Provincie Noord
Download
Report
Transcript Provincie Noord
Provincie Noord-Brabant
Treasury Jaarplan 2017
Versie 2.0
Auteur
F.G.A. van Dam
Datum
15 februari 2017
C2203173/4147515
Voorwoord
Onder Treasury wordt in het Treasury Statuut verstaan: de uitvoering van alle activiteiten die zich
richten op het sturen, beheersen en bewaken van en het verantwoorden over financiële posities,
financiële stromen en de hieraan verbonden risico’s en kosten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt
naar de treasury–functie, treasury beleid en het beheer.
De treasury–functie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het
verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële
stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Het treasury beleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de
organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve
organisatie ter uitvoering van de treasury-functie. Het beleid, en daarmee ook de grenzen van het
beleid, zijn vastgelegd in het Treasury Statuut.
Het treasury beheer is de beleidsuitvoering van de treasury–functie, binnen de kaders van het
Treasury Statuut. De beleidsuitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen. Deze en de
realisatie daarvan voor een referentieperiode komen aan de orde in de treasury–paragraaf in
respectievelijk de begroting en jaarrekening.
Doel Treasury Jaarplan 2017
In het Treasury Jaarplan worden in het kort de ontwikkelingen over het afgelopen kalenderjaar en
de doelstellingen voor het komende jaar gedefinieerd, waarbij rekening is gehouden met de in het
Treasury Statuut geformuleerde kaders en doelstellingen.
Het Treasury Jaarplan dient als leidraad voor het Treasury Committee in het jaar 2017. Bij
planningen, zeker over een langere periode, is altijd sprake van onzekerheden. Vandaar dat
beslissingen op het gebied van treasury te allen tijde worden genomen op basis van de meest
actuele inzichten in de ontwikkeling van de liquiditeitsplanning op zowel korte als lange(re)
termijn. Als input hebben gediend de begroting 2017, inclusief de meerjarenraming 2018–2021
en de liquiditeitsplanning 2017–2021.
Bijstellingen en verschuivingen in de ramingen van inkomsten en uitgaven, die na de opstelling van
het Treasury Jaarplan bekend worden, moeten direct in de besluitvorming worden betrokken.
Primair onderscheiden we vanuit Treasury de volgende doelstellingen:
I.
Onze beschikbare middelen in het kader van de immunisatieportefeuille, de
investeringsagenda en eventuele andere overtollige middelen moeten veilig zijn belegd,
dat wil zeggen tegen de laagst mogelijke risico’s;
II. De beleggingen uit de immunisatieportefeuille moeten minimaal het doelrendement van €
122,5 miljoen structureel opleveren;
III. Er moeten voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn op het juiste moment ten behoeve van
– onder andere – de provinciale investeringen.
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
1/17
Inhoud
1
Korte terugblik op 2016 en vooruitblik 2017
2
Immunisatievermogen
6
2.1
Wat houdt de nieuwe strategie in
8
3
Investeringsagenda
10
4
Evaluaties en implementaties in 2017
12
4.1
4.2
4.3
Vermogensbeheerder
Treasury adviseur
Leningenmodule in SAP
12
12
12
5
Liquiditeitsprognose
13
5.1
Nadere toelichting over de liquiditeitsplanning
14
6
Samenvatting van de acties
17
2/17
4
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
3/17
1
Korte terugblik op 2016 en vooruitblik 2017
Sinds maart 2015 voert de Europese Centrale Bank (ECB) een opkoopprogramma van obligaties.
De directe aanleidingen om deze stap te zetten waren onder meer tegenvallende inflatie in de
Eurozone en gestaag lagere groeiramingen voor de lidstaten van de Eurozone. Dit
opkoopprogramma van de ECB heeft onder andere tot gevolg dat de rentestand kunstmatig laag
wordt gehouden. Begin december 2016 heeft de ECB besloten om dit programma met een jaar te
verlengen tot december 2017. Deskundigen geven aan dat hierdoor naar verwachting de
kapitaalmarktrente op een zelfde niveau zal blijven als de afgelopen jaren.
Wij zullen onze beleggingsstrategie voor 2017 en volgende jaren niet aanpassen op deze
prognose. De provincie heeft nadrukkelijk geen rentevisie.
In 2016 is de kapitaalmarktrente niet erg stabiel geweest. Vanaf het begin van het jaar is een
dalende trend ingezet, tot een dieptepunt van ongeveer 0,25% (voor de 10 jaarswaprente).
Vanaf oktober is deze gaan stijgen tot bijna 0,8%. Op moment van schrijven (23 januari 2017) is
de rente 0,73%. De korte rente (referentie is de driemaands–euribor) is in 2016 verder negatief
geworden. De korte rente daalde van -0,13% naar -0,32%. Een ommekeer wordt door
deskundigen niet voorzien: verwachtingen variëren van een geringe daling of een lichte stijging,
maar negatief blijvende korte rente in 2017.
Dat betekent dat het beleggingsperspectief voor het uitzetten van onze middelen op korte termijn
zeer beperkt is. Alleen bij de Schatkist is het percentage 0%. Kasgeldleningen aan decentrale
overheden, waar de provincie geen toezicht op uitoefent (DO’s), kennen een negatieve rente.
Ook banken, zoals onze huisbankier ING, gaan vanaf 2017 negatieve rente berekenen over
uitstaande tegoeden. Wij zullen daarom voor grote “verbonden partijen”, zoals het Nazorgfonds
de tegoeden aan gaan houden bij de Schatkist, zodat er geen rente betaald hoeft te worden.
Renteverloop in 2016
grafiek I
1,000%
0,800%
0,600%
0,400%
3- maands euribor
0,200%
10 jaars marktrente
-0,200%
-0,400%
4/17
januari
februari
maart
april
mei
juni
juli
augustus
september
oktober
november
december
0,000%
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
Vanwege de lage rentestand is in 2015 gestart met het uitzetten van leningen in het kader van de
publieke taak: “Vermogen voor Brabant”. In 2016 is er een tweede hybride lening verstrekt
aan de BNG Bank. Ook zijn er leningen verstrekt aan De Efteling en Safariresort Beekse Bergen in
het kader van Leisure ontwikkelingen (meerdaags–verblijf) en aan het Ministerie van Defensie voor
een onderhoudsfaciliteit van de motoren van de F35. De aanvraag voor twee leningen door
NWB Bank, voor in totaal € 75 miljoen, is door de bank ingetrokken, omdat in november 2016
de Basel III regels voor sectorbanken zijn versoepeld. De lening aan Safariresort Beekse Bergen
heeft vertraging opgelopen, maar zal in april 2017 in tranches worden verstrekt.
Ook in 2017 zullen we vanuit de provinciale opgave op zoek gaan naar mogelijke beleggingen
die een hoger rendement hebben dan de huidige mogelijkheden. Deze leningen moeten onder
andere voldoen aan de volgende criteria: staatssteunproof, een zeker rendement opleveren en
een laag risico hebben. Alle criteria waaraan getoetst wordt zijn opgenomen in het Treasury
Statuut.
In 2017 zal de herbeleggingsopgave ingevuld moeten worden voor in totaal € 57,9 miljoen. Dit
zal – naast het uitlenen in het kader van de maatschappelijke taak – worden ingevuld via het
uitlenen aan DO’s. Hierbij wordt rekening gehouden met het gemaximeerde deel van 50% van de
portefeuille, het limiet per debiteur van 10%, de maximale looptijd van 30 jaar en niet aan
gemeenten met een “artikel 12” status, zoals vastgelegd in de Verordening treasury.
De provincie heeft geen rentevisie en besluiten worden niet genomen op basis van verwachtingen
over de renteontwikkeling. Maar mede op basis van het ingezette beleid van de Europese
Centrale Bank (ECB) van de omvangrijke en onvoorwaardelijke opkoopoperatie van staats– en
bedrijfsobligaties kunnen we er redelijkerwijs vanuit gaan dat de rente voorlopig laag zal blijven.
Per 1 december 2016 hebben wij, na een meervoudige aanbestedingsprocedure, ASR
Vermogensbeheer aangesteld en opdracht gegeven voor het actiever beheren van zowel de
immunisatieportefeuille als de investeringsagenda-portefeuille. In het Treasury Committee (TC) van
9 december 2016 zijn enkele scenario’s besproken als alternatieven voor de huidige
beleggingen. Begin 2017 zijn deze scenario’s verder uitgewerkt en de uiteindelijke strategische
keuze is in de Perspectiefnota opgenomen. De verwachting is dat, door gebruik te maken van één
van de scenario’s, de rendementen in de periode 2017 tot en met 2021 met naarschatting € 50
miljoen zullen verbeteren. Hierdoor zal het tekort over deze periode afnemen tot ongeveer € 37
miljoen (was € 87 miljoen). In het volgende hoofdstuk wordt dit nader toegelicht.
Er is geconstateerd dat de realisatie en planning van de kasstromen fors van elkaar afweken.
Daarom wordt via dit Treasury jaarplan voorgesteld om actiever te anticiperen op afwijkingen en
minimaal 3 keer per jaar de planning te actualiseren.
Met bovenstaande punten, het onderzoeken van alternatieven en het actiever anticiperen,
verwachten wij, een hoger rendement te realiseren op onze “overtollige middelen”. In hoofdstuk 5
wordt dit toegelicht.
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
5/17
2
Immunisatievermogen
In 2016 is het totale immunisatievermogen met € 58 miljoen toegenomen tot € 2.342 miljoen. Dit
komt door de verkoop van staatsobligaties in combinatie met de transitie naar leningen aan
decentrale overheden (DO’s). Het verkopen van buitenlandse obligaties, zoals Frankrijk en het
verstrekken van leningen aan DO’s leidt zo tot:
a) een per saldo hoger rendement op basis van de marktwaarde; en
b) een lagere EMU–schuld op nationaal niveau.
In 2016 is een pas op de plaats gemaakt met de transitie van staatsobligaties naar leningen aan
DO’s. Het rendement op deze leningen was erg laag. Wel is in 2016 het immunisatievermogen
ingezet voor het behalen van onze provinciale doelen. In totaal gaat het om € 238 miljoen.
Hierbij is van belang dat het risico zeer laag is en de rente marktconform (minimaal gelijk aan
rente die wordt berekend aan DO’s).
De huidige beleggingen in immunisatieportefeuille zijn per 31-12-2016 als volgt verdeeld:
grafiek II
Obligatie portefeuille
9,1%
Enexis leningen
22,4%
51,3%
deposito's schatkist
13,0%
Leningen aan dec.
overheden
4,1%
Leningen Publieke taak
Vanaf 2017 is de verwachting dat de dividenduitkering van Enexis nagenoeg gelijk is aan de
geraamde € 30,8 miljoen. De raming is gebaseerd op een pay out ratio van 50% en een
verwachte winst van € 200 miljoen. De winst over het eerste halfjaar van 2016 bedroeg € 109,7
miljoen. Voorzichtigheidshalve gaan we uit van € 200 miljoen op jaarbasis. De kans bestaat dat
de winsten van Enexis in de toekomst zullen afnemen, i.v.m. lage rentestand en de daaraan
gekoppelde gereguleerde tarieven. Indien in 2017 meer wordt uitgekeerd dan € 30,8 miljoen,
dan zal het meerdere boven de € 122,5 miljoen worden toegevoegd aan de rente – en
dividendreserve om daarmee toekomstige tegenvallers op te vangen.
Enexis heeft in 2016 de derde ( en één na laatste) tranche vervroegd afgelost (in totaal € 500
miljoen, waarvan 30,8% voor Noord–Brabant).
6/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
Op basis van de huidige uitzettingen zijn de beleggingsopbrengsten vanaf 2017 tot en met 2021
als volgt:
Tabel I
bedragen in € miljoenen
2017
2018
2019
2020
2021
49,3
43,8
39,0
34,2
28,9
Rente schatkistbankieren (deposito’s)
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
Rendement aandeelhouderslening Enexis
7,8
7,8
5,8
---
---
30,8
30,8
30,8
30,8
30,8
Gemeenteleningen (langlopend)
6,9
6,8
6,6
6,6
6,5
Leningen i.h.k.v. de publieke taak
7,8
8,5
8,5
8,4
6,0
2,4
4,6
8,2
Netto Rendementen huidige obl. Portefeuille
Dividenduitkeringen Enexis
Herbeleggingsrendement 1,5%
11,9
14,3
Totale beleggingsopbrengsten
113,2 110,5 107,1 100,1
94,7
Budgettair opgenomen in MJR
122,5 122,5 122,5 122,5 122,5
Geschat overschot / tekort
-9,3
-12,0
-15,4
-22,4
-27,8
Dekking door financieringsresultaat
15,4
16,3
16,2
16,2
16,2
Mutatie Dividend – en rentereserve
6,1
4,3
0,8
-6,2
-11,6
De opbouw over de jaren wordt hieronder in de grafiek weergegeven:
Grafiek III
Nog te realiseren
herbeleggingen (1,5%)
140,0
120,0
Leningen in het kader van
publieke taak
100,0
80,0
toegerekende en niet gemaakte
rentekosten
60,0
Verwachte dividendinkomsten
Enexis
40,0
20,0
"zekere" inkomsten uit
beleggingen +
aandeelhouderslening
0,0
2017
2018
2019
2020
2021
In 2020 is het effect duidelijk merkbaar van de aflossing van de laatste tranche van de
aandeelhouders-lening door Enexis. Het rendement van deze lening is veel hoger dan de huidige
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
7/17
rentestand. Via de herbelegging worden momenteel beduidend lagere rendementen gehaald. Dit
zal structureel leiden tot een tekort op de portefeuille. In 2015 en 2016 zijn – vanuit de publieke
taak – hybride leningen verstrekt aan de NWB Bank en BNG Bank. Dit heeft een positief effect
gehad, maar is nog onvoldoende om de tekorten geheel op te vangen (zie tabel I en Grafiek III).
Daarom wordt een nieuwe strategie bepaald in samenwerking met ASR Vermogensbeheer en
onze treasury–adviseur. Deze strategie zal in de komende maanden worden geïmplementeerd.
Bovendien zal een voorstel tot aanpassing van de Verordening treasury aan PS worden
voorgelegd ter uitvoering van die strategie.
2.1
Wat houdt de nieuwe strategie in
De nieuwe strategie beoogt het rendement op de obligatieportefeuille te verhogen en bestaat uit 4
onderdelen:
1. Verkopen stukken met negatieve yield-to-maturity
Een deel van de obligatieportefeuille van provincie Noord-Brabant wordt momenteel gekenmerkt
door een negatieve yield-to-maturity. Dit wil zeggen dat de koers van deze obligaties zo ver is
gestegen, dat het direct verkopen van deze stukken meer geld oplevert dan het aanhouden van
deze stukken tot het einde van de looptijd. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij Nederlandse en
Duitse staatsobligaties en (staats)obligaties met een korte looptijd (ongeveer 2 tot 3 jaar).
De nieuwe strategie stelt voor om een deel van de leningen uit de obligatieportefeuille met een
negatieve yield–to to-maturity, te verkopen. De opbrengst wordt vervolgens belegd bij de Schatkist
(met een minimale rentevergoeding van 0%). De komende maanden wordt dit bedrag vervolgens
ingezet om onderhandse leningen aan DO’s mee aan te gaan, zodra zich de mogelijkheid
hiervan in de markt voordoet.
Hierbij wordt het maximale door het Treasury Statuut toegestane deel van 50% nagestreefd. Deze
onderhandse leningen aan DO’s hebben allen een AAA-rating, afgeleid van de Nederlandse
Staat.
2. Switches binnen de huidige Verordening
Verder wordt voor alle resterende leningen in de portefeuille gekeken naar de mogelijkheden om
te “switchen” (verkoop en aankoop) naar andere obligaties met een hoger rendement, binnen het
bestaande mandaat van de Verordening treasury. Hierbij vindt geen looptijdverlenging plaats,
want dat is wettelijk niet toegestaan. Hierdoor wordt zelfs een deel van de AA-obligaties in de
huidige portefeuille omgezet in covered bonds met een AAA–rating, uitgegeven in een land met
een AAA-rating.
3. Switches buiten de huidige Verordening
Tegelijkertijd wordt een voorstel uitgewerkt voor een aanpassing van de Verordening treasury. Het
voorstel behelst een aanpassing om de immunisatieportefeuille voor maximaal 25% te kunnen
beleggen in landenobligaties (Europese centrale overheden) met een AA–rating, respectievelijk
covered bonds met een AAA-rating uitgegeven in een land met een AA-rating.
8/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
Op het eerste gezicht is een lagere rating toestaan vanuit risicoperspectief niet logisch. De
achtergrond van deze ratinglimiet in de Verordening treasury is immers de risicomijdende houding
van de provincie. Hierom is bij de opbouw van de initiële portefeuille gekozen voor obligaties met
de hoogst mogelijke zekerheid, namelijk een AAA-rating. Echter, door marktomstandigheden is
een aanzienlijk deel van deze tegenpartijen in de loop der tijd afgewaardeerd naar AA-rating. De
provincie heeft, mede op advies van vermogensbeheerders en adviseur, deze posten in de
portefeuille aangehouden. De provincie Noord-Brabant heeft dus al ervaring met obligaties met
een AA-rating. Momenteel bestaat de immunisatieportefeuille voor 33% (= 58,6% van de
obligaties) uit stukken met een AA-rating. Het voorstel is nu om ook aankopen mogelijk te maken
van stukken met AA-rating (en niet alleen het aanhouden na een downgrade).
Onder het huidige wettelijke regime van de Wet Fido en de Ruddo is het toegestaan om middelen
uit te zetten bij financiële ondernemingen die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie
die minimaal beschikken over een AA-rating en zelf over een A-rating beschikken. Voor
staatsobligaties is geen minimumrating, aangezien deze solvabiliteitsvrij zijn. Oftewel, ook na de
voorgestelde verlaging van de ratingeis naar AA-rating, voor een deel van de portefeuille, blijft de
provincie behoudender beleggen dan de wettelijke (minimum)grenzen.
4. Limiet op onderhandse leningen
Naast bovenstaande acties wordt in 2017 ook onderzocht of het zinvol is om een groter deel van
de immunisatieportefeuille te investeren in onderhandse leningen aan DO’s. Op dit moment is dit
toegestaan voor maximaal 50% van de portefeuille.
Aanleiding voor deze wijziging is dat de obligatieportefeuille langzaam uitloopt. De belegging
van deze vrijvallende middelen is beperkt. Ze kunnen alleen nog worden ingezet ten behoeve van
de publieke taak (Vermogen voor Brabant maximaal 25% van de beleggingen), de Schatkist
of via onderling lenen. Beleggen in de Schatkist levert een relatief laag rendement op, maar is wel
goed verhandelbaar (=liquide). Leningen aan DO’s leveren een hoger rendement op. Terwijl het
risico gelijk is aan beleggingen inde schatkist. Deze leningen zijn wel minder liquide. De limiet in
de Verordening treasury voor leningen aan DO’s (maximaal 50% van de immunisatieportefeuille)
is al snel beperkend. Er kan een hoger rendement gehaald worden als meer dan 50% van de
totale portefeuille via leningen aan DO’s wordt verstrekt.
Er moet rekening gehouden worden dat een voldoende deel van de beleggingen liquide zijn, dat
wil zeggen dat een deel van de uitzettingen goed verhandelbaar is indien de situatie dat vereist.
Dit wordt meegenomen in de voorgenomen wijziging van de Verordening treasury.
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
9/17
3
Investeringsagenda
Voor de totale investeringsagenda is ultimo 2016 ongeveer € 933 miljoen, inclusief de gespaarde
rente over de obligatieportefeuille, beschikbaar. Over de jaren 2017 t/m 2026 wordt in totaal
minimaal € 67 miljoen aan rente uitgekeerd over de beleggingen. Ook voor de
investeringsagenda geldt dat er obligaties met negatieve yield–to maturity in de portefeuille
aanwezig zijn. Bij verkoop van deze obligaties op dit moment, zou daarmee een hoger
rendement beschikbaar komen dan de € 1 miljard die nu zeker is gesteld. Het verschil dient ten
goede te komen aan de immunisatieportefeuille, net zoals dat eerder is bepaald met betrekking tot
de hogere Escrow uitkeringen. Deze laatste zijn toegevoegd aan de Dividend– en rentereserve.
In onderstaande tabel geven wij een overzicht zoals in de begroting 2017 is opgenomen:
Tabel III
Onderwerp
Oorspr.
Maximaal
Besteed t/m
Nog
bedrag
beschikbaar*)
2016 (o.b.v.
beschikbaar
Energieagenda**)
71.200.000
59.200.000
-/- 58.081.642
Landschappen van Allure *)
56.150.000
53.900.000
-/- 52.826.623
1.073.377
Brabant C (was BCH)
50.000.000
35.000.000
-/- 22.473.946
12.526.054
raming 2016)
1.118.358
Sportplan*)
40.000.000
38.400.000
-/- 32.351.474
6.048.526
Cultuur Historisch erfgoed*)
61.500.000
39.000.000
-/- 20.894.344
18.105.656
----------------------
7.440.000
-/- 7.440.000
----------------------
Apparaatskosten
278.850.000
232.940.000
-/- 194.068.030
38.871.970
Groen Ontwikkelfonds ***)
Subtotaal 1e tranche
240.000.000
235.000.000
-/- 120.103.020
114.896.980
Innovatiefonds****)
125.000.000
125.000.000
23.886.562
148.886.562
60.000.000
60.000.000
-/- 2.002.860
57.997.140
Energiefonds
Breedbandfonds
50.000.000
50.000.000
-/- 1.074.403
48.925.597
Apparaatskosten***)
19.000.000
24.000.000
-/- 720.000
23.280.000
e
494.000.000
494.000.000
-/- 100.013.721
393.986.279
Transitie agrofood
Subtotaal 2 tranche
14.400.000
14.400.000
-/- 2.650.000
11.750.000
Energietransitie
19.200.000
19.200.000
-/- 7.730.000
11.470.000
Energie neutrale woningen
Ecologische structuurversterking
Deltaprogramma
7.700.000
7.700.000
7.700.000
48.000.000
48.000.000
48.000.000
28.800.000
28.800.000
-/- 6.520.000
22.280.000
124.000.000
124.000.000
-/-25.000.000
99.000.000
Cultuur en leefbaarheid
19.200.000
19.200.000
-/- 750.000
18.450.000
Apparaatskosten 3e tranche
11.700.000
11.700.000
-/- 2.925.000
8.775.000
Subtotaal 3 tranche
273.000.000
273.000.000
-/- 45.575.000
227.425.000
TOTAAL GENERAAL
1.045.850.000
999.940.000
-/- 339.656.751
660.283.248
Economische structuurverst.
e
*) na aftrek van de apparaatskosten bij LvA, sport en Cultuur historisch erfgoed. En de aanpassingen zoals die bij het Bestuursakkoord 2015
– 2019 zijn opgenomen
**) na aftrek van € 12 mln. Die in 2013 is gestort in de risicoreserve voor Clean Tech en niet uit de investeringsagenda is gedekt.
***) € 5 mln. van GOB naar apparaatskosten voor taxatiekosten, restant app. kstn is bestemd voor monitoring van 0,2%.
10/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
****) als gevolg van de een grote exit van Acerta Farma in 2015 is er per saldo geen besteding, maar juist een toename gerealiseerd
Niet alle bestedingen zijn ook daadwerkelijk uitgegeven. Er staat nog een bedrag open aan
verplichtingen, maar aan de fondsen zijn wel al bedragen verstrekt als voorschot op de lening.
Tot en met 2016 is dit als volgt:
Tabel IV
Onderwerp
Innovatiefonds Brabant
Verstrekt
Verstrekt
in 2016
t/m 2016
-/- 12.000.000
10.500.000
1.400.000
8.050.000
Energiefonds Brabant
Breedbandfonds Brabant
TOTAAL
2.778.417
4.302.112
-/- 7.821.853
22.852.112
Er is ook een bedrag van ongeveer €100 miljoen aan grondbezit dat gedekt wordt door het
restantbedrag m.b.t. het Groen Ontwikkelfonds. Hierdoor bedragen de beleggingen ongeveer €
430 miljoen. Hiervan is € 358 miljoen gedekt door obligaties en het restant is via kortlopende
middelen belegd.
Te beleggen middelen:
Tabel V
bedrag
660.000.000
Nog beschikbaar per 31-12
Negatieve deel (Nog te ontvangen rente 2017 – 2026)
In grond belegd voor Groenontwikkelfonds
-/-/-
Verstrekt in leningen
-/-
Bij de BOM (opbrengst Innovatiefonds)
-/-
Belegd t.b.v. huidige en toekomstige verplichtingen
67.000.000
114.000.000
22.900.000
25.700.000
430.400.000
De daadwerkelijke uitgaven worden gedekt door enerzijds beleggingen die in de tijd gespreid
vrijvallen en de renteopbrengsten die door het jaar uitbetaald worden. In onderstaande grafiek
wordt weergegeven hoe de obligaties in de tijd vrijvallen:
Millions
Grafiek IV
Vervalschema
(hoofdsommen)
60
50
40
30
20
10
0
2016
2018
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
2020
2022
2024
Investeringsagenda
2026
0
11/17
4
Evaluaties en implementaties in 2017
4.1
Vermogensbeheerder
Sinds oktober 2011 is het beheer van de obligatieportefeuilles in handen van BNG
Vermogensbeheer (50% van de immunisatieportefeuille) en Robeco (50% van de
immunisatieportefeuille en de investeringsagenda). In principe was dit beheer beperkt tot het
maandelijks rapporteren en op dagbasis controleren van de ratings van de tegenpartijen (Landen
en financiële instellingen).
De bewaarfunctie is in handen van BNP Paribas en daarmee zijn het beheer en de bewaarfunctie
conform afspraak gescheiden. Ook de Bewaarbank dient maandelijks te rapporteren en dagelijks
te monitoren.
Met het inwerking treden van “Verplicht schatkistbankieren” zou een natuurlijk einde aan deze
overeenkomsten komen, na de laatste vervaldatum van de obligaties. In 2016 heeft er een
evaluatie plaatsgevonden van het vermogensbeheer. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie
heeft er een nieuwe aanbestedingsprocedure plaatsgevonden die geresulteerd heeft in de
aanstelling van één vermogensbeheerder voor beide portefeuilles: ASR Vermogensbeheer
(rechtsopvolger van BNG Vermogensbeheer).
Samen met de Vermogensbeheerder en onze treasury–adviseur is er een nieuwe koers bepaald
om de rendementen van – met name, maar niet uitsluitend – de immunisatieportefeuille te
verhogen. Over de nieuwe koers zal, via de Perspectiefnota, PS worden geïnformeerd. Bovendien
is voor een beoogde wijziging van de Verordening treasury de goedkeuring nodig van PS. Dit
voorstel zal naar verwachting in april 2017 aan PS worden voorgelegd.
4.2
Treasury adviseur
Conform de afgesloten overeenkomst van oktober 2011 is de dienstverlening van Bureau Zanders
in 2015 geëvalueerd. Na bespreking in het TC is besloten om de overeenkomst met twee jaar te
verlengen. In 2017 bestaat de mogelijk om voor de laatste keer de overeenkomst met twee jaar
te verlengen. Een eventueel voorstel daartoe zal eerst aan het TC worden voorgelegd. Indien niet
tot verlenging wordt besloten, zal in 2017 een aanbestedingsprocedure worden gestart in
samenwerking met afdeling inkoop.
4.3
Leningenmodule in SAP
In verband met de forse toename van de verstrekte leningen is in 2016 een leningenmodule
geïmplementeerd in ons administratieve systeem. In 2016 zij daar de eerste ervaringen mee
opgedaan en in 2017 zullen er verbetertrajecten worden ingezet die zijn gebaseerd op de
ervaringen uit 2016.
12/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
5
Liquiditeitsprognose
Ondanks dat de liquiditeitsprognose vanaf 2016 is aangepast op basis van de ervaringen uit het
verleden, is de afwijking tussen planning en realisatie nog steeds groot. Uit de trendanalyse blijkt
dat de verschillen niet aan een enkele oorzaak zijn toe te wijzen. Vanaf 2017 wordt daarom
voorgesteld om:
1. Nog meer rekening houden met de ambities in de begroting en meerjarenraming;
2. Minimaal 3 keer per jaar de liquiditeitsprognose evalueren en bijstellen;
3. Actiever anticiperen op gerealiseerde afwijkingen door eerder te herbeleggen.
Voor 2017 is de verwachting dat het liquiditeitssaldo zal dalen met € 89 miljoen. Dit is gebaseerd
op 85% van de begroting en 30% van de uitstaande verplichtingen, in totaal € 516 miljoen.
Hierbij is dan nog geen rekening gehouden met de “overhevelingen uit 2016”. Belangrijke
kanttekening is dat er veel investeringen (via SIF, BDU of andere Rijksmiddelen) in de planning zijn
opgenomen die vaak later worden uitgegeven dan gepland. Voor deze grote uitgaven zullen wij
nog beter de vinger aan de pols houden. Om het verwachte saldo te verlagen zal eerder worden
belegd in “publieke en maatschappelijke ontwikkelingen (via PS)” of leningen aan decentrale
overheden. Voor 2017 is in de planning al € 99 miljoen opgenomen voor herbelegging, maar
o.b.v. de huidige planning zal dat met € 200 tot € 300 miljoen worden uitgebreid. Dat zal niet in
één keer gebeuren, maar gespreid over het jaar, zodat goed kan worden ingespeeld op
onvoorziene ontwikkelingen. Uit de trendanalyse is gebleken dat dit ieder jaar gebeurt.
Het verwachte verloop in 2017 van het liquiditeitssaldo is als volgt:
(x EUR mln)
grafiek V
400
300
200
100
0
-100
-200
jan- feb- mrt- apr- mei- jun- jul- aug- sep- okt- nov- dec- jan17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 18
Verloop saldo liq. - hoog scenario (primo)
Kasgeldlimiet
Wij kiezen nu één scenario, waar op gemonitord wordt. Het is zeer lastig om te monitoren als er
meerdere scenario’s zijn. Het beginsaldo per 2017 bedraagt € 332 miljoen. Dit saldo is verplicht
ondergebracht bij de schatkist. De rente hiervoor is minimaal 0%. Dat terwijl banken bij zakelijke
partijen negatieve rente in rekening brengen op tegoeden die worden aangehouden. BNP Paribas
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
13/17
was daar al in 2016 mee gestart. Ook de ING zal dit vanaf 1 februari 2017 gaan doen.
Decentrale overheden kunnen desgewenst kortlopende leningen dan ook tegen negatieve rente
verkrijgen bij BNG Bank. Als provincie is het dus niet aantrekkelijk om kortlopende leningen te
verstrekken als alternatief voor ons tegoed bij de Schatkist.
5.1
Nadere toelichting over de liquiditeitsplanning
De kasstromen zijn opgedeeld in drie soorten, namelijk:
Een operationele–, een investerings– en financieringskasstroom.
In onderstaande tabellen wordt in totaliteit en gespecificeerd per kasstroom de verwachting voor
de periode 2017 t/m 2021 aangegeven. Een verdere doorkijk is met het ontbreken van een
langere meerjarenraming nog minder realistisch.
Tabel VI
Per 01 januari 2017
2017
2018
2019
2020
2021
Kaspositie primo
332
243
201
98
-4
Operationele kasstroom
-81
-62
-44
-42
38
Investeringskasstroom
-117
-140
-185
-183
-119
Financieringskasstroom
Mutatie
108
-89
160
-42
126
-103
122
-103
127
46
Kaspositie ultimo
243
201
98
-4
42
De operationele kasstromen zijn als volgt gespecificeerd worden:
In € miljoenen
Tabel VII
2017
2018
2019
2020
2021
Totaal
Provinciale heffingen
2
2
2
2
2
11
Grondwaterheffing
4
4
4
4
4
19
246
246
246
246
246
1.230
Dividend Enexis
31
31
31
31
31
154
Dividend Overig
0
0
0
0
0
1
Provinciefonds
9
9
14
20
23
75
14
10
10
10
2
46
136
136
137
137
137
682
75
54
54
54
54
291
32
549
29
521
33
530
40
544
51
550
186
2.694
-630
-630
-584
-584
-574
-574
-586
-586
-511
-511
-2.886
-2.886
-81
-62
-44
-42
38
-191
operationele kasstroom 2017 - 2021
Motorrijtuigen belasting
Decentralisatie-uitkeringen
BDU
Decentralisatie Natuur
Overige inkomsten
Totaal inkomend
Uitgaven Exploitatie +
kostenverdeling
Totaal uitgaand
Saldo operationele kasstroom
14/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
De geplande uitgaven in 2017 van € 630 miljoen is iets lager dan de realisatie van 2016 (€ 668
miljoen). Daarmee volgt het de trend dat deze afneemt sinds 2010.
De investeringskastroom geeft de komende jaren het volgende beeld:
In € miljoenen
Tabel VII
2017
2018
2019
2020
2021
Totaal
Cluster Infra (reguliere investeringen)
-56
-35
-31
-31
-14
-167
Uitgaven Infrafonds + N69
-49
-70
-67
-144
-62
-392
Investeringen 2017 - 2021
Cluster Bedrijfsvoering
-2
-2
Natuur (PAS / GOB)
-13
-25
-35
-45
-55
-173
Ruimte voor Ruimte
5
7
8
8
8
36
-25
-23
-16
0
0
-64
Brabant C
-7
-7
PHS
-5
Ontwikkelbedrijf (incl. LPM)
32
Brabantse Verkoopgarantie
2
Investeringsagenda eerste tranche
-117
Totaal
-7
-20
-42
-47
12
5
30
4
83
2
-140
-185
-183
-119
-743
De financieringskasstroom is een belangrijke kasstroom, waar verstrekte leningen, aflossingen en
renteontvangsten samenkomen. Voor de komende jaren zijn de volgende bedragen geraamd die
ontvangen per saldo binnenkomen:
In € miljoenen
Financieringskasstroom 2017 - 2021
Rente obligaties (excl. herbeleggingsrente)
Tabel VI
2017
2018
2019
2020
2021
Totaal
56
51
327
79
75
66
Rente lening Enexis
8
8
8
Rente leningen aan Decentrale overheden
8
8
7
6
6
36
Rente schatkistbankieren
8
8
8
8
8
41
Rente leningen u/g en publieke taak
23
8
12
9
9
9
47
Vrijval obligaties en leningen aan DO's
106
239
241
140
227
952
Aflossing leningen u/g en publieke taak
6
17
14
7
123
166
Aflossing leningen Enexis
BTW Compensatiefonds
108
108
36
30
30
30
30
156
0
1
4
9
10
24
Leningen u/g
-63
-10
-4
-6
-2
-86
Leningen aan Fondsen (2e tranche)
-30
-31
-29
-29
-29
-148
Herbeleggingen immunisatieportefeuille
-58
-195
-334
-109
-306
-1.002
Herbeleggingsrente
Kasgeldleningen
0
Stimulus
pm
pm
pm
pm
pm
0
Totaal
108
160
126
122
127
644
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
15/17
Algemeen:
Vanaf 2017 is er nog onvoldoende onderbouwing geleverd voor de uitgaven met betrekking
Natuur (realisatie van de provinciale – en Rijks – EHS in het kader van Brabant Uitnodigend
Groen (BrUG) en de Programmatische Aanpak Stikstof). In 2016 was een éénmalige bijdrage aan
het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) gepland. Onduidelijk is of deze gefaseerd of éénmalig
wordt verstrekt. In de huidige meerjarenplanning is de bijdrage gefaseerd opgenomen. Al sinds
2015 wordt de verkoop van de gronden voor het Logistiek Park Moerdijk gepland. De
verwachting is dat de levering medio 2017 gaat plaatsvinden.
Over al deze verwachtingen en planningen zal in 2017 op kwartaalbasis gerapporteerd worden.
Daarvoor zijn wij afhankelijk van informatie van de clusters. Afspraken hierover zullen daarom ook
moeten worden gemaakt. Als we erin slagen om € 200 miljoen in 2017 eerder te beleggen,
zoals
gepland, dan heeft dat een positief effect van € 3 miljoen (o.b.v. het
herbeleggingsrendement van 1,5%).
16/17
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
6
Samenvatting van de acties
Op basis van het Treasury jaarplan zijn in 2017 de volgende acties voorzien:
1. Uitvoering van nieuwe strategie met betrekking tot de bestaande beleggingen in de
immunisatieportefeuille, waarbij een positief effect op het rendement wordt gerealiseerd
van € 50 miljoen over de periode 2017 – 2021;
2. De
mogelijkheden
ook
onderzoeken
voor
rendementsverhoging
van
de
investeringsagenda. Het extra rendement hiervan inzetten in de immunisatieportefeuille;
3. Voorstel tot wijziging van de Verordening treasury, waardoor
het mogelijk wordt om te beleggen in AA obligaties; en
een groter deel van het totaal van de beleggingen in de immunisatieportefeuille
kunnen worden ingezet voor leningen aan decentrale overheden;
4. Actiever monitoren van de liquiditeitsplanning in relatie tot de realisatie en bijstellen o.b.v.
nieuwe inzichten. Hiervoor op kwartaalbasis een rapportage aan het beleidsoverleg
Financiën en Treasury Committee voorleggen;
5. Op basis van de monitoring eerder de overtollige liquide middelen beleggen, zodat er
extra rendement wordt gemaakt van € 3 miljoen;
6. Aanhouden van tegoeden voor grote “verbonden partijen” , zoals Nazorgfonds bij de
Schatkist, waarmee wordt voorkomen dat er rente wordt betaald over tegoeden.
7. Verdere verbetering van de leningenmodule in de administratie.
Treasury Jaarplan 2017, versie 1.0
17/17