Presentatie Hendrikse

Download Report

Transcript Presentatie Hendrikse

Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS)
Het “redelijk belang”-vereiste: incidenteel vereiste ex art. 7:941 lid
4 BW of een algemeen vereiste voor “verval van recht”-bedingen in
verzekeringsvoorwaarden? ACIS-bijeenkomst 7 november 2014
Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse
Redelijk belang-vereiste (1)
Art. 6:237 sub h BW bepaalt dat vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn in – kort gezegd
– consumentenovereenkomsten een beding dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de
wederpartij (consument), nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende
rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze
gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen. Deze bepaling is van
groot belang voor cons.verzekeringen, die niet zelden dergelijke bedingen bevatten in de
algemene verzekeringsvoorwaarden. Dergelijke verval van recht-bedingen in
cons.verzekeringsvoorwaarden worden dus vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Art. 7:941
lid 4 BW bepaalt evenwel in het algemeen dat het een verzekeraar is toegestaan om in de
verzekeringsvoorwaarden aan de niet-nakoming van de medewerkingsverplichtingen ex art.
7:941 lid 1 en 2 BW een verval van recht-sanctie te verbinden voor zover de verzekeraar door
de schending van de onderhavige verplichtingen in een redelijk belang is geschaad.
Een int. vraag is nu of het redelijk belang-vereiste met de bovengenoemde invulling van dit
vereiste slechts aan de orde is bij medewerkingsvervalclausules ex art. 7:941 lid 4 BW of dat
dit een algemeen vereiste is dat geldt voor alle verval van recht-clausules in verz. voorw.
Typ hier de footer
2
Redelijk belang-vereiste (2)

R.o. 3.4 van Hoge Raad 16 oktober 1998, NJ 1998, 898: ‘’Blijkens
zijn r.o. 4 is het Hof ervan uitgegaan dat Driessen zich alleen dan met
vrucht op het vervalbeding kan beroepen, indien dit beroep in de
gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid aanvaardbaar is. Dit uitgangspunt impliceert, naar het Hof
klaarblijkelijk heeft aangenomen, dat het aan Driessen is om aan te
tonen dat zij in een redelijk belang is geschaad doordat Lochtenberg
niet, gelijk zij op grond van art. 7 van de polisvoorwaarden verplicht
was, het personeel van het strandpaviljoen van de vermissing van
haar ring in kennis heeft gesteld. Een en ander wordt in cassatie niet
bestreden. (..)’’
Typ hier de footer
3
Redelijk belang-vereiste (3)

R.o. 5.2 van GC Kifid 2011-41:‘’ Artikel 9 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden
is een beding als bedoeld in artikel 6:237 onder h BW (verval van recht-beding). Dit
betekent dat dit beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn tenzij Aangeslotene
dat vermoeden kan weerleggen. Een onredelijk bezwarend beding is vernietigbaar op
grond van artikel 6:233 onder a BW. Artikel 6:237 aanhef en onder h BW bepaalt -voor
zover hier van belang- dat een beding vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn indien
het als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, verval stelt van een deze
wederpartij toekomend recht behoudens voor zover die gedragingen het verval van dat
recht rechtvaardigen. De vraag die de Commissie op grond hiervan dient te
beantwoorden is of het feit dat Consument in het onderhavige geval de uitvaart niet door
of in opdracht van Aangeslotene heeft laten verzorgen, het beroep door Aangeslotene op
artikel 9 van de toepasselijke voorwaarden rechtvaardigt. In de rechtspraak van de Hoge
Raad is erkend dat verval van recht-bedingen in verzekeringsvoorwaarden toelaatbaar
zijn voor zover de verzekeraar een redelijk belang heeft bij het inroepen van het beding.
Zie bijvoorbeeld HR 16 oktober 1998, NJ 1998, 898 (bereddingsplichtvervalclausule) en
HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 57 (meldingsplichtvervalclausule). (..)’’
Typ hier de footer
4
Redelijk belang-vereiste (4)

R.o. 4.1 van GC Kifid 2011-206:‘’ Centraal in het onderhavige geschil staat het
onder 2.1 geciteerde artikel 4 lid 2 sub b van de toepasselijke
verzekeringsvoorwaarden. De Commissie oordeelt dat de onderhavige
verzekeringsvoorwaarde als verval van recht-beding moet worden
gekwalificeerd waarbij in het midden wordt gelaten of het een verval van
recht- beding is in de zin van art. 7:941 lid 4 jo. art. 7:941 lid 2 BW dan wel
een meer algemeen verval van recht-beding in de zin van art. 6:237 sub h
BW. In beide gevallen is het immers aan de Aangeslotene om te stellen – en
bij gemotiveerde betwisting door Consument – om te bewijzen dat
Aangeslotene een redelijk belang, dat wil zeggen een daadwerkelijk praktisch
belang, heeft bij het inroepen van het beding. Zie HR 5 oktober 2007, NJ
2008, 57 resp. Geschillencommissie Kifid 2011/41.’’
Typ hier de footer
5
Redelijk belang-vereiste (5)

HR 7-3-2014, ECLI:NL:HR:2014:522 (NJ 2014, 333): Centraal
in het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 stonden de
volgende clausules in de toepasselijke verzek. voorwaarden
van een rechtsbijstandverzek.: ‘’13.1.4 Medewerkingsplicht U
bent verplicht uw volle medewerking te (blijven) verlenen en
alles na te laten wat de belangen van SRK en/of AEGON zou
kunnen schaden. 13.1.5 Sanctie bij niet nakomen
verplichtingen Aan deze verzekering kunnen geen rechten
worden ontleend indien u een of meer van bovenstaande
verplichtingen niet bent nagekomen en daardoor de redelijke
belangen van SRK/AEGON heeft geschaad. (…)’’
Typ hier de footer
6
Redelijk belang-vereiste (6)

De Hoge Raad overwoog aangaande het beroep van de verzekeraar op het onderhavige
verval van recht-beding in r.o. 3.3.2 als volgt: (..) Overeenkomstig (curs. MLH) hetgeen is
beslist in HR 5 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007: BA9705, NJ 2008/57, voor het geval
waarin een verzekeraar zich op een contractueel vervalbeding wenst te beroepen op de
grond dat een schademelding te laat is gedaan, dient de verzekeraar in een geval als het
onderhavige onder opgave van redenen te stellen dat hij door de niet-nakoming door de
verzekerde van zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst in zijn redelijke
belangen is geschaad. Het hof had derhalve, gelet op de evengenoemde stelling van
[eiser] c.s., aan de hand van hetgeen SRK daaromtrent heeft aangevoerd, dienen te
onderzoeken of SRK door de handelwijze van [eiser] c.s. in haar redelijke belangen is
geschaad. Hetgeen het hof aan het slot van rov. 5.3.2 heeft overwogen (aangehaald
hiervoor in 3.2), geeft er geen blijk van dat het hof dat heeft onderzocht, althans vormt
niet een toereikende motivering voor het oordeel dat de door SRK aangevoerde nadelen
– dat zij door het uitblijven van een reactie meer werk moest verrichten, en dat de
vertraging de kans op een schikking verkleinde – voldoende klemmend waren.’’
Typ hier de footer
7
Redelijk belang-vereiste (7)

De onderhavige rechtsoverweging van de Hoge Raad is zeer interessant. De Hoge Raad
past niet direct art. 7:941 lid 2 jo. 7:941 lid 4 BW toe hetgeen betekent dat de Hoge Raad
de onderhavige medewerkingsplicht ruimer ziet dan de medewerkingsplicht ex art. 7:941
lid 2 BW. De Hoge Raad overweegt dat in het onderhavige geval het redelijk belangvereiste van het Tros-arrest overeenkomstig moet worden toegepast. In feite is er sprake
van analogische toepassing van art. 7:941 lid 4 BW nu de Hoge Raad in het onder het
oude recht gewezen Tros-arrest – zie paragraaf 1 van deze bijdrage – overweegt dat het
redelijk belang-vereiste ex art. 7:941 lid 4 BW een vastlegging is van de reeds naar oud
recht gegroeide rechtsovertuiging op dit punt. De onderhavige rechtsoverweging komt kortweg gezegd – er op neer dat het redelijk belang-vereiste ex art. 7:941 lid 4 BW een
algemene norm is voor verval van recht-clausules. De verwijzing naar het Tros-arrest
maakt ook duidelijk dat van redelijk belang in dezen sprake is indien de verzekeraar in
een daadwerkelijk belang is geschaad. HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 57.
Typ hier de footer
8
Redelijk belang-vereiste (8)
Conclusie: Uit de bovengenoemde uitspraken kan de
volgende conclusie worden getrokken: het redelijk
belang-vereiste zoals dat naar voren komt in art. 7:941
lid 4 is een alg. vereiste. Het vereiste is derhalve van
toepassing bij alle verval van recht-cl.dus niet alleen
bij een medewerkingsv.cl.ex art. 7:941 lid 4. Van een
redelijk belang is in dat kader sprake indien de verz. in
een daadwerkelijk belang is geschaad. Op dat laatste
punt zijn de genoemde uitspraken eenduidig.
Typ hier de footer
9
Redelijk belang-vereiste (9)

Interessant is dan nog hoe het causaliteitsvereiste bij o.a. preventieve
garantie clausules te zien is. M.i. is het causaliteitsvereiste in een dergelijk
geval te zien als een specifieke uitwerking van het redelijk belang vereiste: de
verzekeraar heeft geen redelijk belang om zich te beroepen op verval van
recht bij schending van een preventieve gar. cl. indien er onvoldoende caus.
verband is tussen de schending en de voorgevallen schade. Problematisch is
m.i. wel de bewijslastverdeling die – zie HR 27-10-2000, NJ 2001, 120 – op
de verzekerde rust. M.i. zou die op de verzekeraar moeten rusten. Vergelijk in
die zin art. 65 Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen (België) dat
voor de landverzekeringsovereenkomst het volgende op dit punt bepaalt: ‘’In
de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of gedeeltelijk verval van het
recht op verzekeringsprestatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming
van een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een
oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het schadegeval.’’
Typ hier de footer
10
Redelijk belang vereiste (10)

Ingeval een verzekeraar aantoont dat hij een redelijk belang
heeft bij het inroepen van een verval van recht-sanctie
betekent dit dan ook dat in alle gevallen dat er sprake is van
redelijk belang om zich te beroepen op het algeheel verval of
verval van het recht op uitkering of is ook een gedeeltelijk
verval van het recht op uitkering mogelijk? De Hoge Raad
overwoog in het Polygram-arrest, HR 17 februari 2006, NJ
2006, 378, op onderhavig punt in r.o. 4.7 onder andere het
volgende:
Typ hier de footer
11
Redelijk belang vereiste (11)

‘’ Voor zover het onderdeel zich met rechts- en motiveringsklachten keert
tegen het oordeel van het hof dat het beroep van Royal c.s. op het
onderhavige beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar is, heeft het volgende te gelden. Het bestreden oordeel is in
de kern gebaseerd op de omstandigheid dat Royal c.s. slechts in zeer geringe
mate zijn benadeeld door de 'late notification' van de vordering van Eastwood,
welk nadeel volledig wordt gecompenseerd door een aftrek toe te passen van
10% van het verzekerde schadebedrag. Door op grond hiervan het beroep
van Royal c.s. op art. 1.1 van de polis naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid onaanvaardbaar te achten, heeft het hof niet blijk gegeven van een
onjuiste rechtsopvatting. Art. 6:248 lid 2 BW heeft immers ook betrekking op
verzekeringsovereenkomsten. (..) Het proportionaliteitsbeginsel heeft
algemene gelding bij verval van recht-clausules. Twee voorbeelden.
Typ hier de footer
12
Redelijk belang vereiste (12)

R.o. 5.5 van GC Kifid 2011-41: ‘’Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt -zie
HR 17 februari 2006, NJ 2006, 378 - dat indien een verzekeraar een redelijk
belang heeft bij het inroepen van een verval van recht-sanctie dit nog niet
direct betekent dat er sprake is van een redelijk belang om zich te beroepen
op het algeheel verval van het recht op uitkering: onder omstandigheden
kunnen de nadelige gevolgen voor de verzekeraar van het niet-nakomen door
de verzekerde van de verplichting waaraan de verval van recht-sanctie is
verbonden ook weggenomen worden door een gedeeltelijk verval van recht.
Een beroep door verzekeraar op een algeheel verval van het recht op
uitkering zou in een dergelijk geval naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid onaanvaardbaar zijn. De stelplicht – en zonodig – de bewijslast
liggen in dezen bij de verzekerde. (..)’’
Typ hier de footer
13
Redelijk belang vereiste (13)

Vervolg: ‘’De Commissie is van oordeel dat het beroep door Aangeslotene op artikel 9
van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden in het onderhavige geval voldoet aan de
eisen van redelijkheid en billijkheid nu Aangeslotene is overgegaan tot uitkering van 75%
van de door haar bedongen waarde van de verzekerde diensten als omschreven in de
dekkingsbijlage. De door Aangeslotene in aanmerking genomen korting acht de
Commissie redelijk en proportioneel gezien het feit dat de Aangeslotene haar organisatie
dusdanig heeft ingericht dat een uitvaart door of in opdracht van haar zal worden
verzorgd, hetgeen kosten meebrengt. De Commissie merkt in dit verband op dat
Aangeslotene ten onrechte spreekt over een coulance-uitkering en Aangeslotene dus
kennelijk van mening is dat er sprake is van een onverplichte uitkering. Op grond van de
eisen van redelijkheid en billijkheid kwam Aangeslotene in het onderhavige geval slechts
gedeeltelijk een beroep op artikel 9 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden toe.
De uitkering van een bedrag van € 2.235,75 is derhalve geen onverplichte uitkering.’’
Typ hier de footer
14
Redelijk belang vereiste (14)

R.o. 3.40 Hof Amsterdam 14 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:29: ‘’Uit het
voorgaande volgt dat voor VDL pas na 19 juli 2007 een meldingsplicht op
grond van artikel 14 onder d van de polisvoorwaarden is ontstaan. Verder
mocht – als VDL wel haar meldingsplicht was nagekomen – van Atradius in
redelijkheid worden verwacht dat zij eerst zorgvuldig onderzoek deed naar de
kredietwaardigheid van NME en dat zij VDL de gelegenheid zou bieden NME
tot nakoming aan te manen, alvorens dekkingsmaatregelen te treffen.
Het hof kan bij gebreke van concrete aanwijzingen niet nauwkeurig vaststellen
op welk moment Atradius tot dekkingsmaatregelen zou zijn overgegaan indien
wel een tijdige melding door VDL had plaatsgevonden. Het hof zal daarom
schattenderwijs bepalen op welk moment Atradius als redelijk handelend
verzekeraar daartoe zou zijn overgegaan. (Curs, MLH) (..)’’
Typ hier de footer
15
Redelijk belang vereiste (15)

Vervolg: ‘’(..)Het hof stelt de periode die met het onderzoek
door Atradius gemoeid zou zijn geweest aldus vast op twee
weken. Dit betekent concreet dat het hof aanneemt dat
Atradius na 3 augustus 2007 dekkingsmaatregelen zou
hebben getroffen als door haar gesteld. Dat brengt mee dat zij
vanaf dat moment zich op verval van dekking kan beroepen.
Daar staat tegenover dat Atradius op grond van clausule
23641 aan VDL dekking dient te verlenen voor de kosten die
VDL ter uitvoering van de overeenkomst heeft gemaakt tot en
met vrijdag 3 augustus 2007 (curs. MLH).’’
Typ hier de footer
16
Redelijk belang vereiste (16)
De redactie van art. 7:941 lid 4 BW brengt mee dat een verzekeraar bij een beroep op
medewerkingsplichtvervalclausule naast de schending van de verplichting die de clausule de
verzekerde oplegt ook dient te stellen dat hij in een redelijk belang is geschaad. Hiervoor
kwam al naar voren dat het in dit geval gaat om een schending van een daadwerkelijk,
praktisch belang. In geval van een gemotiveerde betwisting door de verzekerde van het door
verzekeraar gestelde op onderhavig punt ligt de bewijslast op de verzekeraar.
Het onderhavige uitgangspunt geldt voor verval van recht-clausules in het algemeen. Zie voor
enige toepassingen buiten art. 7:941 lid 4 BW bijvoorbeeld r.o. 3.4 en 3.5 van HR 16 oktober
1998, NJ 1998, 898 (bereddingsplichtvervalclausule); r.o. 5.2 van GC Kifid 2011/41 (verval
van recht-beding in natura-uitvaartverzekering: opdracht voor de uitvaart kan alleen door de
verzekeraar worden gegeven op straffe van verval van recht); r.o. 4.1 van GC Kifid 2011/206
(fietssleutelsinleververplichtingvervalclausule); r.o. 5.3 van GC Kifid 2014/39 (verval van het
recht op uitkering vanwege het niet (correct) volgen van de claimprocedure) en r.o. 3.3.2 van
HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:522 (medewerkingsvervalclausule (ruime variant) in een
rechtsbijstandverzekering). De meeste uitspraken kwamen al eerder in deze voordracht aan
de orde.
Typ hier de footer
17
Redelijk belang vereiste (17)

Op het eerste gezicht is dit wellicht verrassend omdat buiten art. 7:941 lid 4
BW het redelijk belang-vereiste gebaseerd is op de toepassing van het
leerstuk van de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid (art.
6:248 lid 2 BW. In een dergelijk geval is het de verzekerde die een beroep op
onderhavig leerstuk doet om toepassing van de verval van recht-sanctie te
voorkomen. Deze zou in beginsel dan ook de omstandigheden – in casu het
ontbreken van een redelijk belang bij de verzekeraar - die maken dat het
beroep op het verval van recht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar is, dienen te stellen – en bij gemotiveerde betwisting door de
verzekeraar - dienen te bewijzen.
Naar mijn mening is om de volgende drie redenen de onderhavige stelplicht
en de daarmee samenhangende bewijslastverdeling minder verrassend dan
deze op het eerste gezicht wellicht lijkt.
Typ hier de footer
18
Redelijk belang vereiste (18)

Allereerst kan worden opgemerkt - zie r.o. 4.2 van het Tros-arrest van de
Hoge Raad – dat art. 7:941 lid 4 is aan te merken als een vastlegging van de
reeds naar oud recht gegroeide rechtsovertuiging op dit punt. Dat betekent
dat de stelplicht en bewijslast zoals die uit art. 7:941 lid 4 BW voortvloeit – de
verzekeraar moet stellen en zo nodig bewijzen dat hij in een redelijk belang is
geschaad – ook al aan de orde was onder het regime van het oude recht toen
het redelijk belang-vereiste bij medewerkingsplichtvervalclausules was
gebaseerd op de toepassing van het leerstuk van de beperkende werking van
de redelijkheid en de billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW). De Hoge Raad
rechtvaardigt de uitgangspunten van art. 7:941 lid 4 onder andere door te
wijzen op ‘’de ernstige consequenties die een geslaagd beroep op een
vervalbeding voor de verzekerde heeft (curs, MLH)’’. Deze rechtvaardiging
heeft derhalve gelding voor alle verval van recht-clausules.
Typ hier de footer
19
Redelijk belang vereiste (19)

Dat onder het oude recht – dus bij toepassing van het leerstuk van de beperkende
werking van de redelijkheid en billijkheid – in het algemeen dezelfde stelplicht en
bewijslast gold als die bij de toepassing van art. 7:941 lid 4 geldt, wordt mooi duidelijk uit
het al eerder behandelde Hoge Raad-arrest Driessen/Lochtenberg inzake een
bereddingsplichtvervalclausule. In r.o. 3.4 en 3.5 overwoog de Hoge Raad onder andere:
‘’De Hoge Raad overwoog in r.o. 3.4 en 3.5: ‘’Blijkens zijn r.o. 4 is het Hof ervan
uitgegaan dat Driessen zich alleen dan met vrucht op het vervalbeding kan beroepen,
indien dit beroep in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid aanvaardbaar is. Dit uitgangspunt impliceert, naar het Hof klaarblijkelijk heeft
aangenomen, dat het aan Driessen is om aan te tonen dat zij in een redelijk belang is
geschaad doordat Lochtenberg niet, gelijk zij op grond van art. 7 van de
polisvoorwaarden verplicht was, het personeel van het strandpaviljoen van de vermissing
van haar ring in kennis heeft gesteld. Een en ander wordt in cassatie niet bestreden.
(curs. MLH) (..)’’
Typ hier de footer
20
Redelijk belang vereiste (20)

Vervolg: ‘’(..) Voorts heeft het Hof de stellingen van Driessen zo begrepen dat deze als het belang
waarin zij was geschaad, heeft aangewezen dat, als Lochtenberg ook bij het personeel van het
strandpaviljoen aangifte had gedaan, de kans op terugvinden van de ring realiter zou zijn verhoogd (r.o.
6). Tegen deze lezing van haar stellingen komt Driessen in cassatie niet op.
Het Hof heeft de stelling van Driessen dat door aangifte bij het strandpaviljoen de kans op terugvinden
van de ring realiter zou zijn verhoogd, klaarblijkelijk onvoldoende geoordeeld om aan te nemen dat
Driessen in een redelijk belang was geschaad, omdat het van oordeel was 'dat de kans op terugvinden
van het sieraad in een geval als het onderhavige nagenoeg nul is' (r.o. 7). Tegen laatstgenoemd oordeel
keert zich onder meer onderdeel 4, dat erover klaagt dat het Hof dit oordeel mede hierop heeft
gebaseerd dat ook Driessen zelf in haar in eerste aanleg genomen conclusie van antwoord onder 8 in
feite heeft aangegeven dat die kans nagenoeg nihil is. Het onderdeel voert terecht aan dat deze
vaststelling onbegrijpelijk is, dat het Hof de betrokken passage uit haar verband heeft gelicht en dat het
heeft miskend dat het betoog van Driessen als geheel genomen kennelijk deze strekking had dat een
verzekerde zich in het algemeen behoort te realiseren dat bij verlies van een sieraad in de vrije natuur de
kans op terugvinden 'nagenoeg nul' is, maar dat in het onderhavige geval die kans niet 'nagenoeg nul'
zou zijn geweest, indien Lochtenberg de hulp van het personeel van het strandpaviljoen had ingeroepen
bij het zoeken van de ring dan wel derden had ingeschakeld om met behulp van een metaaldetector
naar de ring te zoeken. (Curs., MLH)’’
Typ hier de footer
21
Redelijk belang vereiste (21)

Uit de gecursiveerde passages blijkt dat niet de verzekerde
moet stellen en zo nodig bewijzen dat het beroep op de
bereddingsplichtvervalclausule naar maatstaven van redelijk
en billijkheid onaanvaardbaar is omdat de verzekeraar niet in
een redelijk belang is geschaad, maar dat de verzekeraar
moet stellen en zo nodig bewijzen dat een beroep op de
bereddingsplichtvervalclausule naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is omdat hij in een
redelijk belang is geschaad
Typ hier de footer
22
Redelijk belang vereiste (22)

In de tweede plaats biedt art. 150 Rv ruimte voor de onderhavige stelplicht en
bewijslast. Als hoofdregel bepaalt onderhavige bepaling weliswaar dat degene
die zich beroept op een rechtsgevolg – in casu de verzekerde die zich erop
beroept dat een beroep op de verval van recht-sanctie door de verzekeraar
naar maatstaven van redelijk en billijkheid onaanvaardbaar is – de bewijslast
draagt van de feiten of rechten die de grondslag vormen van het ingeroepen
rechtsgevolg maar een andere bewijslastverdeling is mogelijk indien dit
voortvloeit uit een bijzondere regel of uit de eisen van de redelijkheid en de
billijkheid.
De rechter dient een omkering van de bewijslast met als grondslag de
redelijkheid en de billijkheid te motiveren, maar een bijzondere, verzwaarde
motiveringsplicht heeft de rechter in dezen niet. Zie HR 31 oktober 1997, NJ
1998, 85 en Van Tiggele-van der Velde 2008, p. 19.
Typ hier de footer
23
Redelijk belang vereiste (23)

In het onderhavige geval kan de rechter de
omkering van de bewijslast motiveren door te
wijzen op – zie r.o. 4.2 van het Tros-arrest van
de Hoge Raad - ‘’de ernstige consequenties die
een geslaagd beroep op een vervalbeding voor
de verzekerde heeft (curs. MLH)’’.
Typ hier de footer
24
Redelijk belang vereiste (24)

Ten slotte kan voor wat betreft verval van recht-bedingen in
cons.verzek.overeenkomsten gewezen worden op art. 6:237
sub h BW. Deze bepaling maakt duidelijk dat een verval van
recht wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Derhalve is
een verval van recht-beding in een
consumentenverzekeringsovereenkomst niet-zijnde een
beding in de zin van art. 7:941 lid 4 BW onredelijk bezwarend
tenzij de verzekeraar dit vermoeden weerlegt door aan te
tonen dat hij in een redelijk belang is geschaad.
Typ hier de footer
25
Redelijk belang vereiste (25)

Tot slot wil ik nog enige aandacht besteden aan de vraag wat de
omvang van de stelplicht en bewijslast voor de verzekeraar is indien
deze zich erop beroept dat hij in redelijk belang is geschaad en
derhalve een beroep op de verval van recht-sanctie gerechtvaardigd
is. Al eerder in deze voordracht kwam naar voren dat het bij een
redelijk belang gaat om een daadwerkelijk, praktisch belang. Dit zou
naar mijn mening betekenen dat de verzekeraar op het concrete
geval toegespitste feiten en omstandigheden moet stellen en zo
nodig bewijzen die het vermoeden rechtvaardigen dat het nietnakomen van de in de verval van recht-clausule genoemde
verplichting door de verzekerde de verzekeraar daadwerkelijk in een
ongunstigere positie heeft gebracht.
Typ hier de footer
26
Redelijk belang vereiste (26)

De Hoge Raad legt evenwel in r.o. 4.5 van het Tros-arrest de lat voor de verzekeraar op
onderhavig punt lager: ‘’Tegen deze achtergrond treffen de onderdelen doel. Het oordeel
van het hof komt immers erop neer dat de gemotiveerde stelling van de verzekeraars dat
zij door de te late aanmelding zijn belemmerd in hun mogelijkheden zelfstandig
onderzoek te doen naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid van [betrokkene 1] en
om een reïntegratiepoging te doen, zonder meer als onvoldoende terzijde is gesteld.
Indien het hof daarmee de hiervoor in 4.4 weergegeven regels van stelplicht en bewijslast
heeft miskend, heeft het van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. Indien het hof
van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan, heeft het zijn oordeel onvoldoende
gemotiveerd, nu de verzekeraars mede hebben aangevoerd in welke specifieke belangen
zij zijn geschaad door de te late melding van het onderhavige voorval, en het hof niet
kenbaar mede in zijn beoordeling heeft betrokken op welke wijze Tros hierop heeft
gereageerd (Curs, MLH).’’
Typ hier de footer
27
Redelijk belang vereiste (27)

Onderhavig oordeel van de Hoge Raad spoort niet met r.o. 4.3 van de Hoge
Raad in hetzelfde arrest. Het materiële criterium is daar volgens de Hoge
Raad dat de verzekeraar daadwerkelijk is benadeeld en dus niet of de
verzekeraar in een redelijk zou kunnen zijn geschaad. Onderhavig criterium
brengt naar mijn mening mee dat de verzekeraar niet kan volstaan met het
aangeven van een specifiek belang waarin de verzekeraar meent geschaad te
zijn maar dat hij ook concrete feiten en omstandigheden dient te stellen die
het oordeel rechtvaardigen dat hij in het concrete geval ook daadwerkelijk in
een ongunstigere positie is gebracht. Het aangeven dat men belemmerd is in
mogelijkheden tot zelfstandig onderzoek is in dat licht onvoldoende. In geval
van een mogelijkheid is onvoldoende duidelijk of de verzekeraar ook
daadwerkelijk tot onderzoek zou overgaan indien de verzekerde zijn
verplichting wel zou zijn nagekomen.
Typ hier de footer
28
Redelijk belang vereiste (28)

Anders M.M. Mendel in zijn NJ-noot bij dit arrest (NJ 2008, 57). Mendel merkt
daar op: “Een bekend voorbeeld van zo’n voldoende gespecificeerd en
toegelicht redelijk belang is: het kunnen onderzoeken van de concrete situatie
zoals deze was tijdens het voorvallen of zich ontwikkelen van de schadelijke
gebeurtenis – zoals in bovenstaande zaak de werkplek van Westerlaken bij
TROS – zodat de schadeoorzaak beter kan worden opgespoord, kan worden
bepaald of die onder de dekking valt en, bij aansprakelijkheidsverzekeringen,
of een advocaat moet worden ingeschakeld (curs. MLH).” Naar mijn mening
blijkt uit de voorbeelden van Mendel niet dat er sprake is van een
daadwerkelijk belang van de verzekeraar. Nergens wordt duidelijk dat de
verzekeraar ook daadwerkelijk een onderzoek zou instellen.
Typ hier de footer
29
Redelijk belang vereiste (29)

Opvallend is dat in de lagere rechtspraak het standpunt van de Hoge Raad overwegend
niet wordt gevolgd. Ook daar ziet men dat de verzekeraar op het concrete geval
toegespitste feiten en omstandigheden moet stellen en zo nodig moet bewijzen die het
vermoeden rechtvaardigen dat het niet-nakomen van de in de verval van recht-clausule
genoemde verplichting door de verzekerde de verzekeraar daadwerkelijk in een
ongunstigere positie heeft gebracht. Zie bijvoorbeeld Rb. Den Haag 18 juni 2008,
ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5299; Rb. Utrecht 14 oktober 2009,
ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0198; Rb. Utrecht 18 november 2009,
ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3746; Hof Amsterdam 29 maart 2011,
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1743; Rb. Utrecht 29 februari 2012,
ECLI:NL:RBUTR:2012:BV8207; Rb. Amsterdam 12 september 2012,
ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0150; Hof Amsterdam 30 oktober 2012,
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6333; Hof Den Haag 4 juni 2013, ECLI: NL: GHDHA: 2013:
3223; Rb. A’dam 11 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6390. Onduidelijk op dit
punt (er staat wel erg vaak ‘mogelijkheid’ is r.o. 11 en 12 Hof Leeuwarden 13 november
2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3166. Minder gelukkig (teveel gericht op (theoretische)
mogelijkheid) zijn m.i. r.o. 5.2 van GC Kifid 2010/211 en r.o. 5.2 van GC Kifid 2011/283.
Typ hier de footer
30
Redelijk belang vereiste (30)
De zojuist genoemde rechtspraak brengt meer concreet mee
dat een verzekeraar gebruik maakt van 1 van de volgende 2
bewijsmiddelen:
1) De verzekeraar heeft een geheel intern protocol waarin precies
is beschreven welke stappen hij neemt na een melding van de
verzekerde bij verwezenlijking van het evenement.
2) De verzekeraar toont aan dat in vergelijkbare dossiers waarbij
wel tijdig is gemeld hij die en die stappen heeft ondernomen.

Typ hier de footer
31