Presentatie over toepassingsgebied milieueffectraportage
Download
Report
Transcript Presentatie over toepassingsgebied milieueffectraportage
Toepassingsgebied
projectmilieueffectrapportage
Korte Inhoud
Overzicht juridisch relevante bepalingen
Overzicht rubrieken uit besluit 10 december 2004
Naar een uitvoeringsbesluit voor het toepassingsgebied
project-m.e.r.
Het besluit geanalyseerd
Enkele rubrieksgroepen onder de loep genomen
Dieren/Afval/Chemie/Waterbeheer
•
•
•
•
•
Besluit 10 december
Vergelijking EU-richtlijn
Vergelijking besluiten 1989
Begrippen
Veranderingen
I. Juridisch Relevante bepalingen
Europese richtlijn inzake projectmilieu-effectrapportage
85/337/EG
(wijzigingen 97/11/EG en 2003/35/EG)
Decreet inzake milieueffect- en veiligheidsrapportage
van 18 december 2002
(BS 13 februari 2003)
Besluit van 10 december 2004 met toepassingsgebied
project-m.e.r.
(BS 17 februari 2005)
Decreet inzake milieueffect- en
veiligheidsrapportage van 18/12/2002
Hoofdstuk III, afdeling I: Toepassingsgebied
De lijsten
* Steeds MER (ook bij hervergunning) (artikel 4.3.2.§1)
* Al dan niet MER (ook bij hervergunning) (artikel 4.3.2.§2)
* Veranderingen (artikel 4.3.2.§3)
* Selectiecriteria: die van bijlage II
Decreet inzake milieueffect- en
veiligheidsrapportage van 18/12/2002
Aanknoping naar motivatie ontheffing (artikel 4.3.3. §3):
enkel voor bijlage I !!
* Of op basis van een vroeger (plan- of project)MER:
herhaling, voortzetting of alternatief;
* Of zonder voorgaand MER.
Inhoud (artikel 4.3.3. §4)
Besluit van 10 december 2004 met
toepassingsgebied project-m.e.r.
Definities (artikel 1)
Toepassingsgebied: omschrijvende bepalingen
(artikel 2)
Opheffing artikels besluiten 1989 en één
overgangsbepaling voor een beperkt aantal
projecten (artikel 3)
Bijlagen I en II: de lijsten
II. OVERZICHT RUBRIEKEN
BIJLAGE I EN II
Naar een uitvoeringsbesluit
toepassingsgebied project-m.e.r.
voor
het
Resultaat van:
*Expertise
Cel Mer, andere administraties obv praktijk sinds 1989
Binnen werkgroepen (in functie van CEM, TOM,
Kruispunten-LIN, stuurgroep Technumstudie).
*Vergelijkend onderzoek
Andere lidstaten
Andere wetgeving (IPPC, Verdrag van Aarhus, Vlarem)
Naar een uitvoeringsbesluit voor het toepassingsgebied project-m.e.r.
Resultaat van: (vervolg)
*Overleg doelgroepen
Plenair
- Commissie Evaluatie Milieu-uitvoeringsreglementering
(CEM)(eindverslag mei 1998): eerste integrale tekstvoorstellen
als basis voor verdere studie, verfijning, overleg.
-Technumstudie Criteriumset screening mer (september 1999)
-Technisch Overleg Milieureglementering (januari 2003)
-Kruispuntencommissie LIN (mei 2003)
Bilateraal:
- Agoria (Fabrimetal) (voorjaar 2001)
- Fevia (zomer 2003)nagaan data
- VEV (zomer 2003)nagaan data
…
Naar een uitvoeringsbesluit voor het toepassingsgebied project-m.e.r.
Resultaat van: (vervolg)
* Politiek overleg
naar een ontwerp uitvoeringsbesluit (integrale versie)(voorjaar 2004).
naar een uitvoeringsbesluit met toepassingsgebied project-mer
10 december 2004.
Het Besluit geanalyseerd…
Nazicht obv nota regering
* Correcte omzetting EU-Richtlijn:
Zo nauw mogelijk aanleunen bij de bepalingen van de richtlijn:
Bijlage I en II + redactionele opbouw cfr richtlijn
Bijlage I overname richtlijn: geen inperking toegelaten
Bijlage II als basis, gebruik maken van criteria en
drempelwaarden, herformulering naar Vlaamse context
Allemaal ‘verticale’ rubrieken, behalve rubriek 26 in bijlage I
en rubrieken 13 en 14 in bijlage II (‘horizontaal’ met name
snijdend doorheen overige rubrieken van bijlage I of van
bijlage I en II ) = “catch all” formulering
Extra rubrieken buiten bijlage I en II: beperkt
Na advies Raad van State: ‘nucleaire’ rubrieken toegevoegd en
artikel 2, §5
Het Besluit geanalyseerd…
* De definities:
de productiecapaciteit: de jaarlijkse of dagelijkse
effectieve productiecapaciteit van de installaties, rekening
houdend met onder andere de eigenschappen van de
inrichtingen zoals de opslagcapaciteiten, de werkuren, het
aantal werknemers, de werkregeling (personeelsbezetting)
en rekening houdend met de bij de vergunning aan te
vragen capaciteit;
Het Besluit geanalyseerd…
bijzonder beschermde gebieden:
-Europese beschermingszones
-Ramsargebieden
-duingebieden
-’groene’ bestemmingen
-beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht,
monument of archeologische zone
-waterwingebieden
-vlaams ecologisch netwerk
-erfgoedlandschappen
Het Besluit geanalyseerd…
* Zowel voor projecten onder bijlage I als bijlage
II geldt: een milieueffectrapport opstellen
MAAR voor bijlage II-projecten kan een ontheffing
worden verleend
MITS de initiatiefnemer aantoont dat er van zijn
project geen aanzienlijke milieugevolgen zijn te
verwachten.
Het Besluit geanalyseerd…
* (Potentiële) Knelpunten (deels eigen aan de
richtlijn):
Gebrek aan consistentie in structuur tussen bijlage I en II;
Interpretatieproblematiek is praktijkgericht op te lossen
(Europa heeft het laatste woord)
Veranderingen zeer algemeen/ onduidelijk omschreven via
rubriek 13 in bijlage II
Sluipend gevaar ingeval van EU-klacht voor bijlage II
activiteiten.
Enkele rubrieksgroepen onder de loep genomen:
Dieren
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 4 rubrieken:
I, 21 Installaties voor intensieve pluimvee- of varkenshouderij met meer dan:
a) 85.000 plaatsen voor mesthoenders (ander gevogelte
dan legkippen); of
b) 60 000 plaatsen voor hennen (legkippen); of
c) 3.000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 20
kg); of
d) 900 plaatsen voor zeugen.
Steeds in combinatie met I, 26
Dieren (vervolg)
Uit Bijlage II: 9 rubrieken + veranderingen
II, 1 Landbouw, bosbouw en aquacultuur
e) Intensieve veeteeltbedrijven:
Stal met 60.000 tot 85.000 plaatsen voor ander gevogelte dan
legkippen of met 40.000 tot 60.000 plaatsen voor legkippen,
en geheel of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan
"agrarisch gebied in de ruime zin".
Stal met 2.000 tot 3.000 plaatsen voor varkens andere dan
zeugen en geheel of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied
dan "agrarisch gebied in de ruime zin".
Stal met 2.500 plaatsen of meer voor mestkalveren.
Dieren (vervolg)
vervolg II, e) Intensieve veeteeltbedrijven
Stal met 1.000 tot 2.500 plaatsen voor mestkalveren en geheel of
gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan "agrarisch gebied in
de ruime zin".
Gemengde inrichting voor gevogelte als de verhouding van het
aantal plaatsen voor legkippen t.o.v. de drempel 60.000 + het
aantal plaatsen voor ander gevogelte dan legkippen, struisvogels
of struisvogelachtigen t.o.v. de drempel /85.000 groter dan 1
is.
Gemengde inrichting voor varkens van meer dan 20 kg als de
verhouding van het aantal plaatsen voor zeugen t.o.v. de
drempel van 900 + het aantal plaatsen voor varkens andere dan
zeugen t.o.v. de drempel van 3.000 groter dan 1 is.
Stal met 1.000 plaatsen of meer voor struisvogels en
struisvogelachtigen.
Dieren (vervolg)
Uit Bijlage II: 9 rubrieken + veranderingen
II,
11, Andere projecten
k) Inrichtingen bestemd voor de destructie van kadavers.
l) Installaties voor mestbewerking of –verwerking met een
verwerkingscapaciteit van 100.000 ton of meer dierlijke mest
per jaar.
Steeds in combinatie met II, 13
Dieren (vervolg)
Vergelijking EU-richtlijn
Bijlage I: overname uit EU-richtlijn
Bijlage II:
- drempels toegevoegd (EU stelt Intensieve
veeteeltbedrijven(voor zover niet in bijlage I
opgenomen);
- gemengde veeteeltbedrijven
- 2
extra rubrieken: mestbewerking of –
verwerking en struisvogelachtigen
Zijn er voor het ganse besluit veel extra rubrieken
t.o.v. de Richtlijn?
Enkel voor bijlage II en zeer beperkt:
Brede maatschappelijke consensus
Milieugevoelig
de overige zijn:
destructie dieren (11 e),
houtvezelplaat, spaanderplaat… fabrieken ( 8 e),
opslag en fysisch-chemische behandeling gevaarlijke
afvalstoffen (11 b, ten derde).
tenslotte ook Koudwalsen als (ontbrekende) activiteit
toegevoegd in 4d .
Dieren (vervolg)
Vergelijking besluiten 1989
weggevallen: pelsdieren, inheemse kleine zoogdieren en
inheemse grote zoogdieren (tenzij mestkalveren)
toegevoegd: struisvogel(achtigen)
drempels gewijzigd
Dieren (vervolg)
Begrippen:
agrarisch gebied in ruime zin:
inclusief woongebied met landelijk karakter
geheel of gedeeltelijk gelegen in:
voorbeeld: 1 stal volledig en 3 gedeeltelijk gelegen
in “woongebied met landelijk karakter” + geen
functionele scheiding tussen de stallen, + drempel
overschreden (mer van toepassing).
Dieren (vervolg)
Veranderingen = wijzigingen of uitbreidingen
Vallen alle veranderingen onder bijlage II?
De meeste, uitzondering voor bijlage I, rubriek 26
Bijlage I, rubriek 26: een illustratie:
een stal voor legkippen breidt uit tot meer dan 60.000
plaatsen.
een bestaand bedrijf voor legkippen breidt uit met
70.000 plaatsen
Dieren (vervolg)
Bijlage II, rubriek 13: Een illustratie:
Vervanging bestaande stallen door ammoniakemissiearme stallen zonder wijziging in capaciteit:
mededeling kleine verandering dus niet vallend onder
rubriek 13?
Afbraak 3 stallen en bouw nieuwe stal (om te
voldoen aan Europese verplichting tot voldoend
ruime huisvesting voor leghennen):
samenvoegen van bestaande bedrijven binnen
lopende vergunningsaanvraag
eerste vraag: rubriek 13?
tweede vraag van de initiatiefnemer: hoe kansrijk
dat de ontheffing wordt verleend?
Dieren (vervolg)
Het doel:
voor de relevante rubrieken komen tot
afbakening van (frequent voorkomende)
wijzigingen die gezien reeds hun geringe
omvang geen belangrijke milieueffecten
zijn te verwachten.
Enkele rubrieksgroepen onder de loep genomen:
Afval
Besluit 10 december
Uit Bijlage I : 2 rubrieken
I, 13: Afvalverwijderingsinstallaties voor de
verbranding, zoals gedefinieerd in punt D10 van
artikel 1.3.1 VLAREA, de chemische behandeling,
zoals gedefinieerd in punt D9 van artikel 1.3.1
VLAREA of het storten van gevaarlijke
afvalstoffen.
Afval (vervolg)
I, 14: Afvalverwijderingsinstallaties voor de
verbranding, zoals gedefinieerd in punt D10 van
artikel 1.3.1 VLAREA, of chemische behandeling,
zoals gedefinieerd in punt D9 van artikel 1.3.1.
VLAREA, van ongevaarlijke afvalstoffen met een
capaciteit van meer dan 100 ton per dag.
Steeds in combinatie met I, 26
Afval (vervolg)
Uit Bijlage II: 6 rubrieken (+veranderingen)
II, 11b: Installaties voor verwijdering van afval
Verwerking van niet-gevaarlijke afvalstoffen in een
verbrandingsinstallatie, met uitzondering van
biomassa-afval, met een capaciteit van 50 ton per dag
tot en met 100 ton per dag.
Stortplaatsen van categorie 1 en 2 voor nietgevaarlijke afvalstoffen.
Inrichtingen voor de opslag en fysisch-chemische
behandeling van gevaarlijke afvalstoffen voorzover
de ermee samenhangende opslag volgens de criteria
van rubriek 17.3, bijlage I, titel I van Vlarem is
ingedeeld in klasse 1.
Afval (vervolg)
Uit Bijlage II: 6 rubrieken (+veranderingen)
II, 11d: Slibstortplaatsen met een stortcapaciteit van
250.000 m³ of meer.
II, 11e: Monostortplaatsen voor baggerspecie of
ruimingsspecie, afkomstig van de oppervlaktewateren van het openbaar hydrografisch net met
een stortcapaciteit van 250.000 m³ of meer.
II, 11f: Opslag van schroot met inbegrip van
autowrakken als de opslagcapaciteit 10.000 ton of
meer of 10.000 voertuigwrakken of meer bedraagt.
Steeds in combinatie met II, 13
Afval (vervolg)
Vergelijking EU-richtlijn
Bijlage I: overname (voor definities verbranding en
chemische behandeling verwezen naar Vlarea
=afvalstoffen-richtlijn).
Bijlage II:
-
-
-
Installaties voor verwijdering van afval (andere dan
bijlage I) wordt ingevuld middels 3 rubrieken
Mer-plicht
voor
monostortplaatsen
voor
baggerspecie/ruimingsspecie wordt geëxpliciteerd.
Schroot en slibstortplaatsen: criterium en drempelvaststelling.
Afval (vervolg)
Vergelijking besluiten 1989
Toen: 4 rubrieken (steeds MER)
Weggevallen: geen
Nieuw:
-
Ongevaarlijk afval:
-
-
-
-
Verbranding en chemische behandeling vanaf 100 ton per dag:
bijlage I!
Stortplaatsen voor ongevaarlijke afvalstoffen
Gevaarlijk afval: opslag en fysisch-chemische behandeling
cfr rubriek 17. 3 van Vlarem
Monostortplaatsen baggerspecie: vroeger interpretatiediscussie, nu toegevoegd als afzonderlijke rubriek.
Drempels
bvb
afvalstoffen.
verbranding
ongevaarlijke
Afval (vervolg)
Begrippen:
chemische behandeling:
verduidelijkt door verwijzing naar afvalstoffen-richtlijn
(en verder Vlarem-rubriek 2.3.2 en technical guidelines
(Basel-conventie)
enkel nuttige toepassing
Afval (vervolg)
Veranderingen (dwz wijzigingen en uitbreidingen):
Een illustratie
Voorbeeld van toepassing rubriek 13: hervergunnen en
verder storten in voorheen vergunde stortzone.
(combinatie met II, 11b, secundo)
Voorbeeld van toepassing rubriek 13: wijziging in aard
te storten materiaal (bvb baggerspecie) en dit binnen
lopende vergunning. (combinatie met I, 13).
Hervergunning stortplaats gevaarlijk afval en wijziging
aard te storten materiaal: geen ontheffingsmogelijkheid.
Enkele rubrieksgroepen onder de loep genomen:
Chemie
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 2 rubrieken:
I6: Geïntegreerde chemische installaties, d.w.z. installaties
voor de fabricage op industriële schaal van stoffen door
chemische omzetting, waarin verscheidene eenheden naast
elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn,
bestemd voor de fabricage van:
- organische basischemicaliën;
- anorganische basischemicaliën;
- fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen
(enkelvoudige of samengestelde meststoffen);
- basisproducten voor gewasbescherming en van biociden;
- farmaceutische basisproducten met een chemisch of
biologisch procédé;
- explosieven.
Chemie (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 2 rubrieken:
I, 21: Installaties voor de opslag van aardolie,
petrochemische of chemische producten met een
capaciteit van 200.000 ton of meer.
Steeds in combinatie met I, 26
Chemie (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II, 6: Chemische industrie:
a) Chemische industrie voor de behandeling van
tussenproducten en vervaardiging van chemicaliën:
-
-
-
Chemische installaties, voor de productie van organische
chemicaliën met een productiecapaciteit van 100.000 ton per
jaar of meer.
Chemische
installaties
voor
de
productie
van
kunstmeststoffen met een productiecapaciteit van 100.000
ton per jaar of meer.
Chemische installaties, voor de productie van anorganische
chemicaliën met een productiecapaciteit van 250.000 ton per
jaar of meer.
Chemie (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II, 6: Chemische industrie:
b) Chemische industrie voor de productie van
bestrijdingsmiddelen en farmaceutische producten,
verven en vernissen, elastomeren en peroxiden:
-
Inrichtingen voor de productie van bestrijdingsmiddelen met
een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar.
Inrichtingen voor de productie van farmaceutische stoffen
met een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.
Inrichtingen voor de productie van elastomeren,
verven,vernissen of peroxiden met een productiecapaciteit
van 100.000 ton per jaar of meer.
Chemie (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II,
6: Chemische industrie:
c) Opslagruimten voor aardolie, petrochemische en chemische
producten:
- Installaties voor de opslag van aardolie, petrochemische of
chemische producten met een opslagcapaciteit van 100.000
ton tot 200.000 ton.
d) Petrochemische installaties of vervolgfabrieken voor het
kraken of vergassen van nafta, gasolie, LPG of andere
aardoliefracties met een verwerkingscapaciteit van 500.000 ton
per jaar of meer.
Steeds in combinatie met II, 13
Chemie (vervolg)
Vergelijking EU-richtlijn
Bijlage I: overname
Bijlage II:
-
-
rubrieksomschrijving verbijzonderd door omschrijving
activiteiten met als criterium de productiecapaciteit en
invulling van een drempelwaarde
Opslag/ aansluiting bij criterium en drempel uit bijlage I
Toevoeging petrochemie: te beschouwen als behorend
tot chemische industrie en behouden van rubriek uit vorig
besluit.
Chemie (vervolg)
Vergelijking besluiten 1989
Zelfde: geïntegreerde chemische installaties (begripsverduidelijking) en petrochemische installaties.
Weggevallen: geen
Nieuw: kunstmeststoffen (explicitering) en bestrijdingsmiddelen.
Overige: drempelwijzigingen.
Chemie (vervolg)
Begrippen:
Geïntegreerde chemische installaties:
verduidelijkt adh van volgende begrippen:
chemische installatie, geïntegreerd/functionele
binding, proceseenheid, industriële schaal.
Chemie (vervolg)
Veranderingen (dwz wijzigingen en uitbreidingen):
Een illustratie: Een chemisch bedrijf uit de anorganische sector:
nu vergund voor een productie van 230.000 ton
anorganische producten per jaar.
geplande uitbreiding van 80.000 ton zodat voor 310.000
ton per jaar.
uit rubriek II6, a, tertio en rubriek 13: vraagt een
ontheffing aan waarbij de impact voor totale bedrijf wordt
onderzocht op significantie milieueffecten.
Enkele rubrieksgroepen onder de loep genomen:
Waterbeheer
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 4 rubrieken:
I,15: Werkzaamheden voor het onttrekken of
kunstmatig aanvullen van grondwater wanneer het
jaarlijkse volume onttrokken of aangevuld water 10
miljoen m³ of meer bedraagt.
I, 16:
a) Projecten voor de overbrenging van water tussen
stroomgebieden wanneer deze overbrenging ten doel
heeft eventuele waterschaarste te voorkomen en de
hoeveelheid overgebracht water meer bedraagt dan
100 miljoen m³ per jaar.
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 4 rubrieken:
I, 16:
b) In alle andere gevallen, projecten voor de
overbrenging van water tussen stroomgebieden
wanneer het meerjarig gemiddelde jaardebiet van het
bekken waaraan het water wordt onttrokken meer
bedraagt dan 2.000 miljoen m³ en de hoeveelheid
overgebracht water 5 % van dit debiet overschrijdt.
In beide gevallen is overbrenging van via leidingen
aangevoerd drinkwater uitgesloten.
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage I: 4 rubrieken:
I, 19: Stuwdammen en andere installaties voor het
stuwen of permanent opslaan van water, met
inbegrip van waterspaarbekkens voor drinkwatervoorziening, wanneer een nieuwe of extra hoeveelheid water van meer dan 10 miljoen m³ wordt
gestuwd of opgeslagen, en voor de aanleg van een
waterbekken wanneer de oppervlakte 50 ha of meer
bedraagt.
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
-
II, 1c:
Waterbeheersingsprojecten voor landbouwdoeleinden
namelijk :
een irrigatieproject van 100 ha en meer; of
een droogleggingsproject van 50 ha of meer; of
een droogleggingsproject van 15 ha of meer, dat een
aanzienlijke verlaging van de freatische grondwatertafel
in een bijzonder beschermd gebied tot gevolg kan
hebben.
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II, 1c:
Waterbeheersingsprojecten
op
onbevaarbare
waterlopen, zoals de aanleg van overstromingsgebieden, wachtbekkens of nieuwe waterlopen, die
gelegen zijn in of een aanzienlijke invloed kunnen
hebben op een bijzonder beschermd gebied met
uitzondering van instandhoudings-, herstel- of
onderhoudswerken
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II, 10 h) Werken … ter beperking van overstromingen, met inbegrip van de aanleg van sluizen,
stuwen, dijken, overstromingsgebieden en wachtbekkens, die gelegen zijn in of een aanzienlijke
invloed kunnen hebben op een bijzonder
beschermd gebied.
II, 10 i) Stuwdammen en andere installaties voor
het stuwen of voor de lange termijn opslaan van
water met een oppervlakte van 15 ha of meer of
met een nuttige inhoud van 1 miljoen m³ of meer.
Waterbeheer (vervolg)
Besluit 10 december
Uit Bijlage II: 8 rubrieken:
II, 10 o) Werken voor het onttrekken of kunstmatig
aanvullen van grondwater:
- Grondwaterwinningen of kunstmatige aanvullingen van
grondwater als de capaciteit 2.500 m³ per dag of meer
bedraagt.
- Onttrekken van grondwater als de capaciteit 1.000 m³ per
dag of meer bedraagt en de activiteit gelegen is in of een
aanzienlijke invloed kan hebben op een gebied zoals
aangeduid in uitvoering van het decreet houdende
maatregelen ter bescherming van de kustduinen van 14
juli 1993 of als de activiteit een betekenisvolle aantasting
van de natuurlijke kenmerken van een
speciale
beschermingszone kan veroorzaken.
Steeds in combinatie met II, 13
Waterbeheer (vervolg)
Veranderingen (dwz wijzigingen en uitbreidingen):
Het doel: voor de relevante rubrieken komen tot
afbakening
van
(frequent
voorkomende)
wijzigingen die gezien hun geringe omvang geen
belangrijke milieueffecten zullen veroorzaken.
Een voorbeeld: rubriek 13 toegepast op rubriek
1c van de bijlage II
Waterbeheer (vervolg)
Eerste stap: analyse besluit:
Welke activiteiten zijn inbegrepen dwz expliciet inbegrepen?
- aanleg overstromingsgebieden
- aanleg wachtbekkens
- aanleg nieuwe waterlopen
Welke activiteiten zijn niet inbegrepen dwz expliciet
uitgesloten?
- instandhouding, herstel, onderhoud
Waterbeheer (vervolg)
Tweede stap: verkennende inventarisatie van frequent
voorkomende activiteiten die al dan niet zijn inbegrepen.
Derde stap: opsplitsen van geïnventariseerde activiteiten in
1) Activiteiten waarvan gezien de aard mag aangenomen
worden dat zij niet tot aanzienlijke milieugevolgen leiden.
Bijvoorbeeld:
- inrichting oeverzones
- aanbrengen van oeververstevigingen
- herbouwen van duikers en bruggen
- herbouwen of vernieuwen van stuwen of pompstations
zonder wijzigingen
- bouwen van zandvang
- bouwen van slibvang
- aanleg poelen
- …
Waterbeheer (vervolg)
Derde stap (vervolg)
2) Activiteiten waarvan gezien de aard wel aanzienlijke
milieugevolgen mogelijk zijn:
Bijvoorbeeld:
-
-
aanleg of vernieuwing met wijziging van pompstations
aanleg of vernieuwing met wijziging van (regelbare) stuwen
aanleg, verhoging of verlaging van dijken
afgraven van terreinen ten behoeve van het herstel van de
waterhuishouding
hermeandering
…