Transcript marktvormen

marktvormen
Marktvormen
• Volledige mededinging (hoofdstuk 5)
• Monopolie (hoofdstuk 6)
• Monopolistische concurrentie (hoofdstuk
7)
• Oligopolie (hoofdstuk 8)
kenmerken
• Aantal aanbieders: een, veel, weinig
• Toetreding: moeilijk of gemakkelijk
• Soort product: homogeen of heterogeen
Volledige mededinging
•
•
•
•
Identieke producten
Veel aanbieders
Toetreding is gemakkelijk
Voorbeeld: land- en tuinbouwveilingen,
valutamarkten
monopolie
• Een aanbieder
• Toetreding is moeilijk
• Monopolie door
– De wet: NS, postbezorging
– Octrooi: verdwijnt als patent afloopt
– Technologische kennis:
– Zeer hoge kosten om in te stappen
• Voorbeeld: bloed voor ziekenhuizen (een
bloedbank: Sanquin)
Monopolistische concurrentie
• Tussenvorm tussen volledige mededinging
en monopolie
• Bedrijven gaan zich onderscheiden door
hun product af te stemmen op bep.
Doelgroep. Producten worden heterogeen
producten
• Voor doelgroep is bedrijf monopolist
• Veel aanbieders.
• Voorbeeld: kledingzaken, restaurants
oligopolie
• Beperkt aantal aanbieders
• Toetreding is moeilijk. Toetreding vraagt veel
investeringen
• Voorbeelden: mobiele telefoons,
internetproviders, banken, bier, benzine,
zorgverzekeringen, energieproducenten
• Heterogeen oligopolie: beperkt aantal
aanbieders van zelfde product (benzine, energie
• Homogeen: beperkt aantal aanbieders van
verschillende producten (bier, banken)
Dus
Marktvorm
Volledige
mededinging
Monopolist.
concurrentie
Monopolie
oligopolie
Aantal
aanbieders
Zeer veel
Veel
Een
Beperkt
aantal
Aard product
Homogeen (ruwe
olie, tomaten)
Heterogeen
(kleding en
restaurants)
Homogeen en
heterogeen:
spoorwegen,
paspoorten,
telefoon
(vroeger)
homogeen
en
heterogeen
(bier,
energie,
zorgverzek).
Les
• Theorie volledige mededinging
• Filmpje (economie en markt)
• Opdrachten
Volledige mededinging
• Veel aanbieders
• Homogene producten
• Geen enkele aanbieder heeft invloed op
de marktprijs (er zijn er veel)
• Toetreden tot markt is relatief gemakkelijk
• Voorbeeld: landbouwproducten, valuta,
Prijsvorming
• Bij volledige mededinging is de prijs een
gegeven. Er zijn heel veel aanbieders die
ieder afzonderlijk geen invloed hebben op
de marktprijs. De marktprijs is voor elke
aanbieder een gegeven. De aanbieders
kunnen alleen het aanbod verhogen (door
kosten te verlagen of als er meer komen)
of verlagen.
Prijsvorming
• Een bedrijf kan wel onder de marktprijs
aanbieden, maar dit gaat ten koste van de
winst van dat bedrijf. De marktprijs
verandert niet.
• Bij volledige mededinging is de marktprijs
op termijn gelijk aan de GTK
Prijsvorming
• Vraag- en aanbodlijn.
– Qv = -2p + 50
– Qa = p – 10
• 10: zijn kosten. Bij een prijs van 8 kom je
niet uit de kosten en bied je niet aan
• Bereken evenwichtsprijs
Prijsvorming
•
Aanbodlijn naar rechts als
1. aantal aanbieders toeneemt
2. Kosten lager worden: Qa = p – 5
•
•
Kosten gaan van 10 naar 5
Er wordt dan eerder aangeboden (eerst bood je
pas aan bij een prijs van 11, nu al bij een prijs
van 6
Prijsvorming
•
•
•
•
Er is dan meer aanbod dan vraag
Aanbieders gaan prijs verlagen.
Daardoor daalt aanbod en stijgt vraag
Er ontstaat weer nieuw evenwicht.
Prijsvorming
• Zolang er winst wordt gemaakt, neemt
aantal aanbieders toe.
• Bij toename van aantal aanbieders zakt de
prijs en neemt winst af.
• Als winst nul is, dan neemt aanbieders niet
meer toe in is er een nieuw evenwicht.
• Dit evenwicht is bij GO = GTK (opdracht
5.7)
Volledige mededinging
Volledige mededinging
monopolie
TO (omzet)
Pxq
Pxq
TK
TCK + TVK
TCK + TVK
BEP
TO = TK
TO = TK
Winst maximaal
MO = MK
MO = MK
MO
Prijs = MO = GO
MO < GO
Aanbodlijn verandert
•
•
•
•
•
Qa = 3p – 45
Bij p = 15 van een product, geen aanbod
Kosten zijn € 15 per product.
Kosten dalen nu met € 5 per product
Wat is de nieuwe aanbodlijn?
Aanbodlijn verandert
•
•
•
•
Qa = 3p – 30
Bij een prijs van 10 ben je al uit de kosten
Doe: 45 – (3 x € 5) = € 30
Opdracht
Monopolie
• Een aanbieder
• Soorten monopolie:
– wettelijk monopolie: op grond van octrooi of
wet
– Natuurlijk monopolie: een grote aanbieder
produceert goedkoper dan vele kleintjes
(vooral bij netwerken zoals stroom (Tennet)
en rails (Prorail)
– Technisch monopolie (een bedrijf heeft een
technologische voorsprong)
Monopolie voorbeelden
• Netwerken (Tennet, Prorail)
• Huisvuilinzameling
• ANWB was heel lang monopolist omdat
toetreden duur was.
• Energievoorziening: per regio een
aanbieder. Nu kun je kiezen uit Eneco,
Nuon etc.
Monopolie
• Een aanbieder.
• De aanbieder bepaalt prijs en afzet. Hij is
prijszetter.
• Bij monopolie geldt niet: GO = MO = P
• Bij monopolie geldt: MO < GO
Monopolie
• Bij monopolie geldt: MO < GO
• Omdat
– de monopolist de marktprijs en de
hoeveelheid kan kiezen op de vraaglijn; hij is
de enige aanbieder.
– de vraagcurve daalt.
– als de prijs daalt dit voor alles geldt (als Taxi
centrale Amsterdam de ritprijs verlaagt geldt
dit voor iedereen en voor alle ritten
voorbeeld
• Er is een taxibedrijf in Amsterdam:
monopolist
• Hij biedt ritten aan voor € 8 en verkoopt 1
rit. De gemiddelde prijs is € 8 en de prijs
ook. De totale opbrengst is ook € 8
• Hij wil meer ritten verkopen. Dat kan
alleen als hij de prijs verlaagt.
Voorbeeld
• Hij verlaagt de prijs naar € 6 en verkoopt
dan 2 ritten. De totale opbrengst wordt €
12 en de gemiddelde opbrengst wordt € 6.
De marginale opbrengst is echter € 4, dus
lager dan de gemiddelde opbrengst.
• Dit komt omdat de monopolist alleen meer
kan verkopen door de prijs te verlagen, de
nieuwe lagere prijs geldt voor alle ritten.
Voorbeeld taxi (monopolie)
prijs
aantal
to
go
mo
10
0
0
0
8
1
8
8
8
6
2
12
6
4
4
3
12
4
0
2
4
8
2
-4
0
5
0
0
--8
volledige mededinging
• Bij volledige mededinging ligt dit anders.
• De marktprijs is een gegeven en blijft gelijk
als bedrijven meer aanbieden.
• Aanbieden onder marktprijs is niet slim
omdat dit tot verlies gaat leiden.
• Marktprijs staat onder druk door
toetreding. Bedrijven drukken kosten om
bij dalende marktprijs nog winst te maken
Voorbeeld taxi (vm)
prijs
aantal
to
go
mo
10
0
0
0
10
1
10
10
10
10
2
20
10
10
10
3
30
10
10
10
4
40
10
10
Hoeveel
• Marginale kosten zijn 3
• Hoeveel biedt taxi aan bij volledige
mededinging?
• Hoeveel biedt taxi aan monopolie?
Monopolie
• Hoeveel biedt monopolist aan tegen welke
prijs.
• Monopolist streeft naar maximale winst
• Dus kijk naar MO = MK
• Monopolist biedt minder aan tegen een
hogere prijs: 2 stuks voor een prijs van € 6
• Volledige mededinger biedt oneindig veel
aan zolang prijs hoger blijft dan € 3.
Onder water
•
Lees artikel en beantwoord de volgende vragn
1. Teken met fictieve bedragen een balans van een
huizenbezitter waarvan het huis onder water staat
2. Wat is het risico als een huis onder water staat?
3. Waarom kunnen meer mensen hun hypotheeklasten
niet betalen?
4. Waarom hadden mensen zoveel hypotheekschuld?
5. Waarom zijn de huizenprijzen de afgelopen periode
gedaald?
6. Hoe hoog is ons bruto binnenlands product?
Vraag 1: balans
Activa
Waarde huis
Passiva
330.000 Lening
Negatief e.v.
350.000
360.000
30.000
350.000
Vraag 2 en 3
2. Risico: als je je huis moet verkopen, dan
hou je een restschuld bij de bank over. In
voorbeeld; € 30.000
3. Dit risico neemt toe omdat veel mensen
ontslagen worden, hun hypotheek niet
meer kunnen betalen en uit hun huis
moeten.
Vraag 4
• Banken verstrekten gemakkelijk krediet
• Rente was aftrekbaar van belastbaar
inkomen
• Iedereen had vertrouwen dat prijzen
stegen en dat huis dus niet “onder water”
kwam te staan
Vraag 5
Meerdere redenen
1. Vanwege de crisis kopen minder mensen
een huis; minder vraag betekent lagere
prijzen
2. Banken zijn terughoudend met geld uitlenen
3. Overheid is lang onduidelijk geweest
4. Overheid stelt strengere regels
(hypotheekrenteaftrek vervalt deels, geen
aflossingsvrije hypotheken meer)
Vraag 6
• 111% = 670
• 100% = 670/11 x 100 = 609 miljard