Transcript OM 1 YP11
Operations Management BSN Core Course OM1 Visie Drs. A.P.M. van den Heuvel Referentienummer: PR22464/THE/EMI Opzet Operations Management Bijeenkomst 1: Visie Organisatiediagnose en structuur 1 Bijeenkomst 2: Instrumenten Procesanalyse en -ontwerp Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden Extra: ? Bijeenkomst 3: Integratie Sturing en kwaliteitsmanagement Onderzoeksmethodologie Extra: ? Afhankelijk van uw leerdoelen Onderzoeksmethodologie is onderwerp tijdens iedere bijeenkomst Agenda vandaag 2 Operations Management in perspectief Bespreking vragen subsets Inventarisatie leerdoelen en vragen Model voor organisatiediagnose: Trancept® Diner Structuur volgens Keidl Stellingen Operations Management in perspectief Centraal in dit perspectief staat: 4 Doelgerichte samenwerking ten behoeve van optimale waardecreatie! Het perspectief van de manager De missie: Het optimaliseren van de samenwerking van een aantal mensen die zich richten op de realisatie van gezamenlijke doelen (continu, dus veranderen) 5 De hardware doelstellingen: Het toedelen van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden Het inrichten van de verticale en horizontale coördinatie (planning & control respectievelijk overleg & teamvorming) De software doelstellingen: Het ontwikkelen van de mentale software (cultuur: waarden, normen, stijlen, rituelen, gedrag, competenties, vaardigheden) Dus definiëren we OM voor managers als: 6 Het dragen van de volle verantwoordelijkheid Voor realisering van de overeengekomen doelen Op het terrein van het primaire proces, de personeelszorg en het middelenbeheer Binnen de vastgestelde kaders Met behulp van de beschikbaar gestelde middelen In goede afstemming met anderen in en buiten de organisatie Dus stellen we... De Operations Manager is: Verantwoordelijk voor het regelen van toegekende processen in alle facetten Aanspreekbaar op de resultaten 7 en: Aanspreekbaar op het managen van de grenzen van het primaire proces en het gebruik van staf- en ondersteunende functies Het object: proces Besturende Processen Primaire en secundaire processen Ondersteunende Processen NB: verschillende perspectieven mogelijk Output 8 Niveauperspectief Strategisch niveau: heroriëntatie en herontwerp van het primaire proces en bedrijfsmodel 9 Tactisch niveau: analyseren, stroomlijnen of (her)ontwerpen van individuele processen en verantwoordelijkheden Operationeel niveau: vastlegging en uitwerking van activiteiten, procedures en protocollen (verbetermanagement) Cyclusperspectief 10 Integraal managen wil zeggen de managementcyclus afmaken: Plan, do, check, act Doel, plan, opdracht, opvolging Denken, willen, doen voelen Denken en doen Beginnen, volgen, afmaken, opleveren, borgen Sturingsperspectief Integraal management wil zeggen: het sturen van het primaire proces, van al ons handelen direct gericht op onze doelgroepen En dus ook het sturen van de ondersteunende processen die bijdragen aan het primaire proces 11 Primaire proces Ondersteunende processen Veranderperspectief Een integraal manager zal steeds zowel beheersen als verbeteren/vernieuwen Een integraal manager beheerst en verandert (en/of beheerst de voortdurende verandering) 12 beheersen veranderen Werkgebieden Operations Management Strategie Bestaansrecht T.W. Markt/klant Product, dienst, dienstverl.(PDP) Structuur Taken, bevoegdheden, verantw. 13 Processen Sturingsconcept PI’s en GC Sturing Competenties HRM Systeem, procedures, protocollen Kwaliteit Specifieke OM-instrumenten zijn: • Bedrijfseconomische analyse (rendement en commercie) • Proces-/werk- en competentieanalyse • Structuuranalyse (organisatie-model) 14 • Analyses ten aanzien van sturing en coördinatie • Analyses van typen klant- en leveranciersrelaties En als aanvulling op ieder perspectief de veranderkundige analyse (op basis van historie, faalkans, machtsveld, investeringsbereidheid en -behoefte et cetera) waarmee een machinemetafoor wordt voorkomen Van multidisciplinair naar multiperspectief Strategie Zingeving Doordesemen Visie vertalen in gedrag Van visie naar operatie 15 Multiperspectief Individu Organisatie De Lerende Organisatie Beïnstrumenteerd/beïnvloed leervermogen Multiperspectief: • Het gaat er niet om te komen tot de ideale strategie of de ideale medewerker of de ideale organisatievorm et cetera • Het gaat erom te komen tot de optimale mix leidend tot optimale waardecreatie • Hiervoor is het noodzakelijk bij iedere actie af te wegen welke effecten op andere perspectieven worden gegenereerd en hierop te acteren • Het is hiervoor niet voldoende disciplines bijeen te roepen • Hiervoor is inzicht en begrip in de andere perspectieven noodzakelijk • Hierin ligt dan ook de succesformule voor het welslagen van veranderingen besloten Vraag: u wordt gevraagd een nieuwe procedure te implementeren. Wat gaat u doen? Rationale Operations Management 16 De uitdaging binnen O.M. wordt gevonden in het continu geïntegreerd benaderen van de gepresenteerde (en andere) perspectieven en middelen/methoden OM-leerdoelen als basis voor Inductieve Ontwikkeling Identificatie leerdoelen 18 Voorbeelden van leerdoelen (uit voorgaande subsets) Hoe optimaliseer ik processen met draagvlak bij de medewerkers? Hoe verdeel ik taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden? Hoe kom ik van een focus op in- en throughput naar een focus op output? Hoe borg ik kwaliteit in de afdeling? Hoe kom ik tot sturing met de BBSC? Hoe stem je één proces, bestaande uit twee deelprocessen in verschillende afdelingen op elkaar af? Vraag: Wat zijn uw persoonlijke leerdoelen op gebied van Operations Management? Vragen subsets 19 Model voor organisatiediagnose: TRANCEPT® Veranderen vanuit perspectief 21 Verleden Heden Toekomst Perspectief voor verandering is ... veranderen vanuit perspectief 970375v1/ 21 Perspectief: een motor voor verandering Veranderen vanuit perspectief Veranderen vanuit perspectief heeft als uitgangspunt het veranderen op basis van de door de organisatie gestelde doelen en biedt een positieve kijk op organisatieontwikkeling 22 Voorwaarden Druk om te veranderen Een heldere gedeelde visie Het vermogen om te veranderen Eerste actiepunten (klanten, markt) (perspectief) (ambitie, willen en kunnen) (veranderprogramma) Veranderen Naar een ontwikkelingsniveau dat de markt van uw organisatie verlangt De klant als uitgangspunt Uitgangspunten Trancept® 23 Voor veranderen is druk nodig Druk ontstaat vaak door een perspectiefverandering Een uitstekende legitimatie voor perspectiefverandering is de klant/markt (in de literatuur zagen we ook ander legitimatiebronnen) Verandering behoeft vervolgens een gedeelde visie (hoe reageren we op een veranderende markt /klant) Dit vormt de rode draad in ieder veranderingstraject Daarnaast dienen de gevolgen van verandering integraal over alle bedrijfsvoeringaspecten te worden bestudeerd Deze analyse biedt aangrijpingspunten voor verandering (gap-analyse) En een vertaling naar een concreet veranderprogramma Het veranderingsbewustzijn mag echter niet stranden in de hoofden van enkelen en moet worden (over)gedragen Perspectief en visie worden overdraagbaar door bijv. een raamwerk Trancept® biedt dit raamwerk (niet meer, niet minder….) Veranderlogica Trancept® 24 druk om te veranderen een heldere gedeelde visie Veranderingsmodel: Gordon Hewitt het vermogen om te veranderen eerste stappen die tot actie leiden verandering Valkuilen bij veranderen een heldere gedeelde visie het vermogen om te veranderen druk om te veranderen 25 druk om te veranderen druk om te veranderen het vermogen om te veranderen een heldere gedeelde visie een heldere gedeelde visie het vermogen om te veranderen eerste stappen die tot actie leiden ‘onder in de la’ eerste stappen die tot actie leiden snelle start, daarna stuurloos dobberen eerste stappen die tot actie leiden bezorgdheid, frustratie, verlies van concurrentiekracht ‘toevallige pogingen’, foute start, ongecoördidineerde inspanning Het model Trancept® 26 Een ordeningsprincipe voor het kijken naar en beschrijven van organisaties Ieder aspect biedt een ‘management tool’ Aspecten hangen samen Ieder aspect van belang: consistente en evenwichtige afstemming Trancept®: een transformatie naar een nieuw organisatieconcept Ontwikkelingsniveaus (1) 1. Capaciteit: ‘Dit kunnen we’ (expert) 2. Product: ‘Dit doen we’ (winkel) 27 3. Dienst: ’Dit kunnen we voor u doen’ (relatie) 4. Interactie: ‘Zo kunt u met ons geld verdienen’ (partner) effectgericht, kennis klantomgeving, interactie, inleven in de klant (van de klant) interactieniveau klantkennis oplossend vermogen, maatwerk op basis van herhaalbare modulen, dialoog met de klant dienstniveau capaciteitsniveau Waardecreatie productniveau productiekennis, voortgang, taakgericht, afspraak is afspraak, standaardproductie benutten capaciteit, inhoudelijke kennis, vakmanschap, individueel vakwerk Van binnen naar buiten Reactief 28 Van buiten naar binnen Pro actief Ontwikkelingsniveaus (2) Vijf inrichtingselementen 1. Marktbewerking geheel van externe communicatie, marketing en positionering 2. Voortbrenging (productie-)proces, van in- naar output, resultaat 3. Kennis kennisniveau, opleiding, kennis- en competentiemanagement 4. Cultuur normen en waarden, vaardigheden en gedrag op individueel en groepsniveau 5. Sturing aansturing van de organisatie 29 Trancept marktbewerking interactie niveau product niveau capaciteits niveau kennis cultuur sturing inleven in de klant effect voor de klant partnership interactie kennis klantomgeving relatiemanagement maatwerk o.b.v. modulen klantkennis oplossingsgericht klant tevredenheid productaanbod standaard productie productiekennis taakgericht voortgang capaciteits aanbod Individueel vakwerk vakkennis vakgericht inzet Inrichtingselementen Waardecreatie 30 dienst niveau voortbrenging Resultaat Trancept (1) 31 Zicht bieden op reeds bereikt ontwikkelingsniveau Afzetten tegen gewenste ontwikkelingsniveau door klanten Afzetten tegen ambitieniveau door management en medewerkers Aanzet tot organisatieverandering Verbinding maken met een onderliggend veranderprogramma Resultaat Trancept® (2) marktbewerking voortbrenging kennis cultuur sturing interactieniveau dienst niveau ambitieniveau product niveau capaciteits niveau Inrichtingselementen Waardecreatie 32 Resultaat Trancept (3) Beeldvorming Huidig waardecreatie Perspectiefontwikkeling Ambitieniveau management & medewerkers Trancept® 33 Planvorming Veranderdoelen Onderwerp 1 werp 2 Veranderprogramma - Stappenplan - Methoden & technieken - Tools werp 3 Gewenste waardecreatie Trancept zelf in te vullen marktbewerking voortbrenging kennis cultuur besturing interactieniveau Waardecreatie 34 dienst niveau product niveau capaciteits niveau Inrichtingselementen De vraag Maak een Tranceptanalyse van de eigen organisatie /afdeling (keuze voor één) 35 Vragen: Analyseer en beschrijf de ‘druk om te veranderen’ (is er een legitimatiebron?) Analyseer hoe dit zich heeft vertaald naar welke gedeelde visie en bepaal het ambitieniveau van de organisatie Analyseer met Trancept het ontwikkelingsniveau per inrichtingselement Conclusies: Is dit een juist niveau, of is een hoger niveau gewenst? Inventariseer de issues en stel een verbeterplan op (prioriteer) gericht op de toekomst. Maak een korte presentatie (10 minuten) Werkwijze: In (sub)groepen: ongeveer 45 minuten de tijd Gebruik de flipovers e.d. om je presentatie te ondersteunen Het ontwerpen van een organisatie (Keidl) Vraag: de organisatiestructuur 37 Hoe is je organisatie nu ingericht? Wat is de rationale achter deze inrichting? En.. wat vind je daarvan? Inhoud Begrijpen van organisatie-ontwerpen (vanuit strategisch perspectief) Definiëren van organisatie issues De organisatie van morgen ontwerpen 38 Inrichten van organisaties Klassieke redenering: strategie structuur werkproces Moderne redenering: 39 strategie processen Postmoderne redenering: strategie structuur processen structuur Uitgangspunten inrichting 40 Primaire proces bepaalt het resultaat voor de klant. Primaire processen zijn dus gericht op output voor de klant Structuur dient het primaire proces te faciliteren Werkrelaties tussen medewerkers (samenwerking) is de kern van de structuur en het functioneren van de organisatie Inrichting organisatie 41 Focus op de klant (is niet het inrichten op klantgroepen) Kijk vervolgens naar de (primaire) processen Cluster op criteria uit de markt en uit de strategie Genereer betrokkenheid in de hele organisatie maar ontwerp los van posities, personen en interne belangen En bouw zo door naar de hoofd-/topstructuur Valkuilen bij inrichting 42 Detaillering Suboptimalisatie (deelproces wordt geclaimd door managers) Definitie van een te groot aantal primaire processen Prioriteren primair proces (of ondersteunende en sturende processen) Teveel ‘wie’ en te weinig ‘wat’! Begrijpen van organisatie ontwerpen Organiseren is het vormgeven van relaties (wederzijdse afhankelijkheden) Samenwerking (Integreren) 43 Beheersing (Onderwerpen) Autonomie (Scheiden) Organisatie-ontwerp continua Samenwerking (Integreren) 44 Beheersing (Onderwerpen) Autonomie (Scheiden) Herkenning Autonomie 45 Diversificeren Empowerment Ondernemerschap Radicale decentralisatie Kostenreductie Herstructurering Procedures Herallocatie van middelen Kwaliteit van het werk Medewerkersbetrokkenheid Teambuilding Multiskilling Beheersing Samenwerking Universele managementtyperingen 46 Autonomie Beheersing Samenwerking Vrijheid Onafhankelijkheid Product/Markt Differentiatie Concurrentie Bottom-up Speler Discipline Afhankelijkheid Productie/onderhoud Kosten Conflict Top-down Coach Delen Wederzijdse afhankl. Interactie/teamwork Flexibiliteit Samenwerking Lateraal Team Definiëren van organisatie-issues 47 Organisatiestrategie Organisatiestructuur Organisatiesystemen Organisatiestrategie Autonomie Beheersing Samenwerking Belanghebbenden (In wiens belang bestaat deze organisatie?) Klanten Aandeelhouders Medewerkers Speleroriëntatie Coachoriëntatie Teamoriëntatie Differentiatie Kosten Flexibiliteit 48 Karakter (Wat is onze aard?) Competenties (Hoe concurreren wij?) Organisatiestructuur Autonomie Beheersing Samenwerking Organigram (Wat is rapportagestructuur?) Plat/duidelijk Gelaagd/duidelijk Plat/amorph Onafhankelijke acties Geprogrammeerde interactie Spontane interactie Gecentraliseerd Volgtijdelijk Reciproce 49 Lay-out (Welke type interactie stimuleert onze fysieke organisatieontwerp?) Wederzijdse afhankelijkheid (Hoe verlopen onze werk/informatiestromen?) Organisatiesystemen Autonomie Beheersing Samenwerking Beloningsystemen (Welk gedrag wordt gestimuleerd – financieel/niet financieel) Individueel Hiërarchisch Wederzijds Fora Besluitvorming Team building 50 Overlegstructuren (Voor welke redenen komen mensen bij elkaar?) Besluitvorming (Hoe oefenen wij autoriteit Gedecentraliseerd Gecentraliseerd (delegeren) (mandaat) uit?) Gedeeld (samenwerking) Basis organigrammen Samenwerking (Integreren) Plat/amorf 51 Beheersing (Onderwerpen) Gelaagd/duidelijk Autonomie (Scheiden) Plat/duidelijk Algemene organisatievormen Samenwerking (Integreren) Team/Proces Projectorganisatie 52 Humane hiërarchie Gediversifiseerd Matrix Beheersing (Onderwerpen) Functionele org. Verticaal geïntegr. org. Franchise org. Divisie Product/Markt Geografisch Conglomeraat Holding Autonomie (Scheiden) Wederzijdse afhankelijkheid (Werk- en informatiestromen) Reciproce 53 Samenwerking Centrale focus Gesloten kring Autonomie Beheersing Volgtijdelijk Pooled Spiraal Vraag: Coördinatiemechanismen in de praktijk Vraag: 54 1) Wat is in uw eigen organisatie de: Relatie tussen strategie en organogram Relatie tussen organogram en universele managementtypering Relatie structuur en gehanteerde systemen 2) Hoe zou de ideaalstructuur voor uw organisatie eruit kunnen zien? Werkwijze: In groepen (ongeveer 45 minuten de tijd) Geef een korte reflectie op je bevindingen Discussie: stellingen