Portret Sandra - Voor de Jeugd

Download Report

Transcript Portret Sandra - Voor de Jeugd

www.voordejeugd.nl
Stelselwijziging jeugd
Ambulante jeugdhulp
Sandra
vertelt...
Voor Sandra komt in 2006 alles tegelijk: ze zit
midden in een echtscheidingsrechtzaak, is door de
deurwaarder het huis uitgezet en krijgt dan ook
nog eens een beroerte. Dit is zwaar, voor haarzelf
en voor haar dochter Roos, dan vier jaar oud. Op
advies van het consultatiebureau belt Sandra
Bureau Jeugdzorg. ‘Noem het maar gerust een
schreeuw om hulp’, zegt Sandra. ‘Als ik toen niets
had gehad, was ik van het balkon gesprongen.’
De situatie
Sandra (41) verhuist rond haar dertigste met haar man Ronald
naar een andere stad. Daar wordt dochter Roos geboren.
Sandra en Ronald kopen samen een café. Er ontstaat ruzie,
zowel zakelijk als privé. Een scheiding volgt, de rechter wijst het
huis toe aan Ronald. Sandra en Roos zijn feitelijk dakloos en
verhuizen naar Sandra’s oude woonplaats, waar ze eerst tijdelijk
intrekken bij een broer en daarna een flat krijgen toegewezen.
Dan krijgt Sandra een beroerte, waardoor zij deels verlamd raakt
en onder andere opnieuw moet leren praten. De tijdelijke baan
die ze heeft als postbezorger moet ze opzeggen. De hele situatie
maakt dat Sandra moeite heeft om haar dochter op te voeden.
Roos wordt steeds lastiger: ze luistert slecht, is brutaal, gaat haar
eigen gang. Dat is thuis te merken maar ook op school.
Ambulante jeugdhulp
1
Stelselwijziging Jeugd
Consultatiebureau ingang tot
hulpverlening
Sinds de geboorte van Roos komt Sandra regelmatig voor
inentingen bij het consultatiebureau. ‘Er liggen vaak van die
folders waarin staat dat je ze kunt bellen als je met vragen zit
over de opvoeding. Dat deed ik dan. Als ik er soms niet uit
kwam met Roos dan had ik ze meteen aan de lijn en gaven zij
me advies wat ik moest doen terwijl Roos er naast stond. Het
leek wel een soort Supernanny online, echt geweldig’. Sandra
vermoedt dat haar dochter last heeft van de scheiding. Ook
met die vraag benadert zij het consultatiebureau. Hun advies:
neem contact op met Bureau Jeugdzorg en leg je verhaal uit,
zij kunnen je doorverwijzen naar een goede hulpverleningsinstantie. ‘Bij Bureau Jeugdzorg konden we gelijk terecht voor
een intakegesprek. Ze hebben ons doorverwezen naar een
orthopedagogisch centrum. Daar stond ik eerst twee
maanden op een wachtlijst. Toen kregen we ambulante zorg
en dat heeft echt geholpen.’
Ambulante zorg
Bertie is ambulant hulpverlener. Zij geeft Sandra handvatten
om beter met haar dochter te communiceren. In het begin
komt Bertie twee keer per week een uur bij hen thuis om te
kijken, te luisteren en te praten. De frequentie wordt al snel
afgebouwd naar één keer in de week en daarna naar twee
keer per maand. Ze werken veel met videohometraining.
Samen met Roos en Sandra kijkt Bertie de film terug en geeft
feedback over hun manier van communiceren. ‘Door die
beroerte praatte ik de eerste tijd erg monotoon en ook heel
warrig, ik wilde alles tegelijk zeggen en veel te veel uitleggen.
Roos luisterde daardoor slecht naar me. Bertie heeft me
geholpen om dat te verbeteren, ik moest van haar hele korte
zinnen maken: ‘Roos, ik wil dat je dit of dat doet, Roos, pak
dat eens voor mama’, dat hielp echt. En ik was vaak aan het
schreeuwen, dat hebben we ook met Bertie samen aangepakt.
Nu ben ik veel rustiger, duidelijker en volgens mij ook veel
strenger’. Roos kijkt moeilijk en knikt bevestigend. In een
notendop: ‘Je bent veel strenger maar ik vind het ook wel
leuker want je doet nu rustiger.’ In overleg met Bertie worden
er voor Roos huisregels opgesteld en op de keukendeur
geplakt. Dat werkt goed. Sandra: ‘Die hebben we laatst maar
weer weggehaald, want ze zitten nu in d’r koppie’.
Bureau Jeugdzorg regelt en bemiddelt
Behalve van Bertie krijgt Sandra ook hulp van Karlijn, die
bij Bureau Jeugdzorg werkt. ‘Karlijn is meer de regelaar.
Tussen mij en mijn ex heeft ze bemiddeld in verband met de
bezoekregeling voor Roos. Ook heeft ze gesprekken gevoerd
met Roos om te kijken of ze speciale hulp moest krijgen,
2
Ambulante jeugdhulp
dat hoefde gelukkig niet. En als er vergaderingen of
evaluatiegesprekken waren dan was zij de voorzitter en ze
regelde dat iedereen de notulen kreeg.’ Die vergaderingen
en evaluatiegesprekken zijn vaak bij Sandra thuis. ‘Eigenlijk
was alleen de intake bij Bureau Jeugdzorg op kantoor, de
rest was gewoon hier aan tafel.’ Aan die tafel zitten: Sandra
zelf (ex-man Ronald is uitgenodigd maar komt nooit),
Roos, als ze niet naar school is, Bertie en Yvonne, ambulant
hulpverlener en behandelcoördinator van het orthopeda­
gogisch centrum, Karlijn van Bureau Jeugdzorg en soms
ook iemand die gespecialiseerd is in de opvoedkundige
methodiek Triple P (positief opvoeden, red.). ‘We konden
alles met elkaar bespreken en de sfeer was eigenlijk altijd
goed. Dit team noem ik vaak mijn reddende engel, al die
mensen hebben zo veel voor me betekend. Bij het laatste
evaluatiegesprek heb ik ze allemaal bedankt en cadeautjes
gegeven. Het dossier is nu al een jaar gesloten, toch kan ik
nog steeds bij hen terecht als ik vragen heb.’
Klein eigen netwerk
Sandra beschikt niet over een groot netwerk. Ze heeft geen
ouders meer, geen partner en weinig vrienden in de directe
omgeving. Wel kent ze wat mensen via de politieke partij
waarvoor ze actief is. Haar eerste reflex bij nieuwe problemen is, behalve eventueel Googlen of een internetforum
raadplegen, Bureau Jeugdzorg weer te benaderen. Laatst
waren er wat zorgen omdat Roos op school gepest wordt.
Een leerkracht raadde Sandra aan naar het Centrum voor
Jeugd en Gezin te gaan. ‘Daar had ik wel eens van gehoord.
Maar als Roos straks in de puberteit komt en ik weer tegen
van alles aanloop, dan bel ik toch liever Bureau Jeugdzorg
of het orthopedagogisch centrum want daar kennen ze me.’
De toekomst
‘Een beter huis, een echte baan en een nieuwe relatie, dat
zou ik wel willen. En dat Roos kan blijven paardrijden, want
daar is ze gek op. Maar ik kijk niet ver vooruit. Na alles wat
we hebben meegemaakt leven we met de dag. Gelukkig en
gezond blijven, dat is alles nu. Door alle hulp zijn we een
stuk gelukkiger dan eerst. Veel dingen kan ik weer zelf:
het huishouden, de administratie, de opvoeding, contact
met school. Soms zoek ik er hulp bij. Ik heb bijvoorbeeld
problemen met de belasting, daar helpt een organisatie me
bij omdat ik in een regeling zit voor mensen met een
beperking. Ze zijn heel goed met het invullen van formulieren.
Ik ga hen ook vragen om me te helpen met het zoeken
naar werk. Omdat ik die beroerte heb gehad willen veel
werkgevers me niet aannemen, zelfs niet in de grafische
sector waarin ik veel ervaring heb. Ik werk nu met behoud
van uitkering maar ik hoop dat ik straks weer aan de slag
kan in een echte baan, het liefst iets grafisch.’
www.voordejeugd.nl
Karlijn, casemanager
‘Bij Bureau Jeugdzorg is de afgelopen jaren behoorlijk wat veranderd. Drie jaar geleden was ik
deels nog hulpverlener. Inmiddels is het zo dat ik alleen de hulpvraag van cliënten in kaart breng
en die naast het bestaande aanbod leg. Bureau Jeugdzorg indiceert en verwijst door naar de juiste
instantie. In negen van de tien gevallen is dat het orthopedagogisch centrum. Als het goed gaat,
zie ik het gezin één keer, tijdens de intake. Als het minder goed gaat schuif ik aan tijdens het traject
en kijk of er meer of andere hulp nodig is. Dat was bij de case van Sandra en Roos het geval.’
Bureau Jeugdzorg heeft de regie, de hulpverleners voeren
uit. Soms is de rolverdeling lastig. Karlijn merkt dat er naar
haar gekeken wordt op het moment dat trajecten moeizaam
verlopen. ‘Het valt me op dat veel hulpverleners de relatie
met de cliënt erg belangrijk vinden. Bij Bureau Jeugdzorg
zijn we wat zakelijker. Bij conflicten of moeizame trajecten
bellen er dan opeens mensen van ‘Ik kom er niet meer uit,
kun je me helpen?’. Soms lastig maar het maakt het werk
ook interessant.’
Afstand soms goed
Omdat de intake door een collega is gedaan, heeft Karlijn
Roos nog nooit ontmoet. ‘Dat is best raar, om beslissingen
te nemen over een kind dat ik niet gezien heb. Ik vaar in
zo’n geval op het kompas van mijn collega en de hulpver­
leners, want die zien Roos wel.’ De objectiviteit levert ook
voordelen op. Als Roos’ vader het contact met de hulpver­
lening verbreekt is Karlijn de enige die nog met hem in
gesprek kan, juist omdat zij Roos niet kent en minder bij het
gezin betrokken is.
Tussen lichte en zware hulp
‘Bij dit gezin kun je goed zien dat er veel tussen lichte en
zware hulpverlening in zit. Aan de ene kant van het
spectrum heb je zoiets als Triple P (cursus positief opvoeden
red.), aan de andere kant de uithuisplaatsing en alles wat
daarbij komt kijken. We hebben hier te maken met het
vrijwillige kader, Sandra komt naar ons toe met een
hulpvraag. De problematiek is best ingewikkeld, er spelen
veel zaken tegelijk, dat kun je niet afdoen met alleen Triple P.
Maar het is weer te licht om over te gaan tot het gedwongen
kader. Ik ben benieuwd wat de gemeente straks met dat
gegeven gaat doen.’
Behoefte aan kort ambulante hulp
Omdat het zo goed ging is Sandra’s dossier bij Bureau
Jeugdzorg gesloten. Toch belde ze Karlijn laatst want ze
heeft behoefte aan antwoorden op nieuwe vragen. ‘Ik vind
het nog geen goed idee om weer een heel nieuw traject
op te starten, daarvoor gaat het nu te goed. Tot drie jaar
geleden deden we de zogenaamde 5 gesprekken methode,
dat zou perfect voor haar geweest zijn. Cliënten kwamen
met soms best wel pittige opvoedkundige problemen naar
het spreekuur en die werden in een vijftal gesprekken
grotendeels opgelost. Maar ‘kort ambulant’ zoals wij het
noemden is bij ons weggehaald en eigenlijk nergens naar
toe gegaan. Ik vraag me soms wel af wat er nu voor de
doelgroep gebeurt die wij toen met die 5 gesprekken
methode bedienden.’
De tip: 24/7 telefonische hulplijn
‘Voor mensen als Sandra, die met dit soort vragen zitten, is
het goed om af en toe bevestiging te krijgen, even iemand
die naar je luistert en adviezen geeft. Je zou eigenlijk een
soort 24/7 telefonische hulplijn moeten hebben of een
organisatie met goed opgeleide vrijwilligers die eens in de
zoveel tijd bij je langskomen.’
Ik kom er niet meer uit,
kun je me helpen? Soms lastig
maar het maakt het werk ook
interessant.’
De serie kindportretten is geïnspireerd op en deels ontleend aan
het boekje ‘9 portretten bij de transitie jeugdzorg’ dat de gemeente
Haarlem begin dit jaar heeft gepubliceerd.
Ambulante jeugdhulp
3