water liggen; voorbeelden zijn: de rivieren de Eem (door Amersfoort) en de Eems/Ems, de plaatsen Eemster aan de Dwingelerstroom, Amersfoort (de voorde over de Ame of Amer), Amsterdam aan de Amstel (1), Emmen (vroeger Eme) nabij Dalfsen aan de Vecht, en zoals reeds vermeld ligt Emen in Emsland aan de Eems/Ems. Ook de beide andere plaatsen Emmen in Duitsland liggen aan een water. Daar Emmen in Drenthe niet aan een water ligt, kan deze naam niet met ‘eme” worden verklaard. Dat Emmen zo nabij het vroegere Barge (Noord- en Zuidbarge) ligt, is toe te schrijven aan het gegeven dat de Saalhof op het vroegere terrein van de marke van Noord- en Zuidbarge lag Utrecht zijn Saalhof in de marke van Barge had gebouwd. .(2) Hieruit te concluderen is Emmen een jongere plaats dan Barge, ontstaan na 800, nadat de bisschop van Archeologisch wordt voornoemde verklaring van de naam Emmen bevestigd. In de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 2013 kan men op bladzijde 141 het volgende lezen: --Zo rijk Emmen is aan archeologische sporen uit het tijdperk van het begin van de jaartelling tot en met de 6 de eeuw, zo arm is het aan vondsten uit de drie eeuwen die daarop volgen. Er is echter een uitzondering. Vermoedelijk omstreeks het jaar 800 werd op de plaats van de huidige Grote Kerk een grafveld aangelegd, gevolgd door de bouw van het eerste houten kerkje. Ook is het mogelijk dat de hof, die uit de Late Middeleeuwen bekend is als de hof van de bisschop, al in deze tijd gesticht werd.— Mijn taalkundige en geschiedkundige verklaring komt dus volkomen overeen met de archeologische vondsten in Emmen.
Bronnen: 1. De Vries, dr. J. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Utrecht, Aula 85. Uitg. Het Spectrum. 1962. 2. De historie van Emmen in woord en beeld; Historisch Emmen. Zie internet bij Google ( bij Saalhof in Emmen) 8.7
Glimmen
Dr. J. de Vries schrijft: Glimmen onder Haren, eind 12 de eeuw Glemmene, hetgeen de Saksische vorm is. Verklaring onzeker. (blz. 51: 1) Een ing-naam waarvan Glimmen afgeleid zou kunnen zijn, is in Drenthe niet aan te tonen.
8.8
Haren, een lange hoogterug
Dr. J. de Vries schrijft: Ha(a)ren is een 3 e naamval meervoud van haar. Haar betekent een lange hoogterug, dan ook: steenachtige grond, een woeste plek, die met struikgewas begroeid is. De plaatsnamen Ha(a)ren vindt men in de provincie Groningen, Noord-Brabant, bij Ter Apel over de grens in het Eemsland en in Belgisch Brabant. Doch de ing-naam Haring bestaat ook. Bv. in Haringrode in provincie Antwerpen. In 1148 als Harincroth gespeld. (blz. 51: 1) De ordelen noemen in Drenthe: (blz. 51: 2, 3) 1452 1454 Bole Haerynge / Harrynge, Arnt Harrekyngen, Eggen van Westerwolde, en Emslanders, 1492 Boele Harrynge. Men krijgt de indruk dat Arnt Harrekynge zijn naam wel eens ontleend kan hebben aan de plaatsnamen Haaren in het Eemsland, bij Ter Apel over de grens. Met voorgaande gegevens –de vele plaatsnamen Haren- lijkt het minder aannemelijk dat Haren onder Groningen een afgesleten vorm is van Haringhem of Haringen.
39 8.9
Hemmen onder Haren
Dr. J. de Vries schrijft: Hemmen, heette in 1323 Heumawalde; het eerste lid zal Hewma zijn, een familienaam bij de persoonsnaam Hêwa. (blz. 51: 1) In 1381/83 wordt Hemmen onder Haren als Hempne genoemd. (blz. 51: 27) Moeten we bij Hempne aan eenzelfde oorsprong denken als bij Empne, het huidige Emmen? Een geslacht Hemminge is moeilijk aan te tonen in Drenthe. Wel is er in 1508 sprake van een kamer in Groningen die van Derck Hemminghe is. (blz. 51: 27) De naam Hemmekynge vindt men regelmatig in de ordelen. Het gaat hier blijkbaar om een familie in zuidwest Drenthe. Het lijkt met deze gegevens te ver gezocht om in Hempne / Hemmen een afslijting van de naam Hemminge te zien. Onder Assen wordt als veldnaam Hemmen genoemd. Moet men bij Hemmen denken aan Hammen? Hammen zijn meestal gebogen percelen, net als de ronding van het achterwerk van varkens. Ze liggen meestal aan een bocht van een stroom. Het waren met hout begroeide weilanden. perceeltjes langs de Hunze, met hout begroeide weilanden. (Met namen in Börck, A.H. Booij) In zoverre zou Hemmen onder Haren misschien voldoen aan de betekenis van ‘hammen’, gebogen 8.10
Laren, Zuid-, Mid- en Noord-
Dr. J. de Vries schrijft: Laren, in Groningen, Noord-Holland en Noord-Brabant is de derde naamval meervoud van laar. Laar betekent eigenlijk een weideplaats. Het kan ook de betekenis krijgen van ‘moerassig land’, vervolgens van van ‘veld’. Naar de aard van de landstreek verschilt ook de inhoud van het woord. Zo kan het ook gebruikt worden voor een armoedige dorre streek. 8.11 Een geslachtsnaam Laringe vindt men in de periode 1399 – 1604 niet in de ordelen van de Etstoel.
Meppen
Dr. J. de Vries schrijft: Meppen verklaart men op gelijksoortige manier als Meppel. Meppel, in 1141 Meppele, in 1298 Mappele, in 1368 Mepplo. Men ziet in het eerste lid de naam van de ahorn, vergelijk oud saksisch ‘mapulder’, oud-engels ‘mapuldor’. Is het tweede lid lo, dan wel in de betekenis van ‘moerassige weide. (blz. 51: 1) In het Eemsland, bij Emmen over de grens, ligt ook een plaats Meppen. In de ordelen van de Etstoel vindt men in de periode 1399 – 1604 geen geslachtsnaam Mepping(e). De naam Meppelink in Drenthe is van later oorsprong. Eerst in de tweede helft van de achttiende eeuw wordt de naam Meppeling/Meppelink in Drenthe genoemd. De namen Mepping en Meppink zijn in Drenthe niet aan te tonen en worden in 1947 en in 2007 ook niet in Nederland genoemd. (blz. 51: 28) 8.12
Onnen
Dr. J. de Vries schrijft: Gehucht bij Haren, oude vormen 1323 Hunne. Neemt men deze vorm als oudste, dan kan men denken aan het woord ‘hûn’ ‘donker’, vooral omdat het bij Glemme (Glimmen) ligt. Gaat men uit van een vorm Unna, dan kan men verbinden met de oostnederlandse naam als deWunne, die in ablaut staat tot ‘winnia’ ‘weide’. (blz. 51: 1) Om Onnen in verband te brengen met Onninge is te ver gezocht. Onninge wordt vóór 1600 niet in de Drentse archieven vermeld. Wel wordt in 1323 een Hayonem Onninga genoemd, maar hij woont op het kleigedeelte van de provincie Groningen. (blz. 51: 27) Ook met de Drentse familienaam Honning zijn er geen aanknopingspunten. De plaatsen Glimmen, Haren, Laren, Onnen liggen op een ‘steenworp’afstand van elkaar en hun betekenis heeft blijkbaar alle te maken met een aspect van bodemgesteldheid, begroeiïng. 8.13
Roden
Dr. J. de Vries schrijft: Roden in Drenthe is de derde naamval meervoud van ‘rode’, is de naam voor een in ontginning stuk woeste grond, hetzij bos hetzij heide; daar moest men beginnen al het opstaande hout te rooien. (blz. 51: 1) In 1460 wordt een Rolof Rotige in Annen genoemd en onder de buren in het dingspel Rolde wordt in
40 1460 een ‘des Rotingen goet’ genoemd. Rotynge, schulte te Rolde. aannemelijk. (blz. 51: 2) (blz. 51: 17) De ordelen van de Etstoel noemen in de 15 de eeuw diverse personen die de naam de/die Rotyge / die Roetygen / den Rotyngen voeren, o.a. in 1428 Rotger den Root als zelfstandig naamwoord betekent in het Middelnederlands: de rode, iemand met een rode kleur, iemand met een rode baard. ‘De Rotinge’ trachten in verband te brengen met Roden lijkt niet 8.14
Ruinen
Dr. J. de Vries schrijft: Ruinen, oude vormen Runa in 1141 en Runen in 1176, misschien te verbinden met rune ‘smal dalletje’. (blz. 51: 1) De ordelen van de Etstoel maken geen gewag van personen die de naam Ru(i)ninge of Ru(i)dinge voeren. Weliswaar wordt in 1472 een Albert Avynge vermeld die door een ander als Albert Ruinge gelezen wordt. (blz. 51: 2, 3) Ruinge zou echter een afgesleten vorm van Rudinge kunnen zijn, vgl. Luinge – Ludinge, Schaange – Schadinge, Smeenge – Smedinge. 8.15
Zeijen
Dr. J. de Vries schrijft: Zeijen heeft als oude vormen 1370 Zien, 1436 Zijen, 1459 Zeijen. De naam betekent een druppelend water (daarbij ligt de Masloot of de sloot die door de made ‘weiland’ gaat). De ordelen van de Etstoel noemen wel personen met de naam Sidynge / Zidynge. Maar bij afslijting zou Sidinge Sienge worden, vergelijk Luinge – Ludinge, Schadinge – Schaange, Smedinge – Smeenge. M.a.w. het is niet aannemelijk om Zien of Zeijen als een afgesleten vorm van Sidinge te zien. (blz. 51: 20) 9
Samenvatting van de Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘en’
Van de hier besproken 34 Drentse plaatsnamen op ‘en’, zijn er 19 die onderbouwd op een ing-naam terug te voeren zijn. Met het jaartal dat deze plaatsnamen o.a. schriftelijk zijn vastgelgd, zijn dit: Amen 1460 Annen 1309, Ansen 1178, Assen 1276, Beilen 1139, Bonnen 1309, Buinen 1460, Drouwen 1382, Een 1335, Erm 1322, Gieten 1223, Groningen 1040, Halen 1217, Hesselen 1206, Hijken 1370, Lieveren 1498, Odoorn 1327, Schieven 1460, Witten 1294. Van deze 19 plaatsnamen worden dus vermeld: 1 in de 11 e eeuw, 2 in de 12e eeuw, 5 in de 13e eeuw, 7 in de 14e eeuw, 4 in de 15e eeuw. Bij de overige 15 Drentse plaatsnamen op ‘en’ kan men bij een enkele een vraagteken plaatsen, nl. bij Anderen of deze naam is afgeleid van Andringen. In Drenthe werd de boerderij van bv. Altinge meestal aangeduid met Altinge Groningen is Grunnen, en Hoving is Hoven.
n.
De plaatsnamen die ontleend zijn aan boerderijnamen in Drenthe zullen eender geheten hebben. Dat in Drenthe de uitgang ‘ingen’ kon afslijten tot ‘en’, kan men hedentendage nog in het Drents horen. Betting is nog steeds Betten, en Van de bovengenoemde 18 van de 19 plaatsnamen is de afgesleten vorm blijkbaar gelijk bij de eerste optekening vastgelgd, doch eeuwen na de stichting van de boerderij ofwel plaats. De schrijver heeft blijkbaar dat opgetekend hoe de Drenten de plaatsnamen uitgesproken hebben. Immers het waren meestal kerkelijke functionarissen die van buiten Drenthe kwamen en die konden schrijven. Dat de stad Groningen haar naam behouden heeft, is waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat Groningen, zijnde een belangrijke plaats, veel eerder bij niet-Drenten bekend was dan de kleine dorpen en gehuchten op het Drentse platteland. Dat de ing-plaatsnamen, die in de 13 e eeuw ontstaan zijn, overwegend hun naam behouden hebben, is toe te schrijven aan het feit dat de stichter zelf de boerderij bewoonde, en de originele ing-naam van de stichter nog bekend was. De Drentse eigenerfden droegen op een enkele uitzondering na een ing-naam.
De plaatsnaam Odoorn is een voorbeeld hoe de vervorming van bovengenoemde 18 plaatsnamen is gegaan. Odoorn wordt tussen 1324 en 1600 meestal als Oderen gespeld en soms als Oren en Odoorn, echter op één uitzondering na, namelijk in 1376 als Oderinge. (blz. 51: 1) Ondanks dat bij de Odoorners zelf de naam Oring tot op heden is blijven bestaan, is de ing-vorm sinds 1376 uit de officiële stukken verdwenen.
41 10 Naam Angelslo
Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘loo’
Anloo Arlo Balloo, 1300 Banlo Dwingeloo, 1181 Twingelo Eldersloo / Ellerslo (bij Assen) Verklaring De Vries (1) grasland en bos het bos van Anno het arendsbos elzenbos * Elsloo (vóór 1329 in Drenthe) Exloo, 1376 Exle elzenbos eikenbos Fochteloo, Vuchtle (vóór 1329 in Drenthe) dennenbos smal stuk of als Banlo Boerderij-namen vóór 1400 (2) ing(h)(e) / overige het bos waar gerecht gehouden werd 5 / 0 4 / 0 2 / 0 8 / 0 Grolloo, Grunlo Kraloo, 1300 Craenlo Langelo Leggeloo, 1207 Legghelo Loon, 1160 Lon Obeslo (bij Hijken) Peelo, 1040 Pithelo Rolde, 1300 Rodlo/Roetlo Schoonloo, 1416 Schoenloe het groene bos kraanvogel en bos het lange bos leggen of liggen? in de bossen moerasbos gerooid bos bos met droge kale grond Taarlo, 1300 Tarlo Tweelo, 1426 Twele (bij Ruinerwold) wilgeteend of gaffelvormig wegsplitsing Tynaarlo, 820 Arlo arendsbos zie Taarlo 13 / 0 1 / 1 Zweeloo, 1300 Suele zwellen, dus heuvelachtig? 2 / 0 35 / 1 * Drs. J. Naarding: de els in Drenthe wordt nog steeds ellernboom genoemd.
Vermelding van de loo-plaatsnamen
Slicher van Bath schrijft dat de plaatsnamen op ‘loo’ eerst in 9 ‘ingen’ in de 8 e eeuw en de namen op ‘ing’ in de 12 e eeuw. (1) e eeuw vermeld worden, de namen op
Betekenis van de loo-namen
Zeer opvallend is dat van de 20 loo-plaatsnamen alleen Anlo met een persoonsnaam in verbinding wordt gebracht. Bij de Drentse loo-plaatsnamen gaat het duidelijk om een andere categorie dan om de en plaatsnamen. Van de 34 en-plaatsnamen waren 19 met een persoonsnaam in verbinding te brengen.
Boerderij-ingnamen in loo-plaatsen
Voor zover men te rade kan gaan in de lijst van boerderijnamen van Slicher van Bath, blijken in de plaatsen met een loo-naam, 35 van de 36 boerderijen, vermeld vóór 1400, een ing-naam te hebben ofwel 97 procent. Indirect geeft dit aan dat in de 9e eeuw de ing-boerderijnamen ook bestonden. En gevoeglijk mag men aannemen ook daarvóór. Immers, de naam diende als plaatsaanduiding, zoals akkers en weiden ook een naam hadden om deze te kunnen localiseren. Bronnen: 1. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula boeken. 1962. 2. Mensch en Land in de Middeleeuwen. Deel II. B.H. Slicher van Bath. Uitg. Gysbers & Van Loon. 1944.
42 11
Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘hoorn’
In Drenthe eindigden vóór 1600 de volgende plaatsnamen op hoorn: Diphoorn, Eemster, Kalteren, Spier, Wateren en Wijster. Aan deze rij kan men Giethoorn tevens toevoegen, omdat het Land van Vollenhove eens –voor 1150?- van Drenthe is afgesplitst. De hier volgende verhandeling is gemaakt om iets te weten te komen over de oorsprong van deze niet-Drents aandoende plaatsnamen.
Betekenis hoorn
: (Middelnederlandsch Handwoordenboek. Bewerkt door J. Verdam. Uitg. Martinus Nijhoff. ’s-Gravenhage) Hoorn,en de samenstellingen, zie horn. Horn, hoorn, horen, horren, hurn, zelfstandig naamwoord, manlijk, 1) hoorn, van dieren; drinkhoorn; blaashoorn; inkthoorn, inktkoker. 2) spits, punt; hoek, uiteinde; hoek, plaats waar twee lijnen samenlopen; kant, zijde, vlak.
Schrijfwijzen van de Drentse hoorn-plaatsnamen vóór 1600:
Diphoorn: Eemster: 1574, Emshoren, 1598/1599/1600 Eemster. Giethoorn: 1230 Gethorne, 1503 Ghiethorn. Kalteren: Spier: Wateren: Wijster: De schrijfwijzen vóór 1399 zijn ontleend aan bron nummer 1. 1409 Dyephorne, 1429 Dyephoren, 1430 Dyephorn, 1602 Diphoren 1217 Emesere, 1400 Emshorn, 1419 Emeshorn, 1433 Emeshorne, 1445 Emesshoren, 1455 Emshorne, 1461 Eemshoren, 1474, Emshorn, 1543/1553 Emshoeren, 1564/5 Emshoren, 1572 Eemsser, 1573 Eemhoerne, 1209 Calthorne, 1424 Calthorn, 1426/1427 Calthoeren, 1598 Kaltere, 1598/1600 Kalteren, 1600 Calterenn. 1217 Spehorne, 1400/1405/1440/1441/1465/1466 Spehorn, 1423/1458 Spehorne, 1478 Spyer, 1550 Spyer, 1550 Spyerhorne. 1551/1553 Spyer, 1556 Spyerhorne, 1557 Spijer, 1603 Spijer. 1408 Wachthorn, 1432 Wathoeren, 1463 Waethorn, 1464 Warhorn, 1472/1473/Wathorn, 1485 Waethorn, 1492/1493 Waethoereen, 1547/1552/1553/ Waethoren, 1563/1565/1573/1576/1577 Wateren. 1206 Wisnare, 1327 Wijsnere, 1348 Wijshoerne, 1400/1408, 1431 Wysshorne, 1436 Wyshorn/Wyshorne, 1440/1441 Wyshorn, 1478 Wyshorn, 1525 Wijsser, 1598 Wijshoren, 1603 Wyshoren
Betekenis volgens De Vries van de Drentse plaatsnamen eindigend op hoorn: (
1) Diphoorn Gehucht onder Sleen is ontstaan uit Diephoorn, ‘diepe hoek’. De vorm van het woord (dip Eemster voor diep) wijst op friese inslag van de bevolking. Men heeft gedacht aan een herkomst uit Amizwari, dat wil dan zeggen de bewoners van de Giethoorn stroom Amisa en vermoed dat de Beilerstroom vroeger Eems genoemd werd. Anderen dachten aan een ontstaan uit Imasharu, dat betekenen zou de haar of lange begroeide hoogterug van Imo. Kan men het laatste als hoek aannemen, het eerste deel is onduidelijk. Een woord geit is mogelijk, vgl. Gietel, in de 13e eeuw Gheetlo. Kalteren Spier Wateren Wijster Gehucht bij Diever, zal wel ‘koude hoek’ betekenen. Gehucht bij Beilen, en zal dus betekenen ‘de uitkijkhoek’. Het friese herne ‘hoek’is afgesleten tot –er(en). Gehucht bij Vledder, dus de ‘natte hoek’. Gehucht bij Beilen, heeft als oude vorm 1206 Wisnare, in 1327 in Wijsnere, in 1348 de Wijshoerne. De vorm met hoorne is dus secundair (waarschijnlijk onder invloed van Spehoerne). De verklaring van de oudste vormen is moeilijk. Zeker niet als ‘goede zandige heuvelrug’! Men mag misschien denken aan een woord wisknere, de lieden in de weidestreek. Dan kan men het vergelijken met middelnederlands wische, ‘weide’.
Ligging
Wateren, Kalteren, Eemster, Spier en Wijster liggen dus min of meer op de lijn Vledder – Beilen, een afstand van 21 kilometer, m.a.w. in zuidwest Drenthe. Slechts Diphoorn ligt in zuidoost Drenthe. Als de plaatsnamen op hoorn op Friese inslag wijzen, is het raadzaam om de ligging van de hoorn namen buiten Drenthe na te gaan.
43
Plaatsnamen eindigend op hoorn buiten Drenthe:
Groningen: Den Horn, Hornhuizen, Kornhorn, Noordhorn, Wehe-Den Hoorn, Zuidhorn. Deze plaatsen liggen dus alle in het noorden van Groningen. Friesland: Hoorn op Terschelling, Nieuwehorne. Nieuwehorne ligt circa 9 km ten oosten van Heerenveen. Noord-Holland: Avenhorn, Barsingerhorn, Breehorn, Dirkshorn, Den Hoorn (Texel), Kolhorn, Schermerhorn. Deze plaatsen liggen alle ten noorden van de lijn Beverwijk-Volendam) Noordwest-Duitsland: Krummhörn, bij de Dollart. Bockhorn, Feldhörne, Seghorn (ten zuidwesten van Wilhelmshaven). Borghorn, ( ten noorden van Rastede), Druchhorn, 4 km t.nw.v. Bersenbrück, Nordhorn, aan de Vecht. 890/1050 Northhornon, 1184 Northhorne (Werdener Heberegister; zie Wikipedia) In Schleswig-Holstein: Langenhorn (24 km t.n.v Husum), Warmhörn (16 km t.z.v. Husum) Pahlhorn (20 km t.w.v. Rendsburg). Gaushorn (6 km t..o.v. Heide, Hohenhorn (20 km t.z.v. Heide)
De Friese talen kunnen als volgt worden onderverdeeld:(internet, Wikipedia)
Schiermonnikoog. 3. Noord-Fries: ten zuiden van de Deense-Duitse grens. 1. Westerlauwers Fries: Kleifries, Woudfries, Zuidwesthoeks, Hindeloopers, van Terschelling, 2. Saterfries: in Saterland, landkreis Cloppenburg; het enige overblijfsel van het Oosterlauwers Fries. Voornoemde taalgebieden van het Fries verklaren dus waarom vooral in het noorden van Noord Holland en aan de westkant van Schleswig Holstein relatief veel plaatsnamen voorkomen die eindigen op hoorn.
De schuldmudden
Op basis van de door de bisschop van Utrecht geheven schuldmudden in de 16 e eeuw is na te gaan welke dorpen die moesten opbrengen. (7, p. 165) Zo moest Eemster 6 mudden opbrengen en Wijster 5. Dit betekent dat beide plaatsen in 944 reeds bestonden. Dit gegeven onderbouwt tevens de mening van De Vries dat Wijster van oorprong geen horn-naam is. Maar kijkt men naar de eerste overgeleverde schrijfwijzen van Wisnare en Emesere kan men zich bij Eemster ook afvragen of het hier oorspronkelijk om een hoorn naam gaat. Er is echter nog een ander gegeven dat aan twijfelen zet.
Lintbebouwing van de Friese plaatsen:
De Friese ontginningen op de vroegere drassige gronden, zoals Roswinkel, Wapserveen, onderscheiden zich van de Drentse zanddorpen door lintbebouwing. Van de voornoemde zeven Drentse hoorn-plaatsnamen hebben Eemster en Wijster geen lintbebouwing. Wat bebouwing betreft doen deze plaatsen Drents aan. Spier schijnt echter een plaats te zijn van na 944 omdat deze plaats niet als schuldmuddeplichtig wordt vermeld. Tevens is bij Spier sprake van lintbebouwing.
Conclusie
Uit de hierboven gegeven betekenissen, de schuldmudden en de ligging en bebouwing van de zes Drentse hoorn-plaatsnamen komt naar voren dat de gehuchten Diphoorn, Kalteren, Spier en Wateren kenmerken vertonen die op een Friese inslag duiden. Dit in tegenstelling met de Drentse plaatsnamen Eemster en Wijster. Van de Friezen is bekend dat zij o.a. in Drenthe lage gronden in cultuur gebracht hebben, o.a. Roswinkel, Schoonebeek. De Vries wijst niet voor niets bij Diphoorn en Spier op Friese inslag. Zo komen omstreeks 1460 de Friese ofwel de niet-Drentse namen Talle, Lepels en Maurisius voor in Zuidsleen waaronder Diphoorn viel.
Bronnen:
1. Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula boeken. 1962. 2. Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1399-147. F. Keverling Buisman. ISBN 90-6011.514-7. 3. Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1450 -1504(1518). F. Keverling Buisman. ISBN 90.60.11.892.8. 4. Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1518-1604. Mr. J.G.Ch. Joosting. Uitg. Martinus Nijhoff, 1893. 5. Goorspraken van Drenthe. 1563-1565, 1572-1577, 1577-1579, 1583-1589, 1594-1596, 1598-1602. 6. Middelnederlands Handwoordenboek. Bewerkt door J. Verdam. Uitg. Martinus Nijhoff, ’s-Gravenhage. 7. Geschiedenis van Drenthe. Redactie o.a. dr. J. Heringa. Uitg. Boom. 1983. ISBN 90-6009-584-7.
44 12
Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘elte’
Op een huidige kaart van Drenthe kan men de volgende plaatsnamen vinden die het suffix ‘elte’ hebben. Hier worden deze plaatsnamen elte-namen genoemd. De volgende twaalf werden gevonden: Amelte, Busselte, Dongelte, Ettelte, Gasselte, Gijsselte, Havelte, Hesselte, Orvelte, Uffelte, Wittelte, Zwiggelte. De uitgang ‘elte’ is een vervoming van holte en betekent hout, bos. In de volgende uiteenzetting zal nagegaan worden of al deze plaatsnamen iets met hout of bos te maken hebben. Hierbij zal in de eerste plaats naar de schrijfwijzen van vóór 1600 gekeken worden, die aan de Ordelen van de Etstoel van 1399-1604 ontleend zijn, en aan de goorspraken uit de tweede helft van de 16 e eeuw. (blz. 51: 2,3,4, en 5 t/m 10) Amelte (onder Rolde) Schrijfwijze: 1403/1408/1435 Ame, 1495 Amelle, 1496/1498/1518 Amelde, 1527 Amelte, 1596 Amelde, 1599 ’t Amelde. De Vries: 1470 Amelde; van melde? = molde = ‘los zand’. Analyse: De Vries: ‘Elde’ is blijkbaar vervormd tot ‘elte’, en heeft daarmee een heel andere betekenis gekregen. Busselte (onder Darp bij Havelte) Schrijfwijze: 1421 Busschelijn. Kleine groep struikgewas. Analyse: Dongelte (bij Rolde) De Vries: De elte-vorm is blijkbaar van Havelte overgenomen. Elte slaat hier dus op holt = hout. Van dung? = donk.
Analyse: Donc = hoger gelegen woonplaats in een laag land (blz. 51, 35) woonplaats in laag gelegen bos. Ettelte (bij Uffelte) Schrijfwijze: Niet in de ordelen gevonden. De Vries: Etten = beweiden. Analyse; M.a.w. weideland met struikgewas. Gasselte Schrijfwijze: 1402/1423/1430/1444/1445/1446 Gasselte De Vries; Kan zijn van gees = onvruchtbaar en holt is bos. Analyse: Zeer uniforme schrijfwijze. Blijkbaar een oude elte-naam. Zie Gijsselte. Gijsselte (bij Ruinen) Schrijfwijze: 1141 Gislo, (Oorkondenboek v/h/ Sticht Utrecht, no. 381), 1302 Gesholte. De Vries; Analyse: Gees, bos op onvruchtbare grond. Een oorspronkelijke holte-naam. Havelte Schrijfwijze: 1342 Hovelde, 1421/1426/1435/1447/1451/1452/ Havelte, 1501 Havelt, 1517 Hovelt. De Vries: Het hoge veld. Analyse: Blijkbaar in navolging van Uffelte en Wittelte de elte-vorm overgenomen. In 1447 is er sprake van een erve to Hesselte, Uffelte off Havelte. Havelte is dus van oorsprong geen holte-naam. Hesselte (buurschap onder Havelte) Schrijfwijze: 1402/1408/1418/1422/1472/1483/ 1500/1503 Hesselen, 1418/1435/1440 Hessele, 1447 erve to Hesselte, Uffelte off Havelte, 1521/1527 Hesselen, 1531 Hesselte, 1544/1548/1552 Hesselt. 1553
Wester
hesselte. (zie Oosterhesselen bij Sleen). De Vries: Analyse: Van hassel = hazelaar, dus bos met hazelaars. In 1402 wordt een Rembolt Hesselinge en in 1417 wordt hij Rembolt toe Hesselinge genoemd. In 1573 is Cornelia van Hesselinge, abdis van het klooster St. Anna. kwamen dus van de plaats Hesselinge. (www.cartago.nl).
Beiden Daar de uniforme schrijfwijze tot 1527 Hesselen of Hessele was, lijkt het meer voor de hand dat Hesselen een afslijting is van Hesselingen, en daarna dat Hesselen onder invloed van de namen Havelte en Uffelte na circa 1530 Hesselte werd genoemd. Hesselte (Oosterhesselen bij Sleen) Schrijfwijze: In 1453 is er sprake van Westerhesselte bij Havelte, en Oosterhesselte bij Sleen. In de 15 e en 16 e eeuw meestal Oosterhesselen genoemd. Analyse: Hesselen bij Havelte is onder invloed van Havelte en Wittelte Hesslte geworden; m.a.w. geen oorspronkelijke holte-naam. Orvelte Schrijfwijze: 1390 Orvelde, 1417, Orvelde, 1454 Oorvelde De Vries: Uitspraak Eurvelte, wijst op fries ur = over. Het land/veld aan de overkant. Analyse: Bij Orvelte gaat het dus niet om een elte/holt-naam. Orvelte is te vergelijken met Eursinge = Oversinge = de es aan de overkant.
45 Uffelte Schrijfwijze: 1040 Uphelte, 1215 Uffelte, 1447 erve to Hesselte, Uffelte off Havelte, 1485 Uffelt/-te, 1542 Uffelte, 1549 Uffelt, 1555 Uffelte, 1557 Uffelt. De Vries: Analyse: Hoger gelegen bosterrein. Niets toe te voegen. Wittelte Schrijfwijze: 1040 Withelte, 1412/1418 Witholte, 1422 Wytholte, 1424 Wyttelte, 1426 Wyttolte, De Vries: 1485/1503/ Wytholt, 1485 Wijchtholt, 1531 Wijtholte, 1603 Wittelte. Samenstelling van wit en holt. (P.S. Slaat wit op berken?) Analyse: Hoofdzakelijk Witholte genoemd, en een enkele maal in 1040, 1424 en 1603 Wittelte. Zwiggelte Schrijfwijze; 1408 Swychtler, 1412/1416/1417//1488 Zwichtler, 1477 Zwychtler, 1491 Swuchler, 1503 De Vries: Analyse: Zwichteler, 1551 Swichteler, 1551 Zwichteler, 1598/1599 Zwichtler, 1612 Swichtelaer, 1692 Swigteler, 1694 Swichtelaer, 1695 Swigheler, 1742/1764 Swigteler, 1774/1784.1794/1804 Zwigler. Vergelijk Schwichteler, 10 km ten zuidoosten van Cloppenburg in Duitsland. Mag men de naam met Swifterbant verbinden? Onder invloed van Orvelte is Zwig(t)ler pas na 1804 vervormd tot Zwiggelte. Schwichten = 1. tot rust brengen, 2. tot rust komen, wijken, ophouden. (5) Vergelijk Duits beschwichtigen. Swichtler betekent dus daar waar men tot rust komt, land of huis van rust. In Zwiggelte wordt in 1424 en 1493 het goed Vrytthoff / Vrythove genoemd (2, 3) en in 1612 Frijthoff. Vrijthof betekent: Voorhof van een kerk, 2. omsloten of omheinde hof of tuin. (5) Vrijthof in Zwiggelte was een geestelijk goed. In beide namen is tot rust komen opgesloten. Kreeg Vrijthof zijn naam omdat hij in Swichteler lag? In aangrenzend Duitsland, 10 km zuidoost van Cloppenburg, ligt de plaats Schwichteler. Conclusie: Van de twaalf plaatsnamen in Drenthe die het suffix ‘elte’ hebben of hadden, blijken er slechts vier eigenlijhe holte- of elte-plaatsnamen te zijn, te weten: Gasselte, Gijsselte, Uffelte en Wittelte. Bij Dongelte kan men twijfelen afhankelijk van de betekenis. In aangrenzend Duitsland liggen de volgende –elte-plaatsen: Hesselte, bij Emsbüren onder Lingen, Hemmelte, 10 km zuidwest van Cloppenburg.
13 Zuidlaren
Drentse plaatsnamen die eindigen op ‘mond’ en ‘veen’
Langs de Hondsrug ligt een groot aantal plaatsen dat zijn naam ontleend heeft aan de dorpen op de Hondsrug met als toevoeging ‘mond’ en of ‘ veen’. Deze streekdorpen zijn in de laatste eeuwen ontstaan toen het veen afgegraven werd. De vervening vond plaats tuusen circa 1250 en 1950. Mond betekent ‘uitmonden’ op het betreffende dorp en veen betekent ‘het veen behorende bij’ het dorp. Van noord naar zuid vindt men de volgende plaatsen op de Hondsrug waaraan diverse veenstreken hun naam ontleend hebben. Hondsrug dorp: Veenstreek: de Monden: Zuidlaarderveen Annen Eext Gieten Bonnen Gasselte Drouwen Bronneger Buinen Ees Exloo Odoorn Valthe Weerdinge Emmen Zuidbarge Dalen Oud- en Nieuw Annerveen Eexterveen Gieterveen, Gieterboerveen Bonnerveen Gasselternijveen, -boerveen Drouwenerveen Bronnegerveen Gasselternijveenschemond, -boerveen- Drouwenermond Buinerveen, Nieuw Buinen Eeserveen Exloërveen Odoornerveen Eerste – en Tweede Exloërmond Valthermond en Tweede Valthermond Weerdingerveen Emmer-Erfscheidenveen Weerdingermond (een kanaal) Barger-Erfscheidenveen, Barger-Oosterveen Dalerveen
46 14 14.1
Overige plaatsnamen Zwiggelte / Zwichteler en Vrijthof
In de loop der eeuwen hebben vele plaatsnamen dikwijls een grote verandering ondergaan in schrijfwijze. De vraag is dan: “Komen de eerste overgeleverde schrijfwijzen overeen met de oorspronkelijke naam?” Naarmate de plaatsen ouder zijn en de eerste schriftelijke vastlegging heeft relatief laat plaats gevonden, is de kans op vervorming van de naam des te groter.(2) Één van de vele voorbeelden is de plaatsnaam Zwiggelte die pas na 1800 voortgekomen is uit Swychtler / Swichtele(a)r. De schrijfwijzen vóór 1805 zijn als volgt: 1400 Swicler, 1408 Swychtler, 1412/1416/1417/1488 Zwichtler, 1477 Zwychtler, 1491 Swuchler, 1503 Zwichteler, 1551 Swichteler, 1551 Zwichteler, 1598/1599 Zwichtler, 1612 Swichtelaer, 1692 Swigteler, 1694 Swichtelaer, 1695 Swigheler, 1742/1764/1774/1784/1794/1804 Zwigler. (1) De betekenis: De Vries schrijft: -- In 1551 als Zwichteler vermeld. De vorm Zwiggelte staat onder invloed van Orvelte. Mag men de naam Zwichteler met Swifterbant verbinden? -- Swifterbant zou betekenen: Linker- of Noorderstreek. (2) Het Middelnederlandsch Handwoordenboek (J. Verdam) geeft als betekenis voor swichten: 1. Tot rust brengen, iets onaangenaams van iemand wegnemen. 2. Tot rust komen, wijken, ophouden. In het Duits kent men het woord beschwichtigen dat betekent: Tot bedaren brengen, tot zwijgen brengen, sussen, stillen. Wil men echter een beter inzicht krijgen in de naam en achtergrond van Swichteler zijn volgende gegevens verhelderend. In Swichteler stond een grote boerderij genaamd Vrythof die vóór 1600 slechts tweemaal genoemd wordt in de ordelen van de Etstoel.(1) --In 1424 voert een zekere Johan (den) Ridder een proces tegen Roloff Vrythoff wegens het niet betalen van een pacht en tegen Herman Hoffmeyeringe. Een Johan Ridder –ik neem aan dezelfde als in 1424- treedt in 1453 ook op in verband met zeker goederen en monniken van het klooster Mariënkamp in Assen. (Johan Ridder, ass061, 1453, www.cartago.nl ). Uit deze optekeningen mag geconcludeerd worden dat Johan (den) Ridder zorgde dat de pachten van sommige hoven, die van de bisschop, of klooster of kerk waren, betaald werden. --In 1493 wordt een Johan ten Vrythove en een Wobbe Levynge in een ordel van de Etstoel vermeld. (1) --In 1612 worden in Swichtelaer bij Beilen de volgende personen genoemd: Steven Büssinge, Remelt Sobringe, Albert Sobringe, Jan Sobringe, Roleff Frijthoff, Jan Frijthoff, Toeniss Levinge, Lambert Nessinge en Johannes Hoppinge.(3) Het opvallende aan deze namen is dat de namen Bússinge, Frijthoff, en Hoppinge in 1612 alleen genoemd worden in Swichtelaer in Drenthe, Mackinge alleen in Swichtelaer en in de nabij gelegen buurschap Mackinge (nu Makkum) en in Anloo. Ook Sobringe wordt in 1612 alleen in het kerspel Beilen en in (Ooster)Hesselen genoemd. Het gaat hier om namen die sterk in en rondom Zwiggelte geconcentreerd zijn. De betekenis van Vrythof is: 1) Voorhof van een kerk, 2) omsloten of omheide ruimte. M.a.w. ook een plaats waar men rust heeft. Swichteler en Vrythof hebben dus dezelfde betekenis; een plaats waar men tot rust komt of gebracht wordt. De naam Vrythof geeft al aan dat het hier niet om een boerderij van een Drentse eigenerfde gaat. Men denke hier aan de naam van ‘het Vrijthof’ in Maastricht dat aan het kapittel van Sint Servaas behoorde. De boerderijen van de Drentse eigenerfden hadden –op een hoge uitzondering na- de naam van de eigenaar, en die naam eindigde op ing(h)(e). Zo woonde een eigenerfde Altinge op Altinge(n). Als een boerderij in Drenthe door koop of schenking overging in eigendom van de kerk behield zij haar naam, en die naam eindigde zo goed als altijd op ‘ing(h)(e). Voorgaande onderbouwt tevens het vermoeden dat Vrythof in Zwiggelte een zogenaamd geestelijk goed was, én dat dit goed gesticht was op onontgonnen grond. De naam Vrythof en betaling van een pacht via Johan Ridder geven aan dat het bij Vrythof in Swichteler om een goed gaat, dat in 1424 schatplichtig was aan een kerkelijke instelling. Gezien de activiteiten van Johan Ridder mag de vraag gesteld worden: ‘Behoorde de Vrijthof in Zwiggelte aan het klooster Mariënkamp in Assen?’ De oorkonden vóór 1600 zeggen hier niets over. (www.cartago.nl) In de 17 e en 18 e eeuw is de naam Vrythof via Vrijts tot Vrijs afgesleten. Uit voorgaande wordt de indruk verkregen dat de namen Vrijthof en Swichteler namen zijn, die gegeven zijn door geestelijken en niet door Drentse boeren. Indien Drentse boeren de namen van het huidige Zwiggelte en Vrijthof hadden gegeven, waren dat waarschijnlijk vóór 1000 namen geweest die eindigden op ‘en’ (een afslijting van ingen), of ‘loo’, en na 1100 namen die eindigden op ‘ing(e)’. (4) Voorgaande zou inhouden dat de naam Swichteler na de invoering van het christendom –dus na 800- aan de huidige plaats Zwiggelte is gegeven. Doch waarschijnlijker is, dat, gezien de omvang van Zwiggelte in 1612 en het geringe aantal verschillende achternamen, de naam Swichteler van na 1000 stamt, en misschien pas in de 13e eeuw is ontstaan toen er vele nieuwe gehuchten in Drenthe zijn ontstaan vanwege de
47 bevolkingsgroei. Zo zijn in die tijd de namen van de volgende gehuchten rondom Beilen ontleend aan de eerste boerderij aldaar, en wel: Alting, Brunsting, Klatering, Lieving (=Levinge), Mackinge (nu Makkum). Aan deze nieuwe gehuchten is Eursing toe te voegen, maar Eursing betekent ‘over de es’. Hierbij is te bedenken dat de bisschop van Utrecht sinds 940 eigenaar was van de woeste gronden in Drenthe. Wilde men dus ontginnen had men de toestemming van deze bisschop nodig. (5) Was Swichteler –net als Vrythoff- in eerste aanleg het werk van de kerk? En is daarna Vrijthof overgedragen aan het klooster Assen? Archeologische vondsten zouden een antwoord kunnen geven vanaf wanneer in Zwiggelte bewoning is geweest en of die bewoning ook ononderbroken is geweest. Schwichteler onder Cloppenburg In het aangrenzende Duitsland ligt een twintigtal plaatsen dat op het eerste oog eenzelfde schrijfwijze heeft als die in Drenthe. Één van die plaatsnamen is Schwichteler gelegen op circa tien kilometer ten zuidoosten van Cloppenburg. De vraag is of er enig verband is aan te tonen tussen Schwichteler onder Cloppenburg en Swichteler bij Beilen. De plaatsnaam Schwichteler onder Cloppenburg wordt omstreeks 1400 vermeld. (8) Dat er mogelijk enig verband is tussen Zwiggelte onder Beilen en Schwichteler nabij Cloppenburg is op voorhand niet uit te sluiten indien men weet hoe grensoverschrijdend in de Middeleeuwen de contacten waren tussen Drenthe en Groningen enerzijds en aangrenzend Duitsland anderzijds. Een paar voorbeelden:. a. De streek Westerwolde in Groningen behoorde kerkelijk tot het bisdom Osnabrück / Ossenbrugge. Dit bisdom is -naar men aanneemt- in 780 door Karel de Grote gesticht. b. In 1259 krijgt het klooster Mariënkamp met toestemming van Otto graaf van Benthe(i)m door ruil bezittingen in o.a. Deurze en Roden. Dit nonnenklooster stond eerst bij Coevorden maar werd kort na 1259 overgeplaatst naar Assen. Niet alleen de naam Swichtel(a)er, maar ook andere namen kunnen op een mogelijk verband duiden tussen Zwiggelte en Schwichteler nabij Cloppenburg. In 1612 worden in Swichtelaer bij Beilen de volgende familienamen genoemd: Bússinge, driemaal Sobringe, tweemaal Frijthoff, Levinge, Nessinge en Hoppinge. Het opvallende aan deze namen is dat de namen Büssinge, Frijthoff, en Hoppinge in 1612 alleen in Swichtelaer in Drenthe genoemd worden, en Mackinge alleen in Swichtelaer en in de nabij gelegen buurschap Mackinge (nu Makkum) en in Anloo. Ook Sobringe wordt in 1612 alleen in het kerspel Beilen en in (Ooster)Hesselen genoemd. Het gaat hier om namen die sterk in en rondom Zwiggelte geconcentreerd zijn. En wat is te zeggen van deze familienamen in Duitsland? In Duitsland worden anno 2013 genoemd: (6) Büssing: sterke concentratie in de Kreise Borken, Cloppenburg, Minden-Lübbecke, en Vechta. Lieving: weinig in Duitsland, het meest in Kreis Minden-Lübbecke. Schwichteler ligt op circa 10 km afstand van zowel Cloppenburg als Vechta, en 60 km van Lübbecke. Is er nu enig verband tussen de namen Büssing(e) en L(i)eving in Drenthe en nabij Cloppenburg en Minden? Of dit aan te tonen is, betwijfel ik ten zeerste gezien de schaarse gegevens vóór 1300. Welke bezittingen had het bisdom Osnabrück vóór 1300 in Drenthe? Had het klooster Mariënkamp direct of indirect contacten met het bisdom Osnabrück? Van een klooster in Schwichteler onder Cloppenburg is vóór 1900 geen sprake. Dat enig verband tussen Zwiggelte en Schwichteler bij Cloppenburg niet uitgesloten kan worden, is volgende. In de lijst van boerderij-namen, genoemd vóór 1500 van Slicher van Bath, worden in het kerspel Beilen vijftien erven en huizen vermeld. Onder deze vijftien vindt men de namen Büssing(e), L(i)eving(e) en Vrijthof(f) niet. (7) Zijn deze namen misschien van latere oorsprong in Drenthe? De bronnen, die door Slicher van Bath zijn geraadpleegd, beperken zich echter tot Oost-Nederland en niet tot Cloppenburg. Conclusie: Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er daadwerkelijk vóór 1400 enig verband is aan te tonen tussen de namen Swichteler bij Beilen en Schwichteler bij Cloppenburg. Bronnen: 1. Ordelen van de Etstoel. 1399 – 1518. J. Keverling Buisman. 1518-1604. Mr. J.G.Ch. Joosting 2. Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula 85. Uitg. Het Spectrum. 3. Lijst van bezaaide landen, anno 1612. Oude Statenarchieven inv. no. 621. 4. Oorsprong en ontstaan van namen. Deel II, Achternamen in Drenthe. A.J. Mantingh. ISBN 90-6523-062-9. 5. Geschiedenis van Drenthe. Redactie o.a. Dr. J. Heringa. ISBN 90-6009-584-7. 6. Google: Verteilung des Namen 7. Mensch en Land in de Middeleeuwen. Deel I en II. B.H. Slicher van Bath.Uitg. Gysbers & Van Loon. Arnhem. 1944.
8. Informatie van de plaatselijke historicus dhr. Leo Grave in Cappeln.
48 14.2
De plaatsnamen Westerbork, Schipborg, Ter Borch
In de ordelen van de Etstoel zal men vóór 1604 de plaatsnamen Schipborg en Westerbork niet tegenkomen. Beide plaatsen worden dan met Borck aangeduid. Op de lijst van bezaaide landen in 1612 vindt men echter de naam Westerborck, en Boreck voor het huidige Schipborg. Vanaf 1612 wordt Westerbork in de haardstedenregisters tot en met 1804 konsekwent Westerbork genoemd, en Schipborg wordt in 1672 nog Borck genoemd, maar in 1691, 1692 Schipborck, in 1742 Schipborch en daarna tot en met 1804 Schipborg. Het zal duidelijk zijn dat beide plaatsen eens een verschillende naam kregen om verder misverstand te voorkomen. Maar waarom werd de ene uiteindelijk Westerbork genoemd en de andere Schipborg? De betekenis van borch volgens Middelnederlandsch Handwoordenboek van Verdam is: (1) a. Borch 1) Vlek, stad, 2) Burcht. Maar borch kan ook betekenen berch. Berch 1) Berg, hoogte, 2) Gebergte, bergketen Berch Barch. Beer, mannelijk zwijn. b. Schip 1) Schip, 2) Schip in eene kerk, het ruim, behalve de zijbeuken; ook dat middelste schip. c. Wester kon vroeger ook ten zuiden van betekenen; bv. Wester- en Oosterschelde. Westerbork Bij Westerbork en Schipborg heeft men nooit iets kunnen opgraven wat zou wijzen op een vroegere burcht. En van een bergketen kan in Drenthe ook geen sprake zijn. Wat over blijft is borch in de betekenis van hoogte en vlek. Beide betekenissen zouden voor beide plaatsen van toepassing kunnen zijn. En dan lijkt mij zeker voor Schipborg de betekenis hoogte eerder van toepassing gezien dat Schipborg in het dal van de Drentse A ligt. En is het eveneens niet van toepassing voor Westerbork ten noorden grenzend aan het vroegere laag gelegen Broek? Westerbork ligt volledig ten zuiden van Schipborg. Maar zoals reeds vermeld kon west vroeger ook de betekenis hebben van zuid. Zo ligt Westdorp meer ten zuiden dan ten westen van Borger. Schipborg Zoals reeds gezegd zal borck / borch / borg hier de betekenis hebben van hoogte. Maar wat van de betekenis van schip? Had Schipborg iets te doen met scheepvaart? Volgens mij heeft schip in Schipborg de betekenis van midden. Een ander voorbeeld is Lankhorst – Schiphorst – Havixhorst. Schiphorst ligt midden tussen Lankhorst en Havixhorst. Zowel Schipborg als Schiphorst liggen aan een water, m.a.w. schip zou op scheepvaart kunnen duiden. Voor Schipborg had men ook kunnen volstaan met alleen Borg of Bork ter onderscheid van Westerbork. Maar als schip in Schipborg de betekenis heeft van midden, welke borg lag dan ten noorden van Schipborg? Ter Borch In 1227 bouwde de prefekt Egbert van de stad Groningen in de bocht van de Drentse A bij Glimmen een kasteel.(2) Dit kasteel werd echter in 1266 weer afgebroken. Op een luchtfoto kan men de contouren van de gracht nog herkennen. Een familie Ter Borch bouwde nadien op het terrein van de Waterburcht aldaar een havezate. In 1529 was er onenigheid over de verdeling van dit goed. (Wikipedia) Vóór 1600 had men in Drenthe dus te doen met drie plaatsen die ‘Borg’genoemd werden, namelijk het huidige Westerbork, Schipborg en Ter Borg. Dat in de 17 e eeuw in deze drie eensluidende benamingen onderscheid werd aangebracht, ligt zeer voor de hand. Drs. J. Naarding schrijft: --De verklaring ervan (Westerbork) ligt waarschijnlijk in zijn band met het Benedictijner Klooster te Ruinen. Dit klooster had namelijk in 1206 of 1207 belangen in het dorp, maar eveneens in Schipborg, gemeente Anlo. Beide plaatsen heetten toen Burch; om ze van elkaar te onderscheiden zullen de monniken in hun administratie ons dorp Westerbork hebben genoemd.— (3) Deze verklaring is niet juist. Immers vóór 1600 worden beide plaatsen nog Borck genoemd en in 1598 werden de paar kloosters in Drenthe opgeheven, en hadden de monniken niets meer te adminstreren. 1. Middelnederlandsch Handwoordenboek. J. Verdam. ’s-Gravenhage. Uitg. Martinus Nijhoff. 2. 3. De slag bij Ane 1227. Dr. G. Overdiep. De geschiedenis van de gemeente Westerbork, ± 1200 – 1400. Lezing van Drs. J. Naarding.
49 14.3
Exloo
Slicher van Bath schrijft over de plaatsnamen met het suffix ‘lo’: (1, blz. 57) --Onder de namen, die den plantengroei weergeven, zijn die op ‘lo’ het belangrijkst. In Oost-Nederland komen 178 –lo-namen voor, waaronder 95 van kerspelen en buurschappen, ze zijn over het geheele gebied, met uitzondering van Noordwest-Overijssel, in groote massa verspreid. Uit het groote aantal plaatsnamen blijkt reeds, dat we hier met een uitgang te doen hebben, welke uit ouden tijd dateert, de eerste schriftelijke vermelding van –lo-namen geschiedt in de 9 e eeuw. Ze liggen in gebieden met praehistorische nederzettingen, maar ook er buiten; er zijn kerndorpen onder en verspreide nederzettingen; ze komen voor zoowel in het oude gebied der esschen als in de kampen.-- De betekenis van Exloo is volgens De Vries: Exlo, gehucht bij Odoorn, heette in 1376 tot Exle, 146 tot Exlo, en zal dus wel een eikenbos aanduiden. Loo betekent bos. Voor Schoonlo geeft hij de volgende betekenis: Gehucht bij Rolde, betekent misschien een ‘bos met droge kale grond’? (2) Bronnen: 1. Mensch en Land in de Middeleeuwen, deel II. B.H. Slicher van Bath. Uitg, Gysbers & Van Loon, 1972. 2. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Uitg. Aula-boeken. 14.4
Valthe
De Vries geeft voor Valthe de volgende verklaring: (1,) --Valte: gehucht bij Odoorn, in 1217 vermeld als in Valten. Vele mogelijkheden zijn er ter verklaring: in Oost-Nederland betekent
vaalt, volt
‘schapenweide’ (vergelijk Oudsaksisch faled ‘koestal’). Men kan denken aan een woord
fald, fold
‘omheining’. Eindelijk ook aan een grondvorm
valtha
te verbinden met
valgen
‘omploegen’. -- Volt in Drenthe in de betekenis van schapenweide wordt ondersteund door a) op de goorspraak gehouden te Havelte in 1564 is sprake van dat twee schepers (schaapherders) in Baltsen vaelt (zich) geslagen hebben, en b) de naam van de camping de Schoapvolte nabij Rolde en het viaduct aldaar. Omstreeks 950 werd al akkerbouw in Valthe gepleegd.(2) Werd voordien het gebied van het huidige Valthe als schapenweide of koeweide gebruikt door de boeren van Odoorn? Te bedenken is dat het dorp Odoorn naar verhouding weinig grasland had om koeien te weiden. Dit zou voor de hand liggen indien de plaats Odoorn van oudere oorsprong zou zijn dan Valthe. De archeologie zou hier een antwoord op kunnen geven. 1. Dr. J. de Vries. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. 1962 by Het Spectrum 2. Het esdorpenlandschap. Theo Spek. Uitg. Martrijs. 2004. ISBN 90 5345 254 0
50 15
Gelijknamige plaatsnamen in Drenthe en aangrenzend Duitsland
Het Nederduits taalgebied ligt ten noorden van de lijn Brussel, Kassel en Berlijn. Dat men in dit gebied gelijknamige namen vindt, ligt voor de hand. Dat gelijknamige namen meer voorkomen in aangrenzende gebieden dan in veraf gelegen gebieden is toe te schrijven aan de grotere overeenkomst in taal. Ik meen tussen de provincie Drenthe en het aangrenzende Duitsland een op het eerste oog naar verhouding sterke overeenkomst in oude plaatsnamen te mogen constateren, en wel de volgende: Drenthe: oude schrijfwijze:* en / of betekenis: aangrenzend Duits gebied: Assen“ Anderen Noord-, Zuidbarge Borger Dalen Emmen Essen bij Haren 13e eeuw Hassen 1217 Anderne Berghe = heuvel 1381 Borgheren van Dalom klooster Yesse Aschen“, t.n.v. Diepholz Ander-venne t.w.v. Fürstenau Berge, t.zo.v. Haselünne Börger, Hümmling-gebied Dalum, 2x t.n.v. Lingen, en t.n.v. Fürstenau 1313 Emne, 1376 Empne Emen, bij Haren Essen, t.n.v. Quackenbrück Geest Hoog-halen Haren^ Hesselte Holthe 1302 Gesholte hael = schraal haar = hoogterug hassel = hazelaar bos Laren, Zuid-, Noord- van laar Lhee hlaiwa = (graf)heuvel Loon meervoud van lo Geeste, t.z.v. Meppen Halen, t.z.v. Bramsche Haren Hesselte, t.z.v. Lingen Holte, t.no.v. Haselünne Laar, t.no.v. Osnabrück Lehe, t.z.v. Papenburg Lohne, t.n.v. Lingen Meppen Rhee Vries Wachtum IJhorst moerassige weide? rede = weg 1320 Vrees 1381 Wachtman 1292 de Ywehorst Meppen Rhede, t.w.v. Papenburg Vrees, Hümmling-gebied Wachtum, t.n.v. Löningen Ihorst, bij Steinfeld Zwiggelte o.a. 1612/74 Swichteler Schwichteler, 10 km t.zo.v. Cloppenburg Voornoemde overeenkomst wil echter nog niet zeggen dat de gelijknamige plaatsnamen eenzelfde oorsprong hebben. Zo is Emmen afgeleid van Empne dat een samentrekking is van het latijnse ‘en ped vesting; vergelijk de vroegere vesting Empne bij Gronau. In Emen aan de Eems zit het woord eem = water. Emmen in Drenthe en Emen aan de Eems hebben dus een verschillende betekenis. ô i” = Wat op het eerste oog eender lijkt te zijn, kan totaal verschillend zijn doordat vele plaatsnamen in de loop der eeuwen zijn ingekort ofwel gecomprimeerd. Bijvoorbeeld het in 1381 genoemde Broningehem werd uiteindelijk Bronneger onder invloed van de aangrenzende plaatsnaam Borger. Mogelijk is bij sommige plaatsnamen sprake geweest van migratie, d.w.z. dat de oude plaatsnaam door kolonisten is overgedragen op de nieuwe woonplaats. Dat tussen Drenthe en het aangrenzende Duitse gebied van oudsher een uitwisseling van mensen is geweest, is bekend. Misschien gaat die uitwisseling wel terug tot in de tijd dat de hunebedden werden gebouwd, namelijk 4000 tot 5000 jaar geleden. Immers, juist in Drenthe en in het Hümmling-gebied vindt men hunebedden. In het Nederduitse taalgebied vindt men uiteraard vele plaatsnamen met hetzelfde achtervoegsel zoals: -berg, -brink, -brug, -dorp/dorf, -elte, -heim, -holt, -ing(en), -lo(o)/loh, -(t)rup, -um, -winkel, -wold. „ Vergelijk Assendorp, in 1040 als Aschendorpe geschreven. * Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula-boeken. ^ Het Gorecht Groningen, o.a. Groningen en Haren waren eens Drentse dorpen.
51 16
Bronnen:
1 Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Dr. J. de Vries. Aula 85. 1962 Het Spectrum. 2 Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1399 – 1447. F. Keverling Buisman. ISBN 90-6011-514-7. 3 Ordelen van de Etstoel van Drenthe, 1450 -1504/1518. F. Keverling Buisman, 90-6011-892-8. 4 Ordelen van den Etstoel van Drenthe, 1518 – 1604. Mr. J.G.Ch. Joosting. Uitg. Martinus Nijhoff, 1893, ‘s-Gravenhage. 5 Goorspraken van Drenthe, 1563-1565. Uitgegeven door H van Riel. Martinus Nijhoff, 1928. ’s-Gravenhage. 6 Goorspraken van Drenthe, 1572-1577. Dr. R.D. Mulder. Uitg. Kemink en zoon N.V. Utrecht, 1931. 7 Goorspraken van Drenthe, 1577-1579. O.a.G.J. ter Kuile. Uit. Kemink en zoon N.V. Utrecht, 1943. 8 Goorspraken van Drenthe, 1583-1589. O.a. M.S. van Oosten. Uitg. Kemink en zoon N.V. Utrecht, 1943. 9 Goorspraken van Drenthe, 1595-1596. Uitgegeven door D.T. Koen. 10 Goorspraken van Drenthe, 1598-1602. O.a. G.J. ter Kuile. Uitg. Kemink en zoon N.V. Utrecht, 1953. 11 Geschiedenis van Drenthe, Redactie o.a. dr. J. Heringa e.a. Uitg. Boom Meppel/Amsterdam. ISBN 90-6009-584-7. 12 Mensch en land in de Middeleeuwen, deel II. B.H. Slicher van Bath. Uitg. Gysbers van Loon. Arnhem, 1972. 13 Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum. H.P.H. Jansen, A. Janse. ISBN 90-6550-227-0. Hilversum, Verloren,1991.
14 Encyclopedie van namen. A. Huizinga. Uitg. A.J.G. Strengholt N.V. Amsterdam, 1955. 15 Encyclopedie van voornamen. A. Huizinga. A.J.G. Strengholt N.V. Amsterdam, 1957. 16 Die Heberegister des Klosters Freckenhorst. Dr. Jur. Ernst Friedlaender, E.C. Brunn‘s Verlag. Münster 1872 .
17 De Zwolse hoofdgeldlijst. Drents Genealogisch Jaarboek. 1997 18 Diplomata Belgica ante annum millesimum centesimum scripta. Uitg. door het Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandstiek. 1950. (ing-namen bij Gent, anno 822) 19 Oorsprong en ontstaan van namen. deel III, De afstamming van de Drenten en Twenten. A.J. Mantingh, Uitg Stubeg. ISBN 90-6523-073-4. 20 Oorsprong en ontstaan van namen, deel II, Achternamen in Drenthe, A.J. Mantingh. Uitg. Stubeg. ISBN 90-6523-072-6. Tijdschriften: 21 Voornaam of geslachtsnaam? Fragmenten uit de geschiedenis van de voormalige gemeente Westerbork. A.J. Mantingh. Nummer 05-2, juni 2005. 22 Odoorn – Oderen – Oring – Oderinge. Spitwaark, Albert Mantingh. Historische Vereniging Carspel Oderen. Nummer 4, december 2010. 23 Over de oorsprong en betekenis van de naam Assen. Albert J. Mantingh. Asser Historisch tijdschrift, 24 ste jaargang, nr. 1 24 Emmen – Empne, een ‘omwalde vesting’. Albert J. Mantingh. Kroniek, Tijdschrift Historische Vereniging Zuidoost- maart 2014. Drenthe, juni 2010, jaargang 19, nummer 36. 25 Zwiggelte, Zwichteler en Vrijthof. Typoscript. Albert J. Mantingh. 26 Untersuchungen zur Geschichte der germanischen Hundertschaft. S. Rietschel. Zeitschrift der Savignystiftung für Rechtsgeschichte.Weimar 1907. 27 www.cartago.nl 28 www.meertensknaw.nl 29 www.drenlias.nl 30 bij Google; Verteilung der Namen 31 Naarding, drs. J. ‘De geschiedenis van de gemeente Westerbork’. Een Typoscript, een lezing gehouden in 1946. 32 Lijsten met oude Germaanse voornamen en ing-namen; De “600” ing-namen in Drenthe. Typoscript. Albert J. Mantingh Typoscripten Atlassen: 33 Compact Provincie-Atlas. Schaal 1 : 50.000. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties. 1998. 34 Der Neue grosse Shell-Atlas, Deutschland / Europa. 1989/90. Mairs Geographischer Verlag. Woordenboeken: 35 Middelnederlandsch Handwoordenboek. Bewerkt door J. Verdam. Uitg. Martinus Nijhoff. ’s-Gravenhage. Internet: