Gezin, relaties en religie
Download
Report
Transcript Gezin, relaties en religie
Gezin, relaties en religie
Overzicht ‘Gezin, relaties en religie’
A. Beeld van gezinnen vandaag
B. Huiselijk geweld, religie en ethiek
C. Geloofsopvoeding in het gezin
A. Beeld van gezinnen vandaag
I. Een veelheid aan gezinsvormen
1.1 Verschillende visies
1.2 Werkelijkheid
II. Gezinnen in religieus perspectief
2.1 Vertrouwen en het transcendente
2.2 Gezinsvormen en religie
2.3 Duurzaamheid en relativisme
2.4 Leergezag, theologie en kerk
I. Een veelheid aan gezinsvormen
1.1 Verschillende visies
gescheiden vader met zoon
en inwonende vriendin
gehuwd heteroseksueel
koppel zonder kinderen
gescheiden vader
met zijn dochter die hem
tweewekelijks bezoekt
gezin?
ongehuwd lesbisch
koppel met kinderen
gehuwd homoseksueel
koppel zonder kinderen
alleenstaande moeder
met één kind
samenwonend koppel met
hun kinderen uit vroegere relaties
kind met zijn ouders
en grootouders
ongehuwd heteroseksueel koppel met kinderen
alleenstaande moeder
met drie kinderen
1.2 Gewijzigde gezinssvormen en interne organisatie
• gezinsvormen
–
–
–
–
–
ongehuwd samenwonen
kinderen buiten een huwelijk
eenoudergezinnen
alleenstaanden
nieuw samengestelde gezinnen
• interne organisatie
–
–
–
–
tweeverdieners
grotere rol van vaders in opvoeding/huishouden
combinatie werk-gezin
‘onderhandelingshuishoudens’
gezinnen!
II. Gezin en religie
2.1
Vertrouwen en het transcendente
• vertrouwen
– partner
– kind
– onbeheersbare
• transcendente
• God
gezin
religie
(terug) aansluiting bij de kerkgemeenschap
op ‘grote momenten’ in het leven (geboorte,
huwelijk, dood, …)
Zijn jullie uit vrije wil en met de volle
toestemming van jullie hart naar hier gekomen
om met elkaar te trouwen,
elkaar te aanvaarden als man en vrouw en in
liefde voor elkaar te leven;
en zijn jullie bereid kinderen als geschenk van
God te aanvaarden, hen in jullie liefde te laten
delen en hen in de Geest van Christus en zijn
Kerk op te voeden?
ondervraging viering RK Kerk
Ik wil je man/vrouw zijn en ik beloof je trouw te
blijven in goede en kwade dagen, in armoede en
rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil je
liefhebben en waarderen al de dagen van mijn
leven.
huwelijksbelofte RK Kerk
Waarom zou je (nog)
trouwen voor de kerk?
Is er een alternatief?
Wat is het verschil?
2.2
Gezinsvormen en religie
• ‘grote gezinsverhaal’ sterk verbonden met
dominant rooms-katholicisme in België
•
normatieve kijk van religies op gezinsrelaties
– deductief-normatief model
• onveranderlijke norm – traditie
• vorm primeert op inhoud/kwaliteit
• rooms-katholieke kerk: huwelijk
– inductief egaliserend
• norm moet zich aanpassen aan de realiteit
• inhoud primeert op vorm
• service-kerk?
– continuum met tussenposities
bv. groeiethiek
religie
gezin
Een realistische groeiethiek
“Ethiek is eigenlijk een
bergtocht maken. Het is
voortdurend de top in het
oog houden. Soms is hij
goed zichtbaar, soms ook
niet. Maar er is altijd een
top. Die top is het
zinvolle.” (R. Burggraeve)
2.3
Duurzaamheid en relativisme
• verbinding tussen intermenselijke relaties en relatie van
mensen tot het transcendente
– relativistische houding t.o.v. intermenselijke relaties onmogelijk
belang van duurzaamheid
bv. katholieke kerk: onverbrekelijkheid van het huwelijkssacrament
ook vanuit niet-religieuze waarden mogelijk!
2.4
Leergezag, theologie en kerk:
een complexe verhouding
• onderscheid tussen
– officiële leer
– opvatting van ‘specialisten’ (theologen)
– opvatting/praktijken van leden
• postmoderne levenshouding: kiezen voor de elementen
die men zelf het belangrijkste vindt
– ‘supermarktreligie’?
of
– rekening houden met de realiteit en keuzes van mensen
geen te veeleisende en hoogdrempelige kerk
B. Huiselijk geweld, religie en ethiek
I. Huiselijk geweld en christelijke religie
1.1 Christelijke elementen die huiselijk geweld kunnen legitimeren
1.2 Christelijk geloof als beschermende factor tegen huiselijk
geweld
II. Huiselijk geweld en gezinsethiek
2.1 De ambiguïteit van het idealiserend spreken over gezin
2.2 Gezinsleden als autonome subjecten
2.3 ‘Goed-genoeg’-gezinsleven
2.4 Veerkracht en verrijzenis
I. Huiselijk geweld en christelijke religie
Inleiding: huiselijk geweld en religie
• verschillende religies
• ambivalentie: belang van interpretatie
uit: R. Penfold, Drankenslippers, Van
Holkema & Warendorf, (2006)
uit: R. Penfold, Drankenslippers, Van
Holkema & Warendorf, 2006
uit: R. Penfold, Drankenslippers, Van
Holkema & Warensdorf, 2006
1.1 Christelijke elementen die huiselijk geweld
kunnen legitimeren
• lichamelijk straffen van kinderen: Bijbelse citaten
– “Wie de roede spaart, is zijn zoon slechtgezind.” (Spreuken 13,24a)
– “Tuchtig de jongeman, als je hem met de roede slaat, gaat hij niet
dood” (Spreuken 23,13)
• aanvaarden van geweld
– partnergeweld:
“Vrouwen schik u naar uw man als naar de Heer” (Ef 5,22)
– christelijke concepten: vergeving, eren van vader en moeder, offer
– Bijbelse citaten
“Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor
een tand.” En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je
op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.” (Mt 5, 38-39)
– belang en onverbreekbaarheid van het huwelijk
• drie strategieën om met moeilijke Bijbelse passages om
te gaan:
– diabolisering
– banalisering
– ethisering
niet onproblematisch
belang van ‘worstelen’ met de tekst (‘resistant reading’)
1.2 Christelijk geloof als beschermende factor
tegen huiselijk geweld
niet-onderdrukkende interpretatie van christelijke
concepten
oproep tot actie en verzet
• vergeving als een complex gebeuren dat een proces bij
zowel dader als slachtoffer vraagt
• gebod vader en moeder te eren impliceert een zegen (“…dan
zult u lang en gelukkig leven op de grond die de Heer uw
God u schenkt”)
• Jezus’ kruisdood bevrijdt anderen om zelf tot het uiterste te
gaan
• bijzondere aandacht voor de lijdende mens: voorkeursoptie
voor de zwaksten
Het protest van Tamar
(2Sam 13, 11) als stem
geven aan mishandelde
vrouwen (cf. Ps 55)?
“Nee, broerlief, onteer mij toch
niet. Zoiets doet men niet in Israël.
Laat die dwaasheid!” (2 Sam 13, 11).
“Maar niet mijn vijand spot met
mij. Dat zou ik nog kunnen
verdragen. Mijn haters zetten mij
niet voor schut die zou ik wel
kunnen ontlopen. Maar jij, een
mens uit mijn kring mijn vriend,
mij zo vertrouwd.” (Ps 55,13-14)
E. Le Sueur, de verkrachting van Tamar (1640)
II. Huiselijk geweld en gezinsethiek
traditionele waardering
van het gezin in de
christelijke theologie
christelijke ethicus
aandacht voor
reële situaties
en onrecht
recht doen aan zowel realiteit als normativiteit:
- opletten met idealiserend spreken over gezinnen
- gezinsleden als autonome subjecten erkennen
- waarde van ‘goed-genoeg’-ouderschap benadrukken
- aandacht voor veerkracht
2.1 De ambiguïteit van het spreken over
gezinnen
• positieve en negatieve kanten van het gezinsleven
• gevaren van een te idealiserend spreken over gezinnen
– angst om overvraging, moeilijkheden en geweld te erkennen
belemmering van hulpverlening en preventie
– ideaal van het perfecte gezin als basis voor emotionele druk,
fysiek, seksueel of verbaal geweld
Gn 22, 1-19
Abraham offert zijn zoon voor een
hoger doel?
gehoorzaamheid van Isaak aan zijn
vader?
M. Chagall, het offer van Isaak (1960-1964)
‘La vierge corrigeant l’enfant
Jésus devant trois témoins’
Heilige Familie vs. Lijfstraffen?
Zondig kind Jezus vs. Goddelijke natuur?
Maria’s aureool vs. Jezus’ (gevallen) aureool?
Drie getuigen vs. Privacy van het gezinsleven?
Zien vs. Ingrijpen?
M. Ernst (1926)
2.2 Gezinsleden als autonome subjecten
• asymmetrie in gezinsrelaties
opvoeding
symmetrie in gezinsrelaties
rechtvaardigheid
• kinderen als volwaardige subjecten
geen verlengstuk van de ouders
cf. Abraham en Isaak: Abraham slachtoffert voorstelling dat vader
zonder meer over zijn zoon kan beschikken
cf. K. Gibran: “Your children are not your children.”
G. Doré, het oordeel van Salomo, 19de eeuw
2.3
‘Goed genoeg’-ouderschap
• reëel gevaar van overvraging
– gelijke taakverdeling
– werk
– kinderen opvoeden
• zoveel mogelijk kansen bieden
– partner tevreden stellen
– sociaal leven
– huis
• erkennen dat perfectie niet mogelijk en niet nodig is
– tekorten als groeikansen
– ≠ geweld tolereren!
• Godsgeloof: geliefd ondanks tekortkomingen
2.4
Veerkracht en verrijzenis
• resilience / veerkracht
“het vermogen om zich te ontwikkelen en doorheen grote moeilijkheden te
groeien”
tegengewicht voor deterministische interpretaties van de werkelijkheid
rem op te snelle overgang van statistische gegevens naar normatieve
conclusies
• ruimte voor positieve én negatieve ervaringen
hoop!
• a posteriori concept (geen vrijgeleide voor lijden en geweld!)
– in bepaalde gevallen slechts ook a priori
• link met christelijk verrijzenisgeloof
voorgevoel in menselijke ervaring dat ‘opstanding’ mogelijk is (S. Vanistendael)
B. Geloofsopvoeding in het gezin
I. Plaatsen van geloofsopvoeding
1.1 Expliciete geloofsopvoeding
1.2 Impliciete geloofsopvoeding
1.3 Het gezin als eerste plaats van geloofsopvoeding
II. Moeilijkheden bij expliciete geloofsopvoeding
2.1 Principiële bezwaren
2.2 Praktische problemen
III.Kansen en mogelijkheden
3.1 Drie niveaus van geloven en religieuze opvoeding in het gezin
3.2 Kinderbijbels
I. Plaatsen van geloofsopvoeding
1.1
Expliciete geloofsopvoeding
• gezin
– voorlezen kinderbijbel
– aanleren gebeden
• school
– godsdienstles
– voorbereiding 1ste communie
• parochie
– catechese
– kindernevendienst tijdens de eucharistieviering
vandaag vaak tot een minimum herleid
– geen geloofsopvoeding meer op deze plaatsen (gezin, school)
– men komt niet meer in contact met deze plaatsen (parochie)
1.2
•
•
•
•
•
•
Impliciete ‘geloofs’opvoeding
gezin
school
media
jeugdbeweging
buren
…
neutraliteit onmogelijk: via keuzes altijd waarden en
daarmee samenhangende levensbeschouwing
doorgegeven
altijd wisselwerking tussen expliciete geloofsopvoeding
en impliciete ‘geloofs’opvoeding
1.3
Het gezin als ‘eerste’ plaats van geloofsopvoeding
• vroegste godsdienstige opvoeding
• zeer grote impact
– cf. kerkelijke documenten
– maar niet allesbepalend
• gevaar voor overvraging
– geloof niet louter afhankelijk van menselijke inspanning
– ondersteuning vanuit andere instituties noodzakelijk
II. Moeilijkheden bij expliciete geloofsopvoeding
2.1
Principiële bezwaren
1) Dwang
• geloof als persoonlijke keuze
• negatieve gevolgen van dwang
maar:
• ouders maken altijd keuzes voor hun kinderen (vglk. moedertaal)
verschillen met religie?
2) Neutraliteit
• ouders kunnen nooit een neutrale houding t.a.v. religie aannemen
– ouders vinden religie onbelangrijk
kinderen krijgen niet de kans op te groeien in milieu dat religie als waardevol
beschouwt
– ouders zijn verbonden met een bepaalde religie
houding van kinderen t.a.v. hun ouders kan mee de houding t.o.v. de religie
bepalen
• waarheidsaanspraak van religie: geen neutrale keuze
– wie religieus is opgevoed kan er als volwassene nog altijd afstand van nemen
•
wat met kinderdoop?
3) Keuzevrijheid
• zo veel mogelijk vrijheid laten aan kind om (op latere leeftijd) zelf te
kunnen beslissen
– nood aan hoopvol toekomstperspectief
– keuzes maken kan maar door de opties en de argumenten te
kennen en te overwegen
• feitelijk niet mogelijk kinderen alle alternatieven aan te bieden
– steeds impliciete levensbeschouwelijke invloeden vanuit het gezin
grote impact hedendaagse ‘onderhandelingshuishoudens’
gevaar ‘parentificatie’
4) Tolerantie
• duidelijke keuze voor welbepaalde religie belemmert tolerantie t.o.v.
andere levensbeschouwingen?
• tolerantie = kunnen omgaan met andere levenskeuzes zonder de
eigen engagementen los te laten
<-> ‘Orientierungsschwäche’
<-> onverschilligheid
religieuze opvoeding kan tolerantie bevorderen
! tolerantie als nevenproduct
– niet het eigenlijke doel van religieuze opvoeding
– tolerantie kan ook bereikt worden los van religieuze opvoeding
2.2
Praktische problemen
1) Afname religieuze praxis en verwoorden van het geloof
• belang van zichtbaar gedrag voor religieuze vorming
– afname religieuze praxis van ouders bemoeilijk geloofsopvoeding van
kinderen
– afname van religieuze praxis in samenleving
• discrepantie tussen gedrag ouders en samenleving
geloof geen vanzelfsprekendheid
• moeilijker voor ouders om hun geloof uit te spreken
moeilijker geloof naar kinderen toe te verwoorden
2) Tijdsgebrek
• (religieuze) opvoeding vraagt tijd
• tweeverdieners
kinderen komen minder in contact met de religieuze praxis van hun ouders
religieuze praxis als minder geïntegreerd in het gezinsleven ervaren
III. Kansen en mogelijkheden
3.1 Drie niveaus van geloven en religieuze
opvoeding in het gezin
(D. Hutsebaut)
• basisvertrouwen
– belang van goede gezinsrelaties
– creëert ruimte voor religieuze ontwikkeling
• openheid voor het transcendente
– appel van het/de andere/Ander
– verlangen naar en werken aan een ideaal (‘Rijk Gods’)
– expliciet verwijzen naar ‘God’
• uitdrukkelijke (christelijke) geloof
– ook voor ouders vaak nog een zoeken
– belang van ondersteuning vanuit andere instituties
3.2
kinderbijbels
• vier methoden voor de bewerking van de tekst
–
–
–
–
doorvertalen
parafraseren
navertellen
spiegelverhalen
• zowel recht doen aan oorspronkelijke Bijbeltekst als aan
doelpubliek
• oorspronkelijke Bijbeltekst zo representatief mogelijk
weergeven
–
–
–
–
–
Oude en Nieuwe Testament, veel verschillende boeken
aandacht voor verschillende tekststijlen
geen eenzijdige voorkeur voor een bepaald godsbeeld
opletten met interpretaties van de auteur (bv. moraliseren)
geen té realistische illustraties (waar ≠ echt gebeurd)
• aandacht voor noden en mogelijkheden van doelpubliek
– achtergrondinformatie bij de tekst (geografische kaarten,
woordverklaringen, …)
– inspelen op de leefwereld van kinderen
– illustraties die creativiteit van kinderen stimuleren
illustraties Hemelvaart Jezus
K.N. TAYLOR, Bijbel voor peuters.
Geïllustreerd door N. WICKENDEN & D.
CATCHPOLE, Callenbach, 2000, p. 235.
A. De Graaf, Bijbel voor
kinderen. Geïllustreerd
door J.P. MONTERO,
Callenbach, 1996, p.
364.
D.A. CRAMER-SCHAAP, Bijbelse verhalen voor jonge kinderen. Geïllustreerd door A. VAN
HAERINGEN, Ploegsma, 2002, p. 373.